Mardi 2 septembre 2014 2 02 /09 /Sep /2014 16:41

 

Cover-SCHOENAERTS.jpg

'In het najaar verschijnt bij Manteau/WPG Uitgevers, Schoenaerts, een boek over de woeligste periode uit het leven van de acteur Julien Schoenaerts. Auteur Stan Lauryssens heeft een hoop speurwerk verricht en het resultaat in een verhaal gegoten, dat alle trekjes van een thriller heeft, het genre dat hem prijzen en internationale aandacht heeft bezorgd. Het heeft zijn voordeel en zijn nadeel. Spannend en een pageturner, maar met een lichte twijfel over de historische waarde', aldus Guido Lauwaert in aflevering 235 van de Mededelingen van het CDR.

Wat er ook van zij, 'non-fictieboek in thrillerstijl of 'docu-drama', het boek van Stan gaat over de meest dramatische jaren in het leven van Julien Schoenaerts (1970-1974), zoals gemeld in het paginagrote artikel in Gazet van Antwerpen van 7 juni : “Stan Lauryssens rakelt turbulente periode in het leven van acteur Julien Schoenaerts op”.

Schoenaerts is geen gewone biografie, aldus Stan. Zijn boek begint met de incidenten rond de opvoering van Koning Jan in de KNS en eindigt met de brand in het Ringtheater.

In 1970 zette Julien zich resoluut in voor de in Limburg stakende mijnwerkers. Wij hadden toen al een gemeenschappelijk verleden, dat er hier, nu, niet toe doet. Ik heb een aantal van zijn even imponerende als aangrijpende optredens in de steenkoolbekken meegemaakt.

Samen met Mark Vermeulen, voorzitter van de studiekring Vrij Onderzoek (VUB), organiseerde ik in februari 1970 een druk bijgewoonde solidariteitsmanifestatiein het Shaffy-theater te Berchem (gerund door Guido Lauwaert). Stan Lauryssens bracht uitvoerig verslag uit in De Nieuwe Gazet van 16 februari – destijds een voortreffelijke krant. De aanmatigende en vandaag niets meer betekenende term 'kwaliteitskrant' – vijgenblad of schaamlapje... – had toen nog geen ingang gevonden.

Ziehier, in een notendop, wat Stan noteerde...

Op het podium: Julien Schoenaerts, Marc Vermeulen en Henri-Floris Jespers, inleider en moderator. Paul de Vree bijt als ouderdomsdeken de spits af. Mijningenieur Gerard Slegers, de populaire stakingsleider treedt onder het daverende applaus het sjofele theaterzaaltje binnen en betreedt het podium. Jef Geeraerts ziet in een algemene staking die moet leiden tot federalisme, de enige oplossing. Teksten van Walter Roland, Roger M.J. de Neef, Willem M. Roggeman, Ludwig Alene, KP-Provincieraadslid Jan De Brouwere... Acteur Jo Coppens rakelt nog eens de incidenten (met Julien Schoenaerts) in de Antwerpse KNS op. Henri-Floris Jespers intervenieert krachtig: “'We zijn niet bijeengekomen om onderlinge vetes uit te vechten”. Gerard Slegers: 'Van ruzies tussen de mijnwerkers en het patronaat ben ik in onderlinge ruzies tussen kunstenaars verzeild!' Marcel van Maele, Herman J. Claeys, Rudy Witse treden op...

Jan de Roek leest monotoon en monochroom het lange gedicht 'In hoc signo' voor. Hij wordt door de zaal onderbroken, wordt bijna op awoertgeroep onthaald. Hij is lijkbleek, leest onverstoorbaar verder. Zijn handen trillen. Jespers kapittelt de zaal, hierbij bijgestaan door Slegers.

Julien Schoenaerts brengt enkele losse gedachten. Ondertussen blijkt dat geldinzameling 7.300 F opbracht. Slegers dankt namens de 23.000 stakende mijnwerkers.

Onder het zachte, monotone en bezwerende fluitspel van Cochius loopt het Shaffy-theater leeg”, aldus Stan Lauryssens.

Heeft Stan het onderschrift bij de foto bedacht: “Initiatiefnemer Henri-Floris Jespers en stakingsleider Gérard Slegers, of: het woord en de daad broederlijk naast mekaar”? Of was daar een bureauredacteur voor verantwoordelijk?

*

Het boek van Stan zal ongetwijfeld een groot publiekssucces kennen. Het wordt voorgesteld op 25 september om 15 uur, en wel op het adres Vleminckveld 18, op de trap en overloop onder het glas van het 'stadspaleisje' (dixit Stan) waar Julien in die tijd onder het dak woonde.

*

Op 28 juli publiceerde Raymond Rombouts een uitstekend interview met Stan Lauryssens.

http://www.hebban.nl/crimezone/artikelen/vlaanderen-thrilt-7-stan-lauryssens

Hier dan enkele quotes:

Ik heb nog nooit een misdaadroman geschreven, Raymond. Ik kan dat niet, ik weet niet hoe dat moet. Ik zweer het, ik las nooit een Vlaamse of Nederlandse thriller. Bob Mendes, Aspe, Deflo: nooit gelezen. Ik heb wel wat beters te doen.”

Ik lees nooit Vlaamse of Nederlandse thrillers. Geef er mijn geld niet aan uit. De meeste Vlaamse en Nederlandse thrillerschrijvers zijn trouwens hobbyschrijvers, voormalige jeugdschrijvers of redactrices van Libelle of Magriet. Wat zou ik me daar druk om maken?”

Wie leest overigens thrillers? Niet die ene professor van Gent of Nijmegen, wel bakkers en slagers van om de hoek.”

Een openhartig vraaggesprek. Lezen!

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mardi 2 septembre 2014 2 02 /09 /Sep /2014 01:57

 

IVO-VAN-HOVE_04-2012-2_----Jan-Versweyveld-.jpg

Ivo van Hove (foto: (c) Jan Versweyveld)

 

Dat Ivo van Hove de roman The Fountainhead wilde vertonelen is niet verwonderlijk. Wat de ziel van het boek is, is ook die van hem en geeft zeer goed weer hoe hij staat tegenover de overheid en haar wanbeleid in verband met kunst en de kunstensector.

In 1935 begon Ayan Rand [1905-1982] aan The Fountainhead. Met het hoofdpersonage Howard Roark schiep Rand de ideale mens. Toen het boek in 1943 verscheen lag het niet aan de critici dat het een bestseller werd. De mond-aan-mondreclame is er verantwoordelijk voor. Na de grote run is het nooit meer weg geweest uit de boekhandel en volgde druk na druk.

De schrijfster

Ayn Rand sluit zich aan bij de rij van Russische grootmeesters in de vertelkunst. Ze is afkomstig van Sint-Petersburg. In haar middelbare schooltijd was ze getuige van zowel de Kerenski revolutie, die ze steunde, als van – in 1917 – de bolsjewistische, die ze vanaf het begin afwees. Haar familie verhuisde naar de Krim. In 1925 kreeg ze toestemming om haar familie in de Verenigde Staten te bezoeken. Ze keerde nooit meer weer naar Rusland. Vanaf 1926 werkte ze in Hollywood waar ze vrij snel Cecil B. De Mille leerde kennen, de regisseur van films, megaspektakels als De Tien Geboden.
Ayn Rand werd scenarioschrijfster, schreef een toneelstuk, maar haar kracht lag in de vertelkunst. The Fountainhead en het tweede deel van haar magnum opus, Atlas Shrugged [1957] zijn samen goed voor ruim 2000 pagina’s dundrukpapier, kleine letter en groot formaat [23 op 15]. Je hebt voor beide boeken een boekenstander nodig om tijdens het lezen geen kramp in de vingers te krijgen.

De regisseur

De droge, harde schrijfstijl van Ayn Rand moet een van de redenen zijn geweest die Ivo van Hove aanzette om van de roman een toneelstuk te maken. Een tweede reden is dat het beroep van het hoofdpersonage over dat van hem geschoven kan worden en er maar één beeld te zien is.
Howard Roark is architect. Een regisseur is dat ook. Hij ontwerpt een voorstelling zoals een architect een gebouw. En net als Roark luistert Van Hove naar op- en aanmerkingen, maar ze beïnvloeden zijn concept nauwelijks. Tot de première. Eenmaal die voorbij is interesseert – grof gezegd – de voorstelling Van Hove niet meer. Net als voor Roark is voor Van Hove het creatieproces the sound and the fury. Verdere aandacht is er enkel om na te gaan of het geluid en de drift van zijn gerealiseerde droom onbeschadigd blijft. De voorstelling staat zo bekeken als beeld en spiegelbeeld: de wereld van de integere architect tegenover de onkreukbare regisseur.
Een derde reden om dit boek op de bühne te zetten is dat Van Hove er van overtuigd was dat bewerker Koen Tachelet en scenograaf Jan Versweyveld het verhaal en de beeldschetsen in een compacte speeltaal en een kurkdroog decor konden omzetten. Met bovendien de steun van dramaturg Peter Van Kraaij is het boek gestript, op het ondergoed na.

Het verhaal

Begin 20ste eeuw. The Fountainhead schildert de carrière van de Howard Roark. Hij wordt net voor de eindstreep weggestuurd van de architectenschool omdat hij de theorieën van die roestbakken van professoren afwijst. Zijn medestudent en vriend Peter Keating slaagt met glans en maakt carrière als architect die knikt en slikt wat de klant wil. Wat Roark net niet wil doen; onder geen beding. Hij wil geen kopie van Europa bouwen, waar veel rijken juist wel van dromen. Wonen in Griekse tempels of Romeinse paleizen – Duitse burchten of Franse kastelen. En liefst alle stijlen van twee millennia gemixt. Voor Roark daarentegen verdient de Nieuwe Wereld een Nieuwe Architectuur.
Keating zit algauw aan de grens van zijn kunde. Om aan de top te blijven, doet hij vaak beroep op zijn vriend, maar verknoeit diens ontwerpen door zijn grenzeloze ambitie en ijdelheid. Wanneer hij voor de zoveelste maal beroep doet op Roark, laat die hem een contract tekenen dat er niets aan het ontwerp gewijzigd zal worden. Wegens zijn verlies aan zelfrespect geeft Keating toe en wordt het prachtig ontwerp een afgrijselijk gebouw. Roark blaast het na voltooiing op en krijgt een proces aan zijn been. Door een sterk gemotiveerde apologie luidt het oordeel van de jury: Niet schuldig.
Eindelijk erkenning als vernieuwer [denk aan Le Corbusier] en de doorbraak van een eigen, Nieuwe Architectuur. Natuurlijk is er doorheen het verhaal nog een complex amoureus verhaal verweven.
Onderhuids speelt mee dat de kracht van het individu voorgaat op de macht van de massa. En dat het individu als cultuurschepper niet mag toegeven aan welke wens ook uit politieke of economische hoek.

De voorstelling

Met het pleidooi eindigt de voorstelling, niet met de beslissing van de jury. Ivo van Hove laat het oordeel aan het publiek over. Noem het een open einde. Al zal wie nauwgezet de voorstelling volgt tot dezelfde uitspraak komen als die van de jury in de roman. Daarenboven de waarschuwing snappen waar het Van Hove om te doen was: het snoeien in subsidies en moeien met het artistiek beleid door de overheid is een misdaad.
Maar niet enkel dat open einde is een schot in de roos. Ook het wegsnijden van bijgedachten en nevendaden, op zich interessant maar niet essentieel voor de mechaniek van het toneelverhaal, is dat. Het is aan de acteurs om ze suggestief weer op te halen. En dat is een kolfje naar de hand van het acteursgild van Toneelgroep Amsterdam. Ivo van Hove heeft een gezelschap samengesteld dat individueel en in groep zijn personage, zijn rol, zijn aandeel een vierde macht kan geven. En verdwijnt een schakel, weet hij een evenwaardige te vinden. Het maakt dat de magie van de voorstelling geheel in handen ligt van de spelers. In The Fountainhead wordt dat even sterk aangetoond als in zowel een kleine als een grote voorstelling met een meerwaarde. Kleine = La voix humaine – Grote = Romeinse Tragedies.
Eén acteur een ruiker toewerpen en de anderen een bloem, past niet. Het verhaal is een kapstok en het succes van de voorstelling wordt gemaakt door het samenspel van de acteurs. Zo intens is het teamwork dat de toeschouwers gevangen worden in de ban van de evolutie en de meningen van de personages. En al heb je een triumviraat als regeerders, hun spel krijgt maar glans door de blink van de nevenrollen, een benaming die in wezen ver onder de waardigheid van hun aandeel in het geheel van de productie is.
De kroonjuwelen
Bij elke kroon horen juwelen. Eén ervan is de schrijfmachine[s]. Niet van het merk IBM maar van Olivetti, het Italiaanse bedrijf van schrijfmachines waar de Belgische kunstenaar Jean-Michel Folon enkele jaren voor werkte. Heel wat producten van Olivetti zijn, by the way, in de permanente collectie van het Museum of Modern Art in New York opgenomen.

FoutainHead.jpg
Een ander juweel is de beroemde degelpers van Heidelberg. Hij symboliseert de popularisering van de dagbladen. Toen de machine aan het drukken sloeg, kwam
Citezen Kane in beeld. En de botsing van Orson Welles als de scrupuleuze krantenmagnaat met Joseph Cotton als de integere theatercriticus.
Ook de muzieklijn is een juweel, beginnend bij de muziek van George Gershwin, scherend langs de psychedelische muziekgenres en eindigend bij de hedendaagse opera.

Envoi
Er valt heel wat meer moois te ontdekken in deze voorstelling. Het mag niet gezegd maar moet gezien worden. Het verklappen zou de verrassing ontheiligen. The Fountainhead is een Wagneriaanse toneelproductie die men meer dan eens moet zien om de schoonheidsvlekken ervan te ontdekken.

Guido LAUWAERT

 

THE FOUNTAINHEAD – Toneelgroep Amsterdam –www.tga.nl– 2 t/m 4 oktober in deSingel – Antwerpen

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 1 commentaires
Lundi 1 septembre 2014 1 01 /09 /Sep /2014 07:41

 

Verlies-van-lief-voorzijde-omslag-001c.jpg

 

Onbeheerd achtergelaten dingen roepen gevoelens van melancholie op. Een speelgoedauto met drie wielen in een nachtelijke straat, een onaangeroerd lunchpakketje op een leeg schoolplein, een verdwaald Poesiealbum in een antiekwinkeltje: ze prikkelen onze sluimerende voorraad persoonlijke droefheid. Ach jee, denk je dan, ach jee

In Verlies van lief, een goed vormgegeven boekproject van Margreet Schouwenaar (gedichten) en Mariet Lems (foto’s) werkt het ‘achtergelatene’ subtiel in op de menselijke emotie.

Mariet Lems fotografeerde verlaten huizen in Ierland. Niet zomaar wat afbrokkelende muren en hoopjes puin. Nee, het gaat om huizen met duidelijke sporen van de vertrokken bewoners. Het is alsof de woningen in haast zijn verlaten. Lems trof er onder meer foto’s aan, keukengerei, ansichtkaarten, bidprentjes en zelfs speelgoed. Stille getuigen van het leven vroeger en vooral verlaten getuigen. Het is bijna pijnlijk. Wat verlaten werd, lijkt te veel op het leven zelf. De registrerende bezoeker voelt zich dan ook een indringer.

De woningen met inhoud vergaan langzaam. Ze raken als het ware steeds meer  verlaten. Totdat schimmels, regens en stormwinden de sporen van de huiselijk haard voorgoed zullen hebben uitgewist.

Een ontroerende inleiding (Mariet Lems) en sterke gedichten zijn gecombineerd met kleurenfoto’s op mat papier. Verweerd verleden geconserveerd in een afgewogen bundel.

De presentatie van Verlies van lief  en de opening van de bijbehorende expositie vinden op 12 september om 16 uur plaats in Kapel Zorgcirkel Westerhout, Van Houtenkade 3, Alkmaar.

Verlies van lief, uitgeverij Kleinood & Grootzeer, (genummerd en gesigneerd) is ook te bestellen via internet: prijs € 18 (plus € 2,- verzendkosten).

www.kleinood-en-grootzeer.com

Expositie: 12 september – 30 oktober (10 – 17.30 uur).

Erick KILA

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 31 août 2014 7 31 /08 /Août /2014 12:46

 

HFJ-poogt-te-roken.JPG

Henri-Floris Jespers, 2012. Foto: (c) Bert Bevers

 

Op de kop twintig jaar geleden hield Henri-Floris Jespers zijn eerste lezing op uitnodiging van de culturele vriendenking Ex-Libris. Woensdag 3 september houdt hij een causerie onder het motto “Terugblikken naar de toekomst”. Bij het herontdekken van oude foto's en archivalia blikt hij van de hak op de tak (maar is het wel zo...?) weemoedig terug naar het verleden, maar vooral de toekomst blijft zijn volle aandacht opeisen.

Ex-Libris, Taverne Rochus, Sint-Rochusstraat 67 te Deurne.

Zoals gewoonlijk is iedereen al vanaf 19uur30 welkom. De lezing begint om 20u30 stipt.

*

Zaterdag 6 september om 18 uur: opening van de tentoonstelling “A Pantheon” van Patrick Conrad, Galerie Martin van Blerk, Mechelsesteenweg 28. Meer op:

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-i-patrick-conrad-en-renaat-ramon-124379514.html

*

Vrijdag 12 september om 21 uur wordt de tentoonstelling van beeldend kunstenaar Ron Scherpenisse in Den Hopsack geopend door Erick Kila. Meer op:

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-iv-ron-scherpenisse-exposeert-in-den-hopsack-124416091.html

*

Jawel, september wordt druk – wacht maar even tot de volgende aflevering van “Nazomer”...

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Actualité
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 30 août 2014 6 30 /08 /Août /2014 14:26

 

de_entertainer_13_14c_Jan_Versweyveld-6-632x321.jpg

Foto (c) Jan Versweyveld


John Osborne [1929-1994] is de toneelschrijver die een doorbraak forceerde in de Engelse toneelliteratuur met zijn new drama. Het brak met de tradities en waarden van de boven- en middenklasse. Het betreft niet enkel de onderwerpen van zijn stukken maar ook de taal en de inbreng van emoties. Weg deftigheid en keurigheid. De morele achterbuurten waren plots belangrijker dan de deftige lanen. Welkom rauwheid en slagen onder de gordel.

De Britse toneelschrijver heeft een voorliefde voor de werkende klasse en hun ellende, wat prominent aanwezig is in zijn stukken, maar is bewust nooit de barricaden opgeklommen. Hij heeft afstand gehouden, wat juist de erkenning van zijn positie in het sociaal drama versterkte. En het werd tijd. Meer dan een halve eeuw voor zijn doorbraak met Look back in Anger [1956], had zijn toneelpen al vaste voet gekregen in Noorwegen [Ibsen], Zweden [Strindberg] en Rusland [Tsjechov]. Zelfs Nederland en België kenden met Herman Heijermans en Cyriel Buysse al het volkstheater voor de burgerij en de hogere klasse.
Het volgend stuk van Osborne is alweer een voltreffer. The Entertainer uit 1957 koppelt sociale miserie aan het onomkeerbare verval van Groot-Brittannië. Zo onderstreept Osborne dat de werkende mens in zijn armoede zal vergaan door een verarmde staat. Met het stuk opnieuw op de affiche te zetten toont Toneelgroep Amsterdam aan dat we momenteel in eenzelfde situatie zijn beland. Een arme staat kan zich niet eens een premature cultuur permitteren. Maar wiens fout is dat? Van een politieke wereld zonder visie op de toekomst en die alle problemen voor zich uitschuift. Zelfs als die problemen al midden in hun doodstrijd zitten.
The Entertainer kan makkelijk met zijn verhaal van het podium naar het parlement verhuizen. De middelmatige komiek Archie Rice is een spiegelbeeld van Anthony Eden, Harold Macmillan, Alec Douglas-Home, de conservatieve Britse premiers die de schijn van het Verenigd Koninkrijk als wereldmacht probeerden op te houden. Door hun asociale politiek werd de weg vrijgemaakt voor Margaret Thatcher. Voor tussenpauzen als Harold Wilson en James Callaghan was het dweilen met de kraan open. Bovendien werden zij geboycot door de geheime diensten. John le Carré heeft dat in zijn spionagethrillers meesterlijk verwoord.

Als toneelstuk tekent The Entertainer het verval van de populaire volkskunst van de music-hall en zijn artiesten die geen plaats meer vinden in de onverschillige, commerciële massacultuur waarvan televisie het symbool is, zoals het kruishout het is voor Rome, de halve maan voor Mekka en de Davidster voor Jeruzalem. Ondanks de twee voorbeelden behoort Osborne echter niet tot de vernieuwers die blijvende waarde aan het toneel in zijn kunstvorm hebben geschonken. Daarvoor moet je bij Edward Bond zijn, en Harold Pinter. En in Noord-Amerika bij John Steinbeck, Henri Miller, Eugene O’Neill, Edward Albee en Tennessee Williams.
Het hedendaags Britse toneel is, op Sarah Kane na, burgerlijk theater met weinig tot geen sociale klemtonen. Het draagvlak ligt bij het talent van de acteurs. Dat heeft vertaler en regisseur Eric de Vroedt zeer goed begrepen. Hij heeft het acteurstoneel ten volle uitgezogen en het net vóór of achter het toneelgordijn gezet. Maar hij heeft scenograaf Maze de Boer een decor te laten ontwerpen dat het moderne en het klassieke samenvoegt.
In een bangelijk nauwer wordende tunnel staat aan het eind ervan de woonkamer. Er wordt nauwelijks gebruik van gemaakt. De combinatie van toneel op het voorplan en het salon op de achtergrond geeft zeer goed weer dat voor topacteurs de schouwburg en het gezelschap hun eerste huis en thuis is en hun privésfeer de tweede. De boodschap van The Entertainer van 1957 en die van 2014 benadrukt dat er in die tussenperiode weinig veranderd is. Slechts het decor verschilt. De attributen, zoals de fauteuils, stammen uit de designperiode van de jaren vijftig. Die – gek! – aan een remonte bezig is.

Gijs Scholten van Asschat als hoofdpersonage Archie Rice steelt natuurlijk de show, door zijn eigen meesterschap, maar krijgt extra vernislaag door indringend spel van Janni Goslinga als zijn vrouw Phoebe Rice en Fred Goessens, Mariane Aparico Torres en Alwin Pulinx als zijn kinderen Fred, Jean en Frank. Wat heerlijk om te zien en horen hoe ze samen de magie van het spel laten glanzen. De liedjes, als entertainment tussen de 13 scènes, zijn muzikaal en taalkundig van zeer hoog niveau, met soms een lekkere knipoog naar Simon Carmiggelt en Godfried Bomans. Soms komt het Nederlands cabaret uit de jaren 60 en 70 piepen.

Het enige mankement is dat de tekst van John Osborne slijtage vertoont. In tegenstelling met die van de Shakespeare van de Britse televisie, Dennis Potter. Wie optimaal wil genieten van de nieuwe The Entertainer kijkt best vooraf naar Potters serie Lipstick on your Color uit 1993. Dezelfde achtergronden spelen mee: de Suez crisis, de bitterheid bij alle lagen van de bevolking om het verlies van de wereldheerschappij en de neergang van de morele waarden, waardoor er geen troonzaal meer was voor de notabelen, op die van het koningshuis na [dankzij de persoonlijkheid van Queen Elisabeth II].
The Entertainer van Toneelgroep Amsterdam is een prachtig voorbeeld van een rampzalige maatschappij. Wie geen messen heeft voor in de ruggen, verraad beschouwt als een kwaliteit, wacht niet anders dan een eenzame doodsstrijd of zelfmoord. De laatste categorie is in opmars.

Deze voorstelling passeert niet langs België. Maar wie de kans ziet er eentje in Nederland mee te pikken, zal merken dat de kost een gouden belegging was. Zelfs voor wie de problematiek al kent. Men is nooit wijs genoeg om een extra wijze les te laten passeren.

Guido LAUWAERT

The Entertainer –John Osborne – productie Toneelgroep Amsterdam – www.tga.nl

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Vendredi 29 août 2014 5 29 /08 /Août /2014 21:50

 

Bismillah-.jpg

Tegenwoordig bestel je met een simpele muisklik en voor een paar centen een volledig verzorgd verblijf in een luxueus strandhotel in een ander continent. Neen, dan vroeger mensen: toen verplaatste men zich nog niet per toeristische vliegmachine maar werd er nog écht gereisd. Wie indertijd bij de Bambuti in Congo was geweest, paard had gereden in Mongolië of de Zijderoute had gevolgd maakte bij thuiskomst een grote kans zijn reisbevindingen te kunnen publiceren bij uitgeverij F.A. Brockhaus in Leipzig. Als je tenminste af mag gaan op een oude aanbiedingsfolder van genoemde firma. Ik heb er een. Viel uit Westermann’s Grosser Atlas zur Weltgeschichte, toen ik die raadpleegde. Reisen in alle Welt heette de reeks. Keine am Schreibtisch erdachten Erzählungen, sondern wahrheitsgetreue Berichte…Fraaie omslagen! Pakkende titels! Wat te denken van Om mani padme hum of Ich kam die reissenden Flüsse herab? Zit nu al een tijdje met Bohemian Rhapsody in mijn kop. Logisch, na het aanschouwen van W. Filchner’s Bismillah!....

 

Bert BEVERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Vendredi 29 août 2014 5 29 /08 /Août /2014 20:32

 

eye-loco.jpg

Jérôme Franck, Peter-Paul, Philippe Wartel en Robin Gregory, vier getalenteerde fotografen van uiteenlopend niveau, met een aparte stijl tonen hun werk bij eyeLoco. Onder ruime belangstelling vond gisterenavond de opening van de groepstentoonstelling plaats.

Jaarlijks kiezen we vier fotografen uit zij die bij ons één of meerdere workshop(s) volgden en die intensief met fotografie bezig zijn. Zo krijgen zij een platform om hun beelden aan het publiek te tonen”, aldus Benny Lanoizelé.

Jérôme Franck is duidelijk geïnteresseerd in de beweging en situaties van de stad.Grappige situatiebeelden wisselen af met de focus op het leven in een metropool. "Flatiron Building" is dan weer een stilstaand beeld maar dan wel op zijn kop gezet, waardoor het toch weer beweegt in je hoofd.

Peter-Paul heeft een heel sterk zwart-wit coloriet, gevoel voor detail en een sterk Amerikaans glossy-retro gevoel van de jaren '50 & '80. Mij viel vooral "Selfoss" op. Een landschap: canyon met watervallen. Boven de aardkloof een dramatische hemel. Door de trage sluitingstijd lijkt het alsof het water slierten wolken naar beneden doet vallen en dat door de rivier een bedding dikke mist stroomt. Een feeëriek gegeven, een sterk beeld en vooral... een goeie foto.

Robin Gregory is speels en schildert meer met zijn compositie, maakt van zijn onderwerp bijna abstracties, door accenten te leggen – of juist door de focus niet te verliezen. Daartegenover zoemt hij dan weer in op een kapotte pop in een vuile dakgoot.

Philippe Wartel heeft een sterk 'grijswaardengevoel', zijn keuzes vallen op de mens in een landschap of architectuur waar vooral 'het licht' de hoofdrol speelt. De mens of dier die niet weet dat het gefotografeerd wordt, belichaamt het accent van dat licht. Mijn absolute voorkeur gaat dan ook naar "Fog", waar een fietsende vrouw door guur, mistig weer, haar bestemming wil bereiken. De mist en de stilte van grijs houden haar tegen.

*

Je voelt bij het centrum eyeLoco een groot hart voor fotografie kloppen. Niet verwonderlijk dat de tentoonstelling een bezoek méér dan waard is...

Jan SCHEIRS

De tentoonstelling loopt van vrij 29/08 > zo 7/09

do & vrij 18u > 21u
za & zo 14u > 18u

of op afspraak +32 3 337 88 71
eyeLoco, De Brouwerstraat 5, 2600 Berchem

*

eyeLoco stelt zich alleen tot doel fotografie voor iedereen toegankelijk te maken, o.m. door de organisatie van workshops voor jong en oud, voor ervaren en beginnende fotografen. Daarnaast vind je bij eyeLoco ook een fotostudio, een boekhandel, een kunstgalerie en een lounge. In het verleden werkte eyeLoco reeds samen met het FoMu, Centrum voor Beeldexpressie, Kavka en stelde zowel internationale en nationale fotografen tentoon. Dit alles en nog meer, uitvoerig toegelicht op:

http://www.eyeloco.eu/nl/

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : arts plastiques
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mercredi 27 août 2014 3 27 /08 /Août /2014 13:59

 

Benjamin-1.jpg

Zo veel keuze…Ik zou waarschijnlijk een schilderij van Philip Guston in mijn valies proberen mee te nemen. Een Picasso zou uiteraard ook welkom zijn (hangt altijd mooi tegen een palmboom…). Wat lectuur betreft zou ik beslist Chansons van Boris Vian meenemen. Er staan genoeg boeiende liedjes in dit boek om er elke dag eentje uit te plukken.

Benjamin-2.jpg

Tot dat ik gered word door de stoomboot van Sinterklaas die voorbij mijn eiland zal varen. Ook Rencontres avec Bram Van Velde, de gesprekken tussen schrijver Charles Juliet en schilder Bram Van Velde, neem ik zeker mee. De film die meegaat naar dat verre oord is Ida  van Pawel Pawlikowski.

Benjamin-3.jpg

En wat de muziek aangaat tenslotte valt mijn keuze op het album Histoire de Melody Nelson / les sessions Melody Nelson van Serge Gainsbourg. Dat is mijn absolute all time favorite.

 

Benjamin Demeyere, Antwerpen

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mardi 26 août 2014 2 26 /08 /Août /2014 07:47

 

Frans Depeuter

Zaterdag 23 augustus werd de achtste Nestorprijs 2014 in het cc 't Schaliken te Herentals uitgereikt. Eric Antonisen en Paul Michiels werden gehuldigd.

Zie: http://mededelingen.over-blog.com/article-nestorprijs-2014-eric-antonis-en-paul-michiels-124347818.html

Hier de slottoespraak van Frans Depeuter. ■


"De Vlaamsche tale is wondersoet voor die heur geen geweld en doet." Dat zijn de woorden van dat West-Vlaams pastoorke met zijn dikke kop, dat in 1830 als een van de laatste staatsburgers van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in het Brugse bevolkingsregister werd ingeschreven onder de naam Guido Pieter Theodorus Josephus Gezelle.

Helaas, sindsdien – en tot op heden – is op de Vlaamsche tale zo vaak geweld gepleegd. En dan bedoel ik niet dat ermee gevloekt en gelogen, bespuwd en bedrogen wordt – dat zal wel in elke taal gebeuren, zeker. En ik ga ook niet met het vingertje klaarstaan om er de TV- en andere publiekelijken op te wijzen dat het niet moet zijn hij noemt Kees maar hij heet  Kees, niet ik ben hipper als haar maar ik ben hipper dan zij, niet ik geef hen  een knuffel maar ik geef hun een knuffel, niet het paard die over de haag sprong maar dat over de haag sprong, niet in ben akkoord met de besparingen maar ik ga  akkoord, niet de jongen waarop ik verliefd ben maar de jongen op wie ik verliefd ben, niet de parlementsleden hebben trouw aan de grondwet gezweerd maar ze hebben trouw gezworen, enzoverder enzovoort, je zou er zowaar nog een zwerende duim van krijgen.

Nee, zo'n mierenneuker wil ik niet zijn. Pietluttigheden zijn dat toch, niet? Haarkloverij, spijkers op laag water. En of het werkwoord nu eindigt op d of t of dt – sommige jongelui opteren zelfs voor: ddt – ga ik het al zeker niet hebben, want got-och-here, dat klinkt toch allemaal hetzelfde, nietwaar? Zo lankmoedig ben ik zelfs dat ik het Bovenmoerdijkse hij hep een gladde aal bij de staart over mij wil laten gaan en dat ik bereid ben om mijn Belgische friet te ruilen voor een Hollandse patat en van een Hollandse koe te horen dat hij melk geeft.

Ach, tenslotte is de taal van onze noorderburen best verstaanbaar en of ik het nu heel plezant of hartstikke leuk vind, of ik mijn wijsheidstanden of verstandskiezen laat trekken, of ik een lekstok of een lolly koop, of ik in een drankwinkel betaal met mijn protonkaart of in een slijterij met mijn chipknip, of mijn auto perte totale of totallos is, of ik een scheetje laat of een poepje, op een schuifaf of een glijbaan ga zitten, of ik plattekaas of kwark op mijn boterham leg, of ik mijn gat afkuis of mijn billen afveeg, of ik pateekens met krieken of gebakjes met morellen eet, het komt op hetzelfde neer en na enige aarzeling weten we wel waar we ervoor moeten zijn.

Waar mijn oren echter wél van gaan flapperen, is het verwrongen moddertaaltje dat een Vlaming wel eens in onze 'tweetalige' hoofdstad te slikken krijgt. In 'vertaalde' folders, toeristische gidsen, officiële omzendbrieven en weet-ik-veel. Zo kon ik ooit in een Brussels restaurant een menu samenstellen met "soep kleine Julia" (wat Juliennesoep betekende) en "oeufs pochés" (wat "eieren in de zak" was geworden), waarbij ik dan "oranges pressées', zijnde "sinaasappels gehaast", heb gedronken.

Maar nee, zelfs dié vlooien ga ik de rug niet breken. En al evenmin ga ik mekkeren over al die andere taalkreupelheden. Niet dus over fraaie zinnen als 'daar kraait geen hond naar' of 'dit geneesmiddel verwijdert de bloedvaten' of 'een tot Belg geneutraliseerde allochtoon'. En ik vergeef het gulhartig wanneer iemand het heeft over een dokter die hem onderzocht heeft met een horoscoop, een man die beschuldigd wordt van een zedendelicatesse, een veroordeelde die in castratie gaat, bejaarden die bij een brand geëjaculeerd worden, een vijver die vol micro-orgasmen zit, een acteur die een staande ovulatie krijgt, twee verenigingen die gefusilleerd zijn, een overledene die gemacrameerd zal worden, de kunstmatige insinuatie van een koe of zelfs een homotrainer.

En ook ga ik het niet hebben over toevallige grappige missers. Ach, ook mij overkomt het wel eens dat ik gefrutseerd tik in plaats van gefrustreerd, en dat er een prietser uit het toetsenbord springt in plaats van een priester. En bom-mélding lees ik gegarandeerd als bómmelding. Met dit soort slips of tongue verkeer ik trouwens in het voorname gezelschap van De Croo Junior, die lof toezwaaide aan zijn partijgenote Maggie de Brok. En van het ex-nieuwsanker Sigrid Spruyt, die zei dat de sportresultaten aangereikt zouden worden door Ivan Stonck, terwijl haar collega Hanne Decoutere onlangs de interland aankondigde van de Rode Duivels tegen Ivoorkut. En zelfs van de Hoog-Nederlandse prinses Laurentien die bij haar verlovingsaankondiging tegen de pers zei: ''Toen Constantijn me ten huwelijk vroeg heb ik met volle mond ja gezegd''.

Ook lig ik niet wakker van de zogenaamde spoonerismen, waarbij woorden of zinnen, letters of lettergrepen verwisseld worden zodat een parelkettinkje verwordt tot een karelpettinkje, een verkeerde versnelling tot een versnelde verkering, een theezeefje wordt een zeeteefje, een weeskind wordt een keeswind, een glaasje bier wordt een blaasje gier, een wattenschijfje wordt een schattenwijfje, met vereende krachten wordt met verkrachte eenden, met de staart tussen de benen wordt met de baard tussen de stenen en ik heb een mooie jas op de kop getikt wordt ik heb een mooie jas op de kip getokt. Of, zoals Nick Nuyens na zijn overwinning in de Ronde van Vlaanderen wou zeggen: “Dit is het antwoord op iedereen die op mijne kop gekakt heeft," maar eruit flapte: "Dit is het antwoord op iedereen die op mijne kak gekopt heeft”.

Verder zijn er ook nog de slordigheden die Vlaamse affiches, annonces en reclameborden sieren. Zo las ik op een fancy-fair voor een goed doel: "5 maal slaan/ 3 euro per kind/ uitzoeken", en "trampoline voor kinderen met een diameter van 140 cm". En tijdens de laatste Gentse feesten probeerde men orde op zaken te stellen met een bord waarop stond: "fietsers overrijbaan". Dat soort ongelukkig geformuleerde richtlijnen brengt een mens wel eens van streek. Wat moet je bij voorbeeld met leuzen als "uw probleem, ons een zorg", "campina maakt kindervoeding met chinezen" of "mooie binnenkooi voor vogels met wielen"? En wat moet ik me in hemelsnaam voorstellen bij ""Moe? Overspannen? Doe het eens met een ezel in de Franse Pyreneeën"?

Ach, meestal loopt het niet zo dramatisch af: een glimlach, een schouderophalen, een hoofdschudden en de slipper is vergeten. Maar wat onvergetelijk en onvergeeflijk is, dat is de Engelse ziekte, die de Vlaamse taal infecteert en allengs een ware pandemie dreigt te worden.

O nee, ik heb het hier niet over het gebruik van het Engels als wereldtaal in domeinen waar dat wenselijk zo niet onoverkomelijk is. Zoals in de diplomatieke en de wetenschappelijke wereld, waar Engels een overkoepelende functie vervult. Of op technologisch en cultureel gebied. Het is nu eenmaal zo, dat zangers die internationaal willen doorbreken niet meer buiten het Engels kunnen, want van Vlaams hebben ze wereldwijd weinig of geen kaas gegeten.

Met de Engelse ziekte bedoel ik de besmetting van het dagdagelijks Nederlands door vreemde bestanddelen die het eigen idioom verdringen. Laten we maar zeggen: het Nederengels waarmee wij te kust en te keur onze eigen taal menen te moeten oppoetsen. Onzin wordt dan bullshit, een praatprogramma wordt een talk show, een overeenkomst wordt een deal, een afspraakje tussen twee alleenstaanden wordt een date tussen twee singles, contant betalen wordt cash betalen, dat soort dingen dus. Op ons naamkaartje zetten we niet meer medewerker loonadministratie maar payroll assistant, in het kantoor is er geen klimaatregeling maar airconditioning, en 's middags nemen we geen pauze maar een break.

En als we met vakantie gaan, maken we een checklist, steken in onze beautycase allerlei make-up-spul dat in het Nederengels gedoopt werd als foundation, blush, highlighter, lipgloss, eyeliner, coverstick en concealer. En dan rijden we over de snelweg, die nog net niet expressway maar toch al autostrade heet, met een wagen die we geleast hebben en die voorzien is van airbags maar zeker niet van luchtkussens, laat staan van botsballonnen. En voor alle gemak zetten we natuurlijk de cruisecontrol aan. En eenmaal ter plekke gearriveerd, gaan we geen boodschappen doen in een winkelcentrum, dragen we geen banaal T-hemd, eten we geen kaasburgers en hapjes, drinken we geen pompelmoes of andere frisdrank, kijken we niet naar de uitdagende prikkelpoezen die op het strand voorbij paraderen, neenee, we gaan shoppen in een shopping center, kleden ons met een T-shirt, eten cheeseburgers en snackjes, drinken grapefruit of een andere softdrink, en kijken onze ogen uit onze kop als er een sexy pin-up voorbijwiebelt.

O, wat wemelt het in onze moedertaal toch van die geniepige bastaardjes. Wat klinken die Nederengeltjes toch 'cool' – daar heb je het weer – in onze oren. Is het Vlaams dan toch zo arm dat wij leentjebuur moeten gaan spelen? Zijn wij, Vlamingen, dan zo dom dat we niet zonder die schuimwoorden kunnen? Of is het een kwestie van luiheid of van geurmakerij dat wij onze taal zo verloederen?

Wat een schril contrast met de 'aficanofonen' van Zuid-Afrika bij wie het Engels zo goed als geen visum krijgt. Hun vindingrijkheid is iets om duimen en vingeren af te likken. Of wat te denken van een tangaslipje of string dat bij hen een amperbroekie of deurtrekkertje heet? En van zo'n strakke damesbroek die bij hen niet legging maar kleefbroek heet, van een metro die een moltrein is, een trampoline die een wipmat en een cameleon die een verkleurmannetje is? Een snack is voor hen een peuselhappie, een lolly is een stokkielekker, een viaduct is een duikweg, een milkshake is een melkskommel, een cake is een sponskoek, een rock-'n-roll band noemen ze een ruk-en-pluk orkest, een barbecue wordt een braai, een majorette een trompoppie, en junkfood heet gemorskos. Aardig toch, niet? En meestal 'to the point' zoals ze dat in het Nederengels zeggen.

Ja, wat ze in Transvaal en Kaapstad kunnen, dat blijken wij, Vlamen, niét te kunnen. Zo taalcreatief zijn we dus blijkbaar ook niet. Of vergis ik mij? Zit onze taal dan toch vol verbeelding, vol scheppingskracht, vol plasticiteit? Is dat pastoorke uit Brugge niet even creatief wanneer hij het heeft over "krinkelende-winkelende waterdingen met zwarte kabotsekes aan", over het zalvendzoete zingezangen van een wilgenboom, over sneeuwvlokken die "dansen, ommentomme, zoo wit als molkenblomme", over een wikkelwakkelpaard of een bonke keerzenkind met bleuzekaakskes? Ik dacht van wel, maar bij ons noemt men dat dialect of in het beste geval Zuid-Nederlands. Vaak is het in onze dialecten dat de mooiste woorden opduiken. Wat al rijkdom zit niet verscholen in Kempense woorden als rondstesselen, rinkaaneen en roemetoem, hoeterdekoeter, piepekasse, 'ne metteko, 'ne flikketeer, een kwettergat, 'ne keskespisser, een klabots? Ja, onze volksmensen hebben allemaal iets van Guido Gezelle. Ook uit hun mond klinkt vaak pure poëzie op.

Dat de taal de hartslag is van een volk, dat een taal een volk doet leven, dat lijdt geen twijfel. Wie was het weer die zei: Wie de taal van zijn moeders niet eert, is de naam van zijn vaders niet weerd? Waaraan ik toe zou willen voegen: en is ook het land van zijn vaders niet weerd.

En dat land van onze vaders, goede Nestorvrienden, is een mooi land, zijt maar zeker. Een laatste maal laat ik de stem van het Brugse pastoorke horen: "Het Vlaamsche volk/ bebouwt uit alle landen/ het schoonste land,/ dat ooge aanschouwen kan". Oké, de stem klinkt ietwat overslaand, maar toch staat het pastoorke met die bewondering niet alleen. Hij krijgt o.m. de instemming van iemand die in 2005, in het teeveeprogramma De Grootste Belg, bij de VRT op de 7e plaats en bij de RTBF op de 1e plaats eindigde, en die geen chauvinistische Vlaming is, maar wel de de grootste ode aan het "vlakke land" van Vlaanderen schreef en zong: Jacques Brel: "Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen/ En witte vlokken schuim uiteenslaan op de kruinen/ Wanneer de norse vloed beukt aan het zwart basalt/ En over dijk en duin de grijze nevel valt/ Wanneer bij eb het strand woest is als een woestijn/ En natte westenwinden gieren van venijn/ Dan vecht mijn land, mijn vlakke land."

Frans DEPEUTER

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 25 août 2014 1 25 /08 /Août /2014 20:47

 

david-and-goliath-colo-print-and-color-pictures-of-girl-swi.jpg

We zullen met z’n allen moeten besparen. De staatskas is niet meer beheersbaar. Tenzij er fors bezuinigd wordt. Op verlichting, verwarming, vuilnis, verbruik, vervoer en zelfs kritiek, want dat leidt maar tot verspilling van politieke energie. De Bond Beter Leefmilieu en zijn verwanten helpen er aan mee om de noodklok nog wat luider te laten klinken. Het wordt de burger het hoofd ingeramd op een manier alsof het lijkt dat hij de schuldige is van alle ellende.

Maar zelfs als de burger bezuinigt en zijn kritiek beperkt tot wat oprispingen, blijft de staatskas leeg en zal na een aanslag op het vak met de briefjes in zijn portemonnee ook gekeken worden in dat van het kleingeld. Valt daar nog wat te rapen? Ja, hoor. Geef maar af aan Moedertje Staat. Op z’n minst de helft. Hoe lichter je weegt, hoe gezonder je bent. Simpele redenatie, maar tot meer is de politieke wereld niet in staat. Spaargeld investeren in bedrijven. Garandeert de staat het risico? En als het spaargeld niets oplevert, waarom de bank er mee plezieren? Afhalen en thuis bewaren. Daar is het veiliger. Zolang het in handen van een bank is, kan de staat er aan knabbelen.

Een aantal politici kunnen het wel, maar die zijn in de aanloop naar de rampen die ons overvallen, en waarvan men wist dat ze er zouden komen, tijdig verbannen. Of ze hebben zelf voor een veiliger oord gekozen, als luxueuze levensverzekering. Zoals Frank Vandenbroucke en Yves Leterme. Yves verkoos de stranden van de Europese binnenwaters, Frank voor de wetenschappelijke speeltuin. Om de paar jaar mogen de deserteurs een rapport schrijven, om de schijn op te houden dat hun mening en kennis nog steeds toe doet. Korte tijd mogen zulke rapporten in de schijnwerpers staan, om dan te verhuizen naar de schaduwkant, om even later in de vergeetput te belanden.

Het bewerken van burgerzin maakt deel uit van een mistcampagne om de verantwoordelijkheid van de overheid te verdoezelen. Zolang de inkomsten uit zichzelf binnenstroomden, werden ze als vanzelf weer in het rond gestrooid. De wensen van de vakbonden en de koepelorganisaties uit de bedrijfswereld werden ingewilligd, alsof het de natuurlijke loop der zaken was. En dat gebeurde door alle partijen, ook deze uit de oppositie. Hun waarschuwingen waren er voor de achterban en duurden niet langer dan een dag. Zolang de buik gevuld is, verblijft het hoofd in de voortuin van de slaap. Het wanbeleid kan daarom geen individuele politicus aangerekend worden, maar is de verantwoordelijkheid van alle logés van de Wetstraat en zijn buitenwijken, de gemeenschapsregeringen, zijnde de neefjes.

Er valt als burger, individueel of in groep, niets tegen te beginnen. Hij zal bloeden, en met hem zijn kinderen. De Akela’s hebben misbruik gemaakt van het vertrouwen van de welpjes. Ze hebben ze bestolen, bedrogen en verkracht. En eenmaal ze geen plundermanieren meer vonden werden ze gepest. In die fase zijn we nu beland. Maar dat is het zwakke punt van de schurken. Wie pest mag gestraft worden. Dat hebben de schurken zelf bedacht, om de pestkoppen klein te krijgen. Ze hebben alleen niet aan het oerverhaal van onze Westerse beschaving gedacht. Het verhaal van David en Goliath. Of hoe de kleine man met een wapen waar geen kronkelkennis voor nodig is, de grote kan verslaan.

En wat is dat wapen dan, hoe ziet het eruit? Heel simpel, door net het tegenovergestelde te doen van dat wat de overheid verlangt. In plaats van te bezuinigen met energie kan het juist zijn verbruik verhogen. Niet kijken op een lamp meer of minder. Of de verwarming in huis een graadje lager zetten. Integendeel, door extra verlichting en lekker warm in huis zal de pestzak vroeger dan voorzien het mes op de keel voelen. Tuurlijk zal de rekening voor de burger oplopen, maar nog meer mensen zullen hun facturen niet meer kunnen betalen, en dus een beroep moeten doen op bijstand door de staat. De instanties zijn er nu eenmaal voor gemaakt.

Als de overheid het vingertje als dolk de lucht insteekt, kan de burger met het zijne wijzen op de voortdurende verspilling van de overheid. Een mooi voorbeeld is de R4, de ring rond Gent. De hele nacht branden duizenden lampen. Terwijl er van acht uur ’s avonds tot zes uur ‘s morgens nauwelijks een wagen rijdt. Elke burger kan wel een voorbeeld vinden. Je hoeft maar rond te kijken. Het spel is zo eenvoudig. Hoe meer mensen het zullen spelen, hoe benauwder politici het zullen krijgen.

Zullen we dus net niet doen wat er gevraagd wordt? Waar er stilaan om gesmeekt wordt. Voor vergeving is het te laat. Al te lang heeft de overheid het geduld van de bevolking misbruikt. Veel te lang heeft de razernij van de verspilling het volk gekwetst. De tijd van vergelding stijgt op aan de einder. Kapot gepest draaien de sluisdeuren langzaam open en zal kwaad door kwaad worden overspoeld. Om het failliet van de staat te vermijden zal de overheid verplicht worden de eigen vetlagen aan te spreken.

Dat de overheid in weelde leeft in dure paleizen en met veel knechten en misdienaars is maar al te duidelijk. Als de overheid verplicht wordt te bezuinigen op de eigen luxe dan is 17 miljard snel gevonden. Het afschaffen van de kabinetten zou al een mooi begin zijn. In beschaafde landen, zoals Nederland en die uit Scandinavië, bestaat die schaduwambtenarij niet. Daar moet een minister het doen met hooguit een handvol mensen. Zijn we zover, de buikriem aangehaald wegens vermagering, dan kan er weer gepraat worden over een eerlijker en logischer kosten- en lastenverdeling tussen de burger en overheid. Blijft het bij het oude dan is burgerlijk verzet weer toegestaan. Kan een lamp meer en een graad warmer in huis niemand kwalijk genomen worden.

Guido LAUWAERT

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Actualité
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires

Pages

Créer un Blog

Recherche

Calendrier

Septembre 2014
L M M J V S D
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30          
<< < > >>

Présentation

Créer un blog gratuit sur over-blog.com - Contact - C.G.U. - Rémunération en droits d'auteur - Signaler un abus - Articles les plus commentés