Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
Op 19 februari 1984 zaten we in de Ancienne Belgique te Brussel aan het diner bij de jaarlijkse bijeenkomst van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen. De verzamelaar van literatuurmemorabilia en gelegenheidsdichter Freek Dumarais stak mij na de maaltijd een briefje toe met volgend vers:
Lambert
van kin over oor heen
de vingertoppen in de haren
de brede rechterhand
met pinkring ter ondersteuning
van zijn denken
met ongekende antiquarische
waarde met geborgenheid
der angsten zich bundelend
in zijn bevlekte stem
elke dag lijkt vaak een dodenwake
een oneindig peilen in
roerselen hem belagend
zijn wijsheid schuilt in het
klagende onteigenen
van voorvaderlijke liefde
in zijn hart geïnjecteerd
Joke van den Brandt en Lamberts moeder
Toen zijn moeder, voor wie hij een excessieve adoratie had overleed in 1983 kwamen de epilepsie aanvallen, waaraan hij reeds vanaf zijn tiende leed in alle hevigheid terug. Op 22 juni 1984 zaten we te Brussel aan tafel. Hij was uitzonderlijk stil en na het eten nam hij het verzameld werk van J.H. Leopold en las mij volgend gedicht:
Om mijn oud woonhuis peppels staan
“mijn lief, mijn lief , o waar gebleven”
een smalle laan
van natte blaren, het vallen komt
Het regent, regent eender te hooren
“mijn lief,mijn lief, o waar gebleven”
en altijd door en
den treuren uit, de wind verstomt.
Het huis is hol en vol duisternis
“mijn lief, mijn lief, o waar gebleven”
gefluister is
boven op zolder, het dakgebint.
Er woont er een
“mijn lief, mijn lief, o waar gebleven"
met leege oogen
en die zijn vrede en rust niet vindt.
Ik voelde een zeldzame beklemming terwijl ik dit las. Toen gaf hij mij het boek en zei: “Dat moet je later nog af en toe lezen.”
De volgende dag woonden we in Herentals een lezing bij van de dichter Jan Veulemans. Lambert was diep onder de indruk, praatte nadien nog geruime tijd met Jan en er werd afgesproken om elkaar nog eens te ontmoeten. Daarna reden we naar Antwerpen waar in “De Blauwe Gans “ onze wekelijkse tafelronde met Henri-Floris Jespers en Maarten Thijs plaatsvond. Vele vrienden wisten van deze bijeenkomsten en vaak vormde zich een bont gezelschap rond onze tafel. Die avond was bijzonder geanimeerd, we waren met velen en Lambert genoot van het samenzijn. Hoewel hij van plan was om de trein naar Brussel te nemen werd het later en later. Ik trachtte hem te overhalen om in Ekeren te slapen wat hij meestal deed in het weekend, maar hij wilde absoluut naar huis. Ik bracht hem naar Brussel en hij bezwoer mij hem ’s morgens om 8 uur met de telefoon te wekken.Toen ik hem vergeefs trachtte te bereiken reed ik naar Brussel met een bang voorgevoel. Lambert , die we zo hadden liefgehad was overleden. Hij was achtenvijftig.
Lambert en Joke, Damme, 1981
Joke VAN DEN BRANDT