Mercredi 30 juillet 2014 3 30 /07 /Juil /2014 02:10

 

portret-JdH.jpg

Johan de Haas, portret door Carole van Wees

Als het deel uitmaakt van je dagelijkse omgeving kan een schilderij na verloop van tijd een ziel krijgen. Dit gaat sluipenderwijs. Je projecteert als vanzelf gedachten en zelfs herinneringen op het geschilderde beeld. Een goed schilderij houdt de steeds diepere overpeinzingen die het uitlokt gemakkelijk bij. Het blijft je uitdagen.

Johan de Haas (Den Haag, 1923) maakte tot 2010 schilderijen. Als sinds begin jaren tachtig hangen twee van zijn werken bij mij aan de muur. Ze hebben mij geleerd wat ‘ingehoudenheid’ en materiaalbeheersing betekenen. Dat bracht mij ook met het schrijven verder.

Mijn eerste aankoop, Compositie 1957 - 2, is het meest ‘aanwezig’ in mijn innerlijk. Het is een abstracte voorstelling (caseïnetempera op board, 51 x 67 cm). De Haas vertelde mij ooit dat het duinlandschap bij Den Haag de aanleiding voor de compositie vormde. Kenmerkend voor deze vroege De Haas zijn de verfbehandeling (een ruw ‘mat’ oppervlak) en het kleurgebruik (grijzen, okers). Het zijn de kleuren die je in de duinen, aan de Noordzee, waarneemt op een grijze dag.

Zoals in alle werken van De Haas verandert de kleur zo’n beetje per uur (de verfhuid is overgevoelig voor schaduw en licht). Het beeld van de compositie kent geen aandachttrekkend middelpunt. Er is beweging, diepte en een ongrijpbare afwezigheid van menselijke invloed. De vormen lijken niet ‘gemaakt’ of bedacht. In het kijken verdwaal je, in het verdwalen vind je een ervaring van ongereptheid.

2-compositie-1-1957-1024x788.jpg

Johan de Haas: Compositie 1957 - 2

De schilder put zijn hele leven al inspiratie uit de natuur. Zijn woning in Velp (Gelderland) ligt bij een uitgestrekt bosgebied. Keien, stukken hout, grondsporen, schaduwen, bladeren: voor De Haas zijn het zaken die aanleiding geven tot abstracties met een lading. Hij onderzoekt, kantelt de vorm of zoomt in op details. In zijn geabstraheerde composities leidt hij als het ware af van de oorspronkelijke vorm om zo een veel zuiverder, meer verinnerlijkt, beeld van het natuurlijke te creëren. Een natuurvorm teruggebracht tot een spel van vormtekens. Elk schilderij een domein voor de zoekende gedachte.

Johan de Haas werd eind vorig jaar negentig. Zijn oud-studenten (hij gaf lang les aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem) initieerden recent een website met een goed overzicht van zijn leven en werken. Het oeuvre (tekeningen, schilderijen) wordt voorgesteld en zijn niet te onderschatten betekenis als docent en begeleider wordt en passant duidelijk. Een bescheiden en belangrijk schilder. Zijn site is een aanrader.

http://www.johandehaas.nl/

Erick KILA

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : arts plastiques
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 28 juillet 2014 1 28 /07 /Juil /2014 20:51

 

Weirdos2014twee.jpg

De dichter Frank Moyaert (° Boortmeerbeek 1963) overleed op zondag 20 juli ten gevolge van een val van de vierde verdieping van het appartementsgebouw waarin hij woonde.

Hij was geen groot schrijver maar hij heeft toch bepaalde invloeden gehad, vooral op mij... Hij stierf zoals hij geleefd heeft: in vrije val!”, aldus Hubert Van Eygen (° 1961), die mij het tragische nieuws meldde.

Frank Moyaert was mede-oprichter van het anti-postmodernistisch literair (k)wartaalschrift Weirdo's, een kruispuntje dat hij in 1986 samen met Hubert Van Eygen uit de grond stampte toen ze beiden werkten voor Amnesty International Vlaanderen. Naast vier dichtbundels publiceerde hij verhalen, recensies en essays in o.a. Gist, Het Visnet, Leuvense Letters, Naar Morgen, Portulaan, Thuis in Schaarbeek, 't Kofschip, Weirdo's en Wel. Zijn novelle De Ballade van Nick en Sally werd tot strip verwerkt door Steven de Rie (derde deel in de reeks 'Doodlopende straten').

*

Frank Moyaert bewoonde de enige woonkazerne aan de Helenalei, op geen steenworp van mijn huis. Zijn elektriciteit was afgesloten door de energiemaatschappij. Hij wilde stroom aftappen uit het appartement onder dat van hem, dat al een tijdje lang leeg stond. Rond tien uur zag buurman Azis iemand via de brandtrap naar binnen klimmen op de vierde verdieping.

Dit klinkt misschien gek, maar zulke dingen gebeuren in dit gebouw heel vaak. Ik keek er dus niet zo van op en ging weer naar binnen. Nog geen minuut later hoorde ik een klap.”

Frank Moyaert had zijn grip verloren, viel van vier hoog naar beneden en kwam op het dak van een garagebox terecht. In zeer kritieke toestand werd hij met een schedelfractuur overgebracht naar het ziekenhuis, waar hij later in de middag overleed.

Ook conciërge Tony Hellemans schrikt niet op van het feit dat Frank uit zijn appartement is geklommen.

Dat doen veel bewoners hier. Daar sta ik niet meer van te kijken. Maar het is natuurlijk wel erg dat Frank op deze manier aan zijn einde is gekomen.”

Tja, “zulke dingen gebeuren hier heel vaak”, “ik sta hier niet meer van de te kijken”... Een gezellige woonst daar aan de Helenalei...

Zie: http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-antwerpen/man-valt-van-vierde-verdieping-a1951481/

*

Hubert Van Eygen schrijft mij dat het verhaal van Moyaert – waar ik sprakeloos bij sta – “illustreert hoe vandaag mensen moeten vechten tegen de armoede in het rijke Vlaanderen”. Het rijke Vlaanderen? Jawel, het Vlaanderen waarin elke week 250 gezinnen op straat worden gezet, waar in 2013 zo'n 13.000 Vlaamse huishoudens voor de rechter werden gedaagd met een eis tot uithuiszetting (wat naar schatting in 90% van de gevallen gebeurt). In Weirdo's heeft de onderschatte dichter en essayist Guy van Hoof (° 1943) de voorbije jaren meermaals gewezen op die erbarmelijke toestanden in zijn bijzonder aanbevelenswaardige rubriek 'De hemel heeft geen dak'. (Wanneer worden die bevlogen essays in boekvorm verzameld? Ach ja, uitgevers hebben daar uiteraard geen belangstelling voor.)

Voltaires Candide was het met Leibniz eens: “tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes possibles”. Nu wordt het wel killer...

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Actualité
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 27 juillet 2014 7 27 /07 /Juil /2014 18:49

 

De-Sirenengedichten-copie-1.jpg

Fascinerend hoe talen zich weinig aan grenzen gelegen laten liggen. Zo viel het me in Aken en Maastricht op hoe de inboorlingen, hoewel officieel Duits en Nederlands, elkaar in een soort tussentaal begrijpen. Ook in de Achterhoek, een van de mooiste streken van Nederland overigens, trof me dat. Mensen uit Winterswijk en Vreden (aan de andere kant van de landsgrens) verstaan elkaars dialect makkelijk. Daar is dat het Westfaals, een variant van het Nedersaksisch, dat ondertussen voor de Europese Unie als officieel erkende streektaal geldt.

Bijzonder aardig vind ik dat ook sommige dichters hun moedertaal af en toe aanwenden voor hun poëzie. Enkele mooie voorbeelden staan in De Sirenengedichten 1999-2014, een charmant uitgaafje van de Stichting Eeuwig Erbarmen (wat een práchtnaam!). Die organiseert sedert het eind van de vorige eeuw jaarlijks (behalve in 2004, waarom is me niet bekend) wandelingen over de landgoederen Idink en Nibbelink in het Gelderse Sinderen onder de naam ’nDrom. Die bieden de deelnemers onderweg muzikale, poëtische en theatrale verrassingen. In De Sirenengedichten  is een keuze opgenomen van verzen die in de loop van de laatste vijftien jaar speciaal voor ’nDrom  werden geschreven. Het boekje, dat net als vele Franse uitgaven voordat je het kunt lezen aan de bovenkant nog moet open worden gesneden, bevat bijdragen van Jolanda van Erkel (eentje) en Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter. Die drie vormen samen ook het Instituut Praktische Poëzie (HiPP), en weten zich in hun gewest geworteld. Dat komt steevast liefdevol beschreven uit hun gedichten naar voren. Bert Scheuter is er ‘een houtman in een houtdorp’, oude landbouwwerktuigen worden door alle drie gekoesterd. Je ruikt gorgelend zompig moer  en de geur achter de vraag is bos nog bos als het gehakt  is?

Om terug te komen op het Nedersaksisch, enkele voorbeelden: Zet blauw baoven gruun / en dreum owwen drom / in de bos, in de weide. // Dan zette owwe oorne los en luustert, / dan kiek owwen drom diep in de ogen / en ziet eerst maor’s wat eur d’r van duch.(Bert Scheuter) en ’n Vlucht schoolherinneringen, / Pas op, i’j daor! // ’n School opgeviste dingen, ónbedaorbaor. // ’n Zwarm vluchtige vraogen, jao èh nea maor…. // ’n Dróm vraogteikens te raoden, ónafzienbaor.(Hans Mellendijk) Het heeft hier en daar wel wat van West-Vlaams weg. Als je het hardop leest begrijp je het prima. Mooi ook, van Scheuter: Ik bun dat kind veurbi-j ’egaon, / Het kind dat alles annemt. […] Want ik wet da’k niet vinne, / tut de tied zelf mien zelf wegnemt….

De Sirenengedichten waren een aangename verrassing in mijn brievenbus!

Bert BEVERS

 

De Sirenengedichten 1999-2014, Jolanda van Erkel, Hans Mellendijk, Louis Radstaak en Bert Scheuter, Stichting Eeuwig Erbarmen, Varsseveld, 2014

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 26 juillet 2014 6 26 /07 /Juil /2014 18:26

 

Frans Depeuter-copie-1

Hier, in dit omheinde domein, wordt

niet met hagel geschoten. Hier worden

geen klemmen gezet. Hier wordt niet

met vuur gespeeld. Hier worden geen

eieren gebroken, geen peren gestoofd.

Hier dansen de poppen niet op tafel

en spatten geen vegen uit de pan.

Hier wordt niet met knuppels gegooid.

En ook niet gebokt, gemept, gehorzeld,

gegrold, gekat en gemuisd. Hier baren

de muggen geen olifanten. Hier wordt

niet tegen de muren gepraat, er worden

geen oren genaaid, en onder geen be-

ding wordt met de deur in huis gevallen.

 

Maar wat wél geschiedt en met vlijt

wordt beoefend, is dat zand in de ogen

wordt gestrooid, er wordt gezoend en

gevrijd en gefloten in het donker, er

wordt gevlogen en gedanst op de maat,

er wordt huisgehouden en derhalve

worden broodjes gebakken en stroop

gesmeerd. En waar nodig worden de

potten gelijmd en lucht verpakt met

verzilverde strikken, er wordt gewikt

en gewogen, geknikt en gebogen, en zo

worden punten gescoord. En uiteraard

trekken beide partijen bij hoog en bij

laag aan hetzelfde touw, maar ieder

aan het andere eind.

Frans DEPEUTER

 

Uit de pas verschenen bundel: 'Wolken schoven boven ons voorbij' (Berghmans uitgevers)

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Vendredi 25 juillet 2014 5 25 /07 /Juil /2014 22:30

 

De nieuwste boreling van Jo Van Damme is de ideale voorstelling voor wie aan soap verslaafd is en wie flipt op BV’s. Naar twee ervan kan hij vijf kwartier staren en na afloop in de bar een handtekening vragen. Geslaagde uitstap. En nu snel naar huis om de opgenomen en de voor de vijfde maal herhaalde aflevering van zijn geliefde soap te bekijken. O, what a wonderful evening, o what a wonderful day.

Aan de voorstelling heeft hij niets, want die begrijpt hij toch niet. Niet omdat hij te dom is. Het ligt aan de plot. Zo zwak dat er geen touw aan vast te knopen is. Al is er wel een. Gefabriceerd in China of een van de omliggende parochies. De tekst op de folder – flyer moet je tegenwoordig zeggen – geeft nog enige hoop. Hadden ze die maar gespeeld! In alle mogelijke variaties. Inclusief achterstevoren of op hun hoofd staande. Want het gebak is oersaai, clichés struikelen over hun eigen voeten en een taal waar de lelijkste kwal in vergelijking een beauty bij is. Van Damme moet dringend in therapie, een jaartje vreemd gaan, aan de drank, af de drank, stoppen met roken, een kettingroker worden, snoepen, een andere bril kopen, afijn, hij moet iets doen want zo kan het niet langer. Hij is zijn eigen talent aan het afkrabben zoals lepralijders niet van hun eigen korsten kunnen afblijven.

Costa Blanca, waar gaat dat volkstoneel zonder dialect en zonder actie of reactie van waarde over? Volgens de folder, ingekort om wakker te blijven: ‘Het luxe appartement met gemeenschappelijk zwembad mogen ze gratis van haar ouders gebruiken. Prima, ware het niet dat hij uitgerekend nu wordt geplaagd door een zonneallergie die hem binnenshuis houdt. Maar dan slaat zijn verveling om in voyeurisme: hij ontwaart verdachte bewegingen bij de buren. Ook de achterdocht duikt op. Hij verdenkt zijn vriendin van ontrouw.’

De verdachte bewegingen zijn ontleend aan Rear Window  van Alfred Hitchcock, dat ligt er dik op, maar in de onderlaag zit een kort fragment, haast letterlijk overgenomen uit de proloog van Who’s Afraid of Virginia Woolf, en de geest van De eieren van de kaaiman  van Hugo Claus. Klein diefje spelen is niet zo erg, als je er maar een eigen draai aan geeft. Die draai is er echter niet, omdat het hele stuk zijn draai niet vindt. Jammer voor Clara Cleymans en Bert Verbeke, die de trucs van de soap moeten opblazen. Bert Verbeke, gesappeld in de soap weet zijn onliners correct op te bouwen, Clara Cleymans heeft er meer moeite mee. Voor haar spreekt dat haar stem niet van de sterkste is. Zij moet daarom luid spreken waardoor nuance onmogelijk is. Een microfoon had haar woordspel gered. De mimiek van beide spelers verschillen ook grondig. Die van Bert Verbeke is naturel, terwijl Clara Cleymans met haar lichaamstaal een ander ritme volgt. Nu eens te laat, dan weer te traag of te vroeg.

Regisseur Bob De Moor heeft het zich niet moeilijk gemaakt. Centraal een meubelstuk voor dubbel gebruik: als zitbank en als bed, middels het neerklappen van de leuning. Een toiletpot links en een luxaflex rechts met er pal naast een uitstulpje dat een terras moet voorstellen. En daarmee moeten de twee spelers het zelf doen. Bob De Moor heeft ze hun eigen rollen naar eigen wens en pens laten spelen. Moordend voor een al verstikkend stuk. Het kan hem echter niet kwalijk genomen worden, wetende met wat voor taalmateriaal hij aan de slag moest. Maar hij gelooft met oogkleppen aan in de kunde van Jo Van Damme om modern volkstoneel te schrijven. Volgend jaar beter. En het jaar daarop meesterlijk, zie je hem denken, bij het napraatje in het foyer. Ik gun het hem, een meesterwerk. Ter waarde van de peer van Cyriel Buysse en de sneer van Romain De Coninck. Want Bob De Moor heeft vanuit zijn karakter en toneelliefde een maatschappelijke boodschap, die hij via een sarcastische inslag, in het hoofd wil drammen van de mens met één toneeluitstap per jaar.

Bob De Moor heeft het moeilijk met kritiek op zijn lievelingsauteur. Hij verdedigt hem met hand en tand. Maar als je geschoren wordt, moet je stilzitten. Moet je luisteren naar de kapper: het applaus. Is het vals of oprecht? Bij Costa Brava was het geen van beide. De naturel bij beide genres ontbrak. Dan moet je toch eens hard op de vingers slaan van de auteur. Verkleed als Herr Flick.

Guido LAUWAERT

 

COSTA BLANCA – auteur Jo Van Damme – regisseur Bob De Moor – spelers Clara Cleymans en Bert Verbeke – productie vzw TWIJFEL – info www.thassos.be

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Jeudi 24 juillet 2014 4 24 /07 /Juil /2014 20:36

 

Bernautz-de-Ventadorn.JPG

Bernat de Ventadorn

In een vorige bijdrage meldde ik reeds mijn Kathaarse’ afwijking’ en daarbij horen eveneens de troubadours omdat in de Languedoc tijdens de kruistochten tegen de Albigenzen hun geraffineerde, profane wereld zal ten onder gaan. (1)

Vanaf het einde van de XIe eeuw waait in de Languedoc een nieuwe wind die uiteindelijk in een hoofse literatuur over gans Europa zal uitdijen. Deze eerste grote literaire stroming danken we aan de (gezongen) poëzie van de troubadours. De eminente historica Anne Brenon, van wie ik opnieuw een prachtig artikel las, spreekt in dit verband van ‘une première Renaissance’.(2) Hun naam is afgeleid van ‘trobar’ in de 'langue d’oc', ‘trouvères’ in de 'langue d’oïl': die vinden, creëren, laten geboren worden.

Zij breken met de Latijnse religieuze zangen en ‘vinden’ in de Minnezang, de satire of oorlog (La canso) een nieuwe poëzie. In hun werk staat vreugde en jeugd centraal en wordt de vrouw het voorwerp van de Fin’amor  of hoofse liefde. In een feodale mannencultuur waarin de vrouw veelal als politieke pasmunt dient, is deze minnelyriek met de verheerlijking en verering van een onbereikbare, mooie dame in een adellijke omgeving ontzettend vernieuwend. Zij wordt de inspiratiebron ‘dans la folie comme dans la sagesse’ (Raymond de Miraval).

Deze geletterde troubadours staan ver van de volkszangers. Enkelen behoren tot de hoge adel zoals Guilhelm de Poitiers, hertog van Aquitanië of Raimbaud d’Orange. Meestal zijn zij van nederige afkomst zoals Bernat de Ventadorn of Pière Vidal. Hun publiek is de adel waarvoor zij in landelijke burchten of stedelijke paleizen optreden. De milde vrijgevigheid die zij er ontvangen stelt hen in staat om van hun pen te leven.

Troubadour.JPG

Troubadour


De ‘Paratge’

Wanneer in 1208 paus Innocentius III de kruistocht tegen de Albigenzen in de Languedoc preekt, kiezen de troubadours meestal de zijde van hun beschermheren. Hun wereld is bedreigd. Voor hen is de zaak van de Occitaanse heren evenzeer deze van de ‘courtoisie’. Na de nederlaag van de kruisvaarders kunnen ‘dames et amants recouvrer la joie d’aimer qu’ils ont perdue’.

'Paratge'is een begrip, net zoals het Engelse ‘serendipity’ onvertaalbaar (Serendipiteit  vind ik trouwens een verschrikking). Het woord is meerledig en zoals een matroesjka met haar verschillende popjes, herbergt het vele betekenissen. Het staat niet alleen voor eer, moed, adel, hoffelijkheid, ridderlijkheid en elegantie maar het omvat eveneens evenwicht, natuurlijke orde en rechtvaardigheid.

La-Canso.JPGLa Canso

Het Canso, sinds de XIXe eeuw Chanson de la croisade contre les Albigeois genoemd, is een epos en werd in tienduizend Occitaanse alexandrijnen door een anonieme troubadour geschreven. Hij verhaalt de gebeurtenissen tussen 1208 en 1219 vanuit het standpunt van de verdedigers. Het fundamentele argument in zijn verdediging van de legitimiteit van de Occitaanse heren is net de Paratge  die hij inroept tegen ‘li clergues e.l Francès’ en ‘ l’orgolh de Fransa’ (de clerus en de Fransen/ de hoogmoed van Frankrijk). De schrijver is ontzet en geschokt door een gebrek aan respect voor de Paratge door de indringers. En deze beschuldiging is belangrijker dan het bedrog, geweld, vandalisme, liegen, huichelarij, en zelfs massamoord.

 

Toto lo mons ne valg mens, de ver o sapiatz,

Car Paratges ne fo destruitz e decassatz

E totz Crestianesmes aonitz abassatz.

 

Het verminderde de hele wereld, wees er zeker van,

Want het vernietigde en verdreef de Paratge,

En het onteerde en beschaamde het ganse Christendom.

 

Een generatie van geëngageerde troubadours zal tijdens de XIIIe eeuw hun pen tegen de dubbele vijand, ‘li clergues e.l Francès’ scherpen. Zelfs tot in het begin van de XIVe eeuw klinkt in de inquisitieverslagen het verzet van Pière Cardenal door: ‘Li clerc si fan pastor, e son aussizedor/ De geestelijken zijn vermomd als herders, en zijn moordenaars’

Frank DE VOS

  1. http://mededelingen.over-blog.com/article-katharen-van-ketters-naar-anders-denkenden-119825223.html

  2. Revue Pyrénées Histoire, 2014, Cathares, numéro spécial, blz 82.

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire de la littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mercredi 23 juillet 2014 3 23 /07 /Juil /2014 19:14

 

Just-wondering.jpg

Nadat ze de achtervolging op een postkoets met veel dollars aan boord hadden opgegeven vraagt boef Jack Elam aan bendeleider Charles Bronson: “Eh boss, I was just wondering if this was a wise decision.” Bronson kijkt hem alleen maar aan, en knalt hem vervolgens overhoop. Waarna hij de rest van zijn jongens aankijkt en vraagt “Anyone else just wondering?” “No boss” klinkt het unisono. Typisch staaltje van ontbreken van een overlegcultuur. Sinds lang Four For Texas  weer eens gezien. Niets bijzonders. Sterrenvehikel: Frank Sinatra. Dean Martin. Ursula Andress. Anita Ekberg. En Bronson en Elam dus. En vooral: weer een film waarnaar Sergio Leone knipoogde. Hij kende het genre western op zijn duimpje. Charles Bronson speelde éérder mondharmonica dan in Once Upon A Time In The West. In Vera Cruz  namelijk, puike film uit 1953. En Charles Bronson schoot Jack Elam éérder dood dan in Once Upon A Time In The West. In deze Four For Texas  dus, uit 1963.

In Four For Texas  overigens ook een cameo van The Three Stooges (om wie ik als jongetje hartelijk kon schaterlachen). Het is geen grootse cinema en zeker geen subtiele humor, maar ook nu nog zit ik toch te grinniken om deze drie mafkezen:

http://www.youtube.com/watch?v=lk1o8fdmres

À propos: of het iets is weet ik niet vermits ik die film nog nooit zag, maar juist komende maandag brengt VTM om 15.35 uur The Three Stooges  van Bobby en Peter Farrelly (uit 2012) op het scherm. Benieuwd wat ze met de erfenis van die merkwaardige paljassen hebben gedaan….

Bert BEVERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : cinema
Ecrire un commentaire - Voir les 1 commentaires
Mardi 22 juillet 2014 2 22 /07 /Juil /2014 23:38

 

saint-r-my.jpg

Saint-Rémy

(20 juli) Op vraag van Dirk Maeyens ging ik louter als vriendendienst een bibliotheek van ik schat zo'n 20.000 titels summier expertiseren, de degelijke bibliotheek van een intelligente  lezer, niet van een verzamelaar... Als dank mocht ik een boek kiezen. Mijn oog viel op Moderne kunst en ontaarding  (Kampen, J. H. Kok, 1926) van Seerp Anema (1875-1961), een essay in de voetsporen van Max Nordau en Oswald Spengler.

Thuisgekomen had ik nog net de tijd om te douchen (ja, oude bibliotheken en stof...) en mij nog even te concentreren op mijn “college”. Na een uiteenzetting van zowat 45 minuten volgde een nabespreking van meer dan een uurtje, waaruit bleek dat het onderzoek van WS toch wel merkwaardige lacunes vertoont... Achteraf ging ik op bed lezen, in gezelschap van o.m. Seerp Anema (en, uiteraard, van Chica...).

(21 juli) Voortgewerkt aan de klassering van mijn foto-archief. Hier alvast een geposeerd portet van Saint-Rémy. De door hem gesigneerde foto dateert van 24 juni 1979 (Saint-Rémy overleed kort daarop, op 21 augustus).

In 1981 publiceerde Renaat Ramon in de Bibliotheek van de Westvlaamse letteren (VWS-Cahiers) een verhelderend essay over de in alle opzichten merkwaardige Saint-Rémy, alias Rémy de Muynck (1913-1979). Jan Lampo verwerkte de in het Letterenhuis bewaarde archivalia en destilleerde daar voor Zuurvrij een overzichtsbijdrage uit over Saint-Rémy's leven en werk als schrijver, vertaler, schilder, uitgever en boekhandelaar.

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire de la littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 21 juillet 2014 1 21 /07 /Juil /2014 20:59

 

moordurpelwig2.jpg.h380.jpg.568.jpg

Chris Van den Durpel en Bob De Moor

Goed dat er volkstoneel is. Maar wat is echt volkstoneel tegenwoordig? Het is enkel te vinden in carnavalstoeten. De parade van Aalst is daar het mooiste voorbeeld van. In het theater is er een adreswijziging. Tot eind vorige eeuw was de politieke onvrede nog enigszins aanwezig. Momenteel is het eerder een familiale kwestie uit de volkse sfeer die in de postkoets zit.

Politieke kritiek moet je van toneelauteur Jo Van Damme niet verwachten. Maar in het uitdelven en reinigen van een oud familiaal zeer is hij een kei. Het wordt er met de jaren maar sterker op. Al is niet alles even krachtig. Sinatra  [2013] en Guernica  [2012] waren steengoed. Dat is niet het geval met zijn nieuwste boreling Slechte vrienden. Zoals naar jaarlijkse traditie ging de voorstelling tijdens de Gentse Feesten in première en wacht de productie een tournee tot eind van het jaar, met een vijftigtal voorstellingen, wat lang niet mis is. Het plot is echter zwak en kent een paar flauwe momenten. De voorstelling wordt echter gered door de inzet van Chris Van den Durpel [Eddy] en Bob De Moor [Roger]. Tempo, timing en clou’s tonen aan dat de twee acteurs echte vrienden zijn. Het spelen van slechte is dan ook een kolfje naar hun hand.

Tweegevecht


Het plot is simpel. Eddy en Roger werken in een drukkerij, waarvan de baas geen cultuurbarbaar is en voor het jaarlijks personeelsfeest niet het traditionele mosselsouper voorziet, maar een theatervoorstelling. Voor de rollen wordt beroep gedaan op het personeel. De nieuwste is een bewerking van een boek van de van nostalgie druipende baas: een romannetje van Karl May. Met twee acteurs. Wie kunnen dat anders zijn dan de westernhelden Old Shatterhand en Winnetoe. Eddy noch Roger balen ervan. Bovendien kunnen zij elkaar niet uitstaan. Onderhuids is wel te vinden dat de baas het stuk gekozen heeft om de vredespijp tussen beiden op te graven. De voorstelling is dan ook een tweegevecht met enerzijds realistische toestanden en anderzijds verbeelde literaire fragmenten, zo eigen aan het leven in het Wilde Westen.

Sneer en stamp en klop


De voorstelling moet het niet hebben van het verhaal. Het zijn de oneliners die de lach grijpen. Zonder figuurlijke en letterlijke sneer en stamp en klop op het hoofd geen volkstoneel, dat zijn aard uit het marionettentheater haalt. De teksten worden bijzonder expressief gebracht, zonder echter in het schmieren te vervallen, want dan zit je in de revuestijl en neemt het showelement de overhand. Daar heeft regisseur Walter Janssens voor gepast. Hij heeft alle aandacht op de twee acteurs gelegd. Wat helaas maakt dat de actie voor weinig afwisseling zorgt. Tachtig procent van de tijd staan de twee acteurs naast elkaars en vliegen de clausen over en weer. Nooit eens een verrassing. De kartonnen gevel van de saloon bijvoorbeeld die omver valt. Of een vergezicht dat naderbij komt. Er is wel een kampvuur[tje] met een bot van een kip die gebraden wordt. Bot en vuurtje worden helaas te slap uitgebuit.

Doden en gewonden


Een vrolijke bedoening, deze productie van vzw TWIJFEL, en eenmaal ingespeeld zal de voorstelling aan kracht winnen. Het moet voor zowel sheriff Bob De Moor als opperhoofd Chris Van den Durpel niet moeilijk zijn er wat heel scheve actie en schuine vertolking in te gooien. Is dat het geval dan wacht deze voorstelling enkele doden en gewonden door een overdaad aan lach en verbazing. Wat deze productie ten zeerste verdient. Want, ondanks het mierengeneuk, Slechte vrienden is zijn toegangsprijs ten volle waard. En hoe de afloop is gaat deze bizon lekker niet vertellen. Die is te mooi om er mee rond de totempaal te dansen.

Guido LAUWAERT


SLECHTE VRIENDEN – auteur Jo Van Damme – productie vzw Twijfel – info: www.thassos.be

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 20 juillet 2014 7 20 /07 /Juil /2014 22:53

 

Philippe-Cailliau--foto-Lieve-Mussche-.JPG

Foto: Lieve Mussche

Wat de beeldende kunst betreft Hieronymus Bosch’ De Tuin der Lusten. Een schilderij waarnaar je uren ademloos kunt kijken en waarin je voortdurend nieuwe afbeeldingen, figuren, symbolen en betekenissen ontdekt. Het is van een onuitputtelijke (beklemmende) visuele weelde. Een kunsthistoricus noemde het hoofdthema van het doek, dat een buitenzijde heeft en een triptiek aan de binnenzijde, ooit ‘de nachtmerrie van het menselijk bestaan’. Voor iemand (als ik) die wegens ziekte meermaals door het oog van een naald is gekropen en de ene narcose na de andere heeft moeten verwerken, heeft deze nachtmerrieachtige droomwereld angstwekkende contouren aangenomen. Abstraheer de christelijke boodschap van het doek en zie De Tuin der Lusten als visualisering van de menselijke psyche die wanhopig op zoek is naar rust en vrede. Ook beslist Johannes Vermeers Allegorie op de schilderkunst, ook wel Het Atelier van de Kunstenaar genoemd. Het doek trekt mij op mysterieuze wijze aan.

Aan lectuur moet Simon Schama’s Kroniek van de Franse Revolutie (1989) mee. Dit werk blijft door zijn rijkdom aan details bij iedere lezing even fascinerend. Voorts Gerrit Komrij’s Alle gedichten tot gisteren (2004). Ik kan er dagelijks enkele pagina’s in lezen. De gedichten werken inspirerend, ontspannend, relativerend, ironiserend …

Mijn films: Das Boot (1981) van Wolfgang Petersen. Das Boot is een film die zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog en die me telkens weer naar adem doet snakken en me doet beseffen dat ik lééf (alleen al daarom kijk ik steeds opnieuw), dat ik niet in een buis gekneld zit waarin de mens elke gram controle over zichzelf heeft afgestaan. Ten tweede: Beyond the Steppes (2010) van de Belgische regisseur Vanja d’Alcantara, toont het verhaal van een Poolse vrouw die met haar baby aan het begin van WOII gedeporteerd wordt naar een Russische sovchoz. Een imposante film die je ondanks de schitterende landschappen doet huiveren en die je toont dat een mens in de meest barre omstandigheden door zijn of haar levenswil kan overleven.

Dan de muziek: van Antoine Brumel de Missa “Et ecce terrae motus” a 12 voci en Sequentia “Dies irae”  door het Huelgas Ensemble van Paul van Nevel. Dit is een ontzettend mooie 12-stemmige mis van de Frans-Vlaamse polyfonist Antoine Brumel, een compositie die me telkens weer tot rust brengt.

En beslist ook L’Orfeo van Claudio Monteverdi in de uitvoering van de Capella Antique München onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Het jaar 1607 was een groots jaar voor de geschiedenis van de Europese muziek: met Orfeo werd de eerste echte opera (waarin alle facetten van de latere opera aanwezig zijn) geboren en opgevoerd. In Orfeo zijn nog muzieklijnen en kenmerken van de laatste periode van de polyfonie hoorbaar, wat deze opera extra bijzonder maakt.

 

Philippe Cailliau, Sint-Genesius-Rode

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires

Pages

Créer un Blog

Recherche

Calendrier

Juillet 2014
L M M J V S D
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      
<< < > >>

Présentation

Créer un blog gratuit sur over-blog.com - Contact - C.G.U. - Rémunération en droits d'auteur - Signaler un abus - Articles les plus commentés