Jeudi 18 septembre 2014 4 18 /09 /Sep /2014 15:19

 

Verboden-te-roken.jpg

 

De gezondheidsautoriteiten van de staat New York willen dat kinderen geen films meer te zien krijgen waarin wordt gerookt. Volgens ene Richard Daines worden kinderen namelijk sterk beïnvloed als ze iemand op het witte doek een sigaret op zien steken. De helft van de nieuwe rokers raakt volgens hem op die manier verslaafd. Voortaan worden films waarin wordt gerookt automatisch verboden voor jongeren onder 18 jaar. Wat een bende hypocrieten ginder. Ze staan op hun achterste poten wanneer er een blote tepel op televisie verschijnt. Ze schikken zich in het verbieden van films waarin wordt gerookt, maar koesteren tegelijkertijd het grondrecht op wapenbezit. Moet je het gros van de Hollywood-films niet verbieden omdat kinderen daardoor gaan denken dat het normaal is om in een auto met een snelheid van 180 kilometer per uur achter een wagen die 181 rijdt aan te zitten? Moet je elke film waarin geweld wordt gebruikt (Amerikaanse kinderen hebben via tv en cinema op hun tiende al honderden moorden gezien) dan ook niet verbieden voor de jeugd? Want ik geloof best dat zien roken doet roken. Maar wanneer je suggereert dat zien doden doet doden (ooit opgemerkt hoeveel schietpartijen op scholen er in de Verenigde Staten van Noord-Amerika plaatsvinden?) vloek je in de kerk. Het komt daar nooit meer goed….

Bert BEVERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Actualité
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Jeudi 18 septembre 2014 4 18 /09 /Sep /2014 00:50

 

Boudens-Hoogte-17-09-14---123-Sam-de-Bruyn-Luc-Boudens.jpeg

Luc Boudens ("waar heb ik het aan verdiend?...) en inleider Sam de Bruyn

In het MuseumCafé UFO aan de Waalse Kaai te Antwerpen werd gisteravond de nieuwe roman van Luc Boudens voorgesteld: Op eenzame hoogte.

In zijn in alle opzichten geestige inleiding aarzelde Sam de Bruyn niet, tot lering en vermaak, enige gecodeerde geheimtaal te hanteren...

*

Onder de aanwezigen: Axel Daeseleire, Christel De Loos, Serge Ghilardi, Henri-Floris Jespers, Kris Kenis, Manou Kersting, Pruts Lantsoght, Dirk Maeyens, Mario Sarecchia, Alban Sarens, Jan Scheirs, Marcel Vanthilt, Erik Van Herreweghen, Joep Van Muylder, Herman van de Velde, Raoul van den Boom, Peter van den Steen en Pieter van der Donckt.

Boudens-Hoogte-17-09-14---008-Sam-de-Bruyn-Rudy-Vanschoonb.jpeg

Kennelijk tevreden uitgever Rudy Vanschoonbeek en schalkse inleider

Boudens-Hoogte-17-09-14---025-Luc.jpeg

Boudens en Serge Ghilardi (die het boek nog niet las, maar er kennelijk al plezier aan beleeft)

Boudens-Hoogte-17-09-14---069-Marcel-Van-Thielt-en-Joep.jpeg

Marcel Vanthilt en Joep van Muylder

Boudens-Hoogte-17-09-14---073-Luc-en-Henri.jpeg

Boudens en Henri-Floris Jespers

Boudens-Hoogte-17-09-14---060-vriend-Boudens.jpeg

Mario Sarecchia

Boudens-Hoogte-17-09-14---111-Daeseleire-Kenis.jpegAxel Daeseleire en Kris Kenis

Boudens-Hoogte-17-09-14---054-Raoul-van-den-Boom-.jpeg

Raoul van den Boom

Boudens-Hoogte-17-09-14---062-Jespers-Vanherreweghe.jpeg

Henri-Floris Jespers en Erik van Herreweghen

Boudens-Hoogte-17-09-14---138-Herman--Serge-Kris.jpeg

Herman van de Velde, Serge Ghilardi en Kris Kenis

BoudensEenzameEigen.jpg

 

Fotoreportage: Jan Scheirs

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mercredi 17 septembre 2014 3 17 /09 /Sep /2014 02:36

 

sculptuur Pieter Janssens

Sculptuur van Pieter Janssens in de kapel (foto: Bert Bevers)

 

Op het terrein van het Militair Hospitaal in ’t Groenkwartier te Antwerpen staat al een tijdje een klooster verveloos leeg te zijn. Het is een ruimte waarin het verdwenen Roomse leven nog na ritselt. Talloze kamers die uitkomen op statige gangen, een monumentale kapel, nissen en trappenhuizen: en dat alles doortrokken van een verfijnde afbladdering en aftakeling.

Zo’n plek is bij uitstek geschikt voor een andere devotie dan die van de vertrokken nonnekes. Ook het huis van de Kunst kent vele kamers.

U kunt ze nu allemaal bezoeken in het kader van de door One Armed Man  (een groep bevlogen jonge kunstenaars) ingerichte mega expositie The Year 2525.

Hier is niet zo maar een tentoonstelling neergezet. Het craquelé, de historie en de indeling van het gebouw maken een bezoek tot een enerverende speurtocht. Elke kamer, elke half donkere nis of gang openbaart iets. Het kan een sculptuur zijn of een tweedimensionaal werk aan de wand. Het kan een soundscape zijn of een ruimte die de bezoeker eigenlijk alleen vragen stelt. Een van de deelnemende kunstenaressen beeldt zelfs het leven in ‘haar’ kamer uit door er permanent te verblijven.

Initiator en grafisch vormgever Jens Dawn benadrukt dat er vooral ruimte is geboden aan beoefenaars van toegepaste kunst. Zo vinden wij in het voormalig klooster onder meer fotografie, illustraties en mixed-media werken (verschillende technieken verenigd). De inzendingen van maar liefst vijftig kunstenaars hebben gemeen dat ze niet vanuit een commerciële houding zijn ontstaan. Omdat een direct contact van de kunstenaars met de organisatoren belangrijk is, komen de deelnemers ‘uit de buurt’. Er is slechts één buitenlandse exposant (uit Nederland).

 

Jens-Dawn.JPG

Jens Dawn: aandacht voor beoefenaars van toegepaste kunst (foto: Bert Bevers)

 

In de verrassend ‘theatrale’ setting van het gebouw valt een aantal werken in het bijzonder op.

De kapel is het domein geworden van Pieter Janssens. Als een soort altaarstuk staat een sculptuur opgesteld die doet denken aan een deel van een fossiel skelet. De grauwe raadselachtige voortijd in contrast met de kerkelijke beschaving.


sculptuur-Nel-Bonte.JPG

Sculptuur van Nel Bonte (foto: Bert Bevers)

 

Aan het eind van een van de gangen krijgt de heidense bezoeker die ik ben plots te maken met een ‘verschijning’. Het is er niet een van religieuze aard. De figuur die je van een afstand ogenloos aanstaart, is gemaakt door Nel Bonte.


Mieke-Robroeks.JPG

Mieke Robroeks: handschrift van een poëtisch gevoel (foto: Bert Bevers)

 

Van een andere, veel intiemere, orde is de grafiek van Mieke Robroeks. In een van de kamers hangt een drietal etsen: subtiele combinaties van droge naald, mezzotint, vernis mou en toevoegingen van rijstpapier. De abstracte figuraties (zwart-wit, een zweempje kleur) voelen aan als tekeningen. Zij zijn heel direct - bijna noterend - neergezet. Op een intrigerende manier ontwikkelt Robroeks het ‘handschrift’ van een poëtisch gevoel. Ook grafisch-technisch is haar werk bijzonder.

 

Bij de beeldenstorm (visueel en in audio) die The Year 2525  zeker is, hoort een door Jens Dawn flitsend vormgegeven catalogus (€ 10).

Kijk op de site voor de wisselende openingstijden en voor het evenementenprogramma dat bij de expo en het thema aansluit.

www.onearmedman.be

One Armed Man / The Year 2525

13 september – 5 oktober

Kapel en klooster ’t Groenkwartier

Albert Claudestraat 1

2018 Antwerpen

Erick KILA

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : arts plastiques
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Mardi 16 septembre 2014 2 16 /09 /Sep /2014 09:09

 

stan_lauryssens6.jpg

Drukke dag, donderdag 25 september!  Om 15 uur wordt het boek van Stan Lauryssens over de dramatische jaren van Julien Schoenaerts voorgesteld, en wel op het adres Vleminckveld 18, op de trap en overloop onder het glas van het 'stadspaleisje' (dixit Stan) waar Julien destijds woonde. (Hier aangekondigd op 31 oktober 2013 en 2 september 2014). Bruno Schoenaerts, de oudste zoon, leest voor uit het boek en speelt als hommage aan zijn vader een nummer van Villa-Lobos op klassieke gitaar.

VanHoeydonckMaan.jpg

"From Zero to the Moon" brengt werk bijeen van 1954 tot 1975 en recente sculpturen van Paul van Hoeydonck. Opening vanaf 19u in aanwezigheid van de kustenaar. De tentoonstelling wordt geopend door Sergio Servellón, directeur van het FelixArt Museum.

(Art Gallery Callewaert-Vanlangendonck, Wolstraat 21-23, 2000 Antwerpen, 19-23 u.)

In oktober reist de 89-jarige kunstenaar naar New York voor de expo, "ZERO: Countdown to Tomorrow, 1950s-60s" in het Solomon Guggenheim Museum, waar hij tentoonstelt.

*

Om 20u30 wordt dan de nieuwe bundel van Philippe Cailliau voorgesteld in Den Hopsack: Niets verloren,een uitgave van Kleinood & Grootzeer. Frank Pollet leidt in. Zie "Agenda nazomer VII":

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-vii-marcel-van-maele-luc-boudens-philippe-cailliau-124544328.html

*

De Stichting Charles Catteau stelt op vrijdag 26 septemberde postume dichtbundel van Soetkin Soethoudt voor: Need to Panic: Selected Poems. Zwarte Panter, Hoogstraat 70-72-74, 2000 Antwerpen,20 -22 uur.

Filmpje en uitvoerig bericht:

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-v-postume-dichtbundel-van-soetkin-soethoudt-124423038.html

http://youtu.be/JwFclWWWSJc

RenaatRamon.jpg

De Brugse dichter en plastisch kunstenaar Renaat Ramon (° 17 oktober 1936) is ook een gedegen essayist. De jongste jaren legt hij zich toe op het in kaart brengen van de geschiedenis en ontwikkeling van de concrete et visuele poëzie, een complexe materie waarover hij verhelderende bijdragen publiceerde in Poëziekrant, Kluger Hans  en Gierik & NVT  (o.m. over I.K. Bonset, Paul de Vree, Hans Clavin, Frans Vanderlinde en Luc Fierens). Dat resulteert nu in Vorm & Visie. Geschiedenis van de concrete et visuele poëzie in Nederland en Vlaanderen, een uitgave van het Poëziecentrum te Gent.

Dit is het eerste naslagwerk dat dit specifieke domein van onze poëzie in zijn totaliteit behandelt, van de rederijker Matthijs de Castelein tot de recentste realisaties. Nog nooit werd het hele verhaal verteld, nooit eerder werd het genre zo uitvoerig zowel literatuurhistorisch als maatschappelijk gecontextualiseerd. Het boek is een documentaire geschiedenis waarbij gekozen werd voor de meest representatieve uitingen die op een toegankelijke, essayistische wijze gecommentarieerd worden.

Renaat Ramon beoefent zelf de visuele poëzie ofte 'visual writing':

Ze heeft haar wortels in het samengaan van woord en beeld. Het komt erop aan beide te laten samenvallen. Wat mij in de eerste spreekt aanspreekt, is de vorm van concrete poëzie die louter met letters, tekst en teken werkt.”

Het boek wordt in het Poëziecentrum op zaterdag 27 september te 16 uur  voorgesteld door professor Dirk De Geest (KULeuven).

Poëziecentrum, Vrijdagmarkt 36, B-9000 Gent. Toegang: gratis. Gelieve te reserveren door een mail te sturen naar sara.rouges@poeziecentrum.be, of telefonisch: 0032(0)9 225 22 25.

Meer over Renaat Ramon:

http://mededelingen.over-blog.com/article-gierik-nvt-ii-renaat-ramon-over-poesia-visiva-96933386.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-renaat-ramon-veelzijdigheid-concentratie-42490054.html

HFJ

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 15 septembre 2014 1 15 /09 /Sep /2014 15:17

 

DSC02745.jpg

Hedwig Pauwels (r.) met zijn vriend en collega Frank Ivo van Damme

Zaterdag 13 september werd in het Stadsmus (Stadsmuseum van Hasselt) beeldend kunstenaar Hedwig Pauwels gehuldigd ter gelegenheid van zijn 80ste verjaardag. Tijdens zijn humaniora volgde hij reeds tekenen en bouwkunde aan de Academie te Sint Niklaas. De studie sierkunsten in Sint Lucas Gent combineerde hij er met de avondopleiding binnenhuisarchitectuur en publiciteit. In 1975 volgde hij nog een opleiding als goudsmid in Duitsland. Hij blonk uit in al deze kunsttakken. Door deze veelheid aan opleidingen kon hij ook zeer diverse opdrachten aanvaarden, zowel privé als voor bedrijven en officiële instellingen.

Toch kreeg hij de meeste bekendheid door zijn exlibris ontwerpen. Het eerste exlibris dat hij in opdracht maakte was voor de gekende kunstverzamelaar Etienne Nys. Deze betaalde Hedwig met een kunstboek. Etienne Nys, die reeds een exlibris verzameling bezat ruilde dit blad met gekende collectioneurs uit binnen-en buitenland. Hoewel hij zowel exlibris vervaardigde in houtgravure, zeefdruk en lithografie verwierf hij de meeste vermaardheid met zijn ets- en aquatinttechniek en dan vooral met de portretexlibris.

Hedwig Pauwels is een kunstenaar die het ambacht hoog in het vaandel draagt en dit combineert met zijn typische eigen stilering van zijn onderwerpen. Naast de klassiek uitgevoerde portretten laat hij steeds de verbeelding de vrije teugel en schept hij rond het portret een eigen universum.

Ter gelegenheid van deze viering toont het museum in enkele tafelvitrines de eigen collectie van het exlibris oeuvre van Hedwig Pauwels.

DSC02770.jpg

DSC02773.jpg 

DSC02771

DSC02776.jpg

DSC02774.jpg

DSC02775.jpg

Exlibris van Kaatje van Damme (zie de attributen...)

*

Ook werd een kleine brochure uitgegeven met de titel Hedwig Pauwels of de wereld in het klein, verwijzend naar de talrijke kleine grafische kunstwerkjes die exlibris toch zijn.

Joke VAN DEN BRANDT

 

Stadsmus (Stadsmuseum van Hasselt), Maastrichterstraat 85, 3500 Hasselt. Brochure: 2 €

 

DSC02714.jpg

Karel Vissers, hoofdredacteur van het tijdschrift Boekmerk (l.) en Jack van Peer, voorzitter Graphia

DSC02724.jpg

(Van l. naar r.): verzamelaars Lode Deurinck en Erwin Meerkens met Hedwig Pauwels

DSC02749.jpg

Francis Dirix (private press Black Box) met Joke

Foto’s: Frank Ivo van Damme

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : arts plastiques
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Lundi 15 septembre 2014 1 15 /09 /Sep /2014 11:27

 

MaeleGezelle.JPG

(Foto: Lieve Terrie)

Marcel van Maele (1931-2009) was reeds bij leven een legende. Alhoewel hij, zoals alle verstandige en ambitieuze artiesten zijn vaderstad Brugge heeft verlaten zohaast hij ongeveer meerderjarig was, houdt een reeks pittige anekdotes er zijn legende levend.

Op de affiche voor zijn tentoonstelling in Galerie Ramon in 1978 werd hij amicaal verwelkomd met de woorden ‘Marcel back in town’. Hij was een van de deelnemers aan Visie / Versa, de internationale tentoonstelling concrete en visuele poëzie te Brugge in 2002, die de toen actieve Nederlandse en Vlaamse beoefenaars van het genre bij elkaar bracht.

Thans eert de stad hem postuum met een tentoonstelling in het Gezellemuseum.

Manfred Sellink, directeur van Brugge Musea, gaf na zijn verwelkoming het woord aan Johan Pas, curator van de tentoonstelling (samen met Yves T’Sjoen). Pas typeerde Van Maele als een onderzoeker in het ‘niemandsland’ tussen poëzie en beeldende kunst, een dichter die ‘woordspeeldingen’ creëerde en ook graag samen werkte met beeldend kunstenaars, vooral met Fred Bervoets. Hij vertelde dat Van Maele zijn objecten steeds in drie exemplaren vervaardigde, zodat het mogelijk is drie identieke tentoonstellingen tegelijk in te richten. Zo dacht Van Maele, steeds volgend Pas, zijn werk niet alleen in de ruimte maar ook in de tijd te verspreiden. De curator stelde ook dat het eerste exemplaar van een werk het origineel is, het tweede een kopie, vanaf het derde is er sprake van multipels – een stelling die, zoals hij zelf aangaf, voor betwisting vatbaar is.

Na Johan Pas nam de Brugse burgemeester Renaat Landuyt (sp.a) in een helblauw pak het woord. Hij memoreerde de ‘nachten van de poëzie’ uit de jaren tachtig, er overigens aan toevoegend dat zijn enige bijdrage aan de poëzie tot nu toe het opstellen van de statuten van de vzw Behoud de Begeerte is geweest. Daarna verklaarde hij de tentoonstelling voor geopend, maar Manfred Sellink nam nog even het woord om de aandacht te vestigen op het naar aanleiding van de tentoonstelling verschenen boek Marcel van Maele in Meervoud. Catalogus van de boeken, prenten & multipels  – en om de receptie aan te kondigen.

Die receptie was niet sober en zeer verzorgd. Er werd van genoten door zo’n honderddertig aanwezigen waaronder Carine Lampens, de weduwe van Marcel van Maele, enkele familieleden van de dichter, de Zwarte Panters Adriaan Raemdonck en Jan van Broekhoven, de oude getrouwen Roger en Constance de Neef, Gerd en mevrouw Segers, Roos Vandewalle en Wilfried Wynants. En door een bont Brugs gezelschap, onder wie Joris Barbier van de poëzieminnende boekhandel De Reyghere, de auteurs Johan Debruyne, Luc Decorte en Patrick Spriet, de kunstenaars Gautier Fremaut en Jan Verhaeghe, de historicus Yvan vanden Berghe, de regisseur Tony Willems.

De tentoonstelling, gecoördineerd door Inge Geysen, laat in de ruimtes van het museum de diverse aspecten van Van Maeles oeuvre zien. Zijn literair werk, dichtbundels, romans, toneelstukken en bibliofiele uitgaven, worden getoond in volgorde van verschijnen, van  Soetja (1956) over, om slechts enkele opvallende titels te noemen, het stripverhaal  De onthaarde maagd  (1972),  Muggen en liegen (1980) en  Nu het geduld zijn hoge hoed verliest  (1988) tot  Over woorden gesproken  (2007). En daarnaast affiches, foto’s, zeefdrukken en multipels, alles bij elkaar een merkwaardig overzicht van dit veelzijdig oeuvre. Ondanks zijn reputatie moet Marcel van Maele vaak zeer nuchter zijn geweest.

Renaat RAMON

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : arts plastiques
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 14 septembre 2014 7 14 /09 /Sep /2014 21:19

 

NvBAlentourYs.jpg

Van l. naar r.: Nic van Bruggen, Jetty Roels, Walter Beckers, Pol en Maria Mara, Gustave Breugealmans

Op zaterdag 16 september werd de kunstmap Les Alentours d'Y van Nic van Bruggen pp () feestelijk boven de doopvont gehouden, een uitgave van de Antwerpse Lithografische Bibliotheek in samenwerking met Vecu.

De map bevat een litho van het manuscript van het titelgedicht en een achtkleurige litho van Pol Mara () in romantische tinten.

WalterBeckers.jpg

Inleider Walter Beckers (°1929) sprak zijn waardering uit voor beide kunstenaars 'die ieder op eigen gebied naam en faam hebben verworven'. Daarna voerde Jetty Roels (vandaag 67 jaar) op muziek van Strawinsky een solodans uit, terwijl acteur en destijds populaire radiostem Alwin Keyman Nic's gedicht declameerde.

*

Onder het talrijk opgekomen publiek, voor zover ik kan betrouwen op mijn geheugen en op mijn foto-archief: Maris Bayar, Michel Bartosik (), Jean-Pierre Conrad (), Patrick Conrad, Louisa Chevalier, Remi de Cnodder (), Bruno Dijckmans (), Tony Rombouts, Walter Soethoudt...

HugoVeerleSchiltz.jpg

Hugo Schiltz () en dochter Veerle

*

Tijdens de receptie kregen de dames een flesje van het exquise parfum Y van Yves Saint Laurent, waarna de vermaarde Château d'Yquem schaamteloos vloeide...

*

Those were the days...

Those were the days my friend
We thought they'd never end
We'd sing and dance forever and a day
We'd live the life we choose
We'd fight and never lose
Those were the days, oh yes those were the days

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire de la littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Dimanche 14 septembre 2014 7 14 /09 /Sep /2014 15:11

 

Bommel.jpg

Olivier B. Bommel

Er was een tijd dat ik danig onder de indruk kwam voor iemand die zijn familienaam opsmukte met twee (of meer) voornamen – iets waar de Hollanders erg bedreven in waren (en zijn). O, wat een ontzag had het tienjarig peutertje niet voor de pijpende dikzak Olivier B. Bommel, die, hoewel alleen maar 'gekleed' met een geruit jasje, zich toch "een heer van stand" noemde. Jarenlang heb ik mijn hersens gepijnigd over die mysterieuze B. Was dat een afkorting van Barend, of van Bernhard of Bonefaas? Het moest alleszins een plechtige naam zijn, had ik me voorgenomen, want hij woonde toch op slot Bommelstein te Rommeldam. En dan vernam ik dat het Berendinus was. Olivier Berendinus Bommel, dat klonk op zijn minst indrukwekkend. Toen zijn schepper Marten Toonder in 1973 – ik was toen 36 jaar –zei dat de initiaal B in feite nergens voor staat, geloofde ik hem niet eens.

Het gebruik van de afgekorte 'middle name' zou een statusverhogend effect hebben, aldus Toonder. En dat geloofde ik dan weer wél. Ik had dat zelfde gevoelen gehad toen ik mij in de jaren '60 als nieuwbakken Heibelier boog over het werk van auteurs als J.W. Holsbergen, K.L. Poll, J.C. Bloem. Iemand die twee voornamen gebruikt, moest wel een heel knap schrijver zijn, dacht ik. Het hád iets, zo'n dubbelnaam, er kleefde magie aan, en het gebruik van alleen maar de initialen verhoogde nog het mysterie. Wat was J.W.? Jozef Wolfgang? Jacques Werenfried? Judocus Wladislaw? Bijna niemand wist dat het om een doodgewone Jan Willem ging, die toevallig ook Holsbergen heette. De J.C. van Bloem leek makkelijker te plaatsen: Jezus Christus lag zó voor de hand. Maar nee, hoor, niks te Jezus-Christussen, meneer Bloem heette Jacobus Cornelis, maar niettemin had het zijn effect gehad (en heeft het dat nog altijd). En de K.L. van Poll? Zou dat Karl-Lowie kunnen zijn? Of Knut Leopold? Toen ik te weten kwam dat het Kornelis Lubertus was, begreep ik waarom de man zich liever niet met zijn volle naam kenbaar maakte.

Hoe dan ook, JW, KL, JC, het klonk allemaal als een gong in mijn oren. Het dwong respect af, het was een teken van degelijkheid. En allicht ook van talent. Vond ik. Alleen al wegens de twee-, drie- of vierdubbele voornaam nam ik mijn hoed af voor Willem Frederik Hermans, Jan Gerhard Toonder, Henk Romijn Meijer, Annie M.G. Schmidt, J.W.F. Werumeus Buning, Jacob Israël de Haan, Pieter Corneliszoon Hooft, Jan G. Elburg… Dat galmde nogal wat fraaier dan Hans Plomp, Marga Kool of Kees Spiering.

En al even banaal en proletarisch klonken de namen van pakweg Paul Koeck of Jos Vandeloo. De zowat enige literaire 'dubbeldekkers' die Vlaanderen rijk was (geweest), waren Remy C. van de Kerckhove en Joseph Alberdingk Thijm. En Astère Michel Dhondt (maar die verwierf meer naam als kinderknuffelaar dan als auteur). En Cor Ria Leeman (die in feite Corneel Alfons van Kuyck heette, wat ook niks is om over naar huis te schrijven). En ja, er was ook nog een Jan Emiel Daele, die, toen hij er, spijts zijn van erotiek stijf staande geschriften over vrije liefde, niet in slaagde om zijn dubbelnaam te verzilveren, dan maar zijn overspelige vrouw en daarna zichzelf een kogel door het hoofd joeg – wat toch ook een manier was om de kranten te halen. Op Sint-Valentijnsdag 1978 gebeurde dat, maar zelfs die theatrale enscenering bracht hem geen stap dichter bij de Roem… Alleen de dubbelnamige Louis Paul Boon verhief zich boven de Vlaamse banaliteit. Maar helaas, dan was daar weer die boertige 'Boon'. Aan dat boon-euvel ontsnapte met glans ene Henri-Floris, wiens illustere familienaam, Jespers, in geen geval een schuilnaam duldde.

Dat was wel enigszins anders met Frans De Peuter, wat ik niet echt een oorbare naam vond om in het dichterswalhalla rond te lopen. Niet alleen omwille van die 'Frans', maar meer nog om het ge-'Peuter'. Zeker leken die twee 'epitheta' mij geen betrouwbare grondvesten om een literaire tempel op te bouwen. Zo 'ornantia' waren ze heus niet. Vandaar dat ik besloot mij voor mijn eerste poëtische probeersels te verschuilen achter een pseudoniem. Op die wijze ontsnapte ik tevens aan de eventuele spot van de buren en andere dorpsgenoten, die hun neus ophaalden voor iedereen die zich 'buiten het gewone' karspoor waagde. Uit dezelfde schroom was overigens ook mijn studiegenoot, Gust Obbels, in het camouflagepakje van Robin Hannelore gekropen. 'Robin' en 'Hannelore' waren de namen die hij in gedachten had voor zijn eerstgeborenen (die uiteindelijk – onder familiale druk? – het zout op de tong kregen als Betty en Bart).

Voor mij was het vinden van een pseudoniem niet eens zo bijster moeilijk. Alleszins moest het iets met een dubbele voornaam zijn, liefst van al met de initialen alleen. En zie, zo werd L.I. Veke geboren, zonder dat ik wist waarvoor L en V eigenlijk stonden. Het geheel klonk als Lieveke, zoals ook mijn eerste prille liefje heette, en dat volstond. Nadat ik onder die naam in eigen beheer de oerslechte bundel Als een gat in de wand(met op de flap een zelfgemaakte nog oerslechtere lino) had uitgegeven, stuurde ik het manuscript van Opium schuiven naar de Bladen voor de Poëzie. En ja, het leesecomité, bestaande uit J. De Ceulaer, Albert De Swaef, Ast Fonteyne, Cor Ria Leeman, Achiel Leys, Herman Van Fraechem, René Verbeeck en Frans Verstreken, keurde het werk goed voor uitgave. Er was wel één voorwaarde aan verbonden: het moest onder mijn eigen naam, Frans De Peuter. Zo geschiedde dus ook, maar voor mijn volgende bundel bij dezelfde Bladen kreeg ik het gedaan om dat verdomde lidwoord weg te moffelen door 'Depeuter' aaneen te schrijven zodat 'peuter' minder zelfstandignaamwoordachtig overkwam.

Een identieke gêne voor zijn naam moet ook Charles Ducal ervaren hebben, vermoed ik. Net als ik staat hij in het bevolkingsregister ingeschreven als een doodgewone Frans met daarachter nog 'Dumortier' ofte Van de Mortel. Net als ik komt hij uit een boerengezin, wat ook nog in de jaren '50 voor allerlei complexen kon zorgen. Terwijl ik de lidwoordfunctie in mijn naam probeerde te vervagen door 'De' en 'Peuter' tot één woord samen te smelten, trachtte ook hij de 'mortel' van zijn schoenen te vegen en zijn naam wat 'salonfähiger' te maken. Blijkbaar leek de Franse taal hem daartoe nog het meest geschikt. Geen enkele West-Europese taal bevat immers zoveel verhevenheid, plechtstatigheid, adeldom als die van onze zuiderburen, die zoveel nobele Charles', Henri's, Philippes en Louis' en zelfs een Napoléon de Grote in hun stamboek tellen.

En dus koos Frans Dumortier voor de welluidende nom de plume 'Charles Ducal', wat zoveel betekent als Hertog Karel.

Frans DEPEUTER

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire de la littérature
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 13 septembre 2014 6 13 /09 /Sep /2014 18:09

 

expo-Ron-Scherpenisse-1.JPG

De kroon van mos: "Iedereen is een koning, iedereen een kroon, wel ja". (Foto: Bert Bevers)

In Den Hopsack te Antwerpen is tot 9 oktober de tentoonstelling Ron Scherpenisse (° 1970) te bezichtigen. Hij schildert, tekent en maakt driedimensionaal werk. Aan zijn monumentale en zeker ook aan zijn kleine objecten vallen het verhaal en de ironie op.

De expositie werd gisteren om 21 uur geopend. Inleider Erick Kila lichtte het werk van de productieve en veelzijdige Scherpenisse treffend toe.

expo-Ron-Scherpenisse-2.JPG

Erick Kila spreekt... (Foto: Bert Bevers)

De wereld van Ron Scherpenisse kent een lichte en een donkere kant. In het lichte deel vinden we vooral de ironie en het speelse. In het donkere gaat het om het opzoeken van de grens met wat dicht en duister is.

Vreemd genoeg is er bij het speelse vooral van objecten sprake, het drie dimensionale, terwijl het donkere geprojecteerd wordt op een plat vlak.

Zo vinden we dus in Scherpenissia een hogere vorm van speelgoed (kijk om u heen naar bijvoorbeeld de kronen) naast schilderijen in gedempte kleuren die samengebalde ‘zwaarheden’ laten zien. Het zijn abstracte composities met een doorwerkte verfhuid. Ze tonen vaak het middelpunt van een onwerelds krachtenveld. Donkere onderverfhuidse krachten die welbeschouwd achter en onder het lichte en ironische moeten leven, omdat anders de luchtigheid geen anker heeft.

Luchtigheid zonder anker. U ziet en hoort het ongetwijfeld vaak in beeldende kunst, in muziek en in het gewone leven. Een mooi voorbeeld is de irritante lichtheid van het bestaan die bijvoorbeeld door Marc Rutte wordt uitgewasemd.

Zonder de schoolmeester uit te hangen legt Ron Scherpenisse zijn artistieke vinger op zaken die de menselijke ijdelheid en de menselijke lulligheid betreffen. Neem de kroon, hét symbool van deftige krankjorumheid bij uitstek. Als Scherpenisse deze toch merkwaardige hoofdbedekking artistiek onderzoekt - puur door met formaat, materiaal en vorm te experimenteren – legt hij en passant het vrolijk infantiele bloot dat de mens, ook de moderne mens, zo aankleeft.

Ja, het infantiele van Nederland, je raakt er maar niet over uitgedacht. Veel belangrijke en saillante zaken worden in clichés en formats gevangen en hapklaar aan het kleine brein gevoerd. Ron Scherpenisse kan er iets mee. Zo was er een tijdje geleden een schilderij van Hendrik Boot gestolen, een schilder uit Bergen op Zoom (Rons woonplaats). De lokale krant meldde dat het om een Van Gogh-achtig schilderij ging.

Het stond er echt: Van Gogh-achtig. En dan bleek volgens de maker het Van Gogh-achtige werk ook nog eens 1200 Eurie waard te zijn. Heerlijk toch als je je onbevangen en in diepe ernst zo ’n etiket laat opplakken. Het werk van een schilder of klodderaar wordt nog beter dan prachtig, het wordt –achtig! Het zijn dit soort werkelijkheden in zijn directe omgeving die Scherpenisses ironie voeden. Veel omvattend is Zum König krönen… , een project dat bestaat bij de gratie van een zonnige, zelf bevlekkende, ongelijkheid. Iedereen is een koning bij Scherpenisse, iedereen een kroon, wel ja.

Vanuit de ironie van deze kunstenaar zal je op een gegeven moment zinken naar een diepere werkelijkheid. Het terrein waar de lichtheid van dingen geen vat op heeft. Het terrein van de twijfel en misschien wel van de onontgonnen angst. In zijn overwegend somber getinte schilderijen tast en zoekt Scherpenisse naar een vorm voor het onbestemde. Het is het gevoel dat voor een kunstenaar de grootste uitdaging vormt. Het is het gevoel dat onrust teweeg brengt en dat de motor is om verder te zwoegen met vorm en verf.

Voorlopig zien wij hier vanavond de twee pijlers waarop Scherpenisses beeldend vermogen rust. Gehuld in het licht en in het donker.

Als iemand vanavond een werkje steelt, dan hoor ik het graag.

Ik zal dan onverwijld een nieuwsbericht plaatsen op Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie :  «Scherpenisse-achtig kunstwerk gestolen in Antwerpen. De politie is op zoek naar een man met één oor».

*

ScherpenisseKonigKronen.jpg

In Den Hopsack zijn ook enkele werken te zien uit Scherpenisses Zum König krönen-project, dat gepaard ging met de uitgave (1 juni 2013) van een tover- ofte speeldoosje in een oplage van tien exemplaren.

*

Hier werd bij herhaling de aandacht gevestigd op het werk van Ron Scherpenisse, bijvoorbeeld op 22 augustus:

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-iv-ron-scherpenisse-exposeert-in-den-hopsack-124416091.html

expo-Ron-Scherpenisse-3.JPG

Onder de aanwezigen onder meer Bert en Geertje Bevers, Philippe Cailliau, Guy Commerman, Frank en Goddie De Vos, Noud Jehoul, Henri-Floris-Jespers, Pierre en Raymunda Magis, Jan en Merel Nederveen, Mieke Robroeks, Govert en Annemarie van Dijck.

De tentoonstelling kan tot 9 oktober worden bezichtigd tijdens openingsuren van Den Hopsack, dagelijks vanaf 20:00 uur (dinsdag gesloten). Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24, Antwerpen.

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : arts plastiques
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires
Samedi 13 septembre 2014 6 13 /09 /Sep /2014 11:58

 

Roger-Nupie--foto-Bert-Bevers-.JPG

Al lijkt het mij een griezelig idee alleen op een onbewoond eiland te belanden, hierbij toch mijn keuze van wat ik ‘als favoriete kunst, lectuur, films en muziek mee zou nemen’.

Mijn smaak is met een duur woord als eclectisch  te omschrijven, ook wat films betreft: van wat wel eens smalend als puur amusement  en commercieel  bestempeld wordt tot de betere  (?) A-films waar Canvas-kijkers zo dol op zijn.

Sunset-Boulevard.JPG

Mijn favoriete film moet zeker mee: Sunset Boulevard  (1950), een tragisch en aangrijpend verhaal over een actrice op retour, meesterlijk vertolkt door Gloria Swanson. Als krimi-fan kies ik met enige nostalgie voor de dvd-box met alle Maigret-afleveringen.

Muziek: om het even wat van Nina Simone, maar als het er dan toch één moet zijn: Nina Simone and piano!, de enige plaat waarop zij zonder verdere begeleiding zingt en piano speelt. Plus iets van de Tibetaanse Gyuto Monks.

Roger-2.png

Literatuur: Het boek van niets  van Osho én De verzamelde verhalen  van Lydia Davis. Ze tast de grenzen van wat een verhaal is af op de breuklijn van filosofisch en absurd – ik kan haar blijven herlezen.

Dat lijkt me voldoende. Er is meer dan genoeg beeldende kunst op m’n netvlies gebrand om er indien nodig iets van op te roepen.

 

Roger Nupie, Antwerpen

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : Actualité
Ecrire un commentaire - Voir les 0 commentaires

Pages

Créer un Blog

Recherche

Calendrier

Septembre 2014
L M M J V S D
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30          
<< < > >>

Présentation

Créer un blog gratuit sur over-blog.com - Contact - C.G.U. - Rémunération en droits d'auteur - Signaler un abus - Articles les plus commentés