Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
29 mars 2011 2 29 /03 /mars /2011 04:20

 

Gisteren rond 22u30 ontving ik een persbericht van Hendrik Carette waarin hij 'een literair schandaal' aan de kaak stelt, nl. de programmatie van De Nacht van de Poëzie. Hij geeft een lijstje op van dichters en dichteressen 'die niet mogen optreden'.

(Even tussen haakjes: ik sta daar te pronken, tussen Philip Hoorne en Gwy Mandelinck. Ik zal Hendrik maar meteen geruststellen. Toen Guido Lauwaert vorig jaar met het plan liep een nieuwe editie van de Nacht te brengen, nodigde hij mij alvast uit, maar ik zag dat niet zitten. Jozef Deleu wordt ook vermeld tussen de 'geweigerde, verzwegen of gecensureerde' dichters. Ten onrechte, want hij stelt zijn nieuwe nummer van Het Liegend Konijn op de Nacht voor.)

Wie is 'echt' verantwoordelijk' voor de keuze, vraagt Carette – net alsof er boven of achter Guido Lauwaert, Michaël Vandebril en Willy Tibergien, geheime touwtjestrekkers anoniem aan het werk zijn.

Ik heb ook enkele bedenkingen bij de keuze van de programmatoren, so what? Ik heb trouwens ook wat bedenkingen bij het lijstje van mijn vriend Hendrik.

Lut de Block, zegt Carette? OK, maar hij vergeet dan Maris Bayar, Vera Alexander Beerten, Marleen de Crée of Annie Reniers? Frank de Crits en Frank Deschoemaeker? Jawel. En waarom niet Patrick Conrad, Marc Tritsmans of Werner Spillemaeckers? En zo kunnen we nog lang bezig blijven.

Dit gezegd zijn, de laatdunkende woorden die Hendrik Carette naar het hoofd slingert van al dan niet bij naam genoemde deelnemers aan de Nacht getuigen van weinig zin voor relativering...

*

Terwijl ik dit schrijf, ontvang ik een mailtje van Guido Lauwaert, zijn antwoord op het persbericht van Carette:

Beste Hendrik Carette,

Bedankt voor de publiciteit.

Kan je later op de week van de Gentse Boekentoren springen als protest?

Dat garandeert ons 100 toeschouwers extra en zullen we er ons broek niet aan scheuren.

Want dat dreigt nu voor de 5de maal het geval te zijn.

Wat extra hulp kunnen we gebruiken.

Grüβen aus Gent.

HFJ

Partager cet article
Repost0
28 mars 2011 1 28 /03 /mars /2011 06:28

 

Mevrouw E. J. van den Broecke-De Man (Vlissingen) bezorgde de West-Zeeuws-Vlaamse vertaling van 'Nooit de moed opgeven', een gedicht dat Eugène Mattelaer kort na de Tweede Wereldoorlog schreef.

Ik publiceer deze vertaling ter ere van mijn vriend Serge Ghilardi, die als ambtenaar van de Vlaamse Gemeenschap al jaren in de geboortestad van admiraal De Ruyter en schrijfster Betje Wolff vertoeft...

 

Kà je nie vlieg'n, lôôp dan zeere

Kà je dad ôôk nie, gao toch pikkel'n

Kà je nie pikkel'n, kruup dan

 

Mao nooit nie bluuv'n staon

nooit nie laoger, altied' ôôger gaon

 

Kà je nie 'ardop lach'n, lach dan zachies

Kà je dad ôôk nie, zie toch blieje

Kà je nie blieje zin, zie kontent

 

Geef nooit nie op, waorof j'ôôk bin

maor 'ouw altied de moed er in !

(wordt vervolgd)

HFJ

Partager cet article
Repost0
28 mars 2011 1 28 /03 /mars /2011 05:06

 

Moed.jpg

Ik krijg nogal wat reacties op 'Nooit de moed opgeven', het gedicht van Eugène Mattelaer dat vertaald of bewerkt werd in 310 nationale, oude-, ethnische- of streektalen' (zie de vorige blogs). Schilder en flamenco-gitarist Edwig Claes (zie http://mededelingen.over-blog.com/article-dagboek-van-henri-floris-jespers-expo-edwig-claes-56131663.html) waagde zich alvast, 'tussen twee kopjes koffie', aan een bewerking naar het Iepers dialect.


Nooit ni upgeevn

 
Kuje hie nie vliehn, dan moe je loopn
Kuje hie nie loopn, hoad dan
Kuje hie nie hoan, krupt dan


mo hie moe nooit nie bluvn stoan wi
hoa nie no beneeën, mo hod ommoohe


Kuje hie nie lache, lacht e bitje

Kuje hie hin bitje lache, zie toch blie
Kuje hie nie blie zin, zie kontente

 

mo hif de coerazje nooit nie up wi
hod altied mo voort


Het was niet gemakkelijk, onderstreept Edwig Claes, 'daar er in mijn geboortestadje veel invloeden een rol hebben gespeeld'.

Ik denk aan het 'boerse' Iepers van mijn grootouders alsook de Franse invloeden gezien de grens daar erg dichtbij is. In onze tijd werd dan ook naar de Franse TV gekeken omdat de ontvangst gewoon beter was dan de Vlaamse, een fenomeen waardoor het wereldburgerschap in mijn kinderzieltje wortel heeft kunnen schieten, haha. Ook waren er verschillen in het dialect naargelang de buurt waar men in woonde.
Het woordje 'glimlachen' kan ik me niet herinneren ooit in mijn dialect te hebben gehanteerd, dus heb ik gegrepen naar de oplossing die Van Bergen heeft gebruikt in het dialect van Bergen op Zoom.

(Tussen haakjes: van mijn vriend Bert Bevers krijg ik te lezen dat hij het leuk vindt zijn moedertaal op mijn blog tegen te komen. Hij wijst mij echter terecht: 'Voor de goede orde: het adjectivum is voor Bergenaren Bergs, niet Bergen op Zooms.' Waarvan akte.)
Terug naar het Iepers. Edwig Claes bekent dat hij zijn dialect 45 jaar niet meer gesproken heeft.

In tegenstelling met nu, was ik een zonderling kereltje van weinig woorden. Ik heb dus een kleine twijfel betreffende de juistheid van mijn vertaling en daarom dring ik ook niet aan op publikatie. Misschien kan deze vertaling dienst doen als vergelijkingsmateriaal?

Het boek van Eugène Mattelaer (1979) bevat inderdaad een bewerking door de Ieperse journalist Roger Quaghebeur, wiens boek In het wiel van de Flandriensbegin maart van de pers rolde. Eveneens bij de Brugse uitgeverij De Klaproos publiceerde hij eerder Ik was een spionne. Het mysterieuzespionageverhaal van Martha Cnockaert uit Westrozebeke.

Ziehier de bewerking van Roger Quaghebeur:

 

't Is mè de courage dajje't doet

 

Oejje nie è ku vliegen èwè lopt,

oejje nie è kulopen èwè gaot,

oejje nie è ku gaon èwè kruupt

 

mao bluuft van ze leven nie stillestaon,

nois na beneen, ossan omhoge gaon.

 

Oejje nie è ku lachen toen moejje moenkeln,

oejje nie è ku moenkeln zied ogliek bliedde,

oejje nie è ku bliedde zin zie toen content.

 

't Is mè de courage dajje't doet,

daorom ossan gaoze de voet !

(wordt vervolgd)

HFJ

Partager cet article
Repost0
27 mars 2011 7 27 /03 /mars /2011 19:50

 

Vrijdag 25 maart werd Opgerichte poëzie. (1975-1988) , de nieuwe bundel van Maris Bayar, onder zonder meer teleurstellende geringe belangstelling voorgesteld in De Zwarte Panter te Antwerpen. Tussen de schaarse aanwezigen: Gerdi Esch, Vera Alexander Beerten, Henri-Floris Jespers, Pruts Lantsoght, Karin Lebacq, Marc Pairon, Adriaan Raemdonck, Iris Rombouts, Jan Scheirs en Walter Soethoudt.

Aleidis Dierick (°1932), een great old lady van de Vlaamse poëzie, voorzag de verzamelbundel van Maris Bayar (°1937) van een indrukwekkend essay, een biografische en secuur literair-kritische schets. De hoogebejaarde dichteres, die in Aalst woont, kon zich niet naar Antwerpen verplaatsen ('haar 'heerlijke geboortestad') maar verkeerde wel in gedachten aanwezig bij de presentatie. Als grondige exegete was ze blij met de publicatie van Maris Bayars verzamelbundel en vroeg zij derhalve bij wijze van inleiding een brief voor te lezen, waaruit volgend uitvoerend citaat:

Uw oeuvre, althans de eerste periode, kan nu in één adem gelezen worden, kan nu ook bestudeerd en – opnieuw – gewaardeerd worden. Met dit boek worden uw verzen terug beschikbaar voor elke echte poëzieliefhebber.

Jaren geleden reeds was ik bang dat uw poëzie zou verloren gaan, dat uw bundels onvindbaar zouden worden en dat aan uw experimentele, pure poëzie en aan die eigenaardige zeventiger jaren geen indringende studie zou worden gewijd. Dat gevaar is nu, dank zij uw ijver, uw uitgever en nog enkele enthousiaste poëzieminnaars, geweken!

Immers, wie iets van die periode wil begrijpen, moet eerst uw oeuvre bestuderen; en het is een studie zeker waard, ja, het is verrassend en onuitputtelijk, het is interessant en ontroerend.

Ik hoop dat ook het onvolprezen Fleur de Flandre en het aangrijpende Epos van het groot ongelijk nu grote verspreiding mogen kennen. Ik herlees uw bundels geregeld en telkens word ik getroffen door uw unieke, eigen stijl, door uw taalrijkdom en ook door de eerlijkheid waarmee je je diepste gevoelens verwoordt.

Jij wéét dat poëzie méér is dan enkele, in stukjes gehakte regels proza, die toevallig onder elkaaar komen te staan! En jij wéét dat men geen sterke poëzie kan schrijven als men, geen sterke gevoelens, geen sterke liefdes, en geen diep lijden kent...

Maris, in je Vrouwelijke elegieën (1980) schrijf je

De levenden hielden mijn wonden open.

De doden vlechten ze toe.

Ik denk dat vandaag de levenden enkele wonden hebben gehecht. Immers, we schrijven niet om te worden gelauwerd maar we willen ons werk aanbieden en delen met anderen. Dichten is: zichzelf openbaren... Daarom doet het goed: te worden aanvaard!

Lieve Maris, ik hoop dat wij elkaar in onze gedichten nog dikwijls zullen ontmoeten, om met verbazing vast te stellen dat wij soms dezelfde ontroering delen en dezelfde wereld kennen... van de Groenen Hoek in Berchem tot de ijzige, alle liefde dodende straten van Leningrad.

Neem de pen ter hand, Maris, het leven is boeiend, geniet ervan ! Blijf het leven aanvaarden enblijf het omarmen, met heel uw fel, hartstochtelijk hart... En her-schep het tot poëzie... tot dieprachtige, oorspronkelijke, ontroerende poëzie van jou.

MarisWalter.jpg

Maris Bayar en Walter Soethoudt

Dan was de bekende Antwerpse oud-uitgever en schrijver Walter Soethoudt (°1939), thans zaakvoerder van het literair agentschap Swicth), aan de beurt.

Maris Bayar is een schromelijk onderschatte dichteres, zei de multi-getalenteerde Renaat Ramon nog over haar. En daar kan ik me helemaal in vinden, want de meeste dichters werden en worden onderschat tijdens hun leven.

In 1981 publiceerde ik de debuutbundel Splinters van Marc Pairon, die hier vandaag als uitgever van de Stichting Charles Catteau staat. Bij diezelfde Stichting verschenen ondertussen al verschillende succesvolle dichtbundels in een oplage waar velen jaloers op kunnen zijn. Pairon publiceerde de bundel Litanie bij het Poëziecentrum, waarin hij de Litanie van Pink Poet Nic van Bruggen in een nieuw daglicht stelt. In een tijd waarin zelfverheffing boven dienstbaarheid wordt verkozen, voert Pairon opnieuw de dienstbaarheid in.

Dertien jaar voor Pairons debuut in 1968, debuteerde Maris Bayar met De deur die gesloten bleef bij uitgever Adriaan Peel. Pairon was toen negen jaar.

Vijf dichtbundels later publiceerde Bayar in 1975 de verzamelbundel Als Maris Dante zoent, een jaar later gevolgd door Lof van onwerkelijken.

Pairon was toen zestien en zwierf de wereld rond. […] In 1980 produceer ik voor de uitgeverij Contramine de bundel Vrouwelijke elegieën. Voornoemde bundels zijn opgenomen in de verzameling die we nu voorstellen.

Fleur de Flandre verschijnt in 1998 bij uitgeverij Facet waar ik op dat ogenblik de verantwoordelijke uitgever ben. Het is dan tien jaar geleden dat ze haar bundel Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen uitgaf bij de Amsterdamse uitgeverij An Dekker – bundel die deze Opgerichte poëzie afsluit.

Fleur de Flandre, een gewaagde titel voor iemand die alleen maar haar eigen taal spreekt en schrijft, een Nederlands niet volgens Van Dale maar volgens Maris, met nogal wat onbestaande, maar daarom niet minder begrijpelijke woorden met een mengsel van Antwerps dialect, Franswerps en dokwerkers Engels.

Wie begrijpt de woorden alleendrager, zatgezeten, aanpelsen, droevend, sensibelen, onweg, gewarboeld niet?

Aleidis Dierick slaagde er met haar bibliografische tekst in, een stijgende interesse te wekken voor het werk van Maris Bayar en voor de hier opgenomen dichtbundels die in het beste geval enkel nog antiquarisch te vinden zijn.

MBenPAIRON.jpg

Maris Bayar en Marc Pairon

Tot slot sprak uitgever Marc Pairon zijn waardering uit voor het werk van Maris Bayar.

Cover Opgerichte poëzie voorplat

Maris BAYAR, Opgerichte poëzie. Gedichten 1975-1988, Aartselaar, Stichting Charles Catteau, 2011, 349 p., 25 €. ISBN 978 94 9121 801 9

Partager cet article
Repost0
27 mars 2011 7 27 /03 /mars /2011 03:32

 

De versie van Mattelaers gedicht in het Bergen op Zooms werd geschreven door ene mij onbekende Hans van Bergen (info wordt in dank aanvaard).


Kunde nie fliege, lop 'tan –

Kunde nie lôôpe, ga'dan –

Kunde nie gaan, krup'tan –

 

mar blef nôôt staan

ga nie omlaag, mar ga'domôôg.

 

Kunde nie lache, lach'tun bietje –

Kunde gin bietje lache, zij toch blij –

Kunde nie blij zen, zij kontent –

 

mar gif'te moet nôôt op

Ga'dummer vooruit

Partager cet article
Repost0
25 mars 2011 5 25 /03 /mars /2011 18:00

 

De vertaling in het Liers is van de hand van stadsarchivaris en -conservator Arthur Lens (1924-2001), ere-lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, van de Commissie voor Plaatsnaamkunde van de provincie Antwerpen en bestuurslid van het Felix Timmermans-Genootschap.


Noet de mood oepgeven

 

Kunde ni vliegen, loept

Kunde nie loepen, go

Kunde ni gon,kreupt

 

        mor bleft ni stilston

        noet dalen altij oepgon

 

Kunde ni lachen, glimlacht

Kunde ni glimlachen, za toch blij

Kunde ni blij zan, za kontent

 

        mor noet de mood oepgeven

        en altij veraot streven

(wordt vervolgd)

HFJ

 

Partager cet article
Repost0
25 mars 2011 5 25 /03 /mars /2011 01:46

De befaamde Jozef Vergote (1910-1992) doceerde vanaf 1938 Grieks, papyrologie, Oud-Egyptisch en Koptisch aan de KUL. Hij vertaalde het gedicht van Eugène Mattelaer in het Middel-Egyptisch, de klassieke fase van het Egyptisch.

Het Middel-Egyptisch was de gesproken taal van de Eerste Tussenperiode (IXe Dynastie, ca 2200 tot 2000 v. Chr.), van het Middenrijk (XIe-XIIe Dynastie, ca 2000 tot 1740 v. Chr.) en de Tweede Tussenperiode (XIIIe Dynasrtie, 1740-1573 v. Chr.) Het bleef in gebruik als klassieke geschreven taal in de XVIIIe Dynastie (1573 tot 1314 v. Chr.), en ook nog daarna tot in de Ptolemaïsche tijd (vanaf 332 c. Chr.)

MoedEgyptisch.jpg

Professor Vergote verzorgde ook de Koptische vertaling, het Egyptisch zoals die taal vanaf de Ptolemaïsche Tijd werd gesproken (vanaf 332 v. Chr.), doch eerst geschreven, met het Grieks alfabet (vanaf de IIIe eeuw nà Christus). Deze taal wordt nog gesproken en gebruikt als liturgische taal in de huidige Koptische Kerk in Egypte.

MoedKoptisch.jpgIn de volgende afleveringen komen Noord- en Zuid-Nederlandse dialecten aan bod.

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
25 mars 2011 5 25 /03 /mars /2011 00:38

 

Dokter Eugène Mattelaer (1911-1999) woonde in Knokke in het befaamde Zwart Huis (1924), gebouwd in opdracht van zijn schoonvader dokter Raymond De Beir naar plannen van architect Huib Hoste. Mijn grootvader, die met periodes het Vijfringenhuis aan de Graaf Jansdijk in Knokke bewoonde (ik verbleef er vaak als kind), was bevriend met de sippe De Beir / Mattelaer.

Eugène Mattelaer was lector in de tandheelkunde aan de K.U.L. Ik heb hem ontmoet in het kader van de Internationale Poëziebiënnale in Knokke, een wereldwijd vermaard evenement dat uit kortzichtig flamingantisme (en naijver van andere spelers op het veld...) uit Vlaanderen verbannen werd naar Luik, waar het een sluimerend bestaan blijft leiden.

In april 1979 (Mattelaer was toen al ere-burgemeester van Knokke) ontving ik een exemplaar van de tweede uitgave van Nooit de moed opgeven, een 272 pagina's tellende uitgave van drukkerij Julien Matthys te Knokke, waarin opgenomen het gelijknamige gedicht van Mattelaer vertaald of bewerkt in '310 nationale, oude-, ethnische- of streektalen'.

Dit hartversterkend gedicht luidt als volgt:

 

Nooit de moed opgeven

 

Kun je niet vliegen, loop -

Kun je niet lopen, ga -

Kun je niet gaan, kruip -

 

maar blijf nooit stilstaan

nooit dalen immer opgaan

 

Kun je niet lachen, glimlach -

Kun je niet glimlachen, wees toch blij -

Kun je niet blij zijn, wees tevreden -

 

maar nooit de moed opgeven

en immer voorwaarts streven

 

Hier dan alvast de Japanse vertaling door zuster M. Elisabeth van het Carmel te Brugge:

moedJAPANS.jpg

(wordt vervolgd)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
24 mars 2011 4 24 /03 /mars /2011 19:44

Morgen om 19u30 wordt Opgerichte poëzie (1975-1985), de nieuwe verzamelbundel van Maris Bayar, in De Zwarte Panter (Hoogstraat 70-74, 2000 Antwerpen) voorgesteld.

Cover-Opgerichte-poezie-voorplat-copie-1.jpgNeen, Maris Bayar is geen pseudoniem.

Maris is gewoon een van de talrijke volkse verbasteringen van Maria. En Bayar is een Turkse naam. Gevorderde postzegelverzamelaars kunnen dat moeiteloos natrekken. In de filatelistische bijbel, de befaamde Yvert et Tellier, staan onder de nummers 1193 en 1194 twee Turkse postzegels van 1953 gecatalogeerd. Ze werden uitgegeven ter gelegenheid van een internationaal congres en dragen in een medaillon de beeltenis van Celal Bayar, de toenmalige president.

Marie Thérèse Fernanda Léonie Bayar, geboren in 1937 aan de Groene Hoek uit een Kempense moeder en een Waalse vader, publiceerde tot nu toe een zeventiental dichtbundels die alle nauw aansluiten bij haar levensloop.

Ze genoot een katholieke opvoeding bij de Zusters Apostolinnen (nomen est omen), maar gaf onder invloed van de oosterse mystiek haar geloof op in het begin van de jaren zestig. Ze schreef toen al verinnerlijkte poëzie maar het was haar ontmoeting met de dichter Hugues C. Pernath (1931-1975) in 1965 die de doorslag gaf: ze zou zich volledig inzetten om het literaire pad te bewandelen. Een jaar later werd ze door de dichter Tony Rombouts (°1941) geïntroduceerd in de destijds woelige Antwerpse literaire kringen. Ze gaf haar kapperszaak op. Zich volledig aan het dichterschap wijden werd haar geloof, haar apostolaat. Haar eerste bundel, De deur die gesloten bleef, wordt in 1967 door Adriaan Peel (1927-2009) uitgegeven in de thans gezochte Lepelreeks. Een jaar later verschijnt Zachte bodem bij Stuip. Haar gedichten waren verrassend, speels ingesteld op de taalwerkelijkheid. In het koor van de soms zwaar existentiële ernst van de (neo)- en/of (post)-experimentelen klonk de toon van haar gedichten verfrissend, ludiek en luchtig.

Vanaf 1973 wordt het salon van Maris Bayar en Tony Rombouts een vertrouwde, drukbezochte ontmoetingsplaats. Ze stichten hun eigen private press. Op de legendarische Original F. M. Weiler’s Liberty National degelpers met pedaalaandrijving, een gevaarlijk XIX de eeuwse gietijzeren gevaarte, worden met benedictijns geduld tientallen dichtbundels uitgegeven. Naast hun eigen werk brengen Maris Bayar en Tony Rombouts bundels van heel wat gerenommeerde dichters: Ben Klein, Werner Spillemaeckers, Michel Bartosik, Saint-Rémy, Renaat Ramon, Marcel van Maele, Wilfried Adams, Jos Daelman, Lucienne Stassaert, Hendrik Carette, Frans Denissen, Marcel van Maele, Emiel Willekens, Annie Reniers, Wim Zaal, Patrick Conrad en ik vergeet er ongetwijfeld.

Tussen 1973 en 1986 publiceert Maris Bayar tien bundels. Haar bundels vormden een soort verhuld intiem dagboek en verwijzen haast zonder uitzondering naar concrete, reële situaties die voor de oningewijde lezer niet altijd even toegankelijk zijn. Zij onthult immers vooral door te verhullen. Ze kapselt zich in een aantal feilloze afweermechanismen (of overlevingsstrategieën) in: alles wat de eigenste eigenheid van haar innerlijk leven kan raken of aantasten, glijdt meteen af over het harnas van haar eenzelvigheid.

Woorden zijn voor haar dingen die haar beschermen en beveiligen tegen een buitenwereld die ze hardnekkig, wellicht uit zelfbehoud, weigert te zien zoals hij werkelijk zou kunnen zijn. En wanneer een pijnlijke luciditeit in haar verzen tot uitdrukking komt, dan gebeurt dit steeds met betrekking tot haar eigen persoon, uiteraard.

De dichteres verschijnt als een godin in ’t diepst van haar gedachten en zit in het ’t binnenst van haar ziel ten troon. Maar binnenin bijt de pijn zich uiteraard vast, wat dacht u wel. Het verglijden der dingen, de vergankelijkheid, het verval worden immers met de jaren onherroepelijk duidelijker:


De klok staat niet stil
De tijd staat niet krom

 

Of nog


Het menselijk huis dat zolang bestaat
Moet hersteld worden

marisIJZERENHAND.jpg

Die periode van tomeloze creativiteit wordt in 1988 besloten met Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen, een bundel met passend gekozen titel, verschenen in 1988 bij An Dekker te Amsterdam. (Tussen haakjes, een hint voor exegeten, de titels van Maris’ bundels hebben altijd betrekking op louter biografische toestanden die ze aldus samenbalt, synthetiseert.)

marisEPOS.jpg

Epos van het groot ongelijk, Litera-Este, 2004, 220 p.

Maris zou tien jaar niet publiceren. Maar ze was wel hardnekkig aan het schrijven aan haar Epos van het groot ongelijk.

Toen ze in 1992 vijfenvijftig werd, stelde ze vast dat ze heel veel verdrongen had. Het mechanisme van de herinnering trad in werking, mede op gang gebracht door de Golfoorlog. 'Het was net of er op de deur geklopt werd', zei Bayar. Dat werd een ware psychologische schok. Plots gingen de sluisdeuren van het geheugen open en herbeleefde ze de donkere oorlogsjaren die ze als kind meemaakte. Haar werk zou een andere wending nemen.

Ik heb het al gezegd, haar oeuvre heeft een sterk autobiografisch gehalte, en haar epos kan op het eerste gezicht beschouwd worden als een familiekroniek. Niet de vader, noch de moeder staan hier centraal (zoals het geval was in haar Vrouwelijke elegieën), wel de ziener, de man die haar jeugd betoverde en tijdens de angstige bezettingsjaren een beschermende en beslissende invloed had op haar ontwikkeling.

'Hij was, zegt Maris, wat je zou kunnen noemen een tweede vader voor mij. Hij was helderziend, letterlijk, en daarbij moralist en pietepeuterig. Hij probeerde me op te voeden. Het was zijn huis waarin wij woonden op de gelijkvloers. Wanneer mijn vader dronk, zocht ik als kind steun bij hem en bij zijn vrouw, Harriet Mac-Cord, een Schotse.' En om kracht bij haar woorden te voegen: “Zijn werkelijke naam was Franciscus Gerardus van den Mussele (1897-1980). Hij was van Italiaanse afkomt.”

Ze was hem vergeten, maar hij was in haar onderbewustzijn hardnekkig blijven sluimeren.

Maris Bayar is altijd gefascineerd geweest door de lotsbestemming van enkelingen die diep gebukt gaan onder de tragische druk van het tijdsgewricht. Haar bekendheid met de Russische literatuur van de vorige eeuw is daar een sprekend exponent van. In haar “epos” staat dan ook de geschiedenis centraal - in casu de verschrikkingen van de Tweede wereldoorlog. De dichteres onderneemt nu een brede poging, niet langer om zichzelf, dan wel om haar tijd te vatten en te bevatten, te grijpen en te begrijpen. Terwijl ze vroeger vaak meegesleurd werd in de kringen naar binnen, poogt ze nu te objectiveren.

Uitgever Walter Soethoudt bracht onder het inprint Facet het eerste deel van Maris’ epos in 1998, Fleur de Flandre. Voordien had hij al, dertig jaar geleden, de verzamelbundelAls Maris Dante zoent uitgegeven. Een tweede uittreksel verscheen twee jaar geleden bij Pte Leuven, onder de welsprekende titel Ares.

Eigenlijk, zegt Maris, ben ik een poëtische romancière”. Ik ben een fantasieloze dichteres.

Zij is anders dan wij, hoorde ze vaak thuis zeggen. Ze voelde zich afgesloten van familie en volk. “Pijnlijk voor een kind”, vertrouwde ze me toe. “Ik had gelukkig destijds mijn frivoliteit mee, waarmee ik het gered heb. Op school bracht ik de kinderen aan het lachen.”

In haar epos zit ze gekneld tussen hooggestemd uiting geven aan haar gevoelens en het onverbloemd weergeven van de werkelijkheid..

Lyrisch realisme dus? Neen, ik zou zeggen maris-realisme.

Maris Bayar vertaalt haar duik in het verleden in verzen die uiteenlopende taalregisters bespelen, waarbij soms ogenschijnlijk onhandige verhevenheid moeiteloos verbonden wordt met authentiek volkse, dialectische zegging. Ontwapenende naïviteit (een woord dat ze anders niet duldt…) en verrassend schrander inzicht, veeleisende verkenning van de grenzen der eigen uitdrukkingsmogelijkheden en dan, ja, die verzen die door de goden geschonken worden…

Naast de aanwending van retorische knepen laat ze ook de spreektaal tot haar recht komen, het dialect dat ze op straat opraapte (“ik luisterde in stilte naar oerklanken”, zegt ze) en waarvan ze de soms verrassende en rauwe wendingen graag koestert. Ze was al altijd iemand die gadeslaat, haar scherpe vermogen tot observeren komt in haar vorige bundels ook al ruim aan bod. Bovendien heeft ze zin voor theatraliteit (een van haar vorige bundels typeerde ze als een “wagenspel”), nog aangescherpt door haar jarenlange omgang met een mime.

Maris Bayar is van vele markten thuis maar ze diende de tol te betalen voor haar ambitieuze en vermetele poging (“bayar” betekent “betalen” in het Maleis…): de jongste jaren stonden in het teken van het gevecht met de angst. Ontheemding en toe-eigening van een moeilijk maar taai bevochten eigen plaats midden de chaos. Ontgoocheling en/of begoocheling. Romantisch dwepen en sluw boerenverstand. Wereldvreemdheid en rauw realisme.

marisDANTE.jpgMaris Bayars eerste verzamelbundel Als Maris Dante zoent. Gedichten 1965-1975 verscheen in 1975 bij Walter Soethoudt, met een woord vooraf van de pas overleden filosoof en meesterschaker Julien Vandiest (15 juni 1919 – 2 maart 2011). In Opgerichte poëzie, een fors boekdeel van 350 pagina's, wordt nu het werk van 1975-1988 gebundeld, Lof voor onwerkelijken (Walter Soethoudt, 1976) tot Een ijzeren hand in een fluwelen handschoen (An Dekker, 1988).

*

Wat een wonderlijk, ontroerend en verbijsterend oeuvre! Meesterlijk!”, aldus de dichteres Aleidis Dierick (°1932), die de publicatie voorzag van wat bescheiden aangereikt wordt als 'een bibliografische schets'. In feite gaat het tevens om een levensschets: alle dichtbundels van Maris Bayar vallen immers onder de noemer “memoires in dichtmaat”...

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
8 mars 2011 2 08 /03 /mars /2011 02:31

 

Manu-Bruynseraede-Klein.jpg

Manu Bruynseraede

Tijdens de 148ste Muzeval zal dichter, vertaler en schilder Manu Bruynseraede een ander, voor velen wellicht verrassend nieuw beeld van cultdichter Charles Bukowski (1920-1994) ophangen: 'Misschien heeft hij ons wel degelijk een menslievende boodschap meegegeven van vrede en verzoening.' Een 'nieuwe' Charles Bukowski tonen, dat is het uitgangspunt van de lezing van Manu Bruynseraede:

Iedereen kent wel de Vieze Oude Man, de dichter en schrijver van zuipen, rondneuken en keet schoppen.

Zuipen, rondneuken en keet schoppen is één ding. Deze dingen in het dagelijkse leven doen plus daarbovenop 6 dikke romans schrijven, honderden kortverhalen en 3000 gedichten is een tweede ding.

Hier vanavond gaat het om het derde ding: de synthese van de these en de antithese. Een Charles Bukowski laten tevoorschijn komen die wel degelijk ook mooie en lieve dingen kon zeggen, schrijven en denken. En dat op een poëtische manier, zoals een echte schrijver dat hoort te doen.

Een lyrische, geestige en constructieve Charles Bukowski. Een Charles Bukowski die weinig bekend is bij diegenen die hem al kennen.

Bij diegenen die nog nooit van hem gehoord hebben: een grote schrijver, een echte vakman en een levende, boeiende mens met oprechte en toch ook wel zachtaardige gevoelens tussen alle zware miserie des levens door.

Een geniale schrijver die op het eerste zicht misbegrepen werd omdat hij verkeerde signalen de wereld instuurde. Logisch als je zo goed als 40 jaar van je leven dag en nacht dronken bent.

Een woordkunstenaar van wie de meeste lezers verkeerde dingen dachten als: zelfmoord is interessant, werken in loondienst is per definitie slavenarbeid, zuipen, gokken en knokpartijen zijn leuk, vreemdgaan is een aanrader, alle gezagsdragers zijn corrupt en het hele systeem is door en door verdorven.

Als je woonde waar ik woonde begon je te geloven dat het overal elders net zo’n schamele bedoening was als bij jou.”

Tussen al die foutieve signalen in het oeuvre van Charles Bukowski treffen we evengoed signalen aan van de schoonheid en het nut van moderne literatuur, misschien zelfs tekenen waardig voor het predicaat van de Schone Letteren.

Af en toe heeft de wereld behoefte aan de juiste persoon die de juiste mensen op het juiste moment wakker schudt. Af en toe. Niét aanhoudend. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.

Het feit dat hij bij leven miljoenen boeken ter wereld verkocht was een logisch gevolg van de allereerste zin van zijn allereerste roman: 'Het begon als een vergissing.'

Bukowski.jpgCharles Bukowski

In dat verband zet Manu Bruynseraede alvast een aantal 'misvattingen over de mens Charles Bukowski' op een rijtje:

  • Hij kon een harde werker zijn bij de Post en als hij goede punten scoorde bij de directie was hij trots.

  • Hij was erg spaarzaam en had een klein fortuin op de bank staan toen hij stopte met werken.

  • Hij schaamde zich vaak voor zijn fouten en weende veel.

  • Hij heeft leuke tekeningetjes en schilderijtjes gemaakt.

  • Hij las en studeerde erg veel en was een veel verstandigere en voorzichtigere mens dan zijn werk doet uitschijnen.

  • Bij zijn optredens was er altijd politie in de buurt, maar hij voelde zich daardoor beter gewaardeerd en als hij écht in de fout ging besefte hij dat en liet hij zich gewillig sanctioneren. Hij schold en foeterde wel op de politie maar zelden recht in hun gezicht.

  • De laatste 10 jaar van zijn leven was hij overwegend nuchter en leefde hij gezond in bescheiden luxe.

  • Hij is zijn echtgenote Linda Lee altijd trouw gebleven.

Manu Bruynseraede verstrekt ook een aantal moraliserende en waarschuwende 'raadgevingen bij het lezen van Bukowski'. De eerste vingerwijzing zet al meteen de toon:

Bukowski lezen is een luxe. Best lezen bij een warm haardvuur, een lieve echtgenote die je trouw blijft en een grote spaarboek bij de bank. Best niét lezen als je depressief of psychotisch, straatarm of doodziek bent.

Met zijn lezing zal Manu Bruynseraede, die zich sinds vorig jaar toelegt op het vertalen van Bukowski's poëzie, wellicht enige controverse in het leven roepen...

*

Manu Bruynseraede (°Ekeren, 18 november 1969) richtte tijdens zijn studie Germaanse filologie (Universiteit Antwerpen) samen met JMH Berckmans en Vital 'Vitalski' Baeken, Steven Grietens en Geert Beullens het avant-gardistisch theater-rockensemble Circus Bulderdrang op, dat begon als een dichtersgroep.

Manu Bruynseraede over Charles Bukowski: welkom donderdag 10 maart 2011 vanaf 19u30 in literair-artistiek café Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24, 2000 Antwerpen.

Meer over Manu Bruynseraede:

http://nl.wikipedia.org/wiki/Manu_Bruynseraede

http://www.basicpublishing.nl/index.php?page=profiel&id=3079

http://www.youtube.com/user/ManuBruynseraede?feature=mhum

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche