Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
23 février 2015 1 23 /02 /février /2015 17:20

Nieuwe aanpak!

Het is weer eens zover!

Voir les commentaires

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
23 février 2015 1 23 /02 /février /2015 00:30

 

BrusselOnbereikbare.jpg

De voorbije weken trof ik tot tweemaal toe een pas verschenen dichtbundel van Gust van Brussel (° 12 september 1924) in de bus: Het onbereikbare licht en De gestolde echo.

Toen ik Gust in levende lijve leerde kennen, eind de jaren zeventig, had ik twee romans van zijn hand gelezen: Voor een Plymouth Belvedere (Manteau, 1967) en De ring (1969). De Franse vertaling, L'anneau (Marabout, 1975, met een nawoord van Jacques Finné), heb ik destijds uitgeleend aan een bevriende, Nederlandsonkundige SF-liefhebber en – zoals vaak het geval is – nooit teruggekregen. Dat was de tijd dat in Vlaanderen de zinledige vraag nog gesteld werd of SF wel tot de literatuur gerekend mag/kan worden...

Gust van Brussel was PR-man van de Antwerpse Generale Bankmaatschappij en ontwikkelde qualitate qua een belangrijke activiteit op het vlak van wat toen nog niet “sponsoring” heette, maar gewoon mecenaat. In 1982 werden de publicaties en activiteiten ter gelegenheid van de viering van 75 jaar Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL) mogelijk gemaakt dank zij de inspanningen van een bijzondere commissie waarvan ik het voorzitterschap aan Gust van Brussel toevertrouwde. De publicatie van Schrijvenderwijs. Een documentatie (een elegant vormgegeven en treffend geïllustreerd met eerder onuitgegeven documenten geïllustreerde Fundgrube van 322 p., samengesteld door Em. Willekens en Bert Decorte) werd mogelijk gemaakt dank zij “de bijzondere medewerking van de Generale Bankmaatschappij”. (Meer over dit alles in nummer 113 van het driemaandelijkse tijdschrift Mededelingen van de VVL, december 1982, 59 p., ill.). Bij dit alles hield de bescheiden Gust van Brussel “low profile”.

Achteraf werd ik door Gust nauw betrokken bij de werking van het “Literair Salon”.

GustvanBrusselhfj.jpg

In gesprek met Gust van Brussel (1985)

De afgelopen kwarteeuw heb ik Gust in levende lijve niet meer ontmoet. Zo gebeurt het vaker, ook met mensen die veel voor je betekend hebben: “Les choses de la vie”... De eigenhandige opdrachten in zijn jongste bundels wil ik hem graag expressis verbis retourneren: “met heimwee naar hetgeen voorbij is” en “mijn aandacht voor u blijft”.

In de loop der jaren nam ik alvast nog drie boeken van hem ter hand: Een nacht met Aphrodite (Walter Beckers, 1979), De waanzinnige stad (Soethoudt & Co, 1984 – een onvolprezen SF-roman) en de diep ontroerende novelle Anton, mijn Anton jij was onsterfelijk (Heibrand, 1986). En hij bleef vanzelfsprekend niet afwezig in een blog en een tijdschrift die “documenteren” en “reëvalueren” hoog in het vaandel voeren.

Gust van Brussel werd vanzelfsprekend opgenomen in de hier gepubliceerde, succesvolle fotoreeks van Bert Bevers, “De tafel van 1” (6 december 2012). Hij kwam ook aan bod o.m. op 23 juni 2013 en 11 september 2014. Hier te lezen:

http://mededelingen.over-blog.com/article-de-tafel-van-1-gust-van-brussel-113177532.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-henri-floris-jespers-losse-notities-xxxviii-gust-van-brussel-en-ton-meurs-118675891.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-viii-gust-van-brussel-124555429.html

Doen!

BrusselGestolde.jpg

Gust van Brussel is geen beaat vooruitgangsoptimist is. Maar nog minder een doemdenker. Dat blijkt voldoende uit zijn veelzijdig en geschakeerd oeuvre – en nu ook uit de twee bundels die ik las. Hij verbindt moeiteloos intellect met instinct, weemoed met ironie, realisme met ver-beelding en onthechting met empathie. Indien ik hem moet afwegen op de weegschaal van Eddy du Perron: een vent.

Ceterum censeo: het omvangrijke oeuvre van Gust van Brussel kreeg/krijgt de aandacht niet dat het verdient.

Henri-Floris JESPERS

 

Gust VAN BRUSSEL, Het onbereikbare licht, Booklight, 2014, 90 p. Samenstelling: Paul van Leeuwenkamp en Meurs A.M. Cover: Gust van Brussel.

Gust VAN BRUSSEL, De gestolde echo. Gedichten 2014/2015, 177. Privé druk. Samenstelling: Simonne Vleghels en Bart Leenen.

Paul van Leeuwenkamp over Gust van Brussel, zie o.m.

http://www.uitgeverijdegraal.be/schrijvers/vanbrussel/labyrint3.html

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
21 février 2015 6 21 /02 /février /2015 19:18

 

AkhnatenFoto.jpg

Ik ben al sedert jaren verwoed fan van zowel Philip Glass (van zijn opera’s en symfonische muziek tot zijn samenwerking aan Leonard Cohen’s Book of Longing) als van Walter Van Beirendonck (van zijn T-shirts tot zijn wintertruien). Bovendien hou ik erg van de klankkleur van een contratenorstem en met het continuo van de hypnotiserende muziek van Glass nog nagalmend in mijn hoofd (hoewel intussen nog naar een opname van PSG-Chelsea gekeken en dan heerlijk geslapen) valt hier nauwelijks een uitgebalanceerde en weloverwogen tekst te verwachten.

 

Eerst even wat geschiedenis dan maar, om op te warmen. Glass componeerde Akhnaten in 1983 in opdracht van de Opera van Stuttgart. Het is zijn derde opera in een cyclus over drie historische figuren: eerst Einstein on the Beach, dan Satyagraha (over Gandhi), en uiteindelijk Akhnaten.

Akhnaten is de naam die Farao Amenhotep IV zichzelf in 1375 voor onze tijdrekening toekent. Akhnaten is revolutionair: hij maakt komaf met het legertje goden dat de Egyptenaren hadden verzonnen. Vanaf nu is er slechts één god: Aten, de zonneschijf. Akhnaten zou zo de grondlegger van het monotheïsme kunnen zijn, een wereldhervormer. Na Akhnatens dood (Akhnaten regeerde maar zeventien jaar) hervalt echter ‘het volk’ in de oude gebruiken, zijn revolutionaire ideeën verdwijnen in de mist van de geschiedenis: in de latere Egyptische geschriften wordt hij zelfs als ‘de crimineel’ beschreven. Vanaf onze 19deeeuw wordt farao Akhnaten weer actueel, namelijk door de ontdekking van het graf van zijn zoon Toetanchamon. Zijn vaderschap van Toetanchamon werd via DNA-test bewezen in 2010, de moeder van Toetanchom was Kiya, de eerste vrouw van Akhnaten. Nefertiti was zijn tweede vrouw, zij hadden zes dochters.

 

Philip Glass en zijn drie kompanen-librettisten baseerden zich voor deze opera op authentieke teksten: een gedicht van Akhnaten zelf (uit het Egyptische Dodenboek), evenals van decreten en brieven uit de zogenaamde Amarnaperiode (de zeventien jaar waarin Akhnaten regeerde). De teksten worden, ook in de huidige uitvoering door de Vlaamse Opera, deels in het Egyptisch, deels in het Akkadisch en het Bijbels Hebreeuws geciteerd. Op verzoek van Glass wordt de tekst van de Schrijver gesproken in de taal van het land van de uitvoering, hier dus in het Nederlands. In deze uitvoering worden de drie bedrijven herverdeeld: de pauze vindt plaats na de tweede scene van het tweede bedrijf. Of de duidelijke dissonanten tijdens de ouverture zo door Glass gewild werden moet eens iemand anders uitzoeken, ik kon ze alleszins op diverse YouTube uitvoeringen of op cd en Spotify niet terugvinden: mij leken ze volledig aan de uitvoerders toe te schrijven, wat nauwelijks denkbaar zou mogen zijn.

 

De opera begint bij de begrafenis van Akhnatens vader Amenhotep III, loopt door via de kroning van Akhnaten; pas in een derde scène komt Akhnaten eindelijk zelf aan het woord, de opera is dan al ruimschoots een half uur aan de gang. Na de heroïsche en mannelijke koorzangen werkt de contratenor van Akhnaten erg verrassend – Nefertiti, vertolkt door een mezzosopraan, heeft een lager stemtimbre dan haar farao.

In een tweede bedrijf (door de pauze onderbroken na een liefdesduet tussen Akhnaten en Nefertiti) beschrijft de opera het hoogtepunt van de regeerperiode van Akhnaten en Nefertiti, gevolgd door een hymne aan de enige god Aton, gezongen in het Nederlands.

In een derde bedrijf lijkt alles in het paleis peis en vree voor de farao en zijn gezin, maar het rijk van Akhnaten is omsingeld door vijanden, het paleis wordt verwoest, de koninklijke familie vermoord. Uiteindelijk keert de opera zich naar de huidige tijd: de Schrijver is een toeristengids geworden, uit een gidsboekje leest hij een paragraaf voor waaruit blijkt dat van de prachtige tempels en paleizen van Akhnaten nog nauwelijks een ruïne overblijft.

Glass eindigt met een epiloog waarin de geesten van Akhnaten, Nefertiti en Koningin Tye (de moeder van Akhnaten) tussen de ruïnes van hun paleis dwalen. De carnavaleske rouwstoet uit het eerste bedrijf komt weer opdagen. Muzikaal eindigt deze derde opera uit de cyclus met de eerste lijnen uit de ouverture van Einstein on the Beach, zo rondt Glass zijn werk mooi af.

 

Komaan nu, een beetje moed en een evaluatie! Laat ons even die dissonanten uit de ouverture vergeten, want daar ben ik nog steeds niet gerust in. Verder kan hier alleen maar lof klinken: Antwerpen en Gent tonen waarin een klein operagezelschap groot kan zijn.

 

Decorbouwer en regisseur Nigel Lowery liet zich voor de achtergrond inspireren door de houtgravures van Frans Masereel: het paleis van zonaanbidder Akhnaten staat er donker en dreigend bij, de slogan FOREVERaan de kroonlijst lijkt eerder op een banvloek dan op een hoopgevende religieuze slogan. Links en rechts van het podium staan als totems twee figuren die zo uit een schilderij van Fred Bervoets kunnen komen, tijdens de voorstelling spookt ook de naam Paul van Ostaijen voortdurend door mijn hoofd. Tegen deze omineuze achtergrond dagen dan de knallers van kostuums van Van Beirendonck op, wat heeft die man zich tijdens het ontwerpen zitten amuseren – en laat dat alsjeblief niet denigrerend klinken - hiermee kan je ongegeneerd naar Parijs en Londen. Naargelang de opera vordert vermindert uiteraard de bevreemding, maar pas na de pauze trekt Van Beirendonck alle registers open. Het ballet van de zes dochters is fabelachtig, alle lof dus ook voor choreograaf Hosseinpour.

 

Opera zou eigenlijk geen wintersport mogen zijn: niet alleen moet je het voortdurende gehoest en geproest van medetoeschouwers doorstaan, ook zangers lijden aan verkoudheden: voor de rol van Amon werd vanavond naast het podium gezongen door koortenor Stephan Adriaens, en geacteerd door de originele zanger, Adam Smith. Dat verliep vlekkeloos, zoals dat wel meer gebeurt, operazangers zijn professionals. Kai Rüütel zong een mooie Nefertiti, en contratenor Tim Mead (soms nogal aan de diepe kant, dat wel) deed het uitstekend als de zonnekoning.

Het koor van de Vlaamse Opera deed het gewoon prachtig, het orkest (laat me nu toch die paar valse noten uit m’n kop zetten) eveneens. Dirigent Titus Engel kwam, gehuld in een creatie van Walter Van Beirendonck, een enthousiast publiek bedanken.

 

Voilà, het is uitgetikt en herlezen, en nog wervelt Philip Glass door mijn hoofd. De Vlaamse Opera heeft zich, in weerwil van alle financiële en andere bekommernissen, van zijn beste kant laten zien. Zolang ‘we’ (ik spreek al als een voetbalsupporter) zulke uitvoeringen kunnen blijven brengen (en er volle zalen voor krijgen), en zolang Van Beirendonck blijft ontwerpen (kijk maar naar de prachtige oranje outfits van de Antwerpse stadswerkers, allemaal authentieke Van Beirendoncks!) is alle hoop nog niet verloren.

René HOOYBERGHS

18 februari 2015

 

Akhnaten

Philip Glass

Opera in drie bedrijven, libretto van de componist i.s.m. Shalom Goldman, Robert Israel en Richard Riddell, met zangteksten geselecteerd uit originele bronteksten door Shalom Goldman.

Eerste uitvoering: Oper Stuttgart, 24 maart 1984

*

Muzikale leiding: Titus Engel

Regie en decor: Nigel Lowery

Choreografie: Amir Hosseinpour

Kostuums: Walter Van Beirendonck

*

Akhnaten: Tim Mead, contratenor

Nefertiti: Kai Rüütel, mezzosopraan

Queen Tye: Mari Moriya, sopraan

Horemhab: Andrew Schroeder, bariton

Amon: Stephan Adriaens (i.p.v. Adam Smith), tenor.

Amenhotep (de verteller/schrijver): Geert Van Rampelberg

*

(Uitvoering van 17 februari 2015, Vlaamse Opera Antwerpen. Opvoeringen in Gent op 4, 6, 8 en 10 maart.)

Zie ook de bijdrage van Guido Lauwaert:

http://mededelingen.over-blog.com/article-philip-glass-akhnaten-125537734.html



Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Musique
commenter cet article
21 février 2015 6 21 /02 /février /2015 03:29

 

De-Onbewoond-Eilandkeuze-van-Bert-Bevers-BB-.JPG

Het onbewoond eiland waar ik in het kader van deze rubriek op verzeild raak ziet er hopelijk niet zo uit als het atol dat zo’n diepe indruk op me maakte toen ik het plaatje ervan inplakte in Ik weet het, de jeugdencyclopedie waarvoor je zelf de illustraties moest sparen. Nou ja, zélf: in de praktijk deed ons ma dat natuurlijk. Ze zaten bij de pakjes margarine van Blue Band. Graag zou ik toch wat meer bewegingsruimte hebben.

De-Onbewoond-Eilandkeuze-van-Bert-Bevers1.JPG

Liever het eiland uit De schat van Scharlaken Rackham dus, het avontuur van Kuifje dat bij de geschenken hoorde die ik ter gelegenheid van mijn Eerste Heilige Communie kreeg.

Welke twee boeken zou ik meenemen? De Bijbel? Mmm. Misschien wat te voor de hand liggend. Dante’s La Divina Commedia? De verzamelde gedichten van Rilke of van H. H. ter Balkt? Die van de zichzelf dichtmetselende Willy Roggeman misschien? Toch de Bijbel maar. En De blikken trommel van Günter Grass.

Onbewoond-EilandBevers2.jpg

Ik heb het nooit zo gehad voor in grote opwinding verkerende massa’s, maar de bijval die The Beatles kregen vind ik ook na een halve eeuw nog terecht. Hun album Revolver (natuurlijk is het dubbelalbum The Beatles hun échte pièce de résistance, maar toen hadden ze zichzelf reeds beïnvloed) wees in de popmuziek (ook latere koerswijzigers als Kraftwerk, Eno, Bowie, XTC en Prince) werkelijk iédereen de weg. Wat klassieke muziek betreft twijfel ik tussen de polyfonie van Jacob Obrecht en Josquin Desprez, maar kan ik toch echt niet om de monumentale schoonheid van Peter Benoits Requiem heen.

Aan beeldende kunst nam ik graag De tuin der lusten van Hieronymus Bosch mee. Daar kun je naar blijven kijken. Datzelfde geldt ook het werk van schilders als Rogier van der Weyden en Hans Memling, maar toch stop ik dan liever iets moderners in mijn boot: Het gehucht in de sneeuw van Valerius de Saedeleer.

Wat film betreft zijn zo niet verboden, dan toch niet aan te bevelen de (qua belichting, qua cameravoering, qua plot) ontelbare navolgingen van Alfred Hitchcocks The 39 Steps. Simpelweg een van de beste rolprenten sinds de uitvinding daarvan. Vermits Edgar Reitz’ Heimat en Stefan Kolditz’ Unsere Mütter, unsere Väter toch eerder televisieseries zijn opteer ik waar het mijn tweede filmkeuze aangaat voor Wim Wenders’ Der Himmel über Berlin.

Onbewoond-EilandkeuzeBevers3.png

Natuurlijk denk ik hier morgen al weer anders over. Maar Ik weet het hoef ik in elk geval niet mee te nemen. Dat boek ken ik reeds meer dan een halve eeuw quasi uit mijn hoofd….

 

Bert Bevers, Antwerpen, februari 2015

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
20 février 2015 5 20 /02 /février /2015 19:12

 

Sanctorum.JPG

Het jongste nummer van Meervoud, “links Vlaams-nationaal maandblad”, werd hier vandaag gesignaleerd.

http://mededelingen.over-blog.com/article-maandblad-meervoud-125553617.html

Ondertussen las ik op Doorbraak.be de bijdrage van filosoof Johan Sanctorum over “Het verdriet van links Vlaanderen” of “Hoe de sp.a het bedje spreidde van de N-VA... en waarom het sociaal-flamingantisme in de goede bedoelingen blijft steken”.

Sanctorum, altijd goed op dreef, stelt vast dat een aantal marginale groupuscules allen “boeren op hun vierkante meter, goed bedoeld, meestal in een zeer gezellige sfeer, maar zonder oog voor een overkoepelende politieke actie”, waarbij hij Meervoud lapidair typeert als “Brusselse ludieke maandbladredactie”:

'Onderlinge synergie en publieksverbreding zijn onbekende begrippen in deze middens. Initiatieven om de zaak open te trekken en aan frontvorming te werken, het middenveld te veroveren, worden schoorvoetend en met argwaan besnuffeld: het equivalent van de Vlaamse keuterboer,- uitgerekend in de hoek die ideologisch het meeste potentieel heeft om de rechts-liberale hegemonie binnen het Vlaams nationalisme te doorbreken.'

http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/het-verdriet-van-links-vlaanderen

Ten zeerste aanbevolen!

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
20 février 2015 5 20 /02 /février /2015 05:40

 

MeervoudFebruari15.jpg

Gisteren viel de jongste aflevering van Meervoud in de bus, “links Vlaams-nationaal maandblad” hier meermaals gesignaleerd. Aan hoofdredacteur Christian Dutoit (1956), auteur van Jef van Extergem en de Vlaamse beweging (Antwerpen,Soethoudt, 1983), koester ik een warme herinnering: we waren jaren collega's, eerst op het kabinet van minister Hugo Schiltz en dan bij het weekblad De Nieuwe. Sinds het begin van de jaren tachtig volgt hij op de voet een aantal nationaliteitsconflicten.

In het redactioneel van de jongste aflevering van Meervoud onderstreept Christian Dutoit dat een Grexit niet langer onwaarschijnlijk is en zou trouwens meer de EU dan Griekenland zelf in zijn blootje zetten:

ChristianDutoit.jpg

'Het “Griekse virus” rukt op in andere richtingen. De overwinning van Syriza mag dan een opdoffer zijn voor eurofiele rinkelrooiers, ze kon op sympathie rekenen in heel wat politieke kringen in opmars, in Spanje, Italië, Frankrijk, Ierland, Portugal, Nederland... In Spanje rukt Poedemos op, in Frankrijk piekt Marine Le Pen naar de 30 % in de opiniepeilingen. Het is een fenomeen dat niet langer in exreemlinkse of extreemrechtse verdomhoekjes kan geduwd worden, want het virus lijkt wel immuun voor de politieke correctheid. […] Op termijn zal er zich her en der een soevereinistisch immuunsysteem ontwikkelen, laat ons dat minstens hopen. En laat ons vooral hopen dat Vlaanderen deze trein niet mist. En laat het nu maar eens geen”trein der traagheid” wezen.'

Ook Lukas De Vos, Miel Dullaert en Mireille Leduc reflecteren op het 'Griekse virus'. Miel Dullaert aarzelt niet de voorzitter van de ECB (Europese Centrale Bank) 'en zijn vrienden' te bestempelen als “een deel van het probleem”.

'Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen Voor de Koran', zo luidt de titel van een niet mis te verstaan bijdrage van Jef Turf over de islamisering.

Mark Grammens schrijft een diplomatiek commentaar zoals je er zelden eentje lezen kan.

Schotland na het referendum wordt deskundig belicht door Jef Nyssen en Bernard Daelemans bijt zich vast in de zogeheten 'plebiscitaire' Catalaanse verkiezingen van 27 september 2015.

De lezer geniet eens te meer met volle teugen van de geschakeerde vaste rubrieken: 'Nieuws uit het derde gewest en zijn riante omgeving. (Euro-) Brussel kroniek', 'Kort genoteerd', 'Volkeren in beweging', 'Het goede leven'.

Het kritische commentaar van Luc Pay en Lukas De Vos op Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn?v – het Gele Boekje van De Standaard – werd integraal opgenomen in de rubriek 'Polemiek'. Beide opstellen stonden hier al (en staan nog te lezen):

Luc Pay: Een schouderklopje voor het Belgisch Nederlands? (6 februari):

http://mededelingen.over-blog.com/article-een-schouderklopje-voor-het-belgisch-nederlands-125495677.html

Lukas De Vos: Zwabberend gezwets (8 februari):

http://mededelingen.over-blog.com/article-zwabberend-gezwets-125505213.html

De onvolprezen essayist Nico van Campenhout publiceert een portret in zakformaat van Luc Devoldere (Ons erfdeel), 'een publieke intellectueel'. Bernard Daelemans bespreekt Patriottisme kent geen grenzen (Kalmthout, Pelckmans, 2014) van Ludo Abicht, die 'een nieuwe progressieve agenda voor Vlaanderen' wil opmaken.

Tot slot een gedicht van Hendrik Carette: 'De laatste bezoeker', eerder al verschenen in het tijdschrift Mededelingen van het CDR, nr. 242-243 de dato 26 januari).

*

Meervoud blijft nu al 23 jaar lang een verfrissend antidotum tegen de dominante, zachte mediatieke hersenspoeling. Verdient dus alle steun.

Henri-Foris JESPERS

 

Meervoud, Drukpersstraat 20, 1000 Brussel. Jg. 23, nr. 204, februari 2015, ill., 43p., 3 €.

Abonnement (10 nummers): 30 €.

Administratie en abonnementendienst: Peter Plas, tel. 02 466 72 68.

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Politique
commenter cet article
19 février 2015 4 19 /02 /février /2015 19:11

 

Roosbroeck.jpg

In 't Pallieterke van deze week (18 februari) bespreekt De Brave Hendrik de meesterlijke, niets onthullende biografie van Rob Van Roosbroeck (1898-1988) door Armand Van Nimmen.

Gisteren werd bekendgemaakt dat Het verdriet van Vlaanderen. Rob Van Roosbroeck en tijdgenoten (Gent, Academia Press, 2014, 449 p.) bekroond werd met de dr. Ferdinand Snellaertprijs 2015.

De uitreiking vindt plaats op zaterdag 21 maart om 15u in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, Koningstraat 18, 9000 Gent.

Laudatio door prof. dr. Bruno De Wever.

*

Armand van Nimmen (°1935), doctor in de economische wetenschappen, volgde na zijn loopbaan bij de Wereldbank seminaries aan de universiteit van Wenen en legde zich o.m. toe op de studie van leven en werken van de na de oorlog bij verstek ter dood veroordeelde Vlaams-nationalistische historicus en politicus Rob Van Roosbroeck). Hij publiceerde opgemerkte bijdragen in Wetenschappelijke tijdingen.

HFJ

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
19 février 2015 4 19 /02 /février /2015 13:46

 

Schermafbeelding-2015-02-17-om-16.27.31.png

Om de paar maanden dondert het Muntmagazine in de brievenbus. Kwalitatief op hoogstaand niveau, zowel grafisch als inhoudelijk. Heldere artikels over de komende producties. De eerstvolgende is een nieuwe opera van Pascal Dusapin, gebaseerd op de sage van het matriarchaat der Amazones. Hun jeugdige koningin Penthesilea wordt in de Trojaanse oorlog gedood door Achilles, volgens het basisverhaal van Homerus. Maar niet zo voor Heinrich von Kleist [1777-1811]. In zijn toneelstuk uit 1806/1807, genoemd naar de koningin doodt zij de legendarische Trojaanse held. Het decor is van Berlinde De Bruyckere. Waarom?

Eén
Het toneelstukPenthesilea wordt gedragen door exploderende emoties. Zelfs Goethe was er hevig van geschrokken! Ze vinden hun oorsprong in de onverklaarbare en dus onverzoenlijke strijd tussen de beide seksen. In de Ilias krijgt dit gestalte door op het slagveld de mooiste vrouw tegenover de machtigste man te plaatsen. Achilles wordt tijdens het tweegevecht stapelverliefd op haar en zij op hem. Maar terwijl hij de liefde als een spel ziet, ziet zij haar als een passie. Von Kleist bijt zich vast in dit niet onbelangrijke onderdeel van het existentialisme, het erotische. Het leidt altijd tot conflicten waarbij bloed vloeit. Is het niet letterlijk dan figuurlijk.
Berlinde De Bruyckere moet zo hevig door het figuurlijke gefascineerd zijn geweest dat zij als scenografe het letterlijke naar een visuele taal wil omzetten, terwijl zij de eenzaamheid ervan tracht te behouden, al verlangt zij die te doorbreken. Maar juist dit onvoltooid en onoplosbaar verlangen is een mystiek element van haar creatief proces. Zij is er door bezeten.

Twee
In het boek van Homerus snellen de Amazones de Trojanen te hulp. Paris schaakt Helena [niet tegen haar zin], de vrouw van Menelaos. Dat is voor de Grieken een stap te ver. Helena terug of oorlog. Als het om liefde gaat is oorlog niet ver weg, of dat nu voor een gezin dan een staat gaat. Heinrich von Kleist heeft dat conflict verder uitgeboord. Want het gaat hier om een van de fundamentele vrijheden: die van de vrouw. Geen staatswet, geen godsdienstwet is er tegen opgewassen. Zij waren altijd, en in een aantal landen met een beperkte logica is dat nog steeds het geval, in het voordeel van de man. De bemoeienis van de Amazones is kortweg gezegd een feministische daad. Ook de vrouw heeft recht op een morele vrijheid.
Onderhuids moet dat meegespeeld hebben in de beslissing van Berlinde De Bruyckere. Het kan ook bovenhuids zijn, maar zij is een vrouw en heeft dus andere spelregels dan de man.

Drie
Het is de eerste maal dat De Bruyckere meewerkt aan de creatie van deze theatervorm. Dat siert haar. Er is een zwaar risico aan verbonden. In het eigen atelier werkt de kunstenaar een eigen idee uit. Het is een origineel kunstwerk dat zelfstandig blijft, zelfs als het een schakel wordt van een tentoonstelling, een plaats krijgt in een museum of een privéverzameling. Voor het theater gelden andere wetten. Er moet voor het eindresultaat een evenwicht gevonden worden met de regie in de eerste plaats, maar ook met het libretto, de belichting, de kostumering, kortom met de gehele enscenering. Voor de opera komt daar nog bij dat de dirigent zich in het decor moet thuisvinden, ter wille van de drift en de vervoering.
In tegenstelling tot wat men zou denken als men Berlinde De Bruyckere ziet, steeds minzaam en luisterbereid, is zij een zoekende naar het eigen zoeken. Als één van de dragende zuilen van de intelligentie: de twijfel [de andere zijn, volgens professor Jean Paul Van Bendegem: kennis van zaken, kritisch denkvermogen, zelfkritiek en dialoog]. Teruggekeerd naar De Bruyckere. De betrachting greep te krijgen op een fractie van haar twijfel heeft alle andere ‘hinderpalen’ genekt.

Vier
Het Trojaanse probleem wordt beslecht door een list van Odysseus, in de vorm van een paard. Het paard is voor Berlinde De Bruyckere een blijvend icoon van haar talent. Meer dan mannen hebben vrouwen iets met paarden. Voor mannen is het een gebruiksvoorwerp, voor vrouwen evenwaardig aan een mens. Het paard verdient respect. Voorbeeld: Koningin Elizabeth II heeft bij paardenrennen, zoals blijkt uit documentaires, meer oog voor het paard dan voor de jockey.

Schermafbeelding-2015-02-17-om-16.27.57.png
Hetzelfde geldt voor De Bruyckere. Het Paard van Troje, hoewel niet opdravend in het toneelstuk, speelt in haar achterhoofd een belangrijke rol. Vanuit het instinct, door sommigen ook bestempeld als het buikgevoel. Een vermoeden van het instinct als drijfveer voor De Bruyckere schuilt in een interview met Krystian Lada in het Muntmagazine: ‘Ik vroeg me af of iets in mijn werk gelinkt kon worden. En dat bleek het gevoel te zijn dat opkwam bij het lezen van het libretto: ik kwam uit bij wat ik ervoer bij een huidenhandelaar in Anderlecht. Ik kwam daar in 2013 met mijn zoon om paardenhuiden te selecteren. Misschien was het wel de hoeveelheid beschikbare huiden, netjes opgestapeld op ijzeren paletten, of de geur van pas geslachte beesten, het zout van de grond dat zich vermengde met bloed in een natte stroom. Ik weet het nog steeds niet, maar ik zag krachtige beelden. Huiden opgestapeld op elkaar – een massagevoel van anonimiteit van de dood, dat ik koppel aan het massale aantal doden in een oorlog – in de Trojaanse oorlog in het libretto van
Penthesilea en in elke oorlog vandaag.’

Besluit
Het talent van componist Pascal Dusapin wordt algemeen erkend. Net als dat van Pierre Audi als regisseur. Als Berlinde De Bruyckere slaagt in haar examen als scenografe zou
Penthesilea wel eens de belangrijkste productie van dit seizoen van de Munt kunnen zijn. En de conceptuele architectuur overgenomen worden door andere operahuizen. Zoals dat bijvoorbeeld het geval was bij Woyzeck van Alban Berg, de opera, met een ‘gekochte’ regie, waarmee De Munt tot de top vijf van de operahuizen doorstootte.

Guido LAUWAERT

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
18 février 2015 3 18 /02 /février /2015 20:23

 

DeVoecht2.jpg

Een goeie literaire passage is een doorgang naar zoveel meer. Berustend op niets dan vrije associatie en goesting in literatuur, dit zijn speelsels van extrapolatie. Een leesdagboek, maar dan in fragmenten. Deze keer – niet voor de laatste keer – Sexus van Henry Miller.

 

I mount the steps and enter the arena, the grand ballroom of the double-barreled sex adepts, now flooded with a warm boudoir glow. The phantoms are waltzing in a sweet chewing-gum haze, knees slightly crooked, haunches taut, ankles swimming in powdered sapphire. Between drumbeats I hear the ambulance clanging down below, then fire engines, then police sirens. The waltz is perforated with anguish, little bullet holes slipping over the cogs of the mechanical piano which is drowned because it is blocks away in a burning building without fire escapes. She is not on the floor. She may be lying in bed reading a book, she may be making love with a prize fighter, or she may be running like mad through a field of stubble, one shoe on, one shoe off, a man named Corn Cob pursuing her hotly. Wherever she is I am standing in complete darkness; her absence blots me out.”

 

Prachtig, toch. Een gladiator die strijdvaardig de warme gloed van de arena in kijkt, de dansende massa aanschouwt zonder er deel van uit te maken. Hij is op zoek naar iets wat dit alles overstijgt.

 

De dansers zijn onecht. Het zijn geesten, fantoompijnen van een werkelijkheid die men wil vergeten, die men wil laten opgaan in “a sweet chewing-gum haze”. Het is een onschuldig wegwiegen van de realiteit, een naïeve houding die tot minzaam verdwijnen mag leiden. De scène doet denken aan The Crying of Lot 49 van Thomas Pynchon, waar doofstomme dansers zonder enig geluid langs elkaar heen bewegen: “Each couple on the floor danced whatever was in the fellow's head: tango, two-step, bossa nova, slop. But how long (…) could it go on before collisions became a serious hindrance? There would have to be collisions.”

 

Hoewel de botsingen tussen de dansers geanticipeerd worden in Pynchons roman, botst er toch niemand, alsof ze communiceren op een hoger of dieper niveau. Dat is niet zo in Sexus: hier schuren werkelijkheid en ideaal tegen elkaar, ze botsen voelbaar, en niet voor de eerste keer.

 

Buiten, op straat, is de wereld namelijk minder onschuldig. Al stelt het walsen op muziek in een balzaal een bewogen vergeten voor, buiten valt er helemaal niets te vergeten. De klanken van de onrustige stad dringen deze ruimte binnen, je hoort ambulances, politiesirenes, het gekreun van de kleine drama's van een grootstad. Je leest beter en ziet: de wals wordt doorpriemd “with anguish”, met hevig lijden, de mechanische piano loopt niet over ponsgaatjes maar langs kogelgaten, en speelt zo niet de buitenwereld weg, maar dicht ze noten toe waarop de zielloze dansers niet zonder moeite proberen te bewegen, alsof ze doofstom naar de muziek van vruchteloze hoop luisteren.

 

We zijn hier echter niet voor de dansers, maar wel voor haar. En ze is hier niet, in deze sluimerwereld tussen buiten en binnen, tussen hard en zacht, tussen straat en dans.

 

Welke man wil niet aan splinters geslagen worden door een vrouw voor wie je zou willen leven – én sterven? Wie weet ligt ze wel lezend te bed – en wat is er mooier dan een lezende vrouw – of leeft ze ten volle, fysiek, voelend – en wat is er mooier dan een zintuiglijke vrouw?

 

Het hoeft niet verwonderlijk te zijn dat bij afwezigheid van zo'n lichtpunt in een verdonkerde balzaal je dans tot stilstand vervalt. Haar aanwezigheid stipt me uit, verduistert me, ik verdwijn in het gemis. Misschien is zij het wel die met haar verdwijnen de schijnrealiteit van deze balzaal doorprikt?

 

Waar is ze, die ene vrouw die elke stad kan doen vergeten, en zonder wie elke dans stilstand is?

 

Er volgt nog meer.

 

p

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
16 février 2015 1 16 /02 /février /2015 16:28

 

philip-glass.jpg

Philip Glass’ vader was platenhandelaar. De zoon had maar te kiezen. Al vroeg leerde hij daardoor vele muziekgenres kennen. Aanvankelijk blokte Glass [1937] wiskunde en filosofie. Aan het eind van de jaren ’50 studeerde hij bij Steve Reich in New York en later bij Darius Milhaud en Nadia Boulanger. Na wat geschipper koos hij voor de minimal music, een stroming waarvan hij een van de grondleggers was. Zijn bekendste werk is de opera Einstein on the Beach  [1975]. Zij derde opera is Akhnaten [1983]. Vrijdag 13 ging hij met een nieuw kleedje de wereld in, in de Antwerpse opera.

Trilogie
Tussen de genoemde opera’s zit Satyagraha  [1980], draaiend rond Gandhi [in Zuid-Afrika]. Samen vormen zij een trilogie, geënt op drie historische figuren. Ze zijn de vingerafdrukken van Glass. Einstein als natuurkundige en filosoof, Gandhi als advocaat en politicus en Akhnaten als theoloog en socialist [avant la lettre]. Een aantal historici kiezen voor de naam Akhnaton. Hoe de schrijfwijze ook luidt, hij is een minder bekende farao, maar de vader van een heel wat beroemder en nochtans historisch minder boeiender farao, Toetankhamon, geboren als Toetankhaton. Hij heeft zijn bekendheid vooral te danken aan de ontdekking van zijn rijkelijk gevulde, niet geplunderde grafkelder.
Een mooie driehoek, Einstein, Gandhi en Akhnaten. Iets te mooi, muzikaal gezien. Het is een gelijkzijdige. Als je één zijde kent, kent je ze alle drie. Het maakt dat de muziek over het randje van déjà vu hangt. Zijn collega’s in het genre verrassen meer. Vooral de al eerder genoemde Steve Reich en ja, zelfs de Nederlandse componist Louis Andriessen. De laatste geen zuiver componist in de leer van het genre, maar zijn muziek is er wel sterk door beïnvloed. Haast even sterk als door die van de componist Igor Stravinsky.

Bombastisch spektakel
Philip Glass is een goedaardige piekeraar. Dat hij boeddhist werd vindt zijn oorsprong in het contact met de Indiase klassieke muziek, en van daaruit de denkpiste om verlost te worden van lijden en agressief gedrag. Die overtuiging zit in zijn muziek. Meestal wordt die met de volumeknop voluit de kamer in geslingerd, terwijl die net heel zacht door de ruimte moet zweven. Aanleiding geeft tot een transcendente meditatie.
In de uitvoering van de Vlaamse opera werd door de Zwitserse dirigent Titus Engel gekozen voor de woeste golf. Samen met de regie & het decor van Nigel Lowery, de choreografie van Amir Hosselpour en de kostuums van Walter Van Beirendonck, is het geheel een bombastisch spektakel geworden. Niks bescheidenheid of een moment van intimiteit. De heren mogen dan wereldberoemd in eigen kring zijn, voor deze enscenering hebben ze er met hun goedkoopste klak naar gegooid.

Onderstel draaimolen
Het centrale decorstuk is een mix van een tempel, een paleis en een mausoleum. Hij ruikt naar Frans Masereel, Fritz Lang [Metropolis] en Sergei Pavlovich Diaghilev. Dat bovendien om de tien minuten wat rondjes draait. Door de overdaad groeit de indruk dat het onderstel van een draaimolen voor een goed prijsje is gehuurd van een foorkramer, er wat paalwerk werd op gemonteerd, waartegen wat planken werden geslagen. Het achterdoek verbeeldt een sterrenhemel, aangevuld met nieuw verzonnen planeten en krolse symboliek. De kostuums zijn ronduit infantiel. De zonnesteek van de farao naar wie de opera is genoemd, de zon als schijf in plaats van bol, wordt door de modemaker verbeeld door een jongedame met een ronde schijf voor het bovenlichaam. Enkele keer paradeert zij heen en weer op spitsen.
Nu zit er in het libretto weinig evolutie. Bij Glass gaat het eerder om een mystieke ervaring. Geen spoor ervan te vinden in de nieuwe productie van de Vlaamse opera. Waar het duidelijk om ging was dat de drie goden, Titus Engel, Nigel Lowery en Walter Van Beirendonck tegen elkaar op wilden blinken. Dat is ze gelukt, weliswaar ten nadeel van een beklijvende en boeiende operaervaring. Dat de ‘Egyptische opera’ van Philip Glass werd misbruikt is over de top, maar het scheelt niet veel.

Mooi samenspel
De jonge ploeg dansers en zangers samen met de koorleden en de muzikanten valt niets te verwijten. Ze geven stuk voor stuk en in mooi samenspel warmte en weelde aan de voorstelling. En is het eerste deel zuiver een exposé op de theologische filosofie van de farao, het tweede deel is het verval ervan, omgezet in het verjagen van de koninklijke familie, zowel uit zijn nieuwe hoofdstad als de verwoesting van zijn mening, ten bate van een terugkeer naar de klassieke religie en politiek, die door het fanatisme waarmee Akhnaten zich beet in zijn zonneschijfcultus [aton], in plaats van de goeie ouwe zon als bol [amon] al te lang verwaarloosd werd. Met als gevolg een staat die economisch en militair op instorten stond.
De actie van het tweede deel, die de regisseur niet kon negeren, redt de voorstelling. Maar hiermee is voor de productie geen grote toekomst weggelegd. Na de laatste opvoering verdwijnt die in een zolderkast en worden de kostuums aan een school geschonken, die ze naar hartenlust mag verknippen voor een eindejaarproductie waarin er flink kan, nee moet gelachen worden. Tenzij meneer Van Beirendonck denkt dat hij de kunst van de mode een nieuwe boost heeft gegeven. En met hem een aantal volgelingen van de vermeende goeroe.

Geen garantie
Akhnaten  is een productie zijn geld niet waard. Het zoveelste bewijs dat een mix van beroemde namen niet garant staat voor een topprestatie. Nochtans kan de Vlaamse Opera er leveren. Meer dan één per seizoen. Maar dan zal het toch met een intendant moeten gebeuren die boven de middelmaat uitstijgt.

Guido LAUWAERT

AKHNATEN – componist Philip Glass –te zien in Antwerpen en Gent – www.operaballet.be

Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Musique
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche