Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
10 mars 2014 1 10 /03 /mars /2014 18:00

 

ParsifalAffiche.jpg

Schuivend dwalen onder hemels gezang

 

In vrijwel alle varianten is de graalsage ingebed in een verhaal waarin ridders erop uit trekken om het geheimzinnig voorwerp, meestal een schelp of een schaal, soms een steen, te zoeken waarvan een magische werking uitgaat. De bezitter is gevrijwaard van zorgen en verzekerd van rust, zelfs na de dood. Richard Wagner heeft de sage gebruikt voor zijn laatste opera Parsifal. Hij heeft er extra legenden en symboliek aan toegevoegd zodat de opera tal van tegenstrijdigheden bevat. Voor zijn versie heeft het NTG Wagners libretto buiten gegooid. Peter Verhelst werd gevraagd er teksten bij te verzinnen.

 

Visueel is deze Parsifal wonderlijk mooi en de live zang van het kinderkoor van de Vlaamse Opera een streling der zinnen. De muzikanten kennen hun vak. Jammer dat ze niet in een heuse orkestbak zitten maar op een verzonken deel van het voorpodium. De verhuis van het ene instrument naar het andere leidt de aandacht af van de toneelactie. Geen kwaad woord over de belichting of de kostumering. Beide leveren een schoonheid zoals lantarenlicht bij een zoete lenteavond en een optocht van arbeiders uit de tijd van priester Daens, die een ontluizing gekregen hebben en schone vodden n.a.v. het bezoek van een nieuwe koning.

 

Het decor is in zijn totaliteit evenwichtig. Links wordt een flinke tuil gevormd, kunstig uitgevoerd door Els Dottermans. In het midden staat een container bij aanvang frontaal naar het publiek toe gericht. Na een half uur maakt hij een kwartslag zodat de zijkant de voorkant wordt. Aha, door de inkleuring zie je dat de container een het kasteel is, waarin de leider van de Graalridders werd opgesloten omdat hij stout is geweest. Het kasteel traant. Het moeten de tranen zijn van de leider. Hij is gestraft door God of een kopie ervan in een andere overtuiging, met een vreselijke wonde.

 

Door de gebeden – deels gezongen met dank aan Wagner, deels voorgedragen met dank aan Peter Verhelst en Wim Opbrouck – vallen de muren en verschijnt de leider. Een naakte reus in de vorm van een pop. Gezond en wel, tot en met de piemel. Door de spelers wordt hij aan kabels bevestigd. En trekken maar. Hij staat recht, maakt een paar passen voorwaarts, knielt als dank voor de verlossing door zijn ridders, en gaat vervolgens liggen voor een lekkere slaap. Die heeft hij wel verdiend na jaren de ellende van de cel te hebben ervaren.

 

Het geheel heeft iets infantiels. Met voorop de teksten. Ze zijn van een simpelheid die de toeschouwer beledigt. Tegelijk zijn het pedante maar volkomen ongeloofwaardige sprookjes. Door de megapubliciteit waren de verwachtingen hoog gespannen. Was die er niet geweest zou men Parsifal  als een fraai tussendoortje beschouwen en er verder over zwijgen. Door het oppeppen van de productie en het magere resultaat zal er helaas over gepraat worden zolang de voorstelling loopt. In termen van verloren energie van zoveel goede acteurs die overgeleverd zijn aan het voordragen van potjespoëzie en schuivend dwalen in een lagere schoolregie.

Guido LAUWAERT

 

PARSIFAL –naar de opera van Richard Wagner – productie NTGent – www.ntgent.be

Partager cet article
Repost0
5 mars 2014 3 05 /03 /mars /2014 20:00

 

John-Cassavetes-copie-1.jpg

John Cassavetes

Op zoek naar de regenboog

Als laatste artistieke daad heeft John Cassavetes een toneelstuk geschreven dat hij zelf niet meer heeft kunnen realiseren. Maar kort voor zijn dood schreef hij aan zijn vaste cameraman dat hij hoopte dat het stuk in de 21steeeuw opgevoerd zou worden. De erven en het rechtenbureau wilden niet zomaar aan eender wie de klus uitbesteden. De Duitse uitgever S. Fischer heeft, met instemming van Faces Distribution, aan Jan Lauwers gevraagd de laatste wil van de auteur uit te voeren. Lauwers heeft dus niet gebedeld, maar werd aangezocht.

5816 375 254 FSImage 1 Jan Lauwers c Phile Deprez

Jan Lauwers

Een paar punten hebben in het voordeel van Jan Lauwers gespeeld. Dat het Burgtheater het stuk op het repertoire nam en Jan nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij John Cassavetes beschouwt als zijn mentor. Daarom werd Begin the Beguine een coproductie tussen het Weense gezelschap en Needcompany. De rollen werden netjes onder elkaar verdeeld. De mannelijke personages worden gespeeld door twee Burgacteurs en de diverse vrouwelijke, wat er duidelijk aan te zien was, door twee leden van Lauwers’ gezelschap.

Begin bij het begin

Jan Lauwers noemt zich theatermaker. Uitzonderlijk, regisseur. Als hij een productie opzet met een tekst niet van eigen hand. Vijf Shakespeares heeft hij gedaan. Wat hij een leerproces voor zichzelf vindt, en een daad van nederigheid. De meester eert de grootmeester. Hetzelfde mag gezegd worden over deze productie. Cassavetes vertelt een verhaal vanuit zijn onderwereld. Het geldt ook voor Lauwers’ producties waarvan hij de bedenker, de schrijver, de regisseur en – soms – een van de acteurs is.

Het verhaal is de kadrering, maar de boodschap, dáár draait het om. Niet een sociaal-maatschappelijke waarschuwing. Men moet het dieper zoeken. Het begin van een conflict, of dat nu een burenruzie is, zoals in Marktplaats 76,of in een wereldconflict. Wat ook het geval is voor Cassavetes, tot en met zijn laatste stuk. De titel is niet toevallig Begin the Beguine. Het slaat zowel op ‘begin bij het begin’ als op de evergreen van Cole Porter, die een paar maal bekende dat de rumba aan de oorsprong van zijn lied lag. Een snelle dans die almaar sneller gaat, net zoals de paring. Tot na de bevrediging de dood ervan erop volgt.

Seks en toogfilosofieën

Liefde en dood, daar draait het om in Begin the Beguine. Twee mannen vervelen zich in een flat aan zee. De ene, een extroverte kerel met weinig gevoel, de andere een introverte altijd op zoek naar de regenboog tussen zijn blauwe hemel en zwarte wolken. Ze houden van hun vrouwen, vanuit hun burgerlijkheid, maar willen seks. Uit frustratie. Want liefde is abstract en seks reëel. Via een relatie worden een paar vrouwen uitgenodigd. En na het bedspel een ander koppel. Vervolgens weer een ander. Uit hetzelfde winkelrek maar een etage hoger of lager. Dikke, jonge, met en zonder stijl. Wat een lol. Onderhuids kruipt de waarheid en baant zich een weg naar de realiteit. Voor geen van beide mannen is er na al die vrouwen een geestelijke bevrediging. Het sterkst valt het op als een van de twee mannen naar het einde, tijdens een van hun ‘tussenspelen’, als ze zich overgeven aan toogfilosofieën, zegt: ‘Als ik met haar vrij, zie ik mijn vrouw.’

Geblokte architectuur

Regisseur Jan Lauwers heeft subtiel het evolutieproces waarop het liefdesspel van komisch naar tragisch evolueert, ingekleurd. Met een geblokte barokke architectuur, het tegendeel van wat men gewoon is van hem, heeft hij de reis van Cassavetes naar de grenzen van de seksuele driften geëtaleerd. De man hervindt zijn plaats in het huwelijk door tientallen dwaalwegen en aanvaardt dat er geen ware liefde is zonder geheim. Daarin zit hem de genialiteit van het concept zoals geschapen door Jan Lauwers.

beguin 1 06s-006Al houden de twee mannen hun kleren aan, ze worden gaandeweg wel losser gedragen, ze gaan naakter, terwijl de vrouwen, die pront en lustig showen met hun miniaturen, in werkelijkheid nooit naakt gaan. Dat is het reële. Het abstracte is dat hij het karakter van de personages laat zien door vanuit de duisternis de schaduw van het licht te tonen, zoals de auteur het geschreven en dus gewild heeft. Op realistische wijze toont de regisseur strak en droog het briljante van dit stuk. De hoop biedt niets en bevestigt alles.

Liefdesverklaring en eresaluut

Begin the Beguine, geschreven met in het achterhoofd twee vrienden, Peter Falk en Ben Gazzara, want, terloops gezegd, Cassavetes schreef personages met echte mensen binnen zijn blikveld. Via hen is dit stuk geen stuk voor hen, maar een laatste, zeer grootse liefdesverklaring aan zijn eigen vrouw, Gena Rowlands. En van Lauwers aan zijn vrouw. In de hoop dat het ook voor andere mannen, toeschouwers, geldt. En dat de vrouwelijke toeschouwers er een eresaluut aan hen in zien. Om hun verleden.

Bloemen en pralines

De twee mannen, Goti Spaiano en Morris Wine, worden gespeeld door Falk Rockstroh en Oliver Stokowski. Inge Van Bruystegemspeelt de vrouwen Bibi Feller, Charlemane, Jocanda en Sung-Im Her eigent Shelly Tonatsu, Benee en Kilo zich toe. De Duitse manier van spelen is duidelijk te merken aan de mannen. Lauwers is er echter in geslaagd ze dubbel gelaagd te laten spelen. Gelijkwaardig aan hun conventionele techniek staat een transparante gevoeligheid, wat hun hanig gedrag ontmant. De vrouwen spelen er lustig op los, zoals we dat gewend zijn bij de spelende dansers van Needcompany. Vooral Sung-Im Her viel op, al mag er wat meer afwisseling in haar spel zitten; variëren op een thema.

Een doos pralines voor de kostumering. Lot Lemn weet af van raffinement. De mannen in zwart en wit, de vrouwen zeer kleurrijk, buiten de burgerlijkheid, maar binnen de modieuze trend met wortels in de hippietijd met zijn oosterse vertakkingen.

Kroonjuweel

Er valt nog heel wat te vertellen over deze merkwaardige voorstelling en aan ruikers zou ik [dus Knack] zich blauw betalen, maar dit is een beschouwing en mag geen lofzang van tien bladzijden worden. Toch moet nog gezegd worden dat er hopelijk snel een Nederlandse vertaling en productie komt. Begin the Beguine  is de beste klassieker van deze eeuw en een kroonjuweel van Needcompany, dat in alle paleizen van de theaterwereld en zijn festivals een plaats verdient, en niet alleen in Wenen.

Guido LAUWAERT

BEGIN THE BEGUINE – auteur John Cassavetes – regisseur Jan Lauwers – een Burgtheaterproductie i.s.m. Needcompany – precieze speeldata: www.needcompany.org& www.burgtheater.at

Partager cet article
Repost0
2 mars 2014 7 02 /03 /mars /2014 01:19

 

CyranoNTG.jpg

Edmond Rostand [1868-1918] is de man van één toneelstuk, al heeft hij er een handvol geschreven. De eerste drie vielen als een baksteen; het vijfde kwam niet van de grond. Slechts met Cyranois hij de toneelgeschiedenis ingegaan. Na de première op 28 december 1897 is Rostand van de ene op de andere dag een nationale held. Op 1 januari 1898 komt Felix Faure, de president van de Franse republiek, met zijn gezin naar de voorstelling en wordt Rostand benoemd tot Ridder in het Légion d’Honneur. Terecht. Cyranois een blijspel met schitterende oneliners, verende dialogen en een driehoeksverhouding, want de brede basislijn wordt gedragen door het titelpersonage.

 

Geen gezelschap dat het niet om de tien à vijftien jaar op de affiche zet. In een kader gelieerd aan de tijd. En daar past uiteraard een bewerking bij. Het NTGent heeft die klus toevertrouwd aan Bernard Dewulf. Hij heeft van het stuk een gelijkzijdige driehoeksverhouding gemaakt, met als basis Cyrano, en als opstaande zijden zijn nicht Roxane, waarop hij verliefd is, en de jonge schone edelman Christian. Wat er behouden bleef zijn sterk vermagerde dialogen. De vrouw die nat wordt van mooie praatjes en liefdesbrieven, de jongeling verliefd op haar schoonheid en uitstraling maar kromtaal schrijft en over zijn eigen zinnen struikelt als hij oog in oog met haar staat, en haar oom die zijn liefdesbrieven schrijft en hem het lijmproces influistert om haar in zijn bed te krijgen; dat is pas liefde voor de geliefde in overtreffende trap.

 

Deacteurshebben moeite met het skelet dat Dewulf gefabriceerd heeft. Wat is een stuk waard waarvan het vlees is weggehaald? Romeo en Julia heeft zijn succes te danken, niet zozeer aan de liefdeshistorie maar aan de vete die leidt tot de zelfmoord van de tieners. Het is niet toevallig dat Shakespeare het een tragedie noemde. Dood van een handelsreiziger van Arthur Miller verliest zijn ziel door de valsheid van de American Dream, alle stukken van Bertolt Brecht hun kracht zonder de sociale strijd van het interbellum. Cyrano speelt zich af tussen 1640, de eerste vier bedrijven, en het vijfde in 1665. Alle toneelstukken hebben een geheime boodschap. Bij Cyrano is hij de 30-jarige godsdienstoorlog van Frankrijk en Spanje waarin Vlaanderen een belangrijke rol speelt.

 

Zwaaien met een floreten een kostuum uit de late Renaissance, is wat er rest van het historisch kader. Voor Dewulf, in samenspraak met regisseur Julie Van den Berghe, was dat voldoende. Waarschijnlijk onder druk van het beperkte budget. Jammer en triest. Een auteur mag nooit toegeven. Hij moet in gedachten houden dat de zot de waarheid spreekt, waarmee bedoeld wordt dat de toneelauteur de context moet bewaren. Zo niet, dan blijft een grap over die men vergeet eenmaal men uitgelachen is. Julie Van den Berghe heeft getracht er een hedendaags bijspel van te maken. Daar is ze niet in geslaagd. De locatie is een caravan en de handeling een liefdesgeschiedenis tijdens de vakantieperiode in Camping Cosmos. Beide elementen zijn belegd of worden gesteund door een irritante muziekscore en een belachelijk belichtingsplan. Voorbeeld. Cyrano kijkt naar boven en zegt: ‘De nacht valt.’ Waarop de belichting tot de helft wordt teruggebracht. Door de smos ontbreekt het geheel vaart en dimensie.

 

Alle respect voor de spelers, An Miller en Bert Luppes in het bijzonder, helaas worden ze, naast het rammelend rommeltje gehinderd in het kleuren van hun personage door een tergend langzaam tempo. Als je mordicus een komedie wil maken, is een lekkere föhn noodzakelijk. Waaraan het schmieren zijn plaats en vorm ontleent.

 

Cyrano van het NTGentis een volkomen mislukte productie, een voorstelling geen cent waard. Op geen enkel gebied.

Guido LAUWAERT


CYRANO – productie NTGent – regie Julie Van den Berghe – www.ntgent.be

Partager cet article
Repost0
24 février 2014 1 24 /02 /février /2014 07:08

 

franz_marijnen.jpg

Franz Marijnen

Is de wereld een theater of het theater een wereld? Voor regisseur Franz Marijnen beide. Met elke productie laat hij zich inspireren door de geschiedenis in combinatie met de filosofie. Zelfs als een roman de basis vormt, hangt er een stuk geschiedenis aan vast, met een actuele nasmaak. Koppel daaraan zijn intense liefde voor muziek met een historische basis, en je hebt de formule van zijn experimentele producties.

 

Na enkele klassieke regies is het weer zover. Scarlatti  is het resultaat van een experiment, in extreme vorm. Gebruikelijk is om te vertrekken van een gegeven. Franz Marijnen heeft het gezocht in het iets van het niets van een troep dat in het licht van de voorstelling geen gezelschap genoemd kan worden.

Generaties kennen hun plaats niet meer, rassen lopen door elkaar en vermengen zich aan een razend tempo en culturen voelen zich verdrukt of gaan in de aanval, uit angst hun eigenheid te verliezen. Franz Marijnen heeft dat gegeven omgezet in een simpel verhaal omdat er nu eenmaal een lokvogel [promotekst] nodig was: Een theaterdirecteur heeft een fout gemakt en drie activiteiten op dezelfde avond gepland: 1, een concert met sonates van Scarlatti, 2, een exotische kookavond, 3, een voordracht door een filosoof.

 

Marijnens ei

Dat Marijnen voor dit project voor de muziek van Scarlatti gekozen heeft is niet verwonderlijk. De composities van de componist omvatten alle gemoedstoestanden. De kookavond presenteert de wereld als één ras. De filosofische voordracht is het grote vraagteken: Ludwig Wittgenstein stortte zich op de zin van de taal, maar sinds zijn overlijden… heeft ook maar één moraalfilosoof vat op de toestand van de wereld? Zelfs Alain de Botton heeft alleen maar vragen, zoals uit zijn essayboek De architectuur van het geluk blijkt.

Voor de voorstelling Scarlattiis welbewust gekozen voor de vleugel[piano], hoewel Scarlatti zijn sonates maakte voor klavecimbel. Pas later, na een zware depressie koos hij voor de piano en speelde jarenlang een enkele toon. Instrument en toon brachten genezing: Muziek was de hoorbare werking van kosmische energie. Voor Marijnen is de verlossing, de nieuwe wereld te vinden in één wereldcultuur. Zijn voorafgaande producties waren dan ook één toon. Als aanloop naar het ei dat hij met Scarlatti wilde leggen. En gelegd heeft.

 

Subliem spel

De spelers, de technici, de bedienden, de directeur, t,arsenaal als kunsthuis zijn maar instrumenten om de afmetingen van Marijnens ei te meten. Hij heeft geen van de mensen en middelen misbruikt, au contraire. Hij heeft ze met strenge maar rechtvaardige hand tot een subliem spel gebracht. Duidelijk is ook dat alle spelers, van welke afkomst ook volledig in het project opgaan. Alexandra Oppo als de concertpianiste heeft een présence die eist om een internationale carrière. Ze speelt met de partituur voor zich; volgens het boekje. Haar acteerspel is strak maar strookt met de gevoelens van muzikanten, die furieus kunnen uithalen als blijkt dat een en ander niet verloopt zoals contractueel afgesproken. Tuur De Weert is de acteur die het tot theaterdirecteur heeft geschopt. Geneert hij zich voor de chaos die hij heeft veroorzaakt, aan het eind houdt hij een indrukwekkende monoloog over zijn eigen positie binnen de theaterwereld, hoe elk gezelschap door commissies en voorschriften is verworden tot een fabriek en dat elke kunstvorm recht heeft op een melange van sociale situaties, door elkaar gemixt, zodat het theater opnieuw een parlement, rechtbank en tempel wordt. Van klaagzang wordt de monoloog een pleidooi. Zelden Tuur De Weert zo sterk zien spelen. Bloed stroomt over zijn tong, beheerst, majestueus.

 

Glanslaag en bloemen

Mark Vandenbos als de moraalfilosoof en Hilde Van haesendonck als de vrouw van de theaterdirecteur hebben nevenrollen. Toch weten zij zich stevig te positioneren. Heerlijk om te zien hoe ze de productie een extra glanslaag geven. Het zou van lompheid getuigen geen bloemen te geven aan Aïcha Cissé, Sachli Gholamalizad, Idy Mbengue, Mostafa Benkerroum en Zukisa Nante. Een naturel spel die je laat verlangen naar verre reizen en vreemde culturen en daarin op te gaan. Opmerkelijk: de Senegalees Idy Mbengue speelt aan het eind een sonate van Scarlatti… zonder partituur! Een lichte tik op de blanke vingers door Franz Marijnen. Opgelet! Alle mensen kunnen alle culturen aan. Het sluiten van de grenzen, al zijn ze irreëel, is ook een vorm van slavernij. De afschaffing ervan zal maar lukken met het doden van de vreemdeling in onszelf.

 

Kwartier extra

Scarlattiis een productie die een rondreis door heel de Westerse wereld verdient. Een voorstelling van 75 minuten die een kwartier extra verdient. Franz Marijnen heeft ook de tekst geschreven. Enkele elementen verdienden extra verdieping. Zodat het toneelparcours van Marijnen wat minder opvallend wordt. Schrijven is schrappen, maar het mag geen gaten of breuken vormen. Er mag een rem op wat men te zeggen heeft staan, maar de gaspedaal moet af en toe eens flink ingedrukt worden. Want, waarover men niet kan zwijgen, daarover moet men spreken. Zonder ontkoppelingspedaal.

Guido LAUWAERT

 

SCARLATTI – een project van Franz Marijnen – productie t,arsenaal Mechelen – speeldata: www.tarsenaal.be

Partager cet article
Repost0
18 février 2014 2 18 /02 /février /2014 12:00

 

DantonsDood.jpg

Het eerste toneelstuk van Georg Büchner[1813-1837] is eerder een leesstuk dan een speelstuk. Actie ontbreekt zo goed als en de ene lange monoloog volgt de andere op. De dood van Danton is de essentie noch de climax van het stuk. De soberheid op het doen door het denken van Maximilien Robespierre botst frontaal met het denken ná het doen van Georges Danton.

 

Het conflict moet lijden tot de ondergang van een van beiden. Het is Danton. Omdat Robespierre door zijn leep denken het publiek tegen Danton weet op te zetten. In de ogen van de auteur is het toneelstuk een ode aan het slachtoffer. En dat is het ook geworden in de ogen van regisseur Johan Simons. Zijn Dantons dood ademt de sfeer uit van de ziel uit Büchners stuk. Als denken en doen lijnrecht tegenover elkaar staan, komen we er niet uit. Wat momenteel zo is. Geen revolutie heeft een oplossing gebracht, geen republiek de ware democratie. De wereld is daardoor één grote chaos, waar geen filosoof raad mee weet, geen politicus een oplossing in de hoge hoed heeft.

 

Symbool van de revolutie

Robespierre heeft bij de ondergang van Danton geen goed of slecht gevoel. Voor hem is de individuele vrijheid ondergeschikt aan het algemeen belang. Wat het zijne is, natuurlijk. Wie geen gevoel heeft rest niets anders dan een koud, rechtlijnig denken. Wat uitmondt in extremisme. Zijn mening begint bij zijn pen en eindigt bij het mes van de guillotine, een wetenschappelijk ontworpen liquidatieapparaat. Het staat symbool voor de revolutie, net zoals elke revolutie een symbool heeft. Het kruis voor het katholieke, de rode vlag voor de communistische en de dollar voor het kapitalisme. Wat het conflict tussen de twee protagonisten nog versterkt is de gedachte dat voor Robespierre de revolutie in het hoofd geboren wordt en nooit ophoudt, terwijl voor Danton de buik de moeder is van de revolutie, die de republiek baart en klaar is kees. De rest is toekomst. Die twijfel verzwakt zijn positie tegenover zijn tegenstander.

 

Vertaling en bewerking

Hugo Claus hield van praatstukken. Maar hij was geen politicus en zeker geen revolutionair. Hij liep er omheen. Die omweg is onder meer Büchner en zijn eerste stuk. Hij heeft het vertaald, vrij losbandig, zoals dat bij Claus de gewoonte was. Dramaturg Koen Tachelet heeft Claus’ Bourgondische insteek weggesneden en het stuk teruggebracht tot zijn taalkundige kaalheid. Maar ook hij heeft zijn stempel op de versie van Toneelgroep Amsterdam gezet. Met de inbreng van een paar statements van Peter Sloterdijk en Michel Houellebecq. Zelfs een jeugdgedicht van Pablo Neruda is in de bewerking geslopen.

 

Monoloog voor zes acteurs

Het eindscript, en dus de gebruikte speeltekst, is een zware dobber voor het publiek. Is de voorstelling een historische les of een monoloog voor zes acteurs? Danton herrijst uit de dood doorde vertolking van Hans Kesting. Het geldt ook voor Gijs Scholten van Asschat als Robespierre. Moeilijker heeft het Halina Reijn die vier personages speelt. Haar spel is overtuigend, op het sublieme af. Door een nauwelijks veranderde kostumering en eenduidig spel heeft de toeschouwer het echter moeilijk haar personages uit elkaar te houden. Indrukwekkend is de stem van de burger, gebracht door Benny Claessens. Hij verschijnt niet lijfelijk maar op video. Toch stapt hij met zijn spel als het ware uit het doek en glijdt in het hoofd van de kijker en bezet zijn gevoelens en beïnvloedt zijn gedachten.

 

Schitterend idee

Een belangrijk aandeel is voorbehouden aan de muziek van Ludwig van Beethoven, zijn zevende symfonie. Een schitterend idee van Johan Simons. De zevende is de embryonale versie van de negende. De eerste drie delen van de zevende zijn vormstudies tot het vierde deel. Het is een explosie van gevoelens, eerder dan van mathematische tonaliteit. Met de wetenschap in het achterhoofd dat Beethoven voor deze beweging zich baseerde op boerendansen, is duidelijk dat de nuchterheid om wat is, en de woede om wat wordt, bij Simons gezocht moet worden in de mest en de grond van de natuur in zijn oorspronkelijke en puurste vorm. Koppel componist en regisseur aan elkaar en je hebt één revolutionair in twee gedaanten. Ze streven beide naar vreugde en bevrijding, zonder te [willen] weten wat de juiste keuze is voor een oplossing van het wereldconflict dat tot een wereldwijde diaspora heeft geleid.

 

De Bastille van de kunst

Beethoven heeft die wens in de vierde beweging van zijn negende gestoken. Johan Simons door aan het slot een honderdtal mensen van alle rassen, generaties en godsdiensten het podium, de Bastille van de kunst, te laten bestormen. Leek de voorstelling bij aanvang een gekkenhuis, slaat over naar een parlement, wordt het na het laatste woord een opvangcentrum. De wereld in zijn huidige toestand weergevend.

 

Fixatie

Dantons dood van Johan Simons is puur klasse, een meesterwerk. Niet eenvoudig te volgen, maar dat zal Simons een zorg wezen. Wie zijn parcours volgt ziet, dat hoe ouder hij wordt, hoe meer hij zich fixeert op de gedachte dat niet een regisseur een publiek moet zoeken, maar het publiek een regisseur moet vinden. Voor een natuurmens pur sang is nu eenmaal de belangrijkste maand van het jaar september. Wie dat voor ogen houdt, neemt deze voorstelling aan zijn schoenen mee naar huis.

Guido LAUWAERT

 

DANTONS DOOD– productie toneelgroep Amsterdam – in eigen huis en op reis tot 13 april – www.tga.nl

Partager cet article
Repost0
10 février 2014 1 10 /02 /février /2014 14:00

 

Ilona.jpg

Werkloosheid wordt het sterkst ervaren in de stad. Daar slaat de eenzaamheid genadeloos toe. Vrienden verdwijnen en verhoudingen verpoeieren. De mens is op zichzelf aangewezen, maar wat is de mens zonder functie of betekenis in de maatschappij? Hij is een wegwerpproduct. Zo denkt de werkende mens er over, net als zijn collega’s die in hetzelfde schuitje zitten. Maar ook hijzelf. Wie niets heeft is ook nergens. De stad is voor hem een begraafplaats waarin hij zijn eigen graf graaft.

 

Dat is wat regisseur Sebastian Nübling duidelijk wil maken in deze productie van de Muencher Kammerspiele, met als coproducent de Brusselse KVS. Wat heet coproducent? Het inhuren van een productie voor een week? Een echte coproductie is een productie waar beide gezelschappen een wezenlijke artistieke inbreng hebben. Dat is met Ilona. Rosetta. Sueniet het geval. Meer dan het ophoesten van een smak geld en een receptie na de Brusselse première heeft het niet moeten doen.

 

Sebastian Nüblin heeft voor deze productie leentjebuur de bliksem gevonden bij drie films. Drifting Clouds van Aki Kaurismäkis, Rosetta van de broers Dardenne en Sue van Amos Kolleks. Ze gaan over drie vrouwen die hun werk verliezen, vervolgens wegens huurschulden uit hun flats worden gezet en door het verlies van maatschappelijk houvast ook geen recht hebben op sociale steun. De regisseur heeft de situaties van de drie vrouwen geklutst tot één panklare schotel. Het resultaat is een opeenstapeling van clichés, het in herhaling vallen van steeds maar weer dezelfde ellendige toestanden, prostitutie à la carte en de aftakeling van de eigenwaarde. Alles voorspelbaar en typisch voor elke sociale crisis, de hele industriële geschiedenis door. Van de uitvinding van de gloeilamp tot die van de microchip.

 

De stad speelt in deze productie een cruciale rol. Meer dan een gissing is het helaas niet. Zet de laagste sociale klasse in de KVS, laat ze naar deze voorstelling kijken en zelfs zij zullen beamen dat het zo is, dat wat getoond wordt hun maar al te goed bekend is. Dat er niks nieuws verteld wordt, geen verrassing is, geen engagement van de hogere klasse, au contraire, dat hun ellendig lot nog eens extra wordt getoond. Een belediging op de vernedering is. Dat er misbruik gemaakt wordt van hun situatie. Dat het bedrag voor deze voorstelling beter besteed was met dagelijks, zolang er een cent in de kassa zit een kom soep en stuk brood een sterker teken van sociale bekommernis was geweest dan deze productie.

 

De regie mist verrassing en de dramaturgie is puberaal. Kaalheid kan kunst zijn, maar in deze vorm is het een vormgeving zonder warmte of scherpte. Toppunt van waardeloosheid is het herhalen van de herhaling. Wat we weten moet niet getoond worden. Wel de extra lagen van het weten. De eerste tien minuten krijgt de toeschouwer een impressie zoals die in stadschilderijen van Edward Hopper zit. Blikken zonder beeld, kale gevoelens, doodenge stillevens. Maar daar blijft het bij. Wat volgt is een verwelken van wat Hopper zo treffend wist te portretteren en die je kan raden zonder dat er een gids of verklarend artikel bij te pas komt.

 

De redding van dit wangedrocht wordt geleverd door het spel van de spelers. Zij slagen erin, door hun hoge acteurskwaliteit, de aandacht van de toeschouwervast te houden. Op het randje. Want als de toeschouwer aanvoelt dat zelfs de spelers zich concentreerden op elkaar en niet op het verhaal, is het voor hem duidelijk dat het concept tijdvervuiling is en de voorstelling ruimtebeschadiging.

 

Een toegangskaartje voor Ilona. Rosetta. Sueis verspild geld. Quotatie: te mijden. Een zoveelste voorbeeld hoe de KVS geen artistiek beleid heeft, geen visie en niet beantwoordt aan zijn doel in het theaterdecreet. Niet alleen de artistiek directeur is hier verantwoordelijk voor, maar de hele raad van bestuur. Dit toelaten, en dit beleid duurt al enkele jaren, bewijst de desinteresse van de leden in het verval van wat het kroonjuweel van de Vlaamse stadschouwburgen zou moeten zijn.

Guido LAUWAERT

 

ILONA. ROSETTA. SUE – productie Muenchner Kammerspiele, coproducent KVS Brussel – nog tot 15 februari in KVS-Bol – www.kvs.be

Partager cet article
Repost0
23 janvier 2014 4 23 /01 /janvier /2014 15:22

 

Jenůfa uit 1904 van Leoš Janáček is gebaseerd op een banaal toneelstuk met als insteek een gezinsdrama. Door het te herleiden tot een libretto en de prachtige muziek is de opera gaan behoren tot de top van zijn genre.

 

Jenůfais verliefd op de flierefluiter van het dorp. Ze verwacht een kind van hem, maar de fielt wil van geen trouwen weten. Toch blijft Jenůfahopen. Een andere aanbidder, hardwerkend type en nuchter van aard, al te nuchter letterlijk en figuurlijk, is jaloers en met een mes schendt hij haar gezicht. Weg schoonheid. In alle stilte bevalt zij en tijdens haar slaap steelt de stiefmoeder het kind en gooit het in een wak van de bevroren rivier. Tijdens haar zwangerschap is de schone schelm verloofd met de dochter van de burgemeester. Jenůfa besluit dan maar met de jaloerse jongen te trouwen. In wezen is hij niet slecht; hij houdt oprecht van haar. Op het trouwfeest wordt het kind gevonden. Consternatie. De stiefmoeder wordt gearresteerd maar het trouwfeest gaat door, ondanks de rouwsfeer.

 

Kleurrijke ruiker

De muziek van Jenůfa is duidelijk beïnvloed door de toestand waarin de componist zich bevond. Kort voordien waren zijn twee kinderen gestorven. De rouwverwerking zit volop in de partituur. Toch blijft de opera een kleurrijke ruiker, ongetwijfeld door de tijd waarin hij is ontstaan. Europa was in de ban van grote politieke en economische omwentelingen. De kunst vaart er wel bij. Vooral de art nouveau en de muziek, de artistieke richtingen gelieerd aan het naturalisme van het platteland, treffend verbeeld door Les Ballets Russes.

 

Te zwaar aangedikt

Regisseur Alvis Hermanis heeft het wat al te zwaar aangedikt. Het speelvlak is omlijst met ornamenten in jugendstil. Ze zijn tijdens het eerste en het derde bedrijf voortdurend in beweging. Het aanvankelijke gevoel van het bekijken van prentenboeken verschuift naar de idee dat het eigenlijk catalogussen van behangpapier zijn. Hij heeft de zangers uitgedost in folkloristische kostuums en laat ze dansen in de Japanse toneelvorm Kabuki, maar dan in de zesde versnelling. De voorstelling wordt er een goedkope chinoiserie door. Behalve in het tweede bedrijf. Daar heeft Hermanis gekozen voor het naturalisme avant de Praagse Lente. Maar van die oprukkende woelige periode is niets te merken. Praag is ver weg en het Moldavische dorp baadt nog volop in de sfeer die we terugvinden in heel wat scènes van Hergé’s De Scepter van Ottokar.

 

Scherp van snee

De productie wordt gered door dirigent Ludovic Morlot. Hij houdt het orkest van de Munt strak in de hand en weet uit de partituur te halen wat de componist erin gestoken heeft: contrasten die elkaar voortdurend storen of stimuleren, op het scherp van de snee. Het orkest op het podium en de dansende zangers met hun ritmische gymnastiek in de orkestbak, de voorstelling was naar een hoger niveau getild. De solisten staan waar ze horen te staan, andermaal door toedoen van de dirigent. Hij weet de spraakmelodie puntgaaf uit hun keel te krijgen. De geloofwaardigheid van de personages wint er aan kracht door.

 

Envoi

De mix van stijlenzorgt voor een Proustiaanse sfeer waarin diens tijd, le temps perdu, niet hervonden maar herinnerd wordt.

Guido LAUWAERT

 

JENŮFA van Leoš Janáček– productie Muntschouwburg – www.demunt.be

Partager cet article
Repost0
14 décembre 2013 6 14 /12 /décembre /2013 16:43

 

131212 3sirenes c KVDE 9310-LR 

In het raam van Café Cocteau presenteert De Bijloke Un Ballet Réaliste, gerealiseerd door het gelegenheidsgezelschap Les Trois Sirènes. Drie jonge vrouwen, harpistes van beroep, maar die ook zingen, dansen, acteren en allerlei toeren uithalen, tekenend voor de tijd waarin Les Ballets Russes het Parijse theaterleven een eeuw geleden verse lucht inblies. Zij doen dat volgens de luchtvaartacrobatiek van de surrealisten. Helaas, zonder de Franse slag, waardoor de voorstelling koud blijft.

 

Jean Cocteau [1889-1963] is een cambrioleur. Hij steelt van anderen en zet hun ideeën naar zijn hand en presenteert ze alsof ze uit zijn koker komen. Telkens waren ze in samenwerking met anderen gemaakt of door anderen geïnspireerd. Zij hebben het op eigen kracht gemaakt, door hen heeft hij het gemaakt. Dat wisten de grootmeesters al, maar Cocteau was een charmeur, schreef essays over de mechaniek van de tragiek van Satie, Picasso, Stravinsky, Poulenc, Honegger, Milhaud. Ook werkte Cocteau als journalist en verzorgde de kunstrubriek in de krant Paris-Midi.

 

AANHANGWAGEN

Is inbreker een te zwaar woord voor deze intelligente man die het goed kon zeggen, ongetwijfeld is ‘aanhangwagen’ het juiste. Hij schreef het scenario voor het ballet Parade, waarvoor Satie de muziek componeerde en Picasso de muziek en de kostuums ontwierp. Het stuk ontketende een groot schandaal. Het bewijs dat Cocteau een aanhangwagen was, is dat de muziek, de decors en de kostuums van Parade in het collectief geheugen van generatie op generatie overgaan, maar nauwelijks iemand weet wie het ballet heeft geschreven. Zijn poëzie lijdt aan dezelfde ziekte. Wie ze leest denkt meteen aan een andere dichter, met op kop Apollinaire. Nu heeft elke kunstenaar leentjebuur gespeeld, maar Cocteau miste eigen drijfkracht. Hij besefte dat zelf en het is cryptisch terug te vinden in een bekende uitspraak van hem: ‘Ik ben een leugen die altijd de waarheid spreekt.’

 

DE CULTUS VAN DE VONDST

Al mag Jean Cocteau nu ook weer niet helemaal geminimaliseerd worden. Bij hem prevaleerde de cultus van de vondst. Hij werkte vanuit de gedachte van het contrapunt. Men moest het slecht vinden. In een tijd waarin de conservatieven zich vastklampten aan tradities en oude rituelen, werd men algauw bestempeld als idioot. Het zadelde Cocteau op met een zware depressie, die hem uit Parijs verdreef. Hij vestigde zich in Milly-la-Forêt, waar hij tot zijn dood bleef wonen. Zijn huis is sinds een tiental jaar een museum. Wie het bezoekt vindt een tijdsbalk die begint bij Dada en eindigt bij het knusse gezinsleven met zijn reinheid en regelmaat van de jaren vijftig van de 20ste eeuw. Te afgeborsteld, waardoor ze de aanzet waren van de sociale revolutie van de jaren zestig. Het meest toonaangevende bewijs hiervan is de Beat Generation.

 

TOEMAATJE

Les Trois Sirènes hadden voor ogen de tijd van Cocteau en Les Ballets Russes te reconstrueren, met op de achtergrond Parade. Daarin zijn ze redelijk tot goed geslaagd. Wat ze echter fout hebben gedaan is het krankjorume, de relativering, de agressie, het jongleren, het agressieve van Cocteau en zijn vrienden te imiteren. De werken en het denken van die club heeft zijn invloed gehad op alle lagen van de maatschappij. Er verbaasd over te staan zit er daarom niet in de voorstelling. Om te kunnen verbazen en verrassen moet men met een toemaatje uitpakken. En dat ontbreekt. De voorstelling zorgt voor een rimpeling van het gemoed maar schudt de kaarten ervan niet. Het verwekt een amusante sfeer, zonder ook maar één moment euforie. Alles aan Un Ballet Réaliste is te ingestudeerd, volgens het boekje. Extra minpunt is de verstaanbaarheid. Fragmenten uit La dame de Monte-Carlo [1961], een lied van Francis Poulenc op tekst van Jean Cocteau wordt gezongen. Stond het niet in het programmaboekje van de Cocteauweek, je zou je afvragen wat de sirene staat te zingen.

 

HOOGTEPUNT

Het leukste van het programma is de muziek en het hoogtepunt het valse einde, de terugkeer naar het moment van het heden door het afschminken en afleggen van de kostuums. Dat was een goed idee van de regisseur. De parade stil te leggen. Terug naar het alledaagse, de keurigheid van de onkreukbaarheid. De confrontatie tussen het theatrale en het verbeelden redt de voorstelling. De drie sirenes gaan er met volle overtuiging tegenaan en de regisseur had integere intenties. Dat charmeert. Maar om een blijvende herinnering aan de voorstelling te verwekken mist het geheel de vlammen van het vuur én zielen uit de hel, de warmwaterbronnen van een echt kunstwerk.

Guido LAUWAERT

UN BALLET RÉALISTE door Les Trois Sirènes - regisseur Chris Koolmees – uitvoerders Ekaterina Levental, Eva Tebbe en Anouk Sturtewagen – nog te zien op zaterdag 14 december om 15 uur – info: www.debijloke.be/nu

Partager cet article
Repost0
12 décembre 2013 4 12 /12 /décembre /2013 22:53

 

2635332057VOS.jpg

'Na radicale bewerkingen van o.a. La Divina Commedia en Het Oude Testament vergrijpt FC Bergman zich deze keer aan een andere literatuurklassieker, het epische dierdicht Van de (sic) vos Reynaerde', lees ik tot mijn verbazing in de programmabrochure van Van den vos. Als we Van Dale mogen geloven, dan betekent 'zich vergrijpen': 'verkeerd grijpen'; 'stelen, wegnemen'; 'schenden, verkrachten'. Na de voorstelling van 11 december 2013 is mijn verbazing helemaal verdwenen en kan ik enkel maar vaststellen dat de zin in de brochure profetisch was. FC Bergman vergrijpt zich inderdaad aan Van den vos Reynaerde. Niet omdat FC Bergman materiaal uit Van den vos Reynaerde zou hebben gestolen – personages, thema's en plots uit de Reynaertverhalen waren en zijn gemeengoed en het vakmanschap moet blijken uit het creatieve gebruik ervan – maar wel omdat FC Bergman, door een oppervlakkige kennis van Van den vos Reynaerde, nooit diepgaand met het werk dialogeert en daardoor artistieke keuzes maakt die haaks staan op Van den vos Reynaerde. De voorstelling Van den vos is daardoor niet enkel een flauw afkooksel van Van den vos Reynaerde geworden maar ook een vrijblijvend vormenspel.

Van den vos Reynaerde is een dierenepos en dat genre is boven alles een humoristische vorm. De auteur speelt in zijn werk een fascinerend spel van voortdurende ambiguïteit met de dierlijke en menselijke component van de personages. Een deel van de humor bestaat erin dat de auteur doet alsof de hoofdrolspelers mensen zijn, in staat om een morele keuze te maken en het gewicht van de morele verantwoordelijkheid te dragen. In feite is de verhaalwereld in Van den vos Reynaerde resoluut amoreel en de moralistische retoriek erin op een humoristische manier overbodig. Van het spel met het menselijke en het dierlijke, van de speelse amoraliteit, van het spel met de taal vinden we in Van den vos niets terug. Om dat spel te kunnen spelen, moet, zoals in Van den vos Reynaerde, de taal centraal staan en FC Bergman bant de taal zo veel mogelijk uit Van den vos om te kunnen vertellen met stil acteren, video, film en muziek. Omdat FC Bergman de personages in Van den vos Reynaerde in morele termen beoordeelt, nemen ze het werk niet ernstig genoeg en zien ze de echt subversieve mogelijkheden van de Reynaerdiaanse humor over het hoofd.

Die subversieve humor komt tot stand omdat de auteur werkt met de figuur van de schurk Reynaert. Figuren als de schurk, de zot en de nar kan je niet letterlijk nemen want ze zijn niet wat ze lijken te zijn. In Van den vos Reynaerde is Reynaert het scalpel waarmee de auteur zijn samenleving ontleedt. Omdat FC Bergman Reynaert een figurantenrol toebedeelt en hem van de trickster in Van den vos Reynaert degradeert tot de psychopaat in Van den vos, slaat het gezelschap zichzelf dat scalpel uit handen. Dat is vreemd want FC Bergman wil, naar de intentieverklaring te oordelen, 'de aantrekkingsfactor van het begrip “immoraliteit” en de invloed ervan op onze huidige samenleving' verbeelden.

Houden we rekening met de artistieke bedoeling van FC Bergman, dan is het bijzonder merkwaardig dat ze enkel het eerste luik van het tweeluik dat Van den vos Reynaerde is voor hun voorstelling gebruiken. In het eerste luik van Van den vos Reynaerde is Nobel een rechtvaardige koning omdat hij zich laat leiden door het advies van zijn baronnen, in het tweede luik verwordt hij tot een tiran omdat hij, uit hebzucht, zijn baronnen buiten spel zet en zich laat leiden door het advies van Gente, de koningin, en Reynaert. Door Nobels immorele gedrag stuikt uiteindelijk de hele feodale orde in elkaar. Omdat FC Bergman de koningin van bij het begin opvoert – zij is dominant en Nobel lijkt haar toy boy – en duidelijk aangeeft dat het koningspaar dan al door en door immoreel is, kan er van een corrumpering van het gezag en van de verbrokkeling van de maatschappelijke orde geen sprake meer zijn. Met de hebzuchtige koning Nobel viseerde de auteur de Franse koning Lodewijk IX, die volgens hem en de groep van wie hij de spreekbuis was, onder het masker van heiligheid zijn macht uitbreidde. Dat Van den vos Reynaerde een satire is met een specifiek mikpunt, lijkt FC Bergman volledig te zijn ontgaan.

Het materiaal in Van den vos Reynaerde lag voor het grijpen maar FC Bergman laat het liggen. In de plaats van de kans te grijpen en te verbeelden dat hebzucht onze maatschappelijke orde vernietigt en miljoenen in de armoede stort, in de plaats van specifieke personen en organisaties met ongenadige en bijtende spot te hekelen, in de plaats van de verontwaardiging daarover – indignatio – in een eigentijdse satire te gieten, houdt FC Bergman het bij vrijblijvende beschouwingen over 'de aantrekkingsfactor immoraliteit' en verhult die inhoudelijke armoede met de prestaties van rasacteurs, de zang van een populaire zanger, de live muziek van een Duits gezelschap, met grootse decors en met mooie plaatjes. Maar het zijn de kleren van de keizer, de kleren van FC Bergman.

 

René BROENS

Partager cet article
Repost0
6 décembre 2013 5 06 /12 /décembre /2013 13:43

 

De Rotterdamse acteursgroep Wunderbauw is opnieuw in het Aards Paradijs met een nieuwe theaterproductie, Het spookhuis der geschiedenis. Het wonderlijke ervan is dat de productie bij de jongeren op enig succes kan rekenen en bij de ouderen op meewarigheid. De reden hiervoor ligt voor het grijpen, en dat is wat we het komende uur gaan doen.

 

Bij het betreden van de zaal is een podium te zien, gevuld met wat bestempeld wordt als Groot Huisvuil. Maar zoals dat nu eenmaal al eeuwen het geval is, wat de ene buitenzet, zet de andere binnen. En dat is wat Wunderbaum blijkbaar heeft gedaan. De straten afgeschuimd alvorens de vrachtwagen van de stad langskwam. Het kan ook zijn dat het gezelschap een brocante is binnengestapt en gezegd heeft: ‘Dat en dat, en dit, dat daar, of nee, de hele boel. Dan doe je toch wat van de prijs af, man?’

 

Tijdens het opladen zagen ze dat in het aangrenzende pand een kringloopwinkel gevestigd was. Die werd ook geplunderd, voor een zacht prijsje. En eenmaal ze van het podium een stort aan het maken waren, hebben ze de rommel van de theaterzolder gehaald en er bijgegooid. Het staat symbool voor de verloedering en vervuiling van de maatschappij. Er zijn andere manieren om dat te tonen. Wat de mens al weet, moet hem niet nogmaals getoond worden.

 

Een paar muzikanten jammen terwijl de toeschouwers hun stoel opzoeken. Alle restelektriciteit van Gent wordt er doorgejaagd. En eenmaal het zaallicht dimt, krijgen de spots een sjot [of shot, kies maar uit] en barst de actie los bij de acteurs. Wat volgt is een beeldende en verbale reis door de financiële debacles, de milieurampen, het politieke casino van de EU, de Navo, de Uno, en verder hoe de beschaving zwaar werd beschadigd in de 20steen 21steeeuw, vanaf de industriële revolutie tot het digitale tijdperk. Een honderdjarige oorlog.

 

Dat gegeven is goeie stuff om mee aan de slag te gaan. Helaas, Wunderbaum wijst in Het spookhuis der geschiedenis wel op de oude koeien in de gracht, maar haalt ze er niet uit. Wie drie ogen heeft zou haast gaan denken dat de voorstelling een ton leedvermaak is. De vinger wordt opgestoken, er wordt mee gewezen, erbij geschreeuwd en gescholden zoals Amerikaanse soldaten, die in films, maar ook in het echt, het lied van de stenguns laten zingen, terwijl ze een rondedans doen. Uiteraard werd de rookmachine gebruikt, wordt er met de stroboscooplamp geshowd. Kortom, alle theatertechniek van de laatste eeuw was voorhanden en kreeg zijn aandeel in het spektakel. Een spektakel, jawel, want een voorstelling kan je dit niet noemen.

 

Een happening al evenmin, dat zou een belediging betekenen voor de betekenis van het woord: een ludieke, min of meer toevallige gebeurtenis. Het spookhuis der geschiedenis is in een ingestudeerd spektakel. Geen greintje toeval of ludiek moment. Wat Wunderbaum brengt is en plusopgewarmde kost. De voorstelling zou enig succes hebben gekend in de late hippietijd en op het Festival of Fools, de oermoeder van het Oerolfestival. Wie dat heeft meegemaakt, vindt de show Het spookhuis opgewarmde kost dat te lang in de diepvrieskast heeft gezeten, en heeft een déjà vu gevoel dat door zijn omvang zwaar op de maag ligt.

 

Dat jonge mensen zulk theatraal braaksel leuk vinden is best begrijpbaar. Voor hen is dit nieuw. Anders dan wat schouwburgen normaliter tonen. Moet kunnen, op voorwaarde dat de aanklachten een wonderbaarlijke wending krijgen. Daarvoor moet er fantasie zijn. En dat is waar het Wunderbaum aan ontbreekt. Als je in 100 minuten slechts één mooi beeld hebt, de vogel onder de bij nacht gedumpte machineolie, dan heeft het spektakel slechts een grote mond met een vals gebit.

 

Toch is er voor de betere kijker wel een zalig moment: wanneer hij de zaal verlaat en tegen zijn partner [m/v] zegt: ‘Een typisch voorbeeld van hoe alle Nederlanders, van jong tot oud, het poldermodel kapot hebben geluld.’ En zijn / haar compagnon daaraan toevoegt: ‘Ja, ook jong, want ze blijven lullen, maar komen te snel klaar.’

 

Wunderbaum ziet zijn verouderingsproces niet. Tenzij ze het wel weten, maar om den brode blijven produceren. Settling in de theaterwereld, je merkt het meer en meer bij marginale groepen. Ze blijven maar kiezen voor een kermis met een achtbaan die geen acht is, een draaimolen met een orgel dat schelle deuntjes afdreunt, een spookhuis met een kaduke mechaniek, worstelaars zonder spierballen en een schiettent met geweren met een scheef vizier, zodat je niet raak schiet en dus niets wint, dan een lege eierdop.

Guido LAUWAERT

 

HET SPOOKHUIS DER GESCHIEDENIS – Wunderbaum t/m 6/12 in schouwburg NTGent – www.thenewforest.nl

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche