Overblog
Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
21 février 2015 6 21 /02 /février /2015 19:18

 

AkhnatenFoto.jpg

Ik ben al sedert jaren verwoed fan van zowel Philip Glass (van zijn opera’s en symfonische muziek tot zijn samenwerking aan Leonard Cohen’s Book of Longing) als van Walter Van Beirendonck (van zijn T-shirts tot zijn wintertruien). Bovendien hou ik erg van de klankkleur van een contratenorstem en met het continuo van de hypnotiserende muziek van Glass nog nagalmend in mijn hoofd (hoewel intussen nog naar een opname van PSG-Chelsea gekeken en dan heerlijk geslapen) valt hier nauwelijks een uitgebalanceerde en weloverwogen tekst te verwachten.

 

Eerst even wat geschiedenis dan maar, om op te warmen. Glass componeerde Akhnaten in 1983 in opdracht van de Opera van Stuttgart. Het is zijn derde opera in een cyclus over drie historische figuren: eerst Einstein on the Beach, dan Satyagraha (over Gandhi), en uiteindelijk Akhnaten.

Akhnaten is de naam die Farao Amenhotep IV zichzelf in 1375 voor onze tijdrekening toekent. Akhnaten is revolutionair: hij maakt komaf met het legertje goden dat de Egyptenaren hadden verzonnen. Vanaf nu is er slechts één god: Aten, de zonneschijf. Akhnaten zou zo de grondlegger van het monotheïsme kunnen zijn, een wereldhervormer. Na Akhnatens dood (Akhnaten regeerde maar zeventien jaar) hervalt echter ‘het volk’ in de oude gebruiken, zijn revolutionaire ideeën verdwijnen in de mist van de geschiedenis: in de latere Egyptische geschriften wordt hij zelfs als ‘de crimineel’ beschreven. Vanaf onze 19deeeuw wordt farao Akhnaten weer actueel, namelijk door de ontdekking van het graf van zijn zoon Toetanchamon. Zijn vaderschap van Toetanchamon werd via DNA-test bewezen in 2010, de moeder van Toetanchom was Kiya, de eerste vrouw van Akhnaten. Nefertiti was zijn tweede vrouw, zij hadden zes dochters.

 

Philip Glass en zijn drie kompanen-librettisten baseerden zich voor deze opera op authentieke teksten: een gedicht van Akhnaten zelf (uit het Egyptische Dodenboek), evenals van decreten en brieven uit de zogenaamde Amarnaperiode (de zeventien jaar waarin Akhnaten regeerde). De teksten worden, ook in de huidige uitvoering door de Vlaamse Opera, deels in het Egyptisch, deels in het Akkadisch en het Bijbels Hebreeuws geciteerd. Op verzoek van Glass wordt de tekst van de Schrijver gesproken in de taal van het land van de uitvoering, hier dus in het Nederlands. In deze uitvoering worden de drie bedrijven herverdeeld: de pauze vindt plaats na de tweede scene van het tweede bedrijf. Of de duidelijke dissonanten tijdens de ouverture zo door Glass gewild werden moet eens iemand anders uitzoeken, ik kon ze alleszins op diverse YouTube uitvoeringen of op cd en Spotify niet terugvinden: mij leken ze volledig aan de uitvoerders toe te schrijven, wat nauwelijks denkbaar zou mogen zijn.

 

De opera begint bij de begrafenis van Akhnatens vader Amenhotep III, loopt door via de kroning van Akhnaten; pas in een derde scène komt Akhnaten eindelijk zelf aan het woord, de opera is dan al ruimschoots een half uur aan de gang. Na de heroïsche en mannelijke koorzangen werkt de contratenor van Akhnaten erg verrassend – Nefertiti, vertolkt door een mezzosopraan, heeft een lager stemtimbre dan haar farao.

In een tweede bedrijf (door de pauze onderbroken na een liefdesduet tussen Akhnaten en Nefertiti) beschrijft de opera het hoogtepunt van de regeerperiode van Akhnaten en Nefertiti, gevolgd door een hymne aan de enige god Aton, gezongen in het Nederlands.

In een derde bedrijf lijkt alles in het paleis peis en vree voor de farao en zijn gezin, maar het rijk van Akhnaten is omsingeld door vijanden, het paleis wordt verwoest, de koninklijke familie vermoord. Uiteindelijk keert de opera zich naar de huidige tijd: de Schrijver is een toeristengids geworden, uit een gidsboekje leest hij een paragraaf voor waaruit blijkt dat van de prachtige tempels en paleizen van Akhnaten nog nauwelijks een ruïne overblijft.

Glass eindigt met een epiloog waarin de geesten van Akhnaten, Nefertiti en Koningin Tye (de moeder van Akhnaten) tussen de ruïnes van hun paleis dwalen. De carnavaleske rouwstoet uit het eerste bedrijf komt weer opdagen. Muzikaal eindigt deze derde opera uit de cyclus met de eerste lijnen uit de ouverture van Einstein on the Beach, zo rondt Glass zijn werk mooi af.

 

Komaan nu, een beetje moed en een evaluatie! Laat ons even die dissonanten uit de ouverture vergeten, want daar ben ik nog steeds niet gerust in. Verder kan hier alleen maar lof klinken: Antwerpen en Gent tonen waarin een klein operagezelschap groot kan zijn.

 

Decorbouwer en regisseur Nigel Lowery liet zich voor de achtergrond inspireren door de houtgravures van Frans Masereel: het paleis van zonaanbidder Akhnaten staat er donker en dreigend bij, de slogan FOREVERaan de kroonlijst lijkt eerder op een banvloek dan op een hoopgevende religieuze slogan. Links en rechts van het podium staan als totems twee figuren die zo uit een schilderij van Fred Bervoets kunnen komen, tijdens de voorstelling spookt ook de naam Paul van Ostaijen voortdurend door mijn hoofd. Tegen deze omineuze achtergrond dagen dan de knallers van kostuums van Van Beirendonck op, wat heeft die man zich tijdens het ontwerpen zitten amuseren – en laat dat alsjeblief niet denigrerend klinken - hiermee kan je ongegeneerd naar Parijs en Londen. Naargelang de opera vordert vermindert uiteraard de bevreemding, maar pas na de pauze trekt Van Beirendonck alle registers open. Het ballet van de zes dochters is fabelachtig, alle lof dus ook voor choreograaf Hosseinpour.

 

Opera zou eigenlijk geen wintersport mogen zijn: niet alleen moet je het voortdurende gehoest en geproest van medetoeschouwers doorstaan, ook zangers lijden aan verkoudheden: voor de rol van Amon werd vanavond naast het podium gezongen door koortenor Stephan Adriaens, en geacteerd door de originele zanger, Adam Smith. Dat verliep vlekkeloos, zoals dat wel meer gebeurt, operazangers zijn professionals. Kai Rüütel zong een mooie Nefertiti, en contratenor Tim Mead (soms nogal aan de diepe kant, dat wel) deed het uitstekend als de zonnekoning.

Het koor van de Vlaamse Opera deed het gewoon prachtig, het orkest (laat me nu toch die paar valse noten uit m’n kop zetten) eveneens. Dirigent Titus Engel kwam, gehuld in een creatie van Walter Van Beirendonck, een enthousiast publiek bedanken.

 

Voilà, het is uitgetikt en herlezen, en nog wervelt Philip Glass door mijn hoofd. De Vlaamse Opera heeft zich, in weerwil van alle financiële en andere bekommernissen, van zijn beste kant laten zien. Zolang ‘we’ (ik spreek al als een voetbalsupporter) zulke uitvoeringen kunnen blijven brengen (en er volle zalen voor krijgen), en zolang Van Beirendonck blijft ontwerpen (kijk maar naar de prachtige oranje outfits van de Antwerpse stadswerkers, allemaal authentieke Van Beirendoncks!) is alle hoop nog niet verloren.

René HOOYBERGHS

18 februari 2015

 

Akhnaten

Philip Glass

Opera in drie bedrijven, libretto van de componist i.s.m. Shalom Goldman, Robert Israel en Richard Riddell, met zangteksten geselecteerd uit originele bronteksten door Shalom Goldman.

Eerste uitvoering: Oper Stuttgart, 24 maart 1984

*

Muzikale leiding: Titus Engel

Regie en decor: Nigel Lowery

Choreografie: Amir Hosseinpour

Kostuums: Walter Van Beirendonck

*

Akhnaten: Tim Mead, contratenor

Nefertiti: Kai Rüütel, mezzosopraan

Queen Tye: Mari Moriya, sopraan

Horemhab: Andrew Schroeder, bariton

Amon: Stephan Adriaens (i.p.v. Adam Smith), tenor.

Amenhotep (de verteller/schrijver): Geert Van Rampelberg

*

(Uitvoering van 17 februari 2015, Vlaamse Opera Antwerpen. Opvoeringen in Gent op 4, 6, 8 en 10 maart.)

Zie ook de bijdrage van Guido Lauwaert:

http://mededelingen.over-blog.com/article-philip-glass-akhnaten-125537734.html



Partager cet article

Published by CDR-Mededelingen - dans Musique
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche