Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
Langstraat 25, Borgerhout
Mijn liefde tot de warme vader voel ik kostbaar
In de leugen van het oude, laatste droomhuis.
Bij zijn torengelaat de slaap van ieder tweegesprek
Daarna wachtend, zolang als eeuwig is
Zonder afscheid in de pijn der eenzame oktoberuren.
Kwetsbaar is hij de bezoeker die enkele trappen leeft
In de wondere ordeval der dagen, en groet en grijs
En spreekt zoals een minnaar.
Van vaders witte vingers vind ik de kamer terug
En leef een kerstmis, wellicht zonder sterren.
uit Instrumentarium voor een winter, De Bezige Bij, Amsterdam, 1963
(Foto en redactie: Bert BEVERS)