Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
12 septembre 2010 7 12 /09 /septembre /2010 03:43

11637-recensie-infiniti-door-frank-de-vos.jpg

 

Benno Barnard heeft een zalige, scherpe pen. Hij is gezegend met de kracht van de ironie en me dunkt Anglicaan, lid van de Engelse staatskerk. Ik lees hem graag. Ik ben dol op deze oranje medemens. Elke week kijk ik uit naar zijn strapatsen op zijn Knackblog. De grootse verwezenlijkingen van onze Joods-Christelijke cultuur krijgen bij hem altijd voorrang op andere, de Islam in het bijzonder. Weerom geloof, altijd dat geloof met zijn grote gelijk. Nooit mag geloof aan kritiek worden onderworpen want dan toon je geen respect. Dan ben je beledigend. Mannen kunnen/ mogen van mening verschillen over auto’s, voetbal en politiek. Vrouwen kunnen/ mogen van mening verschillen over wasmachines, vibrators en lingerie. Maar over geloof doe je best geen uitspraken. Een gelovige blijft onaantastbaar en mag niet op de vraagbank worden gelegd. Onder de mom van ‘vrijheid – blijheid’ is deze hybris van alle tijden….

Zij werd 21 jaar oud maar door omstandigheden is het altijd een kind van 7 jaar gebleven; een guitig, vrolijk zorgenkind dat meer dan 10 operaties onderging.

Deze week was ik op de uitvaart van dit jonge leven en behoorlijk onder de indruk van de woorden van haar oom die netjes in een pak met das gestoken de aanwezigen toesprak. Ofschoon ik een Rooms product ben van een Latijn-Grieks internaat van een Eucharistisch college, ontsnapt me al jaren de gang van zaken tijdens een uitvaartdienst. Voor mij is dit zinledig en ik heb vooral rondgekeken naar al de aanwezigen. Ik moest denken aan de terechte woorden van Barnard die hij een tijdje terug optekende onder de titel ‘Vorm is de mal van menselijkheid’:

Iemand die in vrijetijdskleding op een begrafenis verschijnt, propageert het dogma dat alles wat lekker is ook goed is. Daartegenover staat de zelfbeheersing van de bourgeois, misschien een varken, zoals Brel keelt, maar deze spleethoevige is tenminste aangekleed. Hij krabt niet in zijn kruis, ook al jeukt het. Hij spuugt niet op de grond en hij vreet niet met zijn handen. Allemaal kleine symbolische gebaren die zeggen: ik sla jou niet op je gezicht, zelfs niet als ik er zin in heb. Burgerlijk fatsoen drukt het tegenovergestelde van moordlust uit. Daarom heb ik zoveel waardering voor mensen die in een gestreken hemd rondlopen, een punt waarop ikzelf helaas een hopeloos Boheems falen tentoonspreid. Het afschaffen van de zelfbeheersing… maar laat ik niet op het stokpaard geheten mei ‘68 klimmen. Ik zeg enkel dat dictaturen floreren als de talentlozen in plaats van zich te moeten beheersen hun rancune mogen uitleven.

Op deze uitvaart streelden de witte Nike’s, de blue jeans, shorts en andere makkelijke, veelkleurige hedendaagsheden mijn oogleden. Ik heb nu het succes van Coca Cola, Pizzahutten, Mc Donalds enz. begrepen. Zij zijn er in geslaagd om onze smaakpapillen weg te slijpen tot een makkelijk te kauwen en door te spoelen geheel. Nog enkele jaren en bij warm weer verschijnen de strings en monokini’s op slippers, de mannen met toonbaar borsthaar in boxershort, of in een overall die op een drafje komen aanlopen.

Op mijn doodsbrief, mijn laatste faire-part komt een dwingend verzoek: ‘Gelieve ingetogen, aangepaste kledij te dragen’. Toen ik vijftig werd heb ik al enkele epitafen bij elkaar geschreven. Uit de drie onderstaande zal ik er ooit een kiezen:

GRAFSCHRIFT 1

HIER LIGT FRANK DE VOS

BIJ LEVEN EEN TEGENLEVER

GESTORVEN AAN TEVEEL GEZEVER

 

GRAFSCHRIFT 2

 

HIER LIGT FRANK DE VOS

HIJ LIGT HIER DOOD TE LIJKEN

OM DE FISCUS TE ONTWIJKEN

 

GRAFSCHRIFT 3

 

HIER LIGT FRANK DE VOS

BIJ LEVEN ONTZETTEND NUKKIG

NU LIGT HIJ HIER DOODGELUKKIG


 

Wat ben ik dus graag een bourgeois. Zo een aftandse, oubollige zeveraar, te links bij rechts, te rechts bij links, de religieuze atheïst, de feminist bij seksisten, de seksist bij feministen, politiek een hopeloze dakloze, meer en meer onaangepast in deze tijden van powerpoints, IPods, beamers en al dat lekkers in modern Nederlands.

4d42b6da471772eddf00fc1797c91ff1.jpg

Gelet op mijn slecht karakter kan ik het niet laten om bij deze column een foto te plaatsen van een Afghaans kind, zwaar verminkt door een clusterbom dat met de zegen van onze rijke Joods-Christelijke cultuur door de adepten van de Anglicaanse kerk zoals een Tony Blair werd uitgestrooid. Zijn biografie is deze week met veel trommelgeroffel verschenen. Weliswaar met pijn in zijn hart sluit deze gelovige medemens een oorlog tegen Iran niet uit. Wedden dat weerom de missen ten hemel zullen schreien.

Ik blijf het uitschreeuwen.

Frank DE VOS

Partager cet article
Repost0
3 septembre 2010 5 03 /09 /septembre /2010 02:48

Met de publicatie van De moerbeitoppen ruischten maakte Anton van Wilderode in 1943 definitief naam. De 52 gedichten waaruit Van Wilderodes debuutbundel bestond, werden amper een jaar na de eerste druk aangevuld met vier nieuwe gedichten in de tweede vermeerderde druk (1944). Deze 56 gedichten werden tot de laatste geautoriseerde versie van de bundel in Verzamelde gedichten uit 1990 herdrukt met grotere en kleinere varianten van de auteur.

Het Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- & Letterkunde publiceert een documentaire varianteneditie met een kroniek van de genese door Edward Vanhoutte.

Dit boek (784 p.) presenteert de oorspronkelijke teksten, een overzichtelijk variantenapparaat met genetisch commentaar, bibliografische beschrijvingen van al het overgeleverde bronnenmateriaal en een rijk gedocumenteerde reconstructie van de wordingsgeschiedenis van De moerbeitoppen ruischten.

Hoogtepunten hierbij zijn de kroniek van de periode 1937-1944 die werd samengesteld op basis van nieuw archiefonderzoek van tot nog toe onbekende dagboeken, kladschriften, briefwisseling en handschriften van de auteur, meer dan honderd nieuwe en ongepubliceerde gedichten van Anton van Wilderode en een facsimile van de de bundel Liederen voor December waarmee Van Wilderode deelnam aan de August Beernaertprijs 1941-42 van de Academie.

Hugo Brems, Maarten De Pourcq en Carl De Strycker belichten Van Wilderodes debuutbundel in drie essays en Herman Van Rompuy schreef een voorwoord bij het boek.

Naast de heruitgave van een belangwekkend literair debuut, bevat dit boek ook de eerste wetenschappelijke studie van het vroegere leven en werk van Cyriel Coupé / Anton van Wilderode.

Die toont aan, aldus de uitgever, dat de auteur het als informant voor de tot hiertoe verschenen bio-bibliografische publicaties niet zo nauw nam met de historische werkelijkheid.”

Het boek wordt op woensdag 29 september te 17 uur in het Academiegebouw gepresenteerd. ■

Partager cet article
Repost0
30 août 2010 1 30 /08 /août /2010 21:27

Appie.jpg

Appie Baantjer en Simon de Waal signeren in een boekhandel te Utrecht

Een lijk in de kast” (13 juni 2010).

De laatste maanden hadden we vaak gesprekken over de dood. Hij wist, als geen ander, dat niemand het eeuwige leven heeft. “Maar weet je wat de ellende is?” zei hij dan, “Je gaat nooit in een keer dood.”Ik begreep wat hij bedoelde. Hij had de geest van een charmante jonge man, en zo gedroeg hij zich ook, maar had met zijn 86 jaar onvermijdelijk het lichaam van een oudere man. En toen dat lichaam hem langzaam maar zeker in de steek liet, wilde hij het liefst stilletjes gaan slapen, om niet meer wakker te worden.

De afgelopen twee weken bleek hij zo ernstig ziek te zijn, dat zijn lichaam eerder dood wilde dan zijn geest. “Ik heb nog helemaal geen tijd om dood te gaan, er zijn nog zoveel leuke dingen....maar ja...” zuchtte hij dan. 

Vandaag is Appie gaan slapen, om niet meer wakker te worden. “Misschien zie je je vrouw straks wel weer,” zei ik tegen hem, vlak voor hij insliep. Hij haalde zijn schouders op en glimlachte geheimzinnig. “Ik merk het wel...”

Appie Baantjer, een groot mens, een groot schrijver, is er niet meer. 

Ik zal hem ontzettend missen en met veel warmte aan hem denken zoals hij was. 

Vol liefde, vol humor, en nu weer gelukkig bij de vrouw die hij zo miste.

Simon DE WAAL

29 augustus 2010



Partager cet article
Repost0
24 août 2010 2 24 /08 /août /2010 02:54

Nestor-2087.jpg

Laudatio door Marc Somers, voorzitter van de Vereniging van Kempische Schrijvers

Nestor-2098.jpg

Laudatio door Frans Depeuter, redacteur van Heibel

Nestor-2120.jpg

Jef van Uytsel krijgt de trofee van sponsor Werner Coudyser

Nestor-2137.jpg

Optreden van Jef van Uytsel

Nestor-2130.jpg

Frans Depeuter, Zjef van Uytsel, Frank Ivo van Damme, Werner Coudyser,

Joke van den Brandt, Ingrid Ryken

en Robin Hannelore

Nestor-2274.jpg

 

Sjef van Uytsel, Gaston Durnez en Frank Ivo van Damme

 

Fotoreportage: Kaatje van Damme.

Partager cet article
Repost0
23 août 2010 1 23 /08 /août /2010 19:03

De imaginaire kosmos van een bricoleur [*]

Pjeroo.jpg

Pjeroo Roobjee is de Lautréamont van de Lage Landen. In de kasseienstad van Vlaanderen, zowel in fragiel figuurlijke zin bekeken als volgens ’t leurbakske van de letterlijke, groeide Roobjee op in een sociaal milieu, waar het rook naar de haard van moeder en de aard van vader, een man met de lucht van lood in de schoenen, afkomstig uit de drukkerij van moedertje Vooruit en van vadertje Anseele, de man van brood en biefstuk voor het volk. Al heeft Pjeroo zich jaren geleden teruggetrokken op de taalgrens, alwaar hij een niet van enige stijl ontbrekende directeurswoning van een verlaten en versleten fabriek bezet, de stad waar Boon, Claus, Minne, Maeterlinck de beste zowel als de slechtste herinneringen aan bewaren, Ganda, voor wie enige notie heeft van geschiedenis, plakt aan elke ademstoot van Pjeroo, geboren en gewassen, bestempeld en bepoteld van de wieg tot het met houtworm bezette kinderbed, als Dirk De Vilder.

Maar verlaten wij thans stapvoets en rechtevoort…

Op de dag van zijn geboorte crashte de Mustang Mk III van James Morgang Harris, piloot van de Royal Air Force, in een veld van Vaalbeek, een goed gelegen gemeente zes kilometer ten zuiden van Leuven. Volgens een ooggetuige werd Harris’ vliegend tuig, op de 7de februari van hetzelfde geboortejaar als de steller van dit hoogstaand literair werkstuk, achtervolgd en beschoten door een Duits gevechtsvliegtuig. Deze gebeurtenis om met een bewijs uit een curieus geheugenhoekje van Google, aan te tonen dat de Tweede Wereldoorlog bij het ter wereld komen van Pjeroo nog niet afgelopen was. Het zou nog enkele maanden duren eer Hitler een doodspil slikte en even later voor de zekerheid zich nog een kogel door zijn bruingebakken brein joeg. Al heeft hij niet bewust de laatste oorlogsmaanden meegemaakt, de waanzin van de oorlog in onze voormalige schone velden en levenslang verminkte steden, heeft zijn sporen en dwarsliggers nagelaten zowel in pen als in penseel van Roobjee.

Hij was een aangenaam causeur…

Roobjee naast Isidore-Lucien Ducasse, zich noemende Comte de Lautréamont, plaatsen, is gevaarlijk. Maar ook logisch. Net als het literair werk van de zelfbenoemde graaf is dat van Roobjee telkens opnieuw weer literatuur van de notenbalken geplukt. Het zingt en swingt, elke alinea is een contrapuntische schepping, dat onze vriend Sebastiaan – niet de spin maar de dirigent, musicus en componist van de Thomaskirche van Leipzig – ten zeerste zou bevallen zijn, ware hij de taal van Van Duysche en Multatuli machtig geweest. De ene herinnering brengt de andere mee. Ze bevruchten elkaar en stoten details af, die zich vermenigvuldigen en vertakken om elkaar onder en boven te kruisen. Wat een moeras lijkt, blijkt een paradijs.

Het onweerde in mijn kiekenskot en boven Gent.

En de zinnen. Laten we het even over de literaire zinnen van de schilderende schrijver Roobjee hebben, getikt op een Gabriele, de zwaarste draagbare schrijfmachine van de firma Adler, gesticht door Heinrich Kleyer uit Frankfurt am Main en handelaar in gasmotoren, fietsen, moto’s, vierwielers en schrijfmachines. Wie schrijft er nog een lange zin? Hoe korter ze zijn, hoe beter, luidt het advies aan elk kind die het lege blad naar zich toetrekt een potlood zoekt en zich aan zijn eerste monosyllaben waagt. Ze dwalen. Roobjee heeft dat advies altijd langs zich heen laten glijden. Korte zinnen vernederen het geheugen dat van de ene kamer naar de andere springt, de overloop vermijdend, zoals een kind in een hinkelpark, met krijt getekend op de openbare weg die wegens de toename van het motorisch verkeer met zijn snelheidsduivels kindonvriendelijk is geworden.

Hij klemde thans zijn kaken op malkander.

Bijzinnen bezingen mekaar tot hoofdzinnen elkaar beminnen. Leestekens staan waar Roobjee ze wil, niet waar de eindredacteur met een met veel zorg en nauwkeurigheid samengestelde Uitgebreide Schrijf- en Spraakleer der Nederlandsche Taal naast zich ze met een vriendelijke wenk maar met een dwingende ondertoon ze graag zou willen zien staan. Pjeroo staat op de vrijheid van de chaos, niet om de contraire uit te hangen maar om door de chaos de natuur in de cultuur te vinden. Uiteraard is een eindredacteur noodzakelijk. Zelfs Claus had er een. De vriendelijkste, mooiste en intelligentste die uitgeverij De Bezige Bij in huis had. Een vrouw voor een man wiens penis zijn pen was. De rol van een eindredacteur, zo dacht ook Louis Paul Boon er over, is die van een verdediger, niet van een aanklager. Als eindredacteurs zich de rol aanmeten van procureurs, de meesterwerken van drieduizend jaar literatuur zouden nooit verschenen zijn.

De dag begon alsof hij reeds opgebezigd was…

De nieuwe roman van Pjeroo Roobjee verschilt in wezen nauwelijks met zijn debuut. Het enige fundamentele verschil met zijn vroegere werk is een met de jaren opgeschoonde ordening van zijn onderbewuste ervaringen, gevist uit de bewuste, gemarineerd in een literair badje. Het aanhouden van een flink leestempo bevordert de spanning van de pezen van de boog en verhoogt ongetwijfeld en voorzeker het genot dat bij momenten tot hilarische hoogte zal stijgen. Wie bovendien met het oor leest, zal zijn vreugde weten groeien als kool en zien kweken als konijnen. Het verhaal is bij Roobjee jamais bijkomstig, maar is enkel nuttig om zijn malcontente gemoed over het gouvernement te luchten. Een gemoed dat met het kweken der schone rimpels richting derde leeftijd een steeds belangrijker wijsgerig, ja, occult stelsel heeft ingenomen.

Na te hebben gezegd wat hij te zeggen had, …

De trouwe lezer zal daarenboven merken, en wie geen trouwe is weet het bij deze, dat Pjeroo’s proza een retrograde weg aflegt. Hoe ouder hij wordt, hoe dieper hij afdaalt in zijn eigen historie. Het lijkt wel of hij met elk boek zich verder en verder van de bewoonde, in een razendsnel tempo changerende wereld, wil verwijderen. De korte inhoud laat geen twijfel bestaan aan de echtheid van deze bewering. Oordeel zelf.

In de hoop te kunnen genezen van een levenslang liefdesverdriet en aan eeuwig weerkerende herinneringen te ontsnappen, beslist Odette Saudemont, goed in de zestig, om uit te wijken naar Zuid-Frankrijk. Daar vindt zij bij een groezelige bouquiniste in de buurt van Béziers tot haar verbazing een Nederlandstalige uitgave van Toergenjevs Eerste liefde. De ongelukkige Odette herkent het boek ogenblikkelijk. Ze schonk het lang geleden aan haar eerste, enige en zeer gevaarlijke liefde Winnie, haar 'zoete kaper van klinkende munt en van onozel rinkelende meiskensharten'. Tegen beter weten in begint Odette een zoektocht naar haar kweller, een odyssee langs ontelbare stadjes en gehuchten in de Languedoc.

Om reden van deze feitelijkheden, …

Roobjee’s proza is, kort maar ook weer niet al te kort samengevat, een curieuze mélange van waarheid en leugen die leidt naar een imaginaire kosmos dat de bricoleur behoedt voor vallende ziektes van de geest en aangeboden wordt aan de lector benevole omdat wat geschreven is, is geschreven om gelezen te worden en de compositeur nu eenmaal met of tegen zijn wil een sociaal bewogen figuur is met een scherp oog voor de emotionele evolutie van elke mens, met hemzelf als grote en beste voorbeeld. Het veelvuldig gebruik van woorden op hun retour, belgicismen, de klankstructuur van het Gentse dialect, een artificiëel archaïsche taal en het goedaardig vermassacreren van uitspraken van vele mannen van wetenschap en kunst maakt, dat de vergelijking met Lautréamont verantwoord is, maar evenzeer dat Roobjee thuishoort in de stal waar ook Miguel de Cervantes Saavedra, François des Loges de Montcorbier – bijgenaamd François Villon, Jean Ray, Hans Jakob Christoffel von Grimmelshausen en vele andere schelmenschrijvers verblijf hielden, bij leven, en nog houden, in hun onsterfelijke tijd.

Guido LAUWAERT

 

Pjeroo ROOBJEE, Een mismaakt gouvernement, Amsterdam / Antwerpen, Querido, 19,95 €. ISBN 978 90 214 3848 1

 

* De tussentitels zijn geplukt uit de roman.

 

Pjeroo Roobjee

pseudoniem van Dirk De Vilder - Gent, 7 februari 1945

- Schilder, tekenaar, graficus, acteur, causeur, auteur en zanger

- Student Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Gent en van de voorbereidende afdeling van de Rijksacademie van Amsterdam.

- 1966: Leo J. Krijnprijs voor zijn debuut De nachtschrijver

- 1984: Eugène Baie-prijs

- 1988: Arkprijs van het Vrije Woord

- 1994: Louis Paul Boonprijs

- 2004: Cultuurprijs Stad Gent

- woont momenteel in Ellezelles [Wallonië] en in Frankrijk.

- vorige uitgave: Naar betere oorden en andere verhalen uit de buitenste duisternis, Amsterdam / Antwerpen, Querido,

 

Partager cet article
Repost0
21 août 2010 6 21 /08 /août /2010 03:23

Onder deze titel verschijnt vandaag in de weekendeditie van Het Nieuwsbladeen nieuw en spannend kort verhaal van Bob Mendes over Samuela Keizer, de Antwerpse privé-detective, die nu in opdracht van het Gemeentelijk Havenbedrijf, de strijd aanbindt met containerdieven.

Diamanten Kogel 2009 066

Twee winnaars van De Diamanten Kogel: Bavo Dhooge en Bob Mendes


De 'Sam Keizer'-verhalen kregen internationale waardering. 'Dirty Dancing' werd onderscheiden met de prestigieuze prijs van de International Association of Crime Writers.

Een aantal 'Sam Keizer'-verhalen werden gebundeld in Spannende verhalen, Manteau, 2004, 373 p.

Mendes

Partager cet article
Repost0
12 août 2010 4 12 /08 /août /2010 00:07

Kunst is een vorm van geneeskunde. En net als geneeskunde heeft het dokters, professoren, psychologen, kinesisten, verpleegkundigen. Kortom, het hele gamma van wat een ziekenhuis te bieden heeft is aanwezig om het leven van zowel kunstenaars als kunstminnaars te verlengen, in stand te houden, te verbeteren. ‘Anders zichtbaar’, het 1 kilogram wegende boek van VUBPRESS, met als voorganger Johan Swinnen, dragend de machtige ondertitel ‘Zingeving en humanisering in de beeldcultuur’ is van de boude bewering samengevat in de eerste drie zinnen, het beste bewijs. Maar!

 

Het haast 700 pagina’s tellende boek - 24 cm hoog op 17 breed en 3,5 dik –‘heeft als doel een humanistische visie te geven op de beeldcultuur die ons omringt maar vaak ook ons dreigt te wurgen… Het wil een bijdrage leveren aan een humane samenleving en een zinvol bestaan te geven… ‘Anders zichtbaar’ is een uitnodiging aan iedereen die een stap vooruit wil zetten op weg naar een praktische toepassing van de kennis van beelden.’ De teksten tussen haakjes zijn een greep uit promotekst op de achterkaft. Hij mag ook gezien worden als waarschuwing. Ik verklaar mij nader.

 

Anders zichtbaar’ is opgedeeld in lemma’s, die zijn opgedeeld in een aantal hoofdstukken, die dan weer door een aantal wetenschappers wordt benaderd zonder dat ze elkaar tegenspreken en die er toch een eigen mening op na te houden. Stuk voor stuk zijn het gefundeerde exposities, al zijn de meeste te lang, maar ja, waarom het kort houden als het lang kan. De indruk door de uitrekken ontstaat dat de auteurs schreven voor hun directe vriendenkring, en de modale lezer ver van hun klavier was. Nochtans is het juist die doelgroep die zijn overtuiging bevestigd wil weten, niet met oneliners, maar met bondige standpunten.

 

Het begint al met de inleiding. Met alle sympathie voor de voorganger, Johan Swinnen, maar een inleiding moet kort en krachtig zijn. Door de inbeslagname van 12 bladzijden klein gedrukte tekst verdwijnt de zin om verder te lezen. De lezer moet even bekomen. Een lange inleiding is bovendien een belediging voor de andere medewerkers. Laat ze hun verhaal doen. En wat je te zeggen hebt, verwerk dat in een artikel verderop in het boek. Zo vermijd je een troonsbestijging. En dat is toch wat we allemaal willen vermijden, nietwaar? De jongens en meisjes die waarlijk begaan zijn met de bloei van de kunst. Grootmeester in de loge, dat mag, zolang we maar kramer blijven op de markt.

 

Met waar genoegen heb ik in een hutje op de hei het boek gelezen. Van zodra echter drie saaie zinnen elkaar opvolgden, was het tijd voor de diagonale weg. Ik verbaas mij er altijd over hoe onnodig ingewikkeld professoren, assistenten en hun secondanten hun zinnen kunnen maken. Daarenboven lopen hun zinnen op kunstbenen met kurkdroge scharnieren. Voorbeeld uit een artikel van Olga Van Oost (Het iconische museum in de hedendaagse beeldcultuur): ‘Er wordt vandaag vaak nog sterk vastgehouden aan categorieën zoals ontwikkeld in de vroege moderniteit, maar bovenstaande schets geeft aan dat deze situatie in de late moderniteit moeilijk houdbaar blijft.’

 

Sommige artikels hebben een literair sausjes gekregen. Het ontbreekt ze echter aan kruiden die ze spits houden. Waarom voor Beckett spelen als je onder Brusselmans bengelt? Het is oneerlijk, iets wat niet kan gezegd worden van zowel Beckett als Brusselmans. Hun taal is de taal van de ziel in hun hart. Er valt soms heel wat af te lachen, toegegeven. Ik verdenk er sommige wetenschappers van opzettelijk schemertoestanden te creëren, vanuit een combinatie van petgooierij en ironie. Als voorbeeld een zin geplukt uit een artikel van Willem Elias (Profielen van paroxisme) ‘Het essentiële is slechts over zichzelf praten om beter over de anderen te kunnen spreken en omgekeerd, slechts over de anderen spreken om het beter over zichzelf te kunnen hebben.’ Klopt als een zwerende vinger, maar simpeler ware geweest: ‘De zelfverheerlijking over de rug van anderen is de basis van het paroxisme.’

 

Albert Einstein was eenzelfde mening toegedaan. Hij heeft een theorie ontwikkeld zonder einde, maar wist ze wel in drie woorden samen te vatten: ‘Alles is relatief’. Dat het de belangrijkste zin van de twintigste eeuw is, is niet verwonderlijk. De heren en dames filosofen met kunst in hun portefeuille zouden verplicht moeten worden om jaarlijks, voor aanvang van het academische jaar, of bij het begin van een belangrijk werk, zoals een wetenschappelijk artikel, het traktaat van onze vriend Ludwig Wittgenstein, zijn Tractatus logico-philosophicus, dat uitblinkt door beknoptheid en helderheid, uit de kast te halen én te [her]lezen, ten bate van de verdediging van de kunst. Een lange zin, nietwaar? Opzettelijk. Om aan te tonen waar het schoentje wringt in ‘Anders zichtbaar’.

 

Een beperkt aantal artikels zijn best aardig. Door hun onderhuidse speelsheid. Zoals deze van Nele Bernheim, Bernard Dewulf, Tom De Mette, Tamara Bergmans [haar artikel – Het maken van een fotoboek – is spannend en vlot geschreven]. Hun artikels verzuipen echter tussen de artificiële taarten van vele zelfbenoemde kunstpauzen. Zij kozen de langste weg voor wat dichtbij te vinden is.

 

Tot slot stoort mij ook de pedanterie van heel wat stukken. Hij draait de essentie de nek om. Kijkend in de geschiedenis valt op dat de grootste wijsgeren hun overtuiging bescheiden wisten te poneren. Ieder van hen gaf aan zijn mening een vorm die onderweg van het brein naar het papier even halt heeft gehouden in de kroeg waar het stinkt naar het instinct. Als de auteurs van ‘Anders zichtbaar’ dat ook hadden gedaan, had hun hoogmoed het begeven. Maar ja, de kunst zichzelf weg te cijferen is weinigen gegeven. Want wie zichzelf als onderwerp propageert, is ziek, zonder het te beseffen. Of weet het wel maar wil het niet toegeven. In dat geval heeft zijn ziekte een kwaadaardig element onder haar koepeldak. IJdelheid.

Guido LAUWAERT

 

ANDERS ZICHTBAAR Zingeving en humanisering in de beeldende cultuur – Johan Swinnen [red.] – m.m.v. Jean-Paul Van Bendegem, Peter De Graeve, Willem Elias, Johan Pas, Rik Pinxten, Anna Luyten, Jan Lampo, e.a. - VUBPRESS – 672 blz. - ISBN 978 90 5487 5741 - € 39,95 –

www.aspeditions.be

www.vubpress.be

Partager cet article
Repost0
9 août 2010 1 09 /08 /août /2010 06:25

Geert van Bruaene: Surrealistische overleveringen & Het Goudblommeke in papier

Profession-de-foi.jpg

Uitgeverij Connexion en vzw Geert van Bruaene organiseren een signeersessie. Woensdag 15 september zal Henri-Floris Jespers vanaf 18 u zijn boek over Geert van Bruaene signeren in Het Goudblommeke in papier, Cellebroerstraat 55 te 1000 Brussel.

*

Het Goudblommeke in Papier werd opgestart door de acteur, kunsthandelaar en aforist Geert van Bruaene (Kortrijk 1891 – Brussel 1964), die het op 15 oktober 1944 zijn huidige naam gaf.

Mede door de activiteiten van Geert als kunsthandelaar werd de Brusselse kroeg een pleisterplaats voor heel wat Brusselse surrealisten, weggenoten van Cobra en redactieleden van het tijdschrift Tijd en Mens. In 2006 nam een vriendengroep het intussen failliet gegane café over. Er werd een coöperatieve opgericht die, na een moeizaam jaar van diepgaande restauratie en renovatie, op 13 september 2007 het café feestelijk heropende.

*

In het voetspoor van Gerrit Borgers en Rik Sauwen verrichtte Henri-Floris Jespers onderzoek naar Geert van Bruaene en diens legenda rische kroeg, hierbij bijgestaan door Robin de Salle als documentalist.

Jespers onderstreept:

Betrouwbare informatie vinden over Geert van Bruaene en zijn diverse activiteiten is niet vanzelfsprekend . Schaarse publicaties bevestigen en amplifiëren meestal de al dan niet betrouwbare mondelinge overlevering die onvermijdelijk ontstond rond de man die als fellow-traveler van de Brusselse surrealisten en van Cobra, als kunsthandelaar en kroegbaas al bij leven een legende werd. Van Bruaene kon bogen op vriendschappelijke relaties met culturele iconen als Paul van Ostaijen, Michel de Ghelderode, René Magritte, Jean Dubuffet en Hugo Claus. In zekere mate heeft hij – bewust en onbewust – zelf die mythevorming die hem niet onwelgevallig was zoniet in het leven geroepen dan toch stilzwijgend bestendigd. Zijn vrienden en relaties hebben daar bovendien ijverig toe bijgedragen.

De confrontatie, de kritische benadering en de synthese van de vaak onbetrouwbare bronnen en tegenstrijdige getuigenissen was Henri-Floris Jespers toevertrouwd. Het “voorlopige dossier” dat thans voorligt, geeft alvast een definitieve, gedocumenteerde en verhelderende chronologie van de activiteiten van Van Bruaene als kunsthandelaar, vanaf de jaren twintig (Cabinet Maldoror, La Vierge poupine) tot de jaren veertig en vijftig (La Diable par le queue, L'Agneau moustique).

Robin DE SALLE


Henri-Floris JESPERS, Geert van Bruaene, Brussel, Connexion, 2010, 74 bladzijden.

Uitgeverij Connexion, Noordstraat 72, 1000 Brussel.

revueconnexion@yahoo.fr

0486 22 06 43

Prijs : 8 € , via de post : 10 €

bankrekening : 001-3244284-01

buitenland:

BIC GEBABEBB

IBAN BE43 0013 2442 8401

Partager cet article
Repost0
3 août 2010 2 03 /08 /août /2010 06:35

Merde! – Des bons bras...”

Op de nabije steenweg hakken om het kwartier colonnes motorrijders gaten in de stilte (of wat er van overblijft), de buurvrouw van tachtig kaffert haar zoon van vijftig uit, meisjes bellen aan en leuren met wafels om hun Vlaamse kermis te spijzen, de waterpomp sputtert, de kat kotst. Onmogelijk een bladzijde te lezen zonder inbraak. Bovendien pest het lichaam de geest, en uit wraak mest de geest het lichaam. Le jour, pourtant un dimanche à la campagne, n’est pas comme il faut. Merde, denk je, en Gaston Burssens passeert in je hoofd want voor dichter en zeepzieder Gaston was “merde” een van de meest suggestieve woorden.

En zoals dat gaat, liggend op je chaise-longue, roept de ene gedachte de andere op. Burssens herinnert mij aan de tijd toen ik een column schreef voor de weekend-editie van de Nederlandse krant Het Parool, onder leiding van de erudiete Sytze van der Zee. Kort voor de honderdste verjaardag van Paul van Ostaijen schreef ik een sfeerstuk over het gedicht Boere-charleston van Paul van Ostaijen. Ik prees de muzikaliteit van het gedicht en de klemtonen op tempo en ritme via de alliteraties. Als voorbeeld haalde ik de versregels aan ‘dat is ‘nen Charleston / ‘nen boerencharleston / van Gaston op zijnen basson’. Toen ik de krant uit de brievenbus haalde en meteen mijn column opzocht (ijdelheid der ijdelheden) kreeg ik haast een hartinfarct toen ik de derde versregel onder ogen kreeg. De brave eindredacteur had aan de nog bravere Hollanders gedacht en een woord verminkt en het daaropvolgende vervangen. In plaats van ‘Gaston op zijnen basson’ stond er ‘Gaston op zijn fagot’. Merde! Merde! Merde! schreeuwde ik en greep naar de telefoon. Vriend Sytze beloofde een vermelding in de rubriek ‘Correctie & Aanvullingen’ en promoveerde de eindredacteur tot Chef Kunst, onder voorwaarde columns alleen nog te controleren op de afgesproken lengte en niet te interveniëren in zaken de rechten van de dichter en de vrijheden van de poëzie.

Fin de l'entr’acte. Want ik wil het in dit stuk niet hebben over gedachtesprongen. Eerder over het feit dat ook een baaldag zijn voordeel kan hebben. Zolang je de moed niet verliest om de baaldag een hak te willen zetten. Het is dus een kwestie van de hak te vinden. Wat heb je daar voor nodig? Volharding! Zelfs bij het slapengaan mag die niet verpoeieren. En kijk, wanneer je koppigheid zich daar op instelt, is de redding nabij. Allerlei mensen, feiten, toestanden komen bij nacht langs. Dat is een feit. Bewust of onbewust. Voorop zij die je na aan het hart liggen, recent zijn.

Onder meer een manloze vriendin met een zoon die momenteel aan zee verblijven. Ze kwamen zo sterk opzetten dat ze terechtkwamen in een nachtelijke optocht van zatte woorden. Ik schreef ze met potlood vlug op, op het achterschutblad van het boek naast mijn bed. Meteen na de ochtendthee spoedde ik mij naar mijn werkkamer en nam plaats aan het klavier. Het boek op een klembord, wasknijpers werden wegversperringen voor lastige bladeren. En zie, langzaam maar zeker kregen de zwarte elementen van de baaldag en de witte van maalnacht vorm. Het resultaat volgt zo meteen. Het toont aan, en dat is de reden van dit betoog, dat een oud gedicht een nieuw verzint, zoals de ene dichter de andere oproept, maar vooral, dat het geheugen en de herinneringen… sont des bons bras pour un poème de circonstance, wat elk gedicht in wezen is. Merde!

 

Berceuse nr 3

voor Adrien

Zie de zon aan de zee

Zie de zon aan de zee met de zoon

Zie de zoon aan de zee in de zon

Zee en zon en zoon

                                aan de hand van de moeder

                                de moeder met de zoon

bij de zon aan de zee

Zie het zoet van de zon

Zie het zout van de zee

Zie het zuur van de lucht

Zoet en zout en zuur

                                 aan het eind van de zandzee

                                 over de rand van de aarde

                                 langs de val van het zonlicht

Zie de boog van het oog

Zie de boog van de rug van de zoon

Zie de hand van de zoon in het zand

Zie moeder en zoon aan de rand van het strand

                                   waar de vloed likt aan het land

                                   na het eb dat trekt aan het zand

                                   dag zegt aan de zon en de zee en de zoon

 

zie de noordzee

zie de noordster

zie de nacht wacht

zie de nacht lacht

 

slaap zacht

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
1 août 2010 7 01 /08 /août /2010 21:33

mai2010-6993.JPG

Frank de Vos (links) in gesprek met Herman J. Claeys

In het najaar verschijnt een nieuwe bundel van Frank de Vos bij Litera-Este, de dappere Antwerpse eenmansuitgeverij die ook al werk bracht van o. a. Maris Bayar, Patricia Lasoen en Guy van Hoof.

Frank de Vos (°1956) kwam vooral als DDD (Dorpsdichter van Doel 2009-2011)in de publieke belangstelling. In samenwerking met KunstDoel vzw lanceerde hij de “Bedichting van Doel”-campagne. Meer dan zeventig dichters stuurden een gedicht in. Deze werden op witte dekzeilen overgeschreven en aan leegstaande huizen in de Pastorijstraat en aan het parochiehuis van Doel bevestigd.

Vierentwintig van deze gedichten werden gebundeld, samen met een aantal sprekende lichtdrukmalen van fotograaf Richard De Nul. De hel is geplaveid met goede bedoelingen en poëzie voor een goed doel is niet altijd doeltreffend. De literaire kwaliteit van dit elegant uitgegeven bundeltje staat echter buiten kijf. (Vermelden we hier alvast de gedichten van CDR-medewerkers of abonnees Bert Bevers, Hendrik Carette, Herman J. Claeys en Peter Holvoet-Hanssen.)

Net als Bert Bevers is Frank de Vos actief op het net en betrokken bij de organisatie van literaire en algemeen culturele evenementen. De Vos heeft reeds een paar bundels op zijn naam (Infiniti, 2007; In omstandigheden, 2009) en zetelt in de jury van de jaarlijkse Melopeeprijs van de gemeente Laarne (2.500 €).

Excisa is een bij wijlen schokkende bundel, de neerslag van de toevallige confrontatie met een aantekening in een achttiende-eeuwse parochiaal overlijdensregister, een ervaring die de historicus De Vos bijbleef en die hij nu krachtig weet te verwerken en te verwoorden. De aantekening luidde: “Excisa et baptisata est ab obstetrice” (uitgesneden en gedoopt door de vroedvrouw)

De bundel – een bezinning over het vanitas-motief – ontvouwt zich in drie bewegingen: “Excisa”, “Vervoegd” en “Einde loopbanen van tulpen”. Het eerste gedicht uit de tweede beweging onthult alvast iets over De Vos' poëtica:

 

Zoals een beeld

(Ut pictura poesis)

 

Kijk nog even, even, even, even. Even alsof het evenementen

langer was dan een kleurloze lach, een verwaaide dans.

 

Een perpetuum, steeds keert het terug.

Zij aan zij, de weemoed die wil dagen

in langere jaren, ademloos op wijzers gericht.

 

Op een tong hokt het voortvluchtig.

Voortvluchtig hokt het samen zonder overzicht.

 

Omdat het van zichzelf wordt ontroofd, de kern

nooit meer zal zijn dan strakke letters, het beeld

te rauw gehouwen en hopeloos.

 

Omdat onmacht ziet als een kind. Zijn blik ademt

de vlakke eenvoud, zijn oor het gesuis van schroeiende

stilte op zuiderse wind.

 

Hoe eenzaam kijkt de maker. Het zet zich bij, nagelt zich

aan zijn taal. En zie, het sterft in elk gedicht.

 

Henri-Floris JESPERS

 

Frank DE VOS (red.), Bedichting van een dorp, s.l., s.d. [2009], ongepagineerd. Verschenen in een beperkte oplage. Te bestellen door overschrijving van 8 € op rekeningnummer 220-050839-89 van Frank De Vos (buitenlandse overschrijvingen: IBAN BE 45220050813989 - BIC GEBABEBB). De opbrengst gaat integraal naar de vzw KunstDoel.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche