Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
3 septembre 2011 6 03 /09 /septembre /2011 17:49

 

DDK.jpg

Op de longlist van de Diamanten Kogel 2011 staan de nodige prijswinnende kandidaten waaronder niet alleen Gauke Andriesse, Patrick Conrad, Bram Dehouck en Peter de Zwaan (zie vorige blogs), maar ook Bavo Dhooge en Elvin Post.

BAVOscrabble.jpgBavo Dhooge, Scrabble Man, Manteau, 2011, 303 p.


Bavo Dhooge (°1973) is aan zijn zestigste boek toe. Hij werd genomineerd voor de Schaduwprijs, de Gouden Strop en de Hercule Poirotprijs. Met Stiletto libretto  won hij De Diamanten Kogel.

PostRoom.jpgElvin Post, Room-service, Anthos, 2010, 302 p.


Elvin Post (°1973) debuteerde met Groene vrijdag, dat meteen werd bekroond met de Gouden Strop. Zijn roman Vals beeld  werd in 2006 genomineerd voor de Gouden Strop en de Diamanten Kogel. Zijn boeken werden vertaald in het Duits, Frans, Spaans, Hebreeuws, Indonesisch en Turks.

HFJ

(wordt vervolgd)

Partager cet article
Repost0
2 septembre 2011 5 02 /09 /septembre /2011 04:38

 

trofee3.jpg

Voor de tiende aflevering van DDK werden meer dan honderd titels ingezonden. Heel wat prijsbeesten tussen de kandidaten: niet alleen Peter de Zwaan  (Gouden Strop, twee nominaties voor De Diamanten Kogel, één nominatie voor de Gouden Strop) en Bram Dehouck (Schaduwprijs en Gouden Strop (zie blog van 18 augustus), maar ook bijv. Gauke Andriesse en Patrick Conrad (°1945).

Perdida-s-Droom.jpgPatrick Conrad, Perdida's droom, Meulenhoff/Manteau, 2010, 364 p.


Patrick Conrad (°1945), dichter, plastisch kunstenaar, scenarioschrijver, filmregisseur en -producer, kreeg in 2007 voor de roman Starr de boksbeugel van De Diamanten Kogel uitgereikt uit handen van prof. dr. Jim Madison Davis, voorzitter van de International Crime Writers' Association. Starr verschijnt eerlang in Engelse vertaling.

Gauke2.jpgGauke Andriesse, De handen van Kalman Teller,Atlas, 2010, 301 p.


Voor De handen van Kalman Teller kreeg Gauke Andriesse (°1959) de Gouden Strop. Van huize uit is hij ontwikkelingseconoom. Hij werkte in het Andes-gebergte en verblijft nog regelmatig in Afrika, waar hij instellingen ondersteunt die microkredieten verlenen. Sinds enkele jaren schrijft hij ook thrillers, rond de privé-detective met de naam  Jager Havix.

HFJ

(wordt vervolgd)

Partager cet article
Repost0
29 août 2011 1 29 /08 /août /2011 13:57

 

Als-de-dood-van-Ieperen.jpg

Er bestaat zoiets als synchroniciteit, dat weet ik. In de wetenschap, in de beeldende kunst, in de schone letteren. Of nou ja: toch bíjna-synchroniciteit. Bladerend in een paar dichtbundels en literaire tijdschriften die op mijn tafeltje liggen kom ik twee regels tegen die zowat op elkaar te blauwdrukken zijn: Alles blijft wat het nooit geworden is(van Patrick Cornillie, uit zijn Als de dood van Ieperen uit 1993), en Alles moet blijven zoals het nooit is geweest(van Benno Barnard, uit diens Krijg nou de lyriek uit 2011)....

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
23 août 2011 2 23 /08 /août /2011 03:42

In het cc 't Schaliken te Herentals werd zaterdag de Nestorprijs 2011 uitgereikt. Voor het 'nestoraat' van 2011 viel de keuze op Louis Verbeeck en de folkgroep De Elegasten. Hierna volgt alvast de laudatio van Louis Verbeeck door Gaston Durnez.

Nestor-en-An-43-117.jpgLouis Verbeeck (foto: Frank-Ivo van Damme)

 Er is iets vreemds aan de gang met Louis Verbeeck. Telkens als ik in een gezelschap zijn naam noem, treft het mij dat niemand kwaad over hem spreekt! Zelfs niet in zijn afwezigheid.

Ja, als je de naam van Louis Verbeeck laat vallen, beginnen onmiddellijk drie, vier mensen tegelijk hem blijgezind te citeren, terwijl de anderen al op voorhand lachen. Krijg IK dan per toeval het woord, dan vertel ik graag een anekdote uit de Jaren Stillekes.

In die tijd trokken wij met enkele lustige televisie- en radiogezellen van de ene uithoek van Vlaanderen naar de andere wereldstad. Het was de tijd dat er nog feestelijk geïmproviseerd mocht worden. Wij mochten nog zorgeloos de amateurs uithangen, de lief-hebbers. Zo begaven wij ons meer dan eens naar de Koningin der Badsteden, naar Oostende, op initiatief van een vereniging met de bemoedigende naam De Vlaamse Club Kust. Met zulke naam was het niet verwonderlijk, dat de Club telkens het Kursaal tot de nok kon vullen. En op een mooie avond zat daar weer ons Panel klaar voor steekspelletjes met woorden, die grotendeels onvoorbereid waren, drijvend op de vondsten van het ogenblik. De panelleider stelde de onmogelijkste vragen en de panelleden moesten daar op antwoorden. Zo kreeg Louis Verbeeck deze vraag voorgeschoteld : “Louis, je bent je tuin aan ’t beren. Met andere woorden: je bent aal aan ’t voeren. Béér dus. Onverwacht stopt voor je tuin een sjieke zwarte auto met een driekleur op het dak en een gouden kroontje op de voordeur. Uit die auto stapt Zijne Majesteit de Koning en hij komt naar jou toe. Jij staat daar in je geurige beerkostuum. Wat zeg je tegen de Koning ?” Louis Verbeeck verpinkte niet, zijn antwoord viel zonder aarzelen : “Sire, dit land kunt U niet ontberen !”

Vrienden, dit is een van de beste illustraties van het talent waarmee Louis door Onze Lieve Heer werd gezegend. Hij kan goed Taal voeren. Een talent dat zijn sporen naliet in alles wat hij de jongste tachtig jaar heeft geschreven, gedeclameerd, gezongen en aan microfoon en aan de tapkast verteld, - de tapkast: het podium van de echte stand-up comedians.

Louis vertelt zelf graag hoe dat talent zich al vroeg heeft geopenbaard, alree in  zijn publiciteitsjaren, zegt hij, en vooral in de studentenbond. Hij had het in zich, het kwam er vanzelf uit. Hij kon rijmen en dichten zonder ons op te lichten. Het is telkens weer alsof hijzelf verrast wordt door de woorden. Zij vloeien uit zijn pen alsof hij er niets kan aan doen. Het is niet Louis die met woorden speelt, het zijn de woorden die met Louis spelen. Ze amuseren zich kostelijk, die woorden. En ze zijn sentimenteel zonder daar verlegen om te zijn. Het gebeurt ook wel dat zijn woorden zich serieus en ingetogen opstellen, maar spoedig glijden zij van de regel en schuiven uit. En geregeld vinden zij zelf nieuwe woorden en uitdrukkingen uit. Was hun geliefde Louis niet de eerste die handelde over Hovaardigheidsbekleders ? Een woord dat alle valse plechtigheid zal blijven ondermijnen.

Gaston-Durnez.jpg

Gaston Durnez

Ooit mocht ik, lang geleden, Louis Verbeeck  interviewen voor de jonge Vlaamse televisie. Het gebeurde in een Literair Programma en ik stelde dus Serieuze Vragen. Bijvoorbeeld de ergste vraag die je een humorist kunt stellen :” Humor, wat is dat ?” Louis antwoordde prompt :” Humor, da’s iets waar ik kan mee lachen”.

Louis had geen geleerde woorden nodig, hij schreef nooit een verhandeling over “de Stamboom en de Ondergrond van de Humor”. Hij wàs gewoon zelf humor.

Voor mij was hij meteen hèt voorbeeld van “studentikoze humor”. Louis was en bleef lange jaren de lachende student. Als ik dat woord uitspreek, denk ik aan de legendarische studentenavonden van zijn jeugdige germanistenjaren in Leuven, avonden die ik, schuchtere academische leek, met verbazing en een beetje jaloezie bijwoonde. Ik zie Louis nog op een ton klimmen, een lege bierton, uiteraard, in Leuven (of was het in Löwenbrau ?) en, overschakelend op het Alte Germanisch, sagen wir Louis, mit grosse Träne in die Augen, und der Bibber in seine Stimme,  das unsterbliche Gedicht vortragen uber das wanheupige Schweintjen (ich citiere):

 

      Und triestig sprach das Farken:

     Wit mussen immer warken,

     Van ’s morgens fruug bis nach den Noen,

    Wit haben viel zu viel zu toen !

O zalige en jongensachtige dwaasheid uit de tijd dat wij in Vlaanderen bezig waren de zogenaamde Kleinkunst  te ontdekken !


Ik denk dat het Broeder Max was, de goede schilder, die mij de eerste verzen van Louis liet lezen, waarna ik spoedig aan Jef Burm belde :” Jef, als je nog eens een sterk nummer nodig hebt, en IK  ben niet beschikbaar, bel dan eens naar die Louis Verbeeck van Omroep Limburg”. Jef dééd dat. Binnen de kortste keren was Louis de vruchtbaarste en de vrolijkste van ons allemaal.

Die tijd van Toen…Het was een vreemde tijd, zeer ver en exotisch voor de jonge mensen van nu. De televisie zag de wereld nog in zwart-wit. Alleen het bestuur en de redactie waren gekleurd, rood blauw en vooral geel. En het was een magere tijd, zonder kookprogramma’s. Goossens was nog een naam voor de Grote Baas, niet voor een kwaaie Chef-Kok. Iedereen probeerde nog ABN te praten, behalve de courreurs en de Antwerpenaren. Miel Cools begon te zingen over het achtervolgen en vangen van witte vlinders, wat toen nog niet door GAIA was verboden. Boer Bavo keek nog niet naar porno op zijn porneo. Vrijen was nog een kuis woord. En bij het woord Commune dachten de katholieken nog aan de communiebank.

Het was de tijd toen wij de Vlaamse Leeuw wilden leren lachen, dat goede oude beest. Wij vonden dat men hem moest herdopen in Reinaert de Vos. Wij begonnen de wijze oude Vlaamse spreuken aan te passen. Louis Verbeeck vatte de sociale verhoudingen samen in: ”Wie een put graaft voor een ander is een werkman”.  Tegenwoordig denkt men : “Wie een put graaft voor een ander, is een Pool”.

En het was de tijd dat wij op de televisie nog naar Nederland keken, ja, OPkeken. Nu zijn wij, op 72 kanalen, internationale zappers. Wij kijken niet meer op naar het Noorden, wij raken het Noorden kwijt. Wij zappen en zappen maar, wij zijn zaplappen geworden. De wereld is één zapperij. En wie niet zapt, twittert. En wie niet twittert, Es Em Est. En wie daar niet bij oplet, staat in Story !

Alleen Louis Verbeeck schrijft nog elke dag met een pen, een vulpen, op gewoon wit papier. En niemand kan dat zo vlug als hij. Tot nog toe heeft hij, naar schatting, eigenhandig tienduizend en zeven cursiefjes geschreven en zo’n vijfhonderd en zes liedjes en andere verzen. Uit die Himalaya van volgeschreven papieren heeft hij meer dan zestig boeken samengesteld en laten drukken en nog verkocht ook. Als je de titels van die boeken op een rij zet, merk je dat zij het literaire levensprogramma van Louis vertolken. Het begon indertijd met Vergulde Ramenassen. Ramenassen, lieve mensen ! Is er nu één groente meer ondichterlijk dan de ramenassen ? Ja, schorseneren, misschien. Of raapkolen. (Alhoewel… “Ik heb de witte raapkolen lief…” Is dat geen vers van Frederik van Eeden?) Louis pakte de doodgewone ramenassen beet, deed er een gouden zilverpapiertje rond en het waren ineens feestgroenten waar wij moesten om lachen en waar nog poëzie in zat ook.

 

Ooit heb ik  een gedicht geschreven met alleen de titels uit Louis zijn bundels  (de titel van het gedicht is van mij: Verzilverde checks):


     Een droom met heel veel groen

     In het land van de glimlach.

 

    Allemaal engelen, groot en klein,

    Harten is troef.

    Lodewijk de Beduimelde,

   Soeur Marie Claire de la Lune !

  Zat… in de zon.   (Zat ?...)

  Gewenste intimiteiten.

 

  En toen lachte Abraham.

  Lachen mag van God.

  Met een strohoed in de regen.

 

Ik lees dat en ik voel mij zo’n beetje voorloper van de nieuw-realistische poëzie voor wie Herman de Coninck was.

De laatste regel vat de kern van Louis’ humor in enkele woorden samen. Een mens mag nog zo’n zonnetje zijn in huis, als hij buiten komt, loopt hij vaak door de plassende regen. En het wil ook wel eens binnenregenen. Maar Louis leent ons een grote strohoed en daaronder bleef het, wonderlijk genoeg, lente. In onze herinnering is dat een lente die al onze winters verlicht.

Humor, vrienden, is vaak een plezante, draaglijke manier om triestig te zijn. Of een manier om te vluchten terwijl je thuis blijft. Of een manier om naar het verleden te kijken vanuit de wereld van nu. En om dan een heel kort versje te maken dat schijnbaar grappig is:

 Ach,

 Bach !

 Och,

 Van

 Gogh

 Toch !

 Wist u, vrienden, dat de naam Bach het Duits is voor Verbeeck ?

                                                       

Louis Verbeeck heeft vaak de wereld van gisteren opgeroepen, gisteren, toen ook de stad nog een dorp was. Vaak citeert hij de naam van zijn vriend  Minus van Looi, de kleermaker uit Tessenderlo die een goede en populaire heimatschrijver was, een man die kon vertellen zoals alleen de mensen van gisteren vertellen konden. Als de mensen van Tessenderlo Minus zijn fiets tegen de gevel van een café zagen staan, trok iedereen daar binnen, want dan stond Minus aan de toog en vertelde, vertèlde, tegen honderd per uur. Als Louis gaat fietsen, parkeert hij ook heel graag tegen een café. Op zijn beurt heeft hij zijn heimat tot leven gebracht. Zijn jeugd in de tijd dat Tessenderlo met twee o’s werd geschreven en, zoals hij zegt, dus langer duurde, was voor hem een dankbare inspiratiebron, -  geen omzien in wrok, geen bron voor vulgaire schimppartijen op ons volk van gisteren. Tessenderlo heeft er hem mooi voor beloond. Hij is er, geloof ik, al drie keer ereburger geworden, hij kreeg er zijn eigen wandeling en fietsroute, zijn eigen rustbank, ik geloof zijn eigen bier, en iedere keer als Frans Aldelhof er goesting voor heeft (en Frans heeft altijd goesting) organiseerde hij daar in Looi een huldezitting voor Louis, waarvoor men speciaal een reusachtige hal heeft moeten bouwen. Als ik ’s avonds of ’s nachts over de Boudewijnsnelweg rijd en ik zie al dat enorme licht blinken rond Tessenderlo, dan denk ik : Louis wordt weer eens gevierd ! En dan ben ik content.

Louis heeft tal van liedjes geschreven en gezongen die doorgedrongen zijn tot ons volksbezit. Geestige romantiek als De Soldaat van Napoleon de Grote, die de oorlog grondig beu was, of Soeur Marie-Claire de la Lune  die droomde van een kleinkind dat zij in de Hemel wel zal gekregen hebben, of koldereske liedjes als Lodewijk de Beduimelde,  wiens nar zo goed tuimelde. En vooral ook poëtische liedjes die je kan acteren, zoals De kleine Harlekijn.

Op de begrafenis van Jef Burm, in de voorbije droevige winter, liet men in een volle kerk de stem van Jef weerklinken en zij zong over de Harlekijn. Het was zijn ontroerende lijflied geworden. Wij zagen Jef weer met de ogen van onze herinnering aan een koordje dansen en beloven : Ik zal lachen wanneer je blij bent, ik zal huilen met je verdriet… Het was ook alsof Burm postuum een hulde bracht aan zijn grote tekstdichter.

                                                               *

Goede vrienden,

Een professor in literatuur is bezig, aan de hand van liedjes een soort geschiedenis van Vlaanderen in de jongste decennia te schrijven. Hij publiceerde al enkele voorbeelden in de krant, wat mij de bedenking ingaf, dat er tegenwoordig wel veel wordt gezongen en lawaai gemaakt rond liedjes, maar dat er in dit genre nog zo weinig ècht wordt geschreven. Vroeger, toen wij veel jonger waren, was er meer taal in de liedjes. Nu hoor ik vaak vooral uitroepen, brokstukken, kreten en vloeken. Wij leven tegenwoordig in een geluidscultuur, waarin het allemaal minder taalgericht is geworden. En wie kan nog een verhaal  vertellen in een “nummer”, opgebouwd uit banaliteiten ?

Ik had dit al opgeschreven, toen ik in Knack een opmerkelijk interview met mijn vereerde streekgenoot Willem Vermandere las. Mij trof wat hij zei over de chansonnier. “Die behoort tot een ras dat aan het uitsterven is”.  Vermandere had pas nog naar Georges Brassens geluisterd: “Die wonderbare alchemie van een gitaar, een contrabas en een stem. Jaren na zijn dood begrijp je nog precies wat hij bedoelde. Maar wat hoor je nog van onze nieuwe generatie zangers en zangeressen ? Kreten, gemurmel. Waar is de zeggingskracht van het woord ?”

Mooi gezegd van Willem.

Beste Louis, de mensen die u vandaag de Hemel in prijzen, wensen vurig dat gij nog lang op de aarde zult blijven om verder aan onze levenskroniek te schrijven en voor ons te zingen, als Nestor van het goede, lenige, vrolijke, weemoedige, dansende Vlaamse Woord. Ik denk dat gij enorm veel hebt bijgedragen, om de Vlaamse Leeuw te leren lachen. Help ons er voor te zorgen, dat hij het lachen niet verleert.
Louis, dit land kan u niet ontberen !

Gaston DURNEZ

Zie ook de blog van 21 augustus, alsmede

http://mededelingen.over-blog.com/article-nestorprijs-2011-oud-maar-niet-out-81151205.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-nestorprijs-de-elegasten-81151490.html

Partager cet article
Repost0
20 août 2011 6 20 /08 /août /2011 23:58

 

 

Guido Lauwaert is niet alleen druk bezig met de herwerking van een nieuwe roman met sterk autobiografische inslag. Eigenlijk kan je spreken van auto-fictie. Ook het hierna gepubliceerde gedicht 'Schoenen' staat in het teken van de actieve terugblik die bezinning heet. Juister nog: zowel in de roman als in het gedicht gaat het om het oproepen en vastleggen van een wordingsproces: van stoute zoon uit de lagere burgerij die nauwelijks las en zijn lager middelbaar niet eens afmaakte, tot de man die weliswaar niet verslaafd maar verslingerd is aan lezen (en aan jazz en klassieke muziek, Bach voorop).

De lezing van een geruime tijd geleden bij Roularta Books verschenen catalogus 'die het midden houdt tussen een historisch boek en een roman enerzijds, en een kijk- en ideeënboek anderzijds' was voor Lauwaert wellicht wat Simenon omschrijft als 'le moment du déclic'. (1)

*

'Passiespel', zo luidde de werktitel van het gedicht. Guido Lauwaert deelde mij toen mee (hij citeerde daarbij de vertaling van Ulysses door Paul Claes & Mon Nys):

Voor dit gedicht ben ik, al schrijvend, beïnvloed door Ulysses van James Joyce. De beroemde roman begint met een variante op een katholiek ritueel:

Statig kwam de dikke Buck Milligan uit het trapgat. Hij droeg een kom zeepschuim waarop een spiegel en een scheermes gekruist lagen. Een gele kamerjas, die loshing, werd van achteren opgetild door de lauwe ochtendbries. Hij hield de kom omhoog en psalmodieerde: - Introibo ad altare Dei.’

De eerste twee zinnen van mijn gedicht verwijzen naar de verhalen die de jongens van de basisschool in de godsdienstles op gestrenge toon in het hoofd geslagen kregen. Wat verder (Muur van Geraardsbergen) zitten we in de puberteit en daarop volgt de overgang naar de volwassenheid. Vanaf ‘Als ik schrijf draag ik schoenen’ begint de derde leeftijd. Dan duik ik in het slot van episode drie van Ulysses. Ik heb de zee bereikt. In dit geval, de Ierse zee – het strand van Sandymount.

'Hij keerde het hoofd over een schouder, regardant, omziend. Door de lucht schoven de hoge ra’s van een driemaster, zijn zeilen aan de zalingen geheid, havenwaarts, tegen de stroom in, stil schuivend , een stil schip.'

 

SchoenenLauwaert

 

Schoenen

 

Pontius Pilatus waste zijn handen in onschuld.

Jezus Christus waste de voeten van zijn leerlingen.

Lafheid en Liefde in twee zinnen.

Evenveel als het aantal voeten van de mens.

Tenzij je in de val bent getrapt.

Dan heb je er maar één, of geen.

Mijn voeten heb ik hartelijk lief.

Twee rotsen in de branding van Sandymount.

Vanuit de eeuwigheid inlopend de eeuwigheid.

Niet gauw zijn mijn voeten tevreden.

Après vous, monsieur Chaussure. – After you, mister Shoe.

Een familietrek. Mijn vader zei:

Wil je een vrouw versieren, kijk dan naar haar schoenen.

De altviool van het kamerorkest.’

Hij zei het toen we de Muur van Geraardsbergen beklommen.

Twaalf, was ik. Mijn schoenen zelf gekozen. De eerste keer.

Kijken naar de schoenen van vrouwen. Zonder pardon.

Vuile schoenen naast mijn bed duld ik niet.

Rij aan rij, in het rek, de rug gekeerd naar mij.

De held kruipt in zijn pantoffels. Winter wol. Lente linnen.

Zomer espadrille. Herfst pacotille.

Kwaliteit houdt stand tot de laatste vezel!’

zei de graaf. Kaarsrecht, in een lucht van schimmel.

Zie ik mensen met sokken in sandalen krijg ik moordgedachten.

Het wekelijks poetsen is een daad van erkenning.

Aan de staat van bevinding word ik herkend.

Altijd tegendraads kies ik voor twee verschillende schoenen.

En diverse sokken. Twee kleuren. Zelfde snit. Balans in beweging.

Loop ik vaak naast mijn schoenen? Zij zijn wij.

Leren zolen, waarop een extra zooltje ligt.

Alles van waarde eist weelde.

Bombay: Walking shoes? No leather bottom, sir!

Rubber! Thick but flexible. Very chique! Good for foot, sir!

Ik stijg en daal op hun schouders.

Als ik schrijf draag ik schoenen.

Retardering – regardant - retroversie.

De voeten zijn een deel van de hersens.

Je moet voelen dat je schoenen houden van je voeten.

Twee schoenen, tweemaster… strandwaarts.

Ik hoor mijn schoenen schelpen… krek, krak… krak, krek.

Ze waadden een weinig het water in.

Nat zand op de schoenen van Alfred Sargent – est 1899

Mijn schoenmaat is een kwestie van tellen. Looplijnen.

 

Guido Lauwaert-copie-2

 

Lauwaert is ervan overtuigd dat wanneer je als schrijver een plan opstelt, het gegarandeerd foutloopt. Het ene moet uit het andere rollen. Het structurele parallellisme (Joyce) is één, het wrakhout uit het verleden is iets anders. 'Retroversie' schrijft Lauwaert. Flash-backs, inderdaad.

Wanneer hij schrijft: 'Kwaliteit houdt stand tot de laatste vezel! /zei de graaf. Kaarsrecht, in een lucht van schimmel', dan verwijst hij naar een concrete situatie. Kort na zijn vestiging in Gent leerde Lauwaert graaf Adhemar d'Alcantara (2) kennen die hij af en toe op zijn kasteel in Lembeke bezocht.

'Zijn reactie kwam er na mijn opmerking dat ik bij mijn volgende bezoek een paar nieuwe sloffers zou meebrengen. Hij bedankte maar wees het aanbod af op diplomatieke wijze...'

*

Guido kocht inderdaad wandelschoenen in Bombay (Mumbai), in een winkeltje waar hij naartoe gevoerd werd door een Vespataxi (zijn chauffeur kreeg stiekem wat zakgeld toegestopt van de verkoper.) Hij had een reisbeurs gekregen van het ministerie van Cultuur. Hoofd van de Dienst Letteren Bob Elsen, de opvolger van Bert Decorte, was hem niet zo gunstig gezind, maar Lauwaert kon rekenen op een ingreep van secretaris-generaal Eric van Lerberghe... Ik heb Bob en Eric goed gekend, (waarom zou ik hier hun voornaam niet gebruiken, wij tutoyeerden elkaar, ook bij formele gelegenheden), en kan mij dus levendig inbeelden hoe zij qua temperament, als het ware organisch voorbestemd waren om het fenomeen Lauwaert op een totaal andere wijze te percipiëren.

'Ik moest uiteraard een formele aanvraag indienen, met motivatie, aldus Lauwaert. Die luidde: 'Onderzoek naar de Indische invloed op het werk van Paul van Ostaijen'. Na terugkeer moest ik een verslag schrijven. Dat deed ik ook. Bondig: 'Geen invloed'. Bob Elsen razend.'

 

*

Freud wees op de sexuele, fallische en vaginale symboliek van schoenen. In de droomduiding worden ze ook in verband gebracht met de queeste naar de zusterziel. Schoenen bevorderen ook het evenwicht. 'Als ik schrijf draag ik schoenen'. De schrijver moet inderdaad vast in zijn schoenen staan – en met beide voeten op de grond staan. Voeten staan ook symbool voor de regressie naar de oorsprong, naar de afkomst, aldus Jung. Back to the roots, terugblik. 'Ik stijg en daal op hun schouders', schrijft Lauwaert, ze 'zijn een deel van de hersens'... Van kop tot teen.

*

De sociale code(ring) van het schoeisel loopt als een rode draad door Lauwaerts gedicht. Naast een peiling naar de schoen als symbool is een sociologische benadering van schoeisels immers al even betekenisvol als revelerend. 'Kwaliteit houdt stand tot de laatste vezel'. De verwijzing van Lauwaert naar zijn kwaliteitsschoenen van Alfred Sargent onderstreept nogmaals de sociale dimensie van het schoeisel. Dit merk staat al meer dan honderd jaar garant voor een hoogwaardige, artisanaal vervaardigde schoen waarbij vooral de naaimethode heel bijzonder is. De lederen rand van de schoen wordt vastgenaaid aan het bovenleder en aan de harde binnenzool. Nadien wordt de buitenzool aan de rand genaaid. De persoonlijkheid van de drager wordt als het ware omwonden, ingekapseld en ingewikkeld, zodat hij nog slechts verhullend spreekt. Elke verhulling houdt echter willens nillens een aantal onthullende, onrechtstreekse mededelingen in.

*

In het gedicht 'Schoenen' schept Guido Lauwaert mine de rien (en wellicht tot eigen verrassende verwondering) orde in de/zijn chaos: back to the roots, flash-backs, betekenisvolle anekdotiek, bezinning en evaluatie: zelfportret, gevleid natuurlijk – en juist daarom openhartig en verhelderend.

*

In de komende dagen wordt 'Schoenen' gedrukt in een oplage van 20, 30, 40 exemplaren op diverse formaten

.

Henri-Floris JESPERS

  1. zie de blog 'Shoes or no Shoes' van 15 augustus.

http://mededelingen.over-blog.com/article-shoes-or-not-shoes-81455327.html

 

(2) Verzetsman (groep Socrates) graaf Aldemar d'Alcantara (°1920), burgemeester van Lembeke (1964-1965), was minister van Middenstand in de regeringen Harmel-Spinoy (1965-1966) en Van den Boeynants-De Clercq (1966-1968).


Beknopte bibliografie van Guido Lauwaert.

 Beknopt? Ja, ik heb alleen mijn eigen bibliotheek geraadpleegd... * Job & Jaweh, Antwerpen, Walter Soethoudt, 1977, 37 pp. De genesis. Een godeloos stuk, privé-druk, s.l., 1985, ongepagineerd. Portretten van een gestoorde natuur, Antwerpen / Baarn, HouteKiet, 1989, 151 pp. Opstijgend vocht, Antwerpen / Harmelen, 1990, 142 pp. Avenue Claus, Antwerpen / Harmelen, 1990, 58 pp.  Villa Elsschot, Amsterdam, Bas Lubberhuizen, 1991, 86 pp. De reistas, Antwerpen / Harmelen, Fantom, 1994, 76 pp. Verloren kinderen, Antwerpen / Harmelen, Fantom, 1994, 79 pp.  Een helder hart, Amsterdam / Antwerpen, Nijgh & Van Ditmar / Dedalus, 1995, 191 pp. Patisserie Sobrie, Antwerpen / Harmelen, Fantom, 1996, 94 pp. 
Partager cet article
Repost0
18 août 2011 4 18 /08 /août /2011 04:43

 

De lijst der inzendingen wordt almaar langer. Alvast enkele aanvullingen.

 

Bram Dehouck, Een zomer zonder slaap, De Geus, 2011.

Tomas Ross, Kort, Cargo, 2011.

Roger H. Schoemans, Bastille, Davidsfonds, 2010.

Anita Terpstra, Dierbaar, Cargo, 2011.

Milou van der Will, Rood licht, Cargo, 2010.

Peter de Zwaan, Voortvluchtig, Cargo, 2010.

Peter de Zwaan, De vuurwerkramp van Harmen Saliger, Cargo, 2011.

*

In Kort van de 'Godfather van de Nederlandse faction', tweemaal bekroond met de Gouden Strop, werden twintig verhalen gebundeld over kleine criminaliteit en georganiseerde misdaad, de BVD en het koningshuis, stom toeval en het werk van een meesterbrein. Twintig verhalen die waar gebeurd (hadden kunnen) zijn.


PeterDeZwaan.jpg Peter de Zwaan

Peter de Zwaan, Gouden Strop 2000, publiceert de vijfde thriller met Jeff Meeks in de hoofdrol, Voortvluchtig.

De voeder, de eerste roman in de Jeff Meeks-reeks, werd in 2006 genomineerd voor De Diamanten Kogel. De tweede Jeff Meeks-thriller, Duivelsrug, werd zowel genomineerd voor De Diamanten Kogel als de Gouden Strop.


DehouckEEN-ZOMER.jpg

De eerste misdaadroman van Bram Dehouck, De minzame moordenaar  (Van Halewyck) werd vorig jaar bekroond met de Schaduwprijs én de Gouden Strop, een dubbelslag die geen enkele misdaadauteur hem ooit heeft voorgedaan. Zijn tweede roman,  Een zomer zonder slaap, verscheen bij De Geus.

Partager cet article
Repost0
17 août 2011 3 17 /08 /août /2011 07:58

Eind november, begin december wordt De Diamanten Kogel voor de tiende keer uitgereikt.

Begin september verneemt u meer over het evenement via de opnieuw geactiveerde website van DDK.

Ondertussen volgt hier alvast ter informatie een tussentijdse lijst van de ontvangen kandidaturen

A_prev-heel-doosje.jpg

Zoals genoegzaam bekend krijgt de laureaat een waardevol oorspronkelijk kunstwerk van de internationaal bekende conceptuele kunstenaar Wim Delvoye: een boksbeugel van 500 gr sterlingzilver met vier diamanten van 0,35 karaat.

 

3winnaars.jpg

 

Drie prijswinnaars van DDK: Mieke de Loof, Bavo Dhooge en Bob Mendes

 

Volgende schrijvers werden eerder bekroond:


2002 Benny Baudewijns (De Emerson locomotief, House of Books)

2003 Jef Geeraerts (Dossier K, WPG)

2004 Bob Mendes (Medeschuldig, Manteau)

2005 Esther Verhoef (Onder druk, Karakter)

2006 Felix Thijssen (Het diepe water, Luitingh-Sijthoff)

2007 Patrick Conrad (Starr, Houtekiet)

2008 Simon de Waal (Pentito, Lebowski)

2009 Bavo Dhooge (Stiletto Libretto, Manteau)

2010 Mieke de Loof (Wrede schoonheid, De Geus)

*

In aanmerking voor bekroningkomen al de oorspronkelijk Nederlandstalige romans of verhalenbundels die door één auteur geschreven werden en door Nederlandse of Vlaamse uitgevers in de periode van 1 juni 2010 tot en met 1 juli 2011werden uitgegeven in het interessegebied 'spannend boek'. De titels moeten fysiek verkrijgbaar zijn in de boekhandel. Uitgesloten van deelneming zijn herdrukken uit voorgaande jaren en jeugdboeken.

In zijn algemeenheid betreft het dus verhaaltypen met een misdaad als centraal gegeven en spanning als dominant verhaaleffect.

De categorieën romans en bundels die door de jury worden beoordeeld vallen in het gebied thrillers, misdaad, detectives, avontuur, oorlog en spionage.

Om in aanmerking te komen dienen de boeken in 7-voud ingezonden te worden vóór 1 september 2011.

Men zegge het voort !


Afleveringsadres:

Secretaris Jury De Diamanten Kogel

Frank van den Auwelant

Wilgehoevestraat 1

B 2180 Ekeren

Tel.: 03 239 04 79

frankadina@skynet.be

 

Tussentijdse lijst der kandidaturen

 

Gauke ANDRIESSE, De handen van Kalman Teller, Atlas, 2010

Pim FABER, Dwaalgast, Ellessy, 2010

Nanne HARKEMA, Buiten spel, Ellessy, 2010

Danielle HERMANS, De man van Manhattan, Bruna, 2011

Margreet HIRS, Haarlemmerolie, Sijthoff, 2011

Marianne / Theo HOOGSTRAATEN, Schijnwereld, Boekerij, 2011

Harry KRAMP, De commercial, Luitingh, 2010

Anne KELDERS, Vuurvrouw, Ellessy, 2011

Natalie KOCH, De verborgen universiteit, Querido, 2011

Martin KOOMEN, Het dode punt, Ellessy, 2011

Ep MEIJER, De vlucht, Ellessy, 2010

Mary MORGAN, Onderstroom, Ellessy, 2010

Ingrid MULDER, Als de dag van toen, Ellessy, 2010

Gerard NANNE, Voor het laatst gezien, Ellessy, 2010

Almar OTTEN, De afstammeling, Sijthoff, 2011

Emile & Sabinel PROPER & VAN DEN EYNDEN, Vals profiel, Boekerij, 2010

Katja SCHOONDERGANG, Bewezen diensten, Querido, 2011

Felix THIJSSEN, Lydia, Sijthoff, 2010

Suzanne VERMEER, De suite, Bruna, 2010

Suzanne VERMEER, Bella Italia, Bruna, 2011

Jacob VIS, De imker, Ellessy, 2011

Judith VISSER, Trip, Boekerij, 2010

Agathe WURTH, De verschijning, Ellessy, 2011

HFJ

Partager cet article
Repost0
15 août 2011 1 15 /08 /août /2011 04:24

 

PaarschoenenVANGOGH.jpg

Vincent van Gogh, paar schoenen

 

Geruime tijd geleden verscheen bij Roularta Books een catalogus die het midden houdt tussen een historisch boek en een roman enerzijds, en een kijk- en ideeënboek anderzijds. Bedoeling was dat het boek verscheen naar aanleiding van de opening van een museum rond de schoen in al zijn vormen en verschijningen. Dat lukte niet. Maar eindelijk is het museum er, in Kruishoutem, en warempel, het heeft succes. Tot midden volgend jaar zijn er bezoeken gepland van groepen, al dan niet in schoolverband. Maar ook geplande en toevallige bezoekers komen op bezoek in het Museum Shoes or no Shoes ?

 

Het initiatief is niet een exposé van een uit de hand gelopen gek idee. Het is waarlijk een erkenning van wat de mens nu eenmaal niet kan missen. Of hij nu blank, zwart, geel, groen, rood, jong, oud is, zonder schoenen leeft hij niet. Van pantoffels over mocassins, sandalen, bergschoenen, slippers, schoenen voor dames, heren en kinderen zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn. Zelfs wie nauwelijks aandacht heeft voor schoenen draagt schoenen. De ene geeft er nauwelijks geld aan uit, de andere, zoals ik ervaren heb met Hugo Claus, gaat voor de prijzige. We hebben ooit samen in Oostende in een schoenwinkel gestaan. Tussen het binnen- en het buitengaan van de schoenwinkel kroop meer tijd dan de lezing die hij die avond in het kursaal gaf, inclusief de obligate receptie na de staande ovatie.

 

Ruim 70 jaar nadat Marcel Duchamp opschudding verwekte toen hij een urinoir signeerde en die omdoopte tot ‘Fontein’, stelde het Antwerpse schoenmakerskoppel Pierre Bogaerts en Veerle Swenters zichzelf de vraag: ‘Zijn op een sokkel geplaatste schoenen, gedragen en gesigneerd door een kunstenaar… kunst?’ Na 15 jaar intensief verzamelen blijven ze het antwoord schuldig, staat er op de achterflap van het veelzijdig boek. Dat is eerlijk en naar waarheid. Kunst is niet wat de kunstenaar maakt, maar wat de kijker ziet in een object, een schilderij, een ets, een cartoon, een gedicht. De kunstenaar streeft naar het interpreteren van een idee. Of het kunst is maakt hij niet uit. Toch kan een kunstenaar een exposant een verfijnd gevoel hebben voor iets wat voor kunst gehouden zal worden en dat de geschiedenis zal ingaan als een werk van uitzonderlijke artistieke en , gevolg daarvan, financiële waarde.

 

Pierre Bogaerts en Veerle Swenters vertrokken van hun verzamelwoede om schoenen van wereldbekende kunstenaars te verzamelen. Deze kunstenaars begrepen zeer goed wat het koppel bezielde. De afgestane schoenen zijn dan ook meestal – niet oneerbiedig bedoeld – bewerkt. Een greep uit de tentoongestelde kunstenaars en hun bewerkte schoenen: Panamarenko, Jan Fabre, Gerard Richter, Michelangelo Pistoletto, Richard Long, Marlene Dumas, John Giorno. Ik zou zo nog een hele tijd door kunnen gaan, maar dat is bladvulling. Interessanter voor de lezer is te weten dat het schoenenkoppel aan elke kunstenaar vroeg – zo hij nog in leven was – om er een oneliner, overweging of wat dan ook bij te schrijven.

 

Van een wereldvermaard kunstenaar dit fragment uit een begeleidende brief van 1992: ‘Daarom schenk ik mijn “muiltjes of “moekes”, die mij jarenlang trouw vergezeld hebben op eenzame uren van atelierarbeid. Jarenlang zeg ik U en dat meen ik ook als zodanig. Ik neem er met pijn in het hart afscheid van, maar zoals u ziet, de staat is allerbelabberst. Daar helpt geen tape meer aan. Ooit in Parijs gekocht, jaren gedragen, ik vermoed vanaf 1987, in Venetië en hier in het land van de rijzende zon, jammerlijk aan hun einde gekomen. / Ik hoop dat u ze goed bewaart, zodat ik er in de toekomst mogelijk nog een duplicaat van kan laten maken of ze tenminste terug kan zien. Mosgroen, zacht suède en met de wereldkaart als zool. / U begrijpt de poëzie van mijn overdenkingen. / Met vriendelijke groeten, in mineur, / Rob Scholte’.

 

Indien u dacht dat alleen beeldende kunstenaars een passie voor schoenen hebben, hebt u het mis. Ook dichters en zangers bezongen/bezingen de schoen[en]. Remerber Blue Suede Shoes van Elvis Presley. Een ander voorbeeld aan het slot, van de hand van de Canadese zanger Felix Leclerc.

Onlangs passeerde de Brusselse kunstenaar Bert de Keyser mijn bescheiden burcht. Hij was op weg naar Kruishoutem met een paar schoenen van Simon Vinkenoog, afgestaan door zijn weduwe. Na een hap en een slok gaf ik hem een paar schoenen van mezelf mee.

 

Niet iedereen is een briljant idee genegen. Sommigen mensen, die zich schuilen in instanties, proberen het te boycotten via poging tot afpersing. Oordeel zelf.

Betreft: Onwettige reproductie van kunstwerken van Arman, Luc Deleu, Jan Fabre en Emil Schumacher op uw internetsite. … De auteursrechten van deze werken werden door u niet geregeld. Om deze zaak in der minne te schikken … voegen wij als bijlage de opgavestaat voor de niet betaalde auteursrechten voor de periode van zes maanden. Wij vragen u het bedrag van 61.200 BEF [= ruim 1500 euro!] te storten op onze bankrekening … Namens Sabam.’

In allerijl,’ zo schrijft Pierre Bogaerts in zijn uiterst vermakelijk en curieus boek namen we contact op met de vier betreffende kunstenaars en vroegen hen te verklaren afstand te willen doen van hun vergoeding. Gelukkig werden ze allen daartoe bereid gevonden en per kerende werden hun brieven aan SABAM doorgefaxt.’

 

Een gids staat ter beschikking en weet over elk paar schoenen, of een enkele, prachtige verhalen te vertellen. Het boek is sober maar prachtig uitgegeven en de illustraties zijn punt op punt.

Guido LAUWAERT

www.roulartabooks.be


Partager cet article
Repost0
13 août 2011 6 13 /08 /août /2011 06:57

 

trofee.png

Eind november, begin december wordt De Diamanten Kogel voor de tiende keer feestelijk uitgereikt.

De Diamanten Kogel wordt jaarlijks uitgereikt ter bekroning van het beste spannende, oorspronkelijk Nederlandstalige boek.

De prijs werd in het leven geroepen door meester in misdaad Bob Mendes, oprichter en erevoorzitter van het GVM (Genootschap van Vlaamse Misdaadauteurs) en ere-voorzitter van de Diamanten Kogel vzw.

De prijs bestaat uit een waardevol origineel kunstwerk van de internationaal bekende conceptuele kunstenaar Wim Delvoye: een boksbeugel van 500 gr sterlingzilver met vier diamanten van 0,35 karaat.

*

In aanmerking voor bekroningkomen al de oorspronkelijk Nederlandstalige romans of verhalenbundels die door één auteur geschreven werden en door Nederlandse of Vlaamse uitgevers in de periode van 1 juni 2010 tot en met 1 juli 2011werden uitgegeven in het interessegebied 'spannend boek'. De titels moeten fysiek verkrijgbaar zijn in de boekhandel. Uitgesloten van deelneming zijn herdrukken uit voorgaande jaren en jeugdboeken.

In zijn algemeenheid betreft het dus verhaaltypen met een misdaad als centraal gegeven en spanning als dominant verhaaleffect.

De categorieën romans en bundels die door de jury worden beoordeeld vallen in het gebied thrillers, misdaad, detectives, avontuur, oorlog en spionage.

*

Volgende schrijvers werden eerder bekroond:

2002 Benny Baudewijns (De Emerson locomotief)

2003 Jef Geeraerts (Dossier K)

2004 Bob Mendes (Medeschuldig)

2005 Esther Verhoef (Onder druk)

2006 Felix Thijssen (Het diepe water)

Starr.jpg

2007 Patrick Conrad (Starr)

Pentito.jpg

2008 Simon de Waal (Pentito)


2009 Bavo Dhooge (Stiletto Libretto)


2010 Mieke de Loof (Wrede schoonheid)

*

Om in aanmerking te komen dienen de boeken wel in 7-voud ingezonden te worden vóór 1 september2011 bij jurysecretaris Frank van den Auwelant, Wilgehoevestraat 1, B 2180 Ekeren. Tel.: 03 239 04 79 . Email: frankadina@skynet.be

Partager cet article
Repost0
10 août 2011 3 10 /08 /août /2011 14:54

 

Wislawa3.jpg

De Poolse dichteres Wisława Szymborska [º1923] was internationaal amper bekend toen de Zweedse Academie op 3 oktober 1996 bekendmaakte dat haar de Nobelprijs voor Literatuur was toegekend. De Nederlandse cineast en journalist John Albert Jansen is het gelukt deze mediaschuwe dame te interviewen. Hij leerde haar kennen als een even gedistingeerde als schalkse en humoristische oude dame. Zijn film, Einde en Begin, is een tijdsdocument dat in geen dvd-hoekje van de poëziebibliotheek mag ontbreken.

 

John Albert Jansen is met dit werkstuk niet aan zijn proefstuk toe. Een paar jaar geleden maakte hij de geruchtmakende documentaire Wreed Geluk. Niet de usual suspects, zoals de weduwe en de kinderen van Hugo Claus werden geïnterviewd, maar relaties in de marge. Het werd een pakkend portret met getuigenissen die de goddelijke status opgebouwd door de media en de uitgeverij onderuit haalden. Ze plaatsten Claus waar hij hoorde, op het plateau van groot en veelzijdig kunstenaar maar ook als mens met gruttertrekjes.

 

Voor elke documentaire weet John Albert Jansen de juiste insteek te vinden. Voor zijn dubbele ontmoeting met Szymborska begon hij met een spelletje versieren in de goeie ouwe stijl. Haar privé-leven schermt ze zorgvuldig af. Geen gedoe in mijn huis, en al die vragen, heilige Stanislaus, verlos me daarvan.

Waarom heeft John Albert Jansen zich dan op de Poolse Nobelprijswinnares geworpen? De film mag dan wel door de Nederlandse televisie uitgezonden zijn, binnen de zendtijd van de VPRO, en op literaire festivals zoals Watou en Poetry International Rotterdam zijn/worden vertoond, een boek zal ze er niet meer door verkopen. Het antwoord schuilt in een weliswaar nabij maar duister hoekje. De cineast, en dat bleek ook uit vroegere gesprekken met hem, is gebiologeerd door poëtische vogels, mensen die binnen de maatschappij functioneren, zonder te participeren. Ze houden afstand, absorberen het sociale gebeuren en gaan daarmee aan de slag. Wat ze ervaren, koppelen ze aan het historisch gebeuren dat aan het moment voorafgaat, recentelijk of van oudere datum. Want een feit van nu kan jaren geleden zijn oorsprong hebben, in die tussentijd in de catacomben van de geest hebben overnacht. Zo bekeken wordt Szymborska eerder geraakt door het onbewuste dan door het bewuste.

 

Wislawa2.jpg

Een tweede element dat voor haar van belang is, wordt aangebracht van buiten, een gebeurtenis die invloed heeft op het gedrag van de vreemde vogel en een radicale reactie veroorzaakt. Szymborska verwerkt dat met de waardeloosheid van de werkelijkheid, een werkelijkheid die mensen zelf gecreëerd hebben. Daar kan zij enkel al grappend op reageren, een taalvorm waarmee ze haar eigen interpretatie van de feiten en de vreemde vogels op de helling zet. Een goed voorbeeld is het gedicht Elegische berekening, waarvan het eerste vers in de Nederlandse vertaling van Gerard Rassch luidt: Hoeveel van degenen die ik heb gekend / [als ik ze werkelijk heb gekend] / mannen, vrouwen / [als die verdeling van kracht blijft] / hebben die drempel overschreden / [als het een drempel is] / zijn die brug overgerend [als je het een brug moet noemen] //

 

Het leven is niet meer dan het leven, veel kan de mens er niet aan toevoegen en het versimpelen van de eigenwaarde als dichter en als mens, dat is wat John Albert Jansen overtuigd moet hebben een film over haar te maken. Nuchtere Nederlanders houden van lucide mensen, en dat is wat Wisława Szymborska in de eerste plaats toch is. Hetzelfde geldt voor Hugo Claus: Hij is nuchter en kurkdroog vanuit een demonische humor. Een tip voor een doctoraat, ‘De mefistoletische spot in de poëzie van Hugo Claus’, want jonge wetenschappers houden er nu eenmaal van iets simpel academisch op te blazen.

 

Wislawas1.jpg

Of die visie op het werk van Jansen overeind blijft, moet in volgende projecten blijken. Hoewel hij niet van plan is een lading dichtersportretten te maken. Naast karakter en persoonlijkheid moet er iets extra aanwezig zijn dat in en op de geportretteerde kleeft en hem / haar onherstelbaar heeft beschadigd. In een mail typeert John Albert Jansen zijn documentaires als volgt: ‘Het begrip 'dichtersportret' wordt daarbij gemeden: het dekt de lading niet en bovenal word je daardoor altijd weer in een niche of reservaat weggestopt en opgeborgen. ‘'Wreed geluk” en nu “Einde en Begin” laten zien dat het ook anders kan. In beide films maak ik een associatieve, filmische reis, omdat ik denk dat je met bepaalde gedichten als vehikel dieper kan doordringen tot de geschiedenis en/of de mentaliteit van een land.’

 

Momenteel concentreert John Albert Jansen zich op ideeën voor volgende projecten. De mens als vreemde vogel blijft uiteraard overeind staan. Hij denkt onder meer aan Bei Dao [China], Derek Walcott [Caribische Gebied], Les Murray [Australië], Antjie Krog [Zuid-Afrika], H. H. ter Balkt en zijn Achterhoek en wellicht Leonard Nolens. Grootste probleem is de financiering. De VPRO zal hoogstwaarschijnlijk sponsoren, maar hoe dan ook zal extra geld gevonden moeten worden. Van Canvas/VRT moet niet veel heil verwacht worden. Naar verluidt ligt ‘Einde en Begin’ al maanden op een bureau, en het zal op z’n minst nog een paar maanden duren eer een sufferd, zoals Godfried Bomans een beambte noemt in zijn hilarische detectiveverhaal ‘De avonturen van Bill Clifford’, eer dus een sufferd beslist of de film uitgezonden wordt.

 

Einde en Begin’, is genoemd naar een gedicht uit de gelijknamige bundel uit 1993.


Guido LAUWAERT

 

 

Einde en Begin – een documentaire van John Albert Jansen - www.oogland.com

 

EINDE EN BEGIN

 

Na elke oorlog

moet iemand opruimen.

Min of meer netjes

wordt het tenslotte niet vanzelf.

 

Iemand moet het puin

aan de kant schuiven

zodat de vrachtwagens met lijken

over de weg kunnen rijden.

 

Iemand moet waden

door het slijk en de as,

de veren van canapés,

de splinters van glas

en de bloederige vodden.

 

Iemand moet een balk aanslepen

om die muur te stutten,

iemand het glas in het raam zetten,

de deur in de hengels tillen.

 

Fotogeniek is het niet

en het kost jaren.

Alle camera’s zijn al

naar een andere oorlog.

 

De bruggen moeten terug

en de stations opnieuw.

Van het opstropen

gaan mouwen aan flarden.

 

Met een bezem in de hand

vertelt iemand nog hoe het was.

 

Iemand luistert en knikt

met een hoofd dat nog niet is afgekletst.

Maar bij hen in de buurt

duiken al gauw lieden op

die het begint te vervelen.

 

Soms zal iemand nog

onder een struik

doorgeroeste argumenten opgraven

en ze naar de vuilnishoop brengen.

 

Zij die wisten

waarom het hier ging,

moeten wijken voor hen

die weinig weten.

En minder dan weinig.

En ten slotte zo goed als niets.

 

In het gras, overwoekerd

door oorzaak en gevolg,

moet iemand liggen die

met een aar tussen zijn tanden

naar de wolken staart.

 

Wisława Szymborska

vertaling Gerard Rash

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche