Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
10 décembre 2014 3 10 /12 /décembre /2014 01:28

 

maigret_tuin.jpg

Ik wil niet meer reizen, ik ben tevreden in Lausanne. Ik heb ontdekt dat Zwitserland een land is waar de mensen respect voor elkaar hebben. Hier heeft nooit iemand zonder invitatie bij mij aangebeld. Niemand heeft ooit geïnformeerd naar mijn politieke, religieuze of filosofische denkbeelden.’

Een fragment uit een interview van 1973 waarmee de biografie van Georges Simenon opent. Een bijzonder vlot en informatief boek geschreven door Patrick Marnham en verschenen in 1992, drie jaar na Simenons overlijden. Heel wat keizers uit de literaire wereld prezen het de hemel in. Onder meer Julian Barnes, Peter Ackroyd, Anita Brookner, Michael Dibbin en Rinus Ferdinandusse.
Op het moment van verschijnen had zowat de halve wereld kennis gemaakt met het beroemdste geesteskind van Simenon, Maigret. Ik zit in de massa en veel later vernam ik dat ook Michiel Hendryckx [1951] tot de fans van de detective en zijn geestelijke vader behoort. Maar niet enkel de detective stories droeg hij door de jaren met zich mee, maar ook zijn psychologische romans.

michiel_hendryckx_zelfportret.jpg 

Michiel Hendryckx, Zelfportret

Dit wetende is het dan ook niet verwonderlijk dat toen het bestuur van Confituur – een kleurrijk verbond van onafhankelijke boekhandels – bij Michiel Hendryckx aanbelde en hem vroeg het jaarlijks boekhandelsgeschenk van de – even diep ademhalen – Dag van de Onafhankelijke Boekhandel te schrijven, hij na amper beraad koos voor een van zijn literaire goden als hoofdpersonage van een kort verhaal, en het de titel kreeg: De tuin van Maigret.
De keuze van Hendryckx volgt op die van Marc Didden in 2012 en Geert van Istendael in 2013. Het is dus voor de derde maal dat deze
Dag doorgaat en een fraai uitgegeven boekje gratis gegeven wordt aan de koper [m/v] bij aankoop van 12,50 €. Een belachelijk bedrag, gezien enkel afgeprijsde boeken op of onder dat bedrag zitten. Confituur zij geprezen. Het cadeau is eigenlijk een cadeau bij een cadeau, voor wie zich tot dat minimumbedrag beperkt. Het zou mij bovendien niet verwonderen dat het verhaal van Michiel Hendryckx literair meer waard is dan het afgeprijsde boek of de uitgave die tijdelijk voor een spotprijs in de aanbieding staat.

Net als Simenon is Hendryckx een groot bewonderaar van vrouwen. Het heeft niets met zijn vak, fotograaf, te maken, maar met zijn intense liefde voor schoonheid van eender welke natuurlijke vorm, kunstgenre of menselijk ras in zijn ontelbare culturen en vele generaties. Hij heeft die liefde altijd in beeld gebracht en er gaandeweg ook commentaar op gegeven. Zo werd hij naast fotograaf een schrijver, met als goedaardige afwijking de drang om die liefde te delen.
De Tuin van Maigret is daarom niet alleen een ode aan Simenon, maar tevens aan de wereldliteratuur levend boven de hoogste wolken. Het verhaal vertelt een gewilde ontmoeting van het hoofdpersonage, Joseph Gervais, met de gepensioneerde commissaris Maigret, die na zijn typische brommerig toon en afstandelijkheid de gast toch ontvangt. Haast de helft van het verhaal is de aanloop tot de ontvangst, wat volgt een zo goed als lange monoloog van Maigret. Hij opent zijn innerlijk gemoed in combinatie met een praatje op het terras, gevolgd door een wandeling in zijn moestuin, en zijn gast. Maigret toont hem al dat moois. Wat hij gekweekt heeft en voor welke verrassingen de kweker soms staat. De mens wikt, maar de natuur beschikt.

Allemaal goed en wel, maar het opvallendste is dat het geheel slechts een aanleiding is om de literaire goden van Michiel Hendryckx scherp of onscherp te kadreren, zonder dat het verhaal er schade bij ondervindt. Dostojewski komt terloops aan bod, Montaigne, Elsschot. De vrouw van Maigret heet Louise, dezelfde naam als de meid in Villa des Roses waarop Grünewald [WillemElsschot = Alfons De Ridder] verliefd wordt.
Maar meer dan de genoemden komt een kort verhaal van Tennessee Williams opzetten. Het verscheen in 1987 en heet
Iets van Tolstoi. Het is van een diepgaande tederheid, dat eindigt in een pijnlijke triestigheid.

Dezelfde tederheid weet Michiel Hendryckx te vinden, maar in plaats van triestigheid eindigt De Tuin van Maigret in hoop, gevat in een vraag. Hij drukt de liefde van de schrijver uit voor zijn leermeester, althans één van de grote, de man waaraan hij zijn liefde voor de literatuur te danken heeft. Het is een neutraal verhaal en toch zit er een warme liefde in. Als dank om eeuwig het avontuur te blijven zoeken, maar tevens de waarde van een eigen huis, een apart territorium te leren waarderen. Reizen is met plezier weggaan, maar met nog groter genoegen thuiskomen.

Wat een gelukkige keuze. Kennen we de schrijver als een explosieve bon vivant, een wilde verteller, met De Tuin van Maigret heeft Michiel Hendryckx een literaire schepping gebaard uit de top tien van de Nederlandstalige literatuur van de tweede helft van de 20steeeuw tot nu. Intiem, gaaf, punctueel, scherp en met een stijl waarin een innige liefde schuilt voor het onderwerp als artistiek snoepje, Simenon als vader, en de lezer als innige vriend.

Guido LAUWAERT

 

DE TUIN VAN MAIGRET – Michiel Hendryckx – Confituur – vanaf 12 december als garnituur bij de confituur – www.confituurboekhandels.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
8 décembre 2014 1 08 /12 /décembre /2014 18:53

 

PatrickDeGroef.jpg

Patrick De Groef

De bekende Gentse boekhandel De Kaft sluit eind van het jaar. Opgericht in 1972 door Patrick De Groef als tweedehandsboekhandel is de zaak met de jaren uitgegroeid tot de grootste privé ramsjboekhandel en antiquariaat van Gent.

Heel wat auteurs, professoren en assistenten zijn er in hun studentenjaren langs geweest. Sommigen, nog bedrijvig, kan je er wel eens ontmoeten, een boek naar waarde wikkend en wegend. De gemiddelde korting van 30% was ideaal om leergierige jongeren met een beperkt budget aan het begeerde geestelijke voedsel te helpen. Tom Lanoye sprong er een paar maal per week binnen, net als Stefan Hertmans, Hugo Claus, Herman Brusselmans, Jotie ‘t Hooft, Paul Snoek, Jaap Kruithof, Leo Apostel, Anne-Marie Musschoot, Carel Devos, Jacques Van Schoor, Yves Tsjoen, Carl De Struycker en vele andere. Kortom, goden en halfgoden en hun volgelingen bedrijvig in het artistieke leven van Gent waren er bij wijze van spreken kind aan huis.

DE GOUDEN JAREN
Na een tiental jaren verhuisde De Kaft naar een groter pand aan de Kortrijksepoortstraat. Daar kende de zaak zijn grootste succes. Tijdens de gouden jaren van 1980 tot het begin van de 21ste eeuw, werkte De Groef met twee personeelsleden. Ook Bart Van Aken heeft er zijn vak geleerd, de man wiens boekhandel Paard van Troje onlangs getroffen werd door een ramp wegens een waterlekkage in een bovengelegen flat.
Een paar jaar geleden is De Kaft naar een kleinere ruimte aan de overkant van de straat verhuisd, eenmaal de plannen om de afbouw begonnen te rijpen. In nummer 5 is de definitieve uitverkoop begonnen. Op de al afgeprijsde boeken is er tot de definitieve sluiting op 23 december een korting van 40 tot 50%. Wat de laatste dagen tot een stormloop heeft geleid.

HET BETERE BOEK
Het succes tot op de dag van vandaag is te danken aan de focus vanaf het begin op het Betere Boek, Geschiedenis en Kunstboeken. Ook de strips kregen een belangrijke plaats gekregen. Zo wist hij af en toe de hand te leggen op verzamelingen van eerste drukken. De thrillers hadden hun eigen hoek, lang voor het genre een hype werd. Na de sluiting zal Patrick De Groef het restant, verkopen via zijn webshop, www.dekaft.be.
Wie een boek mankeert in zijn bibliotheek kan nu zijn slag slaan, want naast de winkelvoorraad zijn er nog twee magazijnen, volgestouwd met zeldzame uitgaven, best- en longsellers. Nu de opruiming is ingezet staat hij zelf soms voor verrassingen over wat hij met de jaren heeft aangekocht, maar door zijn vele aankopen, die een vorm van verslaving werden, verdwenen in de massa.

Guido LAUWAERT

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
7 décembre 2014 7 07 /12 /décembre /2014 00:43

 

HLvrouwenEL.jpg

Voor de Elsschottianen is Guido Lauwaert (°Mechelen, 30 mei 1945) geen onbekende. In 1991 publiceerde hij Villa Elsschot   (Amsterdam, Bas Lubberhuizen). In het voorwoord bij Willem Elsschot en de vrouwen  (Amsterdam / Antwerpen, Meulenhoff / Manteau, 2009) werd hij door Rik Van Cauwelaert getypeerd als “een Elsschottiaan sans pareil”. De auteur van Het dwaallicht  is vanzelfsprekend prominent aanwezig in De spookrijder van de Lemmétraat  (Roularta Books, 2012), een lijvige bundel stimulerende beschouwingen. In 1976 bewerkte Lauwaert de roman Lijmen  tot een monoloog die hij niet alleen enkele honderden malen met groot succes opvoerde in Nederland en Vlaanderen, maar ook een tiental maal in Afrika en Zuid-Oost-Azië, in de residenties van de Belgische ambassadeurs, naar aanleiding van de jaarlijkse receptie voor de Nederlandstalige expats.

Enkele jaren geleden schreef Lauwaert een vrije toneelbewerking van Willem Elsschots Kaas  die nu, na heel wat wederwaardigheden, een paar dagen dagen geleden dan toch van de pers kwam. Een conflict tussen de erven Elsschot en de auteur is de oorzaak van die uitgave in verdoken eigen beheer (spookuitgeverij Herodotos) die – jammer genoeg – niet in de handel komt.

*

De publicatie werd aanvankelijk bij monde van de erven geweigerd door de Amsterdamse uitgeverij Athenaeum. Er was namelijk kort voordien een akkoord bereikt met een Nederlandse bewerker. Dat bleek echter een dode mus. Drie jaar later, op 31 maart 2014, vernam Lauwaert van oprichter en directeur van uitgeverij Vrijdag Rudy Vanschoonbeek, dat er niet langer bezwaar was tegen de publicatie van een andere bewerking. De uitgave werd gepland voor september 2014 en aangekondigd in de aanbiedingscatalogus.

Alles was kennelijk rond. Over de practica vergaderden op maandag 5 mei in de foyer van de Bourla: Jan “Tsjip” Maniewski (namens de erven), Cyriel van Tilborgh, voorzitter van het bijzonder actieve WEG (Willem Elsschot Genootschap), uitgever Vanschoonbeek en bewerker Lauwaert. Halverwege de meeting schoof Michaël Vandebril (Antwerpen Boekenstad) aan. De zomercatalogus werd aan elke aanwezige overhandigd, bleek naar ieders wens, en er was verder geen discussie (op een zijdelingse suggestie na betreffende de cover). Jan Maniewski maakte zich sterk dat er met de erven geen problemen zouden rijzen. Ondervraagd over het verloop van de vergadering, verklaart Guido Lauwaert:

'Kort voor het einde gooide de uitgever de vraag op tafel: 'Gaat Ida Dequeecker niet voor problemen zorgen?' Waarop Jan Maniewski op zijn typische wijze – traag, bedaard en met een monkel om de mond – zei: “Laat dat maar aan mij over. Ik regel dat wel.” Waarop even later ieder zijn weg ging, met een goed gevoel.'

Drie dagen later kregen alle betrokkenen, met voorop Cyriel Van Tilborgh, een mail van Jan Maniewski:

Beste Cyriel, Graag zou ik uw laatste mail willen nuanceren. Er werd op de vergadering betoond dat Guido Lauwaert zijn laatste versie van de toneelbewerking aan ons zou bezorgen en dat er contact zou genomen worden met de heer Frits van der Mey van de uitgeverij Athenaeum. Guido heeft grote risico's genomen: in 2010 werd zijn bewerking van Kaas geweigerd! De uitgeverij Vrijdag heeft reeds een toneelbewerking voor september 2014 aangekondigd, echter zonder definitieve toelating van de erven Elsschot en van de uitgeverij Athenaeum. Deze voorwaarden moeten natuurlijk vervuld worden.’

Een donderslag bij heldere hemel. Ida Dequeecker, kleindochter van Elsschot, had haar veto gesteld. Officieel legden alle erven zich erbij neer, maar bij toevallige ontmoetingen betreurden zij de banbliksem van de kleindochter, aldus Lauwaert.

Meester Piet Van Eeckhaut trachtte de plooitjes glad te strijken, maar door geen enkele aangeschrevene werd op zijn brief van 3 juni geantwoord. (Enkele weken later overleed hij onverwachts in Turkije.)

'Betrokkenen antwoorden niet eens! Een gegeven woord is evenveel waard als een schriftelijke afspraak. Gelet de woordbreuk ga ik nu, koppig als ik ben, mijn bewerking in eigen beheer ter beschikking te stellen van de Elsschottianen,' aldus een gekwetste Lauwaert.

Op de vraag of hij niet bang is voor de mogelijke gevolgen antwoordde Lauwaert:: 'Exemplaren komen niet in de handel, mijn toneelversie zal enkel op aanvraag geleverd worden. Dit alles is geschied en zal geschieden met in het achterhoofd het slot van het hoofdstuk 'Business' uit Elsschots roman Lijmen: “Hou vooral moed, ook al loopt het je wekenlang tegen. Betrouw nooit op God, de Mattos. Wees beleefd tegen je klanten, want het zijn je vijanden, vergeet het niet. Zij laten slechts los wat je ze ontwringt en behouden alles waar je niet voor opkomt met je leven.”'

Krijgt dit alles nog een staartje?

Henri-Floris JESPERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Théâtre
commenter cet article
7 décembre 2014 7 07 /12 /décembre /2014 00:05

 

roidesbelges.jpg

België is, als het in de huidige vorm al blijft bestaan, wat monarchie betreft een uniek land. Waar staatshoofden als Elizabeth, Margaretha II, Mohammed VI en Willem-Alexander onderdanen hebben, moet Filip/Philippe het zonder stellen. Zoals al zijn voorgangers dat ook moesten. In de Belgische monarchie bestaat namelijk geen koning van België maar uitsluitend een koning of (als Elisabeth dat nog meemaakt) een koningin der Belgen. De Bulgaarse monarchen mochten zich indertijd evenmin koning van hun land maar ‘slechts’ van hun inwoners noemen. Koning van België of koning der Belgen betekent echt wel iets anders natuurlijk. Het betekent dat de vorst geen enkele goddelijk of juridisch recht heeft op België, maar dat hij koning is bij gratie van de Belgen die na hun revolutie in 1830 voor een monarchie opteerden, en in 1831 een eerste koning verkozen. Er is hier ook geen sprake van de leus De koning is dood, leve de koning!  omdat totdat de nieuwe vorst de eed heeft afgelegd de Ministerraad de macht van de koning uitoefent. Na die eedaflegging ‘neemt’ de koning ‘bezit’ van de troon hetgeen benadrukt dat die niet van hem is maar van de Belgen. Omdat de Belgen historisch en juridisch hun koning zijn voorgegaan (hij is bij de Belgen gekomen en niet vice versa) zijn ze niet zijn onderdanen, maar zijn landgenoten. Er zal komende week van gravin doña Fabiola de Mora y Aragon dan ook afscheid genomen worden door landgenoten, niet door onderdanen….

 

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
5 décembre 2014 5 05 /12 /décembre /2014 06:29

  DeMunt.jpg

Wolfgang Amadeus Mozart [1756-1791] maakte de mooiste opera’s: de muziek lijkt moeiteloos maar is complex, lichtvoetig maar diepzinnig, begrijpelijk maar mysterieus, vrolijk doch niet zonder droeve ondertoon. Er is altijd een happy end, ook al sterft de held aan het einde. Hij is geen suikerbakker en de reden daarvoor zijn de hoger genoemde kwaliteiten en een uitstekende librettist.

*

Het zwaktepunt bij de meeste opera’s is het libretto. Het zijn verhalen ergens vandaan gesleept die ontzield werden en erdoor op de camping van de camp kamperen. De muziek kwam op de eerste plaats, de vertolking op de tweede en het verhaal op de derde. Bij Lorenzo Da Ponte is dat niet het geval. Hij schreef drie libretto’s voor Mozart, maar meer dan bij de andere twee was het libretto van Don Giovanni het resultaat van gekibbel en geknutsel tussen componist en librettist. Ongetwijfeld is het daardoor het meesterwerk van Mozart geworden. Volgens zijn weduwe moet hij dat ook gevonden hebben, al heeft nooit iemand hem dat horen zeggen of staat het in een van zijn honderden brieven.

Wat anders dan een liefdeshistorie met de zeven hoofdzonden kan een verhaal zijn als Don Juan er aan te pas komt? Hij is de patroonheilige van ontrouw, wanhoop, ongeloof, haat, verraad, wraak en passie. De verkorting van de korte inhoud is verspilde energie. De onder- en bovenlagen zijn heel wat belangrijker om de schepping, het concept en de belevenis te begrijpen.

In zijn opera’s streefde Mozart vooral naar het tekenen van menselijke karakters. Het sterkst komt dit tot uiting in Don Giovanni [1787]. Zowel de komische als de ernstige kant worden belicht en iets wat elke mens heeft, zelfs degene met de grootste mensenkennis: hij trapt in de leugen, wordt bedrogen, vergist zich in zijn oordeel. Dat heeft de mens aan zijn verstand te danken en aan dat verstand hebben we niet alleen de oorlog maar ook de kunst te danken. Leugen, bedrog en fout oordeel, daar heeft Don Giovanni geen gebrek aan. Het enig zuivere personage is Il Commendatore, maar die is 99% van de tijd geen mens maar een geest. Nauwelijks verschenen of aan het eind van de eerste scène sterft hij.

Don-Giovanni_87.jpg

Voor deze nieuwe productie heeft De Munt Krzysztof Warlikowski als regisseur ingehuurd. Een wijze beslissing, zij het dat de Pool een prachtig geheel kan bouwen, helaas met enkele constructiefouten, die het geheel als productie verzwakken. Tevens heeft hij te weinig oog voor de afwerking van de karakters, waardoor het de personages aan psychologische diepgang mankeert. Fellini komt eens in gedachten, net als Kubrick, vooral met de centrale bordeelscène uit de film Eyes Wide Shut. Warlikowski concentreert zich op het aantonen hoe actueel het verhaal is. Daarin is hij volledig geslaagd, een pluim op zijn hoed. Hij toont aan dat verleden en heden in niets van elkaar verschillen, tenzij de mode van de tijd. Maar aan die mode heeft hij niets, daarom dat hij zijn producties zo maakt alsof de toeschouwer een voyeur is, getuige van een liefdesdrama vanachter de hoek. Zijn ensceneringen versterken ook de hypocrisie van elke burger. Hij mag dan een naam met faam hebben en naar de opera gaan, de kathedraal van de kunst, waar alle kunstvormen leven en werken, hij is niet krasvrij.

Don-Giovanni_106.jpg

Is de enscenering van Warlikowski geslaagd, wat meer vaart was beter geweest. Don Giovanni is een opera die het moet hebben van tempo. Ze maken dat de toeschouwer bij de zaak blijft en geen oog heeft voor de zwakke momenten van de muziek, de uitvoering, de zang, het spel, het decor en het concept. Niets is volmaakt, maar kan wel veel vergeven en vergeten. In deze productie is het duidelijk dat dirigent Ludovic Morlot orkest en koor van de Munt fabuleus laat blinken, maar zich heeft neergelegd bij de bevelen van de regisseur. Was tot vóór WO II de dirigent de opperpriester van een opera, van de late jaren vijftig is dat de regisseur geworden, wat het evenwicht enigszins stoort. In een opera moet beeld, orkest en stem een gelijkzijdige driehoek vormen. Dan pas treedt men in de lijfgeur van de perfectie.

Gelukkig wordt al dat gemiereneuk zo goed als waardeloos door een voortreffelijke cast. Jean-Sébastien Bou zet een Giovanni neer vol bloed, zweet en een flinke lap humor in gebaar en zang. Barbara Hanninga als Donna Hanna is fabuleus. Loepzuivere stem. Ook Andreas Wolf als Leporello geeft zich ten volle. Eigenlijk valt er over niemand een kwaad woord te zeggen. Hooguit dat Julie Mathevet als Zerlina meer had mogen acteren en minder paraderen. Vergefelijk, gezien haar jonge leeftijd. Wat trouwens bijzonder opvallend is, de jeugdigheid van de grote meerderheid van de solisten en koorleden. De jeugd sleurt de ouderen mee in haar enthousiasme. Waarlijk indrukwekkend is Willard White als Il commandatore. Hij hoeft zijn mond niet open te doen om de aandacht te grijpen. Maar doet hij dat wel, dan hoort men een bas van wereldklasse. Alleen al voor hem zou je deze voorstelling willen zien.

Een meer dan geslaagde productie, deze Don Giovanni, ondanks de fabricagefoutjes. De Munt bewijst alweer dat het zijn geld meer dan waard is. Dat het zelfs met een beschamend budget producties van wereldniveau kan bouwen.

Guido LAUWAERT

 

DON GIOVANNI – Wolfgang Amadeus Mozart – productie De Munt – t/m 30 december – www.demunt.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
3 décembre 2014 3 03 /12 /décembre /2014 15:47

 

Muzeval 191-

De 191ste Muzeval, donderdag 11 december in artistiek literair Café Den Hopsack, focust op Herman J. Claeys (1935-2009) en Marcel van Maele (1931-2009) centraal.

Zowel Herman als Marcel werden geboren te Brugge en beiden overleden in 2009 te Antwerpen. Ze zijn altijd goed bevriend geweest en waren zowel dichter als plastisch kunstenaar.  Marcel werd op latere leeftijd volledig blind en ook Herman was de laatste jaren van zijn leven zwaar slechtziend.

Beiden wilden zich niet beroepen op een strikt copyright. In 1973 stond letterlijk in een bundel van Marcel: "alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever voor zover het niet-commerciële doeleinden betreft." In Hermans Free Press Bookshop lag een door hem geschreven pamflet waarin hij stelde dat iedereen zijn gedichten vrij mocht gebruiken en vervormen. Hiervoor was de fotokopieermachine beschikbaar, mits betaling van 2 frank per kopie.
Tijdens de hommage van de Muzeval zullen vele goede vrienden van Herman en Marcel aandacht besteden aan het werk van beide dichters. Bij deze gelegenheid staat het klassieke “Vrij Podium” van de Muzeval na de pauze in het teken van deze herdenking.

HFJ

Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24, 2000 Antwerpen. Aanvang: 20 uur. Inleiding en presentatie: Bart Van Peer.

Organisatie: Pipelines vzw in samenwerking met Masereelfonds Antwerpen, met steun van Antwerpen Boekenstad.

Info:  bart.van.peer@telenet.be  of www.muzeval.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
2 décembre 2014 2 02 /12 /décembre /2014 16:48

 

redactie-mdd-07-05-13-2.jpg

(c) Jan Scheirs: Redactievergadering (2013)

In het vorige nummer van de CDR-Mededelingen (239-240 de dato 15 november) verscheen “Onthullingen? Neen, common knowledge”, de inleidende aflevering van mijn chronologisch feuilleton over de ophefmakende zaak Schoenaerts. Nu staat de tweede aflevering te lezen: “Matthias en Bruno aan het woord”. De beschikking van de rechter in kort geding krijgt volle aandacht in de volgende aflevering (15 december) en gaf alvast aanleiding tot een gedegen bijdrage in De Juristenkrant van 19 november.

*

Lukas De Vos en Guido Lauwaert reflecteren over de crisis in het boekenvak. Inmiddels deelde Harold Polis mee dat hij geen uitgever meer is van De Bezige Bij Antwerpen (wat, helaas, niet echt een verrassing is...):

Ik blijf altijd trouw aan de mensen met wie ik mag samenwerken, maar het moment is aangebroken dat ik ook trouw moet blijven aan mezelf. Immens is mijn dankbaarheid voor al wat we sinds de oprichting van Meulenhoff / Manteau in 2003 samen hebben bereikt en voor wat we voor elkaar hebben betekend. Dat zal niet verdwijnen. Ik wandel nu vastberaden verder, vol verwachting naar wat er volgt en naar ons weerzien, dat er hoe dan ook zal komen, op weg naar een of ander Emmaüs, of veel dichter bij huis.”

En vandaag in De Morgen (Cult, pp 2-3) een beslist te lezen verhelderend vraaggesprek van Jan Stevens met Harold Polis.

*

De allesteisterende en ontluisterende merchandising – van de Oostakkerse grot naar Passendale en de Menenpoort – wordt vinnig aan de kaak gesteld in de columns van Guido Lauwaert en Frans Depeuter.

*

Uit de eens te meer goed gestoffeerde vaste rubrieken (“Gedicht”; “Kritisch”, “De Onbewoond Eilandkeuze van...”, “Plastisch”, “Door de leesbril bekeken” en “Achteruitkijkspiegel”) blijkt voldoende dat de redactie voor een breed, geschakeerd spectrum kiest.

Een aantal opgenomen bijdragen verscheen eerder op deze blog. (Tussen haakjes: in november telden we 6.532 “unieke” lezers. Sinds de creatie van de blog op 26 januari 2008 werden 565.729 pagina's gelezen...)

*

In Mededelingen 242 (15 december): Rose Vandewalle over Souvenirs van Lucienne Stassaert; een stevig interview van Luc Pay met Yannick Dangre; Guido Lauwaert over Michaël Borremans en, ja hoor, de derde aflevering over de zaak Schoenaerts.

Henri-Floris JESPERS

Hoofdredacteur

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans Actualité
commenter cet article
1 décembre 2014 1 01 /12 /décembre /2014 23:41

 

Noella-Elpers-copie-1.JPG

Met een ex-dj in huis zou je denken dat de keuze van mijn lievelingsliedjes mettertijd wel aan verandering onderhevig geweest moet zijn. Toch is dat niet zo. Het mooiste liedje blijft voor mij Summertime in de versie van Billie Holiday. Dan moet ik altijd denken aan de bitterzoete scene uit Porgy en Bess: een slavin die dit als wiegelied voor haar kindje zingt.

Onbewoond-Eilandkeuze-van-Noella-Elpers.png

Ook Stand by me van Ben E. King hoor ik nog altijd even graag.

Ik heb veel prachtige films en televisieseries gezien, maar het beeld van het in de tijd bevroren sprookjeskasteel uit Doctor Zhivago is mij bijgebleven. Voeg daarbij de broeierige blik van Omar Sharif en de ogen van de mooiste vrouw ter wereld: Julie Christie, en je hebt het hele plaatje.

De-Onbewoond-Eiland-Keuze-van-Noella-Elpers-2.jpg

Uit pure gulzigheid stop ik nog een televisiereeks in mijn koffer: de 8 afleveringen van True detective. Onwaarschijnlijk goed en… geschreven door een dichter! Toch heb ik lang getwijfeld. Ik had De kinderen van de Zoutkreek graag mee gesmokkeld onder een dubbele bodem van mijn valies. Het is een reeks films uit de jaren ’60 die gebaseerd zijn op het boek Samen op het eiland zeekraai van Astrid Lindgren. Maar die staan gelukkig in mijn geheugen gegrift.

De reis naar Inframundo neem ik niet mee omdat ik mijn eiland zal delen met mijn echtgenoot Peter Holvoet-Hanssen. Hij kan heel wat gedichten uit het hoofd citeren. Moby Dick heeft hij al uitgekozen, dus dat hoef ik ook niet in te pakken. Uit pure gulzigheid kies ik niet Engelen vallen langzaam van Karl Ove Knausgård maar Mijn strijd: 1 boek dat bestaat uit 5 dikke boeken!

De-Onbewoond-Eilandkeuze-van-Noella-Elpers-3.jpgEn dan nog een dunnetje: De vanger in het koren van J.D. Salinger dat mij op jonge leeftijd van de sokken heeft geblazen.

 

Noëlla Elpers, Antwerpen

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
30 novembre 2014 7 30 /11 /novembre /2014 19:13

 

BOXED.-Uitnodiging-voor-vernissage-en-tentoonstelling.jpg

Fotograaf Paul Bulteel en dichters Marleen de Crée, Richard Foqué, Albert Hagenaars, Roger Nupie, Annmarie Sauer en Ann Van Dessel exposeren bij SD Worx. Vernissage: 4 december 2014, 19 uur. Lezing door de dichters, met inleiding door Tony Rombouts. Opening 20 uur met receptie.

De tentoonstelling loopt van 5 december tot 16 januari. Alle dagen van 8 tot 19 u. SD Worx, Brouwersvliet 2, 2000 Antwerpen.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article
29 novembre 2014 6 29 /11 /novembre /2014 20:46

 

Oktober14-5120BDB--MirjamDevriendt.jpg

De tentoonstelling in het S.M.A.K. loopt storm, maar Berlinde De Bruyckere heeft tevens een tentoonstelling in Londen. De internationale galerie Hauser & Wirth toont tot 10 januari 2015 recent werk. Ze liggen in de lijn van wat in Gent te zien is en toch ontstaat een vreemd gevoel voor wie haar werk van nabij volgt.

De titel van de expositie luidt Met tere huid / Of tender Skin. Waar slaat die op? Op haar werk of op haar leven? Vermoedelijk een vorm van beide, intenser dan ze ooit zei of liet uitschijnen. De begeleidende folder begint met drie werken After Cripplewood, gevolgd door vijf Met tere huid / Of tender Skin, een vierde After Cripplewood, twee Met tere huid [zonder Engelse vertaling] om te besluiten met drie van haar traditionele stolpen, Glassdome with Cripplewood. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat de opstelling berekend gebeurd is.

Eenmaal voorbij de receptie ligt prominent in het midden van de rechterzaal een boomwortel, een kussen waaruit forse takken van een paar meter lang steken. Ze halen de marmeren lichamen op de siergraven in de kathedralen te voorschijn. Ze liggen op een catacombe. Ook hun hoofd rust op een kussen. Er zijn er bij waar man en vrouw, meestal jong, zo dicht naast elkaar liggen dat ze één lichaam vormen. Sterven met twee is minder erg dan alleen.
Ook de tweede, in een andere zaal, verwekt de indruk een koppel te zijn. Uit één wortelkussen stammend zijn ze gesplit en vrij snel met elkaar vergroeid. Alsof ze de liefde bedrijven. De wreedheid die veel van haar werk kenmerkt, is de wreedheid als de turbine van wat de liefde is.

De twee nieuwe werken op houten planken met ijzeren schragen. Houten schragen doen denken aan wandelstokken, ijzeren aan krukken. Zoals zij het voorstelt zijn de stronken mensen aan het eind van hun leven, nog innig met elkaar verbonden. Ze kruipen de dood in. De scheiding tussen leven en dood wordt benauwder. Sluit ook nauwer aan bij haar vorige periode, waarin de dode paarden in ijzeren staketsels hangen. Door in te zoomen op de schragen en staketsels wordt het belang hiervan benadrukt. Stronken en schragen, en staketsels hebben een [haast] even groot aandeel in het geheel van het kunstwerk. Bij Berlinde De Bruyckere zijn er geen onderdelen, is er geen verkwisting.

Wat de stolpen betreft. Zijn het dode kinderen, niet de geboorte en dus het leven gegund, uit een ondefinieerbare tijd? Het achter glas tableau non vivant is van begin tot einde gecodeerd. Er zit beweging in maar geen ritme. De kijker moet met de stilte van de maskerade tevreden zijn. De functionaliteit ervan wordt door de stolp sans paroles extra benadrukt. Ze in hun geheel, vorm en inhoud, als vervangende functie van dromen zien is Berlinde De Bruyckere kleineren. Ze zijn integendeel de manifestatie van een innerlijk conflict, een deel van het verslindende vruchtbare. De slagvelden van leven zijn slechts delen van het bestaan en zij fantaseert dat tot geheel.

De wax, vervaalde stukken stof, de kleverige draden, het stijve leder, oud hout, verzuurde ijzer, versteende hars van het gareel zet het voltage van de halsgordel als liefdesband of strop, chacun son amour, onder hoogspanning. Het geheel zorgt voor een magische trance, wat heel wat beelden uit de hedendaagse kunst sinds lang niet meer gewoon zijn.

Tot slot zijn er twee waterverfschilderijen, penseel op papier, en vier identieke met als extraatje dat ze collages zijn. De eerste twee behoren tot het domein After Cripplewood. Alle verrassingen die de kunstenares na de strijd, van de worsteling om tot een beeld van het kreupelhout te komen, zijn in deze portretten weergegeven. Ze behoren tot haar poëtische ademhaling. Uitgestrekt, substantieel en met weerklanken, kortom hartstochten.
De collages, behorend tot het domein van Met tere huid, vangen alles wat in het eerste deel van deze alinea staat, maar door de gebruikte techniek zijn ze inniger, met het zuivere gevoel van een oud kind dat de dood als deel van het bestaan ziet. Sommige stroken lossen aan de hoeken of lijken met te weinig lijm bevestigd. Het is maar schijn. Ze verheffen het neutrale tot een soort actief geheel waarin een vaste vorm niet bestaat. Het zijn papieren bas-reliëfs. Naast breedte en hoogte is er diepte aan toegevoegd. Heel subtiel, fragiel – zoals Berlinde De Bruyckere in wezen is.

Wie in de kerstmaand tot vier dagen na Driekoningen in Londen is, is de tentoonstelling een absolute aanrader. Vlakbij Picadilly Circus. Regent Street in en 100 meter verder een zijstraat. Aansluitend op de rechtse hoek aan het eind ervan is de galerie. 23 Saville Row. Je kan niet missen.

Guido LAUWAERT

www.hauserwirth.com

 

Oktober14-5128BDB--MirjamDevriendt.jpgOktober14-5118BDB--MirjamDevriendt.jpgOktober14-5098BDB--MirjamDevriendt.jpgOktober14-5100BDB--MirjamDevriendt.jpgFoto's: Mirjam Devriendt

Op CDR-Mededelingen, zie ook

:

http://mededelingen.over-blog.com/article-guido-lauwaert-over-berlinde-de-bruyckere-124826572.html


http://mededelingen.over-blog.com/article-berlinde-de-bruyckere-romeu-my-deer-124984108.html


Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans arts plastiques
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche