Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
2 décembre 2013 1 02 /12 /décembre /2013 19:15

 

Federico-Garcia-Lorca.jpg

Toneelgroep Amsterdam en Frascati Producties hebben een samenwerkingsverbond gesloten om Julie Van den Berghe de kans te geven definitief door te breken als regisseur in het Walhalla van de toneelwereld der Nederlanden. Maar Van den Berghe heeft niet gekozen voor de veilige weg. Bloedbruiloft van de Andalusische dichter en toneelauteur Federico García Lorca is een aartsmoeilijk toneelstuk.

Het plot van Bloedbruiloft is een anekdote omgetoverd tot een toneelstuk. Dat was in zijn eerste stukken al het geval, stukken waarin folklore en mysterieuze poëtische diepgang de boventoon voeren. In zijn latere stukken heeft Lorca wat meer gif en gal gegoten, zodat zij af en toe nog eens opgevoerd worden, als een regisseur of gezelschap even niet weet wat hij op z’n boterham moet smeren.

Breder publiek

Misschien toch een keer Lorca? Maar dan een toneelstuk dat automatisch lof krijgt toegezwaaid van publiek en critici door de reputatie van de auteur. In dat geval is er niet veel keus. Men moet kiezen uit de stukken ontstaan dankzij een politieke gebeurtenis van formaat in Spanje. De Tweede republiek was uitgeroepen. Op verzoek van een vriend, minister Fernando de los Ríos, begint Lorca met een gezelschap, op voorwaarde dat hij stukken schrijft die voor een breder publiek toegankelijk zijn.

Franco

Lorca, in wezen een bourgeois de première classe, schuimt daarvoor de Spaanse versies van Het Laatste Nieuws af en vertrekt van reële gebeurtenissen. Zo ontstaan Bloedbruiloft [1932], Yerna [1934] en een stuk dat volgens tijdgenoten verloren is gegaan. Twee jaar later volgt Het huis van Bernarda Alba [1936], dat het begin van een nieuwe trilogie moest worden, maar door de machtsgreep van de nieuwe inquisiteur Franco, die een hekel had aan homo’s en kunst, wordt Lorca gearresteerd en zonder vorm van proces gefusilleerd.

Funest

Bloedbruiloft sluit qua symboliek aan bij de 'romancero gitano', een genre met deels een boeren- en deels een zigeunerkarakter. Haat eist wraak, die alles als een vloedgolf met zich meesleurt, en waartegen de landmens geen verweer heeft. Dus besluit de bruid al niet in de plooi door de keuze van de prooi door haar familie, er meteen na haar bruiloft mooi vandoor te gaan met haar jeugdliefde. De hele kliek heethoofden er achteraan. De minnaar wordt gedood en de bruid weer naar het dorp gevoerd waar ze voor de rest van haar leven een verstoten vrouw blijft. Als basis niet onaardig, maar Lorca’s toneeltaal blijft ook in zijn ‘volksdrama’s’ doorweven van poëtische symboliek en lyrische romantiek. Het levert een kermisdeuntje op, funest voor het dramatisch verloop van het stuk. Het is een verhaal zonder deftige theatrale opbouw en heftige climax. Ongetwijfeld de reden dat elke regisseur de hakbijl bovenhaalt.

Artificiële taal

Het is het geval geweest met de vertaling van Dolf Verspoor uit 1968, opgevijld in 1985. Elke regisseur die van Verspoors vertaling vertrekt hakt er lustig op los. Ook Julie Van den Berghe en Jona Hoek. Wat te voorschijn kwam is een scharminkel zonder water in de mest, gif of gal. Het levert een artificiële taal op, soms puberaal, vaak saai, een zeldzame keer uitstijgend boven de banaliteit.

De architectuur

En dat is nou typisch aan de regies van Vanden Berghe. Ze zijn smetteloos, ontdaan van gevoelens en overleven slechts door hun architectuur. En toch, ondanks het ontvleesde stuk en haar koppige koelheid, is Bloedbruiloft een van haar beste bouwwerken geworden. Soms wat bijeengesprokkelde ideeën die doen denken aan Fellini [Amarcord], Ivo van Hove en diens esthetische beeldtaal, of Luk Percevals en zijn kurkdroge taalbeeld. Duidelijk is ook merkbaar dat de acteurs, en dan vooral de oudere, zich niet in het harnas van Van den Berghe lieten wringen. Ze hebben niets van hun spanwijdte ingeleverd. Dat Van den Berghe zich hiertegen niet verzet heeft pleit voor haar. Met deze voorstelling heeft ze ingezien, hoop ik, dat zij de regie voert maar niet de voorstelling maakt.

Krassen op het behang

Behoorlijk, nauwelijks inzinkingen, jammer van de dwaze scènes, zoals het bruiloftfeest en lingeriescène in het publiek. Krassen op het behang. De voorstelling heeft vaart, maar eindigt helaas op een anticlimax. Het lijkt wel of er geen energie meer overschoot om het slot aan wat verrassing te helpen. Het dramatisch effect, dat in het oorspronkelijke stuk zichzelf al opvreet, bezorgde het publiek geen medeleven. Had de bruid gelijk er op haar huwelijksdag vandoor te gaan met haar jeugdliefde? Misschien was het de bedoeling van Julie Van den Berghe, het publiek in twijfel naar huis te sturen, maar die intentie maakt ze niet waar. Een regisseur moet niet alleen de acteurs regisseren maar ook de toeschouwers.

En de acteurs?

Sommigenbleven steken in routineus spel, anderen speelden sterk tot briljant. Hoe vaak heeft Frieda Pittoors al niet een meid gespeeld? Toch slaagt zij er telkens weer in een andere te serveren. In Bloedbruiloft heeft haar meidengedrag Italiaanse trekjes. Van gelijk hoog niveau is het spel van Chris Nietvelt als de moeder. Geen karikaturale feeks, maar een Godmother. Haar woord is wet, haar wens is wil. Zij heeft geen troon nodig om keizerin te zijn. Zeer goed, hoewel ze af en toe een steekje laat vallen, is de bruid, Lauranne Paulissen. Haar eerste grote rol waaraan enkel nog iets teveel pasta van het klaslokaal plakt. De overigen, netjes, pittig, uitgezonderd Laurien Riha, de vrouw van de bruidegom Leonardo. Haar verbale inbreng blijft plakken op haar gebit, rolt geen moment van haar lippen.

Verdict

Bloedbruiloft is een zeer genietbare belevenis, zolang de kam de luizen vangt. De jeuk die ze veroorzaken kan verdwijnen na wat bijsturing en losser samenspel. In dat geval staat de voorstelling een lang leven te wachten.

Guido LAUWAERT

 

BLOEDBRUILOFT – productie TA-2 en Frascati Producties – www.tga.nl

Partager cet article
Repost0
26 novembre 2013 2 26 /11 /novembre /2013 13:38

 

Yves-B.jpg

Yves Beaunesne


De liefdeshistorie van Romeo en Julia is wereldwijd bekend. In alle mogelijke variaties. De meest bekende zijn West Side Story en Titanic. Het verhaal van William Shakespeare is niet kapot te krijgen, maar wel de voorstelling. Regisseur Yves Beaunesne is daarin met glans geslaagd.

 

Een iconische Shakespeare-klassieker à la Belge, staat er in de promotekst. Op z’n Belgisch is Roméo et Juliette zeker. Frans en Nederlands worden door elkaar geklutst. De ene clan spreekt Frans en de andere Nederlands. En elke acteur kent wel een woordje uit de andere taal; een schalkse uitdrukking, een vloek, een verwijt. Daar blijft het bij. De vete tussen beide clans is zo goed als gesneuveld, door de gulzigheid van de regisseur. Hij wilde een oogverblindende Shakespeare maken. Hij mist daar echter de verbeelding voor. Bovendien ruik je een berg ijdelheid, hoger dan de Mont Blanc.

 

Zoals met vele toneelauteurs van naam en faam, moet een regisseur vanuit de bescheidenheid beginnen. Wat Yves Beaunesne heeft getracht is Shakespeare taalkundig te overtreffen. Het resultaat is dat het Frans noch het Nederlands bekt, zingt en swingt. Het is zelfs zo erg dat er geen lichaamstaal bij past. De acteurs kunnen door de pretentie van de regisseur niet de juiste houding, het passende gebaar vinden. Kortom, taal en beeld plakken langs geen kanten.

 

Yves Beaunesne wilde mordicus pronken met zijn kennis. Stijlen, modes, genres overspoelen elkaar, met als gevolg een slijkboel zoals een natuurramp niet voor elkaar krijgt. Klap op de vuurpijl is dat de haat niet zuur is en de liefde niet zoet. Inleving en medeleven zijn voor de toeschouwer volkomen onmogelijk. Moest deze voorstelling eind van de jaren zestig op het Amsterdamse toneel hebben gestaan, er zouden tonnen tomaten op het podium zijn beland. Deze productie is zo slecht dat ze niet eens een publieksopstand waard is, want zo die er is, betekent dat extra publiciteit, wat wel eens zou kunnen zorgen voor een volksverhuizing. En dat is wat absoluut vermeden moet worden.

 

Het Belgisch soepje wordt gespeeld door een mix van Belgische en Franse acteurs. Wat een bijkomend gebrek schept, want de Vlaamse Belgen acteren met een beheerste souplesse [zonder engagement in blik en gebaar] terwijl de Franse niet voorbij het boulevardgenre geraken. Om een productie te maken met een gezelschap dat bij elkaar getelefoneerd wordt, moet je sterk in je schoenen staan. De vraag is of Beaunesne schoenen heeft. Uit wat getoond wordt, Shakespeare à la Molière, mais sans ses manières, lijkt het wel dat hij wel sokken heeft, maar dat ze vol gaten zitten.

 

Dergelijke productie als gastvoorstelling binnenhalen beledigt het gezelschap. Hij was waarschijnlijk geboekt vóór de première, omdat er enkele bevriende acteurs in meespelen. Na de eerste voorstelling bleek dat een blunder van jewelste te zijn geweest. Daar zal de staf van het NTGent zich nu voor schamen, daar kan je je hand voor in het vuur steken, want de leden hebben hun kat gestuurd. Er was niet eens een programmablaadje. Het is voor de toeschouwer dan ook raden wie er op het toneel staat. Enkel van acteurs die al eens een rol in een film of televisieserie hebben, weet men de naam.

 

En nu we bij de acteurs zijn beland. Evelien Bosmans [Juliette] heeft een vuile uitspraak en Gilian Petrovski [Roméo] is dan wel een schone jongen, maar hooguit geschikt voor een modeshow in een provinciegat of de presentatie van een nieuw soort wafelijzer. Werkelijk, was ik niet in opdracht van Knack/Focus gegaan, ik was al vrij vroeg in de voorstelling gevlucht en een kroeg ingedoken.

Eén troost: de slechtste voorstelling van het seizoen hebben we al gehad. Het publiek is bij deze gewaarschuwd. Roméo et Juliette is geen twintig, geen tien, geen halve euro waard. Absoluut te mijden.

Guido LAUWAERT

 

ROMÉO ET JULIETTE – een productie van Centre National de Poitou-Charentes in coproductie met Théâtre de Liège – geen website vermeld

Partager cet article
Repost0
26 octobre 2013 6 26 /10 /octobre /2013 21:21

 

index.jpg

Kunst is wat niet behoort tot de realiteit, maar wat buiten de realiteit staat. The Old Woman, een productie van drie internationale festivals en deSingel, is vanuit die gedachte gezien de mooiste voorstelling van dit jaar. Met als acteurs Willem Dafoe en Mikhail Baryshnikov, door het wonderlijke licht- en muziekverhaal, en natuurlijk dankzij de meesterhand van regisseur Robert Wilson.

OldWoman2.jpgRobert Wilson

 

Voor deze productie vertrok tekstbewerker Darryl Pinckney van een kort verhaal van Daniil Charms [1905-1942], zowat de meest bizarre Russische auteur van de twintigste eeuw. In 1926 richtte hij samen met enkele vrienden een literaire groep op: ’Vereniging van Enthousiasten voor het Reële en het Universele’. Hoewel ze het woord niet gebruikten, pleitten ze voor absurde kunst. De groep kreeg de steun van de schilders Kazimir Malevitsj en Pasvel Filonov. Maar niet die van Josef Stalin. Door de censuur gepest kwam er van hun dada, theaterhappenings, niets terecht. Noodgedwongen moesten ze hun toevlucht nemen tot huiskamers, maar ook daar werden ze achtervolgd door de censuur. Einde van het verhaal: Drie van de vier leden werden naar een strafkamp gestuurd. Charms overleed er in 1942.

Kleurrijk figuur

Uit nagelaten brieven van vrienden blijkt dat Charms een van kleurrijkste figuren uit de Leningradse wereld was. Hij liep in de meest excentrieke kostuums rond en met als hoofddeksel, om maar een paar voorbeelden te noemen, een bloempot of een opgezette haan. De meest opvallende opmerking die over hem gemaakt is, luidt: ‘Charms maakt geen kunst, Charms is kunst.’ Door zijn leven en werk is hij de voorloper van elke vorm van het modern toneel. Grotowski, Ionesco, Beckett, Arrabal en hun goedgekke collega’s zijn hem schatplichtig. Opvallend is dat de religie onderhuids sterk aanwezig is, maar ook dat de figuren uit zijn werk heel wat ledematen missen. En Charms had een hondje dat [in het Russische] heette: ‘Eert-de-nagedachtenis-aan-de-slag-bij-Thermopylae’, wat verwijst naar zijn eigen overtuiging: de censuur beschouwde hij als een heldhaftige nederlaag. Want wat hij voor ogen had was dat naast een politieke revolutie er ook een artistieke moest zijn. Door verraad en lafheid van collega’s is dat niet gelukt. ‘Nagedachtenis’ is dan ook het sleutelwoord in de naam van de hond.

Literaire sotternie

Wilson en zijn kompanen gebruikten maar fragmenten van het basisverhaal, maar voegden er andere kortverhalen of aanzetten tot happenings of toneelstukjes die hijzelf bestempelde als vaudeville, aan toe. Niet zelden eindigt een toneelstukje op ‘enzovoort’. Ook The Old Woman, eindigt midden in het verhaal in de Engelse vertaling als volgt: ‘At this point I temporarily end my manuscript in the belief that it has drawn on long enough.’ Vóór deze verklaring staan enkele stippenlijnen. Geklust levert het resultaat een literaire sotternie op dat kop noch staart heeft en toch een spannend verloop kent. De reden hiervoor is een tocht door de geschiedenis van het theater van de twintigste eeuw, eindigend bij een mélange van Sitcom en Slapstick. Welbeschouwd is The Old Woman een ode aan een genie.

Bizar Ballet

Het licht en klankplan helpt in grote mate mee de schoonheid van de voorstelling te benadrukken. Kasimir Malevitsj duikt op in het decor en Marc Chagall, maar ook Strawinksy, Sjostakovitsch, de hele club van Les Ballets Russes, de verzamelde circusclowns en uitdeinend naar de Marx Brothers, de jazz van in zijn prille begin tot bij zijn erkenning als volwaardig muziekgenre. De hele voorstelling is een bizar ballet, een breiwerk van kolderieke dialogen, badend in felle kleuren. Opvallend daarenboven is de militaire precisie van het geheel. Wat Robert Wilson voor mekaar heeft gebracht is het respect voor de grote waarde van de twee dingen die voor Charms voorop stonden: humor en religie, zijnde het ware levende leven. Beide vertrekkend vanuit een materiële armoede en een geestelijke rijkdom. Dat is herkenbaar aan het intens joods karakter van het concept.

Explosief en onsterfelijk

The Old Woman is een running-gag die blijft kleven. Vanuit het minieme wordt het maximale bereikt. De personages vertolkt door Mikhail Baryshnikov en Willem Defoe zijn Laurel en Hardy avant la lettre in een tijdloos spel. En Robert Wilson de hogepriester van de regisseursgilde. Of hij nu extreme shows dan wel intieme two-shots maakt, zijn producties blijven explosief en onsterfelijk. Nog t/m 29 oktober in deSingel – sold out, maar wie niet waagt, niet wint. Er zijn altijd niet afgehaalde kaartjes.

Tot en met dinsdag.

Guido LAUWAERT

THE OLD WOMAN – deSingel / Antwerpen – www.desingel.be

Partager cet article
Repost0
23 octobre 2013 3 23 /10 /octobre /2013 02:36

de ideale man het nationale toneel foto kurt van der elst w

Tussen 1892 en 1895 schreef Oscar Wilde vier toneelstukken, waarvan The Importance of Being Ernest  het beste is. Op de tweede plaats komt An Ideal Husband. Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek heeft een zwak voor Wilde en verfriste het tweede, zuiverde het salongelul en verscherpte de politieke ornamenten. Tom Kleijn vertaalde het stuk in het Nederlands en regisseur Theu Boermans paste het aan naar de Haagse kringen en de Brusselse Warande, om het ook voor de Vlamingen begrijpelijk te maken. Noodzakelijk wegens de samenwerking tussen de gezelschappen die het stuk op de planken brengen, Het Nationale Toneel en het NTGent.

Oscar Wilde [1854-1900] schreef de stukken om het geld. Hij had, nochtans niet onbemiddeld, boven zijn stand geleefd en zich aan poëzie en proza gewaagd dat de typische kenmerken heeft van de bourgeoiscultuur van zijn tijd, maar financieel een ramp was. Het bekendste werk is The Picture of Dorian Gray, een sterk autobiografische roman.

In het jaar van verschijnen, 1891, maakt de genotzoeker kennis met de egoïstische profiteur, de jonge Lord Alfred Douglas. Een relatie volgt, die Wilde naar de rand van het bankroet voert. Het enige gunstige resultaat van deze desastreuze verbintenis is dat hij genoodzaakt was zich te gaan bezighouden met een nieuwe kunstvorm: het toneel. Dat al bestond, maar indertijd, zoals overal in de Westerse wereld zo goed als vergeten was. Maar door de toenemende rijkdom van het Britse rijk steeg ook het drukke uitgaansleven, wat om variatie vroeg. Vandaar de wederopstanding van het toneel.

De van oorsprong Ierse schrijver dreef mee op die trend en wist als geen ander de heersende pretentie van de gegoede klasse een sardonische toon mee te geven, gekoppeld aan de schandalen uit de politieke wandelgangen. In het geval van De ideale manwas dat het schandaal rond het Panamakanaal dat einde 1892–begin 1893 in Parijs – de meest geliefde citytrip van de Londense bourgeoisie en daarom in de salons kern van gesprek was – zijn beslag kreeg. De scherpe pen van Wilde zorgde voor een hilarische salonklucht. Met de toneelervaring van Jelinek, kan die naar elke politieke generatie en elk Westers land overgeheveld worden. Schandalen kweken nu eenmaal als konijnen.

Het gegeven van De ideale man: Staatsecretaris Robert Chiltern heeft zich dankzij voorkennis verrijkt, maar als het bedrijf over de kop dreigt te gaan, houdt hij vol dat de onheilswolken verzinsels zijn, terwijl hij zijn aandelen bliksemsnel verkoopt. Het gevolg is dat heel wat mensen pakken geld verliezen, denk aan Fortis en Lernout & Hauspie. De staatssecretaris heeft zijn wandaden buiten de pers weten te houden. Slechts een kleine kern van vrienden heeft weet van zijn scheve financiële schaats, waaronder – conform het genre – een vrouw. Zij is in het bezit van een brief die hem kan laten hangen. Ze dreigt die openbaar te maken als hij niet met geld over de brug komt. Dat weigert hij, meer dreigementen volgen, die zijn vrouw ter ore komen. De liefdesboot dreigt te kapseizen. De ideale man blijkt een schurk te zijn. Maar met de hulp van zijn vriend Arthur Goring kan hij zijn kop uit de strop redden.

Eind goed, al goed dus. Door een strategische list kan hij zichzelf in het lagerhuis voordoen als de man die de schade tot een minimum heeft beperkt. Een politieke bevordering zit er dan ook in: van staatssecretaris wordt hij minister van het kernkabinet. Zelfs zijn vrouw, de enige integere van het clubje, kapseist voor de schone toekomst van haar man. Onkruid en mest zijn niet toevallig de basisingrediënten van parfum.

Corruptie, hypocrisie, intriges en de blootlegging ervan heeft regisseur Theu Boermans prachtig weten te combineren, door een absurd spel en een bizar decor. In het eerste bedrijf heeft hij het Haagse leven met zijn geur van een Indisch pension en met als sleutelwoord ‘pardon’ zo fel weten te scheppen dat het irritant wordt. Maar in het tweede bedrijf, slaat de irritatie om in heerlijke verbazing wanneer blijkt dat het decor schoksgewijs sneuvelt. In het derde en vierde bedrijf stort de boel helemaal in mekaar maar niemand die er acht op slaat. La façade au pouvoir. In een ruïne blijft de parade doorgaan. De oneliners waar Wilde zo beroemd om werd, en voor het grootste deel uit zijn toneelstukken rollen, kregen van Jelinek een hedendaagse snit en de vertaler vernederlandste ze, zonder al te Hollands te klinken.

De ideale man  is een voorstelling voor het grote publiek. Zelfs mensen die hun lezen beperken tot de roddelbladen en het laatste nieuws, verstaan moeiteloos de boodschap: geld stinkt en politiek wurgt. Slechts door lepe streken ontsnapt de beleidsman aan de galg en krijgt een staatsbegrafenis.

de ideale man het nationale toneel spijkers van watermeulende ideale man het nationale toneel thys pheifer foto kurt v

 

De acteurs lijken geboren te zijn in hun rol, met als uitschieters Anniek Pheifer, Jaap Spijkers, Chris Thys en Steven Van Watermeulen. Kortom: een voorstelling die op alle gebied blinkt als een nieuwe wagen uit de showroom, waar regen en wind geen vat op hebben, geen spat op achterlaten.

Guido LAUWAERT

 

DE IDEALE MAN – Oscar Wilde – bewerking Elfriede Jelinek – regisseur Theu Boermans – productie NT Den Haag en NTGent – vanaf 6 november in de Gentse schouwburg – www.ntgent.be

Partager cet article
Repost0
13 octobre 2013 7 13 /10 /octobre /2013 04:59

 

Oneill.jpg

Eugene O'Neill (1888-1953)

Toneelgroep Amsterdam heeft sinds kort het laatste toneelstuk van de Amerikaanse toneelauteur Eugene O’Neill op het repertoire staan. De vertaling is van Ger Thijs, de tekstbewerking van Peter van Kraaij, ongetwijfeld i.s.m. regisseur Ivo van Hove. Het scènebeeld is van de hand van Jan Versweyveld. Lange dagreis naar de nacht is een loodzwaar toneelstuk – autobiografischer kan haast niet anders –, de regie doodeng, de belichting duister, een decor waar Kasimir Malevitsj jaloers op zou zijn geweest, door de rijke armoede aan belichting,  decor en kostumering, en toch, toch is deze voorstelling een meesterwerk.

LDNDN_pers_--_Jan-Versweyveld_05.jpg

De lange dagreis naar de nacht is afgelopen het moment dat de voorstelling begint. Een aanwijzing daarvoor is de tekst, maar ook het tijdsverloop, waarover verder meer. Wat de toeschouwer te horen en te zien krijgt, zijn de kwetsuren die de lange dagreis hebben veroorzaakt. Na een leven van rondzwerven met het theatergezelschap van de vader, is het gezin thuis in een huis aan de kust. Gedaan met om de zoveel dagen te logeren in hotels, de twee zoons in kostscholen te droppen, of in de vakanties door te schuiven naar een kinderjuffrouw. Gedaan met de vrouw te beminnen zonder liefde.

LDNDN_pers_--_Jan-Versweyveld_08.jpg

Aan geld geen gebrek en het huis is ruim, maar niemand van het gezin is gelukkig. De vader, dag en nacht in de weer geweest met zijn gezelschap, kan het toneel niet loslaten. De moeder is door het besef dat zij niet eens op de tweede plaats kwam verslaafd aan de morfine. De oudste zoon heeft het niet gemaakt als acteur, simpelweg omdat hij dat beroep niet zag zitten, wetende dat hij het talent er voor ontbrak. Door de druk van zijn vader en omdat het theater voor hem de hel was, is hij de alcohol gaan beminnen, en de jongste zoon is een mineur poëet in de ogen van zijn vader, en gaat het nog geloven ook. Daarenboven heeft hij geen griep zoals koppig wordt verondersteld, maar tbc.

LDNDN_pers_--_Jan-Versweyveld_02.jpg

Het stuk speelt zich af in de eerste twee decennia van de vorige eeuw, toen tuberculose nog een ziekte was waar 99% van de slachtoffers aan dood gingen. Het eigenlijke tijdsverloop is een dag en de volgende ochtend in de herfst. Een mist die van geen wijken weten wil en naar het eind van het stuk zelfs het huis binnendringt, ja, zelfs de zaal in. Het laatste kwartier zien de gezinsleden elkaar haast niet meer staan, net zoals de toeschouwers nauwelijks nog beeld hebben van het decor en moeten raden waar de acteurs staan en wie er naast hen zit. De muziek drukt de stemming nog meer naar beneden. Wondermooi, dat wel, maar het is een late vorm van country & western, een genre van eeuwig on the road zijn, maar niet uit avontuurlijke overweging, maar als zoektocht naar een huis, een tuin, rust en een gezin om rustig oud te worden op weg naar een vredige dood.

Het geniale aan dit ijzersterk stuk van O’Neill is dat de tekst voortdurend huppelt van de Voltooid Verleden Tijd naar de Onvoltooid Tegenwoordige Tijd, tot in het laatste bedrijf beide tijden in elkaar opgaan. Van het eerste tot het laatste woord wordt gesleurd aan gezeur, en dat gezeur gerekt tot de rek eruit zit. Maar knappen doet de klaagzang niet. Omdat de vier gezinsleven nu eenmaal aan elkaar verslaafd zijn door een liefdesrelatie die ze zelf niet kunnen verklaren en er dus geen bal van begrijpen. De Onvoltooid Verleden Tijd is een poging om de rancune, de aversie onder en tegen elkaar weg te werpen om greep te krijgen op hun relatie. Het lukt hen maar niet. Ook het morfologisch analyseren van gebeurtenissen en toestanden uit de Voltooid Verleden Tijd brengt geen soelaas om een harmonieuze toestand te creëren in het gezin. De hele herfst zal wraak sudderen en niemand verlangt naar de winter, de lente en de zomer. Ze leven in het seizoen van het vallend blad, het vergelen van de [hun] cultuur.

 

Ivo van Hove heeft zijn acteurs hun schoenen afgepakt. Welbewust. Een psychologische vondst visueel gemaakt. Het stuk is nu eenmaal een stuk waarin het ene moment zowel de vader, de moeder als de twee zoons propere handen hebben en het andere vuile. Maar dat geldt ook voor de voeten. Het eeuwig afstoten en omarmen van elkaar, soms op hetzelfde moment, roept de vraag op of de verbale slagen en strelingen – figuurlijk gezien – vuile dan wel propere voeten hebben. Een antwoord is er niet. Het enige wat men kan zeggen is wat de drie heksen samen, herhaling: samen, zeggen in de laatste zin van de eerste scène van Macbeth, Fair if foul, and foul is fair: / Hover trough the fog and filthy air. In de vertaling van Burgersdijk [literair nog altijd de beste van alle vertalingen, by the way]: Schoon is boos en boos is schoon: / Voort! door damp en mist gevloôn.

Met de naakte voeten onderstreept Van Hove dat het stuk tegelijk een verslaggeving van de auteur is op een ongelukkige jeugd en een diepe buiging voor het feit dat hij door zijn ouders zijn liefde voor het theater heeft gevonden én de materie voor zijn stukken. Zwart en wit zijn de toonaangevende kleuren van het stuk, verlengd tot in het concept van de voorstelling. Ze zijn er om de grijsheid van elk woord, elk gebaar, elk idee, elk gevoel te versterken. Van Hove en zijn stafmedewerkers hebben duidelijk begrepen wat de functie van het loeien van de misthoorn is. Hij dwingt te wijzen op de klippen van het bestaan, de gevaren van het gezin als kust.

LDNDN_pers_--_Jan-Versweyveld_17.jpg

Ivo van Hove heeft van Lange dagreis naar de nacht geen politiek stuk gemaakt maar een sociologisch. Dat kan het kleinste kind zien, maar het merkwaardige zit hem in het feit dat hij met dit stuk nog meer dan met zijn vorige stukken terugplooit op zijn wereld. Hij zoekt stapje voor stapje naar het middelpunt van zijn aard. Een aard waarin het theater voorop staat. Pak Van Hove het theater af en hij is binnen de kortste keren klaar voor het gekkenhuis, of wordt dement. Maar wat voor Van Hove geldt, geldt voor iedereen. Zonder passie, buiten de liefdesrelatie, is elke mens gedoemd gek te worden. Zijn gekheid om te zetten in daden van onmenselijkheid. Het is niet toevallig dat meer en meer misdadigers geen gevangenisstraf maar TBR krijgen. Dat soldaten die als beschaafde wezens naar oorlogsgebied trekken, terugkeren als roofdieren, want oorlog heeft nooit een humane reden van bestaan. Ze bestaan enkel bij de gratie [!] van materiële of religieuze wensen, die binnengedrongen zijn in de kosmos van het extreme.

LDNDN_pers_--_Jan-Versweyveld_11.jpg

Een markante tot briljante voorstelling, Lange dagreis naar de nacht, ware er dat minpunt niet. Het wijds decor met zijn wolkenreikende wenteltrap, prachtig. Het gebruik van de ruimte door de uitstekend op elkaar afgestemd spelende acteurs, heerlijk. Een zaal voor 500 toeschouwers, jammer. Deze voorstelling bidt om een beperkt publiek. Honderd, maximum tweehonderd toeschouwers. Door de grote zaal verpoeiert de intimiteit en maakt van mist smog.

Vooral het laatste half uur is het happen naar buitenlucht, hoe vervuild die ook is. Gaat happen over in gapen. Een kwartier lang. Irritant. Gênant ten overstaan van je buren. Maar logisch. Hoeveel gezinnen komen na het wekelijks uurtje keffen en bijten niet terecht in een grijze zone waarin men bang is van zijn eigen hartslag en elkaar niet meer durft aan te kijken? Het ultiem uitpersen van die gezinssfeer is gewaagd en zou aanslaan in een kleinere zaal. In een grote boet die gezinstoestand aan kwaliteit in en verliest een groot deel van zijn spankracht.

LDNDN_pers_--_Jan-Versweyveld_04.jpg

De smog is de stoute virus die bij een aantal toeschouwers, én critici, een kwaadaardige aversie heeft opgewekt, of, opwekt. De Ierse cultuur, doordrongen van bijbel en alcohol, kwistig uitgestrooid over en onder het hele stuk, helpt daar geen moer aan. Wie echter een prik heeft gekregen en immuun werd voor een te snel oordeel, veroorzaakt deze productie geen gevoel van iets vernieuwend te hebben meegemaakt, maar wel een extra beveiliging verwierf van zijn sociale overtuiging.

Guido LAUWAERT

 

Foto's: Jan Versweyveld

 

Lange dagreis naar de nacht – auteur Eugene O’Neill, productie toneelgroep Amsterdam – regie Ivo van Hove – www.toneelgroepamsterdam.nl

Partager cet article
Repost0
10 octobre 2013 4 10 /10 /octobre /2013 21:12

 

DSCN7710.JPG

Guido Lauwaert in gesprek met Patrice Chéreau

 

Op 7 oktober overleed op 68-jarige leeftijd de film-, opera-, theaterregisseur Patrice Chéreau. Hij was enkele malen te gast in de Singel, onder meer met Herfstsonate, een toneelstuk van de Noorse schrijver Jon Fosse. Oorspronkelijk speelt het stuk zich af op een kerkhof, maar Chéreau heeft de locatie verhuisd naar een museum. Ook schilderijen en beelden zijn grafbeelden en –stenen. Ze vertellen veel over de overleden kunstenaar.

 

Wat weinigen weten is dat Chéreau ook acteur was. Zo heb ik, alweer in deSingel, hem bezig gezien in De Grootinquisiteur. Het stuk is een bewerking van het 5de hoofdstuk van het 5de boek van Dostojewski’s meesterwerk De Gebroeders Karamazov. Patrice Chéreau speelde het stuk in zijn eentje, een monoloog dus. Wat me vooral bijgebleven is, is het decor en het spel. Enkel een lange tafel die loodrecht op het publiek staat. Bij aanvang komt Chéreau van rechts achteraan het toneel opgelopen. Rustige stap, hij lijkt wel op weg naar een afspraak waar hij ruim op tijd voor is.

 

Hij begint aan de indrukwekkende vertelling alsof hij zich een anekdote herinnert. Weinig stemverheffing, uitzonderlijk een stap naar links of rechts. Halverwege gaat hij korte tijd op de rand van de tafel zitten. Het zijn enkel hele grote acteurs die een kolossaal podium, zoals deze van deSingel kunnen ‘vullen’. Het merkwaardigste echter was dat hij bij het opkomen en afgaan, haast onmerkbaar, met de vingertoppen de naakte tafel streelt. De sterkte ervan is dat Chéreau met die korte zit en de twee strelingen het belang van de tafel aangeeft. Hoeveel problemen worden er niet aan de tafel besproken, leiden tot verzoening of breuk. Tot oorlog of vrede.

 

Patrice Chéreau was bovendien ontzettend aardig tegen ‘zijn’ acteurs. Zo zei hij ooit over een van zijn lievelingsactrices, Isabelle Huppert: ‘Acteren is tegelijk een verschrikkelijk en heerlijke job. Huppert kan beide verzoenen, maar op zulke wijze dat ze beide niet lijken te bestaan. Ze zet ze om in een versmelting van gevoelens en verlangens. Telkens weer.’

 

Ik heb het genoegen gehad Patrice Chéreau enkele keren te ontmoeten. Met zachte stem wist hij de kern van het onderwerp van gesprek te raken en de scherpe binnenhoeken bloot te leggen. Nadien ging je met een opgewekt gemoed naar huis. Je had iets fundamenteels over de kunst, en het theater in al zijn vormen, waaronder film, bijgeleerd. Een grootmeester is de geschiedenis ingegaan, tot waar les immortels  huizen.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
6 octobre 2013 7 06 /10 /octobre /2013 21:56

Woolf-03----Sanne-Peper.jpg

Foto: Sanne Peper

Genieten in theaterland gaat zo. Neuriënd een lied van Billie Holiday [They can’t that take away from me] reserveer je per mail een kaartje voor de voorstelling in de Antwerpse Monty van Wie is bang voor Virgina Woolf ? Jazz en het belangrijkste scheldstuk aller tijden gaan hand in hand. Beide zoeken de uitdaging, plagen je medespelers. Zijn een stijl van kruisbestuivingen: lagen die elkaar aantrekken en afstoten, het verkeerde been zoeken, flink gas geven en plots hard remmen, realiteit en verbeelding mixen, muzikanten / acteurs die zichzelf blijven zonder te raken aan het groepsgevoel. Gespeeld door Dood Paard, een Nederlands gezelschap dat zoekt naar het scherp van de snee bij elke productie. Geluk voor het rapen, de verwachting is groot.

 

Nu de realiteit. Op weg naar het theater lees je de persmap. Zie je dat er vijf namen staan. Vijf namen! Er zijn toch maar vier rollen? Dat de vertaling van het beroemdste stuk van Edward Albee van Gerard Reve is. Aai. Hij ging nogal slordig te werk. Details die er bij Albee toe doen hebben bij Reve aan betekenis ingeboet. Zijn vertaling is te gepolijst. Lees je dat er flink in de tekst werd gesnoeid. Oei. Nog meer scherpte die bot werd gemaakt. Proef je dat het gezelschap het stuk gebruikt om te pronken, in plaats van zich dienstbaar te stellen aan de auteur. Eikes. Het dak werd eraf gezaagd.

 

Het gevaar is – denk je met die gedachten tollend door het hoofd onderweg van Gent naar Antwerpen – dat een jaguar een straatkat is geworden. Nog ongetemd, maar ongevaarlijk voor man als vrouw uit de gegoede klasse, dolend door de gangen van de universiteit. In dat milieu speelt het stuk zich namelijk af. Zij het in de woonkamer van een professor en zijn vrouw, de dochter van de stichter en rector. Toch blijft de wetenschappelijke wereld zijn stempel drukken. Voortdurend wordt de biologie tegen het licht van de geschiedenis gehouden.

 

Met een overgewicht aan achterdocht neem je plaats in de zaal. De acteurs zitten helemaal achteraan op het podium. Ze wachten. Eenmaal de baas van de Monty zijn zegen heeft gegeven wisselt het licht. Zaallicht dimt, podiumlicht licht op. En dan begint het. Twee acteurs treden naar voor George en Martha en beginnen aan een verschroeiend tempo hun lijnen de zaal in te slingeren. Richting toeschouwers, zonder het contact met elkaar te verliezen. Er komen gasten, volgens Martha. Gasten! Zegt George. Nu! – Ja nu. – Het is twee uur in de ochtend. Kunnen we ze niet morgen ontvangen? Zondag. – Klopt, het is twee uur, en het is zondag. – Wie zijn die gasten? – O, een jong koppel. Een nieuwe professor met zijn vrouwtje, zonder borsten of billen. Geen heupen. – Goed waar zijn ze? – Ze komen zo. Ze zijn nog even blijven napraten, bij paps. – Op die imitatie gezellige zaterdagavondfeestje van hem, waar je je stierlijk verveelt. Afijn. Introibo ad altare Dei. Wil je nog een drankje, Martha?

 

Ding dong. Daar zijn ze. Eenmaal over de dorpel schakelt de voorstelling in een hogere versnelling. Voor de ogen van de professor Wiskunde – Biologie, Martha. Wiskunde George. Biologie! Wiskunde! Biologie, zeg ik! Wiskunde, weet ik. – Sorry! Biologie, zegt Nick – O ja, Nou wat maakt het uit? Misschien had je wel professor Wiskunde moeten worden, zegt Martha. Je hebt er het brein… en het figuur voor. – Het maakt veel uit, Martha, zegt George. Die biologen spelen met onze chromozonen. – Chromozomen, zegt Nick. Dat soort grapjes zijn de kruiden van de humor die onderhuids in het stuk zit. Heerlijk dat Dood Paard die kracht naar boven haalt. In de juiste versnelling.

 

De rest van het stuk kan de nog niet afgehaakte lezer ten huize Google vinden. Wat belangrijker is, is hoe het gezelschap met de tekst omgaat. Dat valt aardig tot prachtig mee. Reve’s vertaling is afgeschuurd en heeft een nieuwe laklaag gekregen. De scheldwoorden zijn van deze tijd. Lange zinnen zijn korter gemaakt. Maakt dat het steekspel bloederiger wordt. Extra optie is de versterking van de inbreng van de professor Wiskunde, pardon Biologie, Nick, en zijn vrouwtje Honey. Ze zijn geen slachtoffers meer. Ze worden evenwaardig. Maken elkaar af en blaffen [vooral Nick] tegen de gastheer en gastvrouw. Wat van de versie van Dood Paard een gevecht maakt. Dubbelspel. Crescendo. Fortissimo. Total War? Totale oorlog.

Woolf-02----Sanne-Peper.jpg

Foto: Sanne Peper

De meest geslaagde vondst van Dood Paard is dat alle aandacht naar de tekst gaat. De voorstelling daardoor een voordracht voor vier wordt. Heel lyrisch is. De muzikaliteit van het scheldproza spat de zaal in. Een luisterspel. Met uitgekiend, minimaal beeld dat het ambachtelijke van de lichaamstaal benadrukt. De binnenverhalen comfortabeler maken. Aantonen dat ze noodzakelijk zijn om de luxe van het grote verhaal te versterken. Het geheel wordt een verbale boksmatch op hoog niveau. Tot het bezoekende paar snapt waarom het die zaterdag gekozen werd als pijl en boog. Maar ook om het echtpaar toe te laten het venijn uit hun liefde voor elkaar te halen.

 

Eenmaal het jonge paar vertrokken – You two go now; Ite, missa est – volgt de laatste scène. Het feestje is uit. Wat donker was werd helder. Dageraad. Verzoening. Troost. Tederheid. Een liefdesscène die iets te haastig voorbij vliegt. Daardoor aan aandacht inboet. Wie wil rijden moet ook kunnen parkeren. Jammer van dat gat in de weg.

 

De achterdocht was dus nergens voor nodig. En die vijfde naam dan? De naam van de technicus. Voor Dood Paard zijn alle medewerkers evenwaardig. Terecht. Als niemand het licht aansteekt sta je daar als speler in de duisternis te lullen. En kan het publiek niet smullen. Dood Paard is echter een geoliede bolide. Het kan een voorstelling maken zonder een regisseur en zijn acolieten. Zeldzaam in de theaterwereld. Maar pet af. Wie is er bang voor Virginia Woolf ?van Dood Paard is een parel van een voorstelling.

 

Naspel: De verslaggever staat op, verfrist zich, maakt een kop thee en op weg naar zijn klavier neuriet hij Stormy Weather, met Lena Horne in het achterhoofd. Een goed begin om duidelijk te maken dat schelden tot de dageraad, hard kan zijn, met een feestelijk tintje.

Guido LAUWAERT

www.doodpaard.nl– korte rondreis door Vlaanderen en tot eind van het seizoen op de affiche.

Partager cet article
Repost0
28 septembre 2013 6 28 /09 /septembre /2013 17:44

 

VDE_4495.jpg

Het verhaal van Macbeth, de tragedie van William Shakespeare, is zeer simpel. Het titelpersonage is een wrede militaire werkidioot die de koning, vermoordt op aansturen van zijn gemene ambitieuze vrouw, Lady Macbeth. Na de moord sluipt de achterdocht bij hen binnen en vermoordt hij de ene na de andere, tot zij zover in het bloed staan dat ze gek worden. De Lady pleegt zelfmoord en hij wordt vermoord door diegene die hij wilde vermoorden.

Macbeth is het kortste stuk van Shakespeare en hoe het er oorspronkelijk heeft uitgezien weet niemand. Tijd en plaats lopen elkaar in de weg. Vermoedelijk zijn een aantal scènes geschrapt. Heeft de schrijver dat zelf gedaan? Het enige wat we weten is dat hij het stuk schreef voor Jacobus I, die van korte stukken hield. Jacobus I was de zoon van de Schotse koningin Mary Stuart, die de kinderloos gestorven Elisabeth I opvolgde.

Blijkbaar vonden dramaturg Erwin Jans en regisseur Guy Cassiers dat het stuk nog beknopter kon. Zij gingen driftig te werk, schrapten een aantal scènes, ontsloegen het gros van de personages en gooiden zelfs de klinkers uit de titel. Voor wie zich niet vooraf informeert, begrijpt geen bal van MCBTH, de nieuwste productie van Toneelhuis en LOD.

Haast- en spoedwerk

Extra reden voor de warboel is dat ze voor hun versie vertrokken zijn van de slechtste vertaling die ooit in het Nederlands werd gemaakt. Het is haast- en spoedwerk geweest van Hugo Claus en een keer nalezen heeft er blijkbaar niet ingezeten. Had hij dat toch gedaan zou de dichtkunst er niet uit verdwenen zijn. Want het is niet omdat de lijnen rijmen dat er poëzie in zit. Voorbeeld. Aanvang eerste scène. Bij opkomst van de drie heksen. Origineel. 1 Witch: When shall we three meet again? / In thunder, lightning or in rain? – 2 Witch: When the hurlyburlys’s done, / When the battle‘s lost and won.

Vertaling: Heks 1: Wanneer komen wij ons weer tegen? / In donder en bliksem en regen? – Heks 2: Als wij geen oorlogslawaai meer horen, / als de slag gewonnen is en verloren.

Het is onbegrijpelijk dat een man als Claus het wonderschone verzonnen woord van Shakespeare, hurlyburly, heeft vertaald in oorlogslawaai. Had hij gehakketak gebruikt, dan had de tekst nog lekker geswingd. Kortweg gezegd: de vertaling bekt niet, smakt nooit, boert nergens.

Zetstukken in een modeshow

Dat Guy Cassiers vormgeving gestudeerd heeft, toont zich voor de zoveelste maal. Prachtige kostuums, betoverende projecties. Het resultaat is echter dat MCBTH een modeshow is in een designdecor. En daar stopte het voor Cassiers.

VDE_4566.jpg

VDE_4608.jpg

Voor de zoveelste maal zijn acteurs voor hem zetstukken. Hoe zij hun tekst brengen is niet zijn dada. Wat zich natuurlijk tegen de acteurs zelf keert. Het grootste slachtoffer is Tom Dewispelaere als Macbeth. Het stuk raast aan een vaart van 200 kilometer per uur voort en toch gooit Dewispelaere er nog een schepje bovenop. Met als gevolg dat de articulatie verdwijnt en de tonaliteit nasaal wordt. Katelijne Damen als de Lady tapt uit een ander vaatje, net als de overige acteurs, Kevin Janssens, Johan Van Assche en Vic De Wachter. De laatste heeft duidelijk begrepen hoe Shakespeare koning Duncan zag: goedlachs, op het boerse af. Afijn, een vroege voorvader van Albert II.

Scherpe muziek

Gelukkig wordt de voorstelling gered door de muziek. Componiste Dominique Pauwels heeft scherpe muziek geschreven. De spanning wordt er door behouden en de sfeer brengt het stuk terug waar het hoort: in nevelige velden, vochtige kelders en op duistere zolders. De drie heksen zijn zangeressen geworden. Zij krijsen niet, zoals ouwe tantes gewoon zijn te doen, maar vloeien vlot van hemel naar hel, van droom naar nachtmerrie.

VDE_5279.jpg

VDE_5149.jpg

De muziekuitvoering door Spectra, o.l.v. dirigent Filip Rathé, is zuiver, op het uitstekende af. Strak waar het moet, het goede tempo op het juiste moment, waardoor de compositie een homogeen geheel is.

De magische driehoek

Het schitterend muzikale deel verbergt echter de reden niet van het falen van deze productie. Het overboord gooien van de magische driehoek waarop het stuk gebouwd is, zijnde drie kwade geesten; de heksen = waanbeelden, drie kwade feiten; jeugd, ambitie en geweld, en drie kwade toestanden waar Macbeth blind voor is. De kunde van zijn tegenstander Macduff. Dat hij door een keizersnede ter wereld kwam. Het gebruik van takken en jonge bomen om het oprukkend leger er groter te laten uitzien dan het in werkelijkheid is.

De briljante vondst van Shakespeare, camouflagetechniek, komt zelfs nauwelijks aan bod, tenzij je de schoksgewijs naderbij sluipende houten lattenmuur ziet als ’t groot Birnamwoud. Maar daarvoor moet je het stuk al goed kennen en een kubieke meter of twee verbeelding hebben.

Oogpunt en invulling

Dat een dramaturg en een regisseur op de loop gaan met een stuk is niet meer dan normaal, zolang de ziel behouden blijft. Dat is met MCBTH niet het geval. Het is vanuit dramatisch oogpunt bekeken een elitaire arrogantie en vanuit scenische invulling een modieuze poppenkast. De drie sterren zijn dan ook voor de compositie, de muzikanten en de zangeressen, en de acteurs [op één na].

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
13 septembre 2013 5 13 /09 /septembre /2013 03:39

 

FranzMarijnen.jpg

Franz Marijnen

Een vrouw kijkt naar zichzelf in de spiegel van een hotelkamer in Rome. Ze herinnert zich andere spiegels en mijmert. Over haar lichaam en via haar lichaam over de meest geliefde van al haar minnaars.

Het is de samenvatting van de tweede roman van Italiaanse auteur Simona Vinci, Kamer 411. Een roman in korte of langere indirecte monodrama’s. Die evolueren naar een hecht verhaal. Franz Marijnen las het en wist meteen welke actrice uit zijn voorkeurlijstje het meest geschikt was om de gevoelens die hij had over te brengen naar het publiek. Ze hadden samen al meer dan 30 producties gemaakt.  Ze kenden mekaar door en door. Bien De Moor. De actrice met een geblokte blik en een ingeboren afwachtende houding, maar eenmaal die grens gepasseerd, alle vriendschap die ze heeft, schenkt. Tot waar de onmetelijke ruimte van de liefde begint.

Kamer411_Pers-Scenefoto-1--c--LeovanVelzen.jpgDoor het bekijken van haar naakte lichaam in de spiegel dringt de naamloze vrouw, al mag verondersteld worden dat het de schrijfster zelf is, haar eigen lichaam binnen. Ze legt een weg af. Van haar mechaniek tot de tragiek van haar hersens. Glijdt de hersens binnen. Het denken in. Tot ze kan oordelen en veroordelen. Hoe hun amour fou begon en eindigde in een amour doux. Teer en mild met en voor elkaar. Of ze nu close dan wel ver van elkaar verwijderd zijn.

Ze vertelt over twee mensen die elkaar alle vrijheid gunnen, zelfs de vrijheid van tussenpauzen, en toch jaloers zijn, inhalig, het recht der slordigheid geven, een orde in hun wanorde zoeken. Weten dat hun passie een lijdensverhaal is. De enige manier om het lijden te verlichten wederzijdse eerlijkheid eist. Met het bewuste besef dat vrijheid en eerlijkheid de neergang betekenen. Die aanvaarden, wegens hun beider afkeer voor een stoepje voor de deur dat wekelijks schoongeboend wordt. En het samenleven met tussen hen in de zapper, dat hun verder, verder van elkaar drijft, tot er nog enkel schaduwranden overblijven.

Kamer411_Pers-Scenefoto-2--c--LeovanVelzen.jpgFranz Marijnen heeft de op- en neergang van Vinci’s romance prachtig in beeld gebracht. Van de hotelkamer waarin de vrouw al peinzend wacht en verwacht, heeft hij een kooi gemaakt. Een kubus. Een boksring. Op de achtergrond een zevendelige spiegel en in het midden een tapijtje, waarnaar ze telkens terugkeert als ze terechtkomt in de intiemste momenten van hun passieverhaal. De zijden van de kubus zijn palen, waar ze zuinig maar efficiënt gebruik van maakt. Als ze een wilde vrijpartij omschrijft wordt ze een paaldanseres, en bij een groot verlangen naar een herhaling van het herhaalde herhalen een trapeziste die naar het net zoekt maar het niet vindt. De regisseur laat de actrice, al stijlvol door afkomst en opvoeding, op elegante wijze klimmen en dalen. Hij punt haar gevoelens zoals je een potlood scherpt.

Bien De Moor staat bekend als een actrice met klasse. Dat heeft haar meer internationale dan nationale erkenning opgebracht. Maar in ons land, dankzij t, arsenaal, zoals het nieuwe logo is en de naam van het gezelschap moet geschreven worden [met dank aan grafisch vormgever Gert Dooreman], en onder leiding van Franz Marijnen, maakt Bien De Moor een grote sprong voorwaarts. Het begin van haar monoloog is koel. Ze lijkt wel een onderwijzeres biologie. Maar heel langzaam glijdt ze in de kanalen van haar gevoelens en toont al het moois van haar culturele natuur. De voorstelling moet een geseling voor haar zijn. Ze weet zich echter te bedwingen en het genot van de pijn en de pijn van het genot te tonen. Als toeschouwer vraag je je kort voor de epiloog af of speler en toeschouwer nader tot elkaar kunnen komen. Want dit gaat wel zeer ver.

Kamer411_Pers-Scenefoto-3--c--LeovanVelzen.jpgKamer 411, een zeer intieme maar indringende voorstelling. Een vrouw kwam na afloop Marijnen bedanken voor het ombeelden van de roman. Voor wie hem goed kent, is het een logische weg. Begonnen als regisseur met de smalle ruimte en de diepe gevoelens is hij geëvolueerd naar grote spektakels, om sinds een tiental jaar weer te keren naar de beginperiode, en met een halve eeuw levenservaring daarin af te dalen, op zoek naar de verzonken bron van het geestelijk en lichamelijk genot. En naar de brug die hun oevers verbindt.

Weer eens, en nu heel indringend, is aangetoond dat monologen niet moeten onderdoen voor marathons. De soberste zuiverheid helder kan zijn. Kamer 411, een masterpiece, en dat geldt zowel voor de regisseur als de actrice. Dankzij t,arsenaal, en Michael De Cock in het bijzonder, heeft Mechelen weer eens theater met een gevarieerd programma met een sterk hoogwaardige envergure.

Guido LAUWAERT

 

Scènefoto's: (c) Leo van Velzen

Partager cet article
Repost0
7 septembre 2013 6 07 /09 /septembre /2013 17:45

 

LotVekemans.jpg

Twee zussen zitten in een politiecel. Actrices. Sis, een soapje, en Kat, een podiumbeest. Hun namen zijn geen toeval. Cis, afkorting van Cecilia, betekent martelares en zij is de patrones van de muziek, als entertainment. Kat, Katharina, wordt in verband gebracht met ‘rein, zuiver, schoon’ en volgens de overlevering ook een martelares.

 

Kat en Sis worden verdacht van een dodelijk verkeersongeluk, met als toetje vluchtmisdrijf. Er is één getuige. De zussen zijn het niet met elkaar eens. Reed jij? Sliep ik? Was je dronken? Wat is er gebeurd? Je zei dat er een paaltje is geraakt, maar is dat wel zo? Waarom lieg je? – Probeert het soapje, de vermoedelijke dader, de schuld in de schoenen van de zus te schuiven om haar carrière te redden? Want soapjes worden geleefd door de media. Niet beoordeeld op hun spel maar op hun gedrag.

 

De getuige heet Gé. Ook al geen toeval, zijn naam. Hij is van beroep een celbioloog, al noemt hij zich een zwerver. Een grijze cel, dus. Zijn getuigenis is vaag, al slaat hij meningen uit die staan als een [graven]steen: ‘Verander onze omgeving en wij veranderen / En dan bedoel ik niet alleen onze voeding en kleding en klimaat en huisvesting / dat snappen we allemaal wel / Nee, ik bedoel – VOORAL – onze inzichtbare omgeving / De omgeving van ideeën en gedachtes / Dat we hier in het hoofd binnenlaten / Verander dat / En wij veranderen /’

 

Is Vals een monoloog als dialoog verpakt? Iedereen praat met zichzelf. ‘Wat heb ik nu weer fout gedaan? Zij weet het weer beter. Dat heb ik mezelf aangedaan, omdat…’ De werkelijkheid, evenzeer als de waarheid, is verbeelding, dat is de kern van Vals. De gebeurtenis een randverschijnsel naar de voorgrond gesleurd.

 

Een complex geval voor de toeschouwer, die overgeleverd is aan de twijfel, net als de regisseur. Hij, de eerste toeschouwer, stond voor een helse klus. Maar Johan Simons is er dol op. Zonder problemen zou hij koeien melken. Maar een stier melken zou zelfs hem niet lukken. En dat is met Vals het geval. Het stuk heeft geen ballen en is dus geen stier maar een os. Er zit heel wat fraais aan het beest, maar het lijkt op een puzzel uit een ngo. Wat moet waar bij? Zal wel dat zijn, nee? – Kom, jongens, doorwerken! Er moeten vandaag nog duizend van die stukken de deur uit!

 

Je kan iets kapot schrijven. Als je er te lang aan prutst. Zijn de vorige stukken van Lot Vekemans evenwichtig en lopen ze lekker over een gespannen draad, bij Vals staan stellingen scheef, lopen ideeën elkaar in de weg en is het eindresultaat niet warm te krijgen. Is het daarom dat de regisseur van de cel een koelcel maakte, de vloer bedekt door cocktailijs? Het speelvlak scheef staat, net als de achterwand, dat beschilderd werd en een gecapitonneerde muur voorstelt?

 

Johan Simons is een lepe kerel. In elk uitgebroed ei zit wel een kuiken. Dat klopt, maar het kuiken heeft geen zwemvliezen. Hij heeft zich gefocust op de drie acteurs, maar zelfs Elsie de Brauw [Sis], Betty Schuurman [Kat] en Bert Luppes [Gé] moeten gaandeweg het onmogelijke van hun opdracht hebben ingezien. Hun spel is bloedeloos, ze kreunen hun clausen en hun motoriek hapert. Lichaamstaal is levensverhaal. Vals heeft een taal maar geen verhaal.

 

In Disgrace [In ongenade] van J.M. Coetzee trekt een wetenschapper zich terug uit de maatschappij. Goed idee, moet Lot Vekemans gedacht hebben. Nu nog een aanleiding zoeken om Coetzee’s stelling, dat de mens zichzelf niet kent, kracht van wet te geven. En als hij zichzelf niet kent, hoe zou hij dan zijn broer / zus kennen? Even in de krant kijken. O, een vluchtmisdrijf. Door een tv-ster nog wel. Bingo. Ziezo, verhaal en moraal gevonden. Als dank aan de brongever even zijn honden voorbij laten lopen. Van waar ze komen en waarheen ze gaan, speelt geen rol. Het stuk speelt zich toch af in eender welk land, en in ‘de nabije toekomst, dichtbij het heden’, zoals in het tekstboekje staat. Jezus op badslippers bij een lege zee! Hoe is’t in godsnaam mogelijk! Zoveel rommel met niet eens een geurtje aan.

 

De vrolijke noot bij deze uitvaart wordt gebracht door een videoprojectie van drie harpistes die een taartpunt serveren. Ze zijn onherkenbaar. Door het felle tegenlicht. Een truc van de regisseur om de verzanding van het stuk te benadrukken, zonder het met zoveel woorden te zeggen? Johan Simons is niet enkel leep maar kan zelfs perensiroop als appelmoes verkopen.

 

Denkt u, beste lezer, dat het amusant is een recensie als deze te schrijven? Het is hard de ochtend na de première op te staan en ongezouten je mening te schrijven. Er zijn leukere dingen om de zaterdag mee te beginnen. Zeker als toneel je ware geestelijke liefde is en al de mensen van het theater, van de artistiek directeur, over de regisseur en de acteurs, langs al de medewerkers, tot en met de suppoosten, je strijdmakkers zijn.

 

Lot Vekemans heeft mooie stukken geschreven en heeft recht op een misser. Maar hopelijk blijft het bij één.


Guido LAUWAERT

Zie interview met Johan Simons, 29 augustus:

http://mededelingen.over-blog.com/article-vals-119771500.html

 

VALS – Lot Vekemans – productie NTGent en Nationale Toneel Den Haag – www.ntgent.be www.nationaletoneel.nl

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche