Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
24 juin 2013 1 24 /06 /juin /2013 08:58

 

Zo, mijn eerste voorstelling zit erop. Waar ik ongewild en totaal onverwacht in meespeel. Luister, gun mij de tijd om het u uit te leggen.

Ik ben zondag 23 juni om 5 uur opgestaan. Mijn vriendin heeft me naar de Brusselse luchthaven gevoerd. Om 10 uur werd ik opgehaald door de assistent van de perschef. Hij heeft me in mijn hotel gedropt, Novotel Centrum. De rest van de dag was ik op mezelf aangewezen, want het festival begint officieel op 24 juni. Wat kon ik anders doen dan de stad verkennen? Een wilde wandeling langs brede lanen en smalle, vervallen straten, waar ’s avonds, met het breken van het licht, het gevaar oprukt. Of misschien niet. Niets dan het straatlicht dat de leegte belicht. Een mens is algauw geneigd om eerder het gevaar te ruiken dan de schoonheid van het avontuur te proeven.

Laat in de namiddag was ik weer op mijn kamer, waar de benauwdheid als een smog de poriën van mijn huid inkroop. Niets is zo eenzaam als een hotelkamer, zeker als de televisie niet werkt en het nasale gebrom van de airco je zenuwen pest. De kamer uit. Even later ga ik het restaurant in, tevens bar. Geen mens, dan de barman. Ik bestel een rode wijn en als de man het glas voor me neerzet waan ik me plots in de bar van het hotel uit The Shining. In de spiegel achter de flessen zie ik de rug van de barman en niet mezelf, maar Jack Nicholson. Ergens moet Stanley Kubrick staan met een lens voor een oog en het andere dichtgeknepen.

Mijn stem moet ik horen en begin een praatje met de barman, waar hij gretig op ingaat. Als hij weet dat ik van Gent kom, zegt hij: Gehent and Gehenk. Hij kent beide steden goed. 60 is hij en 25 jaar geleden heeft hij een paar jaar in Limburg gewoond. Zijn oom had 30 jaar in de mijn van Eisden gewerkt en toen hij genoeg gespaard had een huis gekocht en er een hotel van gemaakt. Voor vrienden en verwanten die op bezoek kwamen bij Pools mijnwerkers. Toen hij oud werd, vroeg hij zijn neef om de zaak langzaam over te nemen. Hij is uit Poznan naar Maasmechelen getrokken waar zijn oom woonde. Van daaruit heeft hij heel België verkend, want veel had hij aanvankelijk niet te doen. Het hotel stond 4/5de van het jaar leeg. Een vetpot was het niet. Door die zee van vrije tijd kende hij Diepenbeek, leerde vervolgens Hasselt kennen, Lier, Turnhout, Antwerpen, Gent, Brugge, Brussel.

Hoe heet je, vraag ik. Hij antwoordt met een Poolse naam, waar ik Ronald uit distilleer. Ik vertel hem dat vóór het eerste woord viel ik aan de film van Stanley Kubrick moest denken. Een horrorfilm uit 1980 met als beroemdste scène het verwrongen gezicht van Jack in het gat van de stukgehakte kamerdeur en zijn door iedereen gekende gesmoorde uitroep: ‘Here is Johnny!’ Ronald kent de film niet. Hij kijkt geen televisie, leest geen boek, ziet geen film. Na de dood van zijn oom is hij naar Polen teruggekeerd en is barman geworden. In dit hotel. Vrijdag heeft hij de nacht doorgewerkt. Het hotel zat stampvol. Een congres van dokters. Hartspecialisten. Ze zopen tot ze met autobussen naar de luchthaven werden gevoerd.

De zondag is het hotel altijd leeg, zegt Ronald, maar vreemd, ik voel mij te midden van de dokters in een net pak uitgedost staan, die mij niet zien. Ik, die nochtans uit de toon val met mijn polo waar door het vele wassen nauwelijks nog model in zit en een tot op de draad versleten linnen broek. Ronald vertelt me waar ik heen moet, op mijn vrije momenten. Alle kerken van Poznan komen ter sprake, met op kop de gerestaureerde kerk van de Franciscanenorde, vlakbij de Old Market. En als laatste de kathedraal, die aan de rand van de stad ligt, waar ik van opkijk. Kathedralen liggen gewoonlijk in het centrum van het centrum. Alle instellingen, die van orde en plezier, liggen als een gordel er omheen.

Ik zeg Ronald dat Poznan me aan Charleroi doet denken. De gevels zijn verkleurd, de mensen vet door armoede. Het straattheater is bedroevend schamel. Ik dacht even dat het een onderdeel van het festival was, maar het zijn bedelaars die doen alsof ze artiesten zijn. Hij knikt. Voor de val van de muur hadden de mensen geld maar lag er niets in de winkels. Nu liggen de winkels vol en hebben de mensen geen geld. Er is wel een groot verschil met Charleroi, zegt hij. Poznan telt 600.000 inwoners en de Waalse stad een schijntje ervan. Hij raadt het vervolg van het gesprek, want alvorens ik er kan naar peilen zegt hij dat de Polen de Belgen graag zien komen. Waarom dat zo is kom ik niet te weten. Wel dat de Polen Duitsers en Russen haten. Belgen zijn geen bezetters.

In mijn glas rest nauwelijks een slok. Vraag of ik hem morgenavond weer zie. Hij schudt het hoofd. Two days free, zegt hij. Wat ga je doen, vraag ik. Ik niet het weet al. Af en toe zegt hij een korte zin in Google-vertaling. Ik reken af, neem afscheid. De voorstelling is afgelopen. Op weg naar mijn kamer – komt het door de lift die aan hoge snelheid de lucht inschiet? – verdwijnt Ronald, de lege bar, en Jack, en The Shining, en Kubrick.

Of toch niet helemaal. Zijn wij niet allemaal, en met ons alle gebeurtenissen verzinsels. Voorstellingen. Het leven is ondefinieerbare schemeringen die uit zandkastelen opstijgen. Daarin leeft de mens, daar stijgt hij uit op en neemt de schemerzone de routine van hem af. Alleen bij de gratie van de verbeelding kan de mens een bestaan leiden dat voorbij het leven gaat, althans de routineuze banaliteit ervan.

Slechts in de verbeelding vind ik het oprechte geluk van mijn bestaan. Zo wil ik voortaan leven. Het is een streven dat geboren wordt uit het sterven, dat mij ook wacht, en begint lang voordat de geest de geest geeft en het lichaam langzaam verslijt tot een kadaver. Ik ben 68 en zal me dat nog lukken? Enkel nog leven in de verbeelding. Eind van de week weet ik het antwoord. Na een hele week in de wereld van de vele maskerades van het theater te hebben geleefd. Als ik terug op het vliegtuig zit richting Frankfurt en vervolgens Brussel, waar ik opgehaald zal worden door mijn vriendin en mijn eindbestemming bereik, Gent. Zondagavond 30 juni.

Maar eerst nu, morgenochtend, naar de officiële opening van het festival voor de gebruikelijke blabla en het aansluitend vals handgeklap en de voorspelbare hap en slok. En dan snel van locatie naar locatie zwerven tot ik bij tgStan beland, voor hun Engelstalige versie van Nora. De voorstelling heb ik al gezien en was niet mijn dada. Toch kijk ik er naar uit hen weer te zien. Want is een voorstelling niet een definieerbare schemertoestand in een ondefinieerbare schemering?

Guido LAUWAERT


www.malta-festival.pl

Partager cet article
Repost0
23 juin 2013 7 23 /06 /juin /2013 01:30

Dyr Michal Merczynski fot Marcin Oliva Soto 4

Michał Merczyński

Straks, om 5 uur, vertrekt Guido Lauwaert naar Polen.Van vandaag tot 20 juli vindt er voor 22ste maal een theaterfestival in Poznańplaats. De eerste week, tot 30 juni, zijn voornamelijk theatervoorstellingen te zien. Tot 20 juli wordt er verder gepraat in debatten, cursussen et cetera.
Als “oorlogscorrespondent” zal Guido op de webstek Knack.be regelmatig verslag uitbrengen over de eerste week. Omdat het festival echter vrij onbekend is bij het grote publiek, had hij een inleidend interview met Michał Merczyński (° 1962). Hij is niet alleen de directeur, maar ook de stichter van het festival, de drijvende kracht en een wonderbaarlijke fondswerver. ■

GL:Hoe is het Malta Festival Poznań  aan zijn naam geraakt?
MM: Het festival verkreeg zijn naam door een kunstmatig meer uit 1950. Het was bestemd voor recreatieve en sportieve doeleinden (zoals een opleiding voor de plaatselijke roeivereniging en de plaats voor watersportwedstrijden). Omdat het gebied rond het meer zeer zacht is, werd het meer in de volksmond het Malta van Polen genoemd. Het toeristisch succes bracht artistieke initiatieven voort. Met de jaren was een structuur noodzakelijk, wat in 1991 uitmondde in een festival.
Het huidige Malta Festival heeft zijn wortels in de politieke veranderingen van 1989.
Vanaf de 20e verjaardag werd de naam van de stad er aan toegevoegd en dat leverde een groter budget op, waardoor het programma een hedendaags gezicht kreeg en het hele gamma van theaterdisciplines aan bod kon komen. De plaatselijke overheid zag de international status erdoor groeien. Jaar na jaar werden meer groepen uit Europa uitgenodigd. Ze beantwoorden aan de geest van het festival zoals die met de jaren is gevormd, zijnde een labo te wezen voor de huidige sociale toestand van de wereld. Dialoog tussen programma en publiek werd daarom ook een van de kernpunten.

GL: Het programma is  internationaal, maar  het festival  is  in  de  rest van Europa niet bekend. Om welke reden?
MM:
Internationale erkenning ontstaat niet zomaar. Je kan die niet kunstmatig forceren. Poznań  was oorspronkelijk geen populaire stad, maar een industriële. Het was dan ook geen directe bestemming voor de Pool zowel als de buitenlander. Directe verbindingen zijn er nauwelijks en goedkope vluchten zijn nog steeds schaars. Maar met  infrastructurele verbeteringen, de  groeiende interesse in Centraal-en Oost-Europa in culturele middens, zien we echter een groeiende toeloop van een buitenlandse publiek en de internationale media.
Ook de co-producties met  het Festival d'Avignon, Wiener  Festwochen of  Kunsten / Festival / Des Arts genereren een grotere waardering. We zijn tevens lid van  internationale  netwerken zoals  Europese Eunetstar  (2003-2005)  of  House on  Fire (2012 - 2016), wat ook zijn voordeel heeft.

GL: Elk jaar is er een  curator? Op basis  waarvan werd  voor  Romeo  Castellucci  gekozen?
MM:
De  ontwikkeling van wetenschap en technologie, evenals de grenzen van subjectiviteit vragen  een  grondige  kijk op de dynamiek en filosofische kijk. Ze smeken om universele antwoorden en grondig op de  "aard van de dingen", vanuit een originele individuele geaardheid. Zo'n  kunstenaar  is  Romeo  Castellucci. Hij  is  een  van de meest briljante  hedendaagse  Europese   makers en combineert  in  zijn  projecten buitengewoon  krachtige visies  en radicale beelden die  kijkers op een indringende manier  beïnvloeden; visies en  beelden die  een esthetische boodschap overbrengen. Castellucci  aarzelt niet om moeilijke vragen te stellen of  om  de  donkere  kanten  van de mensheid  te bestuderen.

GL: Eenzaamheid  is niet  in  water  geschreven  in het werk van Castellucci? Is dat  de reden dat hij  Needcompany, Meg  Stuart  en  tg Stan  selecteerde?
MM:
Een selectie van vier Vlaamse  voorstellingen  is een voortzetting van een  focus op het Vlaamse theater en dans in  2010. Vlaamse producties zijn een spiegel van de maatschappij, met zijn nieuwe ideologieën en technische evoluties. De trilogie'Sad Face /Happy Face"  van Needcompany  werd in 2010 bijzonder enthousiast ontvangen. Vanaf  2010 proberen we  de  meest innovatieve  trends in het theater en dans van het  Vlaamse podium te tonen. Dit jaar hebben we  besloten om nogmaals  Needcompany  uit te nodigen  met twee voorstellingen  en tg  Stan, een groep die  ook aanwezig was in 2010. Hun productie "Nora" is bovendien interessant  om Vlaamse en  Poolse interpretaties  van  Henrik Ibsen's drama te vergelijken. Meg Stuart  en haar gezelschap  Damaged  Good  is dan weer een mooi voorbeeld van de hedendaagse dans, waar jonge Poolse gezelschappen heel wat van kunnen leren.

Dyr_Michal_Merczynski_fot_Marcin_Oliva_Soto_1.jpg

GL: Poznań  beschikt niet over een theatertraditie, noch een theaterschool. Heel vreemd. Hoe verklaar je dat?
MM: Na de Tweede Wereldoorlog besliste de communistische overheid tot het concentreren van een theateropleiding in Warschau als hoofdstad, en Krakow, dat een lange traditie met twee historisch belangrijke fasen heeft: Het klassiek Poolse Theater en het Slowacki Theater. Vanaf 1991 is, niet onbelangrijk, gekozen om niet te concurreren met Warschau en Krakau, maar te kiezen voor avant-garde theater. Door het straattheater waaruit ons festival ontstaan is, zijn wij een groot voorstander van Poolse groepen met een marginale visie, zoals Teatr Ósmego Dnia, Teatr Strefa Ciszy of Porywacze CIAL. Poznan heeft zich vervolgens ontpopt tot het sterkste Poolse centrum van off-theater. Malta Festival is zodoende mettertijd uitgegroeid tot een festival waar artiesten als Pippo Delbono en Romeo Castellucci werden gelanceerd en konden doorbreken. Sinds enkele jaren is er daarenboven een project, Nieuwe Situaties, waarin jonge veelbelovende kunstenaars een podium krijgen. Tot slot werkt dit project samen met de faculteit theaterwetenschappen aan de plaatselijke universiteit. Het is de eerste maal dat er in Polen een transdisciplinaire, synergetische samenwerking is tussen wetenschap, technologie en kunst. Het werken met de lokale kunstenaars is onze bijdrage aan de beeldvorming van de theatertraditie van na WOII naar het hedendaags theater van Polen.

Guido LAUWAERT

Foto's: Marcin Oliva Soto

www.malta-festival.pl

Partager cet article
Repost0
4 juin 2013 2 04 /06 /juin /2013 18:20

 

Kasimir.jpg

Theater Malpertuis uit Tielt en Unie der Zorgelozen uit Kortrijk hebben de handen in elkaar geslagen en een bewerking gemaakt van de klassieker Kasimir en Karolien van de Oostenrijkse romancier en toneelschrijver Ödön von Horváth (1901-1938). Een zeer geslaagde voorstelling die enkel geplaagd werd door het gure weer. Gelukkig werden er dekens uitgedeeld, zodat de toeschouwers anderhalf uur lang warm hadden, in geest en lichaam.

 

De auteur schetst een messcherpe analyse van een totaal verrotte maatschappij, als gevolg van de economische crisis van de jaren twintig, die geleid hebben tot de bankencrisis en de internationale schuldencrisis begin van de jaren dertig. Bij Horváth ontbreekt elke ideologische vastlegging, en dat is hoogstwaarschijnlijk de reden dat zijn werk bij een grote of een kleine crisis getoond en zijn boodschap moeiteloos begrepen kan worden. Peter Handke verkoos het boosaardige realisme van Horváth boven de pedante toon die Brecht er met zijn stukken probeerde in te hameren. Tevens is het zo dat de Oostenrijker één van de geestelijke vaders was van Rainer Werner Fassbinder en Franz Xaver Kroetz.

Geert Six heeft het stuk naar zijn hand en de geest van de tijd gezet. De tekst loopt vlot, de dialogen zijn puntig, de karakterschetsen helder. De dramaturgie van Piet Arfeuille is logisch. Hij koos, voor de voorstellingen in Kortrijk, als locatie een uitgeleefde achterzaal van een bruin volkscafé dat [met tribune] werd omgebouwd met de toepasselijke naam ‘t Voorgeborchte. Op het speelvlak flipperkasten, een popcornmachine, een jukebox, salonmeubilair uit de glorieperiode van de Mechelse meubelfabrieken. De tijd? Tijdens de jaarlijkse buurtkermis met een achtbaan die zoals gebruikelijk maar zeven hindernissen telt, wegens de beperkte ruimte in de wijk. Het artistiek team van beide initiatiefnemers koos voor een mix van beroeps en amateurs. Het resultaat is zoals het leven is: een roetsjbaan van verrassende momenten; soms haperende, af en toe kruipende, bij momenten voorwaarts snellende.

Het oorspronkelijke verhaal concentreert zich op de twee titelpersonages. Kasimir verliest zijn job en ziet de toekomst zwart in. Wanhoop. Karolien houdt van hem, blijft van hem houden maar neemt af en toe afstand en flirt er op los, om zijn lust te prikkelen. Somberheid kent zij niet. Hoop.
Geert Six heeft zowel in zijn bewerking als in zijn regie de problematiek opengetrokken en over alle personages verdeeld. De politicus, de ondernemer, een van zijn bedienden, zijn dementerende moeder, een paar tooghangers, de kroegbazinnen, zonder van de hoofdlijn af te dwalen. Een mooie prestatie. Het stuk wordt er actueler door en leent zich makkelijk om gesmaakt te worden door zowel de ervaren als onervaren toneelganger. De passerende schlagers worden soms zachtjes gemurmeld door het publiek. Zoals dat nu er eenmaal aan toe gaat in volkscafés. Publiek leeft mee. Missie dus geslaagd.

Het meest verbazende aan deze voorstelling is de sterke inleving van de acteurs in hun personages én ‘t geblokte samenspel. Het maakt dat geen onderscheid valt op te maken tussen beroeps en amateurs. En dat is heerlijk want beroeps zijn in wezen veredelde amateurs. Tamara Tanghe [Karolien] lijkt geboren voor haar rol, al zal zij ongetwijfeld het hele scala van karakters aankunnen. Een bijzondere ruiker voor Christine Van de Voorde [Irma Tant]. Ze is werkelijk grandioos in haar personage van dementerende vaste klant en moeder van één van de tooghangers. Ze zegt weinig, halve woorden, klanken, maar werkelijk ontroerend hoe ze vecht tegen haar onmacht.

Eigenlijk verdienen alle spelers een pluim. De enige die wat tegenviel is Stijn Minne als Kasimir. Zijn mimiek en motoriek is al te beperkt en omdat hij niet weet waar met zijn handen te blijven, zitten ze driekwart van de voorstelling in zijn broekszakken. Het kan een regieaanwijzing zijn, want een man masseert zijn ballen bij hoge vreugde, diepe treurnis en brede twijfel. Was dat zo, dan had hij er zelf varianten op moeten vinden.

De gewesttaal stoort niet, al faalt wel eens de articulatie. Zodat een Limburger zich zou kunnen afvragen of de apparatuur van de boventiteling niet vergeten werd in het thuisatelier.

Zonder fout leeft niemand wel. Overal is wat, en als daar rekening mee wordt gehouden, en dat moet, zorgt de voorstelling voor een heerlijke toneelavond.

Guido LAUWAERT

www.uniederzorgelozen.be/ www.malpertuis.be

In de Scala, Pluimstraat 7, Kortrijk.

Er zijn enkel nog plaatsen voor vrijdag 7 juni
Een extra voorstelling op zondag 9 juni om 20u15

Partager cet article
Repost0
27 mai 2013 1 27 /05 /mai /2013 19:00

 

Johan Simons

Johan Simons opnieuw artistiek leider NTG


Na vijf jaar München, als intendant van Münchner Kammerspiele keert Johan Simons terug naar het NTGent.

Guido Lauwaert heeft dit al op 18 april hier voorspeld.

http://mededelingen.over-blog.com/article-keert-johan-simons-terug-naar-gent-117179084.html

Partager cet article
Repost0
26 mai 2013 7 26 /05 /mai /2013 19:30

 

roodWO

Wim Opbrouck en Servé Hermans

 

Te veel hulp kan averechts werken’, schreef een opiniemaker vorige week in NRC Handelsblad. De zin maakte een grote sprong voorwaarts, halverwege de voorstelling Rood, de laatste nieuwe productie van het seizoen van NTGent. Dat lag niet aan de prestaties van de acteurs, maar komt geheel op rekening te staan van de auteur, John Logan [1961]. Voor zijn tweemansstuk uit 2008 kreeg hij in zijn thuisland, Amerika, zes Tony Awards. Je vraagt je af wat de jury bezield heeft.

 

De abstract-expressionistische schilder Mark Rothko [1903-1970] werkt aan een grote opdracht voor een restaurant. Na overleg met de architect heeft hij besloten alle muren te behangen met zijn schilderijen, ‘de compositie van een fuga’, zoals de auteur de schilder in de mond legt. Een assistent zal hem bijstaan. Een loopjongen die de borstels moet reinigen, de doeken ophangen, de verf mengen, de koffie zetten en de asbakken legen. Verloopt het contact tussen schilder en assistent bij aanvang stroef, gaandeweg wordt het losser. Halverwege het stuk wordt de assistent mondiger, durft een eigen mening te uiten, tot hij de taalmacht van de schilder overneemt en aan het eind de schilder overlaadt met verwijten. Het afscheid is in mineur. Geen verzoening. Beiden blijven op hun standpunt staan.

 

Het zou een pracht van een dialoog kunnen worden. Het toneelstuk is helaas een collage van citaten van de schilder en een samenraapsel van fragmenten uit interviews, kritieken, beschouwingen van kenners en reacties van bezoekers van vernissages. Die manier van werken kan een mooi beeld vormen over het leven en werk van een kunstenaar, een wetenschapper of een gerenommeerde politieke familie, zoals Luk Perceval bewezen heeft met zijn bezielde voorstelling The truth about the Kennedy’s, dat geconcipieerd was uit zowat honderd jaar reportages en standpunten uit kranten en weekbladen.

 

Rood daarentegen bulkt van de clichés. De auteur heeft er zich gemakkelijk van af gemaakt. Een tussendoortje lijkt het wel, een lesje in kunstgeschiedenis vertrekkend van het werk van Mark Rothko, zodat van Michelangelo tot Warhol een hoop schilders aan de beurt zijn. De meeste krijgen de grofste verwijten naar het hoofd geslingerd [schoorsteenstukken!], hun leven is een verraad aan de kunst en een omhelzing van de commerce. Alleen Caravaggio en Van Gogh worden gespaard. Slechts hij, Rothko, is een genie.

 

Halverwege de voorstelling neemt de assistent, zoals eerder gezegd, de macht over. Al te duidelijk voor de toeschouwer wordt dat de auteur aan het eind van zijn Latijn was en een plotwending nodig had om de boel draaiende te houden. Pijnlijk. De dood van zijn ouders, ze werden vermoord, en samen met zijn kleine zusje ontdekt hij ze, liggend op het bed en overal bloed. Plassen, spatten. Overheersende kleur rood uiteraard, want blauw bloed bestaat alleen bij gratie van de pretentie. Meer dan een sfeerbeschrijving is er niet en brengt niets bij aan het verdere verloop van het verhaal, zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is met de dood van de ouders van George in Who’s Afraid of Viriginia Woolf?

 

Nu zou gesteld kunnen worden dat de meningen van Mark Rothko over de schilderkunst van de jaren vijftig en zestig wel bekend zijn bij de kenners, maar dat John Logan zijn stuk niet voor hen heeft geschreven, maar voor de mensen die niet vertrouwd zijn met de achtergronden van de schilderkunst uit de tweede helft van de twintigste eeuw. In dat geval moet je met een meer gedreven werkstuk voor de dag komen. Met wat de barbaar, zoals Rothko de niet-kenner beschrijft, nu geserveerd krijgt, krijgt hij geen bliksem op het hoofd zoals Paulus op weg naar Damascus.

 

De voorstelling zou nog te redden zijn met knap acteerwerk. Helaas speelt de assistent [Servé Hermans] volgens het boekje. Hij verheft zijn stem wel eens, naar het einde toe dreigender, maar mist elke vorm van inleving. Het nasale tot banale getild. Om de meubelen te redden was er dus enkel nog de figuur van de schilder. Wim Opbrouck haalt alles uit zijn kast, speelt vanuit de buik waarin zowel de ziel als het hart zijn gezakt. Een rijke rits van over elkaar buitelende denkbeelden, opinies, ideeën, inzichten met een coloratuur waar je enkel verbaasd van kan staan. Zijn besef dat hij, naast acteur, een tekenaar is maar geen schilder spat de zaal in. Het spel van Opbrouck zou aan kracht gewonnen hebben, als hij geen ervaren acteur als tegenspeler had, maar een debutant. Servé Hermans is niet in staat een jonge schilder te tonen, die gaandeweg zijn waardering voor de meester verliest. Inziet dat schilders ook maar grutters zijn, zelfs al geven ze, zoals het geval was met Rothko, hun opdracht terug.

 

Dat de voorstelling in Arca speelt en niet in de schouwburg is het redden van de tuinmeubelen. De architectuur van het tweede plateau ligt in de logica van het opzet. Heel wat kunstenaars hebben hun atelier in een voormalige toonzaal, fabriekshal, vervallen schoolgebouw… of een garage, wat het Arca-pand oorspronkelijk was.

 

De laatste productie van het seizoen is helaas geen vlieger met een mooie staart. Hij plakt wel op de huid en de tong van Wim Opbrouck. Daardoor ontstaat echter de gedachte of een jaarprogramma gekozen is om een acteur zijn pleziertje te gunnen en de toeschouwer daar vrede moet mee nemen. De toeschouwer beschouwen als bekende buur in plaats van geliefde verwant, is een gevaarlijke gedachte.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
25 mai 2013 6 25 /05 /mai /2013 23:49

  jerome-reehuis.jpg

In zijn woonplaats Amsterdam is in de nacht van donderdag op vrijdag 17 mei de acteur Jérôme Reehuis overleden. Op 7 juli 1939 werd Reehuis geboren in Apeldoorn. Nederlander van geboorte voelde hij zich echter meer verbonden met Vlaanderen. Door zijn levensstijl, Bourgondisch, en zijn speelwijze, een volvette brok barok . Echt een type voor een andere barokengel, Hugo Claus. In diverse van zijn stukken en films speelde hij een prominente rol.

 

Na een opleiding aan de toneelschool van Maastricht, week Reehuis uit naar Vlaanderen, waar zijn speelstijl meer waardering vond. Meestal gebeurt net het omgekeerde; alvorens waardering in eigen land te vinden moet men eerst naar het buitenland. Om die reden vond hij pas op latere leeftijd de erkenning die hij verdiende. Onder meer met de filmrol Napoleon in De boezemvriend 1982 van regisseur Dimitri Frenkel Frank. Zijn laatste filmrol was professor Swezick in de komische film De zeemeerman [1996] van Frank Herrebout. De film werd door de Nederlandse pers bestempeld als de slechtste film ter wereld, maar dat lag niet aan Reehuis. Hij legde in elke rol alles wat eruit te halen viel.

 

Een regisseur had qua acteursregie weinig werk aan Reehuis, en hij liet zich ook niet graag regisseren. Dat beviel Hugo Claus wel. Reehuis speelde mee in toneelstukken als het ophefmakende Masscheroen, Thyestes, Het leven en de werken van Leoplold II, Het schommelpaard [waarin hij een vrouwenrol vertolkte] en in Het haar van de hond, samen met Marja Habraken, de toenmalige vriendin van Hugo Claus, die na opgebruikt te zijn, zich verhing.

Reehuis was ook een veelgevraagd stemacteur. Onder meer Winnie de Poeh, De klokkenluider van de Notre Dame en twee films uit de Harry Potter reeks, als minister Droebel. Wat vaak vergeten wordt is dat hij naast toneelspelen ook dichter en pamflettist was. En beviel er hem iets niet aan Amsterdam, dan moest de wereld het weten, op orkaanhoogte.

 

Zijn rechttoe rechtaan manier van leven maakte dat hij vriend en vijand had. De echte ware vrienden waren van een hoger niveau, zoals Ischa Meijer, die zoals bekend een hekel had aan vals spel. Zowel in het leven als op het toneel. En Reehuis speelde nooit vals. Hij had een neiging tot overacting, dat wist hij zelf wel, en maakte er graag gebruik van; om critici te ergeren. Eenmaal ze verdwenen waren, greep hij terug naar diep en breed spel. Eigenlijk viel hij als acteur tussen twee generaties, die van vóór en die van na de Actie Tomaat [1969]. Daardoor heeft zijn carrière het parcours van een achtbaan gehad. Toch heeft hij geschiedenis geschreven.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
25 mai 2013 6 25 /05 /mai /2013 13:52

 

285540_4250465472174_1501876667_n.jpg

De dames denken aan het oprichten van een gezelschap

Aan het eind van hun opleiding moeten acteurs in wording een eindwerk tonen. Anemone Valcke van de opleiding Drama van de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, bekend als het KASK, heeft een proeve van een musical gemaakt, i.s.m. met Lieselotte De Keyzer. Zij heeft dat proces al achter de rug. De samenwerking zorgde voor een verrassende voorstelling in theater Nieuwpoort, eerste plateau van Campo.

 

De musical is een genre van de theaterkunst en het is niet alleen een vorm van die kunstvorm, maar niet eens een gezonde vorm. Musical is in wezen nutteloos. Niets aan het genre is rationeel, maakt deel uit van de firma Logica & Zn. Anemone en Lieselotte hebben dat blijkbaar goed begrepen. Hun proeve is een beschadiging van het genre. Niet met een klacht maar met spot. Alle clichés worden doelbewust aangewend, zonder gebruik te maken van een sluitend verhaal of keiharde [tegen-]argumenten. Die moet de toeschouwer maar zelf vinden. Opdat hij die kan vinden, moet hij wel de pap in de mond krijgen. En daar zijn beide actrices ten volle in geslaagd.

 

In identieke outfit dansen, springen, zingen zij, tillen naïviteit uit zijn keurslijf, aan een razend tempo en optimaal gebruik makend van de ruimte. Ze zijn zo wijs geweest om er een tiental figuranten bij te nemen. Het geheel zorgt voor een kleurrijk spektakel, met een pracht van een timing. Toetje op de taart is de complexloosheid waarmee ze de publiek benaderen. Om een schuiver zijn ze niet bang. Integendeel. Hij moet, en liefst meer dan één. Om bij de les te blijven.

 

Ontwikkeling, zoveel is wel duidelijk, dat hebben Anemone en Lieselotte voor ogen gehouden, ontstaat om in verval te raken, maar dat verval kan afgeremd worden door de uitbuiting van het mysterie dat nu eenmaal een theatervoorstelling is. Een lied is in dat opzicht een maskerade van gevoelens die constant afgebroken en weer opgebouwd wordt. De Britse komediegroep Monty Python kwam een paar maal voorbijvliegen, maar ver, over the mountains and over the sea. Beide protagonisten hebben gezocht naar een verdere chaos, een chaos weliswaar met zijn ankerpunten, die echter de artificiële chaos versterken, eerder dan verzwakken.

 

Van alle eindproeven die ik al heb gezien, is dit de meest verrassende. Omdat naar een gekte werd gezocht, waar ze bij elke nieuwe voorstelling verbaasd over blijven staan. Een lied is het sterkste bewijs dat er zich een nieuwe manifestatie theatermakers aandient. Een die keek naar wat hun voorgangers hebben gepresteerd, maar er niet naar opkeken. De eindproef is een nieuw dada. Hun podium verschilt niet zoveel van dat van het amfitheater van de Atheners, maar het spelresultaat is het zoeken naar het ongetoonde van het al getoonde. Niets moet, alles kan. Halverwege de voorstelling sprong een versregel van Paul van Ostaijen door de geest: ‘Ik wil bloot zijn en beginnen’.

Een-Lied-beeld.jpg

Het moet zijn dat hun zoektocht de grammofoon van de publiciteit flink aan het zwengelen heeft gebracht, want de zaal zat afgeladen vol. En niet alleen met collega’s en verwanten. Een breed publiek, jong en oud, kenners naast barbaren. Maar de vreugde begon al vroeg. Een lied is een ode aan de kunst van spel, zang en dans. Anemone is stemvast, de dochter van Bianca Castafiore, in gunstige zin. Lieselotte is een onbevlekte comédienne. En wie dat kan, kan ook tragedies aan. Ze is een jongere versie van Chris Nietvelt.

 

De dames denken aan het oprichten van een gezelschap. Daar schuilt een gevaar in. Als ze maar niet vervallen in een format. Ze moeten zichzelf telkens opnieuw uitvinden in een nieuwe kosmos op oude grond. Als dat maar lukt. Ik hoop het. Maar goed. Dat is koffiedik kijken. De productie Een lied is van korte duur. Misschien een herneming volgend seizoen?

 

Wie niet kan wachten surft naar Campo. Een absoluut vrolijk spektakel gegarandeerd. Dat blijft nazinderen huiswaarts kerend met een lied in het hoofd. Bij uw dienaar was het een van Dirk Witte met als centrale boodschap: “Vraag niet elke dag van je korte bestaan: / Hoe hebben m’n pa en m’n ma het gedaan? / Hoe doet er m’n neef en hoe doet er m’n vriend? / En wie weet, hoe of dat nou m’n buurman het vindt / En – wat heeft ‘het fatsoen’ voorgeschreven! / Mens, durf te leven!’

Guido LAUWAERT

www.campo.nu

Partager cet article
Repost0
23 mai 2013 4 23 /05 /mai /2013 18:00

 

Full house, bij de presentatie van het nieuwe seizoen. Een mooie mix van generaties. Niet ongebruikelijk voor het NTGent, waar de artistieke ploeg de voorbije jaren niet alleen gewerkt heeft om van de stadsschouwburg ‘een huis van spelers’ te maken, maar ook ‘een huis van buren’. Die strategie is aardig gelukt door een uitgekiende samenzwering van drie onderaannemers uit de achterbuurten van het gebouw: de artistieke ploeg, de marketing en de persafdeling.

De ouverture hield de gebruikelijke blabla in, telkens gevolgd door een afgedwongen applaus. Als geen ander weten theatermensen hoe ze hun stem en gebaren moeten gebruiken om de handen op elkaar te krijgen. Geen bezwaar tegen, zolang ik het spelletje niet moet meespelen. Het sec presenteren, met iets meer cachet, tilt het niveau de hoogte in en is een betere entree voor wat komen gaat. En wat er staat aan te komen dát verdiende applaus. Een homogeen seizoen, zowel wat betreft de elf parcours als de kruisbestuivingen er tussen.

Het seizoen begint al vroeg. Terecht. Een eerste nieuwe productie moet het jaar opengooien. Hernemingen zijn toegestaan, maar zijn in wezen tussendoortjes, tussendeurtjes van de ene naar de andere nieuwe productie. En een seizoen moet eindigen met een geboorte. Zoals dit jaar met Rood, een voorstelling die op 24 mei ter wereld komt, op het tweede plateau, de Arca, in de schaduw van het Gravensteen.

De eerstgeborene is een stuk van een huisvriendin. Lot Vekemans is i.s.m. de productieploeg aan het schrijven. Hoever ze daarmee staat is nog een goed bewaard geheim, al is de kern al geweten en de titel bekend. Vals gaat over twee vrouwen die iemand aanrijden en vluchtmisdrijf plegen. Slechts één getuige. Een man. Maar is hij wel oprecht? Waar schuilen zijn ‘bijkomende factoren’? Regisseur is Johan Simons, de man die, met een zekerheid op dit moment van 99% - in 2015 terugkeert naar het huis waar hij zich waarlijk thuis voelt. De twee vrouwen worden vertolkt door Elsie de Brauw, Betty Schuurman en Bert Luppes.

Het NTGent heeft een schijnhuwelijk aangegaan met het Nationale Toneel [NT], Den Haag. Het eerste kind is An Ideal Husband, van Oscar Wilde, maar uit het verleden naar het heden getrokken door Elfriede Jelinek onder de noemer De ideale man. Regisseur is Theu Boermans, de artistiek leider van NT. Een keur aan spelers, wie met een surfplank overweg kan verneemt meer op de website. De nobele koppigaard van een catalogus gaat langs in de schouwburg en krijgt er meer dan gewenst. Een telefoontje via het nummer 09/225 01 01 kan ook. Een paar dagen later zit het jaarprogramma in zijn brievenbus. Toch één acteur [v] een spotje geven, Anniek Pheifer. Geroemd op de markt en in de lege paleizen – bij wijze van spreken – van de Nederlandse residentiestad.

De derde nieuwe productie is een bewerking van de roman van Marguerite Duras die ze zelf bewerkte voor toneel. Le square uit 1955. ‘De plaats van handeling is een zitbank in het park,’ zo staat in de brochure, ‘waar een handelsreiziger en een jonge kinderoppas aan een voorzichtige dialoog beginnen.’ Wat de ene uit zijn verleden tovert, brengt de andere op beleden gebeurtenissen, maar ook op toekomstige verwachtingen. Het wordt dus een spel van verleden, heden en toekomst.

De volgende! Parsifal, een muziekproductie. Richard Wagner kreeg Peter Verhelst aan het schrijven en zal de productie regisseren, samen met – wie anders – Wim Opbrouck. Muzikale leiding: Christoph Homberger.

Next! Tauberbach. Een productie van Alain Platel op vraag van Elsie de Brauw. Zij heeft haar theateramours. Vroeg of laat moest het dus komen tot een productieverhouding. Kort samengevat: een geesteszieke vrouw leeft op een vuilnisbelt en toch tracht zij op een waardige manier met haar omgeving te communiceren. Veel dans uiteraard, het land van handeling is Brazilië, en muziek van Bach en Beethoven.

Le suivant! Het spookhuis der geschiedenis. Een samenwerking tussen Wunderbauw, NTGent, Hebbel am Ufer [HAU]. De sleutelzin van deze productie is ‘Escape from Escapism’. Daar kan je alle kanten mee uit, ja zelfs de premièredag nog het raam uitkiepen en vijf minuten voor aanvang iets nieuw bedenken. Aanstellerig? Als de productie in de brochure nauwelijks een halve bladzijde beslaat en die zwiert alle kanten op, kan je niet meer verzinnen dan wat hier staat.

Vijf nieuwe producties. Acht hernemingen, onder de noemer ‘Beproefd repertoire’, achtendertig gastvoorstellingen, vijf concerten en vier producties vertrekkend vanuit een sociaal-maatschappelijke insteek. Nauwelijks nog een dag, een plaats vrij voor de verrassing van het jaar. Al zou het mij vreemd voorkomen dat het NTGent dan toch niet een locatie vindt om die er alsnog tussen te schuiven. Het gezelschap van Gent heeft nu eenmaal de reputatie opgebouwd van een programma te kunnen uitkienen voor jong en oud, rijk en arm, dom en slim, dat in een evenwichtige verhouding te plannen, en toch ruimte laten voor een lichtvoetige komedie, geschreven n.a.v. bijvoorbeeld van de abdicatie van de koning. Of de klucht staat of valt zal het gezelschap een zorg wezen. Het NTGent is niet alleen een huis van spelers, een huis van buren, maar ook een huis vol kuren. Ook uit andere schuren. Zoals het hoort.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
22 mai 2013 3 22 /05 /mai /2013 16:29

 

Mei is de maand van de seizoenspresentaties. Gisterenavond, naar Vlaamse gewoonte met een flinke hap en een forse slok, in het NTGent en volgende week maandag is het Toneelhuis Antwerpen aan de beurt. Toneelgroep Amsterdam [TA] doet het op sobere wijze: een uitvoerige persbriefing per mail. Een druk jaar, niet alleen door de vele eigen producties maar ook door de reisvoorstellingen.

De noemer waaronder het nieuwe seizoen valt, vat het zelf samen in de zin ‘TA breidt uit op alle fronten en combineert de grote namen van vandaag met de talenten van morgen’. En het doet dat al vroeg op het seizoen. De eerste première is al op 25 augustus. Lange dagreis naar de nacht van Eugene O’Neill, wiens dochter Oona op 18-jarige leeftijd trouwde met de 54-jarige Charlie Chaplin. De lange dagreis wordt een lange zit, maar bij zakelijk en artistiek leider Ivo van Hove in goede handen. Het feit dat Eugene geen rustige, beschermde jeugd heeft gehad zit diep verankerd in zijn stukken. Zijn ouders verdienden een fortuin door het land af te reizen met een melodrama gebaseerd op Dumas’ The count of Monte Cristo. Eugene O’Neill is geboren in een hotelkamer en moest vanaf zijn vroegste jeugd zijn ouders vergezellen op tournee. Zijn vader was een vrek, zijn moeder raakte verslaafd aan verdovende middelen, terwijl zijn oudere broer James stapel verliefd was op de alcohol. Tel daarbij een katholieke opvoeding en je hebt problemen zat. O’Neills meest autobiografische stuk is in de eerste plaats een drama over de haat en de liefde t.o.v. zijn omgeving.

Elke productie flink in de spots zetten is onbegonnen werk. Op de website vindt de liefhebber zijn gading. Om hem aan het googlen te zetten toch wat info dat smaakt naar meer. Zeven premières staan er aan te komen en naast de bekende olifanten als Guy Cassiers en Johan Simons, treedt er een nieuwe generatie regisseurs aan: Suzanne Kenndy, Eric de Vroedt en Julie Van den Berghe. Met Toneelhuis [Antwerpen] begint vanaf volgend seizoen een langdurige samenwerking, al is dat hoog gegrepen. Net als in de sport zijn regisseurs nooit zeker van hun job, al hebben ze een contract tot aan hun pensioen op zak.

De eerste samenwerking van Toneelhuis en TA bestaat uit een bewerking van Tom Lanoye van het meest bekende stuk ter wereld, Hamlet. Regisseur is Guy Cassiers en Tom is voor zijn bewerking vertrokken vanuit Hamlet op de stoep van zijn volwassenheid, een periode die bij iedere mens gepaard gaat met het leren verstandelijk lopen vanuit de eigen kracht. Het in twijfel trekken van de raad van naasten en derden. Alvast een pracht van een vondst is Hamlet te laten spelen door een vrouw. Denkend aan Toneelhuis en TA springen twee vrouwen in beeld, Halina Reijn en Abke Haring. Het werd de tweede. Een groot meisje wordt het, staande aan de rand van de spiegel, met de lust maar ook de angst om de duistere wereld van spiegelland binnen te dringen. De titel van Lanoye’s bewerking luidt Hamlet.jr. En nu ik toch Lanoye a/d lijn heb: zijn de Russenwordt opnieuw opgevoerd, maar als reisvoorstelling.

Het TA-seizoen eindigt in juni 2015 tijdens het Holland Festival met een vertoneling van de favoriete roman van onder meer Alan Greenspan, Hugh Hefner en Oliver Stone, The Fountainhead van Ayn Rands. Volgens Ivo van Hove schreeuwde de roman om een podium. Na jarenlange pogingen zijn de rechten verworven en de controversiële roman zal op het toneel in Amsterdam zijn wereldpremière beleven. De achtergrond van het verhaal is het extremisme van het conservatisme, en hoe dat commercieel en politiek gebruikt kan worden. Uiteraard zit er ook een liefdesverhaal in verweven, eentje dat grenst aan het fatsoen. Beide verhaallijnen vormen gaandeweg een kluwen dat de hypocrisie van botsende gevoelens en belangen genadeloos fileert.

Vanaf volgend seizoen zal Ramsey Nasr regelmatig te zien zijn op de podia van TA. Met als start Lange dagreis in de nacht.Na de veel geprezen regie van Macbeth, is Johan Simons weer te gast. Het wordt Dantons Dood van Georg Büchner. Deze voorstelling gaat in première bij het gezelschap waar Simons nog een jaar artistiek leider van is, Münchner Kammerspiele. Dantons Dood [1835] is een ‘koningsdrama over twee grote mannen van de Franse revolutie, Georges Danton en Maximilien Robespierre. Beide mannen staan qua gedachtengoed lijnrecht tegenover elkaar. Robespierre meent dat ‘de ondeugd’ in bepaalde omstandigheden hoogverraad is’ en dat de individuele vrijheid ondergeschikt moet zijn aan het algemeen belang. Dantons antwoordt daarop is dat de individuele ‘ondeugd’ het hoogste goed is. Een clash dus tussen twee barricadenfilosofen met een onstilbare dorst naar het gebruik van massa en macht.

Enkele kaskrakers, zoals Romeinse Tragedies en Opening Night worden hernomen, maar op podia ver van het moederhuis. TA reist voor het eerst naar Zuid-Amerika, Chili, naar Kroatië, naar Rusland - Sint-Petersburg en Moskou – Frankrijk – Parijs en Montpeillier – en zal ook optreden in het prestigieuze Barbican Center in Londen.

Voor meer details raadplege men de website. Een boeiende reis.

Guido LAUWAERT

www.ta.nl

Partager cet article
Repost0
17 mai 2013 5 17 /05 /mai /2013 16:25

 

Beckett.jpg

De Ierse schrijver en Nobelprijswinnaar Samuel Beckett staat voornamelijk bekend om het dwingend aanwenden van stiltes. Vooral in zijn latere toneelwerk. Het is onlosmakelijk verbonden met zijn kijk op het absurd theater van de jaren vijftig van de vorige eeuw. Theater Zuidpool heeft van vier korte stukken één voorstelling gemaakt. Met wisselend resultaat.

*

Niet alleen wat er gezegd, maar hoe het gezegd moet worden, wanneer er stiltes moeten vallen, de wijze van belichting et cetera heeft Beckett geschreven en bevolen. Uit zijn werk merk je dat wanneer er een pauze ingebouwd is, die vaker gevaarlijker is dan wanneer de stem zijn stem verheft. Dat geldt zowel voor de speler als de toeschouwer. Bovendien zijn drie van de vier teksten bedoeld als volwaardige avondstukken, hoe kort ze ook duren.’Wij willen Beckett precies zo brengen als toen’ zegt Jorgen Cassier, ‘alleen anders’. Dat ‘anders’ slaat op het samenvoegen van drie theaterstukken en een prozagedicht tot één geheel. Het resultaat is een fraaie schotel, maar met te weinig smaak. Door de vier stukken afzonderlijk te bekijken, zal blijken waarop dat oordeel gebaseerd is.

Stille Sidders

Met het laatste literaire stuk van Beckett uit 1988 begint de voorstelling. Julien Schoenaerts heeft Stirrings Still in 1989 onder de titel Stille Sidders gespeeld. De vertaling was van zijn partner Marie-Dominique Wiche, de moeder van een jonge met een schone aard, Matthias Schoenaerts. Wat toen opviel was dat Julien nadacht over wat hij gezegd had… om te weten wat de volgende zin moest zijn [hoewel die op papier en dus in zijn hoofd zat]. De versie van Jorgen Cassier verschilt grondig. Hij wandelt niet maar stapt flink door. Hij denkt niet na. Wat nu net de bedoeling van Beckett was. Hij had zelf geworsteld met de afwerking ervan, en wilde dat de lezer dezelfde worsteling beleefde. Een toneelversie ervan maken kan, mits een degelijke begeleiding. Dat is niet het geval geweest. En kijk, zijn spel is geen spel meer maar een voordracht geworden. Wat maakt dat de toeschouwer niet meegetrokken wordt in de tekstballon. Extra zwakte is de slordige declamatie.

Waar Beckett razend zou over geworden zijn, dat blijkt voldoende uit getuigenissen. Hij wilde dat elke letter van een woord aan bod kwam.

Niet ik

Not I dateert van 1972. Aan de basis lag het schilderij De onthoofding van Johannes de Doper, het beroemde schilderij van Caravaggio. Hij was zo gefascineerd door de blik van het onthoofde hoofd op de schotel dat hij voor Not I enkel het een verlichte mond in beeld wilde. De mond spuwt in een verbazingwekkend tempo woorden en vertelt van een eenzaam en droevig leven. Zij – want de stem is vrouwelijk – wordt gespeeld door Sofie Decleir. Volgens het boekje. En daar mocht nu net wat meer gevoel in zitten. Het moet een apocalyptisch lied worden. De versie van Sofie Decleir is dat niet, op een paar kleine oprispingen na. Door het te weinig gebruik van de colloraturen van de stem blijft het geheel niet plakken bij de toeschouwer. Hij ervaart enkel.

Die keer

That Time is een monologue intérieur uit 1975. Een man staat stil en luistert naar drie stemmen in zijn hoofd die met elkaar in debat gaan. De club van Zuidpool heeft één stem met drie toonhoogten op band laten zetten en ze vanuit drie hoeken uit klankkasten laten vallen. Dat is de zwakte van een anders niet slechte interpretatie. Waren drie acteurs in het donker ‘gebruikt’ het effect zou veel indringender zijn geweest.

Wiegelied

Rockaby is een prachtig kort stuk uit 1975. Een vrouw, gekleed in een zwarte, hooggesloten avondjurk schommelt ritmisch heen en weer in een schommelstoel. Het tempo loopt synchroon met de ritmes van haar stem. Ze zit doodstil. Met tussenpozen spreekt ze geluidloos mee met de sleutelzinnen. Haar stem wint naar het einde toe aan kracht tot band en stem in elkaar overgaan. Hier krijg je een indrukwekkend samenspel en een heel gevoelige invulling. Schapeau voor Sofie Decleir. De actrice wordt de grootmoeder die Beckett voor ogen had, zijn eigen oma. Maar er zijn ook schilderijen – zo vaak bij Beckett – die hem inspireerden. Dat is niet zo belangrijk. Wat wel belangrijk is, is dat Beckett bedoelde dat de oma naar het graf schommelt. Laatste behoeften en teleurstellingen leiden tot een besluit: het is genoeg geweest. Slot. Einde. Dood.

Envoi

Er is een pauze, na twee stukken, en een muzikale interactie tussen de stukken zonder pauze. Leuk, maar pauze en muziek voegen niets toe. Zonder ware beter geweest. Dan was het introverte, asociale maar voyeuristische karakter waar Beckett het patent op heeft, sterker geworden.

Voldoende spijkers. Tijd voor de aai, een streling. In vier fasen groeit de voorstelling uit tot een fraai kleinood. Een miniatuur om te koesteren. Alleen al om het vierde deel is dit een voorstelling waar men geen slecht gevoel aan overhoud. Integendeel. En een tournee verdient.

Guido LAUWAERT

Beckett-Zuidpool.jpg

BECKETT Theater Zuidpool – www.zuidpool.be

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche