Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
13 février 2014 4 13 /02 /février /2014 18:23

 

BrunBoek.jpg

Straks om 20 uur wordt in De Studio te Antwerpen Dansen op een vulkaan. Victor J. Brunclair / Schrijver in een bewogen tijd van Dieter Vandenbroucke voorgesteld. Zeer tot mijn spijt ben ik door dwingende omstandigheden verhinderd de presentatie van dit in alle opzichten meesterlijk boek bij te wonen.

Dieter Vandenbroucke (°1980) studeerde moderne geschiedenis en schreef aan de Universiteit Antwerpen een doctoraat in de letterkunde over Victor J. Brunclair. Zijn promotor, prof. dr. Kris Humbeeck, heeft als inspirator beslissend bijgedragen tot de ontginning van de 'activistische tegentraditie' – een concept dat sinds het proefschrift van dr. Matthijs de Ridder (2009) burgerrecht heeft verworven.

Victor-Brunclairstraat--c-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

Brunclair mag dan vereeuwigd zijn met een straatnaam in Antwerpen, hij bleef tot kort geleden geheel ten onrechte in de verpletterende schaduw staan van Paul van Ostaijen. Brunclairs kritisch werk uit de jaren twintig van vorige eeuw verdient zonder meer gebundeld te worden.

Het ontstaan van het proefschrift van Dieter Vandenbroucke heb ik destijds gevolgd, en zijn doctoraat heb ik uiteindelijk met meer dan geboeide belangstelling gelezen. Tijdens zijn onderzoek deed hij immers belangrijke ontdekkingen die nieuw licht brengen over leven en werk van Brunclair.

Nu ben ik al een paar dagen de publicatie in boekvorm aan het lezen en opnieuw valt het mij eens te meer op hoe gedreven maar niet minder secuur Dieter Vandenbroucke te werk ging.

Ik ben het volmondig eens met historicus Bruno DeWever:

'Met literaire en historische panache neemt Dieter Vandenbroucke de lezer mee langs het kronkelige levenspad van het enfant terrible in de wereld van een een radicaal Vlaamsgezinde linkse tegentraditie.'

Brunclair overleed in een Duits concentratiekamp en ging de geschiedenis in als de 'enige Vlaamse martelaar van het vrije woord' tijdens de bezetting. (Ook Kamiel Top werd als verzetsman opgevoerd. In beide gevallen gaat het echter om een tragisch misverstand. )

In feite was de idealistische en egocentrische Brunclair 'martelaar voor een dagdroom'.

Een absolute correctie op het dominante verhaal over de Vlaamse culturele en literatuurgeschiedenis. Ten zeerste aanbevolen!

Meer voor de abonnees in een volgende aflevering van de Mededelingen van het CDR.

Henri-Floris JESPERS

Dieter VANDENBROUCKE, Dansen op een vulkaan. Victor J. Brunclair / Schrijver in een bewogen tijd, De Bezige Bij Antwerpen, 2013, 585 p., geb., 34,95 €.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
12 février 2014 3 12 /02 /février /2014 19:36

 

DSC09157.jpg

In de vertrouwde locatie van Taverne Rochus, waar de vriendenkring nu reeds 17 jaar maandelijks samenkomt was op 28 januari auteur en historicus Staf Schoeters te gast. Daar Staf niet voor de eerste keer in Exlibris kwam, wisten we reeds dat hier een rasechte verteller aan het woord zou komen. Nu er de laatste tijd zoveel boeken, artikels, films en televisiereeksen het licht zagen nam de schrijver ons mee op zijn zoektocht naar een manier om op originele wijze de geschiedenis van de wereldoorlogen te benaderen. Voor zijn historische boeken over Wereldoorlog I en II bezocht hij honderden kerkhoven in Vlaanderen en Wallonië, maar ook in Luxemburg, Frankrijk, Duitsland en Engeland. Zijn partner Bib Serneels maakte honderden foto’s aan de hand waarvan Staf Schoeters een samenstelling van historische feiten en anekdotes samenschreef tot boeiende en vaak ontroerende verhalen.

Voor een derde boek verzamelde Staf postkaarten die verschenen tijdens Wereldoorlog I. Zo ontdekte hij dat tijdens de eerste WO I een groot deel van de oorlogspropaganda gevoerd werd via postkaarten. De prentbriefkaart was ook de voornaamste band tussen militairen en het thuisfront. De auteur koos 303 van de meest markante postkaarten die hij samenbracht in een boek en voorzag van boeiende achtergrondinformatie.

Joke VAN DEN BRANDT

 

Foto’s: Frank Ivo van Damme

DSC09238.jpg

 Exlibris-voorzitter Dr Paul Hoffbauer

DSC09232.jpgProfessor Walter Simons

DSC09197.jpgFrank De Vos en Will Jenssen

DSC09167.jpgBib Serneels

DSC09347.jpg

De eerste Wereldoorlog toen en nu” in monumenten en begraafplaatsen

ISBN 978 90 5826 824 2

De tweede oorlog toen en nu” in monumenten en begraafplaatsen

ISBN 978 90 5826 942 2

Het Ansicht van de Grote Oorlog” WO I in 303 postkaarten

ISBN 978 90 5826 929 4

Uitgeverij Davidsfonds

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
10 février 2014 1 10 /02 /février /2014 19:51

 

DSC09349.jpg

Haast u naar de boekhandel om het fantastische boek Sugar van Serge Baeken (broer van Vitalski) te kopen. Nadat het boek een overrompelend succes had op het Strip-en Animatiefestival te Angoulème (Fr) werd de Nederlandse versie vorige week voorgesteld In Café “De nieuwe Linde” te Antwerpen . Ook hier had Serge handen te kort om opdrachten te schrijven voor de vele aanwezigen. Er staat bijzonder weinig tekst in het boek over Sugar. Nadat hij gedurende acht jaar aan verschillende verhaallijnen voor het boek had gewerkt koos Serge uiteindelijk voor een nieuwe experimentele uitvoering. In een stramien van zes maal vier vierkantjes per blad toont hij het leven van het gezin Baeken, gezien door de ogen van een kat. Het is een meeslepend, teder, komisch, soms hilarisch en ook triest verhaal dat zeer herkenbaar is voor elke poezenliefhebber.

JvdB

DSC09350.jpg

Uitgeverij Blloan (een label van uitgeverij BallonMedia)

ISBN 978-94-6210-090-9

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans STRIPS - BD
commenter cet article
10 février 2014 1 10 /02 /février /2014 14:00

 

Ilona.jpg

Werkloosheid wordt het sterkst ervaren in de stad. Daar slaat de eenzaamheid genadeloos toe. Vrienden verdwijnen en verhoudingen verpoeieren. De mens is op zichzelf aangewezen, maar wat is de mens zonder functie of betekenis in de maatschappij? Hij is een wegwerpproduct. Zo denkt de werkende mens er over, net als zijn collega’s die in hetzelfde schuitje zitten. Maar ook hijzelf. Wie niets heeft is ook nergens. De stad is voor hem een begraafplaats waarin hij zijn eigen graf graaft.

 

Dat is wat regisseur Sebastian Nübling duidelijk wil maken in deze productie van de Muencher Kammerspiele, met als coproducent de Brusselse KVS. Wat heet coproducent? Het inhuren van een productie voor een week? Een echte coproductie is een productie waar beide gezelschappen een wezenlijke artistieke inbreng hebben. Dat is met Ilona. Rosetta. Sueniet het geval. Meer dan het ophoesten van een smak geld en een receptie na de Brusselse première heeft het niet moeten doen.

 

Sebastian Nüblin heeft voor deze productie leentjebuur de bliksem gevonden bij drie films. Drifting Clouds van Aki Kaurismäkis, Rosetta van de broers Dardenne en Sue van Amos Kolleks. Ze gaan over drie vrouwen die hun werk verliezen, vervolgens wegens huurschulden uit hun flats worden gezet en door het verlies van maatschappelijk houvast ook geen recht hebben op sociale steun. De regisseur heeft de situaties van de drie vrouwen geklutst tot één panklare schotel. Het resultaat is een opeenstapeling van clichés, het in herhaling vallen van steeds maar weer dezelfde ellendige toestanden, prostitutie à la carte en de aftakeling van de eigenwaarde. Alles voorspelbaar en typisch voor elke sociale crisis, de hele industriële geschiedenis door. Van de uitvinding van de gloeilamp tot die van de microchip.

 

De stad speelt in deze productie een cruciale rol. Meer dan een gissing is het helaas niet. Zet de laagste sociale klasse in de KVS, laat ze naar deze voorstelling kijken en zelfs zij zullen beamen dat het zo is, dat wat getoond wordt hun maar al te goed bekend is. Dat er niks nieuws verteld wordt, geen verrassing is, geen engagement van de hogere klasse, au contraire, dat hun ellendig lot nog eens extra wordt getoond. Een belediging op de vernedering is. Dat er misbruik gemaakt wordt van hun situatie. Dat het bedrag voor deze voorstelling beter besteed was met dagelijks, zolang er een cent in de kassa zit een kom soep en stuk brood een sterker teken van sociale bekommernis was geweest dan deze productie.

 

De regie mist verrassing en de dramaturgie is puberaal. Kaalheid kan kunst zijn, maar in deze vorm is het een vormgeving zonder warmte of scherpte. Toppunt van waardeloosheid is het herhalen van de herhaling. Wat we weten moet niet getoond worden. Wel de extra lagen van het weten. De eerste tien minuten krijgt de toeschouwer een impressie zoals die in stadschilderijen van Edward Hopper zit. Blikken zonder beeld, kale gevoelens, doodenge stillevens. Maar daar blijft het bij. Wat volgt is een verwelken van wat Hopper zo treffend wist te portretteren en die je kan raden zonder dat er een gids of verklarend artikel bij te pas komt.

 

De redding van dit wangedrocht wordt geleverd door het spel van de spelers. Zij slagen erin, door hun hoge acteurskwaliteit, de aandacht van de toeschouwervast te houden. Op het randje. Want als de toeschouwer aanvoelt dat zelfs de spelers zich concentreerden op elkaar en niet op het verhaal, is het voor hem duidelijk dat het concept tijdvervuiling is en de voorstelling ruimtebeschadiging.

 

Een toegangskaartje voor Ilona. Rosetta. Sueis verspild geld. Quotatie: te mijden. Een zoveelste voorbeeld hoe de KVS geen artistiek beleid heeft, geen visie en niet beantwoordt aan zijn doel in het theaterdecreet. Niet alleen de artistiek directeur is hier verantwoordelijk voor, maar de hele raad van bestuur. Dit toelaten, en dit beleid duurt al enkele jaren, bewijst de desinteresse van de leden in het verval van wat het kroonjuweel van de Vlaamse stadschouwburgen zou moeten zijn.

Guido LAUWAERT

 

ILONA. ROSETTA. SUE – productie Muenchner Kammerspiele, coproducent KVS Brussel – nog tot 15 februari in KVS-Bol – www.kvs.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
9 février 2014 7 09 /02 /février /2014 16:54

 

223224blog.jpg

De abonnees hebben ondertussen de jongste aflevering van de Mededelingen van het CDR ontvangen (nummer 223-224, gedateerd 31 januari): poëzie van Kris Geerts, proza van Guido Lauwaert, kritische beschouwingen van Bert Bevers, Hendrik Carette, Lukas De Vos, Guido Lauwaert en Erick Kila, alsmede een uitgebreide rubriek 'Door de leesbril bekeken'.

In het redactioneel schrijft hoofdredacteur Henri-Floris Jespers o.m.:

Gisteren werd Stijn Vranken als zevende stadsdichter van Antwerpen geïnstalleerd (zie de bijdrage van Bert Bevers in de rubriek “Door de leesbril bekeken”). Vranken studeerde productontwikkeling.

'Op het eerste gezicht staat dit mijlenver van poëzie. Maar zo voelt dat niet voor mij. Een gedicht is in zekere zin ook een product. Het omgekeerde kan evengoed: sommige reclameboodschappen zijn zo goed dat je ze als poëzie kan beschouwen.'

De dadaïsten, maar ook Willem Elsschot, Nic van Bruggen en Paul Snoek waren het daar ongetwijfeld mee eens.

Binnenkort zal elk gehucht in Vlaanderen gezegend zijn met een officiële plaatselijke bard. Ondertussen heeft België alvast een “Dichter des Vaderlands” ofte “Poète national” – waarover meer in de volgende aflevering.

De Franse schrijver François Cavanna (°1923), stichter van de epoque makende satirische tijdschriften Hara-Kiri en Charlie Hebdo, auteur van Les aventures de Dieu, overleed op 29 januari. Zijn treffende typering van le Professeur Choron blijft in mijn geheugen gegrift: “Quelle aristocratie dans la vulgarité”...

*

Een aantal Vlaamse of Nederlandse blogs worden (al dan niet terecht, dat is een kwestie van persoonlijke mening) betoelaagd. Wij zijn echter van mening dat geen enkele “officiële” commissie bevoegd is om daarover te oordelen en hebben dus nooit een aanvraag ingediend. En wij volharden in de boosheid. De lezer is koning.

Op de blog 'Mededelingen' werden in januari 2014 31 geïllustreerde bijdragen gepubliceerd en 6157 lezers geregistreerd. Sinds de start op 26 januari 2008 werden 2241 bijdragen gepubliceerd en 463.386 lezers geteld.

Het volstaat dat u op www.mededelingen.over-bog.com de rubriek “Newsletter” (kolom rechts) invult en u wordt automatisch per e-mail gratis op de hoogte gesteld van elke nieuwe publicatie.

*

Het tijdschrift Mededelingen van het CDR gaat uitsluitend naar de abonnees (PDF re-mail). Het abonnementsgeld bedraagt 6 € per maand.

De volgende aflevering verschijnt eerlang.

Proefnummers en abonnementen: karin@lebacq.be

*

Redactioneel adres: hfj@skynet.be

*

Het voortbestaan van ons platform en bijhorende publicaties is geheel en uitsluitend van onze lezers afhankelijk.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
9 février 2014 7 09 /02 /février /2014 12:42

 

Cinema-Trivia---Erich-Maria-Remarque.png

Erich Maria Remarque

Een meesterwerk is beslist Im Westen nichts Neues (1929) van Erich Maria Remarque (1898-1970), meermaals verfilmd als All Quiet On The Western Front. Remarque vocht zelf in de Eerste Wereldoorlog, en werd meerdere keren gewond. Hij wist waarover hij schreef dus.

Minder bekend is dat hij ook een roman schreef die zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelt: Zeit zu Leben und Zeit zu Sterben (1954). Die werd in 1958 verfilmd als A Time to Live and a Time to Die, door Douglas Sirk (1900-1987).

Over deze rolprent zijn heel wat trivia te melden. Dat Douglas Sirk eigenlijk een Deen was bijvoorbeeld, die oorspronkelijk Detlef Sierck heette.

Dat hoofdrolspeler John Gavin (82), die Ernst Gräber vertolkt, onder Ronald Reagan van 1981 tot 1986 Amerikaans ambassadeur in Mexico was en momenteel een gefortuneerd zakenman is.

Dat Keenan Wynn (die de sheriff speelde in Sergio Leone’s Once Upon a Time in the West) er in meespeelt, en Jock Mahoney (die later, toen hij nota bene reeds 41 was, in de huid van Tarzan kroop). Ook aardig te melden dat deze film de eerste is waarin de naam Klaus Kinski (hij speelt een naamloze Gestapo-officier) op een titelrol verscheen.

Cinema-Trivia---Erich-Maria-Remarque-en-John-Gavin.png

Erich Maria Remarque en John Gavin

Maar het meest bijzondere is toch wel dat Erich Maria Remarque (die trouwde met Paulette Goddard (bekend uit onder meer Modern Times en The Great Dictator, en eerder gehuwd geweest met Charles Chaplin en Burgess Meredith) zélf in deze productie als acteur opduikt. Hij speelt de rol van Professor Pohlmann. Het is de enige film waarin hij ooit speelde.

Zeit zu Leben und Zeit zu Sterben is niet zo’n meesterwerk als Im Westen nichts Neues maar een redelijk goeie film. En (in de Duitse versie) volledig te bekijken dankzij YouTube:

http://www.youtube.com/watch?v=LQxN3yEExZ8

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans cinema
commenter cet article
8 février 2014 6 08 /02 /février /2014 11:44

 

Lecompte-baldadige.jpg

De bundel van Delphine Lecompte telt vijf delen en een epiloog. In tegenstelling tot haar vorige bundels werkt ze vanuit een observatie om tot een conclusie te komen. Vertrouwde vorm. Met de waarneming gaat ze op de loop, als wil ze haar dagelijkse geschiedenis vertellen zoals ze die waarneemt. Elke nieuwe dag is een nieuwe geschiedenis, maar met dezelfde rituelen en mechanismen. Ze tracht die te doorbreken met een voorgebakken luciditeit. De tijd van waanzin heeft Lecompte al ver achter zich gelaten, maar ze tracht hem te reconstrueren. Het is een manier om de sleur van de gemeenschap en de burgerlijke setteling die zich voortdurend opdringt te weerstaan.

De gedichten van Lecompte zijn artificiële dagdromen. Waren haar gedichten in vorige bundels spontane explosies, in De Baldadige Walvis ontmijnen ze de bommen uit haar woest verleden. Wat lucide was is nu vaak krampachtig geworden, vooral als haar vader en moeder, afzonderlijk wegens een gescheiden leven, verschijnen. Toch wordt de lezer vaak verrast. Als zij van de buitenwereld het binnenbestaan induikt. Dan vermoordt zij de heiligheid en herrijst die in de boosheid. Omdat zij doodmoe is van het geknoei van de maatschappij. Haar muze, de oude kruisboogschutter, is haar afleidingsmanoeuvre, haar virtuele bodyguard, bovendien de man die haar ijdelheid verzorgt en onderhoudt. Ze bekent het, eerlijk en oprecht, niet onder maar achter de verwijzingen naar hem.

Lecompte verpakt haar aangeboren venijnigheid in een hinkstapsprongtaal. Bij de voordracht zorgt die voor hilariteit, mede door haar gepoederde puberale stemgebruik, annex lichaamsmechaniek. Zonder de theatrale trucs valt aan te raden haar gedichten met mate te consumeren. Het is dus beter, en hier spreekt de criticus als dokter, slechts één gedicht per dag te nemen en in het weekend geen. Zoals elke gedicht voor haar een afkickproces is, is dat ook het geval met de lezer als consument.

Overdaad, daar is waar Lecompte moet op letten. Ze schrijft dagelijks en is door haar succes minder kritisch geworden. Dat levert een teveel aan Me, myself and Iop. Daarenboven heeft ze van elke leugen, en daar wemelt het van in haar gedichten, een woordgrapje gemaakt. Charmant maar ambetant. Ik heb haar door, denkt de lezer, en slaat het blad om.

Toch blijft haar poëzie behoren tot de origineelste van de 21steeeuw in de Nederlanden. Dat vraagt om meer. Ze zou echter zelf de kracht moeten opbrengen de lezer niet te verwennen. Want dat doet ze met De Baldadige Walvis. Schoonheid, namelijk, is net als alcohol of comfort, je went eraan. Poëzie mag wel een walvis zijn, maar geen baldadige.

Als voorbeeld is een gedicht gekozen zonder ‘ik’. Het is een pareltje, in een zee van mossels in hun menopauze, haaien zonder vinnen, kreeften met botte scharen en zeepaardjes op hun retour.

 

Zo word je een kind

 

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:

Hol naar het dichtstbijzijnde bos

En laat je adopteren door wolven

Ook al kun je INSECT al spellen, en op de valreep NEILPAARD

Het is beter laat dan nooit, en je bent nog maar zeven.

 

Wolven zijn laat happig om kinderen aan te nemen

Zolang de kinderen niet te veel noten op hun zang hebben

En bereid zijn de waarschuwingsfabels van hun ouders achter te laten

En hun twistzieke zussen, en hun aanstellerige namen, en hun brevetten En de dommige dashond, en de pedofiele tuinman, en het vlindernet, en de waterput.

 

Nu ben je een kind geworden dat een wolvenfamilie kan verzinnen

Het hoeft niet te stoppen in het bos, je moet je niet beperken tot wolven

Je kunt ook naar de Zee en onder de hoede van de onstuimige Neptunus

Slierten kweken, zeepaardjes berijden en baarzen belazeren

Of naar de steppe om je te laten koesteren door korzelige kamelen.

 

Zo word je een kind dat graag wordt gezien:

Ga naar het hoenderhok, strooi granen in het rond

En laat de achteloze kippen je toekomst voorspellen

Ze komen uit hun hok en ze zijn gulzig

Dat kan maar 1 ding betekenen: het wordt een verrukkelijk leven!

 

Guido LAUWAERT

 

Delphine LECOMPTE, De baldadige walvis, Antwerpen, De Bezige Bij , 239 p., 15,95 €

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
7 février 2014 5 07 /02 /février /2014 11:15

 

Wij-totale.jpg

De bundel van Peter Verhelst telt acht cycli, waarvan 'Totale vlam' de eerste en de langste en 'Wij' een tweeluik is. Tussen beide staat een lang gedicht … 'Nooit was en zal zijn'. Het lijkt wel alsof Verhelst even de pauzeknop heeft ingedrukt want het tweede luik sluit aan op het eerste. In het eerste deel staat de vrouw centraal en is de man getuige, in het tweede reflecteert de man op de tijd tussen hen beiden. Is die kort, lang geweest? Verhelst is daar niet duidelijk over, omdat de tijd geen rol mag spelen. De stille tederheid overwint, vanuit een introspectie.

Verhelst zegt in deze gedichten, maar ook in de andere van de bundel, wat hij moeizaam tot niet kan zeggen in de conversatie met de medemens. Hij is een man die zijn woorden wikt en ongeschikt bevindt. Soms zegt hij ze toch, een mens is nu eenmaal verplicht te spreken, gezien de maatschappelijk omgeving waarin hij vertoeft, maar Verhelst stottert geestelijk. Zijn gestotter is voor hem een vorm van beleefdheid. Hij houdt niet van grote woorden, wel van afgebroken gedachten. Ze wandelen de adem, woordvoerder van de innerlijke stem, in en uit, maar behouden een dunne, breekbare tred, die langs de rivier van de herinnering wandelt.

De rivier, symbool voor de levensloop in lichaam en geeft, in daad en contradaad. Opmerkelijk is de aanwezigheid van water in zijn poëzie. Het water als een vuur. Water en vuur, de tweeling van de zon. Maar de vuurbal van Verhelsts zonnestelsel implodeert in elk gedicht. Het maakt dat de lezing eist om herlezing. De lezer ziet wat er staat, maar pas na herlezing krijgt hij een beeld van wat er dieper en dieper in het staan staat.

De poëzie van Peter Verhelst is helder als een bergmeer en toch zie je de bodem niet. Bewust. Een vermoeden is meer dan voldoende, al hoeft zelfs dat niet. Gewichtloosheid is de oerwil, zwaartekracht gewurgd.

Wij totale vlam is een bundel voor de windstille momenten. Wie snel wil lezen valt. Wie de onmetelijke tijd neemt, vindt het groene zeewier.

De gedichten van Peter Verhelst zinken en zweven in het menselijk gemoed.

 

We moeten in beweging blijven – waarom zwoegen we anders elk

in onze kleine olieblauwe kajak uit de riviermond naar zee

tot we eerst geen land en daarna geen vogels meer zien?

 

We staan in ons mangat als mast en houden onze jas

als een zeil open, samen vormen we geen groot schip.

 

We hadden nooit kunnen denken deel uit te maken van een zon

aan de overkant van wat we kennen.

 

Het is vermoeiender dan gedacht

elkaar niet uit het oog te verliezen – ons geschreeuw weerkaatst

tegen onzichtbare bergen.

 

Het is koud en helder als glas ’s nachts.

 

Ik heb geprobeerd in contact te blijven

[schoof mezelf als een antenne uit],

 

maar

de stilte

totaal

de stilte.

[eerste pagina van het lange gedicht 'Blauwe kajak / Eiland Sandy]


Guido LAUWAERT

Peter VERHELST, Wij totale vlam, Amsterdam, Prometheus, 64 p., 15 €

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
6 février 2014 4 06 /02 /février /2014 02:44

 

Mon but dans la vie : aujourd’hui. Mon but aujourd’hui : maintenant.

Marcel Mariën, La Licorne à cinq pattes

 

Denkend aan de Brugse weefkunstenares Corinne Toussein (°Brugge, 1942 – Tielt, 2012) denk ik verbijsterd aan het krachtige en prachtige Franse verleden deelwoord abasourdi want Corinne was zo mooi en zo jong toen ze nog jong en mooi was en nu bij haar dood ben ik echt verbijsterd, want ze was al zo verrimpeld en verschrompeld.

*

Het boek De soldaat Johan van Filip de Pillecyn maakte van mij al heel vroeg een soldaat in dienst van een verboden en al bij voorbaat verloren staat.

*

De repressietijd : Toen Dr. August Borms werd gefusilleerd in de kazerne van Etterbeek luisterde Stijn Streuvels naar de zanglijsters in de haag van zijn Lijsternest. Hij kon allicht niet anders, of ook hij werd gearresteerd.

*

De tijdsgeest : Toen Charles Baudelaire zijn haar groen liet verven, las Guido Gezelle hier zijn brevier.

*

Ik geloof dat die maarschalk en prins; Prince de Ligne, of gewoon met zijn naam Charles-Joseph de Ligne (Brussel, 1735 – Wenen, 1814), een poosje mijn nieuwe nachtvriend wordt… Zijn boek Pensées & Fragments (Paris : Arléa, 2000) met een kort voorwoord van Madame de Staël ligt al weken op mijn nachttafel en ik blijf almaar lezen en bladeren in dit zeer curieuze boekje. Wat een hoogverheven humor! Wat een hooghartige geest en wat een hoge figuur (een nobiljon pur sang ) die tot het einde van zijn leven loyaal bleef aan de Oostenrijkers. Eén voorbeeld van één van zijn vele geestige gedachtesprongen : Pour ridiculiser le premier auteur bourgeois qui écrirait contre la noblesse, il faudrait le faire baron. Il y serait pris, et l’homme d’esprit deviendrait le plus fier des barons.

*

Ik ben helaas geen vrijmetselaar en ook geen joodse kosmopoliet, maar de weinige echte (geen valse broeders) vrijmetselaars (de meesten van het Groot-Oosten) die ik persoonlijk goed heb gekend of enkele keren ontmoet waren elke keer weer toch zeer bijzondere burgers die mij zeer genegen waren.

*

Twee keer heb ik nu al de film Melancholia van de Deense regisseur en cineast Lars von Trier mogen zien met de mooie Kirsten Dunst en de minder mooie maar charmante Charlotte Gainsbourg, met Charlotte Rampling en Kiefer Sutherland. Ondertussen schuift ook voor mij de planeet Melancholia almaar dichter en dichter bij onze aardedonkere aarde.

*

Binnenkort reis ik met de trein naar Aken of Keulen om daar in een boekhandel te zoeken naar één boek : Das Reich der niederen Dämonen van Ernst Niekisch. Wedden dat ik het zal vinden? Een literaire criticus moet altijd ook een beetje een literaire detective zijn. En uiteraard koop ik daar dan in een krantenkiosk het weekblad Junge Freiheit. De naam en de faam van deze Duitse nationaal-bolsjewist blijft mij achtervolgen en fascineren.

*

Hoe komt het toch dat dat wondermooie Afrikaans van de blanke Afrikaners en de bruinmense zo klank- en kleurrijk klinkt in onze oren? Ik weet het : omdat het lijkt op het Zeeuws-Vlaams, maar dan minder gezouten en minder gepekeld. Dadelijk klaar voor oraal gebruik. En sappig en succulent als een tropische vrucht in de Karoo, in Stellenbosch, in Paarl of in het oude Oudtshoorn.

*

Onlangs was ik even voor een paar dagen in Parijs en bezocht er voor het eerst het huis Carette op de Place du Trocadéro. Een vreemde ervaring : je ziet overal je eigen Franse familienaam en toch ben je daar incognito…Ik dacht aan de dichter Paul Celan die hier ergens in 1970 in Parijs in het koude water van de Seine sprong en aan de Luikenaar Georges Simenon die het hier in Parijs echt naar zijn zin had en een grote fan was van de zwarte zangeres Joséhine Baker met haar bekende meeslepende chanson J’ai deux amours, mon pays et Paris… En in de boekhandel van Gallimard op de boulevard Raspail deed ik een nieuwe prachtige ontdekking en kocht er prompt mijn eerste boek van Bernard Groethuysen. Ja, ik word echt een maniakale bibliofiel op zoek naar het ultieme boek.

*

In mijn bureau die ook als bibliotheek fungeert bevindt zich al heel lang een merkwaardige biografie van P.C. Boutens, de bekende classicus en ook dichter en Zeeuw uit Middelburg. Het boek met als titel Uit het leven van P.C. Boutens werd geschreven door Dr. Karel de Clerck (Amsterdam : Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1969, tweede herziene druk) en voor de bibliofielen onder ons : het boek heeft zelfs geen ISBN-nummer, maar misschien werd dit toen nog niet vereist. Op het rode stofomslag staat een niet ondertekende tekst die het volgende vermeldt: ‘Mede door de onderzoekingen van dr. Karel de Clerck valt de laatste jaren een opleving te bespeuren in de belangstelling voor het werk van Boutens, die na zijn dood in 1943 al spoedig in de vergetelheid scheen te geraken, hoewel hij eens na Willem Kloos de meest gevierde dichter van zijn tijd was. Inmiddels is een nieuwe uitgave van Boutens’ volledige lyriek verschenen (1968). In 1970 zal het feit worden herdacht dsat de dichter honderd jaar geleden werd geboren.’ Een wat droge wervende tekst die evenwel niet werd bewaarheid want de dichter P.C. Boutens werd vier à vijf decennia later niet eens opgenomen in de canon van Paul Claes (Lyriek van de Lage Landen). Maar daarover gaat het nu niet. Op pagina 141 van dit boek herlees ik een in de marge aangestreepte uitspraak : ‘Ik heb Versailles gehaat. Omdat het meende, het Duitsche volk te kunnen knechten. Omdat voor 22 jaren de toenmalige overwinnaars geen gebruik van de gelegenheid hebben gemaakt, om een waarlijk verbonden Europa te stichten. Wat noodig is, want eens zullen wij de rassenstrijd moeten voeren. Men heeft in Engeland en Frankrijk gezeurd en gekletst. Daardoor kon in Duitschland een man opstaan, die op één ding telkens weer hamerde. Een man die zichzelf gelijk bleef; hij heeft heel wat weggevaagd, weg-ge-vaagd, verstaat ge. Weet u dat Hitler voor Frankrijk een geluk is geweest? Anders was het ver-blumd. Jammerlijk ver-blumd. Wij moeten daarvan leeren. Maar wij moeten echte Nederlanders blijven. Onszelf. Als onszelf moeten wij deelnemen aan een Europeesch geheel, dat thans kan komen.’ Vooraleer dit te citeren meldt de auteur op pagina 140 : ‘In De Telegraaf van 3 augustus 1940kon heel Nederland lezen, wat Boutens tijdens een interview verklaard had.‘ Mijn besluit : Dichters en politiek, het blijft een gevaarlijk nog niet ontmijnd domein.

*

Voor de westerling komt het gevaar veelal uit het oosten (zoals het licht).

*

Een dichtende boerenzoon zei gisteren in mijn ochtendkrant (De Standaard van 30 januari 2014) : Ik ben een kosmopoliet. En ik dacht; het rijmt op de woorden suikerbiet en kierewiet en noteerde een naakte waarheid onder het afdak van een mooi allitererend aforisme : ‘Het exil is het laatste elixir voor de elite.’

*

Wie nooit één boek, één paragraaf of ook maar één zin van Marguerite Yourcenar in haar gebeeldhouwd Frans wil of kan lezen zal nooit of nooit weten hoe hoog verheven de Schoonheid en de Waarheid klinkt.

*

De wijze levensles van de Noord-Amerikaanse antropoloog was klaar en duidelijk : Blijf niet in Parijs, Londen of New York. Kies voor een tropisch of een subtropisch woud in Borneo, in Mexico, in Peru of bij de Papoea’s van Nieuw -Guinea. Draag daar dan een peniskoker en mijd de malariamug. Maar mijd vooral de veldweg en de bosweg die naar nergens leidt.

Hendrik CARETTE

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
5 février 2014 3 05 /02 /février /2014 10:32

 

Lakens met de vorm van een kinderlichaam nog,

voetstappen in de sneeuw,

bloemen die nog lijken te luisteren

naar een bluesnummer uit de jaren 60.

 

Ook waar er niets is, is er iets gebeurd.

 

Het bed waarin een kleinkind sliep,

de wandelaar met de zwarte hond,

de oude platenspeler, die klik zegt :

dit alles behoort tot mijn kleine

vaderlandse geschiedenis.

 

Kris GEERTS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche