Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
17 avril 2010 6 17 /04 /avril /2010 04:54

Matthijs-de-Ridder--Charles-den-Tex-en-Mieke-de-Loof.jpg

Mieke de Loof, Matthijs de Ridder en Charles den Tex,

Colloquium 'Thriller versus roman, De Buren,

Brussel, 20 september 2007

Woensdag 28 april wordt in De Zwarte Panter, Hoogstraat 70-72-74 te Antwerpen de nieuwe roman van Mieke de .Loof door Betty Mellaerts gepresenteerd.

Programma:

19.30 uur: ontvangst

20.00 uur: welkomstwoord door uitgeverij De Geus

20.10 uur: Betty Mellaerts deelt haar indrukken over Wrede schoonheid

20.25 uur: muzikaal intermezzo door twee leden van Blauw Gras

20.35 uur: Mieke de Loof leest voor, dankt en overhandigt het eerste

exemplaar

20.50 uur: toost op Wrede schoonheid, receptie en de mogelijkheid tot het

laten signeren van het boek

22.00 uur: einde

*

Mieke de Loof (Aalst, 1951) is socioloog en filosoof. In 2004 won ze met haar rmisdaadroman Duivels offer de Hercule Poirotprijs, een jaarlijkse prijs voor de beste Vlaamse misdaadroman.

 

In 2006 volgde haar tweede ‘Ignatzroman’, Labyrint van de waan (nominatie Hercule Poirotprijs). Wrede schoonheid is de derde, los te lezen misdaadroman in een cyclus van zeven.

 

 

Onder de wat raadselachtige titel 'De avonturen van Alice in Literatuurland' publiceerde ze in Thriller versus roman (2008) een revelerende en opgemerkte creatieve bijdrage, de tekst van haar tussenkomst op het Colloquium georganiseerd door de Diamanten Kogel over 20 september 2007 in het Nederlands-Belgisch huis DeBuren te Brussel.

kaft--n.jpgJos van Cann & Henri-Floris Jespers (Red.), Thriller versus roman,

Antwerpen-Apeldoorn, 2008.

Als voorzitter en drijvende kracht (van 2007 tot 2010) wist Mieke de Loof het (sluimerende) Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs definitief op de kaart te zetten.

In Crimezone onderstreepte Mieke de Loof dat goede thrillers “ontmaskeraars zijn van dubbele standaarden in de maatschappij”, dat volwaardige thrillerhelden “waarheidszoekers zijn middenin een industrie van leugens” en dat “een thriller moet nazinderen”.

Mieke de Loof is geen onbekende voor de lezers van de Mededelingen van het CDR, waarin vaker verwezen werd naar haar merkwaardige werk.

In de honderdste aflevering (30 augustus 2007) publiceerde ze een even gedegen als bijtende kritiek op Benno Barnard: 'Het ondraaglijke gedweep van B. B. met de heilstaat k. u. k.'. De versie op deze blog (6 augustus 2008) wordt tot op heden door lezers on line geregeld geraadpleegd: http://mededelingen.over-blog.com/article-21781635.html

Meer over Mieke de Loof in de volgende aflevering...

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
16 avril 2010 5 16 /04 /avril /2010 01:13

Woensdag vond ik in de brievenbus een op één nummer na complete reeks van De Houten Gong.

Waar hebben wij het aan verdiend?

Gong.jpgIn de bijgevoegde missive verklapt Bert Bevers dat hij het gedicht 'Weinig namen heeft de droom' (zie vorige aflevering) schreef als proeve van domsonnet, nl. een nieuwe vorm van sonnet. Het is gebaseerd op de lengte van de onderdelen van de Domtoren te Utrecht en wel als volgt:

de toren is ongeveer 112 meter hoog, verdeeld in
5 meter windvaan,
13 meter spits,
26 meter achtkant,
29 meter vierkant en
39 meter vierkant.

De afronding is zo gekozen dat het precies 112 meter is. Dit zie je terug in:
titel van 5 woorden en respectievelijk strofen van
13 woorden in 2 regels,
26 woorden in 3 regels,
29 woorden in 4 regels en
39 woorden in 5 regels.
Samen 14 regels en met de titel mee, het rijtje 1,2,3,4,5. De inhoud is vrij.

Het domsonnet werd bedacht door de Nederlandse dichter Nanne Nauta (°1959). Tijdens zijn studie Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht was hij oprichter van Sad'E (Salon Artisanal d'Ecriture), een schrijversgroep in navolging van het Franse Oulipo (Ouvroir de Littérature Potentielle), de “werkplaats” die in 1960 rond François Le Lionnais en Raymond Queneau ontstond. Freddy de Vree (1939-2004) en Paul Neuhuys (1897-1984) wezen mij al in de prille jaren zestig op Oulipo. In die jaren paste André Blavier (1922-2001), die zijn encyclopedische Fous littéraires nog niet gepubliceerd had, de zogenaamde methode S + 7 of “methode lescurienne” toe op spreekwoorden in Waals dialect. Het resultaat was zonder meer verbluffend.

Nanne Nauta schreef al eerder Kruissonnetten (Leeuwarden / Utrecht, De Contrabas, 2009). Via de blog misade wordt nu opgeroepen een domsonnet in te zenden. Het wordt beoordeeld op de vormeisen en ook inhoud. Als de redactie het gedicht groen licht geeft, wordt het op het weblog geplaatst. Als er op een gegeven moment in tijd voldoende gedichten zijn, volgt er een bundeling via Uitgeverij crU. De redactie bestaat uit het dichterscollectief Bert-Jan Dijenborgh, Wim Schot en Nanne Nauta.

HFJ

http://misade.web-log.nl

 

Partager cet article
Repost0
14 avril 2010 3 14 /04 /avril /2010 05:17

 

Ook maandag consulteerde ik naar goede gewoonte de weblog van Bert Bevers. Tussen februari 1999 en september 2002 gaf hij de dertien nummers van De Houten Gong uit, tijdschrift voor poëzie. O.a. H.H. ter Balkt, Benno Barnard, H.C. ten Berge, Frans Budé, Hendrik Carette, Aleidis Dierick, Bart FM Droog, Peter Ghyssaert, Peter Holvoet-Hanssen, Philip Hoorne, Johanna Kruit, Peter Nijmeijer, Paul Rigolle, Werner Spillemaekers, Peter Theunynck, Miel Vanstreels, Willie Verhegghe, Victor Vroomkoning en Menno Wigman gaven hem ongepubliceerd werk. Bert Bevers mocht ook rekenen op de medewerking van ondertussen overleden dichters: Wilfried Adams, Ben Cami, Erik Heyman, Jan Kostwinder en Jos Steegstra.

Bert-Bevers-en-Wilfried-Adams.jpgBert Bevers & Wilfried Adams

In die nu al verre jaren deponeerde de mij toen onbekende Bert Bevers af en toe een aflevering van De Houten Gong in mijn brievenbus. Ik had natuurlijk een abonnement moeten nemen, maar het kwam er gewoon niet van. Daar heb ik nu spijt van. Onachtzaamheid? Gebrek aan belangstelling? Of beseffen we pas achteraf ten volle het uitzonderlijke belang van dergelijke initiatieven? Ik heb mij die vraag vaker gesteld.

http://www.bertbevers.com/houtengong.htm

Wat er ook van zij, gisteren ontving ik bezoek van mijn vriend Luc Neuhuys. Toen hij aanbelde en ik open deed, keek in de brievenbus en, ja, Bert was kennelijk weer eens voorbij gewandeld. Ik trof er een enveloppe met de traditionele “goede groet”, waarin een geplooid blad gevergeerd Featherweight (denk ik zo, op het eerste gezicht) met een gedicht van Bert en (de reproductie van een) zeefdruk van Gerrit Westerveld, keurig genummerd en gesigneerd door de dichter en de kunstenaar, exemplaar 32/60, een uitgave van Kleinood&Grootzeer.

Westerveld.jpg

Gerrit Westerfeld


Het gedicht van Bert treft mij door een surrealiserende zegging die hij zelden aanwendt.


Weinig namen heeft de droom


Nacht beweegt zich als een bos. Lege

valiezen lijken over verplaatsingen te peinzen.


Trouweloos als vluchtende vrienden rusten in kelders

scherprechters met slapen vol bloed. De dag begint met plotse

korte angsten die als hagedissentongen uit de diepte schieten.


Achter van dauw de trouw ziet hij

mensen met longen vol licht, gesis uit

ongeletterde monden. Weet niet of hij mee kan.

Beseft: ruiters zonder paarden zijn beter nederig.


Het is gans eenvoudig om niet mee te rijden.

Maar om vrijheid te omschrijven dient hij woorden

vol letters aan te wenden. Geen haast. Het mag

voor morgen zijn, of de dag der dagen.

Zullen we ons samen omdraaien?


In het Poëziecentrum Nederland aan 't Zand in Bredevoort is Bert Bevers 'dichter van de maand'.


Zie: http://www.poeziecentrumnederland.nl/paginas/dichtervandemaand.html

En: http://www.dichtervandemaand.blogspot.com/


HFJ

Partager cet article
Repost0
13 avril 2010 2 13 /04 /avril /2010 05:36

 PICT1763.jpg
Wilfried Adams (2007)

Jeroen Kuypers reageerde op de blog van gisteren, 'Stoflong, Verbroken adem, Vuur en vaas':

Hoe voorspellend in het zicht (of moet ik zeggen het gekuch?) van later. Prachtige woordspelingen en zinnen (een hoestende engel). Geef het toe: Wilfried Adams was een groot woordkunstenaar, soms wat ouderwets in zijn woordkeuze, maar een beklijvend dichter.

Dat lijdt inderdaad geen twijfel en werd hier op 26 januari 2008 in een omstandig 'in memoriam' onderstreept. Ter attentie van wie daar nog niet van overtuigd is, publiceer ik de cyclus 'Randschrift 30' uit de bundel Aanspraak of De school der onverhoede grenzen (1981).


Randschrift 30


1.


Er staat een man voor de deur, zijn mond is zwart,

zijn keel is toegekorst met brakke honger.

Hij klopt niet aan, hij gaat niet binnen.


De aarde wentelt om en om en om, en dat weet hij.

En dat de tijd van alle blinde of bebloede

muren de spleten heel zorgvuldig dichtstrijkt,

zodat geen mier, geen kever zou ontkomen. Dàt weet hij.


Een man staat voor de deur, zijn mond is zwart,

zijn keel is toegekorst met trage honger.

Hij beweegt zich niet, hij gaat nergens binnen.


2.


Hij strompelt als door struikgewas, door

kreupelhout, door de geringste van zijn gebaren,

hij hinkt en sakkert achter zijn schaduw aan.


Herfst rolt een zwerfsteen in hem heen en weer,

zijn stem hangt in de wilgen opgespijkerd, hangt

verbijsterd te spartelen in het sprokkelhout.

Hij staat te hijgen aan het eind van andermans Latijn.


Een onderdaan is hij: ruil hem in ! rol hem op !

Wat kunnen jou zijn vlokkige gestalten schelen, zijn

drenzende getallen in het grijze knarsen van de tijd.


3.


Een man vol engten, doorroffeld door de angst.

Hij struikelt over zijn woorden, door welk witter

noorden, hij staat verloren in de tijd.


Het is zijn eigen hersenschim: zinswendingen

blauw van kou en eenzame, verrafelde getallen

verdringen zich, klonteren zijn gehemelte toe.

Hij kent de winter, het hoge stollen zonder vrucht.


Zeg hem op, zeg hem af ! Zijn ziel vol halfgestopte

gaten hangt te druilen aan een plastic wasdraad

onder een logge huif van roestig vroegavendlicht.


4.


Er eet een man aan lange vreemde tafels,

er slaapt en schroeit een man tussen vreemde lakens.

Een man neemt de trein of een taksi of rént.


Hij slaat met zijn krant naar een mug of naar

niets. En grijnst, zijn stem is grint en splintert.

Hij loopt zichzelf voor de voet, zijn gebaren

flodderen rond hem als losgeraakte windsels.


De geboorteschrei wordt wat hij altijd is geweest,

wordt tot op de witste zenuw schoongeschraapt:

een stem, een ster die nergens weet te sterven.

(HFJ)

UFSIA.jpg

Van l. naar r.: Wilfried Adams, Hugues C. Pernath, Henri-Floris Jespers

en Michel Bartosik (1973)

Wilfried ADAMS, Aanspraak of De school der onverhoede grenzen, Gent, Masereelfonds, 1981, 63 pp.

http://mededelingen.over-blog.com/article-wilfried-adams-stoflong-verbroken-adem-vuur-en-vaas-48448858.htm

In memoriam Wilffried Adams:

http://mededelingen.over-blog.com/article-16025016.html

Partager cet article
Repost0
12 avril 2010 1 12 /04 /avril /2010 02:59

Adams.jpg

Van l. naar r.: Luc Boudens, Wilfried Adams & Henri-Floris Jespers (Thalamus, 2007)


Door wel allerminst toevallige omstandigheden (maar dat is een ander verhaal), neem ik Geen vogelkreet de roos ter hand, de derde bundel van Wilfried Adams (Leuven, 23 november 1947 – Antwerpen, 13 januari 2008), die ik destijds besprak in Nieuw Vlaams Tijdschrift.

Ik herlees het in memoriam Jan de Roek, gedichten opgedragen aan Hugues Pernath, Maurice Gilliams, Leopold M. Van den Brande, Dirk Adams; het (raadselachtige) gedicht 'Een spiegel' – “aan H.-F. J”.

Hier alvast drie gedichten die ik met u wil delen.

Stoflong


Het woord silikoze, ik koos het

omdat het is wat het is: een lenig

liefkozend bewegen van de tond


o zo zachtaardig


de lippen fel en sterk en plots

rond van verwondering: silikoze


om te eindigen in het grijze,

de mond vol knarsend

gruis, terwijl wat longen waren


Verbroken adem


Laag na laag in de goede waters van mijn slaap

daal ik, woorden zingend die niet langer woorden zijn,

en vermoed de blauwste van mijn einders.

Ik spreid mijn harsen adem als gewaden

en vind voorgoed de vrome koorts der rozen uit.


Metaal schrijnt op metaal, glas krast op glas:

ontwaken. 't Is niets. Mijn ogen rood,

een schrei zonder geluid, stofgoud van gescheurde

vlindervleugels stuift. De schaduw van een

engel vlucht hoestend weg over het bebloed behang.


Vuur en vaas


De dag was vage trillingen geweest

en dralende wolken. Scherp staat

de maand gehoornd, geen hond die zich verheft.


Een witte drift van sikkels door het gras.


Zo wordt petroleum gekraakt, kernen gesplitst:

van bitterheid is haast geen sprake.

Zo blaast men glas, en het vuur is vaas geworden.

HFJ

AdamsVogelkreet.jpg

Wilfried ADAMS, Geen vogelkreet de roos, Antwerpen / 's-Gravenhage, Walter Soethoudt / Nijgh & Van Ditmar, 1975, 92 p. [Nijgh & Van Ditmarpaperbacks 178].

Partager cet article
Repost0
8 avril 2010 4 08 /04 /avril /2010 16:06

 

Michael.jpg

 

Michaël Vandebril [Turnhout, 23 mei 1972] is van opleiding jurist.

Na begin van de jaren negentig het literaire wereld te zijn geïnfiltreerd, viel hij op door zijn organisatietalent. Het bleef niet zonder gevolgen. Sinds 2003 is hij coördinator van Antwerpen Boekenstad, de stadsdienst die literaire initiatieven ondersteunt, verwante organisatoren laat samenwerken en vaak ook voor tipgever speelt wanneer groeperingen geblokkeerd raken, wegens gebrek aan ervaring. Vandebril is een stille diplomaat. Zijn voorstellen formuleert hij zo dat de organisator ze ervaart als details, terwijl ze in wezen de sleutelbos zijn die de binnendeuren opent. Zonder het openen ervan blijft elke droom een wolk. Vanuit zijn stille diplomatie heeft hij gemaakt dat de stadsdichters van Antwerpen de status van ambassadeur hebben verworven.

Zijn ster als literair curator is de laatste jaren dan ook pijlsnel gestegen. Minder bekend is dat hij een talentvol dichter is. Het feit dat hij het organiseren niet kan laten, en uit overtuiging voor boottrekker speelt, heeft gemaakt dat zijn poëzie naar de achtergrond verhuisde. Gelukkig heeft hij het laatste jaar een evenwicht gevonden tussen het buiten- en het binnenwerk. Wat resulteerde in nieuwe gedichten, na een lange periode van stilte. De nieuwe gedichten werden voor het eerst het publiek aangeboden tijdens een tournee onder de benaming BOEST, een soort club van gelijkgestemde dichters zoals de Vijftigers: Allemaal verschillend van aard en toch voor eeuwig verwant. Aan het gebeuren was de uitgave gekoppeld van een bundel en een vinylplaat. De keuze van de elpee verwijst naar hun grote voorbeelden, bekend als de leden van de Beat Generation. En als enige vergelijking toegelaten is, lijkt de poëzie van Vandebril op deze van Gregory Corso.

Net als Corso, maar dan minder wollig, weet Vandebril persoonlijke ervaringen harmonisch te combineren met thema’s die alle taalminnaars eigen zijn: de onvermijdelijke tederheid onder de poëzie als instrument, het maniërisme van ons gedrag als harnas, en het eeuwig zoeken naar de sporen van de vrije wil.

Deze drie thema’s worden mens in de vrouwelijke engelennaam Muriël, afgeleid van Muireall, Schots-Geal voor ‘zeeglans’. En, zijn eigenheid getrouw, plaatst hij zich in de schaduw, zonder echter zijn contouren te verliezen. Al is hij een dichter, een engel [= androgyn], met het stof van de hemelse verbeelding in zijn vleugels, ‘de verpulverde gloed van een lichtgevende stad’, hij blijft een dandyeske jager, die wapens zoekt die geen wonden maken. Vandebril beseft dat ze niet bestaan, maar moet dat het zoeken stoppen?

Een eerste bundel is in de maak. Verschijning is voorzien voor 2011.

Guido LAUWAERT


Stofwisseling


als een dandy spuw ik kwik

zilveren gedichten in mijn hongerige hand


ik tooi mijn voorhoofd

met de verpulverde gloed van een lichtgevende stad


alle ogen glijden langs de lijnen

van het androgyne schepsel dat in me dringt


met de ademhaling van een tussenpersoon

bijt ik heldere vleugels af –


transparant als een magere wolk


o maar ik vergat het niet

je engelennaam is muriël, felle


toegewijde ster


Michaël VANDEBRIL

Partager cet article
Repost0
8 avril 2010 4 08 /04 /avril /2010 04:27

Lire.jpg

Het Franse maandblad Lire, een uitgave van de groep Express-Roularta, publiceert een enquête over 'Ce que gagnent les écrivains'. Verplichte lectuur voor Vlaamse schrijvers die over hun uitgever klagen... (en voor al wie belangstelling heeft voor het wel en wee in de republiek der letteren). Revelerend zijn alvast volgende cijfers. Neem een boek dat 20 € verkocht wordt: 6,60 € gaan naar de boekhandelaar; 4,40 € naar de verdeler, 2 € naar de drukker, 1,10 € naar de staat (BTW). De uitgever vangt tussen 3,40 en 5 €; de auteur tussen 1,60 en 2,40 €.

Zijn er cijfers beschikbaar voor Nederland en Vlaanderen?

HFJ

Lire, avril 2010, 106 p., ill., 5,90 €. In de krantenwinkel.

Partager cet article
Repost0
31 mars 2010 3 31 /03 /mars /2010 17:42

Mieke-de-Loof-en-Leen-van-Dijck.jpg

Mieke de Loof (links) en Leen van Dijck, directeur Letterenhuis Antwerpen

Voor de Gouden Strop 2010, de prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige spannende boek, werden in totaal 87 titels ingezonden. Een jury heeft daaruit nu een longlist van elf boeken gekozen:

  • Van twee kanten van René Appel (Anthos)

  • Hoe zwart is de duivel? van Hans Declercq (Van Halewyck)

  • De minzame moordenaar van Bram Dehouck (Van Halewyck)

  • Sioux blues van Bavo Dhooge (Manteau)

  • De geur van gras van Lieneke Dijkzeul (Anthos)

  • Machteloos van Marianne en Theo Hoogstraaten (De Boekerij)

  • Dossier Tobias van Annet de Jong (Uitgeverij Q)

  • Serpent van Carla de Jong (Archipel)

  • Wrede schoonheid van Mieke de Loof (De Geus)

  • Zondaarskind van Marion Pauw (Anthos)

  • Hengst van Roger H. Schoemans (Davidsfonds)

De shortlist zal bestaan uit vier of vijf titels. Die wordt bekendgemaakt op 27 april, tijdens de persconferentie voor Juni – Maand van het Spannende Boek.

De Gouden Strop is de prijs voor de beste (oorspronkelijk) Nederlandstalige spannende roman. De prijs is in 1986 in het leven geroepen door het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs, en genoemd naar het gelijknamige boek van Joop van den Broek.

Partager cet article
Repost0
31 mars 2010 3 31 /03 /mars /2010 17:02

Op de pui van het stadhuis van Tongeren,

in de late sneeuw van het voorjaar,

heb je Christus gekweld gezien, bespuugd,

bloedend, gewond, verminkt, bleek en

afstotelijk.

                                         Een jongen is net aangerand,

niemand bekommert zich om hem,

hoe hij daar in zijn trenchcoat ligt te bloeden,

het recht van zijn eenzaamheid opeisend,

net Christus in de Mattheuspassie, door mama

aanbevolen als het grootste kunstwerk aller tijden.


Ambiorix, hautain in zijn glorie na de plundering,

verheerlijkt de moed van de martelaar. En jij,

hautain in dit moment van herkenning,

behandelt jezelf als een slachtoffer,

terwijl de huizen om je heen armzaliger

en wanordelijker worden, nog schaarser,


tot alleen de gesloten kathedraal overblijft,

jij en de kathedraal en de leegte.


Bart STOUTEN

 

Bart Stouten [Sint-Truiden, 19 september 1956] is licentiaat-vertaler en om den brode producer van Klara [VRT]. Als geen ander weet hij poëzie te koppelen aan klassiek, jazz, wereld- en filmmuziek. Bij wijze van spreken is het ook zijn lang leven. Hij moet combinaties kunnen maken om zijn diepere gevoelens op een populaire manier te kunnen uiten, zonder zweem van vulgariteit, waar hij overigens van gruwelt. Hedendaagse trends van de literatuur en de filosofie, gelinkt met een vleugje verleden, zijn de kers op de taart van zijn programma’s als Pak van Sjaalman, gevolgd door De Tuin van Eden.

De culturele geschiedenis in al zijn facetten en details, zou je kunnen zeggen, is de basis van zijn poëzie. Om die geschiedenis te kunnen vormgeven is reizen noodzakelijk. Naar vreemde culturen, want al zijn ze verwant, ze blijven vreemden door een beperkte kennis van hun onderliggende anekdotische historiën.

Het gedicht komt uit zijn meest recente bundel, Een Boek van Tijd, uitgegeven door de uitgeverij P. Cultuur, actualiteit en opvoeding vloeien samen tot een innerlijk sfeerbeeld. Uitgezonden door zijn moeder is Bart Stouten, na de consumptie van de Mattheuspassie, getuige van een kort voordien gepleegde aanranding. Thuisgekomen en in de intimiteit van zijn kamer noteert hij de ervaring in zijn dagboek. Later wordt de notitie een gedicht. De tijd tussen het gebeuren en de creatie maakt dat al zijn gevoelens vernuchteren en zorgen voor een tedere zwart/wit-foto. In vers 1 worden de feiten neergezet. In vers 2 komt de eerste reactie bovendrijven: de aangerande jongeling wordt Christus, gevallen onder het kruis, symbool van eender welk geweld. In vers 3 wordt de dichter Christus, een man die zichzelf verwijt geen sleutel op de deur naar een wereld zonder geweld te hebben – het geweld by the way, gesymboliseerd door een egocentrische verzetsstrijder, Mussolini avant la lettre.

Bart Stouten laat een zachte stem horen’, zei Kurt van Eeghem in Ramblas [Klara]. De zachtheid is gegrond door de schets van zijn karakter, zoals hoger gesteld, maar is leenrecht verschuldigd aan een persoonlijk drama, het overlijden van zijn ouders en tweelingzus in een tragisch ongeval midden in zijn puberteit. En dit tikkend besef ik dat de poëzie van Bart Stouten dna heeft van zijn tweelingzus. Een mens is de optelling van zichzelf, zijn ouders, en in het geval van een meerling, dit alles in de tweede, derde, vierde, … macht.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
23 mars 2010 2 23 /03 /mars /2010 04:18

Dat Hubert van Herreweghen een van de belangrijkste levende Vlaamse dichters is, staat m.i. als een paal boven water. Zonder enige mentale restrictie onderschrijf ik de uitspraak van Patrick Lateur: “Hij komt verrassender uit de hoek dan veel van zijn jongere collega's die vandaag de literaire canon uitmaken.”

(Even tussen haakjes: de literaire canon? Welke canon? Welke regel? De vluchtige door de media vertolkte en (al dan niet) zacht opgedrongen consensus? Consensus, een bepaald onfris, uit de politieke wetenschappen overgewaaid begrip waarvan de oorspronkelijke Latijnse betekenis 'samenzwering' betekent.)

KunstTSvlHERRE.jpg

Kunsttijdschrift Vlaanderen brengt een huldenummer aan de negentigjarige, veelgelauwerde dichter, wiens zonder meer verbluffend meesterschap zich met de jaren almaar soevereiner en speelser ontplooit. Inleider Herman van Rompuy stelt terecht dat de vitaliteit van Hubert van Herreweghen 'ontstellend' is, dat zijn taalkracht met het ouder worden verhoogt.

De aflevering van Vlaanderen is voorbeeldig gestructureerd. Met een bepaald gedicht of cyclus als uitgangspunt wordt het zo geschakeerde oeuvre van Herreweghen secuur en met veel empathie belicht door Lut de Block, Hugo Brems, Stefaan Evenepoel, Joris Gerits, Frans de Haes, Dirk Hanssens osb, Geert van Istendael, Hilde Keteleer, Anne Marie Musschoot, Joris Note, Willy Spillebeen, Carl de Strycker, Yves T'Sjoen en Herlinda Vekemans. Vaak worden daarbij poëticale uitspraken geformuleerd die, wars van neo-post-pomo jargon, meer dan het overwegen waard zijn.

Patrick Lateur brengt vooraf een pretentieloos maar bijzonder verhelderend overzicht: “Een dichtersleven gebundeld, besproken, uitgesproken”. Ik vermoed dat hij de architect is van dit huldenummer, een absolute must, uiteraard voor de Van Herreweghen-fans, maar ook voor alle ware poëzieliefhebbers. Als uitsmijter brengt Frans de Haes een aantal zonder meer voortreffelijke Franse vertalingen.

Webben.jpg

In de rubriek 'Bibliotheek', verzorgd door Geert Swaenepoel, bespreekt Carl de Strijcker de jongste bundel van Van Herreweghen, Webben & wargaren: “De titel is een metafoor voor hoe de dichter het leven ervaart: men is erin verstrikt en krijgt er geen greep meer op”.

Het volgende gedicht zal wel iedereen aangrijpen die gevoelig is voor een nuchtere, maar tevens in het metafysische geankerde visie op de realiteit:

 

Hominisatie


Zijn moer is erbij omgekomen,

toen hij, uit de bewoonde bomen

en het groot bosgeweld,

als zuigeling werd meegenomen

en op transport gesteld.


Een orang-oetang in zijn kooi,

een kelder van beton,

al twintig jaar alleen, ten prooi

aan een menswording, die begon

bij gebrek aan ruimte,

woud

en zon.

*

Net als de dichter Hubert van Herreweghen wordt ook het tijdschrift Vlaanderen met de jaren hoe langer hoe duidelijker “incontournable”...

Henri-Floris JESPERS

Kunsttijdschrift Vlaanderen, jg. 59, februari 2009, nr. 329, [61 p]., ill., 10 €.

Hubert van Herreweghen, Webben & wargaren, Leuven, P, 2009, 62 p., 15 €.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche