Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
Time broken
I am unseen
nor do I see myself
or life
a rock
standing
in a seeking sea
Wellicht hadden deze versregels uit het laatste gedicht van de bundel Traces/Sporen van Annmarie Sauernet zo goed als aanvangsregels kunnen dienen? De dichteres is op een keerpunt gekomen waarbij ze, op zoek naar haar sporen, een houvast zoekt in haar bestaan.
The cockles
the whelks, stones and sand
lifeless lexicons from the sea
burned out on the strand
memory of life
in the low tide of mind & moods
the sea awaits
the abundance of floods
Is het de dichteres die zichzelf ziet als a rock / standing / in a seeking sea? en is zij het die wacht op the abundance of floods ?
*
Annmarie Sauer werd geboren in 1947 in Dayton, Ohio uit een Vlaamse moeder (met Duitse roots) en een Amerikaanse vader (met Indiaanse roots) die hier als GI-er zijn hart verloor.
Hoe kwam ik in de wereld / in welke taal / de eerste schreeuw / Was het moeders bloed dat / fluisterde / of taalloos vaders vreugde. How came I into this World. Vragen die zij, ‘nomade tussen twee ankers’, zichzelf stelt, zwalpend tussen twee continenten en twee talen (het Nederlands en het Engels), om niet te spreken van de vele andere talen (inzonderheid het Duits en het Italiaans) waarmee ze als voormalig tolk regelmatig in aanraking kwam.
De bundel Traces/Sporen bestaat uit 27 gedichten die oorspronkelijk nu eens in het Engels dan weer in het Nederlands werden geschreven en achteraf door de dichteres een voor een werden hertaald.
De bundel bestaat uit vier cycli: een titelloze cyclus van dertien gedichten, gevolgd door achtereenvolgens de cycli ‘Portraits/Portretten’ (vier gedichten) en ‘Landscapes / Landschappen’ (zes gedichten) en om af te sluiten nogmaals een cyclus van vier gedichten.
Annmarie Sauer geeft zichzelf aan als ‘onderweg, mensen en plaatsen schetsend, thuis in taal’. De verzen uit Traces/Sporen zijn autobiografisch, al overstijgen ze ruimschoots die autobiografie. De dichteres gaat op zoek naar haar sporen, naar de sporen van haar moeder (en grootmoeder) in de omgeving van Duisburg. Daar blijft evenwel niets van over, niet meer dan wat flarden herinnering (en dan dat / lichte zwaaien / breekbaarbleek / in glazen gang …her there not being there / became / my seeing.) Haar moeder die nu achteraan in de tachtig is, kan haar hierbij niet langer helpen. Ook gaat ze de sporen van haar vader achterna (You charmer sweet talker).Al zijn de sporen van de overleden geliefde, de schilder Tony Mafia, nog levendig. Vooral over dat gemis kan men tussen de regels lezen. Zo is bijvoorbeeld het tweede gedicht uit de bundel, ‘De vertroosting der dingen’ gewijd aan Tony Mafia’s schildersalaam en aan zijn kleurenpallet (grijs voor de polderlucht / wit voor de duiven op de vlucht / smaragdgroen voor boom en bos / vermiljoen, karmozijn, scharlaken / voor lust, verlangen, blos en / het wemelend vuur).
Als actief vredesactiviste, verdedigster van de rechten van Indiaanse minderheden en lid van het Writers in Prison Committee van de PEN, is het onvermijdelijk dat ook op dit gebied in de verzen van de dichteres terug te vinden zijn. Toen in 2003 de bombardementen in Irak losbarstten en ze de B52 bommenwerpers over Antwerpen hoorde vliegen, schreef ze volgend anti-oorlogsgedicht. (Tony Mafia was toen nog maar vier jaar overleden.)
Wake
Hoeveel kaarsen
brandde ik niet voor jou en vrede
De motoren op het vliegpad van het kwaad
dreunen in de hoeken van de kamer
krampen in het hart
In de stilte van het huis
leer ik de taal van de
nieuwe generaal
met het juiste woord
voor elk soort dood
liefde en hoop
gaan op in rook
Die vredesbetrachting is er trouwens ook op relationeel vlak. Oorlog is niet aan deze dichteres besteed, elke vorm van geweld keert haar binnenste buiten. 'Ik zie het blauwe oog / hoor het zeuren / en de kneuzing van hun ziel // Daarbuiten is het oorlog // Voer die oorlog niet met mij'
In de cyclus ‘Portraits/Portretten’ voert ze solitaire figuren op die haar op een of ander manier hebben aangegrepen. Haar empathie gaat uit naar zij die niet gestroomlijnd door het leven gaan, naar de zonderling, de vereenzaamde. Zoals de man die ze, terugkerend van Zaventem, observeert in de spiegelruit van de luchthavenbus. Ze vraagt zich af wat hem door het hoofd gaat en hekelt de manier waarop de medereizigers hem straal negeren.
In het spiegelraam bespied ik hem
de man die zijn lippen beweegt
zijn hoofd zijn handen
besprekend betogend bezwerend
Welke taal spreekt hij tot hem
hem tot zichzelf
zichzelf tot hij
of hoort hij
goden door de elektroden
in zijn brein geplant
Het laatste gedicht van de cyclus ‘Portraits/Portretten’ is bijzonder. Het kondigt de cyclus ‘Landschappen/Landscapes’ aan en ligt al in dezelfde lijn. Onuitgesproken handelt het over gemis maar misschien toch ook al over een zeker verlangen om een nieuwe weg in te slaan.
Een nieuwe ruimte
onnoembaar
als ’t slagveld na de strijd
scheidt de schaduw
van vermoedens en van tekens
Leegte wijkt
voor de weg door niemandsland
Stilte kantelt
in de woorden
boodschappers van de wind
Er staan in deze bundel nog meer bijzondere gedichten, gedichten waarbij aan het verhalende element een dimensie wordt toegevoegd. De mooiste zijn deze die in korte verzen een filosofische gedachte weergeven, een mysterieus vermoeden, een profetische vooruitblik.
Ook in het eerste gedicht van de cyclus ‘Landschappen’ wordt het verhalende element ruimschoots overschreden. Naar mijn gevoelen, is ook dit een juweeltje. Hier dan in de oorspronkelijke Engelse versie.
All is given
by water & wind
ice & fire
now till in the greyest hour
always all is in its place
perfect unruliness
battered
predestined in
the movement of time
coincidence
just as I
Setting van deze cyclus is Chloride, Arizona waar de dichteres met tussenpozen, samen met Tony Mafia en later alleen een afgedankt pompstation betrok, gelegen in de heuvels van het Cerbatgebergte.
Met haar gevoelig penseel legt de ze deze heuvels vast vanaf the first break of day tot aan the shadows of the night. Tussendoor ontpopt het landschap zich vol verbazing / bolt op / in gewichtigheid / van het nu glooiend op en neer / het ik wil meer // Dan pas komt de kleur / kreken en krakelingen / geheimen verborgen / in de diepte van de spleet / bij de rots / die langer staat / die weet.
Ook in het derde gedicht van deze cyclus, ‘A hamlet in the landscape’ hebben we te maken met personificatie (schurken / de oude huizen / zich tegen de koesterende / flank / van voorgebergte vol / van sneeuw / schamel hunkerend / naar de mythe van voorbij), terwijl het vierde gedicht als volgt luidt:
Omsloten
door bergen
van schuld en boete
bevroren
het hoofd
vol eeuwige sneeuw
verdwaald
tussen voor en na
zoek ik
murmelend
tussen herinneringsgras
en heelkruid
de beek
en een toekomst van
rivier in het dal
en omvat het al
Het zesde en laatste gedicht van deze mooie cyclus is als één lang uitgesponnen vers. Ook hier, net als in de hele cyclus, leest men tussen de regels door over de verloren geliefde. Staat het er niet zwart op wit: schrijven verbergt scherven?
Schaduw
schuift
over het lichaam
bergen duisternis
teruggetrokken
in onverholen
donkerte
sediment op
sediment
steen op
steen
been op
been
verbergt
schrijven
scherven
ver
verleden
onder zoden
waarop
hunkerend als kind
het licht
zich vindt
zolang
schaduw
over het lichaam
schuift
Annmarie Sauer schrijft veelal korte, nergens ‘gemaakte’ verzen,ook al gebruikt ze opvallend veel stafrijm, nogal wat volrijm en hier en daar opsommingen en herhalingen.
Ze is de dichteres van weinig woorden, die zich beperkt tot de essentie en wat ze schrijft is intens en doorvoeld. Sober en trefzeker schildert ze met woorden. Parlando is aan haar niet besteed, barok al evenmin. Nergens doet ze toegevingen aan taal. Ze is geëngageerd en empathisch. Vangt als vanzelf alle gebaren en schommelingen van het gemoed en legt deze vast op papier (scherm). Een keer de woorden er staan, vermoed ik dat ze er niet veel meer aan verandert. Ook bij het vertalen dirigeert ze de eigen partituur. In grove lijnen getrouw aan het origineel of dat nu Nederlands is of Engels, permitteert ze zichzelf lichte deviaties al was het maar ter wille van ritme of klank. Al lijkt de Nederlandse versie me hier en daar iets stroever (ligt het aan de taal?), toch zijn er ook staaltjes van hertaling waar beide versies elkaar qua klank en rijm evenaren, zoals in: how the beloved body / sanctified her groin / and stripped with lip and palm her / of her qualms of hoe het geliefde lichaam / haar schoot beleed een streling haar van haar schroom / ontdeed.
Evenzeer ter wille van de vloeibaarheid van haar vers, doet ze geen toegevingen aan (voortdurend wijzigende) spelregels – ze schrijft zoals ze het aanvoelt: woede golven, licht blauw, thee salon. Ook bij brown shirt hate houdt ze in het Nederlands de woorden liever uit elkaar. Bruine hemden haat, dus. Pallid brittleness zet ze dan weer om in breekbaarbleek en creeks and cracks in kreken en krakelingen.
Haar verzen zijn overdrachtelijk, lees er maar eens dat mooie gedicht Gaia op na, waarin het dichterlijke ik zich vergroeid voelt met de aarde, er zich mee vereenzelvigt, er het zaad van draagt. Enkele gedichten doen me sterk denken aan de poëzie van Emily Dickinson. Annmarie Sauer heeft Dickinson wel gelezen, maar of ze hiervan de invloed zou hebben ondergaan??
Net na (het oudere) gedicht Gaia plaatstede dichteres twee recente liefdesgedichten. Waar Gaia begint met volgende versregels
I think and feel
feel I am earth
and know of trees
rooting
in my womb
leiden we uit het gedicht dat volgt af hoe de dichteres op zoek naar haar sporen, op een nieuw en liefdevol spoor wordt gezet
Your
guided-in-glow
makes me love and loving
receptively
drinking
your movement
in the soft pulsing
of the night
and slowly
in your warm abundance
sinking
Rose VANDEWALLE
Annmarie SAUER, Traces/Sporen, world internet books /Duisburg - Antwerpen - Hamburg, 2012 .
Te bestellen bij Amazon of 4th-plus@skynet.be prijs: 12,80 + 2 € port