Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
19 mars 2010 5 19 /03 /mars /2010 23:50

Onderschept.jpg

onderschept, Manteau, Brussel & Den Haag, s.d. [1959].

Omslag en typografische verzorging: Alje Olthof (1935-1995).


Bianco



De zalmen van de morgen springen

tot aan de bronnen van de dag.

Ik onderga en buitel binnen.

Ik bloei. Ik vlàg.


Het lichaam wil de huid doorbreken:

herinnerend wordt vederlicht

gecijferd aan de dode tekens

van dit weerklinkend schrift.


En zwellende in ruimte

vlinder ik bovenuit

het in deze wereld verzuimde

vogelengeluid.


Spring op de wipplank van de landtong

met gindse zon het zuiden in:

de navel van een plots verloste

luchtspiegeling


die buitentijds begint te glanzen

uit niets dan lucht en zon.

Achter de muur van deze zee

zingt Ichnaton.


Het gedicht 'Bianco' werd opgenomen in: Pierre H. DUBOIS, Karel JONCKHEERE en Laurens VAN DER WAALS, Facetten der Nederlandse poëzie (van Hensen tot Nooteboom), 's Gravenhage-Rotterdam, s.d. [Nimmer dralen reeks, no 71]


Uit-het-nest.jpg

Uit het nest geroofd. Ongebundelde poëzie bijeengebracht en tweemaal ingeleid door Karel Jonckheere, Amsterdam / Antwerpen, De Bezige Bij / Ontwikkeling, 1962.

Omslag en typografie: Karel Beunis (1933-1983).


Uit het verzet


I


Als in het allereerste uur

de dag sprak plotseling.

De dingen droegen naam.


Ik ontstond uit verwondering

en windstil weer; het licht

deed zonderling.


De zon ging zacht te keer

tegen de wolken:

het regende weer.


Het regende oud zeer.

Het ging – als in het begin –

de wereld bevolken.


Zonder zonde dit keer.


II


Dit heet kamer; kubus waarin ik hok.

Elk ogenblik kan hij eensklaps kantelen.

Klaarblijkelijk bijna ontstaat de schok.


Stilstand staat op het punt te handelen.

Tafel en stoel veranderen van plaats

en dode rekwisieten zijn gehaast


elkander te verdringen op dit blad

en twisten plots – maar zijn reeds uitgeraasd.


III


Dit noem ik angst: de leegte waar ik stond

maakt gij thans met uw lichaam rond.


In dit station van ons bestaan:

wie heeft bewogen? Wie bleef staan?


Kennis van ruimte en tijd is weg.

Uitstappen. Naar de uitgang gaan...


IV


Ik schrijf ten dode op:

stoel, tafel en bed,

hart en vlinderend kind,

stamper en rozeknop.


Woorden vullen mijn donkerte op

en laten mij liggen waar ik lag.

Ook de ontvleugelde vogel

ben ik overdag.


Roeispannen onder mijn ribben

maken een plonsgeluid:

het hart vaart tussen de riffen

het lichaam uit.


Het roeit tussen de woorden

steeds in dezelfde kring.

De nacht is een kom mist.

Ik ben de drenkeling.


Krekels2.jpg

De krekels, Brussel & Amsterdam, Manteau, 1978.Oplage: duizend exemplaren.

Grafische vormgeving: Alje Olthof (1935-1995).

Oplage: duizend exemplaren. Twaalf gebonden exemplaren, genummerd van I tot XII.


De cyclus 'De dubbelganger, 'parafrase van een mislukte ontmoeting met M. Nijhoff', ontstond kort voor het overlijden van Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953), maar werd pas later voltooid. Hier volgt het slotgedicht:


De dubbelganger


V


Elk oponthoud is op termijn verstreken

in dit station. Een kruier spreekt mij aan,

maar hij heeft net als ik zijn laatste kans verkeken:

ik doe het zelf – Ik zie hem eenzaam gaan

en in de ochtendkrant herlees ik het bericht

over een man, vermorzeld door een trein.

Hij moet (zo ogenblikkelijk als een gedicht,

bedenk ik) bij zijn val gestorven zijn.

'Zonder bewijs op zak van wat of wie hij was

en onherkenbaar', staat er nog te lezen,

'de firmanaam Verschoren achter op zijn das.'

Wanneer de trein vertrekt en in de wissels schokt

als vingerwijzing dat ik nu word uitgewezen,

waag ik nog gauw de allerlaatste gok:

'Ook déze man kon een Martinus wezen!'

Er is voldoende stof om zich een vol kwartier

het hoofd met elke mogelijkheid te breken,

want twijfel zet de kansen altijd op een kier –


Maar ook het voorgevoel blijft dit keer in gebreke.

 

(HFJ)

Partager cet article
Repost0
18 mars 2010 4 18 /03 /mars /2010 23:12

Gisteren werd in het crematorium te Vilvoorde in zeer beperkte kring afscheid genomen van journalist en dichter Jaak Brouwers (28 februari 1930 – 8 maart 2010). Slechts enkele intimi waren aanwezig op de sobere plechtigheid die werd afgesloten met het plaatsen van de urne bij deze van Hilde Uytterhoeven, zijn echtgenote die in 2006 overleed.


*

De dichter Jaak Brouwers was al lang (ten onrechte) vergeten. Hij is niet aanwezig in de bloemlezing Hotel New Flanders (Gent, Poëziecentrum, 2008), wordt niet eens vermeld in Hugo Brems' Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005, Amsterdam, Bert Bakker, 2006) of in Buelens Van Ostaijen tot heden (Nijmegen, Vantilt, 2001). Hij komt wel even ter sprake bij R.F. Lissens (De Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden, Brussel / Amsterdam, Elsevier, 1967. Vierde, herziene druk), Paul van Aken (Letterwijs, letterwijzer. Een overzicht van de Nederlandse literatuur, Brussel / Amsterdam, 1978), Rudolf van de Perre (Er is nog olie in de lamp der taal, Beveren / Nijmegen, Orbis en Orion, B. Gottmer, 1982) en Marc De Smet (Droom en doem. Vlaamse poëzie 1960-1985, Gent, Yang, 1985) en Jos Joosten (Feit en tussenkomst. Geschiedenis en opvattingen van Tijd en Mens, Nijmegen, Vantilt, 1996).

*

Onze kennismaking – die ik vermoedelijk aan Clara Haesaert te danken heb – dateert van 1965 of 1966, kort na de publicatie van Ik schreef nachtland (Antwerpen, Ontwikkeling, 1965). Ik had toen al gedichten van hem gelezen in De Vlaamse Gids, het Nieuw Vlaams Tijdschrift en De Meridiaan en in destijds toonaangevende bloemlezingen:

  • Jan WALRAVENS, Waar is de eerste morgen. De levende experimentele poëzie in Vlaanderen, Brussel : Den Haag, Manteau, 1960, tweede vermeerderde druk;

  • Karel JONCKHEERE, Uit het nest geroofd, Amsterdam / Antwerpen, De Bezige Bij / Ontwikkeling, 1962;

  • Pierre H. DUBOIS, Karel JONCKHEERE en Laurens VAN DER WAALS, Facetten der Nederlandse poëzie (van Hensen tot Nooteboom), 's Gravenhage-Rotterdam, s.d. [Nimmer dralen reeks, no 71];

  • Anthologie de la poésie néerlandaise. Belgique 1830-1966, Paris, Aubier, éditions Montaigne, 1967. Traductions de Maurice CARÊME, préface de Jean Cassou, introduction de K. JONCKHEERE.

Jaak Brouwers was journalist bij Het Laatste Nieuws, waar hij o.m. Jan Walravens, Pieter de Prins, Willem M. Roggeman en Willem Pelemans als collega’s had. Zijn aandeel in het losbarsten van de “zaak Berghmans-Jageneau” was beslissend (zie Henri-Floris JESPERS, Artis amore, Antwerpen, The Private Press, 1994, pp. 37-82; Mededelingen 147, 27 november 2009, pp. 6-9; Joke VAN DEN BRANDT, 'Lambert Jageneau en de zaak Berghmans', in: Mededelingen 128, 6 november 2008, pp. 4-11 ).

Wegens gezondheidsproblemen diende Jaak Brouwers al te vroegtijdig af te haken. Zijn verdiensten als cultuurredacteur kunnen niet genoeg onderstreept worden.

*

In de jaren zeventig publiceerde Brouwers bij Manteau de bundel De krekels (1978) en in de door Herwig Leus uitgegeven Hoofts Bibliofiele Serie, Lilith, vier gedichten bij vier etsen van Jef Tuerenhout (1979). Daarmee was zijn poëtisch oeuvre afgerond.

*

In 1981 publiceerde Jaak Brouwers Met Gaston Burssens in de cel (Mechelen, J. Stevens), een nogal hybridisch maar niet minder boeiend boek dat uit een lange inleiding bestaat, een notenapparaat, een aantal gedichten van Gaston Burssens en zijn editie van het onuitgegeven manuscript van Jozef Uytterhoeven (Berchem 31 juli 1895 – Tienen 14 april 1972) die zijn omgang met Burssens beschrijft.

Het boek wierp alleszins nieuw licht op Burssens als activist, al bleven er enkele kernvragen onbeantwoord. Recentere publicaties hebben niet alleen het activisme van Gaston Burssens scherper gedocumenteerd, maar ook de niet onbelangrijke rol van de clan Burssens en aanverwanten in het Mechelse activisme belicht.

*

Bij de publicatie van Brouwers debuutbundel, Harp en mirliton (Mechelen, privé-uitgave, 1952), die ik jammer genoeg nooit in handen kreeg, wees V. Lansens er in Gazet van Antwerpen op dat de dichter een “juiste vertolking in woorden” bracht van Giorgio de Chirico's schilderwerk. Die intense belangstelling voor de plastische kunsten steeg met de jaren.

In 1989 schreef Brouwers een verhelderende bijdrage naar aanleiding van de overzichtstentoonstelling die in het Cultureel Centrum A. Spinoy te Mechelen werd gehouden, waarin hij niet alleen het werk van zijn vader, de schilder Rik Brouwer, situeerde en toelichtte, maar ook de problematiek rond het zogenaamde 'animisme' van de dertiger jaren (een begrip ontsproten uit het brein van Paul Haesaerts) deskundig in een nieuw perspectief profileerde (Rik Brouwers, 1904-1978: een oeuvrecatalogus, 1989).

*

De bundels Vuursteenvonken (privé-uitgave, Mechelen, 1954) en Onderschept (Brussel en Den Haag, Manteau, s.d. [1959]), waarvan ik de opdrachtexemplaren aan Gaston Burssens piëteitsvol bewaar, las ik pas in de jaren negentig. Destijds leken me dat zijn sterkste bundels.

*

De laatste vijftien jaar hadden we geen contact meer. We waren elkaar gewoon uit het oog verloren. 'Les choses de la vie', ja. Ach, vrienden (een woord dat zovelen te pas en te onpas in de mond nemen, vooral naar aanleiding van sterfgevallen...) waren we niet op heel wat punten gelijkgestemden. Onze wegen hebben elkaar meer dan eens op gedenkwaardige momenten gekruist.

Clara Haesaert wees erop dat Brouwers in het gesprek vaak pittig en accuraat was, dat zijn betoog helder en steeds onderbouwd was met talrijke en ter zake doende argumenten. Dat laatste had soms ook nadelen: wanneer hij zich in een onderwerp vastbeet (en dat deed hij graag) kon zijn tekstuele obsessie en meticuleuze aanpak hem soms wel parten spelen.

*

Jaak Brouwers had zin voor humor en ironie, net als zijn echtgenote, de feministische politica Hilde Uytterhoeven (° Mechelen 15 maart 1926). Hij stond haar als onvermoeibare mantelzorger jarenlang toegewijd bij. Na ruim veertien jaar ongeneeslijke ziekte overleed zij op 1 mei 2006. Haar verzoek tot actieve euthanasie van 25 juli 2005 werd niet ingewilligd. (Zie Mededelingen 71, 27 mei 2006, pp. 3-4)

*

Jaak Brouwers overleed op maandagavond 8 maart. Sedert half december 2009 was hij zwaar ziek, maar zat hij toch nog vol plannen. De laatste jaren was hij volop bezig met de restauratie van het werk van zijn vader, de schilder Rik Brouwers. Vorig jaar heeft hij nog in zijn tuin een atelier gebouwd waar hij kon werken.

*

De archieven van Hilde Uytterhoeven bevinden zich o.m. in het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN) te Antwerpen en het Archief- en Documentatiecentrum voor Vrouwengeschiedenis te Brussel. Hopelijk zal het rijke archief van Jaak Brouwers zijn weg vinden naar het AMVC-Letterenhuis.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
17 mars 2010 3 17 /03 /mars /2010 04:39

Wreed geluk. Claus, Vlaanderen en de liefde is de titel die John Albert Jansen (°1954) gaf aan zijn film over Claus, de eerste van een reeks dichtersportretten gemaakt voor Poetry International. "Claus' leven was nooit harmonieus", legde de regisseur uit. In de film over het turbulente leven van Claus schetsen verscheidene collega's, familieleden en andere naasten een mooi persoonlijk beeld van de ongrijpbare alleskunner. De film ging op 16 juni 2009 op het Poetry International Festival in première. Een goed gemaakte, gevoelige documentaire over Claus, waarin Guido Lauwaert een paar keer in beeld komt en wat onzin uitslaat, “wat het sterkst tegen de waarheid aanleunt”.

JohnA3JPG.jpg

J.A. Jansen (°1954) is directeur, regisseur en producent van Oogland Filmproducties. Na zijn kandidaats Nederlands op de Universiteit van Amsterdam en een studie Literatuurwetenschappen, toog hij met een studiebeurs van de DAAD (Deutsche Akademische Austauschdienst) naar het toenmalige West-Berlijn. Tijdens zijn driejarig verblijf aldaar begon hij als programmamaker voor de VPRO-radio en schrijvend journalist voor De Volkskrant.

Na zijn terugkeer is hij op verschillende terreinen actief geweest. Hij schreef voor onder meer Het Parool, de Volkskrant en Vrij Nederland, maakte radiodocumentaires voor NPS, VPRO en Humanistische Omroep, was enkele jaren presentator en eindredacteur van radioprogramma's en heeft zich het afgelopen decennium toegelegd op het maken van films en tv-documentaires. Binnen al deze terreinen opereert hij vooral op het snijvlak van literatuur en maatschappij.

Wreed geluk komt bij Canvas op woensdag 24 maart om 22u50.

Partager cet article
Repost0
9 mars 2010 2 09 /03 /mars /2010 16:55

Frederice Martine ten Harmsen van der Beek (Blaricum, 28 juni 1927 – Groningen, 4 april 2009) was in de jaren zestig van de vorige eeuw bekend. Na het sensationele succes van haar eerste bundel, Geachte muizenpoot en achttien andere gedichten, tienduizend exemplaren!, gleed zij midden de jaren zeventig echter weg in de anonimiteit. Zelfgezocht. In Garnwerd, het noordelijkste punt van Nederland.

Hoogst uitzonderlijk kwam zij nog eens piepen. Zoals in 1981 met drie gedichten in de verzamelbundel, Aan het werk, uitgegeven n.a.v. de pensionering van haar uitgever, Geert Lubberhuizen, de stichter van uitgeverij De Bezige Bij.

FritziIk heb het geluk gehad een paar maal met haar samen te werken. In 1984 trad zij op op de 4de Nacht van de Poëzie. Zij kwam laat op de avond licht beschonken toe. Het eerste waar zij om vroeg was rode wijn. De voorraad was door de andere dichters al verzet. Mijn jongste broer Luc heeft in en rond Vorst-Brussel een odyssee ondernomen. Nachtwinkels bestonden toen nog niet, maar hij kwam met een zestal flessen opdagen. Lang voor het ochtendgloren moest hij weer de baan op.

De tweede maal was bij de uitgave van een poëziemap voor een tentoonstelling in het crematorium Westlede in 2001. In samenwerking met het Poëziecentrum heb ik een aantal dichters om een rouwgedicht gevraagd. Na heel wat aandringen heeft zij een onuitgegeven gedicht afgestaan, Goed Begrepen? De titel is ondanks het vraagteken een bevel. Gericht aan haar (overleden) hond. Te vergelijken met Zit! Lig! Niet bijten!

Alle gedichten van Fritzi ademen luciditeit. De wijn? Waarschijnlijk. Ongrijpbare versregels, maar wondermooi. En het geheel is altijd een verhaal met een begin, een midden en een slot. Zoals in dit gedicht. Een eenzame appel hangt tussen de naakte takken. Maar al klampt hij zich vast aan zijn twijg, hij zal vallen door een stoute ‘windvlaag’. Op de grond wacht hem ‘het tedere insect’ tussen de zwarte bladeren, zijn paradijs (= de herfst), die zich in de appel zal wurmen tot hij het klokhuis bereikt, het zaadhuisje.

En nu het onderliggende verhaal: het lichaam wordt strammer, de blik schemeriger, het haar dunner, schaarser. De mens kantelt voorgoed het bed in, waar hij sterft en na de dood de grond in gaat, waar hij prooi is voor de worm, en bovengronds vergeten wordt.

Ik kan moeilijk afscheid nemen van mijn meest geliefde dichteres. Toch moet het. Goed, dan maar met een terugkeer naar het gedicht. Een normaal mens zegt: ‘’t Wordt frisser, de herfst komt eraan. Ik word oud. De botten kraken. Vroeger kon ik lezen zonder bril.’

Fritzi zegt het veel sterker. Humorloos maar met een teder gevoel, uitdeinend zoals het heelal. Herlees het eerste vers met het voor- en achterliggende verhaal voor ogen en verwijl even bij haar. En luister naar de echo in haar poëzie.

Guido LAUWAERT

Humorloos Gedicht

 

Waar winter schaduw aanblaast op het lijf

verstijft de ademtocht tot kleine rook,

van wellust geel, de appels van het oog

na-oogst van brakke hoop, beslaan met rijp.

 

O. Minnaars, door dit najaar ondermijnd

zijn wel geschraagd door zwart, waarachtig hout

maar staan als stammen, van hun kroon ontzet

met smalle handjes, spin- en bladernaakt

 

en loven, liefkozen en spelen wel en

wentelen en strelen, eindeloos verstekt

het tedere insect, dat, winters al verpopt

verstopt, hergeven paradijs verbeidt:

 

maar ai, dat appeltje, getroond maar ongeplukt,

geluk? behouden aan de hoogste twijg, ge-

neigd tot eerste windvlaag het verrukt,

naar willekeur der zinnen, tot vergetelheid?

 

Fritzi Harmsen van Beek

Partager cet article
Repost0
18 février 2010 4 18 /02 /février /2010 17:26

De Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde & de Universiteit Gent (Vakgroep Nederlandse Literatuur) organiseren op 18 maart een colloquium over de onlangs overleden Christine D’haen. Met deze hulde wordt het werk van een prominent lid van de Academie in het licht gesteld.

ChristineDhaen4-9-09.jpg

Christine D’haen (Sint-Amandsberg, 25 oktober 1923 - Brugge, 3 september 2009) heeft zich intensief bezig gehouden met het werk van Guido Gezelle. Door haar classicistische, maar onconventionele, vernieuwende poëzie werd zij ook zelf erkend als een van de belangrijkste dichters van het Nederlandse taalgebied. Zij werd onder meer bekroond met de Grote Prijs der Nederlandse letteren.

D’haen schreef ook een opmerkelijke autobiografische prozatrilogie in poëtische stijl, waarin zij dagboekfragmenten en fictie verwerkte. Hoogtepunt van dit ‘nieuwe’ proza werd Uitgespaard zelfportret (2004).

Zowel haar poëzie als haar proza verdienen blijvende aandacht.

Programma

14 u Verwelkoming Anne Marie Musschoot

14.10 u Marc Kregting

'In haast maar met beste wensen!' Bij Schreef in de aarde

14.40 u Paul Demets

Marmeren vlees. Over de Psychomachia van Christine D'haen

15.10 u P a u z e

15.30 u Hedwig Speliers

D'haen in tweevoud, een literair-historische excursie

16 u Intermezzo: D'haen leest 'Daimoon megas';

foto's uit het archief

16.10 u Paul Claes

Het patroon in het tapijt

16.40 u Marc van den Hoof

'Je haar zit niet goed.' 'Ik weet dat.'

17 u Receptie

Donderdag 18 maart 2010, 14 - 17 uur. Academiegebouw, Koningstraat 18, 9000 Gent. Toegang: gratis, maar graag vooraf aanmelden.

RESERVATIE: secretariaat@kantl.be - (+32) 09/265 93 40

Zie ook de afleveringen van

4 september 2009: Christine D'haen overleden: “ornamenten en exhibities”

8 september 2009: Christine D'haen: Het woord is een gevaarlijk wapen.

Partager cet article
Repost0
16 février 2010 2 16 /02 /février /2010 19:15

Wie www.bertbevers.com/ intikt, kijkt meteen dichter en beeldend kunstenaar Bert Bevers (°1954) in de ogen en verneemt onder meer dat hij niet alleen blogt, maar ook vreemde woordenlijstjes aanlegt, boodschappenlijstjes en verdwenen deuren en ramen, organisch gegroeide paadjes en Parijse bruggen verzamelt.

Ik ben verslaafd aan zijn blogs. Dagelijks publiceert Bert immers berichtjes die ik niet wil missen. Uit het leven gegrepen, zonder omhaal van woorden, schijnbaar banaal maar altijd gestut door een scherp onthullende visie.

Vandaag lees ik:

Wist u dat poezen katholiek zijn? Dat meent althans Midas Dekkers: "Honden zijn gereformeerd. Die hebben een schuldgevoel en zijn altijd bang voor God de Vader. Hoe harder je ze slaat, hoe dichter ze al jankend tegen je aan kruipen. Poezen zijn natuurlijk katholiek. Die zitten in de kroeg en denken: 'Nou, ons Heertje heeft weer voor een mooi pilsje gezorgd!'"

Door mijn lange omgang met het kattenvolk was ik al enigszins voorbereid op die revelatie.

Gesproken taal hebben poezen inderdaad niet nodig om het respect af te dwingen dat nu eenmaal verschuldigd is aan schijnbaar luie maar alerte curiecardinalen...

Chica.jpg

Chica bewaakt Andy Warhol, Albert Szukalski en Luc Boudens (januari 2005)

Partager cet article
Repost0
13 février 2010 6 13 /02 /février /2010 16:57

Sterker dan ik

 

Wel, ik werd wakker op een dag en dacht: wacht eens, dit is verdacht, het lijkt wel alsof ik gelukkig ben, en dat is niet conform mijn aard

Ik ging voor de spiegel staan, ik had een pet op en een bierbuik, welig tierend borsthaar, echt waar, en een donderwolk van een baard

Ik boerde uit mijn darmen en bekeek met warme sympathie mijn beide bovenarmen, waarop ik nog meer verrassingen aantrof

Links prijkte een meid met blote, en rechts één met zelfs nog grotere borsten, en onder allebei stond geschreven: Eigendom Van Christophe

 

Even later in mijn vrachtwagen – het was werkelijk niet te geloven – dankte ik de Heer daarboven en zong ik Zijn lof met krachtige stem

Het kon immers niet anders of wat er in de loop van de nacht was gebeurd, uitsluitend gebeurd was door toedoen van Hem

Ik glimlachte terwijl ik dacht aan wie ik gisteren nog was geweest: een sukkelaar zonder ook maar één enkele gouden tand in zijn mond

Een hopeloze loser die op de koop toe scheen te denken dat ‘houden van’ werkelijk bestond

 

Wat voelde ik mij blij en in mijn sas, licht en ontlast en enthousiast dat ik van die paljas verlost was

Met zijn hinderlijke praatjes, zijn neuroses, kinderziektes waar hij nooit echt van genas

Missen deed ik hem voor geen cent, laat staan dat ik weer met hem ruilen wou

Maar godallemachtig, wat miste ik jou

 

Christophe VEKEMAN

Christophe Vekeman WKB -medium

Christophe Vekeman (Temse, 30 december 1972) woont in Gent. Als zovele anderen uit het Vlaamse binnenland met een expansiedrang is hij na gedane studies [psychologie] in de Arteveldestad blijven hangen. Hij barst van de energie en kan die slechts in toomhouden door tegen de sterren op te schrijven. Het is echter geen pulppap. Onder de brei schuilt een drang naar transformatie. Naar een ander persoon in een andere dan zijn vertrouwde omgeving. Om grip te krijgen op de menselijke samenleving, gebaseerd op een non-communicatie.

Want volgens Vekeman zijn we allemaal vreemden voor elkaar, hoe we ook ons best doen het tegendeel te bewijzen. Hoe kunnen we ook elkaar tolereren, als we niet eens onszelf accepteren. Dat is de donkere zijde van Vekemans maan. Want net als de satelliet van de aarde heeft Vekeman schijngestalten. Met hen tracht hij zijn eigen bestaan te begrijpen, om hopelijk ooit de zin en het nut van de maatschappij als eenheid te aanvaarden.

In dit gedicht is de schijngestalte een trucker met de logica van een boer. Een probleemloos leven dus. Helaas, hoe gelukkig ook in zijn nieuwe gedaante, hij mist diegene met wie hij als sukkelaar, als loser, als paljas net een begin van contact had opgebouwd. Een vriend… een vriendin… de lezer… de luisteraar?

Gelukkig blijft hij ondanks de schijngestalten optimist. Zijn medicijn is zijn taal. Die zingt op vrolijke toon. Wat je ook van hem leest, het is spreektaal. En als je hem hoort voordragen is het met een stem die hees is en sleept. Hij zet die aan, maakt er gebruik van om zijn boodschap sterker over te brengen. Zijn stijl, parlando, is bovendien een poging tot democratisering van de poëzie, en kadert in de integratie van de dichtkunst in het alledaagse.

Christophe Vekeman schreef onder meer de romans Alle mussen zullen sterven, Een borrel met Barry en Lege jurken. Onder de titel Leven is werk zijn vele van de essays, reportages en interviews verzameld die hij in de loop der jaren in De Morgen publiceerde. Hij is een van de meest gevraagde en gesmaakte schrijvers op de Vlaamse en Nederlandse literaire podia, waar hij voornamelijk poëzie brengt, gebundeld in Señorita’s. Zijn nieuwe roman, 49 manieren om de dag door te komen, verschijnt in maart. Hij publiceert bij De Arbeiderspers.

Guido LAUWAERT

[wordt vervolgd]

Partager cet article
Repost0
24 janvier 2010 7 24 /01 /janvier /2010 12:55

Nic-6993.JPG

Frank de Vos en Herman J. Claeys


Met Nip Luyben en Tony Rombouts leest Frank de Vos op donderdag 28 januari om 16u30 gedichten voor in de bibliotheek van Hoboken. Cellist Dirk Strybol zorgt voor muziek, gastheer is Frans Vlinderman.

De Einde loopbanen van tulpen uit Frans de Vos reeks 'bedichtingen van canvas' zullen er tot einde februari worden tentoongesteld.

image001.jpg

Bibliotheek Hoboken, Kapelstraat 64, 2660 Hoboken-Antwerpen.

*

Vanaf 20u30 neemt Frank de Vos deel aan Acht Achtbare Dichters in Den Hopsack, samen met Bert Bevers, Xtine Mäser, Paul Vincent, Anne-Marie Sauer, Wim Persoon, Guy Van Hoof en Walter Simons. Spetterende pianomuziek wordt gebracht door Marc Clement.

Den Hopsack, Grote Pieterpotstraat 24, 2000 Antwerpen.

Partager cet article
Repost0
21 janvier 2010 4 21 /01 /janvier /2010 13:57

SK-3-hires.jpg

Onlangs verscheen het derde nummer van STAALKAART. Het wil de cultuurminnaar informeren over de wereld van de cultuur in onze contreien.

Ondanks het feit dat het blad fraai blinkt, very glossy, is de vormgeving ietwat belegen. Van hetzelfde niveau als de pr-magazines van Agfa, Barco, of onze nationale staaldraadfabrikant Bekaert.

Bij nader inzien blijkt Staalkaart waarlijk een cultuurmagazine te zijn, overeind gehouden door vijf pijlers van gewapend beton: Muziek, Literatuur, Theater & Dans, Beeldende Kunsten en Partners.

Gedegen artikels bevat het, geschreven door vakmensen, maar hun bijdragen missen helaas scherpte, en het extra laagje stijl dat de redacteurs van het kunstblad Hollands Diep wel hebben, al moet gezegd dat de eerste generatie dat veel sterker had dan de huidige.

De algemene indruk is er een van ‘een aangeklede agenda’. Die mening wordt versterkt door de vijfde pijler. De programma’s van de adverteerders, herdoopt tot partners, krijgen wel heel veel ruimte. Storend is tevens dat medewerkers nauwelijks geïdentificeerd worden. Zoals Hennie Lenders. Zij kruipt in de huid van Domenikos Theotokopoulos, bijgenaamd El Greco. De Spaanse schilder van Griekse afkomst en de paus hadden een moeilijke relatie en ‘de Griek’ had nogal wat kritiek op het Sixtijnse werk van Michelangelo. In het artikel in de ik-vorm wordt daar niet op ingegaan, hoewel paus en collega er uitvoerig in aan bod komen. Een kaderstukje met afkomst en palmares van de auteur had heel wat vragen bij het lezen vermeden. Als zij – of is zij een hij? - een hoogleraar blijkt dan is het artikel een typisch voorbeeld van klein-academisme. Is zij daarentegen een amateur-speleoloog, dan is het bijzonder vermakelijk.

Het interview van Elke Brems met Charles Ducal is dan weer een verademing. Aanleiding is het derde poëziepleidooi, n.a.v. Gedichtendag op 28 januari, en de recente verschijning van Ducals zesde dichtbundel Alle poëzie dateert van vandaag. Elke Brems combineert documentatie met informatie, op zulke wijze dat het interview eerder een onderonsje is dan een verhoor.

Het essay ‘Het Belgisch Filmjaar 2009’ van de hand van Erik Martens is boeiend, maar jammer genoeg stroef, en er stijgt een pedante geur uit op. ‘200 jaar Frederic Chopin’, gecomponeerd door Bart Tijskens, is alles behalve een treurmars. Het huppelt en het heeft een gezonde bekeringsdrang.

Voor de cultuurminnaar die wil weten wat er aan artistieke koopwaar staat aan te komen, of net op de kade gelost werd, is Staalkaart een prachtige informatiebron. Twee vragen spookten bij de vorming van het blad door het hoofd van de hoofdredactie en de uitgever, zoveel is wel duidelijk: A – voor wie is het bedoeld? en B – heeft de doelgroep er iets aan?

Het grote gevaar voor Staalkaart is de aankoopprijs. Prijzig. Wat voor aarzeling kan zorgen bij wie aanschaf overweegt. Kioskhouders houden daar niet van. Onlangs, wachtend op de trein, doorbladerde ik Vrij Nederland in het Centraal Station van Antwerpen. Prijs/kwaliteit overweging. De dame aan de kassa hield mij nauwlettend in de gaten en ik was niet eens halverwege of haar hinnikende stem beschadigde mijn trommelvliezen: Meneer! Het is hier geen bibliotheek!

Mits enige bijsturing zou Staalkaart wel eens een blijvertje kunnen zijn. De cultuurminnaar heeft altijd honger. Maar hij wil kwaliteit, geen fastfood. En hij wil allerminst gepaaid worden door een hoofdredactie die hem tot aanschaf tracht te overtuigen met een cadeau. Aan een cadeau is niks fout. Aan het prominent in beeld brengen van het cadeau – tot in de kop van het openingswoord! - daarentegen wel. Dat is zaak van de promotie. Ook voor een medium geldt voor de geloofwaardigheid een scheiding van Kerk en Staat. Of algauw komt de geest van de Grote Lijmer spoken, Willem Elsschot. In het dagelijkse leven Alfons De Ridder. De man die doelgroepen uitvond als hij advertenties rook.

Guido LAUWAERT

Staalkaart – cultureel magazine verschijnt 5 x per cultureel jaar. In de zomermaanden is er een extra editie. – los nummer: 10 € / abonnement: 40 € - www.staalkaart.be

Partager cet article
Repost0
10 janvier 2010 7 10 /01 /janvier /2010 16:50

 

9782873402419


Bij Galerie 100 Titres / Yellow Now verscheen onlangs de monografie Bucquoy illustrated, met teksten van François Coadou, Théophile de Giraud, Paul Ilegems en Corinne Maeyer en een interview met Bucquoy door Alain de Wasseige.

Jan Bucquoy (°15 november 1945) is vooral bekend als regisseur en scenarist van Belgische klassieke films zoals La vie sexuelle des Belges (1994) en Camping Cosmos (1996). Minder bekend is Vrijdag visdag (2000), naar het gelijknamige boek van Luc Boudens (CDR. Deze extravagante anarchist is echter veel meer dan louter filmmaker en wat dat veel meer is, kom je in dit boek te weten.

Het boek is opgevat als een drietalige uitgave (Nederlands, Frans, Engels) met (en vooral) veel illustraties van over en omtrent het werk van Bucquoy. Compacte lemma's en korte essays lichten de verschillende aspecten van deze totaalkunstenaar. En die zijn van zeer uiteenlopende aard.

Bucquoy leunt aan bij het gedachtegoed van de IS (Internationale Situationniste) maar is wel in eerste instantie een man van de daad. Zijn eruditie mag niet onderschat worden, maar de actie in de context van omstandigheden blijft meestal de primaire drijfveer van zijn état d'être.

Ik ga geen opsomming geven van 's mans activiteiten en creaties, daar dient een boek tenslotte voor. Wat ik wel kan zeggen, is dat het een mooie consistente uitgave is waarin gelukkig ook de Tintin-platen opgenomen werden. Bucquoy riskeerde destijds een immense schadevergoeding te moeten betalen aan de ervan Hergé voor deze hard-core parodie. De zaak kwam echter uiteindelijk niet voor.

Bucquoy is echter vooral een speelse revolutionair. De bijhorende DVD bevat een aflevering van het RTBf / La Deux-programma 'Hep Taxi!' waarin een ludiek (zelf)portret geschetst wordt van Bucquoy, aangevuld met enkele onsterfelijke beelden van zijn pogingen tot staatsgreep die hij de afgelopen jaren uitvoerde. Deze acties mondden steevast uit in een administratieve aanhouding door de Brusselse politie... die ondertussen wel weet met wie ze te maken heeft. Toch moet natuurlijk elk jaar opnieuw het 'nodige' gedaan worden om hem tot betere gedachten te brengen!

Dit boek geeft een treffende aperçu van het bewogen parcours van Bucquoy en meteen ook een sierlijke hommage aan de auteur van La vie est belge ('zie de blog van 8 december 2008).

Kris KENIS

VieBelge.jpg

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche