Vendredi 31 octobre 2014 5 31 /10 /Oct /2014 22:45

 

Julien-Vocance-Honderd-oorlogszichten.JPG

Julien Vocance, Honderd Oorlogsbeelden- Cent visions de guerre

 

Gris fer, gris plomb, gris cendré

Gris dans les cœurs résignés

Relève des tranchées

 

Van Ferre Denis, voorzitter van het Haiku-Centrum Vlaanderen, ontving ik Honderd Oorlogsbeelden van Julien Vocance, pseudoniem voor Joseph Seguin. De oorspronkelijke titel is Cent visions de guerre, en het werd vertaald door Karel Hellemans.

Joseph Seguin (° Lyon, 1878) kwam uit een gerenommeerde uitvindersfamilie. Hij was een bescheiden man en nam een pseudoniem aan dat hij ontleende aan Saint-Julien de Vocance, een dorp in de Ardèche (regio Rhône-Alpes). Hij was zeer gehecht aan zijn geboortestreek waar hij in 1954 zal overlijden. Hij doorliep zijn humaniora bij de Jezuïeten. Deze licentiaat in de Letteren en in de Rechten behaalde nadien nog een diploma aan l'École des Chartes, l'École du Louvre en l'École Libre des Sciences Politiques.

Van bij het begin van de vijandelijkheden in 1914 wordt hij gemobiliseerd. Hij raakt zwaar gekwetst en verliest een oog. Het leven en lijden in de loopgraven zal hij in Cent visions de guerre gieten. Deze verschijnen in La Grande Revue  en refereren aan de 'Honderd Zichten van de Fuji' van de Japanse schilder Hokusaï. Samen met zijn vriend Paul-Louis Couchoud had hij Japan bezocht.

Zoals Bart Mesotten (1923-2012) (1) van belang is voor de haiku-poëzie in de Nederlandse literatuur, is dit het geval met Joseph Seguin/ Julien Vocance voor de Franse letteren. Het is wel de japanoloog en essayist Paul-Louis Couchoud die de kleine gedichten met drie verzen introduceert. Maar het is dank zij de haiku’s van Seguin dat deze poëzievorm een ruimere verspreiding zal kennen. Het is zijn verdienste om deze als eerste aan de Franse stijl te hebben aangepast d.w.z. zonder de formele regels van de verdeling der lettergrepen: 5-7-5. De essentie van verdichting wordt echter behouden; de beknoptheid waardoor de dichter tot een uiterst sobere woordkeuze wordt gedwongen en zichzelf in een nauw harnas steekt. Vocance tilt deze versvorm naar een hoog niveau. In 1924 begroet Paul-Louis Couchoud het œuvre van Vocance met: ‘‘Vous avez porté le haïkaï français aux sommets de la poésie. Vous en avez fait l'instrument de la sincérité absolue, de la substance pure, de la note essentielle et criante. Ook Roland Barthes laat zich niet onbetuigd : ‘Ces vers de Julien Vocance n'ont pas été inspirés par un fait divers ordinaire. Ils signalent le même mépris de l'éloquence et des débordements verbaux, le même goût de l'ellipse que les nouvelles à malice de Fénéon. N'empêche, ce " mince horizon de mots ".

In 1917 publiceerde hij ‘Fantômes d’hier et d’aujourdhui’ in La Grande Revue en in 1921 verschijnt zijn 'Art Poétique’ in het La Connaissance.

 

Les obus vampires ont soulevé

Les dalles du cimetière

Dont les croix chancellent.

La tâche de sang grandit, grandit

Sur sa chemise, il se transforme

En soldat de Garibaldi.

Une boule de feu

En nuage s’évanouit :

Moïse sur le Sinaï.

La femme de l’ambassadeur s’en est allée

On dit qu’elle a beaucoup complimenté, réconforté,

Nous n’avons vu personne et n’avons pas encore mangé.

 

Wat me trof in Honderd oorlogsbeeldenis niet alleen de gracieuze muzikaliteit maar eveneens de bijtende ironie waarmee Julien Vocance als taalminiaturist, de oorlogsverschrikking van zijn haiku-dagboek kleurt. Hij publiceerde naast talrijke bijdragen in literaire tijdschriften, twee poëziebundels: Le livre des haï-kaï en Le héron huppé.

Dank zij het Haiku-centrum Vlaanderen en de Haiku Kring Nederland wordt WOI nu ook met Haiku’s herdacht.

Frank DE VOS

Julien VOCANCE, Honderd Oorlogsbeelden, Haiku-centrum Vlaanderen en de Haiku Kring Nederland, 44 p. ISBN: 9789075714685

(1) http://mededelingen.over-blog.com/article-luc-pay-over-valse-profeten-74710954.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-luc-pay-over-bart-mesotten-en-zijn-rari-nantes-52900169.html

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire de la littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Jeudi 30 octobre 2014 4 30 /10 /Oct /2014 18:17

 

Uitgave-van-Le-Monde.JPG

Louis-Ferdinand Céline

Voor mijn verjaardag heb ik me op een uitstap naar Poelkappele getrakteerd. In ’t Oud Gemeentehuis was er een bijeenkomst van enkele Céliniens, liefhebbers van de schrijver Louis-Ferdinand Céline (Louis Ferdinand Destouches 1894-1961) die ik in Mededelingen van het CDR reeds belichtte (1). In Poelkapelle werd Céline zwaar gewond en op 27 oktober 1914 afgevoerd.

Dit feit was dan ook de reden waarom de heer Leyn deze samenkomst had georganiseerd. Waar de wondere encyclopedie van Mededelingen soms toe kan leiden. Want via het bewuste artikel was hij me op het spoor gekomen. Bij een ‘boerestutte’ met Beauvoorde-paté of een pannenkoek met de nodige koppen koffie kwam het tot een levendig gesprek met de initiatiefnemer en Jean-Jacques Régibier, journalist bij France3 en de respectievelijke echtgenotes.

Van-l.naar-R-W.Leyn--Jean-Jacques-Regibier-met-echtgenote.JPG

Van l. naar r: W. Leyn, Jean-Jacques Régibier met echtgenote


On ne se fait pas payer pour avoir eu honte d’être un homme!


In zijn Trésors d’Enfance beschrijft Christian Signol (2) de walg van zijn grootvader die zijn pensioen als veteraan van de Grote Oorlog weigerde, een walg die vele oud-strijders met hem deelden. We spraken niet alleen over Célines gestileerde walg voor de mensheid maar ook over zijn bewondering voor François Rabelais (1483-1553), auteur van ‘Gargantua en Pantagruel’, een literair monument dat in de Franse volkstaal werd geschreven. Deze schrijver heeft in het Frans zijn sporen nagelaten (bijv. 'pantagruélique'). Tijdens mijn humaniora maakte ik er kennis mee. In navolging van Rabelais schreef Céline - alle andere Franse schrijvers vond hij maar niets - in de volkstaal waarbij hij volgens Jean-Jacques Régibier ook een eigen ‘argot’ (bargoens) hanteerde. Natuurlijk zijn de drie puntjes kenmerkend voor Céline, iets dat Houellebecq, wat mij betreft zijn literaire kleinzoon, door puntkomma’s verving.

Natuurlijk kwam Célines abject en virulent antisemitisme aan bod (cfr Bagatelles pourun massacre (1937), L’École des cadavres (1938) ). Volgens de heer Leyn is dit terug te voeren op de invloed van zijn vader en de affaire Dreyfus, het wijd verspreid antisemitisme in de jaren 30 in Frankrijk, bon-ton bij grote delen van de bevolking, het opportunisme van Céline: met zo een pamfletten viel veel geld te verdienen gezien het algemeen klimaat in Frankrijk. Mogelijk speelden een paar persoonlijke tegenvallers in het leven van Céline een rol waar Joden mee gemoeid kunnen zijn of waarvoor Céline hen alvast al dan niet terecht voor verantwoordelijk achtte. Céline was tegen alle kerken, zowel katholieke, christelijke, joodse, islamitische en vrijmetselaars, tegen de macht van partijen, vakbonden en drukkingsgroepen. ‘Een superindividualist met een arendsblik en scherpe pen. Tu l' aime ou tu ne l' aime pas’ aldus Leyn.

Le-Bulleten-Celinien.jpg

Le Bulletin Célinien

In de Franse taalwereld kan men een onderscheid maken tussen de man en zijn briljante pen. Céline wordt er nog steeds gelezen. In de reeks ‘Hors Série’ wijdde Le Monde een speciaal nummer aan hem (3) Maandelijks verschijnt Le Bulletin Célinien. Dit is 100 % Belgisch en het wordt verzorgd door de Brusselaar Marc Laudelout, die wordt erkend als één van de grote Céline-kenners (in Frankrijk).

Alle tricolorie ten spijt zijn we bij ons van de Franstalige cultuur door een soms lachwekkend Engelskiljonisme (Closing Time, As Sweet as it gets, Art Attacks enz ) bijna afgesneden, wat Rik Torfs eveneens betreurt (4): Le Soir en vooral La Libre Belgique hadden vroeger een groot aantal lezers in Vlaanderen. Dat opende hun wereld. Maar die tijd is voorbij…..Een gelijkaardig verschijnsel treft de literatuur in Vlaanderen. Dan heb ik het niet in de eerste plaats over Vlamingen die – vaak briljant – in het Frans schreven, zoals Emile Verhaeren of André Baillon. Maar wel over de Franstalige invloed die afgesloten is, waardoor wij net als Denen, Zweden en Nederlanders haast exclusief naar Angelsaksische voorbeelden kijken.

Toch nog even een pluim voor onze Noorderburen want het is de Nederlander E. Kummer die zich als vertaler en essayist veel met Céline heeft beziggehouden. Zijn conclusie: groot als schrijver, fout als mens. Céline, een geniale gek?

En binnenkort sla ik de hand aan enkele romans van Patrick Modiano, kersvers winnaar van de Nobelprijs Literatuur 2014.

Frank DE VOS


(1) http://mededelingen.over-blog.com/article-louis-ferdinand-celine-de-verbrande-110735093.html

(2) http://mededelingen.over-blog.com/article-christian-signol-120042154.html

(3) ‘Une vie, une œuvre. Céline entre génie et provocation’, Le Monde hors-série, 122p., ISBN : 978-2-36804-025-6 , 7,90 €

(4) http://www.demorgen.be/opinie/geef-kwaliteit-niet-op-omdat-ze-te-belgisch-is-a2103139/

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mardi 28 octobre 2014 2 28 /10 /Oct /2014 15:59

 

Landtsheer.jpg

Patricia De Landtsheer

Zullen we samen schuilen? Een kleine jongen in Oradour  brengt het verhaal van Roger Godfrin, een jongen uit Oradour, die tijdens de Tweede Wereldoorlog weet te ontsnappen aan een vergeldingsactie van de Duitse bezetter. Op 10 juni 1944 wordt nagenoeg het hele dorp Oradour uitgemoord en in de as gelegd. De kleine Roger vlucht en probeert samen met zijn hond Bobby te overleven. De waargebeurde, hallucinante reis die deze jongen onderneemt om zichzelf in veiligheid te brengen, werd door Patricia De Landtsheer verwerkt tot een historische roman.

Zullen-we-samen-schuilen.jpg

De roman wordt gepresenteerd op vrijdag 31 oktober om 19 u in Theater aan de Stroom, Blanchefloerlaan 181/3 te 2050 Antwerpen. Aansluitend om 20u15, theatervoorstelling Oradour  van Steven De Lelie. Na de voorstelling is er gelegenheid om met de auteurs van boek en theatervoorstelling na te praten.

Patricia DE LANDTSHEER, Zullen we samen schuilen? Een kleine jongen in Oradour, Antwerpen, uitgeverij C. de Vries-Brouwers, 120 p., pb, 17,50 €. ISBN 978 90 5927 711 3

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 27 octobre 2014 1 27 /10 /Oct /2014 20:16

 

CornilleInterview.JPG

Patrick Cornillie (links) wordt geïnterviewd naar aanleiding van zijn bloemlezing (foto Bieke Cornillie)

Patrick Cornillie (° 1961) is behalve dichter, journalist, kenner van het wielrennen en schrijver ook bloemlezer. In het Nationaal Wielermuseum in Roeselare hield hij zaterdag De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en de Nederlandse literatuur boven de doopvont. De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse en de Nederlandse literatuur bevat, de titel is wat dat aangaat duidelijk, honderd gedichten. Van 77 auteurs.

Daarvan werden Pieter Bakker, Jan Boerstoel, Huisdichter Cornelis, Freek de Jonge, Rick de Leeuw, Marco Houtschild, Jan Kal, Gerrit Komrij, Peter Nijmeijer, Ton Peters, John Schoorl, Peter Visser, Hans Warren, Jeroen Wielaert en Jan Zitman geboren benoorden de Moerdijk. 15 stuks dus. Hans Warren (° Borssele 1921 - † Goes 2001) is wel een beetje een twijfelgeval, omdat Zuid-Beveland technisch gesproken wel beneden de Grote Rivieren ligt maar Zeeland ontegenzeglijk meer bij Holland hoort dan Noord-Brabant en Limburg. Goed, laten we er dan 14 van maken.

Die verhouding geeft nog duidelijker aan hoezeer het wielrennen, De Koers, meer leeft in het zuiden dan in het noorden (waar zonder enige twijfel weer meer dichters hun inspiratie vinden bij het schaatsen). Oorspronkelijk was wielrennen een sport voor de ‘lagere klassen’. “De enkelen die geen jongens uit de lagere klassen waren, koersten stiekem onder pseudoniem, omdat ze niet wilden dat hun naam als gegoede burger in de sportuitslagen zou worden teruggevonden. Zoals Lucien Mazan, die als Lucien Petit-Breton de Tour won,” licht Cornillie toe. “Sinds elite en hoger opgeleiden mee gaan fietsen en supporteren dreigt het wielrennen het volkse karakter te verliezen. Al zit er toch ook een goeie kant aan de zaak. Veel meer dan vroeger verschijnt er tegenwoordig poëzie over wielrennen. Goeie poëzie. Omdat het in het wielrennen tenslotte evenzeer om de gang van de seizoenen, religie en emoties draait. Omdat de koers ook kunst kan zijn. Omdat het wielrennen is zoals het leven zelf. Dat hebben intussen de grootste dichters uit ons taalgebied begrepen.”

Sommige dichters (Paul Rigolle, Miel Vanstreels, Willie Verhegghe) schrijven al lang over (ook) De Koers. Van hen zijn dan ook terecht meerdere verzen opgenomen. En het zijn niet altijd mánnen die over deze sport schrijven. Patrick Cornillie nam ook werk op van Yella Arnouts, Fleur De Meyer, Reine De Pelseneer, Marleen De Smet, Christina Guirlande, Patricia Lasoen en Sylvie Marie. Bij de presentatie van het boek werd er alleen door mannelijke dichters voorgelezen, dat dan weer wel….

foto-Bieke-Cornillie.JPG

Tableau de la troupe na de voorstelling van de bloemlezing. Staand van links naar rechts Pieter Bakker, Philip Hoorne, Karel Declercq, Dirk Nachtergaele, Bert Bevers, Martin Carrette, Herman Laitem en Miel Vanstreels. Zittend van links naar rechts Albert Megens, Achilles Surinx, Jeroen Wielaert, Paul Rigolle, Guy Van Hoof en samensteller Patrick Cornillie. (foto Bieke Cornillie)

 

Daam NOPPE

 

De 100 mooiste wielergedichten uit de Vlaamse & de Nederlandse literatuur, samenstelling Patrick Cornillie, Uitgeverij Les Iles, Elzele, 2014, ISBN 978 9 491545 13 9, € 17,95

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 27 octobre 2014 1 27 /10 /Oct /2014 16:18

 

IngridKat.jpg

Ingrid Vander Veken

Er wordt wat gepubliceerd, dezer dagen.

Wie een beetje bekend is, een beetje geleefd heeft, een beetje beetje bekende mensen kent, en een beetje op plaatsen is geweest waar die mensen samenkomen, vindt al gauw dat hij of zij dat aan de wereld moet laten weten. Als u daar op had gehoopt, weet dan: wat hier aan de wereld wordt toevertrouwd is niet zo een boek, of misschien maar een heel, heel klein beetje. En als u Lucienne Stassaert een heel, heel klein beetje kent, zal u dat niet verwonderen.

 

Dit zijn de Souvenirs van een schrijfster die zich laat leiden door wat ze te zeggen heeft, en hoe zij dat wil zeggen. Niet door wat 'men' wil weten of hoe 'hapklaar' dat geserveerd moet worden. Niet in een naar de mode gepolijste stijl – strak en scorend, maar naar haar eigen poëtisch aanvoelen, haar eigen integriteit. Dat vergt durf, eerlijkheid en koppigheid, een grote vrijheid ook. En de bereidheid om daarvoor de prijs te betalen.

 

Bij Souvenirs hoort een ondertitel, 'aantekeningen in de loop van de tijd'. Maar de in dit boek beschreven tijd strekt zich veel verder uit dan de jaren waarin deze aantekeningen werden gemaakt, tussen pakweg 2011 en 2013. Hier is een vrouw aan het woord, die tegelijk haar mémoires schrijft en probeert te ontsnappen aan haar verleden. Waarom, word je duidelijk van bij de eerste, ongenadige bladzijden. Tussen bewaren en van je afschudden, het zal lastig roeien blijven met de pen.

 

Lucienne Stassaert gooit haar kaarten op tafel. Wat haar dwarszit, waar zij zich aan optrekt.

Reële of artistieke ontmoetingen die bepalend zijn geweest. Leonard Nolens, Marcel Van Maele, Dan van Severen, Ann Salens. Edvard Munch, Sylvia Plath, Charles Baudelaire, Emily Dickinson. Kijk, zo krijgt u toch nog wat bekende mensen bij elkaar.

Periodes ook, die om diverse redenen onvergetelijk waren. En dan staat in de auteur een archivaris op die het Algerije van de late jaren zeventig vastlegt, toen daar nog hoop was op een betere toekomst. Of de Antwerpse Zuiderdokken toen die nog niet versteend waren tot parkeerplaats. Dan lees je: 'Uit vissersboten vol wriemelende palingen verspreidde zich een geur van teer die als de zoute smaak van een nabije rivier in mijn papillen en neus bleef hangen.' Hoe mooi is dat!

 

Geschiedenis is niet wat er gebeurt, het is wat wij ons herinneren. Dit citaat vond ik onlangs in een ander boek, van Hilde Keteleer, en ik wil het hier graag aanvullen. In Souvenirs wordt de geschiedenis niet enkel herinnerd, ze wordt beleefd en herbeleefd dag na dag, ze wordt geduid al denkend en al lezend, al schilderend en al schrijvend.

 

'Als ezeltjes in een draaimolen die steeds dezelfde rondjes draaien: zo vat ik de obsessies op die me ’s nachts uit mijn slaap houden. […] Elk van die ezeltjes draagt een deel van mijn verleden op zijn rug. Een sleurt er met mijn kindertijd; een ander strompelt verder als de oude vrouw die ik ben. En er is steeds een ezeltje dat niet verder wil.'

 

Is het het verleden dat haar parten speelt? Of is het de toekomst?

 

Want daar valt niet aan te ontsnappen, en ze speelt er ook geen verstoppertje mee. Dit zijn de Souvenirs van een vrouw in haar wintertijd, misschien zelfs aan het einde daarvan. Een vrouw die, sinds ze elke vorm van seksualiteit heeft uitgesloten, zichzelf is gaan beschouwen als - aanhalingstekens - 'een ontslagen circusartiest.' Een vrouw in wie de tijd zijn klauwen heeft gezet en die daar geen geheim van maakt, er even onverbiddelijk over schrijft als over de littekens uit haar kindertijd. Die – en misschien is dat wel het meest onverbiddelijke – door die tikkende tijd ook haar schrijven zelf in een ander daglicht plaatst. Ik citeer.

 

'Ik moet nog wennen aan het geruststellende inzicht dat ik het recht heb om te leven, zonder dat meteen te moeten bewijzen met een creatieve daad. Dat wijzigt ook mijn verhouding met de tijd, sinds ik me heb voorgenomen niet vanzelf toe te geven aan het vermoeden dat ik nu echt niet lang meer zal leven. Op de achtergrond blijft er een houtworm tikken: meen je dat nu echt? Vergis je je niet?'

 

Geen creativiteit. Je kan het je van Lucienne Stassaert niet echt voorstellen. En dit boek helpt je daar ook niet bij, integendeel, de scheppingsdrang spat van de bladzijden. Ondanks de hak, die haar gezondheid haar menigvuldig zet. In weerwil van wat zij ervaart als een gebrek aan erkenning. Ze maant zich aan tot realisme: hoed je voor bitterheid, voed geen illusies meer.

Maar zou het kunnen dat die perceptie zelf een illusie is? 'Los van mijn dromen,schrijft Lucienne Stassaert, ervaar ik ook een steeds acuter besef dat de tijd pas bestaat als hij voorbij is. Dan, en niet “in het moment”, kan je zien wat hij aangericht heeft of in bloei gezet.'

In deze Souvenirs staat er behoorlijk wat in bloei. Een tentoonstelling in Antwerpen, een lezing op de Cranachexpo in Brussel, een Duitse en een Engelse vertaling van gedichten. Amper komt de presentatie van de dichtbundel Nabloei eraan of de auteur heeft al een titel klaar voor een nieuwe, nog onuitgegeven bundel. Inmiddels is er alweer een tentoonstelling geweest en mag ik u ook nog meegeven dat er weer een komt, op 3 april in het CC Zoersel. Niet meteen een kunstenares op haar retour, dacht ik zo.

 

Maar ik dacht al lezend nog veel anders. Hoe kwetsbaar een kunstenaarsziel altijd blijft. Hoe in een vrouw die artistieke lokroep steeds weer botst met die van het moederschap. Hoe haar dochters de gapende afgrond afschermen, hoe hun moeder woekert met haar krimpende tijd, hoe moedig zij haar toenemende zijnsangst probeert te doven. Om het met haar woorden te zeggen: 'Ik ben al jaren mijn eigen brandweerman.'

 

Soms laait die angst toch op. Maar als het schrijven dan niet wil, dan schildert ze wel. En als dat niet voldoet, overschildert ze wel. Met blauw, het blauw van de zee waar ze zo van houdt. En als dat klaar is, pakt ze haar ziekenhuiskoffer uit en herbegint. Met schilderen, met schrijven.

 

Zich lavend aan wat een kunstenaar voedt. Zeker geen 'nietszeggende babbelprogramma’s op televisie'. Liever het werk van medekunstenaars, zoals Samuel Becket die een ruimte oproept, voor haar 'losgekoppeld van zowel een gevoel van hoop als van een vermoeden van wanhoop.' Die wie weet, hoopt ze, 'helemaal aan het eind een mogelijkheid biedt om te ontsnappen aan de tijd.'

 

Zich lavend ook aan humor. Want die is er, zelfs in het zicht van de eindigheid. Als de politieke en financiële wereld op hol slaat door de beursgrillen, merkt Lucienne Stassaert laconiek op dat men misschien van kunstenaars kan leren wat het betekent te leven in een voortdurende toestand van onzekerheid. Als ze in een nachtmerrie belandt op het concertpodium als de pianiste die ze had moeten worden, en het zweet op haar zwartsatijnen avondjurk druppelt, staat ze recht, loopt naar de rand van het podium en roept: 'Ik schrijf nu!'. En ja, ze zou na haar dood graag uitgestrooid worden op zee, maar daar moet dan wel een crematie aan voorafgaan en die schrikt haar af. 'Ik brand nu al zo traag op!'.

 

Zich lavend, last but not least, aan haar trouwe metgezellen, de katten. Als haar geliefde poes Loepsie sterft, is Lucienne aangerand door verdriet, vindt ze nergens rust. Maar omdat zij een schrijfster is, levert dat finale afscheid van de ontroerendste bladzijden op uit het hele boek. En een nieuw inzicht ook: voor het eerst moet ze de onverbiddelijkheid van de dood aanvaarden.

 

Gelukkig is een einde soms ook een nieuw begin. Souvenirs stopt als de auteur zich klaarmaakt om te vertrekken uit Antwerpen, omdat ze niet langer in haar huis kan blijven. Les jeux sont faits, rien ne va plus. Laat u echter niet misleiden.

Uiteindelijk is Lucienne in Antwerpen gebleven, en is er een nieuwe kat en er zijn – jawel! – reeds nieuwe souvenirs. En als toch die hoogst onwaarschijnlijke dag zou komen waarop de woorden als parels tussen haar vingers zouden glijden, dan wacht Lucienne de zee als laatste toetssteen.

'En, schrijft ze, zoals je je de smaak van de eerste tongkus herinnert, zou ik opnieuw even geloven dat het leven niet volkomen zinloos is en de zinloze momenten wegsturen als een verschrikt paard dat in de duinen op zoek is naar zijn meester.'

Wat kun je daar nog aan toevoegen?

Ingrid VANDER VEKEN

StassaertSouvenirs

Lucienne STASSAERT, Souvenirs, Leuven, Uitgeverij P, 2014, 142 p., 19,95 €

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 26 octobre 2014 7 26 /10 /Oct /2014 22:55

 

HFJ-Meisje-Kat-2014-foto-s---16.jpg

CDR-Mededelingen-hoofdredacteur aan de slag (foto: Jan Scheirs)

Ook tegenover mijn collega's juryleden van De Diamanten Kogel 2014 moet ik als voorzitter de vereiste discretie in acht houden. We zitten immers in de laatste, moeilijke, beslissende fase van de jurering. Geen sinecure, voorwaar... Ondertussen heb ik na veel aarzeling mijn oordeel gevormd. Deel ik alleszins niet mee. Ik heb heel veel respect voor de voorbeeldige inzet van mijn collega's. Mij taak bestaat er gewoon in de vergaderingen in goede banen te leiden. Dit gezegd zijnde, in tegenstelling tot andere juryvoorzitters van prestigieuze prijzen (ik zal geen namen noemen) lees ik ook de boeken die in aanmerking komen. Net als alle collega's maak ik dan wel ter zitting mijn mening bekend en stem ik gewoon mee. Twaalf jaar lang werkt dat al voortreffelijk. En zo zal het verder blijven, hoop ik.

Dit even terzijde (en vooral ter verduidelijking).

*

Vorm & Visie. Geschiedenis van de cncrete en visuele poëzie in Nederland en Vlaanderen, de lang verwachte studie van de erudiete Renaat Ramon heb ik nog niet in huis. http://mededelingen.over-blog.com/article-renaat-ramon-de-ring-van-mobius-124673722.html

Van de visuele dichter Luc Fierens wordt bovendien en nieuwe bundel aangekondigd: Re-PoesiaVisiva. Woensdag 29 oktober om 16 uur geeft hij een gastcollege aan de Vrije Universiteit Brussel. http://www.vub.ac.be/TALK/?q=node/417

*

Met veel genot las ik This is Belgian Chocolate. Manifestations of Poetry (New York, Three RoomsPress, 2014, 138 p.)  van Philip Meersman. De avant-garde- poëzie is een van mijn studie-objecten, maar die niet te meteen klasseren bundel was zonder meer een revelatie, in alle opzichten oorspronkelijk, uitdagend en vooral verkwikkend.

*

Bij Vantilt in Nijmegen verscheen Dan Dada doe uw werk! Avant-gardistische poëzie uit de Lage Landen, een representatieve bloemlezing (1913-1932) samengesteld door Hubert van den Berg & Geert Buelens, waarin niet alleen klassiekers als Bonset, Brunclair, Burssens, Marsman en Van Ostaijen maar ook dii minores hun plaats krijgen. Voor de eerste keer krijgt ook Vergeten te worden (1930), de surrealistische bundel van Marc. Eemans, volle aandacht.

*

Qua proza heb je dan twee mijns inziens beslist te lezen boeken: Op eenzame hoogte van Luc Boudens en Souvenirs van Lucienne Stassaert. Beide schrijvers breken briljant met hun vorig werk. En dan heb je nog de dichtbundels van Roger de Neef (Som van tijd) en Frank De Vos (Twijfelaars in bloei), het debuut van Joris Gerits (Fuga) als dichter, en de bundeling van de vroege poëzie van Marcel van Maele (Vuurtaal spuwen).

En dan heb ik het nog niet over een aantal merkwaardige biografieën... Of over de commotie veroorzaakt door het boek van Stan Lauryssens over Julien Schoenaerts. In de volgende, 239ste aflevering van het tijdschrift Mededelingen van het CDR (31 oktober), wordt een verhelderend dossier gepubliceerd over die navrante saga. Met het proces tegen het boek van Lauryssens werd de doos van Pandora geopend.

*

Dat alles wordt hier alleszins nog gesignaleerd en bovendien,uitsluitend  ten behoeve van de abonnees, uitvoeriger besproken in het tijdschrift Mededelingen van het CDR. Proefnummers via hfj@skynet.be

Henri-Floris JESPERS

 

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 26 octobre 2014 7 26 /10 /Oct /2014 13:18

 

Vermisten.jpg

Van l. naar r.: auteur Bert Popelier, regisseur Ivan Pecnik, muzikant Jan van den Broeck en acteur Karel Vingerhoets

De Eerste Wereldoorlog is nog lang niet voorbij. Zeker tot 11 november 2018 zitten we ermee opgescheept. Iedereen die meent een gat in het oordeel er over te zien, wil zijn mening kwijt. De zoveelste in de rij, langer dan de Chinese Muur, is Bert Popelier, dichter, criticus en verteller.

Enig recht van spreken heeft Popelier. Hij is afkomstig uit Passendale, zoon van een patattenboer. Als kind liep hij achter het peerd en de ploeg van zijn vader aan en verzamelde obussen, kogelhulzen, helmen, botten, gamellen en onderkaken met een gaaf gebit. Die oorlog zit in zijn handen en hoofd. Als hij er niet over kan praten bij pint en asbak, moet hij het uitschrijven. Dat heeft hij gedaan met De muur der vermisten, een documentair verslag, gevoelig en gelaagd.

Monoloog
Een toneelschrijver is Popelier niet en hij pretendeert dat ook niet te zijn. Eerst kwam het boek en toen het klaar was, kwam de gedachte aan een voorstelling. Meer dan een vertelling zat er niet in, en dat is een goede beslissing geweest. De acteur Karel Vingerhoets, die al eerder met Popelier heeft samengewerkt, zag een monoloog wel zitten en haalde er een regisseur bij, Ivan Pecnik. Hij schoof met deelteksten, gooide randnieuws eruit, tot hij een tekst in handen had met een theatrale lijn. Muzikale ondersteuning komt van Jan van den Broeck. Hij slaat op de landsknechttrommel, blaast op de blokfluit en de klarinet.

Onderwijzer
Vertrekpunt van het verhaal en de monoloog is een onderwijzer. Hij staat voor de klas. Hij heeft moeite met de geschiedenisles. Vooral als hij gekomen is aan van wat ter nadere duiding De Grooten Oorlog heet. Maar ook aan de Muur van de Vermisten van Passendale, met, net als in de Menenpoort, de namen van de gesneuvelden die nooit werden weergevonden.
Door de Les en de Muur vormt zich een verhaal waarin overlevering en reflectie elkaar voeden. De taal van de auteur is treffend, de stem van de acteur meeslepend, de muziek sober, bewust op het kale af. Het concept van de regisseur logisch, al had het wat gevulder gemogen. Het zwakke punt van de voorstelling. De acteur heeft een zee van ruimte, maar blijft binnen de vierkante meter die de regisseur hem opgelegd heeft. En veel aandacht heeft hij niet aan de klankvariaties van de acteur gedaan. Gedacht: de man weet het wel; hij is beroeps.

Inleving
Achteraan in het boek staan tien abstracte tekeningen van Marijke Tanghe. Als ze op een achterdoek waren geprojecteerd, was de inleving heel wat scherper geweest. Moeilijk moet dat niet zijn, het kleinste zaaltje heeft een achterdoek. De tekeningen refereren naar zowel het opspattend slijk bij het inslaan van obussen, de regen, de lijken en kadavers van wat ooit mensen en paarden waren, en het zwart en grijs en flitsen van heldere vlekken bij officieren die behandeld werden tegen shellshock. Soldaten kregen een paar dagen rust en werden dan met een uitbrander weer naar het front gestuurd.

Prachtnovelle
Pat Barker heeft een pracht van een trilogie over deze geestelijke ziekte geschreven, Weg der geesten. Samen met Van het Westelijk front geen nieuws van Erich Maria Remarque zitten beide boeken in de loopgraven van De Muur der Vermisten. De novelle van Bert Popelier is zowat het beste van wat hij ooit geschreven heeft. Uitzonderlijk zoekt hij een wat al te zoete zin. Poëtisch, juist, maar hij misstaat in proza, de schrijfvorm die het heeft van rauwheid, drift en razernij.

Langere speellijst gewenst
Maar genoeg de onderwijzer gespeeld. Mits een paar aanpassingen verdient deze voorstelling een langere speellijst dan de tien die nu op de affiche staan. En een rits schoolvoorstellingen met jongeren gezeten, leunend, half doorgezakt op zandzakjes in een driekwartcirkel rond de soldaat. De muzikant dolend achter het publiek. Nu eens dichtbij, dan weer in een gang van het gebouw.

Guido LAUWAERT

 

DE MUUR VAN DE VERMISTEN – info: www.ivanpecnik.be

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 25 octobre 2014 6 25 /10 /Oct /2014 20:52

 

Frank-Pollet--foto-Bert-Bevers-.JPG

Frank Pollet (foto: Bert Bevers)

De keuze voor slechts twee platen was ondoenlijk. Daar kon ik als melomaan niet mee leven. Aangezien ik geen films meeneem naar zo’n eiland mogen er toch nog twee klassieke platen bij, denk ik.

Uit de ‘moderne muziek’ kies ik Løsrivelse van Kari Bremnes, een plaat die me in de muziek van deze Noorse diva had ingewijd, een plaat vol al dan niet ingehouden emotie, vol referenties aan schilderijen van Edvard Munch; een plaat met louter ijzersterke composities in zeer uiteenlopende genres; een plaat die me ook de weg wees naar de intrigerende wereld van Ketil Bjornstad; een plaat die met een bijkans griezelige audiofiele perfectie was opgenomen. Hors catégorie op alle vlakken.

Daarnaast Gaucho van Steely Dan. Ik ben na zoveel jaren nog steeds diep onder de indruk van de avontuurlijke, jazzrockcomposities met soms heel onvoorspelbare akkoordenwisselingen die de heren Walter Becker en Donald Fagen uit hun mouw schudden. Orenschijnlijk klinkt Steely Dan afgelikt, maar wie beter luistert ontdekt een rijkdom aan dwarse structuren, straffe harmonieën, en weerhaakjes allerhande, waardoor deze muziek nooit gaat vervelen. Nummers als Babylon Sisters, Hey Ninetine en Gaucho bezorgen mij, zelfs 34 jaar na de release van deze plaat, bij elke herbeluistering kippenvel. Een van de grote plussen om Steely Dan-platen mee te nemen naar een eiland, zijn de cryptische teksten. Eén zo’n tekst levert stof op voor tientallen interpretaties. Sommigen fans beweren zelfs dat de lyrics geheime boodschappen bevatten. Dat wordt natuurlijk in de hand gewerkt doordat Becker en Fagen er het stilzwijgen toe doen als het op hun teksten aankomt. Op www.steelydandictionary.comvind je zelfs een heus woordenboek met ‘wetenschappelijke’ verklaringen voor de Steely Dan-cryptiek.

 

In de categorie ‘Klassieke muziek’ bestaat er geen enkele twijfel over: Symfonie Nr. 3, ‘symfonią pieśni żałobnych’ (‘Symfonie van treurliederen’) van de Poolse componist Henryk Mikołaj Górecki (1933-2010). Deze muziek is uitzonderlijk traag, repetitief en donker. In de instrumentale duisternis wellen liederen op die door merg en been snijden. Oké, de tekst lijkt op het eerste gezicht melodramatisch zonder meer: Niet huilen, moeder. Koningin van de Hemel, reinste Maagd, bescherm mij altijd. Maar wanneer je weet dat de 18-jarige Helena Wanda Blazusiakówna tijdens WOII die woorden in de muur van haar cel in een hoofdkwartier van de Gestapo, het Palace Hotel in Zakopane, kraste, krijgen ze, in combinatie met de dreigende muziek, een intensiteit die zijn weerga niet kent.

Ook gaan mee Bachs Suites for Cello Solo, op onnavolgbare wijs gespeeld door Janos Starker.

Wat beeldende kunst betreft ben ik zeer gehecht aan twee schilderijen die ik thuis heb. Een klein van Marino Pollet,

Frank-Pollet---Schilderij-Marino-Pollet.jpg

en een groot (om de verhouding een idee te geven ben ik er naast gaan zitten) van Piet Brak.

Frank-Pollet---Schilderij-Piet-Brak.jpg

Die mogen ook mee naar ‘mijn’ onbewoond eiland.

 

Frank Pollet, Puyvelde

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 25 octobre 2014 6 25 /10 /Oct /2014 16:10

 

Peter-Benoit.png

Op vrijdag 31 oktober vindt in de Sint-Joriskerk aan het Mechelseplein te Antwerpen een concert plaats met muziek van François-Joseph Fétis en diens leerling Peter Benoit. In een eerste deel wordt de Plechtige Optocht, de ouverture tot het Drama Christi, van Peter Benoit (1834-1901) gebracht. Deze compositie werd door hem geschreven in 1871 ter gelegenheid van de inwijding van de reeks muurschilderingen van Guffens en Swerts in de Sint-Joriskerk.

Francois-Joseph-Fetis.png In een tweede deel wordt de Messe de Requiem van Joseph-François Fétis (1784-1871) uitgevoerd. Dit monumentale stuk werd op 24 oktober 1850 gecreëerd op een rouwplechtigheid voor koningin Louise-Marie d'Orléans, de echtgenote van Leopold I. Louise-Marie was op 9 augustus 1832 gehuwd met de eerste Belgische koning, de 22 jaar oudere Leopold I, maar ze zou op 11 oktober 1850 in Oostende overlijden aan de gevolgen van tuberculose. Ze was toen pas 38 jaar oud. Louise-Marie werd op 17 oktober begraven in de Onze-Lieve-Vrouwekapel in Laken en toen werd een eerste - onvoltooide - versie van dit stuk gebracht. Nog een week later, op 24 oktober, was er dan in de Sint-Goedelekathedraal in Brussel een officiële service funèbre en het is bij die gelegenheid dat de dodenmis van Fétis voor het eerst uitgevoerd werd in zijn definitieve en huidig gekende versie.

Het concert in de Sint-Joriskerk wordt uitgevoerd door het Metropolis Symfonie Orkest; het Metropolis Koor; het Arenbergkoor Leuven; de sopraan Anne Cambier; de alt Inez Carsauw; de tenor Mauricio Villanueva Espinosa; de bariton Joris Stroobants en de orgelist Erwin Van Bogaert. De dirigent is Jaak Gregoor. Het concert begint om 20.00 uur.

Toegangskaarten aan de prijs van €15 kunnen telefonisch in voorverkoop besteld worden bij Johan Vercoutere op het nummer 0497 21 48 31.

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Musique
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Vendredi 24 octobre 2014 5 24 /10 /Oct /2014 19:43

 

Neeland.jpg

Nic Balthazar heeft een tweede verhaal geschreven, dat als boek is uitgegeven en waar hij een toneelstuk van heeft gemaakt. Was Ben X een ingrijpend verhaal over een jongen met het syndroom van Asperger, die zelfmoord pleegt wegens de extra belasting dat hij op school gepest wordt, is Neeland een simpel verhaal, om het zacht uit te drukken. De bedoeling is goed, maar alleen daarmee kom je niet ver. Hoe ver?

Een jongeling, kort geleden aan de puberteit ontsnapt, belandt in België. Hij is een vluchteling uit een niet nader genoemd land, zonder naam. Althans, hij is gewoonweg ‘iemand’. Hij vertegenwoordigt alle jonge vluchtelingen, en dat is een duidelijke keuze, maar zowel de lezer als de toeschouwer heeft graag een naam. Een anoniem iemand verwerft nooit wezenlijk contact.
Het verhaal is gebaseerd op getuigenissen van Hanif, Aziz en vele anderen. De opdracht vooraan in het boek is de vertaling van een Albanees spreekwoord: Hij die lezen kan, heeft vier ogen. Verondersteld mag dus worden dat hij afkomstig is uit Albanië.

Bij Dikke Willy
Via tussenpersonen is onze Albanees – As you like it – met vrienden in België belandt. Engeland was beloofd, het land van de engelen, maar het werd België, het land van de frietjes. Want in een frietkot komt hij terecht, na heel wat omzwervingen. Het frietkot wordt uitgebaat door Dikke Willy, die hem zwaar laat werken voor weinig geld en bovendien in het zwart. Bij Dikke Willy leert hij Nederlands, voornamelijk monosyllaben en in een zinsbouw vol kreukels.

Tanja
Al werkend durft hij al eens de stad in te gaan. Zo leert hij een meisje kennen. Hé, toevallig ook een vluchtelinge. Ze is doof, maar of dat zo is dan zij het voorwendt, blijft in het midden. Naast die doofheid is zij stom, al kan ze wel wat rauwe klanken uitstoten. Zoals ‘Tanja Uvad’. Waardoor hij haar Tanja noemt, al begrijpt hij later dat zij daarmee gewoon ‘dank u’ bedoelt. Uit contact ontstaat interesse in elkaar en uit interesse tederheid en uit tederheid liefde en uit liefde een foetus. Kort nadat ze dit weten worden ze door de politie opgepakt en gescheiden. Hij komt terecht bij de sociale dienst. Om asiel te kunnen krijgen moet hij zijn wedervaren vertellen.

Verrast noch verbaast
De reis en zijn verblijf met Tanja in Frietland maakt het verhaal uit van het boek en de voorstelling. Veel verrassing zit er niet in. Wat wel overvloedig aanwezig is, is wat de simpelste onder de simpelen al weet: saaie voorspelbare wendingen belegd met belegen clichés. Nic Balthazar kan beter. Deze keer moet er iets fout gegaan zijn en heeft hij dat niet tijdig ingezien. Deze tekst en de regie, waarvoor hij ook tekende, leert de toeschouwer niets, verrast noch verbaast. Wat Albanese muziek tussendoor en lichtbeelden. Een tafel met een stoel. Wat vodden als zwerfvuil om de gaten in de leegheid te vullen.

Een blinde muur
Arme Soufiane Chilah. De jonge acteur speelt de vluchteling, de aangespoelde, de man van de hoop en een berg liefde. Toneelbeheersing heeft hij. Aandacht trekt hij. Maar hij is aan zijn lot overgelaten. Botst tegen een blinde muur. Waarvoor is er anders een regisseur dan om de uitstraling van de stem en de motoriek van het lichaam af te stellen? Zodat de voorstelling rond draait als de motor van een bolide.
Wat Chilah doet is beginnen in tranen en eindigen met tranen. Boven een harde blik die 55 minuten standhoudt. Was hij droog en ijskoud begonnen had hij kunnen eindigen in tranen en met rijke armoede op het aangezicht. Een pracht van een evolutie was het gevolg geweest.
Nooit eens banjert hij over het toneel, de verhoorruimte, en uit nergens blijkt tot wie hij spreekt. Geen enkele keer switch hij van extrovert naar introvert. Als toeschouwer voel je dat hij meer wil, maar braaf heeft geluisterd naar de regisseur. Zoals een vluchteling te bang is om het achterste van zijn tong te laten zien. Te voorzichtig is zijn waarheid helder te brengen. Zijn klaagzang in een Bergrede om te zetten.

Geen hemel maar kelder
Had hij dat maar gedaan. Dan zou een beklijvend gevoel zijn ontstaan, waaruit een voorstelling ontstaan zou zijn die in de hemel van het geheugen zal worden opgenomen, bij de engelen en de edelen van de toneelhemel. Waar ook Ben X woont. Neeland zal het echter nooit verder brengen dan de kelder.

Guido LAUWAERT

NEELAND – tekst en regie Nic Balthazar – www.huubcolla.be – boekuitgave: www.lannoo.be

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires

Pages

Créer un Blog

Recherche

Calendrier

Novembre 2014
L M M J V S D
          1 2
3 4 5 6 7 8 9
10 11 12 13 14 15 16
17 18 19 20 21 22 23
24 25 26 27 28 29 30
             
<< < > >>

Présentation

Créer un blog gratuit sur over-blog.com - Contact - C.G.U. - Rémunération en droits d'auteur - Signaler un abus - Articles les plus commentés