Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
30 mars 2014 7 30 /03 /mars /2014 16:24

Herman-Van-RompuyKLEUR.jpg 

Het gebeurt niet elke dag dat de Voorzitter van de Europese Raad een dichtbundel van een Vlaamse dichter presenteert. Dat overkwam Gwy Mandelinck wel, op zaterdag 28 maart in de Gentse salons van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal & Letterkunde. Herman Van Rompuy onderbrak zijn drukke bezigheden om de nieuwe dichtbundel op een intimistische en tegelijk amicale wijze voor te stellen.

 

Die eer heeft Gwy Mandelinck te danken aan zijn oude, maar jeugdig blijvende vriendschap met Herman Van Rompuy. Ze is niet enkel ontstaan door zijn jaarlijks bezoek aan de Poëziezomer, maar door een innerlijk gevoel dat niet precies te noemen valt en door eenzelfde gevoel voor sociale betrokkenheid en de onmacht daar iets aan te doen, in welke positie men ook zit.

Het grote salon van KANTL zat afgeladen vol. Niet enkel met fans van de Europese president, maar vooral met mensen die Herman Van Rompuy wilden horen spreken over zijn vriendschap met de dichter en de nieuwe dichtbundel. Onder de aanwezigen onder meer Anton Korteweg, Jozef Deleu, Roland Jooris, Gaston Durnez, Luc Devoldere, Jooris van Hulle, Renaat Ramon, Piet Piryns, Paul Demets, Hugo Van Damme, Frank Willaert.

 

In het eerste deel “Buiten de grenzen” situeert Lotgenoten zich buiten Europa. Bij het schrijven werden vooral ervaringen met kunstenaars waarmee Gwy Mandelinck een kwart eeuw heeft samengewerkt aangebracht. Heel wat onder hen kwamen uit landen getekend en vertekend door oorlogen, stammentwisten, genocides. Maar ook een zeker mededogen neutraliseert die gruwel. De dichter stelt mijzelf op als lotgenoot.
In het tweede deel “Binnen de grenzen” gaat het in hoofdzaak over een maatschappelijk discours: misbruik, fraude et cetera. Uiteindelijk wordt een spoor getrokken naar een verborgen “Paradise”, waar men wellicht nog nieuwe delfstof kan vinden.

*

Ziehier de integrale tekst van de huldetoespraak.


Dames en heren,

Natuurlijk zal de culturele nalatenschap van Gwy Mandelinck 'Watou' zijn, de 28 afleveringen in het dorpje dat hij beroemd maakte. Maar Gwy is voor hemzelf in de eerste plaats een dichter. "Ik kom niet meer aan schrijven toe", was zijn veelgehoorde klacht in de hoogdagen van de Poëziezomers. Nooit gebruikte hij een eigen vers om de beeldende kunsten te begeleiden. Dat is zo uitzonderlijk dat het moet vermeld worden.

 

Het promoten van de poëzie gedurende vele jaren is maar één van de vele - en wellicht één van de meest onschuldige - gevechten die Gwy met zichzelf leverde. Want 'vechten met de engel' is een deel van zijn wezen geworden. Het wringt, het krinkelt en winkelt, in het hoofd en het hart van de dichter. 'Leven en dood - niet in de Ast - maar in zijn hoofd'. Een streuveliaanse weerborstel in gans zijn lijf.

Niemand zou dat vermoeden in de bibliothecaris van Poperinge of in de curator van het Hopmuseum in zijn Westhoek. Multatuli zou spreken van een 'vat vol tegenstrijdigheden'. Gwy vecht tegen het onrecht niet alleen rondom hem maar in de wijde wereld. Hij heeft geen grote woorden als 'maatschappelijk engagement' nodig. Hij is een 'lotgenoot'.

In zijn nieuwste bundel, Lotgenoten, gaat het over Afrika, over de hongersnood, de stammenoorlogen, de vluchtelingen, de kindsoldaten, de executies, het geweld tout court. Gwy was nooit in Afrika. Alles speelt zich af in zijn hoofd en hart. Hij hoort de verhalen van zijn dochter en interioriseert ze. Ze worden zijn verhalen. Hij was erbij. De woorden en zinnen dienen dan om dat te vatten, om het onbegrijpelijke te begrijpen. Een dichter probeert het ongrijpbare in woorden toch te grijpen, het onzichtbare zichtbaar te maken. Een onmogelijke opdracht, maar de dichter versaagt niet. Hoezeer het woord van Aafjes waar is : het onuitsprekelijke maakt ons eenzaam omdat wij het bij de naam niet noemen kunnen. Het nameloze maakt ons naamloos droef.

Maar door met woorden de nachtmerries te bestoken wordt de dichter minder eenzaam. Het woord bevrijdt. Daarom is men echter nog niet vrij.

Het is bekend dat Gwy wroet op de akker van zijn poëzie. Hij woelt de grond om, niet ordelijk of op het ritme van de seizoenen maar bij nacht en ontij. Tot de storm even gaat liggen in zijn hoofd. Het is al vaak gezegd dat Guido Haerynk, zoals de burgerlijke naam van de dichter luidt, het gezegde van Boileau toepast : 'Vingt fois sur le métier, remettez votre ouvrage. Polissez et repolissez'. Het perfectionisme van de onzekeren, degenen die vrezen te falen om de Sisyphus-taak te vervullen. De onzekerheid is een grote kracht ook al weegt ze op de schrijver. Ze zet hem aan te blijven zoeken. Wie blijft zoeken vindt ooit wel iets. Hoewel één van de titels van 'Watou' altijd was: Serendipiteit: vinden wat men nooit zoekt. Onrecht, onzekerheid. Maar er is nog meer. Gwy is ook een 'dronken zoeker naar één zaligheid' (J.C. Bloem). Naar de wereld van harmonie in de liefde thuis, in zijn gezin, met zijn kleinkinderen, in de vriendschap.

'Paradise regained' luidt het laatste vers in de bundel. Ergens moet men ademhalen en moet men de riemen laten rusten. Gwy is ook zoals de Benediktijnen een Godzoeker. Hoe ouder hij wordt hoe meer hij het spoor soms bijster is maar de verwachting en de hoop blijft dat hij aan het einde staat van onze lange weg om ons op te wachten. Niemand zei het beter dan Gerard Reve:

Dan denk ik, dat Gij liefde zijt, en eenzaam

En dat, in dezelfde wanhoop, Gij mij zoekt

Zoals ik U.

Geheel zijn leven - en Gwy is niet de enige met die queeste - trachten we iets te vatten van wat we zijn, wat we moeten doen op de akker van het leven, wat goed we moeten doen, wat leven en het leven is. In Overval, zijn 8ste bundel uit 1997, zegt hij 'Ben ik te grijpen waar ik zit, een vreemdeling gelijk?'

Ik dacht aan Rimbaud. 'Je est un autre'. Ik weet dat sommigen spreken dat we moeten Eén worden met iemand anders, dat het diepste streven van de mens is samen te vallen met iets of met iemand. Maar hoe kan dat als wij vreemdelingen voor onszelf blijven? Zelfs de God van de christenen was een drie-eenheid, volgens de wetten van de rede een contradictio in terminis. Wij zoeken te herstellen wat we bij de geboorte verloren : de navelstreng werd voorgoed doorgesneden en we moeten alleen verder. Bij de dood van onze ouders wordt dan nog 'het dak boven ons hoofd weggenomen' zoals je mij schreef toen mijn ouders kort na elkaar, nu tien jaar geleden, overleden. Vandaag vind ik mij meer dan ooit terug in wat je in 1997 schreef:

"Ik schrik bij elke spiegel van de vraag : Is dat mijn vader niet?"

Het is een vraag die ik me met de jaren steeds meer stel. Wij zullen er steeds meer op lijken tot de dag dat we onze vaders vervoegen in "in this undiscovered country from whose bourn no traveler returns (William Shakespeare, Hamlet).

Een dichter is alleen maar een dichter indien hij een grootmeester is van de taal. Indien hij de woorden vindt, uitvindt, schikt, rangschikt. Weinig werkwoorden. Veel staccato: de noten moeten los van elkaar gespeeld worden, zoals de woorden één na één moeten gelezen worden. Soms eindigt het vers op een orgelpunt, een samenvatting, één woord : luchtbagage, een halsgerecht, schuurpapier, een pluk van haar. Meestal laat het de lezer wat ontredderd achter.

Gwy draait in de beeldspraak soms de rollen om zodat de werkelijkheid 'surrealistischer' wordt: 'Kettingen gepolst', 'zand schuurt ketelzwarte handen', 'ze laten vingers op de mond verzwijgen'.

Of de speling met woorden, soms zelfs de gruwelijke woordspeling: 'Een jukbeen aan de kaak gesteld. Een halsgerecht'. Of 'Boven de drenkelingen luchtbellen, het vlies doorzichtig. Adembenemend'. Ook in vroeger werk vind je dat terug, bijv. in Overval, over een strijkplank: 'Een pijnbank is die plank, je zet mij naar je hand'.

Maar te midden van de tragiek soms, zie ik Gwy ironisch lachen. Hij heeft het woord, de paradox gevonden.

Gwy is een Vlaming, een West-Vlaming verbonden met zijn streek, in de grote traditie van Gezelle (de allergrootste volgens Gwy), van Streuvels. Wonend in de Westhoek maar die hij te vereenzaamd vond in de lange winters. Zoals die andere vriend Anton Van Wilderode ademt hij zijn eigen aarde of zoals Hugo Claus zei over zijn provincie: 'Ik leen uw lucht in mijn woorden'. We zijn vreemdelingen voor onszelf maar we moeten ergens thuis zijn. Gwy is geen reiziger. Hij is meer 'le voyageur intérieur'. Iedereen is van ergens' schreef Jooris Van Hulle over 25 auteurs in West-Vlaanderen.

Gwy, ik besluit. Voor jezelf ben je eerst een dichter. Ik zei het, maar voor mij ben je de man van Agnes. Ben je de vriend die ons samenbracht op die pastorie aan de rand van het land en van het veld waar we elk jaar op bedevaart gingen, met de 'ervaren gids' maar vooral met de gepassioneerde gids die bij elke tocht als een vroedvrouw zijn kind, zijn Watou bovenhaalde. Ik dronk alleen hommelbier in het Hommelhof en daarna haast nooit meer. Voor mij ben je de vriend van Jan Hoet, van Gerrit Komrij, van Hugo Claus en zoveel anderen die verdwenen zijn, maar ook van onze groep die voor altijd verbonden zal zijn aan Watou ook zonder Watou.

Gwy, blijf in de grond woelen, haal de aren eruit, hou ze in de lucht, open de bolsters van de kaft van je bundel. Laat ons meereizen, mee strompelen, mee ploeteren, mee waden door de wildernis van onze wereld.’

*

29-03-2014-043.JPG

Tot slot las Gwy Mandelinck uit zijn nieuwe bundel.

Guido LAUWAERT

MandelinckLOTGENOTEN.jpg

LOTGENOTEN – Gwy Mandelinck –Arbeiderspers, Amsterdam – ISBN 9 789029589031 - 16,95 €.

Partager cet article
Repost0
29 mars 2014 6 29 /03 /mars /2014 21:53

Het menselijk lichaam is in wezen een bijna onbeheersbare machine, een regelmatig haperend stuk mechaniek, dat (bezield als het nu eenmaal is) soms van zichzelf schrikt. In Silent Force, twee choreografieën van Sagi Gross (Tel Aviv, 1981), staat het mechanische in de mens centraal.

Niet dat dit een kille voorstelling van zaken oplevert. Integendeel, bij Gross kleeft er een breekbare schoonheid aan ‘de hapering’ en aan het mechanisch menselijk tekort. En die gewaarwording kun je moeiteloos verbinden met de algemene eigen ervaring van onvermogen. Leven is een bezigheid die zo nu en dan op een ontroerende manier wringt.

Shirley Esseboom (Den Haag, 1975, ex Nederlands Dans Theater, onderscheiden met de prestigieuze ‘oeuvre’prijs De Gouden Zwaan) onderzoekt in haar solo My Song wat een ouder wordend danserslichaam ‘beweegt’. Het lijkt een zoektocht naar de ultieme impuls van beweging. Het is vechten en verbazen. Ook is er sprake van een geraffineerde ontbinding in factoren: binnen de samenstellende delen van het geheel gaan de handen en armen eigenwijs op avontuur. Een subtiele vervreemding doorstroomt deze solo.

Het tweede deel van de voorstelling, met de titel van het totaal, sluit naadloos aan op Essebooms zeer knappe tour de force. Christian Guerematchi (1981) en Lauri Kee Schep (1989) dansen Silent Force. Eigenlijk kent deze choreografie drie aanjagers: de twee dansers én de ongrijpbare ‘stille’ kracht, die ontstaat door de interactie. Mimiek, muziek en licht onderstrepen extra wat zich afspeelt in de tussenruimte. Zoals het wit bij poëzie is de lege bühneruimte het gebied waar de magie tastbaar wordt. Naderen, afstand nemen, aarzelen, dwingen. Het gaspedaal van de spanning wordt doeltreffend gebruikt. Resultaat: een indrukwekkende dansvoorstelling.

 

My Song

My Song – solo Shirley Esseboom foto © Reuben Hamburger

 

Silent-Force.jpg

Silent Force – dansers: Christian Guerematchi en Laurie Kee Schep foto © Reuben Hamburger

 

Silent Force – Gross Dance Company; concept: Sagi Gross en Jeroen Fransen; choreografie: Sagi Gross; dramaturgie: Jeroen Fransen; dansers: Shirley Esseboom, Christian Guerematchi, Laurie Kee Schep; fotografie: Reuben Hamburger. Gezien in Korzo, Den Haag (première). Op 25 april in Theater Bellevue, Amsterdam.

Erick KILA

Partager cet article
Repost0
29 mars 2014 6 29 /03 /mars /2014 18:00

 

 

Les gémissements poétiques de ce siècle ne sont que des sophismes.

Isidore Ducasse, Poésies I

 

Wat het uitvinden betreft, waren zij voortvarend,

de jonge genieën, het stoomschip verdrong

het zeilschip, de stoomtrein verving

de postkoets en de stoomtram remplaceerde

de landauer, de tilbury of de lichte kales

en de eerste auto’s waren belachelijke berlines.

 

Jazeker, er was de uitvinding van de draadloze

verbinding en de slavernij en de slavenhandel

werden bijna overal verboden.

 

In het tsaristische Rusland

werden de lijfeigenen bevrijd en de dode zielen

zelfs niet meer bijgeteld.

 

In Basel leed een dithyrambische magister

met een monsterlijke knevel

aan overmatige onanie.

 

In Kopenhagen verbrak een Deense theoloog

zijn verloving en bestudeerde de ironie

en de angst alsook onze existentie.

 

In Petersburg schreef een hogere ambtenaar

over een vreemde neus en

een warme dure mantel.

 

In Danzig werd een Duits genie geboren

en in Montevideo

begon Maldoror te zingen.

 

In Parijs, de hoofdstad van deze eeuw,

liet een demonische dichter opeens

zijn haar groen verven.

 

Hier las een priester-dichter deemoedig zijn brevier.

 

Ach, alleen kapitein Ahab en kapitein Nemo

waren de ware helden

van deze gekke geniale tijd.

Hendrik CARETTE

Partager cet article
Repost0
28 mars 2014 5 28 /03 /mars /2014 19:28

 

Op de heropening van het Lijsternest op 24 april e.k. geeft het West-Vlaamse provinciebestuur naast andere sprekers het woord aan Hedwig Speliers. Terecht schoot die keuze bij velen in het verkeerde keelgat. Eergisteren publiceerde ik hier alvast enkele reacties, alsmede de waardige, to the point en voor Speliers vernietigende brief van Ludo Simons. Zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-het-lijsternest-ludo-simons-en-hedwig-speliers-123101983.html

*

In verband met de controverse die hierover ontstaan is, heeft het bestuur van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde gisteren een brief geschreven aan de provinciale overheid van West-Vlaanderen. 

Ziehier het standpunt van de KANTL:

In de kwestie van de reactie van Streuvelskenners op de deelname van Hedwig Speliers aan de openingsceremonie van het Lijsternest, treedt de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL) de positie bij die ingenomen werd door het Stijn Streuvelsgenootschap. Dit genootschap neemt afstand van de beslissing om de auteur van werk dat de reputatie en goede naam van een van onze grootste auteurs, tevens het langst zittende academielid ooit, op onterechte gronden ernstig beschadigde, in het huis van Streuvels aan het woord te laten.
De KANTL is uiteraard het principe genegen van woord en wederwoord in het intellectuele debat. Waar zij echter resoluut afstand van neemt, is van vooringenomen wetenschapsbeoefening, die volgens het oordeel van betrouwbare historici en Streuvelskenners onvoldoende rekening houdt met de regels van de historische kritiek.
Zij betreurt dat wat voor de erfgenamen van Streuvels en de onderzoekers van zijn leven en werk een feestelijke gebeurtenis had moeten worden, ten gevolge van deze ondoordachte programmering door diezelfde mensen als een slag in het gezicht ervaren wordt.”

*

Wie verantwoordelijk is voor de keuze van de zelfgeproclameerde “galspuwer” en “verrekte gelijkhebber” Speliers verdient alleszins de prijs van de blunder van het jaar.

“Bad taste”, net zoals de feestelijke uitschuiver van De Morgen naar aanleiding van het Obama-bezoek...

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
28 mars 2014 5 28 /03 /mars /2014 15:42

 

Er zijn van die momenten waarop iedereen dagelijks wel eens nadenkt, afhankelijk van zijn situatie, over de kunst van het nadenken. De rijke overdenkt zijn armoede, de onschuldige zijn schuld, de acteur zijn geklooi, de journalist het opgeblazen nieuws, de man zijn potentie en de vrouw waarom er verdomd maar geen kind komt van zijn seksuele snoeverij. De hele kunst is om niet eens te denken. Het lukt niemand, ook niet de opperstalmeester van het grootste luchtkasteel ter wereld.

 

En een van die momenten waarin hij denkt, wanneer zijn luchtvoertuig naar Rome vliegt en hij even de ogen sluit, dat hij die Brave Little Belgians toch mooi heeft ingepakt, vraagt hij zich af hoeveel keer in zijn positie hij een land, zijn volk en zijn leiders al heeft ingepakt. Hij wil niet het antwoord weten, want hij weet dat de beste vragen degene zijn zonder antwoorden. De vraag is al vele malen opgedoken. Op het antwoord zit niemand te wachten, hij allerminst. In plaats van een antwoord komt er na de vraag een feit bovendrijven. Namelijk dat hij als inpakker een woordkunstenaar is. Zonder dat talent was hij nooit opperstalmeester geweest. Dat beseft hij maar al te goed. Maar hij is het nu eenmaal en blijft dat, zolang de wet het toestaat en hij zijn broek niet laat zakken in de Sint-Pietersbasiliek van Rome, omdat hij alle reële en denkbare voorrechten heeft die nu eenmaal passen bij het opperstalmeesterschap.

 

Er mag dan wel eens wat kritiek zijn op de beloftes die hij niet is nagekomen, hij weet dat zijn positie daar boven staat. Door het feit dat die voorrechten voor de wereld die geen weet heeft van wat er zich in zijn werkkamer en leefruimte afspeelt, wel een antwoord heeft op die vraag, zonder enige betekenis echter, want hij is de opperstalmeester. En niet alleen de opperstalmeester maar ook de woordvoerder van de hele bemanning van het grootste luchtkasteel ter wereld.

 

Andere opperstalmeesters moeten zich af en toe zorgen maken over hun positie, maar hij niet. Hij is een burger boven alle verdenking door de steun van zijn bemanning, waarvan sommigen slechts in schijn zijn woorden en daden bekritiseren, omdat zij nu eenmaal aangeduid zijn, door hun onderstalmeester, om het niet eens te zijn met de opperstalmeester. Dat zij enkel tijd moeten winnen om te kunnen opvallen, voor hun achteropvliegend luchtkasteel Ook zij beseffen dat raken aan het systeem inhoudt dat het grootste luchtkasteel dan lucht verliest en elke lek, hoe klein ook, een grote wordt, en een grote garandeert een crash, meer dan een crash, a car wreck. Elk wrak valt eigenlijk op te lappen, zodat het applaus oogst en boegeroep kan opleveren om hun hindernissenspel.

 

Wat zou hij zich zorgen maken over zijn positie als alles maar schijn is, en de massa, wegens de domheid van zijn eigen gewicht, blijft samendrommen om een glimp van hem op te vangen en denkt dat hij naar hen wuift, terwijl hij gewuifd heeft omdat een cel van de software die bij de eerste gedachte om opperstalmeester te worden bij hem actief is geworden, de cel van het wuiven is. Het gebeurt dat hij dat wuiven beu is, alles went, zelfs alcohol en comfort, maar de automatische piloot activeert het gebaar, zodat het beu worden geen zuur in de maag oplevert.

 

Eenmaal de ogen weer geopend weet hij dat hij over een kwartier weer moet wuiven. Zal hij knielen of buigen voor de paus, hij de opperstalmeester van het grootste luchtkasteel ter wereld? Hij zal zeggen, ‘Nice to see you. I’m happy to be here, master of heaven and hell. Many thanks, latin man?’ Over de toespraak die volgt hoeft hij zich geen zorgen te maken, een staljongen is verantwoordelijk voor de overhandiging van de toespraken in de juiste volgorde.

 

Maar goed. Hij weet, over een paar dagen ben ik thuis, doe mijn schoenen uit, mijn kostuum, trek een joggingpak aan, val in mijn divan en grijp in een automatisch gebaar naar de zapper en zie hoe ik het volk kan inpakken, en het volk zich gewillig laat inpakken. Zo is nu eenmaal elke bevolking, zal hij denken, dat in luchtkastelen gelooft en wuift naar de opperstalmeester. Of hij nu groen ziet, blank, oranje, geel, grijs of zwart. En daarom moet ik morgen weer op stap met mijn luchtvoertuig, wuiven en toespraken houden waarvan ik een kast vol heb. Er moeten slechts wat sleutelwoorden en naamwoorden aan veranderd worden. Maar daar zorgt zijn gescreende staljongen wel voor.

 

En met de paus die hem op de televisie voorgaat naar zijn werkvertrek, valt de opperstalmeester in slaap, en hoog boven de wolken van zijn slaap komt Billie Holiday naderbij, al zingend op sarcastische toon: ‘They can’t take that away from me.’

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
27 mars 2014 4 27 /03 /mars /2014 14:53

 

De-essentiele-Martinus-Benders.jpg

Martijn Benders (° 1971) is een interessant (alleen al omwille van een titel als Haydar gaat naar Istanbul om een pauw te kopen) dichter. Hij is ook erg tegendraads. Dezer dagen verscheen, als deel 3 van de Canonreeks van Uitgeverij Stanza (waarvoor dichters zelf hun eigen tien beste gedichten mogen kiezen – eerder waren daarin Chrétien Breukers en Nanne Nauta te gast), De essentiële Martinus Benders. Ik wil het hier niet over ’s mans poëzie hebben, maar zijn eigenaardigheden even voor het voetlicht brengen. Zo bestaat zijn persoonlijke website uit hoop en al één pagina. Datzelfde geldt voor de webstek van zijn Fonds der Kritiek, waarnaar hij achterin zijn nieuwe boekje verwijst. Benders bewijst zijn eigenzinnigheid nog maar eens met de omslag daarvan: die is gespiegeld! Gevoel voor humor heeft hij ook.

Bloemlezen-verboden-.JPG

Op de laatste bladzijde van De essentiële Martinus Benders staat:

Dit is een bloemleesvrije publicatie. Uit dit werk mag niet worden gebloemleesd, nu niet en in de toekomst niet, ook niet als de auteur hiertoe toch toestemming verleent. Help mee een bloemleesvrije toekomst te creëren en steun het Fonds der Kritiek – voorvechters voor duurzame literatuur en een canonvrije maatschappij. Waarop hij na een witregel besluit met De dichtbundel is de iris van de participatiesamenleving.

Ik mag Martijn Benders wel….

Bert BEVERS

www.martijnbenders.nl

www.fondsderkritiek.nl

Partager cet article
Repost0
27 mars 2014 4 27 /03 /mars /2014 12:00

 

In samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL) organiseert dichteres Nicole Van Overstraeten volgende week een dameslezing in artistiek café Den Hopsack. Volgende schrijfsters lezen uit hun recent werk: Christina Guirlande, Melissa Leboeuf, Lut Natens, Annmarie Sauer, Ann Van Dessel en Renée van Hekken.

Donderdag 3 april, 20u30 (stipt), Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24 te Antwerpen. Inkom gratis.

Partager cet article
Repost0
26 mars 2014 3 26 /03 /mars /2014 04:17

 

Streuvels.jpg

Over de heropening van museum Het Lijsternest in Ingooigem, het huis van Stijn Streuvels, is een hele polemiek ontstaan.

Het huis is eigendom van de provincie West-Vlaanderen en onderging een grondige restauratie. Op 24 april gaat het officieel opnieuw open. Dichter en essayist Hedwig Speliers (°1935) is die dag een van de vier gastsprekers en daar is blijkbaar – zacht uitgedrukt – niet iedereen gelukkig mee.

Streuvelszegel.jpg

De razend erudiete baron Andries van den Abeele (°1935) neemt geen blad voor de mond:

'De keuze voor Speliers is onvoorstelbaar. Speliers heeft boek na boek geschreven om Streuvels te kleineren, verkeerd voor te stellen en als een fascist of een suppoost van de nazi’s af te schilderen. Dit raakte allemaal kant noch wal en werd ook definitief weerlegd. Aan Speliers kleeft dan ook een smet die hem totaal ongeschikt maakt om op een officiële plechtigheid, in het huis van Streuvels dan nog wel, het woord te voeren.'

Zo ook historicus en Streuvelskenner Johan Roelstraete (°1941):

'Dat men uitgerekend Hedwig Speliers vraagt om te spreken bij de heropening van Het Lijsternest is dan ook een regelrechte provocatie en een kaakslag voor elke rechtgeaarde Streuvelsliefhebber.'

De familie van Streuvels geeft alvast forfait als de keuze voor Hedwig Speliers niet herroepen wordt.

*

Mijn geleerde en zeker niet van humor, ironie en heilzame zin voor relativiteit gespeende vriend Ludo Simons (°1939) gaf mij kopie van zijn brief aan het Provinciebestuur van West-Vlaanderen. Hij zet duidelijk de puntjes op de i.

Omdat ik het met hem volmondig eens ben, volgt hierna de integrale tekst van zijn brief.

Henri-Floris JESPERS

*

Ludo-Simons--foto-Bert-Bevers-.JPG

Ludo Simons (Foto: Bert Bevers)

Antwerpen, 21 maart 2014

Mijnheer de Gouverneur,

Dames en heren Gedeputeerden,

Dames en heren Provincieraadsleden,

 

Met zachte verbijstering heb ik kennis genomen van de uitnodiging tot de heropening van Het Lijsternest op 24 april a.s. Staat u mij toe dit kort toe te lichten.

Het zal u bekend zijn dat de eerste spreker, de heer Hedwig Speliers, zich sinds enkele decennia tot levensdoel heeft gesteld de reputatie van Streuvels door het slijk te sleuren en van hem een Hitlervriend en een aanhanger van het nazisme te maken. Zijn geschriften hierover werden door iedereen die kennis van zaken had – professoren als August Keersmaekers (Universiteit Antwerpen), Lode Wils (KU Leuven), Marcel De Smedt (KU Leuven), Tom Sintobin (Universiteit Nijmegen), een geleerd geschiedvorser als Andries van den Abeele, een journalist (en historicus) als Marc Reynebeau, een jonge onderzoekster als Ine Van linthout en vele anderen – als volstrekt irrelevant en van incompetentie getuigend van de hand gewezen, meer nog: als pogingen van iemand die door anderen neer te halen zichzelf van een lastig verleden wilde bevrijden.

Ik zou te veel van uw tijd in beslag nemen indien ik ook maar op de grofste laster van de heer Speliers aan het adres van Streuvels, die zich niet meer kon verweren, wilde antwoorden. Staat u mij nogmaals toe, (slechts) vier markante feiten uit het leven van Streuvels aan te halen, die zijn passief verzet tegen de niet aflatende Duitse opdringerigheid in de verf zetten.

  • Na 1935 heeft Streuvels halsstarrig geweigerd ook maar één voet op Duitse bodem te zetten, hoezeer zijn Duitse uitgevers daar ook op aandrongen.

  • In 1936 weigerde Streuvels naar Hamburg te reizen om de hem toegekende Rembrandtprijs in ontvangst te nemen.

  • In 1941 liet hij aan Jef van de Wiele, de leider van de DeVlag, weten dat hij met de collaborerende vereniging niets te maken had noch wilde hebben.

  • Nog in 1941 liet hij een hoge academische delegatie van de universiteit van Münster de bul van het hem toegekende eredoctoraat voorlezen voor een lege tafel in het Lijsternest, terwijl hijzelf was ‘ondergedoken’ bij zijn dochter.

Het moge duidelijk zijn dat niet velen in de positie van Streuvels, die in Duitsland sinds 1902 (!) een lezerspubliek had, de moed zouden hebben opgebracht om zich op deze wijze op te stellen tegenover de vertegenwoordigers van het Hitlerregime en hun handlangers in Vlaanderen.

Streuvels verdient m.i. dan ook een ander eerbetoon dan een toespraak in zijn eigen huis door iemand die van zijn ‘studieobject’ een weerloze prooi heeft gemaakt.

Dat de heer Speliers heeft aanvaard om op die plek en bij die gelegenheid als gastspreker op te treden, verraadt een totaal gebrek aan ethisch besef. Dat de uitnodiging aan hem werd gericht, en dat hij op de uitnodiging dan ook nog als ‘biograaf’ wordt voorgesteld, getuigt van een cynisme, waar ik geen woorden voor heb.

 

Met verschuldigde eerbied,

 

Ludo Simons

Emeritus hoogleraar Universiteit Antwerpen en KU Leuven

Lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten

Partager cet article
Repost0
26 mars 2014 3 26 /03 /mars /2014 02:25

 

GoudenStrop

Op 15 maart wees ik hier op een bericht van De Spanningsblog waaruit bleek dat het aantal ingezonden titels voor De Gouden Strop gedaald was. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek weigerde de lijst van de ingezonden boeken mee te delen. Ik vond dat verdacht en stelde de mijns inziens retorische vraag of de aanpassing van het reglement uitgevers deed besluiten af te zien van deelname dan wel minder titels in te zenden.

PeterKuijt.jpg

Mijn vermoeden wordt nu bevestigd door Peter Kuijt die een paar uur geleden onomwonden stelde dat het nieuwe reglement van de Gouden Strop “uitgevers parten speelt”.

'Het nieuwe reglement van de Gouden Strop heeft ertoe geleid dat uitgevers terughoudend zijn geworden bij het inzenden van thrillers. Sommige uitgevers zijn op de stoel van de jury gaan zitten en maakten vooraf een selectie. Dit blijkt uit een rondgang van De Spanningsblog langs uitgevers die in 2013 boeken instuurden voor de thrillerprijs.
De CPNB, die de organisatie van de Gouden Strop van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs (GNM) heeft overgenomen, heeft bepaald dat een uitgever voor elke thriller die hij wil laten meedingen naar de prijs 160 € 'inschrijfgeld' moet betalen. De uitgever van het winnende boek betaalt bovendien 1600 €. Het reglement is dit jaar ingegaan.'

Ziehier enkele reacties die illustreren dat sommige uitgevers op de stoel van de jury zijn gaan zitten (of in de toekomst zullen gaan zitten).

Uitgeverij Manteau trapte flink op de rem:

'Wij hebben een vijftal boeken ingezonden voor deze prijs, inderdaad wel een stuk minder dan het jaar daarvoor. Helaas willen wij liever niet de titels geven van de ingezonden boeken, omdat we daar eventueel auteurs mee voor het hoofd stoten.'

 

De Crime Compagnie heeft 'in overleg met de auteurs' vier titels niet opgegeven. 'Het ging hierbij om chicklitachtige thrillers. Gezien de winnaars van voorgaande jaren, heeft dat weinig zin.'

Uitgeverij ArtNik meldt dat de nieuwe spelregels 'tot de nodige discussies' heeft geleid en dat besloten werd slechts één titel te laten deelnemen. Ook uitgeverij De Leeskamer heeft 'na lang dubben' besloten slechts één titel in te sturen.

De Arbeiderspers had geen thrillers in het fonds die in aanmerking komen voor de prijs. 'Daarom zijn we nog niet in aanraking gekomen met de nieuwe spelregels. Maar we zullen zeker selectiever insturen als er een deelnamebedrag in rekening wordt gebracht, dat wel.'

Ellessy stuurde alle thrillers in ('om geen enkele auteur te benadelen'),'maar als we in de toekomst moeten bezuinigen nemen we wel in overweging om niet alle titels te laten meedoen.'

*

De Spanningsblog maakt vrijdagochtend 28 maart de longlist van maximaal twaalf titels bekend.

*

Tot slot een anekdote. Als jury-secretaris ontvangt Frank van den Auwelant de inzendingen voor De Diamanten Kogel. Hij weet te vertellen:

'In de brievenbus zat een nota van een pakket-bedrijf dat er twee pakketten voor mij in de klicko container zitten. En inderdaad de twee nieuwste inzendingen van Manteau' vond ik terug in de groencontainer.'

Henri-Floris JESPERS

http://spannings.blogspot.be

Partager cet article
Repost0
24 mars 2014 1 24 /03 /mars /2014 23:02

 

Remarque.jpg

Van bij zijn verschijning in 1929 was Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque een bestseller. Een jaar later al werd het verfilmd. Het succes had het boek te danken aan de keiharde en droge beschrijving van het leven aan het front. Het greep naar de keel. Honderd jaar na De Groote Oorlog heeft Luk Perceval er een theaterproductie van gemaakt, onder de benaming Front.

De titel slaat zowel op het Duitse als het Franse en Vlaamse front. De ellende was bij het ene leger niet groter dan bij het andere. Het boek was een romantische manifestatie tegen de oorlog, een aanklacht tegen het misbruik van jongeren. Op elke bladzijde heb je wel een knoert van een oneliner. Al tijdens de opleiding begint het besef bij de jongeren door te dringen hoe zinloos de oorlog is: ‘We leerden dat een gepoetste knoop belangrijker is dan vier delen Schopenhauer.’ In mei 1933, kort na de machtsovername door Hitler, werd het boek door de nazi’s in het openbaar verbrand. Hoewel de Führer zelf aan het Vlaamse front had gezeten, wilde hij niet dat de Duitsers beïnvloed werden door dit boek. Het werd afgedaan als Joodse leugens en antivaderlandsliefde.

Viertalige vertelling

Regisseur Luk Perceval heeft de droge en keiharde lijn van het boek aangehouden. Zijn enscenering is meer een compositie waarin de verschillende nationaliteiten aan bod komen, meestal vanuit eigen mening en stem, soms in samenspraak om te laten zien dat de soldaten aan alle fronten de zinloosheid van de oorlog beseften: ‘Net zo toevallig als je wordt geraakt, blijf je in leven.’

Om het boek uit zijn Duitse hoek te halen heeft Perceval er een viertalige vertelling van gemaakt. De vertellers staan op een rij, in het gelid, op enkele momenten na, bijvoorbeeld wanneer er een [waar gebeurde] voetbalmatch is met soldaten van beide oevers van het front. Een alternatieve protestactie.

De muziekscore

Even indrukwekkend dan de tekst en de enscenering is de muziekscore. Componist en instrumentenbouwer Ferdinand Försch slaat er flink op los op dunne stalen platen die bewerkt werden met een product of waarop buisjes voor het echo-effect werden gekleefd. Hij kan op een machtige wijze gevoelens en realisme combineren naar intiem spel, die de drukkende stilte voor een nieuw offensief weergeeft of een gedachtegang ondersteunt: ‘Wat zullen onze vaders doen als wij op een gegeven moment in opstand komen en rekenschap van hen verlangen.’ Bij momenten bracht de muziek [als je het muziek kan noemen], Wellingtons Sieg [op.91] van Ludwig Van Beethoven in herinnering, wat je ook al niet een ‘klassieke’ compositie kan noemen. Net zoals Where have all the flowers gone van Marlene Dietrich, een lied over de jongeren die met een bloem in de loop van het geweer vanuit Berlijn naar het front trokken in strak zittende uniformen.

Een moddergevecht

Het bezoek aan de begraafplaatsen van het Westelijke front is al indrukwekkend. De voorstelling Front  doet daar door het pakkende gevoel nog een schepje bovenop. Door projecties van foto’s en films op het achterdoek van verminkte soldaten, dorpsruïnes, explosiewolken en dagenlange slagregens. De Groote Oorlog was een moddergevecht in al zijn betekenissen. Bij de dood van een klasgenoot na een mosterdaanval blijft men nauwelijks stilstaan na maanden, jaren van wonen in loopgraven en leven met ratten: ‘Wat heeft hij er nu nog aan dat hij op school de beste was in wiskunde.’

Zowel in het boek, de film als in de voorstelling wordt duidelijk dat de Groote Oorlog de eerste oorlog was waarin de kleine man een offerdier in een slachthuis is en de hogere officieren niet mee op het slagveld staan.

Iedere grote keizer moet minstens één oorlog hebben, anders wordt hij niet beroemd. Kijk maar in de schoolboekjes.’

Extreem pacifist

De productie is inktzwart, maar met een paar luchtige momenten, al accentueren ze eerder de ellende dan de liefde. Dat is ongetwijfeld de bedoeling geweest van Luk Perceval, een extreem pacifist. Hij wordt al depri van het zinloos claxonneren in het verkeer op straat, dat hij als een daad van agressie beschouwt.

Al zijn producties zijn barricaden en betogingen. De voorstelling zal de goesting om het boek te lezen doen toenemen. Terecht. Een voorstelling is een goedaardig propagandamiddel en Front een meesterwerk. Hij verdient onder prijzen te worden bedolven. En na afloop, wanneer een kreunende stilte in een duistere ruimte opduikt, staande ovaties. Als contramuziek tegen een zoveelste oneliner uit de voorstelling: ‘Er fiel an einem Tage, der so ruhig und still war an der ganzen Front, dass der Heeresbericht sich nur auf den Satz beschränkte, im Westen sei nichts Neues zu melden.’

Guido LAUWAERT

 

FRONT – productie Thalia Theater Hamburg en NTGent – regie Luk Perceval – www.ntgent.be

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche