Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
Ossenmarkt 25
Het eerste wat ik als kleine jongen construeerde was een bruikbaar voertuigje. Mijn vader, in zijn lange en losse werkkiel gehuld, gelijk Tolstoï met een lederen gordelriem om zijn middel; de leerjongens en het dienstmeisje, lieten er zich genoeglijk mee rondrijden. Thans behoort het allerminst tot mijn wensen, een voertuigje te bezitten. Ik verplaats me niet graag meer; ik laat me niet graag meer verplaatsen. Mijn stad krimpt als het ware te zamen; mijn melancholie hoort nog maar thuis in een steeds kleiner wordend aantal straten. Ik zal er mee eindigen mijn woning niet meer te verlaten.
uit De kunst der fuga - Dagboekbladen en essays 1941-1975.
Geboortehuis met witgespreide bedden
waarin men kind mag blijven én vergrijzen:
in kamers waar de dood ons scheidde, stijgen
de dromenwingerds die de droefnis dekken.
[....]
uit Requiem- in memoriam Patris obiit 20-XI-1945
(Vita Brevis, deel I, Orion, Brugge / Scheltens & Giltay, Den Haag, 1975)
■
(Foto en redactie: Bert BEVERS)