Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
15 juin 2014 7 15 /06 /juin /2014 02:46

 

 

SCHOENAERTSpasKOP.jpg

Detail van Wilfried Pas'  "Julien Schoenaerts". Het standbeeld aan de Kerkstraat te Antwerpen werd onthuld op 13 september 2008

De laatste theaterrol die Julien Schoenaerts speelde, was 'Krapp's laatste band' van Samuel Beckett. Ik zag de monoloog in 1995 in De Warande te Turnhout. Het was een voorstelling waarbij het beperkte publiek op ongemakkelijke stoelen op het podium zat en de acteur met zijn rug naar de zaal speelde. Achter hem was een zwart doek gespannen, waarachter Julien een tiental keren verdween om aldoor een stukje zatter terug te keren. Hilarisch? ja, misschien ook, maar vooral legendarisch.

Schoenaerts vertolkte de rol van de oudere man en ex-schrijver die leeft van zijn herinneringen, met zo'n intense empathie dat je gewoon vergat dat het Schoenaerts was. Je zag en hoorde alleen Krapp, die op de vooravond van zijn 69ste verjaardag, naar jaarlijkse gewoonte, klaar zit om zijn ervaringen van het voorbije jaar op band in te spreken, maar eerst een opname van dertig jaar geleden wil beluisteren. De eenzaamheid, de pijn, de weemoed om de verdwenen liefde, het continue gevecht met de stemmen in zijn hoofd, het rolde over de toeschouwers als een lawine. De manier waarop Schoenaerts-Krapp zich hortend en stamelend van herinnering naar herinnering sleepte, vergeet je niet. Wanneer Krapp ten slotte op een nieuwe spoel de overpeinzingen opneemt die hij maakte bij het beluisteren van zijn jongere ik, en na de woorden "Ik heb zojuist geluisterd naar die stomme idioot waarvoor ik mij dertig jaar geleden hield", de band van de recorder rukt, bleef het enkele ogenblikken muisstil. Tot een enthousiast applaus losbarstte. Helaas, hoelang het applaus ook aanhield, de acteur liet zich niet meer zien. Was hij zo dronken dat hij vergat te komen groeten? Dacht hij gewoon: het publiek kan de pot op? Of was het zijn levensmoeheid, zijn bodemloze misantropie die hem achter het zwarte doek hield?…

Een andere anekdote over het wonderkind van het Vlaamse theater… Het moet eind jaren '90 geweest zijn. Elk jaar werden we door onze vrienden B en W uitgenodigd om voor enkele zomerdagen naar zee te komen. Naar Nieuwpoort-Bad, waar ze een studio hadden. We zaten op een hoekterras van een café aan de Zeedijk zomaar wat te niksen. En wie komt daar in beige gabardine, brede slodderbroek en openstaand hemd voorbijgeflaneerd? Juist, hij! Klein en ogenschijnlijk anoniem. "Schoenaerts, Schoenaerts" hoor je over de tafeltjes waaien. Ook Julien blijkt het gehoord te hebben, want heel even draait zijn hoofd onze richting uit. Maar dan herpakt hij zich, neemt rustig de tijd om een sigaret te rollen (die hij daarna achter zijn oor steekt) en loopt nonchalant verder. Zeven passen slechts, waarna hij zich omkeert en zeven passen terug doet, waarna hij zich weer omkeert en… Vijfmaal laat hij zich zo bewonderen, tot zijn naam over het hele terras wordt gefluisterd. En dan verdwijnt het wonderkind tussen de zeedijkwandelaars.

En verdwijnt Julien ook uit mijn leven. Tenminste materieel, lichamelijk. Want het geestelijk beeld van hem geraak ik niet meer kwijt.

Frans DEPEUTER

Partager cet article
Repost0
8 juin 2014 7 08 /06 /juin /2014 03:46

 

GhelderodeBeyen.jpg

Josse De Pauw heeft een zwak voor Michel de Ghelderode. In zijn nieuwste productie naait hij twee eenakters aan elkaar. In Le Cavalier bizarre zijn de mannen aan de macht, in Les Femmes au tombeau delen de vrouwen de lakens uit. De muziek is speciaal voor deze productie gecomponeerd door Jan Kuijken. Esthetisch oogt het mooi, maar als geheel is HUIS zwak.

De Ghelderode [1898-1962] staat bekend als de voorloper van het absurd theater. Dat heeft hij vooral te danken aan de ‘echte’ absurdisten, met Beckett en Ionesco als kroondragers. Het is niet zo dat hun werk geïnspireerd is op dat van de Brusselaar. Hun werk brengt dat van De Ghelderode in herinnering. Toneelstukken kan je ze eigenlijk niet noemen. Daarvoor ontbreekt het hun aan de klassieke theaterwetten. Wat ze wel hebben, en dat maakt het absurde er van uit, is een mix van burleske spreektaal, een antiklerikaal gevoel, een macabere bouwgrond en een groteske stijl.

VDE_6634.jpgHet genre toneel dat De Ghelderode schreef zit in de genen van het interbellum. Het heeft en kent zijn hoogtepunt in Berlijn. Waar de dictatuur oprukt, verzuurt het protest en zet zich om in confituur, in theatertaal, cabaret. In dat genre toneel is alles mogelijk, zelfs antitoneel. De Ghelderode is daar meesterlijk in. Het is dus niet verwonderlijk dat hij zijn beste werk vóór de Duitse bezetting schreef. Erkenning heeft hij niet geoogst. Dat maakte hem bitter en eenzelvig. Het gekke is dat de doorbraak wel kwam na de Tweede Wereldoorlog. Niet vanuit zijn geliefde Brussel, maar vanuit Parijs waar de eerder genoemde absurdisten doorbraken. Te laat echter voor De Ghelderode. Hij voelde dat hij vanuit de schaduw kwam. Dat is niet bevorderlijk voor de crematie van de bitterheid. Integendeel, die wordt er maar door versterkt.

Geloof, Hoop en Liefde

Josse De Pauw zal dit allemaal worst wezen. Wat hem interesseert is de sprookjesachtige teint en het zotte poppenspel van De Ghelderodes stukken, gekruid met de geesten van Edgar Allan Poe, Jean Ray, James Ensor en – niet toevallig net als hij twee Brabantse schilders – Breugel de Oude op Jeroen Bosch geplakt. Het is duidelijk te merken aan de enscenering.

Het eerste deel van HUIS speelt zich af in een oudemannenhuis en heeft connecties met De Apocalyps of Openbaring van Johannes. Ze wachten op de dood. Bij nacht hoort een van de ouderlingen, de wijste van de club, gespeeld door Josse De Pauw, een ruiter naderen. De anderen horen niets. Zijn obsessie slaat over op de anderen. Het paard is behangen met bellen en klokken. Zijn het doodsklokken? Wie komt hij halen? Als hij hun zaal passeert en een kind ophaalt in een andere afdeling, valt de spanning van hen af en zet zich om in een feest. Om het dode kind wordt niet getreurd. Quantité négligeable.

VDE_7736.jpg

Wisseling van de wacht in het tweede deel. Een huis in Jeruzalem. De vrouwenclub van Jezus zit na zijn kruisiging, dood en begrafenis samen en pleegt overleg. Naar het graf gaan of wachten. Zelfs een dode geliefde moet verwend worden. Gewassen, gepoederd en geparfumeerd. En wie doet wat? Wie hij het liefst had, heeft voorrang, daarover wordt gediscuteerd. Maar wie is dat? Uiteindelijk besluiten ze te gaan, maar blijven staan als Jezus’ moeder kermend binnenkruipt. Tableau. Ja, zij was zijn geliefde. Stilte. Stilstand.

Waar het de mannen aan ontbreekt, hebben de vrouwen in overvloed: Geloof, Hoop, en vooral Liefde.

Winnaars en verliezers

Esthetisch is Huis een mooie voorstelling. Jammer genoeg is de wrede waanzin die De Ghelderode in zijn stukken stak, en dus ook in Le Cavalier bizarre en Les Femmes au tombeau, zo goed als overboord gegooid.

Het eerste deel is traag. Al te traag. Te zwaar aangezet. Kaal en nasaal. De verveling ligt op de loer. Het enige dat blinkt is de muziekscore. Jan Kuijken begint bij de late romantiek; Gustaf Mahler is niet ver. Hij eindigt bij een muziekbreiwerk refererend aan de componisten van Les Ballets Russes van Sergej Diaghilev, onder meer Stravinsky, Milhaud en Debussy.

In het tweede deel zit er meer snelheid, het is luchtiger. Dankzij een gevarieerd spel, met als uitblinkers Reinhilde Decleir, Blanca Heirman en Els Olaerts. De vrouwenclub bereikt wat de mannenclub niet voor elkaar heeft gekregen: een kerkhofkermis. Een lichte kluchtigheid, leunend tegen de sotternie. En een beter samenspel. Wat de spanning ten goede komt.

Te scheve beentjes

Ongetwijfeld heeft Josse De Pauw met zijn concept en regie gestreefd naar een architectuur en taal- en muziekspel van hoog niveau. Dat bereikt hij niet. De productie staat kaarsrecht, maar heeft helaas te scheve beentjes. Wat schoon is wordt erdoor beschadigd en dreigt te kapseizen. Is hij in zijn producties vaak een Bloeiende Kerselaar, in Huis is hij, om het op z’n Brussels te zeggen, een Skieven Architec.

Guido LAUWAERT


HUIS – productie LOD – coproductie o.m. deSingel Antwerpen – regie en concept Josse De Pauw – www.LOD.be



Partager cet article
Repost0
26 mai 2014 1 26 /05 /mai /2014 20:00

 

MaartenSeghers.jpg

Elke vogel zingt zoals hij gebekt is. Maarten Seghers heeft een grote bek en zingt zijn lied met de kracht van duizend mussen. Hoewel hij een bord voor zijn kop heeft. Hoe zich ervan te ontdoen? Een voorbeeld te stellen. Dat is de essentie van de nieuwe productie van Needcompany, What do you mean What do you mean And other pleasantries.

 

Iedereen loopt rond met een bord voor z’n kop. Daar zorgt de gemeenschap met z’n gemene impulsen voor. Niemand ontsnapt er aan. Elke mens moet zich van zijn bord ontdoen met zijn verstand maar evenzo met zijn instinct. Maarten Seghers toont aan hoe dat hem is gelukt. En geeft meteen tips hoe iedereen daartoe in staat is. Door de negatieve impulsen een loer te draaien. Ze uit te buiten. Om te buigen. Het is het recht, ja zelfs de plicht van elke mens zichzelf te verlossen uit het Sisyphusbestaan. Alles kan als je maar wilt.

 

Of je slim dan wel dom bent, daar komt het niet op aan. Maak dat je leven je eigen leven is. Er is wel een flinke dosis moed voor nodig. Maar wie koppig doorzet lukt het. Met weinig middelen toont hij dat aan. Hij verlost zich langzaam maar zeker van dat bord, maar sleurt het nog mee, tussen zijn benen, tot hij na de geestelijke bevrijding ook de lichamelijke bereikt. Eindelijk kan hij zich vrij bewegen in de maatschappij. Eenmaal zover kan hij zijn habitat bespelen. Zeggen: Het geluk krijg je niet, je moet het zelf zoeken.

 

Dat doet Maarten Seghers door dat wordingsproces in een klankspel om te zetten. De wereld is nu eenmaal een muziekspektakel. Zelfs stilte is muziek. Zes balken als grondvlak, als klankkasten, gebruikt hij om het concert in beelden om te zetten. Kabels glijden uit een balk als hij er begint aan te sleuren. Net darmen die uit een buik vallen die opengesneden wordt. Hij raapt ze samen en dropt ze op de rechtopstaande balk. Hé, een bos wilde haren! De performer geeft hem gevoelens door hem van het praten naar het zingen te brengen. Zoals zwarten doen. Niet vanuit de notenbalk maar de buik.

 

Andere balken moeten er ook aan geloven. Stuk voor stuk komen ze tot leven, zonder hun eigenheid te verliezen. Zijn ze in staat om een evenwicht te zoeken, een verstandhouding op te bouwen, de bouwstenen bij elkaar te zoeken waaruit de liefde bestaat. Tijdens dat bouwproces richt de performer zich tot het publiek. Wat zij kunnen, de balken, symbool van de verstarde mensen, moet u ook lukken. En als het u al gelukt is, dan is mijn act een bevestiging dat u als toeschouwer goed bezig bent, gelijk hebt, moet volhouden, doorzetten, elke dag opnieuw. Gooi weg die gedachte dat de rots die van de berg rolt en weer naar boven moet gedragen worden geen last is, maar zie die klus als een lust.

 

Maarten Seghers, zegt het, nu eens poeslief, dan weer met overslaande stem:

I feel you. I feel it. I feel feelings. Feel it with me. C’mon! Feel it! I want to make you feel something. Can you feel it.
Weliswaar is zijn loflied in het Engels, maar door een veelheid aan monosyllaben wereldwijd verstaanbaar. Gesteund door zijn mimiek, zijn lichaamstaal. Zijn power en showen. Een totaliteit van een bloedrood hart in een zeegroene ziel.

 

Gaandeweg kwam een lied uit mijn jeugd opzetten. Over een gek vol droefheid, omdat zijn gekte als waanzin wordt beschouwd. Maarten Seghers slaagt er met bravoure in om de tranen van de clown te ontzouten. ‘The fool on the hill’ ziet de zon ‘day after day’ niet langer ondergaan. ‘The man of a thousand voices’ heeft de juiste toon gevonden. ‘Oh, round, round, round, round, round, / oh… ‘
De productie ging in première op het festival FIDENA in Bochum, maar begint volgend seizoen aan een ‘Magical Mystery Tour’ die ook langs België passeert, en onder meer halt houdt in Kaaistudio’s Brussel. Mis dit feest van gevoelens niet. Een indringende, hartverwarmende voorstelling.

Guido LAUWAERT

 

 

WHAT DO YOU MEAN WHAT DO YOU MEAN AND OTHER PLEASANTRIES – Maarten Seghers –productie Needcompany – www.needcompany.org

Partager cet article
Repost0
24 avril 2014 4 24 /04 /avril /2014 22:32

 

JDXkaai.jpg

Een schandaal in het poppenhuis

 

tgSTAN bestaat een kwart eeuw en dat moest gevierd worden. Niet met een knalvoorstelling. Ze wilden het zich niet al te moeilijk maken, dat kost maar tijd en hersencellen. Een herneming van een succesproductie was de eenvoudigste oplossing. En biedt gegarandeerd. succes. JDX – A public enemy werd uit de kast gehaald, afgestoft en opnieuw den volke getoond.

 

Los van elke kritiek, de bewerking van het toneelstuk van Henrik Ibsen, Een vijand van het volk [1882] is steengoed. tgSTAN heeft het stuk niet gevild en uitgebeend, maar geschrobd en een dweiltje geslagen. Het resultaat is geen showroom maar een living room, ondanks de kaalheid van de ruimte en de eenvoud van het spel. Eenvoud en kaalheid maken dat alle aandacht naar de tekst gaat. Wat ook de bedoeling was van de auteur. Hij was er niet op uit om opzettelijk schandaal te scheppen met zijn stukken. Als dat het gevolg was, ja, dan was dat nu eenmaal zo. Wat hij wilde was valse maatschappelijke situaties aanklagen en scheve sociale toestanden aantonen.

 

Het verhaal in een notendop. Een dokter ontdekt dat een nieuw kuuroord in zijn stad geen soelaas biedt, maar een gevaar voor de toerist. Door vervuiling van het water. Hij wil dat aanklagen in de artikel in de krant. De hoofdredacteur staat achter zijn zaak. Een mooi schandaal is welkom, gezien de penibele financiële situatie van het blad. De burgemeester en de notabelen zien de publicatie echter niet zitten. Komt geheid miserie van. Niet voor de halflijken, maar voor het imago van de stad. De toeristen zullen wegblijven, wat een flink gat zal slaan in de kassa van de middenstand. De dokter houdt het been stijf, dringt aan op publicatie. In een openbare zitting wordt hij de levieten gelezen en bestempeld als een vijand van het volk.

 

Zijn veroordeling heeft de dokter te danken aan het werk in de politieke achterkamertjes, zoals we die heden ten dage nog kennen. Ook in ons land. De volgende regering is al gevormd. Het enige wat nog niet geweten is, is het aandeel van de partij en de verdeling van de postjes. Die zaken hangen af van het aantal stemmen. Het is weggestopt in het cliché ‘de meerderheid beslist’. Dat de media het spel meespelen en slechts open deuren intrappen met hun kritiek, maakt deel uit van het politieke spel. Ze mogen zich dan als onafhankelijk opstellen, toch zijn vijanden er maar voor de schijn. Die wetenschap heeft ongetwijfeld meegespeeld in de keuze van het stuk. De zure politieke lucht en de verwijten over en weer smeekten er om.

 

De voorstelling boeit de hele speeltijd. Jammer van de rimpels. Er wordt al te zwaar op automatisme gespeeld, clichés worden te zeer benadrukt. Het publiek is door de nieuwe sociale media al voldoende op de hoogte van de vuilnisbergen achter de schermen. Het moet er niet meer expliciet op gewezen worden. Doe je dat wel krijg je algauw poppenkast. En de tekst wordt aan een moordend tempo afgerafeld, wat de articulatie beschadigt. Geen moment stilte, nochtans kan zwijgen gevaarlijker zijn dan spreken. Het hels tempo ondermijnt de mimiek. In een blik zit vaak meer verwijt dan in zin. Door overacting, balancerend op de rand van het schmieren, wordt getracht die wonde te verbergen. Een te kleine pleister op een te grote wonde.

 

Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen hebben alle rollen verdeeld en presteren op hoog niveau. Dat hebben ze mede te danken aan de souffleur, die er niet is voor de acteurs en hun tekst, maar voor het publiek. Opzij gezeten raffelt zij als een telexmachine de regieaanwijzingen af, de oorspronkelijke rekwisieten, de kostumering en het decor. Wat van JDX – A public enemy eerder vertel- dan speltoneel maakt. De souffleur van dienst bij de voorstelling in het Kaai op 23 april was Natali Broods, al kan dat evengoed een andere actrice zijn. Op de programmafolder staan zeven namen. De keuze van die rol hangt dus af van wie uit de vriendenkring een vrije avond heeft, en dankzij die klus die avond niet thuis moet zijn, waar zes manden strijk wachten.

 

Ondanks de zwaktes – ach, overal is wat en aan iedereen scheelt er iets – is JDX – A public enemy een genietbare, warme voorstelling.

Guido LAUWAERT

JDX – A public enemy –productie tgSTAN – nog tot 10 mei op reis in Holland, Vlaanderen, Limburg en Brabant – www.stan.be

Partager cet article
Repost0
23 avril 2014 3 23 /04 /avril /2014 19:15

 

Op dinsdag 15 april speelde Ontroerend Goed de eerste try-out van zijn nieuwe voorstelling Wijven in de Gentse Vooruit. Ik mocht er niet over schrijven. Dat mag je zeker niet tegen een recensent zeggen. Zeker als er op zijn aanwezigheid aangedrongen is via via. De makkelijkste weg om zich in te dekken tegen kritiek.

 

Zes jonge vrouwen staan op het podium, driekwart van de één uur durende voorstelling achter een partituurstaander. Hun tekst ligt open voor hen. Heelder stukken lezen ze van het blad. Af en toe slaan ze een blad om. Het muziekmeubel is een versperring tussen de spelers en het publiek. Ik voel geen contact. Een zeldzame keer, als ze de ruimte verkennen en de benen en heupen uitslaan. Ze beginnen met een eentonig gezang dat ze als golven op en neer laten gaan. Soms wild, soms verstild. Het doet denken aan de muziek van György Ligetti uit Kubricks film 2001 – A Space Odyssee, wanneer het op hol geslagen ruimtetuig de kosmos induikt, verder en verder weg van ons zonnestelsel.

 

Net voor het vervelend begint te worden slaan ze aan het praten. Geen dialogen, enkel monologen. Over hoe vrouwen door mannen én vrouwen bekeken worden. Ze schieten korte grappen op het publiek af. Vrouwonvriendelijke. Een variante op joodse humor. Joden kunnen spotten met hun wijze van leven en zijn niet mals voor hun soortgenoten. Verbale moorden zijn het. Maar als een niet-jood een joodse mop vertelt, sabelt heel Israël en zijn wereldwijde aanhang je neer.

 

Elke vrouw heeft een verhaal of een litanie. De ene heeft een slordige uitspraak, bij een andere past de gestiek niet bij de tekst. Te vergelijken met de projectie van een film waarin het beeld iets te laat komt. Aan iedereen scheelt wat, maar bij een voorstelling verwacht je dat de acteurs hun handicap in de kleedkamer hebben gelaten. De één uur durende voorstelling duurt te lang. Viel er het eerste half uur nog wat te lachen, het tweede halfuur slaat de verveling toe. Nergens een breekpunt, een koerswijziging, een shock. Waren er onverwachts drie vrouwen extra opgedaagd zou je je van vreugde gaan verzetten. Natuurlijk! De wijven zijn de negen muzen. Je zou wat ze ook vertellen kunnen koppelen aan de negen gebieden van kunst en wetenschap die Homeros aan de Muze gaf.

 

Gelukkig, op wandel naar het theater, ontmoette ik Chokri Ben Chikha. Hij kwam van links, met een prachtige fee naast zich, ik van rechts, zonder kat of hond. Er ontspon zich meteen een geanimeerd gesprek. We hadden het over het cultuurbeleid, de aanstaande verkiezingen en zo kwam het gesprek op zijn kandidatuurstelling om minister van Cultuur te worden. Voor welke partij, vroeg ik. Maakt niet uit, zei hij. Zolang het maar niet een racistische of kunstonvriendelijke partij is. Zoals de NV-A. Die wil het cultuurministerie claimen, als ze de machtigste partij in Vlaanderen wordt. Daarom heb ik me publiekelijk kandidaat gesteld. Maar daar is de kassa. Zie je straks.

 

Na de voorstelling ging het gesprek verder. De voorstelling, daar waren we snel over uitgepraat. Maar niet over zijn ‘kandidatuur’. Als een secondant van Bart De Wever minister van Cultuur wordt, zei hij, zal de kunstsector bloeden. Je ziet het al in Antwerpen. Knabbel, knabbel. Nu als muizen, straks als leeuwen. Moeilijk is het niet. Kunstenaars zijn nu eenmaal weduwen en wezen. Zij hebben geen netwerk, enkel een pretpark, dat mensen als De Wever oorden van entartete kunst vinden. Dat zei hij. Groot gelijk, antwoordde ik, en eenmaal ze de kunstsector hebben gekelderd zal de mediasector worden gekooid.

 

En het ergst van al, besloot hij, is dat al de kunstconsumenten niet in opstand komen. Iedereen bromt maar niemand brult. En na de verkiezingen zal het te laat zijn. Ik broed nog op een actie, je hoort er nog van. – Na een flinke knuffel trok hij met zijn fee naar buiten om een sigaret te roken. Ik volgde hem vanop afstand en zag hem met evenveel enthousiasme aan anderen zijn geloof uitbazuinen. Heerlijk om zijn drift, gesausd met veel zoete humor, bezig te zien. Zo werd het toch nog een geslaagde avond. Het is gek, maar vaak zijn de gesprekken vóór en na de voorstelling veel boeiender dan de seance.

Guido LAUWAERT

 

Partager cet article
Repost0
19 avril 2014 6 19 /04 /avril /2014 14:56

 

JohanSimonsdr.jpg

Dr. h.c. Johan Simons

De hoogste culturele prijs van Nederland is dit jaar toegekend aan Johan Simons. De oeuvreprijs bekroont een persoon met een grote staat van dienst op gebied van cultuur of natuur in Nederland. Het Prins Bernard Cultuurfonds noemt hem ‘één van de meeste toonaangevende Nederlandse theaterregisseurs’ en roemt zijn grote verdienste voor de theaterkunst in binnen- en buitenland.

De prijs toont tevens aan dat het theater, en specifiek het toneel, een belangrijke sociale functie heeft; meer dan eender welke andere kunstvorm. Beeldende kunst, muziek, film wijzen op een opkomend gevaar of geven een situatieschets. Toneel gaat dieper in op de problemen en wijst op de heersende pijnpunten. Is de actualiteit zelve. Een goede regisseur weet zelfs een oud stuk, of het nu Grieks of Elisabethaans is, zo te actualiseren dat het een kaakslag geeft die hard en direct aankomt. De confrontatie is frontaal, oog in oog.

Film doet dat niet. Blijft afstandelijk, door de lijfelijke afwezigheid van de acteurs. Aan dat probleem proberen filmproducenten wat te doen. In Nederland worden in een paar filmhuizen drankjes en gerechten geserveerd op het moment dat het in de film wordt gedaan. Soms wordt het een drankproeverij. Bij de start van de film krijg je een proefdoos met drankjes uit de film. Dit alles in een poging de film realistischer te maken.

Het is nattevingerwerk. Niets kan het toneel evenaren. Zelfs al is het in combinatie met muziek en/of dans, het toneel is de hoogste vorm van maatschappijkritiek. De theatergezelschappen verwijten bendes profiteurs te zijn is daarom zeer dwaas. Er zijn geen misbruiken, slechts zwakke invullingen van deze kunstvorm. En toch moeten ze er zijn. De kleine gezelschappen, ogenschijnlijk nutteloze, vormen het voetstuk van de grootmeesters. Hoe kunnen anders grootmeesters ontstaan? Uit het zwakke groeit het sterke.

Natuurlijk zijn er te veel gezelschappen. Dat is niet de schuld van die gezelschappen maar van de overheid die in de gouden halve twintigste eeuw met geld strooide zoals Lambik in de strip De poenschepper. Het wordt dus tijd dat een minister van Cultuur grote kuis houdt in het theaterwinkeltje. Het kan door eender welke minister van eender welke partij uitgevoerd worden. Een goed strijdplan is het enige wat nodig is.

Waarom is Berlijn momenteel de culturele hoofdstad van Europa? Na de val van de muur heeft de overheid op cultureel gebied drastisch ingegrepen. Jongeren kregen leegstaande fabrieks- of winkelpanden en kregen alle vrijheid, zolang ze maar niet aanklopten bij de overheid om geld. Het maakte dat voormalige Oost-Berlijnse wijken een nieuw leven kregen.

Dat de overheidsbeslissing aansloeg bewees de immobiliënsector. Toen die haaien het succes zagen kochten ze massaal panden op. Voor beter gesitueerde en gecultiveerde Duitsers. De enigen die er het slachtoffer van werden waren de kunstenaars. Want de koop- en huurprijzen schoten de hoogte in. Op enkele jaren tijd werden voormalige werklozen geciviliseerde burgers. Al bleven ze in hun slodderpakjes rondlopen. Maar ook dat werd mode.

Massa’s overheidspanden en fabrieken staan te verkommeren. In een aantal gebeuren er louche zaakjes. Geef ze aan jonge mensen. Dat ze hygiënisch niet aan de huidige comfortabele trends beantwoorden is een voordeel. Jongeren hebben het licht en de kracht. Ze malen niet om comfort en luxe. De lege ruimte blijft het startpunt van elke kunstevolutie. Het materieel subsidiëren is een belangrijke manier voor het oppeppen van de economie. Want kunstenaars hebben ook eten en materiaal nodig. Dat is te krijgen bij de middenklasse, die als geen ander klaagt over subsidies en kunstenaars als profiteurs. Er zijn slechts enkele kunstenaars die doorbreken en rijk worden, maar veel middenstanders die daarvan profiteren en nog rijker worden.

IvoVanHovedr.jpg

Dr. h.c. Ivo van Hove

Dat het toneel een sleutelpositie inneemt in de kunstmarkt is naast de prijs voor Johan Simons, vorige week ook bewezen door Ivo van Hove, artistiek én zakelijk leider van Toneelgroep Amsterdam. Een Vlaming, nota bene. Vijf sterren in de gezaghebbende kranten The Independent, de Evening Standard, The Daily Telegraph én The Times. Vier in The Guardian en The Observer. Zijn regie van Arthur Millers A view from the Bridge voor The Young Vic, werd overladen met superlatieven. Ook het decor van Jan Versweyfeld werd geroemd. In een klinische omgeving ontleedt Van Hove Millers tragedie tot op het bot, schrijven de Britse kranten. Door zijn aanpak, wijst Van Hove op de groeiende ellende in de povere klasse. Die zat er bij zijn ontstaan van het stuk in 1955 al in, maar is na de gouden halve eeuw, nog sterker geworden. De visie van de regisseur benadrukt het.

Subsidies schrappen na de volgende verkiezingen zou dus getuigen van een ontzettende domheid. Er moet wel wijzer mee worden omgegaan. Daar zullen zelfs de grote bedrijven en banken niet rouwig om zijn. Waarom sponsoren zij de kunstsector? Omdat ze weten waar de bron van de welvaart ligt. Kunst kan wel degelijk de wereld redden.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
11 avril 2014 5 11 /04 /avril /2014 17:27

 

arne_jpg_275.jpg

Er wordt volop met bloemen gestrooid in de nieuwe productie van auteur tevens regisseur Arne Sierens. Ensoris een verhaal over de vreugde van het verdriet, de kunst van de clown als harlekijn en goochelaar. Het verhaal is zo dun dat je het wel hoort maar niet ziet. Het is de kracht van deze parel van een voorstelling. Hoe iets te vertellen dat stoeit en boeit zonder vuile handen en te wijde mouwen.

VDE 7912

Het speelvlak is een rechthoekige piste, gevuld met zwart zand. Waarom het zwart is wordt later in de voorstelling duidelijk. Bij het binnenkomen wordt het publiek een plaats aangewezen door de acteur, genaamd Guido [Johan Heldenbergh], en twee circusartiesten, Antoine/Antonio [Danny Ronaldo] als grollenmaker en de naamloze dokter als charlatan [Karel Creemers], die in zijn rol doet denken aan Peter Sellers in de film The wrong Box uit 1966, en waar tevens Michael Caine in schittert. Nooit te zien op de televisie, jammer.

 

Het eerste half uur lijkt Ensor een vrolijk spektakel te worden. Geleidelijk sluipen er speldenprikjes in. Een sneer van het circus naar het theater, als pretentieus adellijk huis, en een schimpscheut van het theater naar het circus, als volkshuis ver voorbij het verval. Verwijten vallen er niet, oordelen worden er niet geveld; het is wat het is: de wereld verarmd in al zijn kunstvormen. Wat er gebeurt zijn slechts variaties op eeuwenoude thema’s. Ook deze voorstelling probeert niets nieuws onder de zon te brengen. Hij wijst slechts op de trieste, onomkeerbare evolutie zonder revolutie. Niet diep tragisch maar uiterst komisch.

 

Ensor verwijst kort na aanvang naar de schilder, zijn maskerades en zijn jaarlijkse, meest geliefde uitstap naar het kursaal van Oostende, voor Le bal du rat mort. En via Ensor passeert Sierens langs Fellini en de film 8 ½, de lievelingsfilm van circusartiesten in alle maten en gewichten, wereldwijd, en waarin [entre nous] de hoofdacteur ook Guido/Gwido heet. Vaagweg verschijnt schoorvoetend in de luwte het taalspel van Michel de Ghelderode. Via de Brusselaar en de Romein belanden Sierens en zijn spelers bij Dario Fo en zijn kompaan Arturo Corso, de briljante regisseur van satirische sociodrama's. Tussendoor pauzeert de voorstelling bij Jacques Tati. De hilarische strandstoelscène uit Les Vacances de monsieur Hulot [1953] wordt overgedaan én, oef!, een teder element aan toegevoegd. Via een poppenspel.

VDE_8320.jpg

Van de vrolijkheid blijft na anderhalf uur niet veel meer over. Triestheid komt in de plaats, ver weg van het dramatische. Het huwelijk tussen theater en circus vervlecht zich tot één spelvorm met twee gezichten. Zodat de toeschouwer zich de vraag stelt naar wat hij eigenlijk zit te kijken. Sierens en kompanen geven de toeschouwer inzicht, zoals de moeder de baby zijn fruitpapje geeft, lepeltje voor lepeltje. Het strand blijkt geen speelveld voor kleuters te zijn maar een strooiweide, waar de asurn van een overleden collega wordt geledigd. De as verschilt niet van het zand. Een schok bevangt de toeschouwer. Het zwarte zand is de as van alle beroepskomedianten en het stof van de circusruïnes.

 

Waarna de vrolijkheid het weer van de droefheid overneemt. Met een klokkenspel van koeienbellen met een aantal toeschouwers als muzikanten. De grollenman is de dirigent. Het afscheidslied met een tranende lach, is de indruk. Maar dat is zonder de waard en zijn kelners gerekend. Een ander afscheid volgt, en een derde, en een vierde, een vijfde en een zesde. Een mooie vondst, de circus- en theaterartiest kan niet stoppen. Het einde van de voorstelling is een onvermijdelijke kleine dood, maar liefst naar eigen godsvrucht en vermogen.

VDE_8654.jpg

Tot zover het goede nieuws. En nu het minder goede. Een muzikant [Jean-Yves Evrard] ondersteunt het spektakel. Hij doet dat voortreffelijk maar bouwt te weinig pianissimo en te veel crescendo in. De situaties en de mimiek van enkele scènes worden er door ondermijnd. Een treffend voorbeeld van de stilte als macht is de tennisscène in de film Blow-Up [1966 ] van Michelangelo Antonioni. Een lichte bijsturing en de voorstelling kent geen stoormoment. Maar buiten dat ene, en de repetitieve afscheidsscènes met een ietsje meer tempo, waar ongetwijfeld, Arne Sierens’ werkwijze kennende, nog wat aan gedaan zal worden is de voorstelling zijn geld en zijn twee uur dik waard. Ik ga zeker nog een tweede maal kijken. Tijdens de Gentse Feesten. Want net als een prachtfilm meer dan eens gezien kan worden, is dat ook het geval met een blinkend theaterspektakel.

Guido LAUWAERT

 

 

ENSOR – tekst & regie Arne Sierens – info: www.compagnie-cecilia.be

Partager cet article
Repost0
24 mars 2014 1 24 /03 /mars /2014 23:02

 

Remarque.jpg

Van bij zijn verschijning in 1929 was Im Westen nichts Neues van Erich Maria Remarque een bestseller. Een jaar later al werd het verfilmd. Het succes had het boek te danken aan de keiharde en droge beschrijving van het leven aan het front. Het greep naar de keel. Honderd jaar na De Groote Oorlog heeft Luk Perceval er een theaterproductie van gemaakt, onder de benaming Front.

De titel slaat zowel op het Duitse als het Franse en Vlaamse front. De ellende was bij het ene leger niet groter dan bij het andere. Het boek was een romantische manifestatie tegen de oorlog, een aanklacht tegen het misbruik van jongeren. Op elke bladzijde heb je wel een knoert van een oneliner. Al tijdens de opleiding begint het besef bij de jongeren door te dringen hoe zinloos de oorlog is: ‘We leerden dat een gepoetste knoop belangrijker is dan vier delen Schopenhauer.’ In mei 1933, kort na de machtsovername door Hitler, werd het boek door de nazi’s in het openbaar verbrand. Hoewel de Führer zelf aan het Vlaamse front had gezeten, wilde hij niet dat de Duitsers beïnvloed werden door dit boek. Het werd afgedaan als Joodse leugens en antivaderlandsliefde.

Viertalige vertelling

Regisseur Luk Perceval heeft de droge en keiharde lijn van het boek aangehouden. Zijn enscenering is meer een compositie waarin de verschillende nationaliteiten aan bod komen, meestal vanuit eigen mening en stem, soms in samenspraak om te laten zien dat de soldaten aan alle fronten de zinloosheid van de oorlog beseften: ‘Net zo toevallig als je wordt geraakt, blijf je in leven.’

Om het boek uit zijn Duitse hoek te halen heeft Perceval er een viertalige vertelling van gemaakt. De vertellers staan op een rij, in het gelid, op enkele momenten na, bijvoorbeeld wanneer er een [waar gebeurde] voetbalmatch is met soldaten van beide oevers van het front. Een alternatieve protestactie.

De muziekscore

Even indrukwekkend dan de tekst en de enscenering is de muziekscore. Componist en instrumentenbouwer Ferdinand Försch slaat er flink op los op dunne stalen platen die bewerkt werden met een product of waarop buisjes voor het echo-effect werden gekleefd. Hij kan op een machtige wijze gevoelens en realisme combineren naar intiem spel, die de drukkende stilte voor een nieuw offensief weergeeft of een gedachtegang ondersteunt: ‘Wat zullen onze vaders doen als wij op een gegeven moment in opstand komen en rekenschap van hen verlangen.’ Bij momenten bracht de muziek [als je het muziek kan noemen], Wellingtons Sieg [op.91] van Ludwig Van Beethoven in herinnering, wat je ook al niet een ‘klassieke’ compositie kan noemen. Net zoals Where have all the flowers gone van Marlene Dietrich, een lied over de jongeren die met een bloem in de loop van het geweer vanuit Berlijn naar het front trokken in strak zittende uniformen.

Een moddergevecht

Het bezoek aan de begraafplaatsen van het Westelijke front is al indrukwekkend. De voorstelling Front  doet daar door het pakkende gevoel nog een schepje bovenop. Door projecties van foto’s en films op het achterdoek van verminkte soldaten, dorpsruïnes, explosiewolken en dagenlange slagregens. De Groote Oorlog was een moddergevecht in al zijn betekenissen. Bij de dood van een klasgenoot na een mosterdaanval blijft men nauwelijks stilstaan na maanden, jaren van wonen in loopgraven en leven met ratten: ‘Wat heeft hij er nu nog aan dat hij op school de beste was in wiskunde.’

Zowel in het boek, de film als in de voorstelling wordt duidelijk dat de Groote Oorlog de eerste oorlog was waarin de kleine man een offerdier in een slachthuis is en de hogere officieren niet mee op het slagveld staan.

Iedere grote keizer moet minstens één oorlog hebben, anders wordt hij niet beroemd. Kijk maar in de schoolboekjes.’

Extreem pacifist

De productie is inktzwart, maar met een paar luchtige momenten, al accentueren ze eerder de ellende dan de liefde. Dat is ongetwijfeld de bedoeling geweest van Luk Perceval, een extreem pacifist. Hij wordt al depri van het zinloos claxonneren in het verkeer op straat, dat hij als een daad van agressie beschouwt.

Al zijn producties zijn barricaden en betogingen. De voorstelling zal de goesting om het boek te lezen doen toenemen. Terecht. Een voorstelling is een goedaardig propagandamiddel en Front een meesterwerk. Hij verdient onder prijzen te worden bedolven. En na afloop, wanneer een kreunende stilte in een duistere ruimte opduikt, staande ovaties. Als contramuziek tegen een zoveelste oneliner uit de voorstelling: ‘Er fiel an einem Tage, der so ruhig und still war an der ganzen Front, dass der Heeresbericht sich nur auf den Satz beschränkte, im Westen sei nichts Neues zu melden.’

Guido LAUWAERT

 

FRONT – productie Thalia Theater Hamburg en NTGent – regie Luk Perceval – www.ntgent.be

Partager cet article
Repost0
20 mars 2014 4 20 /03 /mars /2014 12:54

 

Als het zaallicht dooft en het voordoek in het donker ten hemel is gestegen, ontwaakt het podiumlicht. Zwak licht met centraal opgesteld Abke Haring. Ze kijkt de zaal in en zegt ‘Wie bent u?’ Het lijkt een vraag aan het publiek maar is het niet. Zij is androgyn en Hamlet, en stelt de vraag aan zichzelf, zo blijkt uit de monoloog die erop volgt. Achter hem staat Yorick, de vermoorde nar van de koning, Hamlets vader. Heel de voorstelling dwaalt Yorick over het toneel. Ook hij wordt door een vrouw gespeeld, Katelijne Damen. Zij is niet een actrice maar een geest die, naar mag verondersteld worden door het concept van Tom Lanoye/Guy Cassiers, niemand minder is dan de auteur, William Shakespeare.

 

Claudius heeft de koning vermoord, met medeweten van zijn schoonzuster Gertrude waarmee hij al geruime tijd een verhouding had. Kort na de moord trouwen zij. Neef en zoon Hamlet heeft een sterk vermoeden hoe een en ander in zijn werk is gegaan. Hij wil wraak nemen en kient een plan uit. Het uitkienen is het hele toneelstuk, want gaandeweg beseft hij dat zelfs hij er het slachtoffer van zal zijn. Maar dat staat de uitvoering niet in de weg. Want door het plot te bedenken is ook hij een schurk en moet dus gestraft worden.

 

Spel in spel in spel

Het lijkt een vreemde redenering maar is het allerminst. Hamletis een stuk waarin gedachten en daden elkaar voortdurend in de weg lopen. Wat is waar en hoe waar is wie? Hoe kan iemand, als geest, aan Hamlet uitleggen hoe de moord, het gieten van vergif in een oor, is gebeurd, terwijl hij sliep? Tweede voorbeeld. Als Claudius bij het begin van het derde bedrijf de moord op zijn broer in gedachten voor zichzelf verantwoordt, luistert Hamlet mee. Het versterkt zijn wil om zijn oom te vermoorden. Over zijn schouder kijkt Yorick toe. Het beroemdste stuk aller tijden is een toneelspel in een toneelspel in een toneelspel. Het is zo gecompliceerd dat het ongeloofwaardig is. De clausen zijn echter zo sterk dat de toeschouwer in de val trapt en het geheel als een waar gebeurd verhaal ervaart en gelooft wat ongeloofwaardig is.

 

Sterke spelersploeg

Het meesleuren van de toeschouwer vanuit de onwaarschijnlijkheid naar het waarschijnlijke kan maar ten volle slagen door een ijzersterke toneeltekst – en is dat ook, zoals reeds vermeld – maar daarenboven door een sterke spelersploeg. Dat is het ook. Abke Haring is Hamlet, Johan Van Assche is Claudius, Chris Nietvelt is Gertrude, en dat geldt voor alle andere spelers. Ja, Chris Nietvelt moet in het echte leven een valse moeder zijn, zoals Johan Van Assche als mens werkelijk een vuile intrigant is en Abke Haring een sterk vervuilde verbeelding heeft. Het enige personage dat in deze versie van Hamletniet ten volle in de transformatie slaagt is Gaite Jansen als Ophelia. Zij mist alle vormen van vrouwelijke geheimenis, kortom alles wat een man het hoofd op hol kan brengen. Dat haar broer Laërtes verliefd op haar is, is dan ook onacceptabel.

 

Geen kerstversiering in de paastijd

Regisseur Guy Cassiers heeft zijn eeuwige videomuren eindelijk overboord gezet. Er zijn enkele korte projecties maar verantwoord. Ze focussen op personages en zijn geen kerstversiering in de paastijd. Bovendien heeft hij heel veel aandacht geschonken aan het sturen van de acteurs als individu en in groepsverband. Bewust heeft hij het spel clean gehouden, op het koude af, wat de spanning maar ten goede komt. Het stuk heeft geen kompas, geen roer, geen sextant. Toch weet hij het schip op koers te houden in een zee vol draaikolken. De familieruzie zoals onder de lijnen door Lanoye aangegeven, vertaalt Cassiers op subtiele maar scherpe wijze naar de Derde Wereldoorlog met zijn historische plaatsen en economische belangen zoals die nu bestaat. In de nuchterheid van de voorstelling zit een felle warmte. Het is een nieuw gegeven in het regiepalet van Guy Cassiers. Fabuleus is ook een poppenspel, uitgevoerd door Marc Van Eeghem en Kevin Janssens, die zowel Rozenkrantz en Guildenstern spelen, als de doodgravers. Detaillering zou misplaatst zijn. De toeschouwer heeft recht op verrassing en verbazing.

 

Primus inter pares

Weer eens heeft Lanoye aangetoond dat hij de beste hedendaagse toneelauteur is. Hij weet een archaïsche taal een hedendaags elan mee te geven. Zij bolt in de mond van de acteurs en rolt in de oorschelpen van de toeschouwers.

Zeer geslaagd is het decor en het gebruik ervan. Centraal net boven een vloer van glazen tegels een toren van panelen die schuiven, wijken, dalen en klimmen, zodat zij nu eens gangen en dan weer kamers vormen. Doorzichtige zodat bij het afluisteren van een gesprek niet enkel gezien wordt wie het doet, maar tevens hoe de stiekemerd reageert op wat hij/zij hoort. Een pluim verdient de kostumering, al is er wel een misser van formaat. Als Ophelia door Hamlet uitgescholden wordt, heeft de geslachtloze een T-shirt aan zodat, al zijn ze bescheiden, de borsten van Abke Haring te zien zijn. Daar gaat het androgyne zoals expliciet gewild door Tom Lanoye.

Los daarvan, Hamlet versus Hamlet van Tom Lanoye en Guy Cassiers verdient volle zalen door zijn verfijnde enscenering in een fascinerende kadrering. Een meesterlijk geslepen diamant.

Guido LAUWAERT

 

HAMLET VERSUS HAMLET– tekst naar William Shakespeare: Tom Lanoye – regie: Guy Cassiers – productie Toneelhuis Antwerpen en Toneelgroep Amsterdam – www.toneelhuis.be& www.tga.nl

 

Partager cet article
Repost0
19 mars 2014 3 19 /03 /mars /2014 20:00

 

HamletVShamlet.jpg

In de Stadsschouwburg van Amsterdam ging zo-even de première van Tom Lanoyes bewerking van Hamlet van start, een productie van het Toneelhuis en Toneelgroep Amsterdam. In de titelrol: Abke Haring. ■

 

Geen toneelstuk dat zoveel bewerkt en nog meer besproken is dan Hamlet van William Shakespeare. Zelfs Goethe en Freud hebben er commentaar op gegeven. En nu is het de beurt aan Tom Lanoye. Hij heeft een bewerking gemaakt die vrij trouw blijft aan de tekst en toch zijn vingerprints bevat. In de printversie geeft hij in een nawoord ook commentaar op het stuk en de keuze voor de androgynie van het titelpersonage.

 

De keuze voor Hamlet als vrouw is niet nieuw. Lanoye geeft twee voorbeelden in zijn nawoord maar er zijn er veel meer. De reden ervoor is dat geen mens, zelfs niet de slimste, vat krijgt op de natuur en de cultuur van het titelpersonage. Ontelbare suggesties zijn er gedaan over de vrouwelijke trekjes bij de jongeling, met een link naar zijn leeftijd, zijn positie, zijn complexen en zijn gevoelens. Langs welke kant ook benaderd, kroonprins Hamlet blijft het ongrijpbaarste wezen in de toneelgeschiedenis. Het is dan niet verwonderlijk dat dit stuk beschouwd mag worden als het eerste moderne toneelstuk. Alle anderen zijn leenrecht verschuldigd aan het bekendste en beruchtste stuk van de Engelse bard. Bekend om de al genoemde redenen, berucht omdat veel acteurs, dramaturgen, regisseurs en gezelschappen er de hoogste eer of de laagste hoon mee hebben behaald.

Androgyn wezen

Tom Lanoye is een lepe mens, algemeen geweten, zo mag verondersteld worden. Het is dus niet verwonderlijk dat ook hij gekozen heeft voor een vrouwelijke Hamlet. Hij noemt hem echter geen vrouw maar een androgyn wezen. Het sluit aan op zijn natuur. Zelf homoseksueel zijnde, is hij de vrouwelijke partner. In zijn bewerking is de natuurlijke cultuur van Hamlet sterk aan bod gekomen. In de wereld is de man nu eenmaal een brute beslisser en de vrouw een wijze twijfelaar, de man de realist, de vrouw de verbeelding. De Hamlet van Lanoye beslist en aarzelt voortdurend, hij is realist met verbeelding. Daarom dat het opzet fout loopt. Een opzet uitgekiend door Lanoyes Hamlet, al kan het ook door William Shakespeare zelf zijn geweest. Ook hij was een lepe mens. Door nooit opening van zaken te geven.

Duivelsplicht

In het waarschijnlijk oorspronkelijke stuk, want er zijn meerdere versies van bekend, verschijnt Hamlet pas in de derde scène van het eerste bedrijf. De geest van zijn vermoorde vader is al verschenen en de nachtwacht heeft de prins ingelicht, terwijl lager in het kasteel de nieuwe koning, Hamlets oom, en de koningin, Hamlets moeder, lekker feesten. Op de kroning, het huwelijk… en de moord? Lanoye plaats Hamlet al meteen bij aanvang op het toneel, met in zijn schaduw ’s konings nar Yorick, eveneens vermoord. Niet onlogisch. Elke koning had zijn eigen nar. Hij is het, een geest in de geest van Hamlet, die de prins antwoordt op de vraag die hem bezighoudt: ‘Waarom ken ik, al zo jong, al zoveel doden?’ – Het antwoord van Yorrick is: ‘Besteed geen traan aan het bestaan van lijken. / Er komen er, geloof mij, enkel bij. / Ze zweven eeuwig tussen hel en hemel, / Tussen bevrijd en blij, ontslagen van / Hun zorgen. Leven daarentegen is / De duivelsplicht der levenden. Wel, zeg mij: / Bent u voor kennis kloek en hard genoeg? / Bent u bereid te horen wat u vroeg? // - Gezien het een geest is, geeft Hamlet nader beschouwd zelf antwoord op de vraag.

Wraak

In de twee scènes, waarvan Lanoye er één gemaakt heeft, zit de hele intrige. Hij denkt het hele verhaal uit. Wat er moet gebeuren en hoe. Het sleutelwoord in de eerste scène is daarom “wraak”. Men zou zelfs verder kunnen gaan. Want is ook niet het vervolg van het stuk de verzonnen wraak van Hamlet? Inclusief de fatale afloop voor alle protagonisten. Want iedereen is een valsaard, tot en met zijn geliefde Ophelia, die hij verdenkt van een incestueuze verhouding met haar broer Laërtes [wat by the way Shakespeare ook al suggereerde: V.I – Een kerkhof: … / Laërtes (in het graf springend): Till I have caught her once more in my arms. – Ook zijn studievrienden Rozenkrantz en Guildenstern zijn verraders en moeten dus dood. Alleen zijn moeder mag niet sterven. Al is zij even schuldig aan de moord op zijn vader, zij blijft zijn moeder.

Zeven zuilen

Tom Lanoye zet de vermoedelijke incest om in werkelijke, in de derde scène van het eerste bedrijf. Het versterkt de wraakgevoelens van Hamlet. De verantwoording ervan, en ook van alle andere, zitten in de zeven monologen, die Lanoye heeft aangehouden. Zij zijn de zeven zuilen van wijsheid, van waaruit het hele [verzonnen] verhaal geboren wordt, zich afspeelt en eindigt in de dood van alle gefingeerde protagonisten. Verzonnen, jazeker. Al baseerde Shakespeare zich op eerdere versies, al dan niet onder een andere of afwijkende naam, hij heeft er een coherent geheel van gemaakt.

Eb en vloed

Het verzonnen verhaal onthult aan de lezer [en aan de toeschouwer] de eb en vloed van gedachten en gevoelens in Hamlets geest; maar Shakespeare doet méér, volgens de gerenommeerde kenner T.A. Birrell: We krijgen niet alleen informatie over deze gedachten en gevoelens, hij geeft ons ook de dramatische illusie dat we van moment tot moment kunnen volgen wat er in de geest van Hamlet omgaat.

Voor het publiek van de 16deeeuw moest het een realistisch stuk zijn, maar in Shakespeares hoofd werd het een magistrale verbeelding. De realistische scènes hebben echter gemaakt dat er tot op de dag van vandaag getwist wordt over to be or not to be. Tot in lengte van dagen, in diepte van beschouwing, in breedte van interpretatie en in hoogte van kennis.

Verantwoording

De Hamlet-versie van Tom Lanoye mag er wezen. Hij heeft alle nevenpersonages aan de deur gezet, er een familieverhaal van gemaakt, een hedendaags jargon gebruikt met behoud van de Elisabethaanse schrijf- en spelvorm, van spot en jolijt kitsch en quatsch gemaakt. Hij laat Hamlet ook niet sterven in een duel, maar besluit zijn gedachtespel met een monoloog, door meer personen gespeeld, met als sleutelzin: ‘Hoe leg ik uit, wat mij beving en overviel?’

Wat volgt is een verantwoording van die vraag. Zonder dat de dood erop volgt. Wat Shakespeare verzonnen heeft, daar heeft Lanoye nog een schepje bovenop gedaan. Maar het geheim bewaard. Hoe het in beelden is omgezet verneemt u in het tweede deel.

Guido LAUWAERT

 

HAMLET VERSUS HAMLET – Tom Lanoye – naar William Shakespeare – Prometheus Amsterdam – ISBN 9 789044 624786 – 19,95 €.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche