Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
14 novembre 2011 1 14 /11 /novembre /2011 22:00

 

De reporter Kuifje reist niet alleen de wereld rond, maar de eeuwige jongeling vergeet niet om de zoveel jaar een plechtige intrede te maken in een Belgische stad. Na onder meer Doornik, Nijvel, Ottignies, Luik, Oostende, Charleroi, Antwerpen, Hasselt, Namen en Brussel is in de lente van 2012 Gent aan de beurt. Dat zal gepaard gaan met de publicatie van het twintigste album in het Gents. Knack wist de hand te leggen op de persmap in wording.

 

De Juwelen van Bianca Castafiore verscheen in 1963. Na Kuifje in Tibetwas Hergé toe aan een rustpauze. Moreel ging het hem niet goed. Zijn geestelijke evolutie is overigens de rode draad door alle verhalen. Reizen zei Hergé, pseudoniem van Georges Remi, begin van de jaren zestig, niets meer. Hij wilde thuis blijven, in afzondering leven. Maar het tekenen kon hij niet laten. Zij het dat het bij schetsen als therapie en zoektocht blijft. Een oude vriend, Baudouin van den Branden, journalist en verwoed leopoldist, suggereert tijdens een theepauze om een album te maken dat zich achter gesloten deuren afspeelt, m.a.w. in het kasteel en het park van Molensloot. Een briljant idee van de ‘woordvoerder’ van de vader van Hergé. Op slag bijt de vader van de klare lijn zich vast in een verhaal waarin er niets gebeurt. Toch is de spanning om te snijden, is het album een never ending running gag.

 

Het verhaal draait rond het bezoek van Bianca Castafiore ten huize van kapitein Haddock. In de afzondering van kasteel Molensloot wil La Castafiore met haar kamerdienaar en vaste pianobegeleider tot rust komen. Ze baalt van de drukte. Vooral de paparazzi komen haar de strot uit. Maar Bianca kennende laat zij de eerste de beste journalist van een roddelblad toe, die een fotograaf heeft meegebracht. De man maakt enkele kiekjes van een gehandicapte kapitein Haddock, die liefdevol verzorgd wordt door Bianca. Het artikel is snel gemaakt, vertrekkende vanuit de kop ‘De Milanese Nachtegaal treedt in het huwelijk met Oude Zeerot’. Een foto op de cover waarin de lachende Nachtegaal met de stuurs kijkende Zeerot, zittend in een rolwagen, in het park wandelt, versterkt de geloofwaardigheid. Binnen de kortste keren wordt het kasteel belegerd door de internationale sensatiepers. De diefstal van een smaragd, gekregen van een aanbidder, de maharadja van Gopal, verhoogt de spanning maar zorgt tevens voor extra grappen. Bijna elke pagina roept op tot omslaan. Kortom, het twintigste album van Hergé is een dolkomische thriller.

 

Het succes van De juwelen van Bianca Castafiore is te danken aan de afkeer die Hergé met de jaren gekregen heeft voor zijn geesteskind. Gaandeweg heeft hij zichzelf meer herkend in kapitein Haddock dan in de journalist Kuifje. Alvorens iedereen al door had en verkondigde dat Kuifje een slapende homo was, een misdienaar, iemand die in de grootste schurk goede trekjes vond, was Hergé daar al van overtuigd. Door de kapitein op de brug van het schip te zetten maakte Hergé het verhaal aannemelijker, want wie drinkt niet eens een glaasje te veel, is niet eens nukkig, choleriek en schijnvriendelijk? Haddock heeft alle karaktertrekjes van de mens en is daarom mens onder de mensen. Zelfs de nevenfiguren worden geloofwaardiger, door logischer wereldse kuren. Al moest de meirevolutie nog plaatsvinden bij verschijning van dit album, de cocooning is van alle tijden en een wereldcultuurfenomeen. Na een dag op de barricade snakt iedere mens naar zijn grot en volkstuintje, gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis.

 

Door de sterke psychologische band tussen het verhaal van De juwelen van Bianca Castafiore en het leven van Jan en Mieke, Jean et Marie, John and Mary, Juan y Maria, is het haast logisch dat dit album gelezen wordt door rijk en arm. Uit welingelichte bron bijvoorbeeld is geweten dat wijlen koning Boudewijn een fervent lezer en herlezer was, en prins Laurent de avonturen van Kuifje bij voorkeur in bad leest. Mede door de blijvende interesse en de volksaard leent De juwelen zich als andere Hergé-strip tot een omzetting. Na het Antwerps, het Oostends, en zovele andere is het dus nu de beurt aan het Gents. De Gentse editie heet dan ook toepasselijk De biezjoes van Bianca Castafiore. Maar niet alleen de dialogen zijn vergentst, maar ook de instellingen zijn uit de Arteveldestad geplukt. Molensloot is veranderd in Meulestee, genoemd naar de buurt Meulestede, waar tot eind van de 19deeeuw zomerse buitenverblijven of huizen van plaisance van de Gentse bourgeoisie stonden. Samen met de Muide is het nu een volkswijk aan het begin van de Gentse zeehaven. Terloops gezegd: de wijk is geliefd bij zigeuners, en een rondtrekkende familie speelt een belangrijke rol in de strip.

 

Het roddelblad Privaat is Dag Iederien geworden, Verhuizingen Gebr. Pak werd Verhuizingen Schollaart, huizende aan de Nieuwe Wandeling, de krant Het Laatste Bericht heet nu De Gentenaar, en de fanfare van Molensloot heeft logischerwijs de naam van een plaatselijk ensemble gekregen, Fanfare van Meulestee. Ook de nevenpersonages hebben een transformatie ondergaan. Slagerij Van Kampen is in de Gentse versie Vlîeschèwaaie Staedius [Gasmeterlaan169], dokter Patella werd dokter Guislain. Reporter Jan Kalebas werd Tsjoak Van der Sikkel, zijnde Jacques Vandersichel, voormalig nieuwslezer van de BRT en een culinaire rubriek had in De Gentenaar / Nieuwsblad. Fotograaf Piet Salie is Michel Henderickx geworden, onder zijn echte naam bekend van radio, televisie, krant, en schipper en zelfbenoemde ezel [zie het prachtboek: Twee Ezels– een jongensboek – Michiel Hendryckx - Uitgeverij Manteau].

 

Geboren Gentenaar Eddy Levis [1944] heeft gezorgd voor de omzetting. Hij is opgegroeid in de volkse buurt van de Blaisantvest, tussen de Muide en het Rabot. In 1965 werd hij onderwijzer en bleef dat tot zijn pensionering. Zelfs zegt hij dat hij ‘sinds november 1999 op rust is, maar dat is zeer relatief.’ Hij publiceerde kinderkolderboekjes en tot 2008 was hij bestuurder van de Heemkundige en Historische Kring ‘Gent’, en is nog steeds redactioneel medewerker van het tijdschrift voor stadgeschiedenis Gendtsche Tijdinghen. Alle kringen en initiatieven vernoemen waaraan hij zijn medewerking verleent zou ons echter te ver leiden.

Uit goede bron vernamen we dat gestreefd wordt naar de doop in de Gentse opera. Een achternicht van Bianca zal de beroemde aria uit Faust van Gounod zingen, de integrale versie! En burgemeester Daniël Termont verzekerde Knack dat hij het welkomstwoord zal houden. In het Gents. Maar voor deze geboren Gentenaar zal dat gemakkelijker zijn dan het houden van een toespraak in het Nederlands.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
18 décembre 2010 6 18 /12 /décembre /2010 02:43

 

Mehro2.jpg

Met beste wensen voor het nieuwe decennium van de nieuwe groep WPG Uitgevers België ontvang ik vandaag een op het eerste gezicht nogal verwarrend, drie dagen geleden verschenen boek over / van/ rond Merho: wwwdeKIEKEBOES.be, een uitgave van Standaard Uitgeverij.

Wat ik voor ogen had, was een boekje met wat blogteksten en enkele illustraties, aldus Merho. Maar Johan De Smedt en Sven Denis kwamen met een heel ander concept. Veel revolutionairder. Nog nooit gedaan rond een strip en zijn auteur.

Ik heb altijd een zwak gehad voor Merho (pseudoniem van Robert Merhottein, Antwerpen, 24 oktober 1948). Twee vrienden van mij, nota bene twee Pink Poets, treden in zijn werk als gast.

De dichter Werner Spillemaeckers (°1936) figureert in De doedelzak van Mac Reel (het tiende verhaal van De Kiekeboes) als Dr. von Spillmachers, de uitvinder in dienst van Thimoteus Triangl die steevast in weerspreuken spreekt. Spillemaeckers schreef het eerste artikel dat ooit over Merho is verschenen. Merhottein verzorgde de lay-out en het omslagontwerp van Vanaf alfa (1970), een bundel kritische opstellen van Spillemaeckers, die in De bende van Moemoe (1987) te zien is in zijn professioneel milieu, nl. als griffier bij de rechtbank. Béber Tsuklatski, de gemene schaakkampioen in Een zakje chips (het veertiende verhaal van De Kiekeboes), is een cameo van sculpteur AlbertSzukalski (1945-2000), wiens spoken ook verhaalstof gaven voor De lollige lakens (1977), een kortverhaal van Suske en Wiske.

Terug naar het surfboek dat de webstek van Merho als titel draagt. Het vertrekt, aldus de uitgever in de inleiding,

van de oorspronkelijke web-omgeving waarvoor de teksten geschreven werden, het weblog van Merho en verloopt langs drie grote lijnen. Die lijnen tonen telkens de weg. Langs die lijnen, in de talloze tekstblokken, maak je kennis met slechts enkele van de vele 'open2thepublic write-bytes' van Merho. Het volstaat om elk van die lijnen te volgen doorheen het boek, tot de laatste pagina. Wie langs die lijnen surft, ontdekt Merho en de Kiekeboes ongetwijfeld op een bijzondere manier. De beelden en foto's bij de tekst zijn soms de ogen van Merho. In veel gevallen zijn ze illustratief bij zijn commentaren en bedenkingen. Vaak zijn ze enkel 'wallpaper', maar telkens relevant.

Dit bijzonder origineel vormgegeven, op het eerste gezicht onthutsende boek kan gerust gelden als een papieren projectie van het labyrintische net. De zoveelste metamorfose van de maniëristische concetti, geprangd tussen renaissance en barok...

Henri-Floris JESPERS

MERHO, wwwdeKIEKEBOES.be, Antwerpen, Standaard Uitgeverij, 2010, 128 p., ill., gebonden, 24,95 €. ISBN: 9789002243264.

2011.jpg

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche