Quantcast
Jeudi 23 mai 2013 4 23 /05 /Mai /2013 18:00

 

Full house, bij de presentatie van het nieuwe seizoen. Een mooie mix van generaties. Niet ongebruikelijk voor het NTGent, waar de artistieke ploeg de voorbije jaren niet alleen gewerkt heeft om van de stadsschouwburg ‘een huis van spelers’ te maken, maar ook ‘een huis van buren’. Die strategie is aardig gelukt door een uitgekiende samenzwering van drie onderaannemers uit de achterbuurten van het gebouw: de artistieke ploeg, de marketing en de persafdeling.

De ouverture hield de gebruikelijke blabla in, telkens gevolgd door een afgedwongen applaus. Als geen ander weten theatermensen hoe ze hun stem en gebaren moeten gebruiken om de handen op elkaar te krijgen. Geen bezwaar tegen, zolang ik het spelletje niet moet meespelen. Het sec presenteren, met iets meer cachet, tilt het niveau de hoogte in en is een betere entree voor wat komen gaat. En wat er staat aan te komen dát verdiende applaus. Een homogeen seizoen, zowel wat betreft de elf parcours als de kruisbestuivingen er tussen.

Het seizoen begint al vroeg. Terecht. Een eerste nieuwe productie moet het jaar opengooien. Hernemingen zijn toegestaan, maar zijn in wezen tussendoortjes, tussendeurtjes van de ene naar de andere nieuwe productie. En een seizoen moet eindigen met een geboorte. Zoals dit jaar met Rood, een voorstelling die op 24 mei ter wereld komt, op het tweede plateau, de Arca, in de schaduw van het Gravensteen.

De eerstgeborene is een stuk van een huisvriendin. Lot Vekemans is i.s.m. de productieploeg aan het schrijven. Hoever ze daarmee staat is nog een goed bewaard geheim, al is de kern al geweten en de titel bekend. Vals gaat over twee vrouwen die iemand aanrijden en vluchtmisdrijf plegen. Slechts één getuige. Een man. Maar is hij wel oprecht? Waar schuilen zijn ‘bijkomende factoren’? Regisseur is Johan Simons, de man die, met een zekerheid op dit moment van 99% - in 2015 terugkeert naar het huis waar hij zich waarlijk thuis voelt. De twee vrouwen worden vertolkt door Elsie de Brauw, Betty Schuurman en Bert Luppes.

Het NTGent heeft een schijnhuwelijk aangegaan met het Nationale Toneel [NT], Den Haag. Het eerste kind is An Ideal Husband, van Oscar Wilde, maar uit het verleden naar het heden getrokken door Elfriede Jelinek onder de noemer De ideale man. Regisseur is Theu Boermans, de artistiek leider van NT. Een keur aan spelers, wie met een surfplank overweg kan verneemt meer op de website. De nobele koppigaard van een catalogus gaat langs in de schouwburg en krijgt er meer dan gewenst. Een telefoontje via het nummer 09/225 01 01 kan ook. Een paar dagen later zit het jaarprogramma in zijn brievenbus. Toch één acteur [v] een spotje geven, Anniek Pheifer. Geroemd op de markt en in de lege paleizen – bij wijze van spreken – van de Nederlandse residentiestad.

De derde nieuwe productie is een bewerking van de roman van Marguerite Duras die ze zelf bewerkte voor toneel. Le square uit 1955. ‘De plaats van handeling is een zitbank in het park,’ zo staat in de brochure, ‘waar een handelsreiziger en een jonge kinderoppas aan een voorzichtige dialoog beginnen.’ Wat de ene uit zijn verleden tovert, brengt de andere op beleden gebeurtenissen, maar ook op toekomstige verwachtingen. Het wordt dus een spel van verleden, heden en toekomst.

De volgende! Parsifal, een muziekproductie. Richard Wagner kreeg Peter Verhelst aan het schrijven en zal de productie regisseren, samen met – wie anders – Wim Opbrouck. Muzikale leiding: Christoph Homberger.

Next! Tauberbach. Een productie van Alain Platel op vraag van Elsie de Brauw. Zij heeft haar theateramours. Vroeg of laat moest het dus komen tot een productieverhouding. Kort samengevat: een geesteszieke vrouw leeft op een vuilnisbelt en toch tracht zij op een waardige manier met haar omgeving te communiceren. Veel dans uiteraard, het land van handeling is Brazilië, en muziek van Bach en Beethoven.

Le suivant! Het spookhuis der geschiedenis. Een samenwerking tussen Wunderbauw, NTGent, Hebbel am Ufer [HAU]. De sleutelzin van deze productie is ‘Escape from Escapism’. Daar kan je alle kanten mee uit, ja zelfs de premièredag nog het raam uitkiepen en vijf minuten voor aanvang iets nieuw bedenken. Aanstellerig? Als de productie in de brochure nauwelijks een halve bladzijde beslaat en die zwiert alle kanten op, kan je niet meer verzinnen dan wat hier staat.

Vijf nieuwe producties. Acht hernemingen, onder de noemer ‘Beproefd repertoire’, achtendertig gastvoorstellingen, vijf concerten en vier producties vertrekkend vanuit een sociaal-maatschappelijke insteek. Nauwelijks nog een dag, een plaats vrij voor de verrassing van het jaar. Al zou het mij vreemd voorkomen dat het NTGent dan toch niet een locatie vindt om die er alsnog tussen te schuiven. Het gezelschap van Gent heeft nu eenmaal de reputatie opgebouwd van een programma te kunnen uitkienen voor jong en oud, rijk en arm, dom en slim, dat in een evenwichtige verhouding te plannen, en toch ruimte laten voor een lichtvoetige komedie, geschreven n.a.v. bijvoorbeeld van de abdicatie van de koning. Of de klucht staat of valt zal het gezelschap een zorg wezen. Het NTGent is niet alleen een huis van spelers, een huis van buren, maar ook een huis vol kuren. Ook uit andere schuren. Zoals het hoort.

Guido LAUWAERT

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Jeudi 23 mai 2013 4 23 /05 /Mai /2013 11:30

 

Mu-2.JPG

Films zijn dikwijls van grote invloed geweest op stripmakers. Zo haalde de grote Edgar P. Jacobs zijn inspiratie voor het briljante Blake & Mortimer-avontuur Het Gele Teken uit 1956 onder meer uit de film Mad Love van Karl Freund, uit 1935 (op zijn beurt gebaseerd op de roman Les Mains d'Orlac van Maurice Renard). Verschillende stripscènes komen naadloos overeen met scènes uit de film: het treinongeluk vooral, maar ook de momenten van waanzin van de geleerde Septimus.

Mu-1.jpg Peter Lorre

Jacobs zal een fan zijn geweest van de acteur Peter Lorre, want die speelde niet alleen in Mad Love, maar ook in M – eine Stadt sucht einen Mörder, een film uit 1931 van de Duitse expressionistische regisseur Fritz Lang. Ook die ligt mee aan de basis van Het Gele Teken! Vergelijk bijvoorbeeld de scène waarin hoofdrolspeler Peter Lorre de M van Mörder op zijn jas krijgt gekalkt maar met die waarin professor Philip Mortimer de Griekse letter mu op kapitein Francis Blake’s mantel ontdekt….

Bert BEVERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : cinema
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mercredi 22 mai 2013 3 22 /05 /Mai /2013 16:29

 

Mei is de maand van de seizoenspresentaties. Gisterenavond, naar Vlaamse gewoonte met een flinke hap en een forse slok, in het NTGent en volgende week maandag is het Toneelhuis Antwerpen aan de beurt. Toneelgroep Amsterdam [TA] doet het op sobere wijze: een uitvoerige persbriefing per mail. Een druk jaar, niet alleen door de vele eigen producties maar ook door de reisvoorstellingen.

De noemer waaronder het nieuwe seizoen valt, vat het zelf samen in de zin ‘TA breidt uit op alle fronten en combineert de grote namen van vandaag met de talenten van morgen’. En het doet dat al vroeg op het seizoen. De eerste première is al op 25 augustus. Lange dagreis naar de nacht van Eugene O’Neill, wiens dochter Oona op 18-jarige leeftijd trouwde met de 54-jarige Charlie Chaplin. De lange dagreis wordt een lange zit, maar bij zakelijk en artistiek leider Ivo van Hove in goede handen. Het feit dat Eugene geen rustige, beschermde jeugd heeft gehad zit diep verankerd in zijn stukken. Zijn ouders verdienden een fortuin door het land af te reizen met een melodrama gebaseerd op Dumas’ The count of Monte Cristo. Eugene O’Neill is geboren in een hotelkamer en moest vanaf zijn vroegste jeugd zijn ouders vergezellen op tournee. Zijn vader was een vrek, zijn moeder raakte verslaafd aan verdovende middelen, terwijl zijn oudere broer James stapel verliefd was op de alcohol. Tel daarbij een katholieke opvoeding en je hebt problemen zat. O’Neills meest autobiografische stuk is in de eerste plaats een drama over de haat en de liefde t.o.v. zijn omgeving.

Elke productie flink in de spots zetten is onbegonnen werk. Op de website vindt de liefhebber zijn gading. Om hem aan het googlen te zetten toch wat info dat smaakt naar meer. Zeven premières staan er aan te komen en naast de bekende olifanten als Guy Cassiers en Johan Simons, treedt er een nieuwe generatie regisseurs aan: Suzanne Kenndy, Eric de Vroedt en Julie Van den Berghe. Met Toneelhuis [Antwerpen] begint vanaf volgend seizoen een langdurige samenwerking, al is dat hoog gegrepen. Net als in de sport zijn regisseurs nooit zeker van hun job, al hebben ze een contract tot aan hun pensioen op zak.

De eerste samenwerking van Toneelhuis en TA bestaat uit een bewerking van Tom Lanoye van het meest bekende stuk ter wereld, Hamlet. Regisseur is Guy Cassiers en Tom is voor zijn bewerking vertrokken vanuit Hamlet op de stoep van zijn volwassenheid, een periode die bij iedere mens gepaard gaat met het leren verstandelijk lopen vanuit de eigen kracht. Het in twijfel trekken van de raad van naasten en derden. Alvast een pracht van een vondst is Hamlet te laten spelen door een vrouw. Denkend aan Toneelhuis en TA springen twee vrouwen in beeld, Halina Reijn en Abke Haring. Het werd de tweede. Een groot meisje wordt het, staande aan de rand van de spiegel, met de lust maar ook de angst om de duistere wereld van spiegelland binnen te dringen. De titel van Lanoye’s bewerking luidt Hamlet.jr. En nu ik toch Lanoye a/d lijn heb: zijn de Russenwordt opnieuw opgevoerd, maar als reisvoorstelling.

Het TA-seizoen eindigt in juni 2015 tijdens het Holland Festival met een vertoneling van de favoriete roman van onder meer Alan Greenspan, Hugh Hefner en Oliver Stone, The Fountainhead van Ayn Rands. Volgens Ivo van Hove schreeuwde de roman om een podium. Na jarenlange pogingen zijn de rechten verworven en de controversiële roman zal op het toneel in Amsterdam zijn wereldpremière beleven. De achtergrond van het verhaal is het extremisme van het conservatisme, en hoe dat commercieel en politiek gebruikt kan worden. Uiteraard zit er ook een liefdesverhaal in verweven, eentje dat grenst aan het fatsoen. Beide verhaallijnen vormen gaandeweg een kluwen dat de hypocrisie van botsende gevoelens en belangen genadeloos fileert.

Vanaf volgend seizoen zal Ramsey Nasr regelmatig te zien zijn op de podia van TA. Met als start Lange dagreis in de nacht.Na de veel geprezen regie van Macbeth, is Johan Simons weer te gast. Het wordt Dantons Dood van Georg Büchner. Deze voorstelling gaat in première bij het gezelschap waar Simons nog een jaar artistiek leider van is, Münchner Kammerspiele. Dantons Dood [1835] is een ‘koningsdrama over twee grote mannen van de Franse revolutie, Georges Danton en Maximilien Robespierre. Beide mannen staan qua gedachtengoed lijnrecht tegenover elkaar. Robespierre meent dat ‘de ondeugd’ in bepaalde omstandigheden hoogverraad is’ en dat de individuele vrijheid ondergeschikt moet zijn aan het algemeen belang. Dantons antwoordt daarop is dat de individuele ‘ondeugd’ het hoogste goed is. Een clash dus tussen twee barricadenfilosofen met een onstilbare dorst naar het gebruik van massa en macht.

Enkele kaskrakers, zoals Romeinse Tragedies en Opening Night worden hernomen, maar op podia ver van het moederhuis. TA reist voor het eerst naar Zuid-Amerika, Chili, naar Kroatië, naar Rusland - Sint-Petersburg en Moskou – Frankrijk – Parijs en Montpeillier – en zal ook optreden in het prestigieuze Barbican Center in Londen.

Voor meer details raadplege men de website. Een boeiende reis.

Guido LAUWAERT

www.ta.nl

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mercredi 22 mai 2013 3 22 /05 /Mai /2013 12:45

 

Paul-Verrept--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mardi 21 mai 2013 2 21 /05 /Mai /2013 18:05

1.JPG Ik heb wel eens gedroomd dat ik, op een rommelmarkt snuisterend in een bak met oude strips, een avontuur van Kuifje vond dat ik nog niet kende. Dat zal er nooit meer van komen vermits Hergé testamentair bepaalde dat zijn geesteskind met hem mee het graf in zou gaan. Behalve de reguliere stripalbums waren er destijds ook wat afgeleide uitgaven. Onder meer boeken die op ‘echte’ Kuifjes leken maar tekst en foto’s bevatten uit twee films. Die las ik nooit, want ‘niet echt’.

De films in kwestie zag ik tot voor kort ook nog nimmer. Waarom? Ik kwam ze gewoon nooit tegen. Eerlijk: met Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies heb ik me waarlijk uitstekend vermaakt. In deze rolprent uit 1961 speelt Jean-Pierre Talbot (° Spa, 1943), een Belg dus, de rol van Kuifje. Regisseur van dienst was Jean-Jacques Vierne. Haddock wordt vertolkt door Georges Wilson (1921-2010), professor Zonnebloem door Georges Loriot. Jansen en Janssen worden op de titelrol merkwaardigerwijze incognito genoemd. Het is een geslaagde onderneming, echt een ‘bewegende strip’.

Ook in Kuifje en de blauwe sinaasappels (in 1964 geregisseerd door Philippe Condroyer) vertolkt Jean-Pierre Talbot Kuifje. In dit avontuur kruipt Juan Bouise in de rol van Archibald Haddock, en Félix Fernández in die van Trifonius Zonnebloem. De acteurs die Jansen en Janssen spelen worden hier wel genoemd: Franky François en André Marié. René Goscinny, een van de mannen achter Astérix, werkte mee aan het script!

Talbot heeft behalve in deze twee films nooit meer in andere gespeeld. De meeste van de acteurs zijn eerder onbekend gebleven. Het verst schopte Georges Wilson het, die rolletjes kreeg in producties van beroemde regisseurs als Richard Dick Lester, Vittorio de Sica, Henri Verneuil en Luchino Visconti. Ook was hij de verteller in Le Cheval d'orgueil een film van Claude Chabrol uit 1980.

Leuk.jpg

Hergé hechtte destijds persoonlijk zijn goedkeuring aan deze bioscoopproducties. Kuifje en de blauwe sinaasappels is naar mijn smaak wel veel minder geslaagd dan Kuifje en het geheim van het Gulden Vlies. Die is overigens gewoon op YouTube te vinden:

http://www.youtube.com/watch?v=b-v4_JaHUjQ

Bert  BEVERS

 

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : cinema
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mardi 21 mai 2013 2 21 /05 /Mai /2013 06:05

HJC.jpg Herman J. Claeys

Heeft Marc Tiefenthal is zich bekeerd tot spiritistische praktijken? Op 19 mei publiceerde hij een 'Open brief van Herman J. Claeys aan zijn vrienden en oud-medestanders', waarin onder meer te lezen staat:

Eerlijk gezegd had ik liever dat er in den Hopsack een barkruk naar mij werd genoemd of dat er in Ruigoord een bank in de kerk naar mij werd genoemd dan dat er een prijs op mijn lijk wordt uitgeschreven. Prijzen zijn de laatste zaken waar ik aan zou denken. […] Vandaar dat ik hier enkel kan decreteren dat er geen prijs bestaat en mag bestaan naar mij genoemd. […] U zult zich allicht afvragen waarom ik den Tiefenthal als medium gebruik. Hij vraagt zich dat overigens ook af, zij het in mindere mate. Wel dat doet er niet toe want dat zou allicht weer concurrentie en nijd met zich brengen.

*

Ik ben de enige niet om mij inderdaad af te vragen waarom Thiefenthal als medium gebruikt werd. Of misbruikt?

Uit de levensloop van de beroemdste mediums blijkt voldoende hoezeer zij blootgesteld waren aan de invloed van dolende en dwalende geesten en andere speelse of kwaadwillige lagere entiteiten (dit ter attentie van de 'believers'). Sceptische vorsers en waarnemers wijzen erop dat de boodschappen van mediums niets meer zijn dan de projectie van eigen (waan)denkbeelden.

Wat er ook van zij, Herman J. Claeys heeft bij herhaling expressis verbis tegenover zijn medestanders van De Muzeval verklaard dat het zijn uitdrukkelijke wens was dat na zijn naderend einde een naar hem vernoemde prijs in het leven zou geroepen worden. Ondanks beperkte financiële middelen heeft de vzw Pipelines de laatste wil van Herman voorbeeldig nageleefd.

'Concurrentie' en 'nijd'? Van wie dan wel?

Guido-Lauwaert.jpg

Guido Lauwaert

Na lezing van de hier gepubliceerde column 'Rekkerkwekken' van Guido Lauwaert, luidde het oordeel van Tiefenthal kort en bondig: Vroeger zou dat bladvulling hebben geheten, nu dus beeldvulling maar bovenal worstvulling.

De taalbank van de Taalunie (16 mei) oordeelt er geheel anders over:

Alliteratie, assonantie, het depreciërende woorddeel kwekken  – het zit allemaal in rekkerkwekken, dat Lauwaert tussen neus en lippen door ook maar meteen nomineert voor de Woord van het Jaar-verkiezing later dit jaar. Van ons mag hij.

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 20 mai 2013 1 20 /05 /Mai /2013 23:29

 

2013--17mei-026.jpg

Letterenhuis, 15 mei, van l. naar r.: Boris Rousseeuw, Maarten van Steenbergen (Lannoo), Ludo Simons en Jo Gisekin, ererector UFSIA Jean van Houtte, Lieven Sercu (Lannoo) en Kevin Absillis

Toen de bejubbelde Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen (Lannoo, twee delen, 1984 en 1987) van Ludo Simons verscheen, was in Vlaanderen voordien nauwelijks opzoekingswerk gedaan over dit thema.

In de inleiding van het eerste deel stelde Ludo Simons vast:

Het klinkt bijna ongeloofwaardig dat niemand tot nu toe de rol van het boek in de geschiedenis van de Vlaamse emancipatie als zodanig het bestuderen waard heeft geacht, al herhalen alle elkaar opvolgende geschiedschrijvers dat de Vlaamse Beweging gedurende vele decennia een in hoofdzaak literaire beweging is geweest en al beklemtonen alle historici van de Vlaamse letteren, van de weeromstuit, dat het werk van de eerste generaties van Vlaamse letterkundigen alleen begrepen kan worden wanneer men het plaatst tegen de achtergrond van de Vlaamse Beweging van hun tijd.

*

Onder zeer ruime belangstelling werd donderdag 15 mei in het Letterenhuis te Antwerpen Het boek in Vlaanderen sinds 1800.  Een cultuurgeschiedenis  voorgesteld, een volledig herwerkte en uitgebreide uitgave van Ludo Simons' eerdere publicaties.

Een cultuurgeschiedenis? Inderdaad, omdat in Vlaanderen, meer dan in andere landen, het boek nauw verbonden is met diverse maatschappelijke stromingen. Simons beschrijft ook hoe het boek in de laatste halve eeuw onderworpen werd aan marktstrategieën die het 'product' een wezenlijke mutatie deden ondergaan.

In zijn epiloog is Simons optimistisch over de toekomst: 'Het boek heeft alle innovaties van de industriële revolutie doorstaan n is vitaler dan ooit. Het boek bedoel ik dan dat verdient boek genoemd te worden'.

2013--17mei-034.jpg Kevin Absillis licht het boek toe

Het zal niemand die vertrouwd is met de legendarische zin voor humor en ironie van de erudiete Ludo Simons verwonderen dat dit lijvige naslagwerk ook gekruid is met tal van weetjes en anekdotes, wat het ook tot een boeiend leesbaar boek maakt.

2013--17mei-056.jpgLudo Simons tekent het exemplaar van Joke van den Brandt

Prof. dr. Ludo Simons (Turnhout 1939) is emeritus hoogleraar Boek- en bibliotheekwetenschap aan de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven en lid van de Koninklijke Vlaamse Academie van België voor Wetenschappen en Kunsten.
Hij was conservator van het Archief en Museum voor het Vlaamse Cultuurleven - het huidige Letterenhuis - te Antwerpen, directeur van de Antwerpse Stadsbibliotheek - de huidige Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience - en hoofdbibliothecaris van de Universiteit Antwerpen. Hij promoveerde in de Germaanse filologie bij Albert Westerlinck en schreef een aantal boeken over literatuur- en cultuurgeschiedenis.

*

Tussen het aandachtige publiek: o.m. Manu van der Aa, prof. Herwig Arts S.J., Arnold Eloy, Willem Van der Eyken, Tony Rombouts, Jean-Pierre Rondas, Leentje Saey, Marc Somers en Jo Vermeulen.

2013--17mei-068.jpgAnn Renard, directeur van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience en componist

Wilfried Westerlinck

 

Ludo SIMONS, Het boek in Vlaanderen sinds 1800. Een culturgeschiedenis, Tielt, Lannoo, 2013, 640 p., geb. met stofomslag, 49,99 €. ISBN 978 90 209 8374 6

 

Foto's: Frank Ivo Van Damme

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire de la littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 20 mai 2013 1 20 /05 /Mai /2013 07:17

 

FetesGalantes.jpg

Eergisteren reikte de onvolprezen Demian mij een mooi exemplaar van Fêtes galantes ('Fantasie-stukken in Rococo-stijl') van Paul Kenis, met eigenhandige opdracht aan André de Ridder, gedateerd 8 maart 1925, 'als blijk van oude trouwe vriendschap en van hartelijke waardeering'. Het boek verscheen anno 1924 in de Keur-serie van L.J. Janssens & Zonen te Antwerpen.

Ik ben geen verzamelaar, maar zo'n exemplaar kan ik niet laten liggen.

OpdrachtKenis.jpg

Mijn waardering voor het oeuvre van de veelzijdige en razend erudiete André de Ridder (1888-1961), groeide met de jaren. Aan die vriend van grootvader koester ik warme herinneringen die ik hier en elders al publiceerde.

André de Ridder was o.m. een van de peetvaders van het Vlaams expressionisme en compagnon van Paul-Gustave van Hecke, die recent eindelijk de aandacht kreeg die hij verdient, dank zij de vorsing van Nele Bernheim en het onvolprezen literair-historisch tijdschrift Zacht Lawijd. Nu is het popelend wachten op de biografie van Manu van der Aa, een kolfje naar zijn hand. Wanneer krijgt nu ook De Ridder eindelijk wat hem toekomt?

De Ridder werd trefzeker door Paul Kenis onder de aandacht van de lezers van Den Gulden Winckel gebracht (XIX, nr. 6, 15 juni 1920, pp. 81-85; XIX, nr. 7, 15 juli 1920, pp. 97-99) en De Ridder herdacht uitvoerig zijn vriend Kenis in De Vlaamsche Gids van oktober 1934.

DeRIdderKenis.jpg

Mijn aandacht voor Paul Kenis (1885-1934) werd in de tweede helft van de jaren zestig aangewakkerd door zijn kameraadschappelijke epistolaire relatie met Paul van Ostaijen (in 1995 publiceerde ik in Deus Ex Machina aantekeningen bij brieven van Kenis aan Van Ostaijen). Een groot deel van het scherpzinnige kritische en essayistische werk van Kenis is verspreid over een rist tijdschriften en bleef jammer genoeg ongebundeld. Zal ik het nog mogen meemaken dat iemand daar werk van maakt? Ik vrees van niet. Soit.

KenisLetterkunde.jpg

Wat er ook van zij, Paul Kenis' verhelderend naslagwerk Een overzicht van de Vlaamsche letterkunde, na Van Nu & Straks (1930) hou ik binnen handbereik.

*

Twee vraagjes aan het adres van de erudieten onder mijn lezers.

In 1934 publiceerde het magazine De stad Antwerpen (nr. 24, 24 augustus 1934, p. 755) een volle pagina in memoriam Paul Kenis, met foto, ondertekend 'Scaldis'. Weet iemand wie achter dit pseudoniem schuilging?

Ik beschik slechts over summiere informatie over Marcel Schippers, essayist en directeur van uitgeverij 't Lantaarntje. Kan iemand mij meer vertellen?

*

Ondertussen heb ik Tango assassino van Patrick Conrad en Hugo Claus. Een hommage van Marc Didden gelezen – waarover later meer.

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire de la littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 19 mai 2013 7 19 /05 /Mai /2013 05:27

 

ClausPolitiek

In gespierde taal reageert Koen Calliauw op de tweede editie van de Herman J. Claeys-prijs, 'prijs zonder ballen'. Van de 85 ingezonden gedichten hadden immers slechts 'enkele min of meer betrekking op het opgelegde thema', nl. censuur. Hij is ontsteld over 'de onverschilligheid van jongere generaties voor dit thema'.

'Net als twee jaar geleden maakte ik deel uit van de jury. Voor even deze keer…

De prijs had nu niet uitgereikt mogen worden wegens het niet beantwoorden van de inzendingen aan het thema er van. Wegens de belediging die Herman zaliger aldus aangedaan wordt. Lucienne Stassaert, Bert Bevers, Peter Holvoet-Hanssen, Henri-Floris Jespers en Jan Van Veen klaarden de klus. Ik nam ontslag… Ik dacht aan de evergreen van Boudewijn De Groot : “Slaap zacht mijnheer de...”'

Koen is niet mals voor de organisatoren en de 'bejaarde' jury van de prijs:

'Deze poëzie prijs heeft behoefte aan jonge, maatschappelijk betrokken en inderdaad linkse leden. Herman wordt nu gerecupereerd door conservatieve lieden, is slachtoffer van repressieve tolerantie. Wordt 'gebruikt' door, laat het me met Herman zeggen, “klootjesvolk”'.

Koen Cailliauw drukt 'Sprakeloos', het bekroonde gedicht integraal af. Hij kan zich kennelijk wel vinden in de beslissing van de jury:

'Laat het winnend gedicht van ‘oudje’ Mark Meekers [°1939] ons wat vreugde brengen. Het is één van de zeer zeldzame inzendingen “met ballen”'.

Allemaal nogal warrig. Koen Calliauw geeft genadeloos kritiek op de inzendingen, hij beticht de organisatoren en de jury van recuperatie en repressieve tolerantie maar onderstreept wel dat een gedicht 'met ballen' bekroond werd...

*

Naar aanleiding van De plicht van de dichter. Hugo Claus en de politiek publiceerde ik enkele notities over Claus en de “belgitude” (Mededelingen 208, 1 mei 2013, pp. 12-14). Historicus Marnix Beyen (°1971) argumenteert overtuigend dat 'Claus postuum onterecht de stempel van “belgicist” kreeg opgedrukt'. Een 'unitarist dans l'âme'? Niets van.

De redacteurs onderstrepen:

Het eeuwige enfant terrible heeft in zijn gevulde loopbaan weliswaar vaak de draak gestoken met radicale flaminganten (zeker als ze ook nog eens katholiek waren), maar als puntje bij paaltje kwam bleek hij meer te geloven in een Vlaamse identiteit dan in de potsierlijke constructie die België volgens hem was. (p. 13)

De bijdragen van Kevin Absillis, Sarah Beeks, Onno Blom, Marnix Beyen en Georges Widemeersch verdienen ten volle een aandachtige en grondige lectuur. Maar het gaat ook om een boeiend kijkboek. Zo ontdek ik o.m. op p. 293 een treffende kleurenfoto van Ed van der Elsken uit de jaren zestig: Claus geflankeerd door Herman J. Claeys, Ludo Martens, Hugues C. Pernath, Hugo Raes, Walter Tillemans en Freddy de Vree.

Henri-Floris JESPERS

 

Over de uitreiking van de Herman J. Claeys-prijs:

http://mededelingen.over-blog.com/article-herman-j-claeys-prijs-roodborstje-m-c-ensor-en-gerbrand-willems-117687798.html

De volledige tekst van de reactie van Koen Calliauw:

http://www.dewereldmorgen.be/blogs/koen-calliauw/2013/05/11/poezie-prijs-hermanjclaeys-zonder-ballen

Kevin ABSILLIS, Sarah BEEKS, Kris LEMBRECHTS & Georges WILDEMEERSCH, (red.) De plichtvan de dichter. Hugo Claus en de politiek, De Bezige Bij Antwerpen, 2013, 349 p., geb., ill., 34,95 €.

http://mededelingen.over-blog.com/article-hugo-claus-ik-heb-mij-nooit-een-belg-gevoeld-117147284.html

 

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Vendredi 17 mai 2013 5 17 /05 /Mai /2013 16:25

 

Beckett.jpg

De Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar Samuel Beckett staat voornamelijk bekend om het dwingend aanwenden van stiltes. Vooral in zijn latere toneelwerk. Het is onlosmakelijk verbonden met zijn kijk op het absurd theater van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Theater Zuidpool heeft van vier korte stukken één voorstelling gemaakt. Met wisselend resultaat.

*

Niet alleen wat er gezegd, maar hoe het gezegd moet worden, wanneer er stiltes moeten vallen, de wijze van belichting et cetera heeft Beckett geschreven en bevolen. Uit zijn werk merk je dat wanneer er een pauze ingebouwd is, die vaker gevaarlijker is dan wanneer de stem zijn stem verheft. Dat geldt zowel voor de speler als de toeschouwer. Bovendien zijn drie van de vier teksten bedoeld als volwaardige avondstukken, hoe kort ze ook duren.’Wij willen Beckett precies zo brengen als toen’ zegt Jorgen Cassier, ‘alleen anders’. Dat ‘anders’ slaat op het samenvoegen van drie theaterstukken en een prozagedicht tot één geheel. Het resultaat is een fraaie schotel, maar met te weinig smaak. Door de vier stukken afzonderlijk te bekijken, zal blijken waarop dat oordeel gebaseerd is.

Stille Sidders

Met het laatste literaire stuk van Beckett uit 1988 begint de voorstelling. Julien Schoenaerts heeft Stirrings Still in 1989 onder de titel Stille Sidders gespeeld. De vertaling was van zijn partner Marie-Dominique Wiche, de moeder van een jonge met een schone aard, Matthias Schoenaerts. Wat toen opviel was dat Julien nadacht over wat hij gezegd had… om te weten wat de volgende zin moest zijn [hoewel die op papier en dus in zijn hoofd zat]. De versie van Jorgen Cassier verschilt grondig. Hij wandelt niet maar stapt flink door. Hij denkt niet na. Wat nu net de bedoeling van Beckett was. Hij had zelf geworsteld met de afwerking ervan, en wilde dat de lezer dezelfde worsteling beleefde. Een toneelversie ervan maken kan, mits een degelijke begeleiding. Dat is niet het geval geweest. En kijk, zijn spel is geen spel meer maar een voordracht geworden. Wat maakt dat de toeschouwer niet meegetrokken wordt in de tekstballon. Extra zwakte is de slordige declamatie.

Waar Beckett razend zou over geworden zijn, dat blijkt voldoende uit getuigenissen. Hij wilde dat elke letter van een woord aan bod kwam.

Niet ik

Not I dateert van 1972. Aan de basis lag het schilderij De onthoofding van Johannes de Doper, het beroemde schilderij van Caravaggio. Hij was zo gefascineerd door de blik van het onthoofde hoofd op de schotel dat hij voor Not I enkel het een verlichte mond in beeld wilde. De mond spuwt in een verbazingwekkend tempo woorden en vertelt van een eenzaam en droevig leven. Zij – want de stem is vrouwelijk – wordt gespeeld door Sofie Decleir. Volgens het boekje. En daar mocht nu net wat meer gevoel in zitten. Het moet een apocalyptisch lied worden. De versie van Sofie Decleir is dat niet, op een paar kleine oprispingen na. Door het te weinig gebruik van de colloraturen van de stem blijft het geheel niet plakken bij de toeschouwer. Hij ervaart enkel.

Die keer

That Time is een monologue intérieur uit 1975. Een man staat stil en luistert naar drie stemmen in zijn hoofd die met elkaar in debat gaan. De club van Zuidpool heeft één stem met drie toonhoogten op band laten zetten en ze vanuit drie hoeken uit klankkasten laten vallen. Dat is de zwakte van een anders niet slechte interpretatie. Waren drie acteurs in het donker ‘gebruikt’ het effect zou veel indringender zijn geweest.

Wiegelied

Rockaby is een prachtig kort stuk uit 1975. Een vrouw, gekleed in een zwarte, hooggesloten avondjurk schommelt ritmisch heen en weer in een schommelstoel. Het tempo loopt synchroon met de ritmes van haar stem. Ze zit doodstil. Met tussenpozen spreekt ze geluidloos mee met de sleutelzinnen. Haar stem wint naar het einde toe aan kracht tot band en stem in elkaar overgaan. Hier krijg je een indrukwekkend samenspel en een heel gevoelige invulling. Schapeau voor Sofie Decleir. De actrice wordt de grootmoeder die Beckett voor ogen had, zijn eigen oma. Maar er zijn ook schilderijen – zo vaak bij Beckett – die hem inspireerden. Dat is niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat Beckett bedoelde dat de oma naar het graf schommelt. Laatste behoeften en teleurstellingen leiden tot een besluit: het is genoeg geweest. Slot. Einde. Dood.

Envoi

Er is een pauze, na twee stukken, en een muzikale interactie tussen de stukken zonder pauze. Leuk, maar pauze en muziek voegen niets toe. Zonder ware beter geweest. Dan was het introverte, asociale maar voyeuristische karakter waar Beckett het patent op heeft, sterker geworden.

Voldoende spijkers. Tijd voor de aai, een streling. In vier fasen groeit de voorstelling uit tot een fraai kleinood. Een miniatuur om te koesteren. Alleen al om het vierde deel is dit een voorstelling waar men geen slecht gevoel aan overhoud. Integendeel. En een tournee verdient.

Guido LAUWAERT

Beckett-Zuidpool.jpg

BECKETT Theater Zuidpool – www.zuidpool.be

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Théâtre
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires

Pages

Créer un Blog

Recherche

Calendrier

Mai 2013
L M M J V S D
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    
<< < > >>

Présentation

Créer un blog gratuit sur over-blog.com - Contact - C.G.U. - Rémunération en droits d'auteur - Signaler un abus - Articles les plus commentés