Overblog Suivre ce blog
Editer l'article Administration Créer mon blog
30 mars 2008 7 30 /03 /mars /2008 07:22

Het was in juni 2005 dat mijn vader het bezoek kreeg van Gérard Berréby, een uitgever/historicus uit Parijs, hem volkomen onbekend. Nochtans had deze zich sinds enkele jaren een naam gemaakt als een soort archivaris van de “Internationale situationniste” (I.S.) en al wat daarrond draait, met op zijn uitgeverspalmares namen zoals Guy Debord, Asger Jorn, Raph Rumney, etc.

Het was de bedoeling van Gérard Berréby mijn vader te ondervragen over de rol die de schilder Maurice Wyckaert had gespeeld in de Brusselse avant-garde in de jaren 50, over diens geschriften en dergelijke meer. Tijdens het eerste langdurige gesprek geraakte de uitgever echter meer en meer geïnteresseerd in de figuur van Walter Korun, het voor velen tot op heden, lang geheim gebleven pseudoniem van Piet de Groof. Mijn vader sprak over Walter Korun als over een historisch figuur, hij had bovendien geen geordend archief uit die periode, geen soort logboek, geen fotografisch materiaal.

Hij was aanvankelijk zeer weigerachtig, hij voelde zijn rol niet primordiaal, hij wilde na het zoveelste gesprek uiteindelijk gerust gelaten worden, eenmaal zijn de gesprekken zelfs afgesprongen. Het zijn ten slotte de aanmoedigingen van zijn vriend Henri-Floris Jespers en van mijn broers en zussen – die meer over hun vader wilden weten, over wie hij was geweest voor hun geboorte -, maar vooral de hardnekkigheid van Gérard Berréby tijdens zijn maandenlange onderzoek in ons land en de vele gesprekken die hij voerde met de nog overgebleven prominenten en medespelers uit die periode, die hebben gemaakt dat dit boek er is gekomen.

Het verslag van de lange gesprekken met mijn vader mag dan wel de rode draad zijn doorheen het boek, het zijn vooral de vele afgedrukte documenten, getuigenissen en foto’s die van dit werk een zo boeiend beeld brengen van wat er te Brussel in die tijd moet gebeurd zijn. Wij ontdekken de stichting en het belang van het polemische, gestencilde en gratis verspreide tijdschrift Taptoe, maar ook van De Meridiaan, Gard-Sivik, en de afremmende rol van Tijd en Mens. Daarna de oprichting van de galerie Taptoe en de rol van o.m. Pierre Alechinsky, Christian Dotremont en Asger Jorn hierin, die aan dit ontmoetingscentrum avant-la-lettre een internationale tournure gaven, enigermate in de lijn van de Cobra-beweging (1948-1951), met de harde conflicten en ruzies hierbij nodig. Of de rol van mijn vader in de anarchistische acties van de I.S. tegen de aanwezigheid en het congres van de AICA (Association Internationale des Critiques d’Art) tijdens de Expo 58. En nadien de omstandigheden van zijn brutale uitsluiting uit de I.S. in hetzelfde jaar.

U zou zich kunnen afvragen wat mijn vader denkt over dit boek nu het is verschenen en in de boekhandel ligt. Zelfs tegen mij, zijn jongste dochter, heeft hij het hierover moeilijk. Ik had hem nochtans begeleid, in februari 2006, naar een groot colloquium over de schilder-dichter Hugo Claus op de Universiteit van Antwerpen, waarop Gérard Berréby in het Frans het woord nam, het boek aankondigde en het de huidige titel gaf. Het was voor mijn vader “un moment de gloire”, hij werd warm gefeliciteerd door Ernest van Buynder, de vroegere nationale voorzitter van het Willemsfonds, en omringd en ondervraagd door jonge toekomstige kunsthistorica, dat ze bovendien mooi waren was hem zeker niet onaangenaam. Ik was zeer fier.

Maar terzake, hij zegt dat hij verbaasd is over de kennis van die mensen uit Parijs over wat er hier gebeurde op cultureel vlak, zelfs in de periode van het interbellum.Hij is tevreden dat met dit boek ook een misverstand is rechtgezet. Nog niet zolang geleden werd Walter Korun als een rabiate flamingant bestempeld en het Cultureel Centrum Taptoe als Vlaams-revendicatief. En niet door de minsten, zo bijvoorbeeld Michel Draguet, huidig conservator van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten in België¨, en stelt u zich voor, de curator van de grote, pas geopende Alechinsky-retrospectieve in het museum. Alechinsky, een persoonlijke vriend van mijn vader, tot de huidige dag. De kunsthistoricus Draguet had zijn bronnen toch wat beter ten gronde moeten checken, meent hij.

Over het project van Gérard Berréby was er in het officiële België en Vlaanderen geen belangstelling op te wekken. Zelfs toen hij voor zijn opzoekingen een kleine werkingssubsidie vroeg, kreeg hij van het kabinet van Cultuurminister Bert Anciaux geen antwoord.

Dat dit boek, een veelomvattende, niet-academische kroniek met veel voer voor toekomstige vorsers, in het Frans verschijnt en in Parijs, vindt hij merkwaardig, zelfs symptomatisch, voor de situatie in ons land. Als oud-“situationist” mag hij dat wel zeggen, zeker.

De kinderen van Piet de Groof (of evenzeer van Walter Korun) hebben een andere, onbekende vader ontdekt. Het boek was voor ons een revelatie. Ook voor u, hopelijk.

Tamara DE GROOF

Partager cet article

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen
commenter cet article

commentaires

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche