Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
18 décembre 2009 5 18 /12 /décembre /2009 01:15

Gierikmvm.jpg

Onder het motto “eigenzinnig, rebels en vrij” focust het winternummer van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift op Hans Magnus Enzensberger (°1929) & Marcel van Maele (1931-2009).

Ad hoc redacteur en vertaler René Smeets brengt een gevarieerd en representatief overzicht van Enzensbergers poëzie en proza. Kathy De Nève (die de ad hoc redactie waarnam van de aflevering gewijd aan Louis Paul Boon – zie blog van 25 april 2009) benadert op persoonlijke wijze Enzensbergers Hammerstein oder Der Eigensinn. Eine deutsche Geschichte (Suhrkamp, 2008; Nederlandse vertaling: De eigenzinnigheid van Hammerstein, Cossee, 2008).

Met zijn talrijke publicaties heeft de essayist Hans Magnus Enzensberger, als scherpe criticus en analist van de tijdsgeest, telkens opnieuw voor opschudding gezorgd. Hij werd door Piet de Moor in zijn appartement te Munchen geïnterviewd en ging geen enkele vraag uit de weg. In 1968 stonden de Duitse studenten zijn verzen te schreeuwen op de barricades. Vandaag komt “een charmante man met een opgewekt humeur” aan het woord, die ontdekt heeft dat hij 'op het vlak van utopisch denken slechts beperkt begaafd” is:

Het messianisme. Het paradijs op aarde, de nieuwe mens. Die zaken spreken met niet aan. Dat is een zwakke kant van me, weet u. Ik geloof dat allemaal niet. […]

Onvermijdelijk praten we over politiek, maar je moet je toch afvragen... Welke competentie hebben schrijvers, als ze zich politiek uiten?

Het is natuurlijk hun goed recht. Waarom zouden ze zich niet uiten? Ook literair is het zo dat je...

Als literatuur een alleseter is, moet ze ook over de politiek schrijven, zoals over andere zaken. Waarom alleen over de natuur en de liefde?

Nee, alles. Dis ook over politiek. Maar dat betekent nog niet dat schrijvers het allemaal weten, dat zij de leermeesters van het vaderland zouden zijn. Dat is onzin.

In de ontwapenende en eerlijke antwoorden van Enzensberger klinkt iets van desillusie. Wanneer Piet de Moor hem erop wijst dat rampen hem altijd geboeid hebben, maar dat hij toch een opgewekte mens is, en daarbij verwijst naar Diderot, “de vrolijke filosoof”, luidt het antwoord van Enzensberger kernachtig:

Als je een depressie hebt, als je gedeprimeerd bent, als je lusteloos bent, waarom moet je dat aan de anderen laten zien?

Dat vind ik ongemanierd. Dat die je toch niet?

Je gaat niet in therapie vraagt Piet de Moor.

In godsnaam. Dat is het ergste. Goed, als iemand echt klinisch is, dan wel. Daar heb ik niets tegen, maar die therapiezucht van de mensen. Als hun vriendin ervandoor is, moeten ze naar de therapeut. Dat is toch flauwekul?

Zelfs in zijn ongekunstelde en (zelf)relativerende uitspraken formuleert Enzensberger con sordino en kritische benadering van de tijdsgeest; zonder dure woorden ontmaskert hij langs zijn neus weg een aantal vastgeroeste intellectuele gemeenplaatsen ...

*

De redactie van Gierik & NVT onderstreept dat ook van Marcel van Maele zonder vergissen of overdrijven gezegd kan worden

dat hij uitblonk door zijn eigenzinnigheid, rebelsheid en ontembare drang naar artistieke vrijheid. Henri-Floris Jespers schildert een intrigerend en warmhartig portret van Marcel. Vooral zijn moeilijke beginjaren als auteur worden hier geschetst.

*

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift wordt niet langer betoelaagd door het Vlaams Fonds voor de Letteren. Wegens gebrek aan kwaliteit.

*

Ook Revolver vroeg in zijn jongste aflevering aandacht voor Enzensberger, een stem met gezag (zie blog van 12 oktober).

Partager cet article
Repost0
17 décembre 2009 4 17 /12 /décembre /2009 18:19

Prof. dr. John Stadt, (Applied Linguistics, Hong Kong University) deelt enkele herinneringen “aan een goede vriend, begenadigd schrijver, uitzonderlijk vrijdenker en eminent collega linguïst” mee.

John Stadt heeft slecht geslapen

 Beste Herman, helaas ben ik niet in staat om jouw afscheid van het grote podium in persona bij te wonen. Vandaar deze verbale omhelzing in het Nederlands, een taal bij uitstek jouw taal.

Allereerst wil ik alle aanwezigen daar in de Dolle Mol er op wijzen dat er een wet bestaat die het schrijvers verbiedt om zomaar 'afscheid te nemen'. Niet alleen is het fysiek onmogelijk zo's te doen, maar bovendien eens opgenomen in dat mysterieuze en amorfe fluïdum genaamd taal, kom je er als communicant niet zo makkelijk vanaf. [...] In den beginne was er het woord en wat rest zijn altijd meer woorden. Woorden zijn tastbare dingen die een eigen kleur en smaak hebben. Zij zijn als dierbare vrienden of gevaarlijke vijanden, woorden kunnen genezen, vertederen, verontrusten, liefhebben en soms zelfs verwonden of doden. Het is aan de schrijver een passende functie voor hen te vinden.

Dit dus even als een woord van troost aan hen die niet in de kracht van het woord geloven.

 claeys-2.jpg

Nu Herman zelf. Het is alweer zo'n 15 jaar geleden dat ik Herman voor het eerst tegenkwam, het was 1995. Hij stelde zich belangeloos beschikbaar om in Den Hopsack mijn gemankeerde debuutbundel Radioduin te presenteren. Met zijn mooie gedragen, bijna gereformeerd stemgeluid las hij voor uit het verhaal 'IJstijd'. Zijn diepe timbre voorzag het fragment net van de juiste lading waardoor het verhaal meer kracht kreeg dan het bezat. Ik beschik nog ergens over een geluidsopname van die presentatie, maar het beeldmateriaal van dat evenement ging helaas verloren in de godenschemering van een fout ingestelde flitser die telkens 1/10de van een seconde later in gang schoot dan de sluiter.

Het was voor mij en voor de andere auteurs (en illustrators) die deelnamen aan project “De Gebeten Hond” een grote eer om Herman daar op dat moment in ons midden te hebben. Hij gaf het geheel gewicht en aanzien. Maar het was pas tijdens latere ontmoetingen dat ik Herman ten volle ben gaan waarderen. Aan de toog van de onvolprezen Hopsack knalden wij de bollekes Koning tot diep in de nacht achterover. Dit tot wanhoop van Hanneke, de kasteleine die met rode oogjes het café openhield tot de laatste klanten naar buiten vielen. Met onze schoenzolen plakkend van het gemorste bier en Hermans frontje grijs van de sigarettenas, voerden wij soms verhitte gespreken over etymologie, taalgeschiedenis en cognitieve-linguïstiek. Moeiteloos omschakelend naar het Zweeds, oud-Noors of het Visigotisch om te citeren uit de Eddah of de Ulvila codex. Herman was en is een van de weinige mensen die zich de ware diepte en rijkdom van de Germaanse talenschat realiseerde en deze ook kon overbrengen aan anderen. Herman alleen al daarom bedankt voor die bijzondere ontmoetingen. Enne...., wacht nog even met van dat podium afstappen, ik heb mijn flitser namelijk deze keer 1/10de sec. sneller ingesteld om dat beeld van jou daar aan die toog voor altijd te mogen koesteren.

Bedankt vriend!

John STADT

Partager cet article
Repost0
16 décembre 2009 3 16 /12 /décembre /2009 23:50

Doelpoezieavond-Den-Hopsack-151009-007.jpg


Gezwel

De minst correcte vorm van humor
is spotten met je hersentumor,
vooral als die kwaadaardig is
en bovendien slagvaardig is
en onverwoestbaar : « terminaal »
in radiotherapeutentaal.

Waarom men mij dan blijft bestralen ?
en ook nog chemisch wil verschralen ?
Omdat verplegers willen scoren
en hun patiënten ringeloren,
en als ik door zo’n tunnel glij
graag grapjes maken over mij,
waarmee ik dan niet lachen kan
want ik lig roerloos aan de scan.

Mijn uitvaart heb ik al geregeld
en zelfs mijn grafschrift is bezegeld :

HIER LIGT DE DICHTER
H.J.C.
IN GOED GEZ
WELSCHAP
R.I.P.


Herman J. CLAEYS

 

Partager cet article
Repost0
15 décembre 2009 2 15 /12 /décembre /2009 02:43

PICT0265.JPGIk zie hem daar nog zitten in zijn grijze stofjas, ter gelegenheid van de 'Kunstweek' in de Beenhouwerstraat te Brussel, eind maart 1969. 

In die 'Kunstweek' was er een tentoonstelling 'Motieven en Drijfveren tot Hedendaagse Kunst', met foto's van Frank Van der Valk, beeldhouwwerken van Mike Van der Stappen, tekeningen van Marie-Christine Meersschaert en Joris De Geest en schilderijen van Jos Vanhamme en Hildo Leroy. Op maandag waren er 's avonds ook 'jazz & folk' optredens: The Bluesscartchgroup, Jackie Leonard, Law Inc. Skiffle & Folk Band, Jonathan's Ark (een skiffle groep met een, in het Engels zingende, Johan Verminnen). Op dinsdag was het de beurt aan 'kabaret & chanson', met Kabaretgroep Leuk-op-Last, Luk Suys, Jan Van Besien, Luk Saffloer, Jan Groen. Op woensdag was 'toneel' het onderwerp van de avond, met een spreekbeurt van Bert Verminnen, een opvoering van fragmenten uit een (l)adder bewonen van Bert Verm, het N.O.T. stelde 'taal en experiment' voor en de avond werd afgesloten met een forumgesprek, 'Vlaams Toneel Vandaag'. De donderdag kwamen redactieleden van poëzietijdschriften zoals De tafelronde, Artisjok, Hand, Proces verbaal, Revolver, totems, zenit 67 en andere, hun tijdschriften voorstellen en Werner Spillemaeckers, Marc Bens, Freddi Smekens, Leon Lamal, Dirk J.A. Lissens, Gerd Segers, Geert Currinckx, Henri Vandenberghe, Jos Vanhamme, Peter Bormans, Jef Barthels, Patricia Lasoen, Gust Vanhove, Walter Blomme, Claude Blondeel, Henri-Floris Jespers en Jan de Roek lazen hun gedichten voor. De vrijdag lazen Lieve Thiebaut, Guido Fredrix, Frank Boel, Hildo Leroy, Paula Loeckx, Karel De Geest en Colette Dirix voor uit eigen werk.

Herman zat toen in de Beenhouwersstraat, in zijn grijze stofjas en typte, op een oude typemachine, de gedichten die hem door de aanwezige Vlaamse dichters werden overhandigd. Met een oude stencilmachine creëerde hij toen een "ééndagstijdschrift". Het werd door hem getypt, door hem uitgegeven, door hem gratis uitgedeeld aan de aanwezigen en hij heeft daarna de originelen de dag zelf onmiddellijk verbrand. Herman J. Claeys heeft daar dus op zijn eentje gestalte gegeven aan de allereerste Brusselse 'happening'.

Henri VANDENBERGHE

www.brosella.be

Partager cet article
Repost0
14 décembre 2009 1 14 /12 /décembre /2009 20:01

Albasten.jpg

Omslag: Besneeuwde tuin (1985, detail) van Hirakawa Toshio, suibokuga of schilderij in Chinese inkt op kamerscherm.

Vrijdag 11 december stelde Wim van Rooy de nieuwe dichtbundel van Frans Boenders in de bibliotheek van Harelbeke voor.

Frans Boenders (°28 september 1942) verwierf vooral naam en faam als producer bij de BRT, waar hij sedert 1967 als producer verbonden was. Hij debuteerde in 1961 met de dichtbundel Amarillen en publiceerde in 1974 gesprekken met Belgische wijsgeren (Filosofie en Maatschappij, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij).

Dertig jaar geleden, in 1979 (niet in 1978 zoals vermeld in Wikipedia), werd Boenders' bundel interviews Denken in tweespraak, “dialogen over ideeëngeschiedenis” (Amsterdam, Bezige Bij, 1978), bekroond met de Arkprijs van het Vrije Woord.

Tweespraak.jpg

Max Wildiers stelde destijds terecht dat Boenders als interviewer uitgegroeid was tot een meester in het vak. Dat was ook al voldoende gebleken uit zijn gesprekken over Wittgenstein (Over Wittgenstein gesproken, Baarn, Het Wereldvenster, 1978).

Tijdens de traditionele plechtigheid op 23 mei, vooravond van Hemelvaartdag 1979, werd Frans Boenders begroet door Ivo Michiels, waarna Paul de Wispelaere de nieuwe uitgever (Manteau) en de nieuwe redacteuren van het Nieuw Vlaams Tijdschrift voorstelde (Wim Hazeu, Patrick Conrad, Eddy van Vliet, Ward Ruyslinck en Walter van den Broeck) en ik de laudatio uitsprak. Tot slot kreeg Frans Boenders het laatste woord. De toespraken werden gebundeld in het NVT (jg. 32, nr. 4, mei/juni 1979, pp. 342-352).

Boenders onderstreepte:

Het is juist te stellen dat ik geen 'creatief' schrijver ben, maar ik wil erop wijzen dat ik ten aanzien van de term 'creatief', en van wat hij voorstelt in de geest van de gebruikers van deze term, hetzelfde wantrouwen koester als Rudy Kousbroek. Het voortbrengen van een dichtbundel, van een roman, of van een experimenteel gewrocht – het is alles voor mij niet van een hogere orde dan het schrijven van een samenhangend opstel.

In Pretenties en presumpties (Antwerpen / Amsterdam, Elsevier Manteau, 1980) bundelde Boenders opstellen over verschijnselen, stromingen en praktijken “waarvan de moderne intellectueel heden ten dage wakker ligt”. Gesprekken met filosofen (o.m. het laatste interview dat Ernst Bloch gaf), historici (Arthur Lehning over Marx en Bakoenin...), filologen en psychiaters werden gebundeld in Sprekend gedacht (Bussum, Het Wereldvenster, 1980). Tekens van lezen (Baarn / Amsterdam, Ambo / Athenaeum – Polak & Van Gennep, 1985) bevat een aantal opstellen over schrijvers (w.o. Maurice Gilliams, Gaston Burssens, F. C. Terborgh, Marguerite Yourcenar en Mishima Yukio) en denkers (w.o. Isaiah Berlin en Hannah Arendt).

Als hoofdredacteur van Kunst & Cultuur, het tijdschrift van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel (thans vulgair omgedoopt tot Bozar) bleef Boenders onvermoeibaar opmerkelijke (jammer genoeg nog niet gebundelde) essays over de meest uiteenlopende onderwerpen publiceren. “Mijn wat dwangmatige positie van Einzelgänger stuwt mij steeds naar andere geestelijke horizonten” bekende Boenders al in zijn Arktoespraak.

Boenders' belangstelling voor Oosterse filosofieën en religie bleek niet alleen uit De goden uit het Oosten (Utrecht / Hasselt, Scheltens & Giltay / Heideland-Orbis, 1981), maar kwam ook veelal zijdelings in zijn opstellen opduiken. In het najaar van 1986 ondernam hij zijn eerste reis naar Tibetaan, dat aanleiding gaf tot een boeiend Tibetaans dagboek (Brussel, BRT, 1987), met bij wijze van coda een interview met de Dalai Lama. Het boek is treffend geïllustreerd met foto's van Hubert Minnebo, met wie Boenders ook een reis- en kunstproject verwezenlijkte, dat resulteerde in een fotoboek met sonnetten, Kailash, de Weg van de Berg (Antwerpen, Pandora, 1997).

In feite kan het omvangrijke en soms kameleontische oeuvre van Boenders ondergebracht worden onder de noemer “cultuurkritiek”. Dat is zeker het geval voor zijn talrijke opstellen over plastische kunsten.

Ik heb destijds een polemisch essay geschreven, Kunst zonder kader, museum zonder hoed (Leuven, Kritak, 1991), waarin ik mij afzette tegen figuren als Hoet. Als het over kunst en cultuur gaat, kies ik voor intimiteit en inkeer, en moet ik niets hebben van schreeuwerigheid en uitbundigheid. Neem nu Bert Anciaux, die ik als een cultuurbarbaar beschouw. Anciaux wil mensen aanporren om musea te bezoeken. Die cultuurpolitiek beschouw ik als een nefaste beleidsoptie, die ertoe leidt dat kunst en cultuur tot een 'commodity' verworden, herleid worden tot een consumptieproduct, tot show en amusement. Natuurlijk mag de overheid wel drempels verlagen en de materiële voorwaarden scheppen voor democratisering, maar je moet daar ook mee opletten.

Dezelfde bezorgdheid blijkt uit Kunst als intieme ervaring. Over de stille kracht van poëzie (Leuven, Davidsfonds, 1993), waarin Boenders het oeverloze gegons en geraas over kunst aan de kaak stelt.

De cultuurverspreiding, een groot goed op zich, heeft mede het negatieve effect gesorteerd dat kunstwerken 'artikelen' zijn geworden die voortdurend naar de aandacht van de 'verbruiker' dingen. Hun intrinsieke waarde speelt daarbij een veel geringere rol dan de 'promotie' die ze in de openbaarheid stuwt. De media, die met de beste intenties de kunsten verbreiden, werken vaak ongewild mee aan het geraas over kunst en aan de verregaande banalisering van artistieke spektakels. Als tegenwicht tegen de massificatie van de cultuur kan men opnieuw discreet leren omgaan met kunst, en haar beleven als een geel specifieke vorm van innerlijke ervaring. [...]

Bij de hedendaagse kunst zijn helaas vooral grootheidswaan, tomeloos narcisme en werkelijkheidsvervreemding schering en inslag. Talrijke beeldende kunstenaars zinken weg in een soort van cultureel autisme. [...]

Zelfs de poëzie raakt vandaag betrokken in de wedloop naar het succes. Zelfs zij kent haar heroën. Ze hebben carrières in de media. Ze oogsten demagogische bijval tijdens publieke optredens. Deze stilisten van een eigen mythologie slagen erin hun ijdelheid te verkopen als transcendente trots. In feite vertolkt hun hoogmoed dezelfde vulgaire zucht naar aandacht en grootsheid die men aantreft bij alle andere helden van dit fin de siècle: de vedettes van het grote en kleine scherm, de sterren van de sport, de mammoetmanagers.

Waarom een criticus en essayist van formaat door Hugo Brems in Altijd weer vogels die nesten beginnen, 'geschiedenis' van de Nederlandse literatuur 1945-2005, doodgezwegen werd, blijft mij een raadsel...

*

De jongste jaren legde Boenders zich vooral toe op poëzie. Hij publiceerde Het vuur der zinnen (Kortrijk, YinBooks, 2005), De Sulamitische (Sint-Amandsberg, Jozef Moetwillig, 2007) en Textimonium (Stedelijke Openbare Bibliotheek, Harelbeke, 2009). Gedichten schrijven heeft voor hem iets existentieels: “Ik heb het nodig om gedichten te schrijven”.

Ik ben een klassiek dichter die graag rijmt. Het rijm geeft mij een korset waarin ik me vrijwillig plaats. Ik stel vast dat de meeste "vrije verzen" die tegenwoordig worden gepubliceerd, eigenlijk neerkomen op proza dat in stukken is gehakt. Zoals de Engelse dichter en schilder Rossetti het prachtig uitdrukte: "A sonnet is a moment's monument".

*

Albasten kus bevat een tachtigtal gedichten (drie vertalingen incluis), geschreven in 2006-2009. Is het voortvarend te stellen dat het gedicht bij Boenders als de materiële drager fungeert van een abstract wezen en als verzamelplek van geestelijke concentratie?


Spiegels


De schreeuw van de witte pauw

Om de versgeplante, buigzame

Boom blijft hangen in het nauw

Tussen klacht en pracht. Langzame


Reigers strijken de vijverspiegel af,

Hij weerspiegelt het strakke, blauwe doek

Daarboven zoals het hart, laf

Van angsten en de waarheid zoek,


Een spiegel wordt van binnenbeven.

Ook de geest spiegelt: louter eendere

Geesten in blijvende onhelderheden –


Nu een eskader wilde eenden

Vaart door een lucht van late maart,

Schreeuwend wat wij ooit meenden.

HFJ

Frans BOENDERS, Albasten kus, Antwerpen / Rotterdam, C. de Vries-Brouwers, 2009, 112 p., 19,90 €.

Partager cet article
Repost0
12 décembre 2009 6 12 /12 /décembre /2009 16:38

claeys.jpg

Dolle Mol


Deelgenoten aan het billijke drinkgelag:

de klinkers met de heildronk

en de mede-klinkers met het geheven glas


de zienden met geloken ogen,

de niet aflatende aanstokers van de revolte,

de breinreizigers naar het nooit bereikte groene dal,


de woordkarige dichters van het laatste uur,

de vertwijfelde kunstenaars van het nieuwste babylon,

de muzikanten die nostalgisch de toekomst besnaren,

de herauten van het spirituele anarchisme,

ze zijn present.


In de urbane grootzee

van dwangvisie, holpraten en kopieergedrag

wenkt een beschuttende vrijhaven

van het tomeloze denken,

de tartende verbeelding,

het veerkrachtige woord

en de bevrijdende lach.


Een vrijplaats.

Een uitvalspoort.


Herman J. Claeys

Partager cet article
Repost0
11 décembre 2009 5 11 /12 /décembre /2009 03:21

Vrijdag 18 december 2009 – vanaf 20u in café Dolle Mol,  Spoormakersstraat 52, 1000 Brussel, een totaalprogramma mee ter ere, maar helaas ook als afscheid, van Herman J. Claeys.

Herman J. Claeys' drukke leven en werken zullen in de komende dagen bij herhaling hier opgeroepen worden. De jongste jaren werkte hij geregeld mee aan de Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & reëvaluatie. De oudste gedichten van Herman die ik las, werden echter in 1963 gebundeld in Als zoveel schelpdieren (Antwerpen, Die Poorte).

HJCpoZW.jpg

Hoe vaak bereikhalsd

de ontgrendeling

door het naakte woord

dit is het uur

waarop de angst

de doorweekte doorwolkte angst

genoemd werd

letter voor letter

met het woedende woord bedwongen

*

Hier dan de tekst van Bernard Desmet, namens Dolle Mol, Masereelfonds en de Vereniging van West-Vlaamse Schrijvers.

1969: Herman J. Claeys begint in de Spoormakersstraat te Brussel met ‘Free Press’, een ontmoetingsplaats  voor het literaire, artistieke en revolutionaire zootje ongeregeld dat het Brussel van de jaren zestig in zijn schoot koesterde. Het handeltje barst uit zijn voegen en algauw wordt er om het hoekje, de Kaasmarkt, een keldercafé geopend. Een café, wel gekend in alternatieve middens en bij de rijkswacht, die regelmatig een groepsbezoek bracht aan het etablissement, en er daarbij niet voor terugschrok de medebezoekers een geleide reis naar de kazernes op te dringen.

In 1972 werd er een pand in de Spoormakersstraat 52 gehuurd, waar café werd gehouden, een boekhandel uitgebaat en waar allerlei comités en bewegingen konden vergaderen, al dan niet in hun doen en laten gevolgd door anonieme bewonderaars,die gretig verslag uitbrachten aan hun oversten over de snode plannen van al die vergaderaars.

Vanuit Dolle Mol vertrok een Free Press Bus waarmee Herman J. Claeys allerlei festivals onveilig maakte, en zowel undergroundstrips als alternatieve publicaties en stencils te koop aan bood.

Zeker tot 1985 was Dolle Mol een ontmoetingsplaats, een literair centrum, een kweekvijver van muzikaal talent, een aparte plek in een overigens eerder conformistisch Brussel.

Met als man achter en voor de schermen Herman J. Claeys.

watislinks.jpg

Herman kwam in 1935 in Brugge op de wereld. Hij was enige tijd leraar. In de jaren zestig was hij, zoals hierboven beschreven, nauw betrokken bij de Provo-beweging en enkele kritische jongerentijdschriften. In dezelfde periode manifesteerde hij zich ook als een geëngageerd criticus, onder andere met de bundel Wat is links? Hij is auteur van romans, verhalen, poëzie, essays, songteksten en toneel, en hield zich bezig met woord-beeldinstallaties, poëtisch-muzikale acts, projecten met doorlopende muurpoëzie en tentoonstellingen van visuele poëzie. Overigens werkte hij ook jarenlang mee aan de Wolters woordenboeken en is hij samensteller van het Vlaams Dialectenwoordenboek. Het werk van Herman J. Claeys drijft heel vaak op het conflict tussen het individu en een (over)geïnstitutionaliseerde maatschappij, dat op een sterk allegorische en symbolische wijze wordt geëvoceerd.

Nog geen 75 jaren na zijn geboorte, lijkt er een einde te komen aan Hermans drukke leven. Herman lijdt aan een terminale ziekte, wordt palliatief verzorgd, maar is onder begeleiding gelukkig nog in staat zich te verplaatsen.  Het Masereelfonds, Dolle Mol en de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers  (VWS)  hadden niet veel moeite om Herman J. Claeys te overtuigen afscheid te komen nemen van Brussel en van ‘zijn’ Dolle Mol.

Op vrijdag 18 december 2009, vanaf 20u stelt het VWS een cahier / monografie (opgesteld door schrijver-beeldhouver Renaat Ramon) voor, komen diverse vrienden van Herman een woordje zeggen en is er een streep muziek.  VWS biedt de aanwezigen ook een receptie aan.

Afspraak dus op vrijdag 18 december, om 20u in café DOLLE MOL, Spoormakersstraat 52, 1000 Brussel. Met pijn in het hart nemen we afscheid van een Westvlaming, die zijn sporen naliet in Brussel en zijn laatste levenstermijn in Antwerpen doorbrengt. We hopen op talrijke aanwezigheid van eenieder die onze waardering voor Herman J. Claeys deelt.

Namens Dolle Mol, Masereelfonds en de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers,

Bernard Desmet, Masereelfonds, 02/502 38 80, www.masereelfonds.be

Zie ook:

www.hermanjclaeys.nl

Partager cet article
Repost0
7 décembre 2009 1 07 /12 /décembre /2009 03:51


2 december. Gisteren ontving ik La Wallonie et la Première Guerre mondiale. Pour une histoire de la séparation administrative van historicus Paul Delforge, vandaag valt de vijftalige editie van De vlinderboom in de bus. Beatrijs van Craenenbroeck, die ik mocht begroeten bij de uitreiking van De Diamanten Kogel 2009, was zo vriendelijk mij opnieuw een exemplaar te bezorgen.

Anton van Wilderode (1918-1998) publiceerde de bundel in 1985. De dichter spreekt met de stem van Keizer Karel en beschrijft zijn reis vanuit Vlaanderen naar Spanje tot in het klooster van Yuste waar hij verblijft tot aan zijn dood. De vlinderboom – reisverhaal, dagboek en levensgeschiedenis – is een uniek poëtisch document. Bij de Fundación Academia Europea de Yuste, in samenwerking met de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode, verscheen in 2005 een vijftalige editie (Nederlands, Spaans, Portugees, Frans en Engels).

Ik heb destijds die publicatie in Mededelingen gesignaleerd, maar kon er de hand niet meer op leggen. D'Israeli wist het al: “Great collections of books are subject to certain accident besides the damp, the worms and the rats; one no less common is that of the borrowers, not to say a word of the purloiners”...

Wanneer krijg ik de vroege bundels van Pernath (nota bene met opdrachten) terug ? En de plaquettes van Paul Neuhuys (idem) ? Le journal d'un philosophe van graaf Hermann Keyserling ? Terug naar Stonehenge van Hubert Lampo ? Het exemplaar van Van Gogh-reflekties op Van Ostaijen van Mark Edo Tralbaut, uitvoerig geannoteerd door Floris Jespers ? Mijn exemplaren van Variétés ? Het zijn heus niet alleen studenten die ravages aanrichten...

Mensen benijden die genoeg karakter hebben om principieel geen boeken uit te lenen? Ik weet het niet. Ik deel graag mijn geestdrift. Met accent op drift. (Ceterum censeo: Habent sua fata libelli.)


Deze middag, koffie met Pruts en Luc in het aquarium van De Boer van Tienen. (Tussen haakjes: sinds Pruts geopereerd is aan de ruggengraat (ach, die storende 'n') en zich voorlopig uiterst voorzichtig moet verplaatsen en om schokken te vermijden geen auto mag rijden, laat staan gebruik maken van het – vaak brutale – openbaar vervoer, heb ik op enkele weken tijd vaker de tram genomen dan in al de voorbije jaren samen.) Luc overhandigt mij een exemplaar van zijn nieuwe bundel.

Betere tijden lachen ons toe is de eerste bundel van Luc Boudens sinds Laat maar waaien uit 1995. De tekst is in de herfst van 2009 met de hand gezet uit de Goudy Old Style en met de handpers gedrukt op geschept Gambi papier. De tekeningen van Luc Boudens zijn eveneens met de handpers afgedrukt. De oplage blijft beperkt tot zestig ingenaaide en gesigneerde exemplaren, genummerd van 1 tot 60.

Deze dag kan niet meer stuk.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
6 décembre 2009 7 06 /12 /décembre /2009 18:32

2 december. Wie slechts uit woorden bestaat krijgt ook minder aangename dingen te lezen.

Gedurende meer dan twintig jaar heeft de literaire culturele kring Apollo te Diest zich voorbeeldig ingezet, niet alleen op het lokale vlak, om literatuur op allerlei wijze te promoten. De druk bezochte zondagochtend-lezingen trokken steevast ook toehoorders uit Nederland. Apollo dreef al die jaren op louter vrijwilligersinzet en diende heel zuinig om te gaan met de beschikbare middelen.

Het bestuur van Apollo deelt nu mee dat vanaf 1 januari 2010 alle activiteiten gestaakt worden en dat de vzw ontbonden wordt.

In tegenstelling met enkele jaren geleden toen ze ons nog daadwerkelijk steunden (waarvoor onze welgemeende dank) maken de subsidiërende overheden, met name het Vlaams Fonds voor de Letteren en de dienst Cultuur van de provincie Vlaams-Brabant, het ons moeilijk.

In plaats van onze gekende werking (waarvan auteurs en toehoorders geregeld stellen dat deze uniek is in Vlaanderen!) financieel te continueren, werd er ieder jaar op het reële aangevraagde subsidiebedrag bezuinigd, dit ondanks het feit dat de kosten om een kwalitatief goed programma op te stellen en een vereniging draaiende te houden, steeds maar blijven stijgen.

De subsidiereglementen worden voortdurend gewijzigd en er dienen steeds vuistdikke dossiers worden opgemaakt in afwachting dat de commissie adviseert om ons nog minder subsidies te geven. [...]

Wij betreuren ten zeerste dat – zowel het Vlaams Fonds voor de Letteren als de dienst Cultuur van de provincie Vlaams-Brabant – door hun afwijzende én negatieve houding ons de indruk geven dat zij onze organisatie uit het ‘literaire werkveld’ willen doen verdwijnen. 

Een aantal keren hebben we beroep aangetekend tegen hun beslissingen. Maar wanneer men vaststelt dat men voor de beroepsprocedure terecht komt bij dezelfde mensen die een ongunstig advies hebben gegeven, wordt men er zich van bewust dat verder werken geen zin meer heeft.

Tja, Diest ligt nu eenmaal niet in de Vlaamse rand. Anders zou Apollo wel onder de subsidies bedolven worden. Verder kan het hier niet de bedoeling zijn op alle slakken zout te leggen, maar dat de werking van het Vlaams Fonds voor de Letteren op heel wat punten vatbaar is voor gegronde kritiek, lijdt wel niet de minste twijfel.

Tijdschriften als Kruispunt en Revolver geven het op, nu ook de kring Apollo. Gierik & NVT blijft voortbestaan, maar kan geen honoraria meer uitbetalen.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
6 décembre 2009 7 06 /12 /décembre /2009 17:57


2 december. Niet zonder enige weemoed lees ik in Knack (nr. 49 van 2 tot 8 december) een openhartig, lucide en daarom des te boeiender gesprek van Jan Vanriet (°21 december 1948) met Frank Hellemans.

Weemoed? Terugblikkend op zijn Lehrjahre heeft Jan het immers bij herhaling over Pink Poets (“ik kende veel van die mensen, sommigen waren goede vrienden”), vooral dan over Nic van Bruggen en Hugues C. Pernath.

Ik was een heel goede vriend van Nic van Bruggen. Ik kende hem aanvankelijk als voetbalreporter bij Beerschot, 'van op het Kiel', zoals dat toen heette, die erg fraai geformuleerde commentaren gaf. Ik ontmoette hem als voetballiefhebber en achteraf hoorde ik dan dat hij ook gedichten schreef. We gingen voetballen met andere teams die in de reclamesector werkzaam waren. Nic van Bruggen was een briljante copywriter. Zjef van Uytsel speelde bij ons in de ploeg, en Paul Koeck was doelman. Ik reed toen altijd mee met Nic in zijn groene Porsche. Eigenlijk was Nic een eenvoudige, lieve en vooral eenzame man.

Toen Jan anno 1967 of 1968 Pernath (“veel warmer dan hij zich voordeed en alleszins veel minder hautain dan je zou denken”) thuis bezocht, kwam dat neer op “een lokale Bildungsreise”:

Pernath had een schitterende collectie van Dan van Severen, allemaal heel streng en ascetisch. […] Het bevreemdde mij dat Pernath zo opliep met mijn tekeningen, die toch helemaal anders van stijl waren. Er waren kunstenaars, oude vrienden van Pernath, die toen zeer jaloers waren. Ze gunden mij die aandacht niet en reageerden als bedrogen minnaars. […] Toen ik in mijn laatste jaar op de academie zat, heeft Hugues mij in contact gebracht met diamantair-galeriehouder Jan Lens. [...] Hij vond dat ik als beginnend tekenaar onderdak moest vinden bij die toenmalige grootste Antwerpse galerie. Ik volgde dat hele wereldje niet en wist zelfs niet van het bestaan van Lens af. Nu is dat helemaal anders en beginnen kunstenaars al vanaf hun eerste stappen te netwerken, maar ik was in de jaren zestig echt een onbeschreven blad. Het is Hugues die voor mij een afspraak heeft geregeld bij galerie Lens en zo was ik als schilder gelanceerd.

Uiteraard komt het Comité van Waakzaamheid en de fameuze “anticensuuravond” (1968) ter sprake, waarbij Jan een treffend voorval openbaar maakt dat ten volle illustreert hoezeer “verbindingsman” Hugues “Claus exclusief voor zich wilde houden”.

Hij behoorde tot diens inner circle en wilde die bevoorrechte positie exploiteren. Het was de eerste keer dat ik het machtsspel binnen zo'n soort hofhouding, zoals die rond Claus cirkelde, meemaakte. Een wit voetje willen halen, proberen te scoren. En ik begreep het al te goed. Want als tiener dweepte ik ook met Hugo. En je kon niet anders dan van die man houden.

Zonder veel omhaal schetst Jan een gevoelig en treffend portret van Claus, die hij pas goed leerde kennen eind jaren tachtig.

Hij was natuurlijk een immense figuur, die je heel veel kon bijbrengen en je attent maakte op van alles en nog wat. […] Hij was ook een heel bescheiden man. […] Ik ken niemand die zo'n leegte bij mij heeft achtergelaten. Je kon je echt koesteren aan zijn aanwezigheid. […] Hij was een van de knapste tekenaars die ik ooit gekend heb […].

In het gesprek komen ook o.m. Frans Verleyen (“Faust in zijn zwarte ogen”), Ivo Michiels, Wim de Craene, Jef Geeraerts en Pierre Alechinsky om de hoek kijken; maar men vergisse zich niet: Jan laat zich geenszins tot meerdere eigen glorie verleiden tot ijdele name dropping. No-nonsense!

*

Jan Vanriet heeft het over gesprekken waar hij veel van opstak, “vooral met de jong-verongelukte Jan de Roek en met Henri-Floris Jespers, hét geheugen van de Vlaamse modernistische literatuur”.

In 't Pallieterke (2 december) wordt Jan Berghmans herdacht. Brederode (schuilnaam van Erik Verstraete) citeert mijn in memoriam op de webstek van Knack. Hij bestempelt mij als “de Antwerpse 'paus van de literatuur'”...

Brederode maakt me nieuwsgierig naar het alternatieve onderzoek van Frans Depeuter over Het verborgen leven van Gerard Walschap, een recente publicatie van Berghmans uitgevers. Als derde bijdrage op de boekenpagina van 't Pallieterke bespreekt PFS Vuil geld, het jongste boek van Bob Mendes, “de Vlaamse koning van de faction”.

*

Wanneer ik dit alles lees, denk ik even aan Karel Jonckheere:

Niets voor niets

geheim voor geheim

ik onthul wie je bent

vertel mij wie hier uit woorden bestaat.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche