Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
Henri-Floris Jespers en Gert Vingeroets, secretaris van Exlibris
Herinneringen uit het kunstleven (woensdag 1 juni 2011). Het onderwerp van deze lezing wekte de nieuwsgierigheid van vele trouwe bezoekers van de Culturele Kring Exlibris op hun maandelijkse bijeenkomst. In zijn verwelkoming somde Gert Vingeroets de elf lezingen op die de gewaardeerde spreker reeds hield gedurende het 22-jarig bestaan van de kring.
Veeleer dan een vertellen van snedige anekdotes werd het een bijwijlen weemoedige bezinning over de herinnering.
Met als aanknopingspunt de lezing die hij in 1995 in café Exlibris hield te samen met Line Lambert surfte Henri Floris Jespers door de herinnering naar zaterdag 5 september 1971 waar hij samen met Rein Bloem een lezing hield over het maniërisme. Daar ontmoette hij Line Lambert voor het eerst. Academicus en dichter Jan De Roek was die nacht slachtoffer geworden van een dom verkeersongeval.
Met de lezing wilde Henri-Floris Jespers een hommage brengen aan Roger Avermaete met zijn 4-delige uitgave Herinneringen uit het kunstleven (uitg.Manteau). De schrijver van die herinneringen lijkt vandaag totaal in de vergetelheid verzonken hoewel hij in de twintiger jaren de geestdriftige leider was van het tijdschrift Lumière.Hij gaf de naam “De Vijf” aan de groep belangrijke houtsnijders van die tijd: Frans Masereel, de broers Jozef en Jan-Frans Cantré, Henri Van Straten en Joris Minne. Hij was de oprichter van de school voor Kunstambachten Roger Avermaete, later voortgezet door Herbert Binneweg.
Via Van Avermaete komt de spreker weer terecht bij André De Ridder, Gaston Burssens, Paul Neuhuys waarmee hij zich verbonden voelt.
De Vlaamse Letteren zijn voor hem als een dodenakker, zovele vrienden, kameraden, weggenoten met wie hij een persoonlijke band had : Maurice Gilliams, Bert Decorte, Paul de Vree, Karel Jonckheere, Lambert Jageneau, Hugues C. Pernath, Paul Snoek, Gust Gils, Herman J. Claeys, Jan de Roek, Nic van Bruggen, Georges Adé, Hector-Jan Loreis, Wilfried Adams, Michel Bartosik. En niet te vergeten de plastische kunstenaars: Albert Szukalski, Vic Gentils, Youri Demeure en Jef Verheyen.
En dan is de cirkel rond en komt hij weer terecht bij Jan de Roek van wie – eindelijk – dit najaar het oeuvre opnieuw wordt uitgegeven. Jespers citeert hier een lang gedicht van Jan de Roek waarvan de eindregels luiden:
“Reeds slaan uw ogen mij in het gezicht
als hagelstenen, meer dan weerbarstig.
Uw ogen zijn veranderd reeds
En dagelijks bereiken mij doodsberichten
met name “vroeger”, ” nooit meer”, “in de hoop”.
Met u sterft alles aan mij af.
*
Renée van Hekken
Toch kan Jespers het niet nalaten ons op een kleine anekdote te vergasten, een kleine grap die op kosten van de Pink Poets 40 jaar geleden uitgehaald werd met de toen nog piepjonge dichteres Renée van Hekken die zich in het publiek bevindt. Zowel Renée als de Pink Poets werden toen slachtoffers van een mystificator met weinig goede smaak. Renée kan er zelf hartelijk om lachen.
De spreker eindigt zijn betoog op de hem eigen zeer bescheiden wijze: “In mijn letterkundige arbeid heb ik altijd slechts één betrachting gehad: de vlam doorgeven”.
Hij stelt vast dat de egoïstische klaagcultuur van deze tijd , die gepaard gaat met vervlakkend entertainment genadeloos om zich heen grijpt en dat gemeenschapszin een begrip is dat herleid werd tot ouderwetse folklore. Maar hij is een ziekelijke optimist.Vroeger was het niet beter dan nu, morgen wordt het ongetwijfeld beter, maar dat hangt van onszelf af.
Tot slot leest hij een gedicht dat opgedragen is aan Pruts (Cecile Lantsoght) waarin zo wonderwel de hele teneur van deze boeiende én ontroerende lezing is weergegeven.
Ik heb geen praalgraf nodig om te weten
met wie ik in de eeuwigheid zal slapen
Je naam, gegrift als een teken
beheerst de dreven van mijn waken
De droom door droefheden gedreven
bereikt de oevers van mijn feilloos falen
vroege wrakken van wrede schepen
versieren de lettertekens van mijn naam
Door kreten van het leven gegrepen
de tranen van de tijd geplengd
ik ben alleen en reeds vergeten
door zoveel vuur verzengd
Zo was ik hier, Prince, één uit een keten
voorloper van allen, navolger van velen
speller van de woorden van je faam
(Uit: De tijd van een vreemdeling, Antwerpen, Contramine, 1976.)
Van l. naar r.: Jan van Oostende en dr. Paul Hoffbauer, voorzitter van Exlibris
Luc en Thierry Neuhuys
Frank de Vos
Frank Ivo van Damme
HFJ
Foto's: Frank Ivo van Damme
Joke VAN DEN BRANDT