Mercredi 16 décembre 2009 3 16 12 2009 23:50

Doelpoezieavond-Den-Hopsack-151009-007.jpg


Gezwel

De minst correcte vorm van humor
is spotten met je hersentumor,
vooral als die kwaadaardig is
en bovendien slagvaardig is
en onverwoestbaar : « terminaal »
in radiotherapeutentaal.

Waarom men mij dan blijft bestralen ?
en ook nog chemisch wil verschralen ?
Omdat verplegers willen scoren
en hun patiënten ringeloren,
en als ik door zo’n tunnel glij
graag grapjes maken over mij,
waarmee ik dan niet lachen kan
want ik lig roerloos aan de scan.

Mijn uitvaart heb ik al geregeld
en zelfs mijn grafschrift is bezegeld :

HIER LIGT DE DICHTER
H.J.C.
IN GOED GEZ
WELSCHAP
R.I.P.


Herman J. CLAEYS

 

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Mardi 15 décembre 2009 2 15 12 2009 02:43

PICT0265.JPGIk zie hem daar nog zitten in zijn grijze stofjas, ter gelegenheid van de 'Kunstweek' in de Beenhouwerstraat te Brussel, eind maart 1969. 

In die 'Kunstweek' was er een tentoonstelling 'Motieven en Drijfveren tot Hedendaagse Kunst', met foto's van Frank Van der Valk, beeldhouwwerken van Mike Van der Stappen, tekeningen van Marie-Christine Meersschaert en Joris De Geest en schilderijen van Jos Vanhamme en Hildo Leroy. Op maandag waren er 's avonds ook 'jazz & folk' optredens: The Bluesscartchgroup, Jackie Leonard, Law Inc. Skiffle & Folk Band, Jonathan's Ark (een skiffle groep met een, in het Engels zingende, Johan Verminnen). Op dinsdag was het de beurt aan 'kabaret & chanson', met Kabaretgroep Leuk-op-Last, Luk Suys, Jan Van Besien, Luk Saffloer, Jan Groen. Op woensdag was 'toneel' het onderwerp van de avond, met een spreekbeurt van Bert Verminnen, een opvoering van fragmenten uit een (l)adder bewonen van Bert Verm, het N.O.T. stelde 'taal en experiment' voor en de avond werd afgesloten met een forumgesprek, 'Vlaams Toneel Vandaag'. De donderdag kwamen redactieleden van poëzietijdschriften zoals De tafelronde, Artisjok, Hand, Proces verbaal, Revolver, totems, zenit 67 en andere, hun tijdschriften voorstellen en Werner Spillemaeckers, Marc Bens, Freddi Smekens, Leon Lamal, Dirk J.A. Lissens, Gerd Segers, Geert Currinckx, Henri Vandenberghe, Jos Vanhamme, Peter Bormans, Jef Barthels, Patricia Lasoen, Gust Vanhove, Walter Blomme, Claude Blondeel, Henri-Floris Jespers en Jan de Roek lazen hun gedichten voor. De vrijdag lazen Lieve Thiebaut, Guido Fredrix, Frank Boel, Hildo Leroy, Paula Loeckx, Karel De Geest en Colette Dirix voor uit eigen werk.

Herman zat toen in de Beenhouwersstraat, in zijn grijze stofjas en typte, op een oude typemachine, de gedichten die hem door de aanwezige Vlaamse dichters werden overhandigd. Met een oude stencilmachine creëerde hij toen een "ééndagstijdschrift". Het werd door hem getypt, door hem uitgegeven, door hem gratis uitgedeeld aan de aanwezigen en hij heeft daarna de originelen de dag zelf onmiddellijk verbrand. Herman J. Claeys heeft daar dus op zijn eentje gestalte gegeven aan de allereerste Brusselse 'happening'.

Henri VANDENBERGHE

www.brosella.be

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Lundi 14 décembre 2009 1 14 12 2009 20:01

Albasten.jpg

Omslag: Besneeuwde tuin (1985, detail) van Hirakawa Toshio, suibokuga of schilderij in Chinese inkt op kamerscherm.

Vrijdag 11 december stelde Wim van Rooy de nieuwe dichtbundel van Frans Boenders in de bibliotheek van Harelbeke voor.

Frans Boenders (°28 september 1942) verwierf vooral naam en faam als producer bij de BRT, waar hij sedert 1967 als producer verbonden was. Hij debuteerde in 1961 met de dichtbundel Amarillen en publiceerde in 1974 gesprekken met Belgische wijsgeren (Filosofie en Maatschappij, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij).

Dertig jaar geleden, in 1979 (niet in 1978 zoals vermeld in Wikipedia), werd Boenders' bundel interviews Denken in tweespraak, “dialogen over ideeëngeschiedenis” (Amsterdam, Bezige Bij, 1978), bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord.

Tweespraak.jpg

Max Wildiers stelde destijds terecht dat Boenders als interviewer uitgegroeid was tot een meester in het vak. Dat was ook al voldoende gebleken uit zijn gesprekken over Wittgenstein (Over Wittgenstein gesproken, Baarn, Het Wereldvenster, 1978).

Tijdens de traditionele plechtigheid op 23 mei, vooravond van Hemelvaartdag 1979, werd Frans Boenders begroet door Ivo Michiels, waarna Paul de Wispelaere de nieuwe uitgever (Manteau) en de nieuwe redacteuren van het Nieuw Vlaams Tijdschrift voorstelde (Wim Hazeu, Patrick Conrad, Eddy van Vliet, Ward Ruyslinck en Walter van den Broeck) en ik de laudatio uitsprak. Tot slot kreeg Frans Boenders het laatste woord. De toespraken werden gebundeld in het NVT (jg. 32, nr. 4, mei/juni 1979, pp. 342-352).

Boenders onderstreepte:

Het is juist te stellen dat ik geen 'creatief' schrijver ben, maar ik wil erop wijzen dat ik ten aanzien van de term 'creatief', en van wat hij voorstelt in de geest van de gebruikers van deze term, hetzelfde wantrouwen koester als Rudy Kousbroek. Het voortbrengen van een dichtbundel, van een roman, of van een experimenteel gewrocht – het is alles voor mij niet van een hogere orde dan het schrijven van een samenhangend opstel.

In Pretenties en presumpties (Antwerpen / Amsterdam, Elsevier Manteau, 1980) bundelde Boenders opstellen over verschijnselen, stromingen en praktijken “waarvan de moderne intellectueel heden ten dage wakker ligt”. Gesprekken met filosofen (o.m. het laatste interview dat Ernst Bloch gaf), historici (Arthur Lehning over Marx en Bakoenin...), filologen en psychiaters werden gebundeld in Sprekend gedacht (Bussum, Het Wereldvenster, 1980). Tekens van lezen (Baarn / Amsterdam, Ambo / Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1985) bevat een aantal opstellen over schrijvers (w.o. Maurice Gilliams, Gaston Burssens, F. C. Terborgh, Marguerite Yourcenar en Mishima Yukio) en denkers (w.o. Isaiah Berlin en Hannah Arendt).

Als hoofdredacteur van Kunst & Cultuur, het tijdschrift van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel (thans vulgair omgedoopt tot Bozar) bleef Boenders onvermoeibaar opmerkelijke (jammer genoeg nog niet gebundelde) essays over de meest uiteenlopende onderwerpen publiceren. “Mijn wat dwangmatige positie van Einzelgänger stuwt mij steeds naar andere geestelijke horizonten” bekende Boenders al in zijn Arktoespraak.

Boenders' belangstelling voor Oosterse filosofieën en religie bleek niet alleen uit De goden uit het Oosten (Utrecht / Hasselt, Scheltens & Giltay / Heideland-Orbis, 1981), maar kwam ook veelal zijdelings in zijn opstellen opduiken. In het najaar van 1986 ondernam hij zijn eerste reis naar Tibetaan, dat aanleiding gaf tot een boeiend Tibetaans dagboek (Brussel, BRT, 1987), met bij wijze van coda een interview met de Dalai Lama. Het boek is treffend geïllustreerd met foto's van Hubert Minnebo, met wie Boenders ook een reis- en kunstproject verwezenlijkte, dat resulteerde in een fotoboek met sonnetten, Kailash, de Weg van de Berg (Antwerpen, Pandora, 1997).

In feite kan het omvangrijke en soms kameleontische oeuvre van Boenders ondergebracht worden onder de noemer “cultuurkritiek”. Dat is zeker het geval voor zijn talrijke opstellen over plastische kunsten.

Ik heb destijds een polemisch essay geschreven, Kunst zonder kader, museum zonder hoed (Leuven, Kritak, 1991), waarin ik mij afzette tegen figuren als Hoet. Als het over kunst en cultuur gaat, kies ik voor intimiteit en inkeer, en moet ik niets hebben van schreeuwerigheid en uitbundigheid. Neem nu Bert Anciaux, die ik als een cultuurbarbaar beschouw. Anciaux wil mensen aanporren om musea te bezoeken. Die cultuurpolitiek beschouw ik als een nefaste beleidsoptie, die ertoe leidt dat kunst en cultuur tot een 'commodity' verworden, herleid worden tot een consumptieproduct, tot show en amusement. Natuurlijk mag de overheid wel drempels verlagen en de materiële voorwaarden scheppen voor democratisering, maar je moet daar ook mee opletten.

Dezelfde bezorgdheid blijkt uit Kunst als intieme ervaring. Over de stille kracht van poëzie (Leuven, Davidsfonds, 1993), waarin Boenders het oeverloze gegons en geraas over kunst aan de kaak stelt.

De cultuurverspreiding, een groot goed op zich, heeft mede het negatieve effect gesorteerd dat kunstwerken 'artikelen' zijn geworden die voortdurend naar de aandacht van de 'verbruiker' dingen. Hun intrinsieke waarde speelt daarbij een veel geringere rol dan de 'promotie' die ze in de openbaarheid stuwt. De media, die met de beste intenties de kunsten verbreiden, werken vaak ongewild mee aan het geraas over kunst en aan de verregaande banalisering van artistieke spektakels. Als tegenwicht tegen de massificatie van de cultuur kan men opnieuw discreet leren omgaan met kunst, en haar beleven als een geel specifieke vorm van innerlijke ervaring. [...]

Bij de hedendaagse kunst zijn helaas vooral grootheidswaan, tomeloos narcisme en werkelijkheidsvervreemding schering en inslag. Talrijke beeldende kunstenaars zinken weg in een soort van cultureel autisme. [...]

Zelfs de poëzie raakt vandaag betrokken in de wedloop naar het succes. Zelfs zij kent haar heroën. Ze hebben carrières in de media. Ze oogsten demagogische bijval tijdens publieke optredens. Deze stilisten van een eigen mythologie slagen erin hun ijdelheid te verkopen als transcendente trots. In feite vertolkt hun hoogmoed dezelfde vulgaire zucht naar aandacht en grootsheid die men aantreft bij alle andere helden van dit fin de siècle: de vedettes van het grote en kleine scherm, de sterren van de sport, de mammoetmanagers.

Waarom een criticus en essayist van formaat door Hugo Brems in Altijd weer vogels die nesten beginnen, 'geschiedenis' van de Nederlandse literatuur 1945-2005, doodgezwegen werd, blijft mij een raadsel...

*

De jongste jaren legde Boenders zich vooral toe op poëzie. Hij publiceerde Het vuur der zinnen (Kortrijk, YinBooks, 2005), De Sulamitische (Sint-Amandsberg, Jozef Moetwillig, 2007) en Textimonium (Stedelijke Openbare Bibliotheek, Harelbeke, 2009). Gedichten schrijven heeft voor hem iets existentieels: “Ik heb het nodig om gedichten te schrijven”.

Ik ben een klassiek dichter die graag rijmt. Het rijm geeft mij een korset waarin ik me vrijwillig plaats. Ik stel vast dat de meeste "vrije verzen" die tegenwoordig worden gepubliceerd, eigenlijk neerkomen op proza dat in stukken is gehakt. Zoals de Engelse dichter en schilder Rossetti het prachtig uitdrukte: "A sonnet is a moment's monument".

*

Albasten kus bevat een tachtigtal gedichten (drie vertalingen incluis), geschreven in 2006-2009. Is het voortvarend te stellen dat het gedicht bij Boenders als de materiële drager fungeert van een abstract wezen en als verzamelplek van geestelijke concentratie?


Spiegels


De schreeuw van de witte pauw

Om de versgeplante, buigzame

Boom blijft hangen in het nauw

Tussen klacht en pracht. Langzame


Reigers strijken de vijverspiegel af,

Hij weerspiegelt het strakke, blauwe doek

Daarboven zoals het hart, laf

Van angsten en de waarheid zoek,


Een spiegel wordt van binnenbeven.

Ook de geest spiegelt: louter eendere

Geesten in blijvende onhelderheden –


Nu een eskader wilde eenden

Vaart door een lucht van late maart,

Schreeuwend wat wij ooit meenden.

HFJ

Frans BOENDERS, Albasten kus, Antwerpen / Rotterdam, C. de Vries-Brouwers, 2009, 112 p., 19,90 €.

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Samedi 12 décembre 2009 6 12 12 2009 16:38

claeys.jpg

Dolle Mol


Deelgenoten aan het billijke drinkgelag:

de klinkers met de heildronk

en de mede-klinkers met het geheven glas


de zienden met geloken ogen,

de niet aflatende aanstokers van de revolte,

de breinreizigers naar het nooit bereikte groene dal,


de woordkarige dichters van het laatste uur,

de vertwijfelde kunstenaars van het nieuwste babylon,

de muzikanten die nostalgisch de toekomst besnaren,

de herauten van het spirituele anarchisme,

ze zijn present.


In de urbane grootzee

van dwangvisie, holpraten en kopieergedrag

wenkt een beschuttende vrijhaven

van het tomeloze denken,

de tartende verbeelding,

het veerkrachtige woord

en de bevrijdende lach.


Een vrijplaats.

Een uitvalspoort.


Herman J. Claeys

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Samedi 12 décembre 2009 6 12 12 2009 04:01

De bloeiperiode van De Dolle Mol situeert zich tussen 1972 en 1985. Als een gevolg van financiële implicaties van de censuurprocessen moest ik de Free Press Bookshop in 1975 na tien jaar sluiten, maar een deel van de (niet-commerciële) activiteit werd overgebracht naar het café. In het bovenlokaal werden met boeken, tijdschriften, posters en drukwerk thematentoonstellingen opgezet rond actuele politieke en sociale onderwerpen, meestal in samenwerking met een actiegroep of een documentatiecentrum. Ook werd met de hulp van Oxfam-Wereldwinkel wekenlang een alternatieve (vinyl)platenbeurs georganiseerd met vooral revolutionaire derde wereldmuziek. Een andere originele actie was tot driemaal toe een alternatieve stripbeurs met uitsluitend maatschappijkritische en satirische stripverhalen voor volwassenen in het Nederlands, Frans en Engels. Nog iets zeer vernieuwends was een leesbeurs van zogenaamde stadskranten uit heel Vlaanderen en Brussel, een nieuw verschijnsel van idealistische maandblaadjes die in grotere gemeenten niet-partijgebonden oppositie voerden tegen het lokale beleid – de eerste milieuacties! - en steevast een horzel waren in de nek van de bestuurders. Die en soortgelijke activiteiten trokken veel volk naar het café, dat verder ook als attractie een leesrek had met linkse weekbladen en literaire maandschriften. Broederlijk naast elkaar stonden er de strijdblaadjes van de marxistisch-leninistische Amada (later PvdA), de trotskistische RAL, de Christenen voor het Socialisme en van tal van andere klein-linkse groepjes (groupuscules de gauche) die elkaar niet zelden bestreden. In dat dagelijks bijgevulde leesrek stonden ook culturele blaadjes en brochures. Ook satirische bladen als De Zwijger, en toen het dagblad De Morgen (in 1978 de voortzetting van de opgedoekte socialistische partijkranten Volksgazet en Vooruit, onder hoofdredactie van voormalig studentenleider Paul Goossens) van de persen rolde werd dat gevierd met de distributie van honderd gratis exemplaren. Zowel de alternatieve stripbeurs als de stadskranten werden mobiel gemaakt met de Free Press boekenbus waarmee ik postvatte op festivals in Vlaanderen.

Natuurlijk vonden er ook van meet af aan poëzieavonden plaats in de gelagzaal, voornamelijk vanuit het literaire tijdschrift Enklave (Vrije Universiteit Brussel) van Frank de Crits, Frans Ariën en Jan Struelens. Een taaie mythe is dat na zo’n avond dichteres Ann Walravens, onder invloed tragisch om het leven kwam. Zij was de dochter van literator Jan Walravens (1920-1965) de theoreticus van de Vlaamse experimentele “vijftigers” rond het tijdschrift Tijd en Mens welks auteurs Ben Cami, Marcel Wauters en Albert Bontridder tot de vaste bezoekers en vergaderaars behoorden. Ook andere bekende auteurs kwamen er graag over de houten vloer; om er enkelen te noemen: Willen Frederik Hermans, Hans Plomp, Simon Vinkenoog (die er wel eens met zijn vrienden overnachtte), Willem M. Roggeman, Clara Haesaert, Pjeroo Roobjee, Jotie ’t Hooft, en van meet af aan ook zeer actieve linkse rakker, literator, stripscenarist en kineast Jan Bucqoy. Ook de Vijfde-Meridiaan-auteurs van uitgeverij Manteau zoals Marcel van Maele en Daniël van Hecke, en de medewerkers aan de polemische tijdschriften Bok en Mep: Julien Weverbergh, Herwig Leus, Jan Emiel Daele. Een jarenlang niet weg te denken stamgast was de veelgeprijsde en hooggeprezen Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers, van 1964 tot 1976 redactiesecretaris en later (hoofd)redacteur van de Brusselse uitgeverij Manteau. Zijn Dolle Mol-ontmoetingen en -belevenissen beschrijft hij in Groetjes uit Brussel opgenomen in Mijn Vlaamse jaren (1978, Arbeiderspers). En over de tapkast kon je gestencilde of gedrukte poëziebundels-in-eigen-beheer kopen van vaste klanten, die hun nachtelijke en doordrenkte inspiratie misschien wel in embryonale vorm ter plekke op bierviltjes hadden gekrabbeld. Over de literaire aspecten tot op heden van Free Press Bookshop / De Dolle Mol zou een boeiend boekje kunnen worden geschreven.

Natuurlijk was het meer dan een literaire ontmoetingsplaats. Het “café-met-galerie” was en is net zo goed een kunst- en muziekcafé. Ettelijke troubadours van diverse herkomst stapten musicerend de gelagkamer binnen en geregeld traden er op een geïmproviseerde estrade bandjes unplugged op. In de bloeiperiode kon men er alle Nederlandse kleinkunstplaten en protestsongs beluisteren, vooral van Boudewijn de Groot, Miel Cools, Sjef Vanuytsel, Dimitri van Toren, Johan Verminnen, Hugo Raspoet, Cor van der Goten, Wim de Craene, Luk Bral, Jan de Wilde, Kris de Bruyne, Leen Persijn, Frans Dingenen, Tim Visterin, Luk Saffloer, Vuile Mong & Vieze Gasten, De Vaganten, en ook de Vlaamse folk van t’ Kliekske, De Vlier, Wannes van de Velde, Walter de Buck en Willem Vermandere. Velen van hen kwamen trouwens ook wel eens persoonlijk langs na een zaaloptreden ergens in Brussel. De kroeg bleef immers meestal tot in de vroege uurtjes open. Daarnaast waren de Franse chansonniers op de platendraaier erg in trek, en niemand leek uitgeluisterd te raken op de Angelsaksische protestsongs van Bob Dylan, Donovan en zoveel anderen.

Hoewel in dit artistiek-literaire opzicht misschien uniek in Brussel, verschilde de kroeg niet veel van andere progressieve kunstcafés in Vlaanderen: Trefpunt (van Walter de Buck) in Gent, Skalden (van Jef Sprankenis) in Hasselt, De Mok (van Koen Calliauw) in Antwerpen, De Verloren Zoon in Mechelen, Nieuw Babylon in Brugge, Ranonkel (van Nik Verdonk) in Turnhout, anti-bourgeois-oase’s waarmee intens contact onderhouden werd. Elke stad had wel zo’n “kaffee” dat geregeld in het nieuws kwam al was het maar door de pesterijen vanwege de plaatselijke politie, iets waar De Dolle Mol ruim zijn deel van heeft gehad. (“Bruxelles ne sera pas un deuxième Amsterdam” baalde de liberale burgemeester Lucien Cooremans in ’72 om zijn preventieve politieoptredens te verdedigen). Dat brengt ons bij een andere koppige mythe: die van het drugsgebruik. Met stelligheid kan ik zeggen dat er bij mijn weten op geen enkel moment marihuana-produkten werden gedeald, laat staan hard drugs. En er werd ook niet geblowd. Darvoor moest je in die tijd in de Naamse-Poortbuurt zijn. In De Dolle Mol was dat ten enen male onmogelijk al was het maar doordat het café een uitgesproken links profiel had en daardoor constant in de gaten werd gehouden door overheidsinstanties. Het tegendeel is waar: er heerste op dat vlak paranoia bij de mensen die de zaak uitbaatten. Het ging zo ver dat wij ooit - tijdens en bezoek van een illuster Nederlands literair gezelschap dat een jointje opstak - in paniek het bordje “gesloten” ophingen en de gordijnen dichttrokken, tot de rook om ons hoofd was verdwenen. Het tolereren van drugsgebruik zou een zelfmoord van het café zijn geweest. Wat ons niet belette pamflettair te ijveren voor de legalisering van softdrugs, maar dit alleen was al genoeg voor de B.O.B. (Bijzondere opsporingsbrigade van de Rijkswacht) om ons te viseren. En het café had natuurlijk politieke vijanden die het in een kwaad daglicht zetten of verdacht maakten: de kringen rond de later verboden paramilitaire extreemrechtse VMO (Vlaamse Militantenorde) – die ooit een raid uitvoerde en barman en bezoekers gijzelde - en het reactionaire FDF (Front démocratique des Francophones) dat stinkbommetjes kwam gooien en de gevel bekladden.

Herman J. CLAEYS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Vendredi 11 décembre 2009 5 11 12 2009 03:54

“Groot was mijn ontgoocheling toen ik op de dag dat ik mijn caféboek Gruuten Dëst in 2002 aan de pers voorstelde vernam dat De Dolle Mol gesloten was. Tja, een café uitbaten is nu eenmaal ook een zaak van goed beheer, daar kun je tegenwoordig zelfs in het eerste het beste jeugdhuis niet onderuit. Ik vind het verkeerd om een café te subsidiëren. Ik heb dit ook al aan de minister laten weten in het parlement toen hij en passant zijn voornemen bekend maakt. De Dolle Mol was een legende. En legendes subsidieer je niet. Je laat ze legende blijven”

Dit schrijft Jets gemeenteraadslid en Vlaams VLD-parlementslid Sven Gatz, voormalig Spirit-partijgenoot van cultuurminister Bert Anciaux op zijn website op 3 mei 2007.

De minister ziet het echter anders. De Dolle Mol behoort tot het culturele erfgoed van Brussel en Vlaanderen, en daarom draagt zijn kabinet alle kosten voor de renovatie van het pand en de huurrkosten voor de eerste drie jaren. Daarna moet de zaak opnieuw zichzelf bedruipen.

"Het gaat zeker niet om een subsidie, maar eerder om materiële steun'', verklaarde uitbater Jan Bucquoy in een persmededeling. “Maar wij blijven onze onafhankelijkheid bewaren. De vrijheid van geest die De Dolle Mol belichaamt, blijft behouden".

Al op 1 mei vorig jaar kraakte Bucquoy het café uit protest tegen de leegstand en de woekerprijzen op de vastgoedmarkt. De politie zette hem na enkele weken illegale exploitatie uit het gebouw en Bucquoy bracht met enkele kompanen de nacht in de cel door. De eigenaar van het pand, een vastgoedmaatschappij, liet het café dezelfde dag nog kort en klein slaan opdat er zeker geen drankgelegenheid van dien aard zou kunnen worden ingericht. Toen had de minister al de mogelijkheid overwogen om het pand aan te kopen, en er is ook even sprake van geweest om het café onder te brengen in een leegstaand gebouw twee huizen verder. Maar begin mei 2007 kon Het kabinet de eigenaars toch overtuigen om het pand opnieuw te verhuren.

Deze hoogst ongewone, bijna ongeloofwaardige gang van zaken geeft alweer stof tot nieuwe legendes, iets waar De Dolle Mol sinds zijn ontstaan in 1969 mee is omringd. Het begon al met de oprichting: een alternatief handeltje met de naam Free Press Bookshop dat in 1965 in de provosfeer aan de Spoormakersstraat was ontstaan barstte uit zijn voegen omdat het als – ook avondlijke - ontmoetingsplaats fungeerde voor het literaire, artistieke en revolutionaire zootje ongeregeld dat het Brussel van de jaren zestig in zijn bonte schoot koesterde, en er werd om de hoek een keldercafé geopend als een soort verlengstuk van de Bookshop binnen dezelfde vzw. Free Press.

Van meet af aan was het café zeer controversieel. De Kaasmarkt had toen nog bijna geen restaurants, alleen veel jongerencafés en dancings. Het was een wat louche uitgaansbuurt, en om de haverklap voerde de politie pascontroles op straat en in de kroegen, wat in die onverdraagzame jaren meer regel dan uitzondering was. Het langharige werkschuwe tuig, weet je wel. Algauw werd de Kaasmarkt door de bezoekers Repressiestraat / Rue de la répression genoemd. Daarbij werd vooral De Dolle Mol geviseerd, op verdenking of beschuldiging van nachtlawaai, hasjgebruik, handel in bootlegs, drankmisbruik door minderjarigen en andere inbreuken. Tweemaal werden de hele clientèle en uitbaters na visitatie ter plekke in overvalwagens naar de Rijkswachtkazerne afgevoerd voor nachtelijk verhoor. Daarbij werden optredende muziekbands niet gespaard. Tenslotte werd het café na twee jaar van ambtswege gesloten vanwege… het te lage plafond. Dan maar illegaal voortgeboerd op de eerste verdieping waarbij de bezoekers de huisbel moesten gebruiken. In 1972 werd uiteindelijk een leegstaand café afgehuurd op nr. 52 in de Spoormakersstraat, die nog de huidige locatie is. Wij sloopten op de eerste verdieping z eigenhandig e, zonder toestemming van de eigenaar de muren tussen twee kamers en een zijgang om er een ruimte te creëren voor artistieke en informatieve tentoonstellingen, poëzievoordrachten en vergaderingen van allerhande progressieve verenigingen en clubjes. Onder andere vergaderden er het bestuur van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen, de in exil werkende oppositiebeweging tegen Moboetoe, het bevrijdingsfront Merdeka voor de Zuid-Molukken, en verscheidene andere revolutionaire landencomités. Dat gaf uiteraard aanleiding tot opvallend bezoek van “stillen”.

Ook om andere redenen had politie in burger van diverse pluimage belangstelling voor wat er gezegd en gedaan werd. In die jaren zeventig was Franco nog aan de macht en in linkse kringen gingen we ervanuit dat België met het Spaanse fascistische regime “collaboreerde”. De Dolle Mol werd in het grootste geheim een doorsluispunt voor Spaanse politieke vluchtelingen die hier van een vervalst Belgisch paspoort werden voorzien voor hun vlucht over de toen nog persoonsgecontroleerde Nederlandse grens met als eindbestemming de ideale onderduikstad Amsterdam. Daar werden ze opgevangen door mensen die in de Europese antifranquistische beweging actief waren. Dat is geenszins een van de vele mythes die over de kroeg de ronde deden. Evenmin als het een verzinsel is dat de door Interpol opgespoorde Andreas Baader via ons van Amsterdam naar Frankrijk moest worden geloodst, dit na een gecodeerd telefoontje naar mij van de Amsterdamse gewezen provovoorman Roel van Duyn, een bijzonder riskante operatie, waar de staatsveiligheid net te laat lucht van kreeg, en niets kon bewijzen. Niet dat we achter de methoden van de Rote Armee Fraktion stonden. We waren merendeels pascifisten, maar we hadden in onze visie wel dezelfde vijanden als de Baader-Meinhofgroep: het militair-economische complex, het kapitalistische systeem, de politiestaat.

Dat zijn anekdotes die iets zeggen over het politieke engagement van een aantal lieden die de kroeg in die koudeoorlogsjaren frequenteerden terwijl in de huiskamers de zwart-witteevee dagelijks de gruwelijke slachtingen in Viëtnam toonde.

Herman J. CLAEYS

 

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : histoire
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Vendredi 11 décembre 2009 5 11 12 2009 03:21

Vrijdag 18 december 2009 – vanaf 20u in café Dolle Mol,  Spoormakersstraat 52, 1000 Brussel, een totaalprogramma mee ter ere, maar helaas ook als afscheid, van Herman J. Claeys.

Herman J. Claeys' drukke leven en werken zullen in de komende dagen bij herhaling hier opgeroepen worden. De jongste jaren werkte hij geregeld mee aan de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & reëvaluatie. De oudste gedichten van Herman die ik las, werden echter in 1963 gebundeld in Als zoveel schelpdieren (Antwerpen, Die Poorte).

HJCpoZW.jpg

Hoe vaak bereikhalsd

de ontgrendeling

door het naakte woord

dit is het uur

waarop de angst

de doorweekte doorwolkte angst

genoemd werd

letter voor letter

met het woedende woord bedwongen

*

Hier dan de tekst van Bernard Desmet, namens Dolle Mol, Masereelfonds en de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers.

1969: Herman J. Claeys begint in de Spoormakersstraat te Brussel met ‘Free Press’, een ontmoetingsplaats  voor het literaire, artistieke en revolutionaire zootje ongeregeld dat het Brussel van de jaren zestig in zijn schoot koesterde. Het handeltje barst uit zijn voegen en algauw wordt er om het hoekje, de Kaasmarkt, een keldercafé geopend. Een café, wel gekend in alternatieve middens en bij de rijkswacht, die regelmatig een groepsbezoek bracht aan het etablissement, en er daarbij niet voor terugschrok de medebezoekers een geleide reis naar de kazernes op te dringen.

In 1972 werd er een pand in de Spoormakersstraat 52 gehuurd, waar café werd gehouden, een boekhandel uitgebaat en waar allerlei comités en bewegingen konden vergaderen, al dan niet in hun doen en laten gevolgd door anonieme bewonderaars,die gretig verslag uitbrachten aan hun oversten over de snode plannen van al die vergaderaars.

Vanuit Dolle Mol vertrok een Free Press Bus waarmee Herman J. Claeys allerlei festivals onveilig maakte, en zowel undergroundstrips als alternatieve publicaties en stencils te koop aan bood.

Zeker tot 1985 was Dolle Mol een ontmoetingsplaats, een literair centrum, een kweekvijver van muzikaal talent, een aparte plek in een overigens eerder conformistisch Brussel.

Met als man achter en voor de schermen Herman J. Claeys.

watislinks.jpg

Herman kwam in 1935 in Brugge op de wereld. Hij was enige tijd leraar. In de jaren zestig was hij, zoals hierboven beschreven, nauw betrokken bij de Provo-beweging en enkele kritische jongerentijdschriften. In dezelfde periode manifesteerde hij zich ook als een geëngageerd criticus, onder andere met de bundel Wat is links? Hij is auteur van romans, verhalen, poëzie, essays, songteksten en toneel, en hield zich bezig met woord-beeldinstallaties, poëtisch-muzikale acts, projecten met doorlopende muurpoëzie en tentoonstellingen van visuele poëzie. Overigens werkte hij ook jarenlang mee aan de Wolters woordenboeken en is hij samensteller van het Vlaams Dialectenwoordenboek. Het werk van Herman J. Claeys drijft heel vaak op het conflict tussen het individu en een (over)geïnstitutionaliseerde maatschappij, dat op een sterk allegorische en symbolische wijze wordt geëvoceerd.

Nog geen 75 jaren na zijn geboorte, lijkt er een einde te komen aan Hermans drukke leven. Herman lijdt aan een terminale ziekte, wordt palliatief verzorgd, maar is onder begeleiding gelukkig nog in staat zich te verplaatsen.  Het Masereelfonds, Dolle Mol en de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers  (VWS)  hadden niet veel moeite om Herman J. Claeys te overtuigen afscheid te komen nemen van Brussel en van ‘zijn’ Dolle Mol.

Op vrijdag 18 december 2009, vanaf 20u stelt het VWS een cahier / monografie (opgesteld door schrijver-beeldhouver Renaat Ramon) voor, komen diverse vrienden van Herman een woordje zeggen en is er een streep muziek.  VWS biedt de aanwezigen ook een receptie aan.

Afspraak dus op vrijdag 18 december, om 20u in café DOLLE MOL, Spoormakersstraat 52, 1000 Brussel. Met pijn in het hart nemen we afscheid van een Westvlaming, die zijn sporen naliet in Brussel en zijn laatste levenstermijn in Antwerpen doorbrengt. We hopen op talrijke aanwezigheid van eenieder die onze waardering voor Herman J. Claeys deelt.

Namens Dolle Mol, Masereelfonds en de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers,

Bernard Desmet, Masereelfonds, 02/502 38 80, www.masereelfonds.be

Zie ook:

www.hermanjclaeys.nl

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Mercredi 9 décembre 2009 3 09 12 2009 19:19

Het moet in het jaar 1966 zijn geweest dat Ramses Shaffy verzeild raakte op een van de multimedia avondjes die de legendarische Koos Zwart onder de naam “Provadja” organiseerde in de voormalige filmzaal op de tweede verdieping aan de achterzijde van het gebouw Felix Meritis, aan de Keizersgracht van Amsterdam.

Dit gebouw dat in Amsterdam bekend stond als het hoofdkwartier van de Communistische Partij van Nederland (CPN) en de redactie van De Waarheid huisvestte (de huidige Kremlinzaal), werd uit financiële noodzaak door de CPN incidenteel verhuurd aan verenigingen en organisaties die voor hun activiteiten een zaaltje zochten. Zo was ook de culturele undergroundclub Provadja er terecht gekomen.


Ramses voelde zich er onmiddellijk helemaal thuis. De zaal was verduisterd, er hingen lakens vanaf de balkons naar beneden, er waren geen zitplaatsen, maar wel een soort podium waarop acts te zien waren. Het publiek kon lopen liggen of staan in de zaal die voornamelijk verlicht werd door de flakkering van de non-stop vloeistofdia projectie afgewisseld met dansachtige performances, illusionistische acts, gedichten en muziek. Uiteraard mocht er gewoon gerookt en gedronken worden.


Voor Ramses gold dat hij getuige was van een herinterpretatie van de formule die hijzelf enige jaren daarvoor in het Miranda paviljoen aan de Amstel in Amsterdam onder de naam Shaffy Chantant ten doop had gehouden. Het moet hem hebben opgewonden en gevleid te zien dat de voorhoede van de toenmalige jeugdcultuur er wel raad mee wist. Hij zag ook dat de ovale zaal met balkon een ideale uitvalsbasis kon bieden wederom een nieuw vast programma in Amsterdam te presenteren.


Hij wist zijn toenmalig management: M.M. Chanowski Productions NV ervan te overtuigen dat de zaal gehuurd moest worden voor een waardige opvolger van het vermaarde Shaffy Chantant. Thijs Chanowski, bedenker en producer van onder meer Fabeltjesland, slaagde er in met de CPN een huurovereenkomst van een jaar te sluiten, op verzoek van Ramses de Merkelbach Groep aan te trekken om de zaal van boven tot onder te beschilderen met psychedelische motieven en financierde de aankoop van tweede hands Perzische tapijten en spoorbielsen, die verzaagd en bekleed met eveneens Perzische tafelkleden voor de noodzakelijke eenheid in vormgeving van de zaal moesten zorgen.


Intussen had Ramses een omvangrijk nieuw ensemble samengesteld. Naast het trio Louis van Dijk traden nog vier jonge kunstenaars toe waarvan Thijs van Leer de bekendste is. Behalve Liesbeth List en Ramses stonden er dus nog zeven artiesten op het piepkleine podium van de Filmzaal van Felix Meritis die voor de gelegenheid was omgedoopt tot Theaterzaal. Het nieuwe programma ging in 1967 in première onder de naam Shaffy Chantate en stond gedurende één seizoen in Felix.


Op de affiches stond: Ramses in Felix, in een poging zo veel mogelijk publiek naar deze gloednieuwe speelplek te lokken. Publiek kwam in groten getale, in de weekends moesten de balkons worden volgepropt en van een tweede rij stoelen voorzien om zo veel mogelijk belangstellenden te bergen. Het is dus niet zo verwonderlijk dat Ramses na dit seizoen door wilde.


Toen ondanks het publiekssucces de financiële eindafrekening desastreus bleek te zijn was een breuk tussen Ramses en Thijs Chanowski onafwendbaar. Ramses kwam tot een akkoord met zijn toenmalige tourneemanager en bedrijfsleider van het Chantate programma in Felix, Steve Austen, over een nieuwe opzet. Austen zou voor eigen rekening en risico een nieuwe huurovereenkomst met de CPN sluiten, vrij zijn ook andere programma’s dan dat van Ramses te programmeren en zou optreden als de  belangenbehartiger van Ramses. In ruil voor zijn ondernemersrisico verleende Ramses aan Austen het exclusieve recht alle programma’s die hij in Felix zou programmeren onder de naam Shaffytheater naar buiten te brengen. Een en ander werd vastgelegd in een overeenkomst die eind 1968 werd getekend. Vanaf die datum was de naam Shaffy, ook zonder fysieke aanwezigheid van de meester, aan de steeds omvangrijker wordende programmering in het gebouw Felix Meritis verbonden.


Het Shaffytheater opende met het programma Shaffy Verkeerd, waarin veel ruimte was voor gasten. Gaandeweg was Ramses zelf steeds minder aanwezig en ontwikkelde zich min of meer organisch de formule waarmee het Shaffytheater, ”het theater waar alles kan”, in de jaren 70 triomfen vierde.

In de loop der jaren waren ook de Concertzaal en de Zuilenzaal in gebruik genomen. In het weekend waren in sommige zalen wel drie voorstellingen achter elkaar, was er livemuziek in het café en met enige onregelmatige regelmaat vond een totaalweekend in het hele gebouw plaats waarvoor publiek bereid was uren op de gracht in de rij te staan om toegelaten te worden volgens het principe: één eruit is één erin.


Het succes was mede te danken aan de series die de ‘vaste’ bespelers gaven: Neerlands Hoop in Bange Dagen, Funhouse en Baal, gevolgd door de nieuwe Nederlandse dansscène: Krisztina de Chatel, Dansproductie en niet te vergeten Truus Bronkhorst. Nog voor de Movies in Amsterdam zijn deuren opende had Shaffy zelfs de primeur van het eerste filmhuis van Amsterdam. Buiten de vaste bespelers hebben heel wat andere beeldenstormers hun entree via Shaffy gemaakt. Een groot aantal onder hen sloot zich aan bij een groep of stootte door naar grotere, erkende gezelschappen.


Gaandeweg konden ook een aantal Vlamingen of Vlaamse gezelschappen in het Shaffytheater aan de slag. De Vlaamse inbreng is voornamelijk te danken aan het Kaaitheater, indertijd o.l.v. Hugo De Greef. Memorabel waren de voorstellingen van Guy Cassiers, Radeis, Parisiana, Anne Teresa de Keersmaeker, De Zwarte Komedie met een stuk over Cyriel Verschaeve. Toen bij die voorstelling neo-nazi’s opdaagden om stampei te maken, werden ze door de knokploeg van de communistische partij het gebouw uit gekegeld.


Ook ondergetekende heeft volop zijn gang kunnen gaan. De monoloog Reis naar het einde van de nacht, naar het gelijknamige boek van Louis-Ferdinand Céline had zulk groot succes dat extra voorstellingen onvermijdelijk waren. Prolongatie was echter niet mogelijk. Je had je kleedkamer nog niet opgeruimd of er stond al een andere performer, een nieuw gezelschap uit te pakken. Dus stond er niets anders op dan elke avond een tweede voorstelling te geven. Het waren slopende dagen, maar de geweldige sfeer hield je overeind. Ook Lijmen naar de roman van Willem Elsschot stond meerdere malen een week of twee op het programma.


Gesteld mag worden dat de plek van de definitieve doorbraak van een aantal Vlamingen het Shaffy Theater is. Ze werden er met respect ontvangen, keurig betaald en desnoods van eten en drank voorzien. Shaffy Theater had ook een souterrain, ten huize van directeur Steve Austen, waar minvermogenden konden logeren.


Na twintig jaar was de Shaffyformule aan herijking toe. De naam Shaffytheater verdween en de Felix Meritis Foundation werd de nieuwe merknaam. Inmiddels zijn we wederom twintig jaar verder en kan gesteld worden dat de onconventionele allround kunstenaar en pionier Ramses Shaffy een niet te onderschatten rol heeft gespeeld in de geschiedenis van het huidige theaterleven in de Nederlanden. Hij is al die jaren zo af en toe met eigen ogen wezen kijken wat er van zijn geesteskind geworden is. Bij die gelegenheden was hij iedere keer weer vol nieuwsgierigheid en verbazing over wie en wat er allemaal in “zijn” gebouw aan het werk waren.

Guido LAUWAERT

[met dank aan Steve Austen]

Par CDR-Mededelingen
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Lundi 7 décembre 2009 1 07 12 2009 03:51


2 december. Gisteren ontving ik La Wallonie et la Première Guerre mondiale. Pour une histoire de la séparation administrative van historicus Paul Delforge, vandaag valt de vijftalige editie van De vlinderboom in de bus. Beatrijs van Craenenbroeck, die ik mocht begroeten bij de uitreiking van De Diamanten Kogel 2009, was zo vriendelijk mij opnieuw een exemplaar te bezorgen.

Anton van Wilderode (1918-1998) publiceerde de bundel in 1985. De dichter spreekt met de stem van Keizer Karel en beschrijft zijn reis vanuit Vlaanderen naar Spanje tot in het klooster van Yuste waar hij verblijft tot aan zijn dood. De vlinderboom – reisverhaal, dagboek en levensgeschiedenis – is een uniek poëtisch document. Bij de Fundación Academia Europea de Yuste, in samenwerking met de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode, verscheen in 2005 een vijftalige editie (Nederlands, Spaans, Portugees, Frans en Engels).

Ik heb destijds die publicatie in Mededelingen gesignaleerd, maar kon er de hand niet meer op leggen. D'Israeli wist het al: “Great collections of books are subject to certain accident besides the damp, the worms and the rats; one no less common is that of the borrowers, not to say a word of the purloiners”...

Wanneer krijg ik de vroege bundels van Pernath (nota bene met opdrachten) terug ? En de plaquettes van Paul Neuhuys (idem) ? Le journal d'un philosophe van graaf Hermann Keyserling ? Terug naar Stonehenge van Hubert Lampo ? Het exemplaar van Van Gogh-reflekties op Van Ostaijen van Mark Edo Tralbaut, uitvoerig geannoteerd door Floris Jespers ? Mijn exemplaren van Variétés ? Het zijn heus niet alleen studenten die ravages aanrichten...

Mensen benijden die genoeg karakter hebben om principieel geen boeken uit te lenen? Ik weet het niet. Ik deel graag mijn geestdrift. Met accent op drift. (Ceterum censeo: Habent sua fata libelli.)


Deze middag, koffie met Pruts en Luc in het aquarium van De Boer van Tienen. (Tussen haakjes: sinds Pruts geopereerd is aan de ruggengraat (ach, die storende 'n') en zich voorlopig uiterst voorzichtig moet verplaatsen en om schokken te vermijden geen auto mag rijden, laat staan gebruik maken van het – vaak brutale – openbaar vervoer, heb ik op enkele weken tijd vaker de tram genomen dan in al de voorbije jaren samen.) Luc overhandigt mij een exemplaar van zijn nieuwe bundel.

Betere tijden lachen ons toe is de eerste bundel van Luc Boudens sinds Laat maar waaien uit 1995. De tekst is in de herfst van 2009 met de hand gezet uit de Goudy Old Style en met de handpers gedrukt op geschept Gambi papier. De tekeningen van Luc Boudens zijn eveneens met de handpers afgedrukt. De oplage blijft beperkt tot zestig ingenaaide en gesigneerde exemplaren, genummerd van 1 tot 60.

Deze dag kan niet meer stuk.

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander
Dimanche 6 décembre 2009 7 06 12 2009 18:32

2 december. Wie slechts uit woorden bestaat krijgt ook minder aangename dingen te lezen.

Gedurende meer dan twintig jaar heeft de literaire culturele kring Apollo te Diest zich voorbeeldig ingezet, niet alleen op het lokale vlak, om literatuur op allerlei wijze te promoten. De druk bezochte zondagochtend-lezingen trokken steevast ook toehoorders uit Nederland. Apollo dreef al die jaren op louter vrijwilligersinzet en diende heel zuinig om te gaan met de beschikbare middelen.

Het bestuur van Apollo deelt nu mee dat vanaf 1 januari 2010 alle activiteiten gestaakt worden en dat de vzw ontbonden wordt.

In tegenstelling met enkele jaren geleden toen ze ons nog daadwerkelijk steunden (waarvoor onze welgemeende dank) maken de subsidiërende overheden, met name het Vlaams Fonds voor de Letteren en de dienst Cultuur van de provincie Vlaams-Brabant, het ons moeilijk.

In plaats van onze gekende werking (waarvan auteurs en toehoorders geregeld stellen dat deze uniek is in Vlaanderen!) financieel te continueren, werd er ieder jaar op het reële aangevraagde subsidiebedrag bezuinigd, dit ondanks het feit dat de kosten om een kwalitatief goed programma op te stellen en een vereniging draaiende te houden, steeds maar blijven stijgen.

De subsidiereglementen worden voortdurend gewijzigd en er dienen steeds vuistdikke dossiers worden opgemaakt in afwachting dat de commissie adviseert om ons nog minder subsidies te geven. [...]

Wij betreuren ten zeerste dat – zowel het Vlaams Fonds voor de Letteren als de dienst Cultuur van de provincie Vlaams-Brabant – door hun afwijzende én negatieve houding ons de indruk geven dat zij onze organisatie uit het ‘literaire werkveld’ willen doen verdwijnen. 

Een aantal keren hebben we beroep aangetekend tegen hun beslissingen. Maar wanneer men vaststelt dat men voor de beroepsprocedure terecht komt bij dezelfde mensen die een ongunstig advies hebben gegeven, wordt men er zich van bewust dat verder werken geen zin meer heeft.

Tja, Diest ligt nu eenmaal niet in de Vlaamse rand. Anders zou Apollo wel onder de subsidies bedolven worden. Verder kan het hier niet de bedoeling zijn op alle slakken zout te leggen, maar dat de werking van het Vlaams Fonds voor de Letteren op heel wat punten vatbaar is voor gegronde kritiek, lijdt wel niet de minste twijfel.

Tijdschriften als Kruispunt en Revolver geven het op, nu ook de kring Apollo. Gierik & NVT blijft voortbestaan, maar kan geen honoraria meer uitbetalen.

Henri-Floris JESPERS

Par CDR-Mededelingen - Publié dans : littérature
Ecrire un commentaire - Voir les commentaires - Recommander

Pages

Présentation

Créer un Blog

Recherche

Calendrier

Décembre 2009
L M M J V S D
  1 2 3 4 5 6
7 8 9 10 11 12 13
14 15 16 17 18 19 20
21 22 23 24 25 26 27
28 29 30 31      
<< < > >>
Créer un blog sur over-blog.com - Contact - C.G.U. - Rémunération en droits d'auteur - Signaler un abus - Articles les plus commentés