Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
6 décembre 2010 1 06 /12 /décembre /2010 14:30

 

Bij de uitreiking van De Diamanten Kogel werden de genomineerden letterlijk in de bloemetjes gezet en ontvingen ze een snelschets van Jan Scheirs

almar.JPG

Almar Otten (foto: Kris Kenis)

Lieneke.JPG

Lieneke Dijkzeul (foto: Kris Kenis)

VanBaelen.JPG

(van l. naar r) Carlo van Baelen, directeur van het Vlaams Fonds voor de Leetteren,juryleden Geert Swaenbepoel en Henri-Floris Jespers, disctrictschepen Ann Vylders (foto: Kris Kenis)

 

Na de zitting in de trouwzaal werd een receptie aangeboden in de historische Leyszaal

GaetanaenMike-copie-1.jpgGaëtan Faik en Mieke de Loof

KKenDiepvens-copie-1.jpg(van l. naar r.) Kris Kenis, Luc Kloeck en Eric Diepvens (Foto: Gaëtan Faik)

(wordt vervolgd)

Partager cet article
Repost0
5 décembre 2010 7 05 /12 /décembre /2010 07:18

Coppers

DeLoof

Kisling

Dijkzeul

Otten

Partager cet article
Repost0
5 décembre 2010 7 05 /12 /décembre /2010 06:35

 

3winnaars.jpg

Drie winnaars van DDK in gesprek: Mieke de Loof, Bavo Dhooge en Bob Mendes,  (foto:Gaëtan Faik)

Nomineerden-.jpg

Uitgever Wim Verheijen (Manteau), namens Toni Coppers; Lieneke Dijkzeul; Mieke de Loof en Almar Otten (foto:Gaëtan Faik)

BOBM-en-JHFJ.jpg

Bob Mendes in gesprek met Henri-Floris Jespers (foto: Frank-Ivo van Damme)

Magali-enKK.jpg

Juryleden Magali Uytterhaegen en Kris Kenis (foto: Frank-Ivo van Damme)

Frank.jpg

Jurylid Frank van den Auwelant (foto:Gaëtan Faik)

SchepnAnnen.jpg

Schepen Ann Vylders, Mieke de Loof en Bob Mendes (foto:Gaëtan Faik)

KKenDiepvens.jpg

Juryleden: (links) Kris Kenis, rechts: Eric Diepvens (foto:Gaëtan Faik)

Partager cet article
Repost0
5 décembre 2010 7 05 /12 /décembre /2010 05:54

 

De Antwerpse schepen (wethouder) van Cultuur Philip Heylen is een jarenlange vriend van De Diamanten Kogel. Hij maakte eerder al de nominaties ten stadhuize bekend, waarna Amsterdamse speurder Simon de Waal (later Diamanten Kogel-winnaar) het dankwoord uitsprak. Vorig jaar overhandigde hij in het Letterenhuis (AMVC) de trofee aan Bavo Dhooge.

Geveld door griep vroeg hij Ann Vylders, schepen Cultuur van het district Antwerpen, hem te vervangen, wat ze blijkbaar graag deed, zoals genoegzaam uit haar toespraak blijkt...:

Miekemet-schezpen.jpg

Schepen Ann Vylders en laureate Mieke de Loof (Foto:Gaëtan Faik)

 

Wanneer je iemand vertelt dat hij de kogel krijgt, is dit meestal reden tot paniek en angst (toch als ik naar jullie boeken kijk) bij die persoon. Vanavond gaan we er echter iemand heel blij mee maken: de winnaar van De Diamanten Kogel 2010.

Onlangs vertelde ik schepen Heylen dat ik een moord zou plegen om deze ontvangst te doen. Zover is het niet moeten komen. Schepen Heylen is ziek en ik zal graag de honneurs in zijn plaats waarnemen.

Als schepen van cultuur van het district Antwerpen is het mij een genoegen u allen te verwelkomen in de trouwzaal van ons prachtige stadhuis waar wij waak belangrijke gasten zoals u mogen verwelkomen.

De Diamanten Kogel, die nu al acht jaar het beste spannende, oorspronkelijk Nederlandstalige boek bekroont, vind ik een heel mooie prijs. Op initiatief van het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs wordt een prijs uitgereikt die hoe langer hoe meer 'leeft', getuige daarvan de grote opkomst, ook uit Nederland, bij de bekendmaking van de genomineerden tijdens de Boekenbeurs.

Het is allemaal de schuld van Sir Arthur Conan Doyle dat ik een boon voor het misdaadgenre kreeg. Het is sindsdien mijn favoriete lectuur op een zonnig strand. Thuis vind je ook altijd een spannend boek dat ik – laat ik eerlijk zijn – toch altijd verkies boven mijn andere lectuur.

Het misdaadgenre bestrijkt veel terreinen. Zo schreef Henry Miller dat al de studie van de misdaad begint met de kennis van onszelf.

Dit jaar stel ik vast dat de vijf genomineerden allen hun inspiratie zoeken in mijn werksfeer. Kunstcriminaliteit, een klassieke muziek-liefhebber, een boek dat zich op en rond de Sinksenfoor situeert en een moordenaar-kunstenaar die kunstzinnige sporen nalaat...

Ik ben er zeker van dat, wanneer ik nog een paar jaar langer in het politieke wereldje vertoef, ik wellicht genoeg inspiratie zal hebben om een misdaadroman te schrijven, hoewel ik moet toegeven dat ik nu al min of meer weet wie de schuldigen zullen zijn.

Dames en heren,

ik houdt u minder lang in spanning dan de auteurs ons, in hun boeken.

Agatha Christie schreef: misdaad loont wél, gelukkig...

De auteur van het winnende boek schrijft in een stijl die naadloos aansluit bij het milieu dat opgeroepen wordt en gaat recht op het doel af: geen minutieuze beschrijvingen of psychologische uiteenzettingen, geen cliffhangers of shockeffecten, geen herhalingen van de stand van zaken in het lopende onderzoek.

De Diamanten Kogel, de Vlaamse prijs voor het beste oorspronkelijk Nederlandstalige spannende boek, gaat naar Wrede schoonheid van Mieke de Loof.

DeLoof

Wrede schoonheid

(Wordt vervolgd)

Partager cet article
Repost0
5 décembre 2010 7 05 /12 /décembre /2010 03:18

Vlmaanderen2004.jpgAls redactiesecretaris van Kunsttijdschrift Vlaanderen stelde Geert Swaenepoel in 2004 een gedenkwaardige aflevering over misdaadliteratuur samen.

Redactiesecretaris van Zacht Lawijd, literair-historisch tijdschrift, en (gewezen) lid van de adviescommissie proza van het Vlaams Fonds voor de Letteren, Geert Swaenepoel is vast lid van de de jury van De Diamanten Kogel.

Geert.jpg

Jurylid Geert Swaenepoel


In het stadhuis van Antwerpen sprak Geert Swaenepoel als volgt namens de jury.

Vier keer boog de jury van de Diamanten Kogel zich over de stapel inzendingen voor het beste, 'spannende' oorspronkelijk Nederlandstalige boek. Aan die bijeenkomsten gingen uren lezen vooraf. En ook tussen de juryvergaderingen door werd er gelezen en vooral herlezen. De stapel van bijna zeventig titels bood gelukkig niet alleen kwantiteit maar ook voldoende kwaliteit. Het maakt er de taak van de jury niet gemakkelijk op, maar zorgt wel voor uren leesplezier én levendige discussies tijdens de bijeenkomsten van de jury.

De jury voor Diamanten Kogel 2010, de 9deeditie van de prijs bestond uit Frank van den Auwelant, Ineke van den Bergen, Jos van Cann, Eric Diepvens, Henri-Floris Jespers, Kris Kenis, Alain Sohier, Geert Swaenepoel en Magali Uytterhaegen.

Onder het deskundig en bezielend voorzitterschap van Henri-Floris Jespers heeft de jury voor de Diamanten Kogel 2010 de volgende boeken en auteurs genomineerd.

1. De geheime tuin van Toni Coppers is de derde politieroman met inspecteur Liese Meerhout van de afdeling Kunstcriminaliteit van de Brusselse politie en haar vriend, steun en toeverlaat kunsthandelaar Simon de Vere, in de hoofdrol. Het resultaat is een gedegen, vlot geschreven politieroman, zijn beste tot nu toe. Het boek begint met een ongemeen sterke, intrigerende openingszin: "Eén keer per maand, op vrijdag, bezocht Helena Vaels haar eigen graf.". Daardoor wordt de lezer als het ware meegezogen in het verhaal dat niet van enige humor gespeend is. Liese Meerhout krijgt te maken met drie moorden die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben: een aan lagerwal geraakte kunstschilder; een jonge vrouw die wordt vermoord terwijl ze een derderangsschilderij aan het schoonmaken is; een Nederlandse Europaparlementslid die lijkt gewurgd tijdens een seksspelletje. Coppers neemt de lezer tijdens het onderzoek mee op sleeptouw langs een aantal markante plaatsen van Brussel, de Europese, Belgische en Vlaamse hoofdstad. En al snel blijkt er meer aan de hand dan smokkel van kunstwerken. De auteur verwerkt het allemaal in een boek dat tot het einde blijft boeien.

2. In De geur van regen van Lieneke Dijkzeul speelt inspecteur Vegter opnieuw de hoofdrol. Vegter is een speurder van klassieke snit: een wat oudere, gevoelige politie-inspecteur, die houdt van een goed boek en van klassiek muziek. Ook het boek is een klassiek moordverhaal: een bedrogen vrouw en een onbetrouwbare, slechte man. Lieneke Dijkzeul slaagt er in plot, sfeer én psychologie van de personages overtuigend neer te zetten en sterk en geloofwaardig uit te werken. Wie heeft het gemunt op roodharige vrouwen en vermoordt en scalpeert hen? De plot is doordacht; de hoofdrolspelers evolueren tegen een geloofwaardige achtergrond. Dat komt de betrokkenheid van de lezer ten goede. Het vertelperspectief verschuift van speurder naar slachtoffer, van dader naar potentieel slachtoffer. De lezer weet meer dan de speurders. Toch blijft de zoektocht opwindend. Dijkzeul slaagt er met verve in haar verhaal in de vorm van een strakke psychologische politieroman te gieten. Vakwerk!

3. De duim van Alva is de derde thriller van het schrijversechtpaar Corine Kisling & Paul Verhuyck. De duim van Alva heeft een historisch uitgangspunt. Zes weken lang beheerst de Sinksenfoor, de jaarlijkse Antwerpse Pinksterkermis het leven in het trendy Antwerpen-Zuid . De bewoners al jaren klagen over geluidsoverlast, wangedrag van dronken bezoekers en een enorme geweldstoename tijdens de kermis. Ligt de oorzaak misschien in het verleden? Bestaat er dan toch zoiets als een daadwerkelijk werkzame genius loci, een opslag van haat als geest van de plek? Het Zuid is namelijk gebouwd op de vroegere dwangburcht van de gehate Spaanse hertog Alva. De duim van Alva is geen historische thriller, wel een bont en wervelend verhaal met een magisch-realistisch tintje. In deze voortreffelijk geschreven roman heeft het schrijversduo een forse vleug historie en eruditie verwerkt, waarin suggestie en dreiging de bovenhand voeren en mensen en toestanden raak geobserveerd worden: het Grand-Guignol-theater van de angst, bloederige horror, buurtvigilantes, ongeruste huiseigenaars, persoonlijke verhoudingen die klappen krijgen als van een zweefmolen, het gekmakende lawaai van de giga-gondel-attractie – met als apotheose een 'knallend' einde. De duim van Alva is een boek vol vuurwerk.

4. Wrede Schoonheid van Mieke de Loof is het derde deel in een serie van zeven thrillers waarin feiten en fictie vermengd worden, gesitueerd in Wenen aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog. Hoofdpersonage is Ksaveri Ignatz von Oszietsky, jezuïet, geheim agent en psychiater. Een dag nadat Ksaveri Ignatz met zijn oud professor seksuologie Von Graff is gaan lunchen, wordt de hoogleraar vermoord teruggevonden. De omschreven schilder Egon Schiele is de laatste die hem levend gezien heeft... Intussen is er een seriemoordenaar actief die het gemunt heeft op jonge meisjes en vrouwen, en kunstzinnige sporen achterlaat die onder meer wijzen naar de erotische werken van Schiele. Ignatz en zijn vriendin Elisabeth von Thurn voelen beiden sympathie voor Schiele; Ze proberen samen de gruwelijke lustmoorden op te lossen. De personages worden levensecht en geloofwaardig neergezet; de plot behoudt zijn spankracht tot het einde toe. Het taalgebruik is sober en beeldend tegelijk. Plot en spanning worden echter door dat stilistisch raffinement niet ondermijnd: Mieke de Loof beheerst de kunst van het schrappen. Wrede schoonheid is een boeiende roman over gruwel en schoonheid, over de duisternis van de menselijke psyche en over het absolute kwaad. Een boek dat het misdaadgenre overstijgt.

5. Almar Otten is in Vlaanderen een nobele onbekende. Ten onrechte! Hij werkt, onder de titel De zeven Deventer moordzakenin alle stilte aan een reeks van zalig weglezende politieverhalen. In Lied van angst, het vierde deel, krijgen Jozef Laros en Ellen van Dorth van de Deventer politie temaken met twee doden. Otten slaagt er telkens in om een originele plot op te zetten die hij langzaam en beheerst voor de ogen van lezer ontrafelt. Bovendien vlecht Otten er een fraaie verhaallijn in over de IRA (onder meer over de aanslag op de Markt in Roermond in 1990). Met Lied van angstschreef Otten een degelijke politieroman met een internationaal karakter alsof hij al jaren bij de top van de misdaadauteurs behoort.

Otten presenteert de stad Deventer haast terloops aan de lezer – er zorgvuldig voor wakend er geen stadsgids van te maken. Dat en de warme persoonlijkheden van zijn vaste speurders, stuk voor stuk erudiete gedistingeerde figuren die hun goede werk voortzetten zonder clichés of platvloerse karikaturen te worden, maken dat Lied van angst aanvoelt als een op maat gemaakt pak. Lied van angst is een genot om te lezen.

Dames en heren,

De vijf genomineerde boeken illustreren ten overvloede hoezeer de grenzen tussen misdaadliteratuur en literatuur vervagen. Het huis der thrillers telt vandaag meer dan ooit vele kamers. Meer en meer wordt ook duidelijk dat de misdaadliteratuur een volwaardige loot is op de stam van de literatuur. Een winnaar kiezen uit deze vijf boeken was voor de jury dan ook geen gemakkelijke opgave. De beslissing die wij genomen hebben zal door tweede districtsschepen mevr. Ann Vylders bekend gemaakt worden.

(word vervolgd)

Partager cet article
Repost0
5 décembre 2010 7 05 /12 /décembre /2010 02:04

 

De Diamanten Kogel werd donderdag 2 december uitgereikt in de trouwzaal van het stadhuis van Antwerpen. Marie-Paule Andries, secretaris van De Diamanten Kogel, heette de talrijk opgekomen genodigden (die de vorst trotseerden...) welkom. Ze verontschuldigde schepen van cultuur Philip Heylen, slachtoffer van de griep; het schrijversduo Kisling & Verhuyck, ingesneeuwd in de Nederlandse polder; thrillerauteur Elvin Post, die wel beloofde in Amsterdam een glas champagne te heffen op de bekroonde; de juryleden Ineke van den Bergen, aan wie een spoedig herstel toegewenst wordt, en Jos van Cann, verhinderd door professionele verplichtingen; prof. dr. Joris Gerits, oud-voorzitter van het Fonds voor de Letteren; Patrick Lateur, bestuurslid van de Koninklijke academie voor Nederlands Taal- en Letterkunde.

MPenMendes.jpg

Marie-Paule Andries en Bob Mendes, stichter en eerste voorzitter van het

Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs (foto: Gaëtan Faik)

 

Marie-Paule Andries wees op het initiatief van het Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs (GVM) de nominaties voortaan bekend te maken op de Boekenbeurs, “een grote stap vooruit”. Ze had woorden van waardering voor Robin de Salle, alias RodeS, die jaar na jaar opnieuw treffende strips en tekeningen maakt voor het drukwerk van DDK, to the point, met herkenbare personages; en voor Jan Scheirs die naar goede gewoonte ook dit jaar snelschetsen in aquarel maakte, in de stijl van de destijds zo gesmaakte grafische verslaggeving van rechtszaken.

Robin-en-Jan.jpg

RodeS (links) en Jan Scheirs (foto: Gaëtan Faik)

Bovendien stelde ze tongue in cheek vast dat trofee-ontwerper Wim Delvoye “nu zelfs in eigen land de verdiende erkenning krijgt, waardoor zijn boksbeugel nog wat waardevoller wordt...”

Boksbeugel-Faik.jpg

De trofee ontworpen door Wim Delvoye (Foto: Gaëtan Faik)

 

De jaarlijkse uitreiking van De Diamanten Kogel is ongetwijfeld zowat het vlaggenschip van de gelijknamige vzw. De promotie van de misdaadroman als volwaardig literair genre is een daad van eenvoudige rechtvaardigheid. Vanuit die filosofie maakte De Diamanten Kogel twee publicaties onder redactie van Jos van Cann en Henri-Floris Jespers mogelijk. De eerste in eigen beheer (2006), de tweede (2008) in de gezaghebbende reeks 'Literatuur in veelvoud' van de academische uitgever Garant. Daarbij werden bijdragen geleverd door een rits critici en misdaadauteurs: René Appel, Frank van den Auwelant, Fred Braeckman, Jos van Cann, James Madison Davis, Joris van Hulle, Geert d'Hulster, Henri-Floris Jespers, Kris Kenis, Danny de Laet, Jan Lampo, Mieke de Loof, Elvin Post, Matthijs de Ridder, Geert Swaenepoel, Charles den Tex, Felix Thijssen en John Vervoort.

Vanuit dezelfde filosofie organiseerde de vzw in 2007een colloquium in het Vlaams-Nederlands Huis deBuren te Brussel. Bij die gelegenheid onderstreepte Carlo van Baele, directeur van het Vlaams Fonds voor de Letteren, dat misdaadliteratuur uiteraard in aanmerking komt voor ondersteuning door het Fonds.

We stellen nu met tevredenheid vast dat het Nederlands Letterenfonds nu eindelijk ook bereid is te bekijken hoe het Nederlandse misdaadschrijvers kan ondersteunen”, aldus Marie-Paule Andries. Het Letterenfonds heeft inderdaad enkele dagen geleden besloten kenners van het thrillergenre aan te trekken om subsidieverzoeken te beoordelen.”

Vanuit dezelfde invalshoek sponsorde De Diamanten Kogel twee masterclasses, georganiseerd door het Institute for the Study of Literature in the Netherlands (Universiteit Antwerpen) In 2008 kwam professor Jim Madison Davis (Universiteit van Oklahoma) aan het woord, in 2009 de Britse thrillerauteur, biograaf en journalist Tim Heald.

Dat er dit jaar geen masterclass kwam, wordt ten zeerste betreurd, maar valt geheel buiten de verantwoordelijkheid van DDK. Volgend jaar wordt alvast de draad opnieuw deskundig opgenomen.

(wordt vervolgd)

Partager cet article
Repost0
30 novembre 2010 2 30 /11 /novembre /2010 08:02

 

Men wil het niet gezegd hebben, maar het is vrijwel zeker dat de eenzame strijd die thrillerauteur Jac. Toes voert tegen het Nederlands Letterenfonds geleid heeft tot enige soepelheid bij deze subsidieverstrekker. Het fonds wil nu gaan bekijken hoe het de Nederlandse misdaadschrijvers kan ondersteunen.

Dat heeft de nieuwe directeur van het Nederlands Letterenfonds, Henk Pröpper, toegezegd in een gesprek met Willem Asmanen Daniëlle Hermans, respectievelijk voorzitter en vicevoorzitter van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs(GNM).

Het Letterenfonds heeft besloten kenners van het thrillergenre aan te trekken om subsidieverzoeken te beoordelen.

(Bron: De Spanningsblog)

Meer op

http://spannings.blogspot.com/2010/11/koersverlegging-nieuws-2010.html

 

Partager cet article
Repost0
26 novembre 2010 5 26 /11 /novembre /2010 19:55

 

Tormans.jpg

Journalisten schrijven, denk ik, niet voor de eeuwigheid, althans niet in wezen of niet in eerste instantie – wat volstrekt niet pejoratief of denigrerend bedoeld is. Als kroniekschrijvers verzamelen en ordenen zij op kritische en methodische wijze gebeurtenissen uit de brede actualiteit en brengen daarover verslag uit, in de eerste plaats objectief en met informatieve bedoelingen. Maar binnen die krijtlijnen zijn ook heel wat schakeringen mogelijk, gaande van de louter informatieve nieuwsmelding tot en met diepgravender analysen en synthesen, duidingen en persoonlijke commentaren. Vandaar ook een breed gamma aan journalistieke genres: van nieuwsfeit over interview tot en met reportage, achtergrondverhaal, New Journalism of ‘gonzo-stijl’, om maar iets te noemen.

 

Bovendien overstijgen sommige journalisten niet zelden inhoudelijk en/of stilistisch het strikt actuele belang en krijgen hun bijdragen een veel ruimere en duurzame relevantie van bv. (cultuur-) historische, politiek-maatschappelijke en zelfs literaire aard. Ik denk hier, zonder enige systematiek of zonder de minste ambitie tot volledigheid, aan het verontrustende 1984van Miel Dekeyser; aan de bijdragen, destijds in het Nieuw Wereldtijdschrift,van Jan Wauters, die overigens ook mondeling pareltjes van verbale virtuositeit kon debiteren; aan de in alle opzichten belangrijke Knack-editorialen van Frans Verleyen; aan de onderzoeksjournalistiek van Chris De Stoop en de monumentale tv-reeks van Maurice De Wilde over de collaboratie, of aan de reisverhalen van bv. Lieve Joris. Woodward en Bernstein deden met hun Watergate-rapport de VS op hun grondvesten daveren, en dan hebben we nog niet eens Truman Capote of Norman Mailer genoemd. In zulke gevallen wordt de geschiedenis niet meer gewoon geobserveerd, gerapporteerd of becommentarieerd maar, gezien de soms erg snelle en directe impact op het maatschappelijke vlak, ook ‘gemaakt’, en mogen zonder reserves literaire ‘sterren’ aan het werk of het boek in kwestie worden toegekend.

 

Stijn Tormans (°1976), journalist bij Knack, bundelde zijn bijdragen voor dit weekblad onder de titel Verhalen en reportages. Een roadmovie van onze tijd. Het boek werd aan het publiek voorgesteld op 15 maart 2010 in zaal Roma te Antwerpen door Koen Fillet en – of all people – Patrick Janssens.

 

Een roadmovie, inderdaad: zowel van de reporter zelf als van de personages die hij onderweg ontmoet, interviewt of bespreekt. Want zoals Pantagleize, dat “onnozel hart in de wereld”, dwaalt Tormans door de hem omringende wereld met zijn droevige figuren, verschoppelingen en losers die niet anders kùnnen dan verliezen onder de druk van de onverbiddelijke logica van macht en geld. Hij noteert verhalen van kleine mensen over hun privé verdriet of registreert de teloorgang van hun dromen, hun wijken en pleinen, hun cafés en verenigingen – voor velen de laatste schuilplaatsen die nog een beetje warmte of sociale cohesie bieden – en confronteert machthebbers (burgemeesters, provinciegouverneurs…) met hun onmenselijke want cynische beslissingen die meestal ingegeven zijn door een dubieus, dubbelzinnig vooruitgangsoptimisme of, gewoonweg, door “hoogmoed” (p. 100).

 

Tormans noemt zijn stukken “verhalen en reportages” van een ‘amateuristische spijbelaar’ (p. 7 en 9). Hij wil zich ver houden van “alle mening- en druktemakers”, “weg van mijn beroep”, “weg van de mediawereld waar cynisme meer en meer de norm wordt” en waar “boven elk stuk minstens een woord als ‘historisch’, ‘dramatisch’ of ‘exclusief’ moet staan.” (p. 7)

Resoluut klinkt het: “Nee, dan de straat.” (p. 7) Hij wil dààr en nergens anders luisteren naar “mensen die zo graag de held wilden zijn in hun eigen roadmovie, maar ergens onderweg gebotst waren.” (p. 7) De locatie speelt geen rol: “Het ging over mensen. Over wat ze deden (en wat ze vooral niet deden)” (p. 7), over “stil verdriet in de stad” (p. 8).

En hij omschrijft zijn intenties heel duidelijk – eerst ex negativo: “Ik deed niet aan grote analyses. Peilde niet naar tijdgeesten. Reconstrueerde geen ruggengraten van de maatschappij. Het was me alleen om de verhalen te doen. Om ze op tijd buit te maken, voor ze voorgoed verdwenen waren.” (p. 8) Eén van de geïnterviewden stelt “hoe belangrijk dat is voor mensen: verhalen vertellen” (p. 28). Dit alles hoeft niet opgevat te worden als bescheidenheid en nog minder als modieus paternalisme van de journalist, maar integendeel als een programma met ernstige (socio-politieke) morele implicaties.

 

Met een flinke dosis zelfreflectie vraagt Tormans zich in één van de stukken af wat nu eigenlijk de essentie is van journalistiek. Die bestaat er volgens hem in – althans volgens het boekje – woorden “op hun waarheid te checken” en te “registreren”, en “liefst vanaf de zijlijn”. Maar, maar…: “Ik twijfel. Misschien is dat niet altijd de beste plaats” (p. 177). En dus kiest hij voor de frontlijn, voor “participative journalism” (p. 161), duidelijk meevoelend en sterk geëngageerd. Hij registreert de genadeloze logica van de gevestigde politieke, economische en andere doldraaiende ‘systemen’, vaak met een ontwapenende naïviteit, met een haast kinderlijke, gekwetste verbazing die echter niet altijd een vrij scherpe en dus pijnlijke ironie kan verbergen.

 

En toch blijft hij koppig, reportage na reportage, met woorden vechten tegen windmolens die uiteindelijk reuzen blijken te zijn, gedragen door melancholie en nostalgie om zoveel individueel en sociaal verdriet, machteloosheid en verdwijnen. In een gesprek met een ‘mediatrainer’, zo’n typische gladde PR-manager, zegt hij: “dat ik nostalgie soms zinvol vind. Hij antwoordde dat ik naïef was. Dat de wereld intussen geprofessionaliseerd was” en dat authenticiteit “gestroomlijnd moest worden” (p. 9). Naar hedendaagse televisie kijken volstaat helaas ruimschoots om die stroomlijning aan den lijve te voelen: dat nefaste politieke correctisme van in de pas lopende mediajongens en politici met hun typische geleuter van zelfverklaarde pseudo-progressieve wereldverbeteraars – waardoor zoveel in dit land naar de kloten gaat, inclusief het onderwijs.

 

Maar terug naar Tormans. Resultaat: beklijvende, ontroerende stukken over de verloedering en zelfs het verdwijnen van stadswijken of over de onmogelijkheid om nog locale, zinvolle basisinitiatieven te nemen, terwijl de verantwoordelijke politici zich voor het oog van de camera’s parfumeren met verblindende én verstikkende wolken van fraaie maar hopeloos holle sloganistiek en retoriek.

Hij heeft gelijk, natuurlijk, wanneer hij tegenover de verfraaiingen, expansies en saneringen stelt dat “een stad een rafelige rand moet hebben. Dat is de voedingsbodem voor kunstenaars. Als je die rafelrand eruit knipt, knip je de ziel uit de samenleving” (p. 52).

En wie, behalve blijkbaar Tormans, haalt het nog in zijn hoofd om een stuk te wijden aan de man die in weerwil van de grote lift-multinationals probeert het beroep van hersteller van “oude dames”, die prachtige liften met open harmonicadeuren, in stand te houden (p. 123)? Of pagina’s vol te schrijven over heel concrete, bij naam genoemde en in hun eigen biotoop gesitueerde, kansarme jongeren die hun weg wel willen zoeken maar niet kunnen vinden in het administratieve labyrint en die uiteindelijk aan hun lot worden overgelaten (bv. p. 233)? Of over een achtentachtigjarige dame in een bejaardentehuis die, gekweld door pijn, een punt wil zetten achter haar leven maar op onbegrip stoot bij artsen en kinderen (p. 243)? Al even mooi (maar ook gruwelijk) is bv. een stuk over treinmachinisten die ooit geconfronteerd werden met zelfmoord op de treinsporen waar zij toevallig passeerden (p. 85).

 

Teveel om op te noemen in een korte recensie. Maar steeds: geen getheoretiseer, geen grote woorden, geen stilistische tierelantijntjes en ook beslist geen melo of emo (wat een boze oud-gouverneur Balthazar ook moge beweren) maar heldere, directe ‘verhalen’ van en over echte mensen.

Ronduit hilarisch dan weer zijn de bijdragen over de éénmansbetoging die Tormans ooit hield in Brussel onder het motto ‘Recht op twijfel’, de bijdragen over zijn éénmanspartij ‘Stijn’, of het stuk over de ‘Rode knoop’ (het – misschien – goed bedoelde maar volslagen inefficiënte initiatief van façade-moralisten die menen daarmee hun ‘plicht’ te hebben volbracht en een persoonlijke bijdrage te hebben geleverd tot een betere wereld en een artificieel wij-gevoel – tenminste zolang de camera’s draaien natuurlijk).

 

Als je, zoals Tormans, aan een (oud-) gouverneur (in casu Balthazar) vraagt “of u nog weleens aan die mensen denkt” (nl. die zopas hun hele woonwijk hebben zien verdwijnen), dan mag je je aan een furieuze reactie verwachten, en ook die werd inderdaad in het boek opgenomen (p. 106-107). En wat met Steve Stevaert, één van die rode-knoopdragende excellenties par excellence (p. 165-166)? Die blijft lachen natuurlijk, want in Limburg schijnt de zon altijd en zingt het nachtegaaltje onverdroten in het bronsgroen eikenhout. Iemand als Patrick Janssens, vrees ik, lacht dan weer niet en zeker niet met de stukken van Tormans – tenzij bronsgroen.

Et in saecula…

 

Tot slot vermeld ik nog twee (zeker in dit oppervlakkige en chronocentristische tijdsgewricht erg opvallende) kwaliteiten van Stijn Tormans. Ten eerste beschikt hij over een lovenswaardig relativerings- en nuanceringsvermogen. In verband met de vandaag nog steeds oplaaiende emoties rond collaboratie en weerstand in een Oostvlaamse gemeente noteert hij: “Dé waarheid bestaat niet, zelfs niet in een klein dorp als Stekene” (121). Maar al even hartverwarmend is het feit dat hij erg veel belang hecht aan historische contexten, achtergronden en sfeerscheppingen, zoals bv. duidelijk blijkt in de reportage over café Breughel (p. 61 e.v., waarin o.m. ook Emmanuel De Bom ter sprake komt) of in die over Louis, de dakloze bedelaar van het Astridplein (p. 23).

 

Kuifje, Don Quichote of Pantagleize: Tormans herinnert mij vaag en intuïtief aan alle drie door zijn compromisloze engagement, zijn (gelukkig) ‘naïeve’ verzet tegen machtige windmolens en de (tragische) ironie die door zijn “reportages en verhalen” heen sijpelt.

 

Een “onnozel hart”? Misschien. Maar dan wel een héél groot hart dat op de koop toe gewapend blijkt met een sobere, scherpe en dus indringende pen. Méér hoeft dat niet te zijn.

Maar laten we hopen dat hem ook de kans gegund zal blijven om nog lang op diezelfde manier – spijbelend en verontwaardigd weemoed spuiend – te blijven wandelen temidden de “vaudeville attristant” waarop we dagelijks vergast worden. In Antwerpen – en ver daarbuiten.

Luc PAY

Stijn TORMANS, Verhalen en reportages. Een roadmovie van onze tijd.

Meulenhoff | Manteau, 2010, 317 blz., 19,95 €.

Partager cet article
Repost0
21 novembre 2010 7 21 /11 /novembre /2010 16:44

 

Naar aanleiding van de publicatie van de jongste aflevering van het Bulletin de la Fondation ça ira  organiseren we op woensdag 24 november om 18 uur een feestelijke bijeenkomst in Het Goudblommeke in papier, Cellebroersstraat 53 te 1000 Brussel.

U bent hartelijk uitgenodigd.

Een bevestiging of bericht van verhindering wordt ten zeerste op prijs gesteld.

De redactie van ça ira:

Henri-Floris Jespers

Luc Neuhuys

Thierry Neuhuys

Robin de Salle

Rik Sauwen

çaira

Partager cet article
Repost0
21 novembre 2010 7 21 /11 /novembre /2010 01:53

 

 

GierikDichter.jpg

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift bestaat 28 jaar. In 2007 werd het door het Vlaams Fonds voor de Letteren uitgeroepen tot het best scorende literair tijdschrift wat betreft opvang en doorstroming van debutanten: liefst 80 % van de debutanten die hun weg vonden nar een reguliere uitgeverij, hadden ook in Gierik gepubliceerd. Als beloning schrapte het Fonds prompt de subsidie van het tijdschrift.

Hoewel het volledige poëziearchief van Gierik op de webstek geconsulteerd kan worden (421 dichters met 2.650 gedichten), was de redactie van oordeel dat het wel tijd werd voor een bloemlezing.

Wekenlang las en herlas samensteller Marc Zwijsen de duizenden gedichten waaruit hij een keuze zou maken.

Dat die keuze subjectief zou zijn, was inherent aan de opdracht, maar toch had ik nood aan een aantal objectieve criteria om die gigantische rijkdom aan gedichten te condenseren tot een bundel van een honderdtal pagina's.

Ik besloot uiteindelijk geen vertaalde poëzie op te nemen, geen gedichten te 'amputeren', slechts één gedicht per dichter op te nemen, mij niet te laten leiden door (gevestigde) namen, voldoende variëteit te waarborgen en de eigenzinnigheid van het tijdschrift recht te doen.”

Vermelden we hier alvast enkele titulaire leden van het CDR (Wilfried Adams+, Luc Boudens en Hendrik Carette) en medewerkers aan de Mededelingen van het CDR: Bert Bevers, Frans Boenders, Jan Wyn, Marcel van Maele, Peter Holvoet-Hanssen en Y.M. Dangre.


Marc ZWIJSEN (red.) Dichter bij Gierik, Antwerpen, Gierik, 2010, 123 p.

www.gierik-nvt.be

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche