Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
12 mai 2010 3 12 /05 /mai /2010 23:06

 

Bij het bekijken van een opmerkelijk verkiezingsspotje van lijsttrekker Rita Verdonk (TON, Trots op Nederlands) reageerde misdaadauteur Piet Teigeler:

Laten wij het maar toegeven: de Nederlanders zijn straffer dan wij ook in het belachelijke. Verdonk is een karikatuur van Wilders en vergeleken met die figuur begint Filip De Winter bijna op een politicus te lijken.

Een absolute must!

link

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Politique
commenter cet article
12 mai 2010 3 12 /05 /mai /2010 19:01

LedeneSteen.jpg

Frans Boenders vestigt mijn aandacht op '°55+55=2010', de beeldentuin-tentoonstelling van beeldhouwer Luc Ledene (°Veurne, 29 juni 1955).

LucLedene.jpg

Luc Ledene typeerde zichzelf als een kunstenaar die “het gewoon is om met zijn handen én zijn hoofd te werken. Beeldhouwen in natuursteen is immers altijd een gevecht tegen de massa”.

Groep-4-monu-beelden.jpgGroep van 4 monu beelden (Kunst rond de torens, Nieuwpoort, 2002)


De tentoonstelling wordt geopend op 19 juni 2010 vanaf 18u. en is verder van zondag 20 juni tot en met maandag 12 juli toegankelijk op vrijdag, zaterdag, zondag en maandag, telkens van 14 tot 18u.

(HFJ)

Luc Ledene

Heydehoekstraat 5

Eggewaartskapelle 8630 Veurne.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article
12 mai 2010 3 12 /05 /mai /2010 17:27

Naar aanleiding van zijn tienjarig bestaan heeft het Vlaams Fonds voor de Letteren [VFL] een boek uitgegeven. Een half jaar moet een commissie zich over de titel hebben gebogen, en vervolgens de hulp hebben ingeroepen van een extern adviesbureau, anders kom je toch niet op dergelijke briljante titel: Dat spreekt boekdelen.

Boekdelen.jpg

Het jubileumboek is fraai uitgegeven, al is het nu ook weer niet fabuleus. Voor wie enigszins vertrouwd is met het grafisch vak merkt, dat voor de goedkoopste formule werd gekozen. Veel moet het niet zijn, maar een beetje franje moet toch kunnen. In zijn tienjarig bestaan is het bestuur van het VFL er blijkbaar nog niet achter gekomen dat de uitgave van een boek gebouwd is op drie pijlers: inhoud, uitzicht en impact. In de vorm zoals het er nu uitziet is het niet meer dan een boek dat een maand op het bijzettafeltje ligt en dan verhuist naar een plank buiten handbereik.

Dat spreekt boekdelen is eerder een kijk- dan een leesboek. Niet enkel omdat de verzamelde stukjes één maximum twee pagina’s beslaan, dankzij het grote lettertype, maar vooral omdat ze al te duidelijk verzoeknummers zijn. Het is zonneklaar dat de aangesproken auteurs er niet zijn voor gaan zitten. Geen enkel moment word je geraakt, blijft het plakken aan het plafond van het geheugen.

143 auteurs hebben een stukje gemaakt en daar ze uit diverse disciplines afkomstig zijn, is het een bont allegaartje geworden. Korte prozaïsche beschouwingen worden afgewisseld met gedichten en illustraties, het een al braver dan het andere. Zelfs de onvermijdelijke cartoon heeft geen enkel geurtje. In een catalogus van sanitair zit meer verrassing dan in dit boek, en Dat spreekt boekdelen is bovendien nóg saaier dan de klas van Frieda.

De stofvrije bijdragen zijn niet de schuld van de schrijvers en tekenaars, maar van het VFL zelf. Het VFL is een instelling dat bij de minste kritiek naar de wc holt, zonder de zweep te lossen. Het is dan ook logisch dat de deelnemers er over hebben gewaakt een bijdrage te leveren die hun positie bij de VFL niet in gevaar brengt. Welbeschouwd kan je stellen dat de teneur van het VFL van elk blad springt: conservatisme naast terreur. Voor experiment en anarchie heeft het VFL in zijn tienjarig bestaan nooit oog en oor gehad. Ook niet dat er in ons heerlijk vaderland sinds een paar jaar mensen leven en werken uit het Verre Westen, het Nabije Oosten, het Diepe Zuiden en het Hoge Noorden. Een uitzondering niet te na gesproken, maar die is al flink ingeburgerd en niet onlangs aangemeerd.

De alfabetische volgorde is naar lemma’s. Literaire lemma’s, voor de hand liggende en vergezochte, om toch een schijn van verbeelding op te wekken. Van A-vierformaat, over Td-fout, langs plagiaat, tot Zwerfhond, wat slaat, volgens Johan de Boose, op een literaire kelder van Sint-Petersburg. Door af te zien van een volgorde volgens naam is jaloersheid dus vermeden, nog een gevoel waar de VFL als de dood zo bang voor is. Geen vragen, geen verhitte mails, geen verwijten. Elke dag moet een zonnige zijn en aan het eind van elke werkdag moet duidelijk zijn dat geen mening veruit de beste keuze was.

De auteurs en tekenaars liggen mij zo na aan het hart dat ik haast compassie met hen heb. Hebben zo voor dit prul energie en tijd moeten vrijmaken. Het hele opzet toont ook aan dat het VFL, bij monde van directeur Carlo Van Baelen, want hij heeft het eerste en het laatste woord, meer aandacht heeft voor het kasboek dan voor een lees- of kijkboek.

Klap op de vuurpijl is een formulering op de colofonpagina vooraan in het boek. ‘De auteurs die een bijdrage hebben geleverd aan dit boek staan hun auteurshonorarium af ten voordele van het Sociaal Fonds van de Vlaamse Auteursvereniging.’ Tiens. Van dat Sociaal Fonds heb ik nog nooit gehoord. Ongetwijfeld bestaat het, maar sinds zijn ontstaan in de donkerste schaduw van de verste achtergrond. Maar nu het toch even is komen piepen had ik graag geweten wie en wat een snoepje heeft gekregen uit de pot van dit onderfonds. Ach, domme Lauwaert, leden van de Vlaamse Auteursvereniging, want zo staat het geschreven en gedrukt.

Maar zijn het géén leden van deze vereniging die juist nood hebben aan sociale bijstand? Conclusie: de VFL is een apartheidsbeweging.

Guido LAUWAERT

Dat spreekt boekdelen – Vlaams Fonds voor de Letteren – Antwerpen - 277 p. - ISBN 9789077076002 – www.vfl.be


 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
10 mai 2010 1 10 /05 /mai /2010 05:39

 

De Antwerpse stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen beschouwt kennelijk zijn ambt als een full-time job. Dinsdag 11 mei treedt hij als gastheer op in Rood/Wit – het Berchemse cultuurcafé waar ik het voorrecht had hem jaren geleden te mogen leren kennen.

Flor Vandekerckhove, Geert Cyriel Tavernier en Marnix Verleene brengen zeewaardige verhalen, gedichten en beelden uit Oostende: “Hoe de vis de zee verloor”.

Peter beveelt dit optreden ten zeerste aan. Ik heb dan ook meteen per mail gereserveerd: info@boog.be. Dan kan natuurlijk ook telefonisch: 03/239 34 68.

HFJ

Dinsdag 11 mei, 20u30, Café Rood/Wit, Generaal Drubbelstraat 42, 2600 Berchem.

www.boog.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
10 mai 2010 1 10 /05 /mai /2010 01:32

De zestigste Arkprijs van het Vrije Woord wordt op 12 mei feestelijk gevierd in De Zwarte Panter te Antwerpen. De naam van laureaat Geert Buelens (°1971), hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht, zal dus gegraveerd worden in de door Jozef Cantré vervaardigde Ark die bewaard en bewaakt wordt in het AMVC-Letterenhuis te Antwerpen.

Buelens werd bekroond voor zijn kritische betrokkenheid bij het mediabeleid, zijn inzet voor het culturele aanbod in ons taalgebied en zijn diepgaande analyse van de band tussen oorlog en poëzie.

Bij die gelegenheid verschijnt onder redactie van Lukas de Vos Buiten het bereik van Farisese handen, een uitgave van de Vrienden van de Zwarte Panter die mogelijk werd gemaakt met de steun van Philippe Lemahieu.

Ziehier de tekst van pagina vier van de omslag:

De Arkprijs van het Vrije Woord is al zestig jaar geleden een begrip in Vlaanderen. Van meet af aan stond deze morele onderscheiding symbool voor de absolute vrijheid van meningsuiting. Het was Herman Teirlinck, directeur van het Nieuw Vlaams Tijdschrift, die hem in het leven riep, om de enggeestigheid en de bevooroordeelde houding van een letterkundige jury aan de kaak te stellen, toen Marnix Gijsen om politieke en morele redenen een bekroning ontzegd werd voor Joachim van Babylon.

Er is sinds 1951 heel wat veranderd in Vlaanderen. Ook de Arkprijs heeft zich moeten aanpassen aan de nieuwe tijden. Tien jaar geleden werden alle laureaten herdacht in de bundel Een onberaamd verbond. Er werd toen al gewezen op de afgenomen invloed van de letteren, en het toenemend belang van andere maatschappelijke voorvechters. Dat lag geheel in de lijn van de aanzet die August Vermeylen kort voor zijn dood in 1945 nog had gegeven, met de stichting van het NVT, dat oorspronkelijk Diogenes had moeten heten.

Deze sobere bundel ontleent zijn titel Buiten het bereik van Farisese handen aan het openingsmanifest van de Arkprijs. Hij roept op tot konstante bewustwording van de gevaren die de vrijheid van meningsuiting belagen. Hij belicht de zin en betekenis van de Arkprijs. Hij roept enkele belangrijke pas overleden gangmakers in herinnering. En hij besteedt aandacht aan de eerste en de zestigste winnaar van de Arkprijs, Christine D'haen en Geert Buelens.

Mon Detrez, voorzitter van het Arkcomité, spreekt een welkomstwoord, David Van Reybrouck brengt een eerbetoon aan de laureaat die tot slot zal danken. De Vrienden van de Zwarte Panter bieden daarna een receptie aan.

*

Zestig jaar Arkprijs... Ik maakte er alvast tien actief mee. Eind 1972, begin 1973 werd ik opgenomen in de redactie van het Nieuw Vlaams Tijdschrift en fungeerde dus als jurylid tot het tijdschrift eind 1983 opgedoekt werd.

Herman Liebaers, Luk(as) de Vos (die in 1981 aangetrokken werd als redactiesecretaris van het NVT) en ik zijn de laatste drie overlevende stichtende leden van de 'Stichting Arkcomité van het Vrije Woord', opgericht in 1982 om de prijs veilig te stellen. Willy Calewaert overleed in 1993, Walter Debrock in 1996, Eddy van Vliet in 2002, Marc Galle in 2007 en Karel van Miert vorig jaar.

Henri-Floris JESPERS


Woensdag 12 mei 2010 om 18u30 in Galerie De Zwarte Panter; Hoogstraat 70, 2000 Antwerpen.

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
8 mai 2010 6 08 /05 /mai /2010 19:22

'Portret van een onbekende' van Karel Jonckheere (1906-1993) staat centraal in dit tweede fragment van de lezing die ik op uitnodiging van de kring ExLibris op 5 mei hield. Meer wordt op het net wellicht niet gepubliceerd, maar de volledige tekst zal eerlang verschijnen in de papieren editie van de Mededelingen van het CDR.

*

In een van zijn laatste teksten beklemtoonde Willy de Bleser terecht dat lezen niks te maken heeft met een vlucht uit de werkelijkheid: al lezend leeft de lezer duizend levens.

Zo kan ook een onbekende plots duizend levens gaan leven.

Een kennelijk excentrieke Amerikaanse miljonair nodigde naar het einde van de jaren zestig een aantal schrijvers uit alle mogelijke taalgebieden uit, om tegen een deftig honorarium, een gedicht te schrijven aan de hand van zijn beeltenis. Bij zijn verzoek voegde hij een foto en de reproductie van een geschilderd portret. Karel Jonckheere schreef toen 'Portret van een onbekende' (In de wandeling lichaam geheten, Brussel / Den Haag, Manteau, 1969, pp. 18-19).

JonckheereWandeling.jpg

Zonder naam

aanvaardt men geen burger

soms een mens

voor zijn geboorte

na zijn geraamte.

 

Jij met je fotofiele gezicht

verkwanseld aan een schilder

Jij daagt mijn uit.

 

Maar je grijnst in mijn macht.

 

Ik kan je in de snippermand gooien

begraven in mijn woordenboek

verbanden in mijn haard.

Vijand

van ver prik ik je ogen uit

domkop die ik uitlach

dichter die ik niet lezen wil

smeerlap bij vergissing gegroet.

 

Ik sidder in je macht.

 

Je kunt mijn zoon overrijden

zijn moeder onteren

mijn geld afpersen

mij beschieten uit een zolderraam.

 

Vriend

hoe haal ik je uit de gevangenis

hoe vind ik je langs een verre verschansing

waar sta ik mijn plaats in de trein aan je af

in welke oorlog heb ik je bestreden

op welk kongres je niet beluisterd

voor welk lijk vergat ik mijn hoofd te ontbloten?

 

Onbekende

heb je soms een van mijn boekjes gelezen

in het donker je hand op mijn knie gelegd

in een pisbak soms over het randje gegluurd?

Zat jij op een bank voor niet-blanken in Kaapstad

was het jouw scheve kop in het ghetto te Warschau

jouw nier die men gisteren heeft overgeplant

jouw dochter die morgen hoer zal worden

jouw vrouw die een borst werd afgezet?

 

Of ben je naamloos toch maar een burger

een vage zatlap

een trieste pooier

een schoonvader en een erevoorzitter

een gangbare klootzak nummer zoveel?

 

Waarom zit je niet aan mijn tafel vanavond

waarom stuur je mijn vrouw geen postzegels op

waarom wil je niet:

mijn ogen genezen

mijn hartklep vernieuwen

mijn belasting betalen

me schrijven dat je mijn dood hebt gezien?

 

Niets voor niets

geheim voor geheim

ik onthul wie je bent

vertel mij wie hier uit woorden bestaat.

(In de wandeling lichaam geheten, 1969)

 

De lezer krijgt hier niet alleen het portret van een onbekende, maar ook een impliciet dubbelportret van Karel Jonckheere: als lezer – hij leest het portret van de onbekende – en als schrijver – hij brengt het portret van de onbekende tot leven.

En de Amerikaanse opdrachtgever, bij het lezen van die gedichten, gebundeld in dat ene boek dat hij zichzelf zo gul schonk, kon met Montaigne voortaan zeggen: “Je n'ay pas plus fairt mon livre, que mon livre m'a faict."

Ik heb mijn boek niet meer gemaakt dan mijn boek mij" – dat kan trouwens elke schrijver zeggen. “Een boek lezen, betekent het herschrijven", stelde Jean-Paul Sartre. Een goed boek wordt immers door elke aandachtige lezer anders gelezen.

Marlene Dietrich, voorwaar geen dom blondje, wist het ook al, toen ze in een interview poneerde: “Je houdt niet noodzakelijk van een boek omdat het je iets leert. Je houdt ervan omdat je er de bevestiging van je gedachten in vindt of de verontschuldiging voor je daden.”

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire de la littérature
commenter cet article
7 mai 2010 5 07 /05 /mai /2010 19:58

exlibris-5-5-2010-056.jpg

Van l. naar r.: Frans Depeuter, Werner Spillemaeckers, Evelyn Baetes, Guido De Sutter en dokter Paul Hoffbauer

exlibris-5-5-2010-064.jpgHFJ en Luc Neuhuys

exlibris-5-5-2010-095.jpgHFJ in gesprek met Frans Depeuter

exlibris-5-5-2010-001.jpgVan l. naar r.: Erik Verstraete, René Broens, Mieke de Loof en

Frank-Ivo van Damme,

aan wie we de op de blog gepubliceerde foto's te danken hebben.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
7 mai 2010 5 07 /05 /mai /2010 17:27

Woensdag 5 mei zou de Antwerpse schepen van Cultuur Philip Heylen een lezing houden op de maandelijkse vergadering van de kring ExLibris. Om dwingende redenen van agenda diende de bewindsman, die al eens te gast was bij ExLibris, zijn lezing uit te stellen. In zijn plaats kwam ik aan het woord met een geïmproviseerde causerie. Overvallen door de ijverige secretaris van ExLibris en (onderschatte) dichter Gert Vingeroets, gaf ik als titel van mijn causerie op: “In het labyrint van het geheugen: mensen en boeken”. Dat gaf mij carte blanche, een vrijbrief.

exlibris-5-5-2010-053.jpg

Het zaaltje van Taverne Rochtus zat afgeladen vol. Naar goede gewoonte kwam ik net voor de aanvang van de lezing aan, in gezelschap van Pruts Lantsoght en Luc Neuhuys. Tussen het publiek vielen mij meteen op: de kalligrafe Joke van den Brandt; Reinaert-connoisseur René Broens; Beatrijs van Craenenbroek (secretaris van de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode); graficus Frank-Ivo van Damme; dichter, essayist en toneelauteur Frans Depeuter; dr Paul Hoffbauer (voorzitter van ExLibris), die als psychiater de dichter Frans Buyle begeleidde; muzikante Maria Houthoofd (weduwe van de al te vergeten schilder Lieven van den Berg); romancière Mieke de Loof (die zopas bij De Geus een schitterende roman publiceert, Wrede schoonheid); mijn oude vriend Pink Poet Werner Spillemaeckers; Guido de Sutter (levensgezel van Liane Bruylants, meter van ExLibris, over wie ik een monografie schrijf); Davidsfondsvriend Jan Vaes; dichter Erik Verstraeten (die ik al jaren waardeer, ondanks zijn soms enggeestige visie); componist Wilfried Westerlinck (met wie ik op afstand verbonden ben door onze gemeenschappelijke vriendschap met de componist Pink Poet Renier van der Velden).

exlibris-5-5-2010-048.jpg

Na afloop van de lezing had ik een gesprek met hoofdcommissaris Jack van Peer, die met zijn vrienden weddenschappen gesloten had over wie wel die auteur was waar ik als mens persoonlijk een hekel aan heb (zie verder). En tot slot ging ik nog even met Joke, Mieke, Frank-Ivo en René een pint drinken aan de overkant, waar je wel vriendelijk bediend wordt.


Tja, mensen en boeken... Ik sprak aan de hand van aantekeningen. Eerlang worden die wel uitgewerkt en het korte essay zal dan in de papieren editie van de Mededelingen verschijnen. Op vraag van een aantal toehoorders volgen hier alvast enkele fragmenten.

*

Ik wil deze lezing niet aanvangen zonder eerst nog even Willy de Bleser te herdenken. Het siert mijn vriend Lukas de Vos dat hij, wellicht als reactie op de stilte rond het overlijden van Willy, een daad van rechtvaardigheid stelde door een uitgebreid en scherpzinnig in memoriam te publiceren op zijn blog bij de VRT.

Ongemerkt omdat hij onopvallend maar secuur de pasjes zette die van een schrijver uit de tweede lijn verwacht werden. Omdat hij onopvallend het ambacht zo naadloos uitoefende, dat hij geheel opging in de achtergrond. Het is maar door dood te gaan dat hij opnieuw levend wordt. Of toch zijn werk. […] De Bleser is gegaan zoals hij geleefd heeft: wat weggedoken, onopvallend, verborgen in het struikgewas achter hitsige aanstormende talenten. Wat monkelend om al het vergankelijke, wat verlegen om de sensualiteit die hij zo graag zelf beschreef. ”

Toen ik mijn in memoriam schreef ( ) en een paar boeken van Willy ter hand nam, dacht spontaan aan het vers van Walt Whitman (Leaves of Grass, 'So Long'):

Camerado! this is no book,

Who touches this touches a man.

"Kameraad, dit is geen boek, Wie dit aanraakt, raakt een mens aan."

Misschien is dat dan ook de rode draad van deze lezing.

*

Dit gezegd zijnde, huldebetuigingen en in memoriams maken me altijd weemoedig, al was het maar omdat ze het raderwerk van het geheugen genadeloos in werking stellen, waardoor je weerloos overgeleverd wordt aan de razernij van de herinnering. Bovendien kom je er toch niet toe precies te vertolken wat je nu eindelijk van plan was eens duidelijk en definitief te zeggen. Omdat de juiste weg de omweg is. Omdat we reeds zoveel gesproken hebben. Omdat we soms geneigd zijn met Karel Jonckheere te denken dat woorden niets meer zijn dan “wat vocht in de mond, wat slijk in de hersens”. Bovendien komen huldebetuigingen te laat. En met in memoriams is het altijd té laat om te zeggen wat je eigenlijk bij leven van de postuum gehuldigde had moeten zeggen.

*

Weemoed, zei ik, weemoed omdat ik vroeg leerde afscheid te nemen.

Nog voor ik naar de lagere school ging (voor ik gescolariseerd werd, zegt men vandaag in het Nieuwpraats) was er een oude man die me leerde lezen met behulp van kartonnen kubussen waarop kleurige lettertekens geschilderd waren. Hij had de pionierstijd in Congo meegemaakt en vertelde mij verhalen over de brousse, tovenaars en roofdieren. Sprak kinderrijmpjes waar treinen door raasden. Tsjoek, tsjoek, tsjoej, tsjoek. Ik zat op zijn knieën, voel nog het ritme van de trein, ruik de geur van zijn ruwe wang en van tabak. Hij sprak me aan met namen uit verre Afrikaanse talen. Die eindeloze verhalen hebben me wellicht meer beïnvloed, gevormd dan ik wel vermoed. Meer dan de haast lijfelijke herinnering aan een aanwezigheid, aan een situatie, heb ik nauwelijks. Van de verhalen weet ik haast niets meer. Maar het magische, alles overrompelende gevoel van wellustige vervoering dat me toen vervulde, dringt tot op vandaag aarzelend maar toch herkenbaar door, een vergeten melodie uit een verre, vervlogen tijdperk.

Hij stierf aan uremie. Een paar dagen voor zijn overlijden was ik hem, hand in hand met zijn vrouw Prudence en in gezelschap van moeder, in het Sint-Vincentiusziekenhuis gaan bezoeken.

Hij had naar mij gevraagd.

Hij lag daar gebonden in een bed met hoge metalen tralies, een gekwetst dier in een kooi. Terwijl moeder en Prudence met de zuster even in de gang waren gaan praten, sprak hij me aan met Boela Matari. Hij vroeg mij smekend hem te helpen ontsnappen. Ik mocht niemand iets zeggen, het zou ons geheim blijven. Ik beloofde het hem plechtig, ik zou alles te doen wat hij vroeg. En ik wist dat ik loog, want straks zouden moeder en Prudence binnenkomen en werd de orde hersteld.

Toen ik in stilte terug naar huis wandelde, gaf ik Prudence geen hand meer.

Sedertdien voel ik me in elk ziekenhuis ongemakkelijk – en ik heb er veel bezocht, om afscheid te nemen. Chroom, staal, tegels (en de zo typische geur van reinigingsproducten) zijn voor mij de symbolen geworden van onmacht.

De oude man heette Egide Straven (1879-1949). Hij was schrijver, auteur van drie sterk autobiografische romans, Le Fou du lac et Sinakwabo (1938), Kapiripi (1946) en Veillées de Brousse (1942), romans die terecht bij de top van de (Franstalige) Belgische koloniale literatuur gerekend worden.

*

Congo was dus vroeg aanwezig in mijn imaginaire wereld, en dat zou nog aanzienlijk aangewakkerd worden door het feit dat mijn grootvader, de schilder Floris Jespers, in de jaren vijftig een aantal jaren in Congo verbleef en werkte.

Toen kon ik niet bevroeden dat ik ooit nog de Congolese staatsman Nguza Karl i Bond als adviseur zou bijstaan en mee aan de basis liggen van twee boeken van zijn hand.

*

In de laatste jaren van de XVIIde eeuw schreef Jonathan Swift The Battle of Books, een tractaat over de controverse tussen klassieke en moderne schrijvers. De felle polemist en excentrieke deken van de Dublinse St Patrick's Cathedral, vooral bekend als auteur van Gullivers' Travels, zei: "Sometimes I read a book with pleasure, and detest the author” – soms lees ik een boek met genoegen, terwijl ik de schrijver verafschuw.

Ik kan hem alleen maar gelijk geven. Zo las ik twee maanden geleden een roman van een gehypte Vlaamse schrijver voor wie ik, laat me zeggen, zacht uitgedrukt, niet de minste sympathie heb. Het boek verscheen in oktober 2008. Begin dit jaar kreeg ik een exemplaar cadeau van de elfde druk (november 2009) cadeau van de dichter (DoelDichter) Frank de Vos. Ik voelde me nu wel verplicht het boek te lezen. En, ja, het is stilistisch, structureel en inhoudelijk meesterlijk – en verdient ten volle de algemene lof die het te beurt viel. Dat verandert niet dat ik nog altijd de auteur verafschuw, om allerlei redenen waar ik niet op zal ingaan.

Onder het portret van Shakespeare dat de fameuze Folio uitgave van 1623 verrijkt, schreef de Engelse toneelschrijver, dichter en acteur Ben Jonson (+-1572 – 1637), een kort gedicht, bericht tot “de lezer”,

Reader, look

Not on his picture, but his book.

Ook vandaag moeten we meer dan ooit leren het onderscheid maken tussen het beeld van de schrijver, product van de media, en zijn boek...

*

Ik draai al lang mee in de Republiek der Letteren waar ik zo niet een zetel dan toch een bescheiden klapstoel bezet. “Nourri dans le sérail j'en connais les détours”, om even Racine te citeren, of, op zijn plat Brabants gezegd, maar eigenlijk hetzelfde: 'Ge moet nen ouwen aap geen smoelen leren trekken.' Maar ik zal geen apenstreken uithalen.

Ik heb het over mensen en boeken... Niet: schrijvers en boeken. Wie zich dus vanavond verwacht aan navrante of hartversterkende, vrolijke of smeuïge anekdotes of onthullingen of het wel en wee van de Vlaamse letteren en hun stille of luidruchtige, bescheiden of arrogante beoefenaars, zal ontgoocheld naar huis keren. Er valt natuurlijk heel wat te zeggen.

exlibris-5-5-2010-071.jpgVan l. naar r.: Maria Houthoofd en Pruts Lantsoght


De voorbeeldige kunstcriticus van Gazet van Antwerpen Marc Callewaert, voorzitter van het Hessenhuis-G58, schreef ooit: "Onlangs zag ik in de trein een man die een boek las. Verder was hij volkomen normaal."

Over treinen en boeken, treinen en lezen en treinen in boeken valt ook al veel te zeggen, maar ik hou het dus bij mensen. Aan de ingang van de tunnel van Berchem station waar ik in een ander leven dagelijks op perron negen op de trein naar Brussel stond te wachten, zat een jongeman in een glazen hokje; hij controleerde de vervoerbewijzen. Hij zag er niet bepaald wakker uit, zoals trouwens de meeste mensen die je slechts ervaart als onderdeel van een situatie). Soms, bijv. op maandagochtend, zat hij er erg slaperig bij, met gebogen hoofd, zonder enige uitdrukking – zoals een vermeende slechte leerling op de achterste bank van een stofferig, ongezellig en weinig inspirerend klaslokaal.

De zinloosheid van een dergelijke 'arbeid' was mij al vaker opgevallen: die dagelijks zo vaak herhaalde knikkende goedkeuring bij het nazien van abonnementen en tickets moet onvermijdelijk afstompend werken. Wie aan de lopende band in een fabriek staat kan zich nog – mits hij maar enige verbeelding en goede wil kan opbrengen... – nuttig voelen. Maar dat dagelijks, uur na uur verstrooid kijken naar vervoerbewijzen, neen, dat kan écht niet. Zelfs met een ijlende verbeelding kan een dergelijke 'werkzaamheid' niet als zinvol ervaren worden.

Wat gaat er om in zo iemand, gevangen als hij is in de glazen kooi van de absurditeit?

Op een late avond, in een verlaten station, zag ik hem weer eens met voorovergebogen hoofd, ingedut dacht ik. Toen ik langs de glazen kooi passeerde, zag ik dat hij in 't geniep aan 't lezen was, een boek discreet op de knieën opengeslagen (precies zoals op school: leerboek en schrift goed zichtbaar op de bank, maar een roman of een strip op de knieën...) De logge jongeman was verdiept in een boek, ver van de onwelriekende gang van het kleine stationnetje, ver van zijn glazen kooi. Hij was verdiept in een boek, een boek over vogels. Ruimte, lucht, vrijheid.

Ik stapte naar huis, iets opgewekter dan anders, het hoofd vol gekke en verre geluiden: krijsen, kirren, krassen, kwalen, fluiten, piepen, gieren – en het ritselen van vleugels in de frisse wind.

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)

exlibris-5-5-2010-108.jpgVan l. naar r.: René Broens, Mieke de Loof, HFJ en Joke van den Brandt

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
6 mai 2010 4 06 /05 /mai /2010 23:18

Wilderode2.jpg

In de jongste editie van de Nieuwsbrief verdiept Raymond Claeys zich in het gedicht 'Carlos in Yuste' uit De Vlinderboom. Brigitte Hasler belicht twee gedichten, waarbij ze kunstwerken maakte voor de door de Vriendenkring georganiseerde tentoonstelling 'Rosen und Lyrik'. Prof. em. Marcel Janssens situeert de bloemlezing Tweegelui (gedichten van Anton van Wilderode en de Zuid-Afrikaanse dichteres Elisabeth Eybers) samengesteld door Beatrijs van Craenenbroeck (Tielt, Lannoo, 1997). Henri-Floris Jespers herdenkt Bert Decorte.

Nieuwsbrief Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode, XVde jg., nr. 1, april-mei-juni-juli 2010.


int.ver.anton.vanwilderode@skynet.be

www.antonvanwilderodeinternationaal.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
6 mai 2010 4 06 /05 /mai /2010 20:33

Dolphyn-en-Maniewski.jpg

(Van l. naar r.) Twee kleinzonen van Elsschot: kunstschilder Willem Dolphyn en dokter Jan “Tsjip” Maniewski

Op de tiende verdieping van de KBC-toren werd “De stad van Elsschot” voorgesteld aan de pers. Gedurende vijf maanden (29 mei 31 oktober) herdenkt Antwerpen de schrijver Willem Elsschot die dit jaar 50 jaar overleden is.

De ervaring van Antwerpen Boekenstad 2003, zo verklaarde cultuurschepen Philip Heylen, leerde ons dat het zeer moeilijk is om een jaar lang de aandacht voor een thema gaande te houden. Daarom werd in samenspraak met alle partners besloten tot dit kortere festival, boordevol boeiende evenementen. Op verschillende locaties wordt Elsschot voorgesteld als schrijver, zakenman, bohemien en Antwerpenaar.

Elsschot-6-5-2010-027.jpg

Michaël Vandebril (links) in gesprek met Kurt Van Eeghem

Michaël Vandebril, artistiek leider van het project beklemtoonde dat de viering van Elsschot, die toch dé Antwerpenaar bij uitstek was, een aanleiding kan zijn om de status van Antwerpen als literaire stad verder uit te bouwen .

Wieneke ’t Hoen, curator van de tentoonstelling “Dicht bij Elsschot” (Letterenhuis vanaf 30 mei 2010) beklemtoonde het belang van het volledige Elsschot-archief dat vorig jaar door de stad aangekocht werd. Uit deze verzameling werden brieven, foto’s, familiefilmpjes, kladhandschriften enz. geselecteerd voor een boeiende expositie.

Acteur Warre Borgmans liet de aanwezigen even proeven van een kort fragment van het muziektheater Dwaallicht dat nog in de steigers staat.

Gastheer Kurt Van Eeghem interviewde tenslotte Cyriel Van Tilborg en Luc Coorevits, waarna muzikanten Luc De Vos en Tom Pintens enkele gedichten van Elsschot muzikaal tot leven brachten.

WarreJoke.jpg

Warre Borgmans in gesprek met Joke van den Brandt

Alle info en het volledige programma is terug te vinden op

www.destadvanelsschot.be.

 

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche