Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
13 septembre 2011 2 13 /09 /septembre /2011 12:00

 

Pompstraat-30.JPG

Pompstraat 30


Er werd zachtjes op de deur geklopt. Een matroos stapte lachend de kamer binnen met de boodschap:

'Contremaître, u moet naar huis.'

'En, Lejeune, is er nieuws?'

'Proficiat, contremaître, u heeft een zoon!'

De kersverse vader sprong recht en terwijl hij naar de deur beende, zei hij: 'Kom mee, Laurent. Mijn huis is klein, maar je bent er welkom.'

'Nu?' vroeg de andere glimlachend. 'Neen, dat gaat nu toch niet! Ik zal je vanmiddag komen bezoeken.'

'In orde. Ik woon zo'n honderd meter hiervandaan: in de Pompstraat, in een winkel.'

'Je medewerkers zullen mij de weg wel tonen.'

'Goed, ik moet me nu haasten. Ik zie je deze namiddag.'

En de contremaître verliet de kamer.

 

De volgende dag werd in de Sint-Andrieskerk een pasgeborene boven de doopvont gehouden. De baby was erg klein en zwak; volgens de vroedvrouw zou hij wellicht niet lang leven.

Toen de pastoor het hoofdje met water besprenkelde, schreeuwde het jongetje luidkeels. De contremaître kon een glimlach niet onderdrukken. Hij vertrouwde erop dat zijn zoon zou leven, hij had immers goede longen.

Dat kind was ik, Hendrik Conscience.

 

uit Mijn jeugd - Een autobiografie, Hendrik Conscience, Aqua Fortis Historikos, 2001.

(Foto en redactie: Bert BEVERS)

Partager cet article
Repost0
12 septembre 2011 1 12 /09 /septembre /2011 02:13

Ondanks regen in het begin van de namiddag en een publieke belangstelling die bij aanvang slechts gering leek groeide gisteren deze kleine poëzie happening uit tot een waar succes. Tot driemaal toe moesten de organisatoren stoelen aanslepen voor de laatkomers. Bekende Hobokenaar Frank De Vos zorgde voor een verrassende en geëngageerde namiddag.

Jokke-Schreurs.jpgJokke Schreurs

De toon werd al onmiddellijk gezet met een optreden van de vermaarde gitarist Jokke Schreurs.

Samen met Peter Holvoet-Hansen (nog tot gedichtendag 2012 stadsdichter van Antwerpen) kondigde Frank de Vos het verloop van de namiddag aan, waarbij er ook aandacht was voor de herdenking van 9/11. Sommigen hadden hun optreden aangepast aan dit thema en om 14.45, het uur van het drama, werd een minuut stilte gehouden.

Ken-Post.jpgKen Post

De Amerikaanse dichter Ken Post zong een lied voor een vriend die omkwam in de aanslag op de WTC-torens. We hoorden de dichters Bert Bevers, de Parijse Leila Boukhélif, Bart Stouten, Annmarie Sauer die simultaan vertaalde terwijl Fred Schyweck (D) zijn poëzie las in het Duits.

Richard-Focque-en-Bert-Bevers.jpgRichard Foqué en Bert Bevers

Leila-Boukhelif.jpgLeila Boukhélif

Bart-Stouten.jpgBart Stouten

Sauer-en.jpgAnnmarie Sauer en Fred Schyweck

De muzikale intermezzi van Frank De Vos met mediterrane liederen en het trio Bateau Feu met eigen werk en songs van Dirk Van Esbroeck en Wannes Van de Velde zorgden voor afwisseling in een mooi georkestreerd programma.

Hilde-Van-Cauteren-def.jpgHilde Van Cauteren

Hoewel niet voorkomend op het programma kon hier dorpsdichter Doel Hilde Van Cauteren niet ontbreken:


Voor hopeloze liefdes en half vergeten dorpen

heeft men dichters nodig. Alleen zij

lezen lege huizen als witte regels, verlaten straten

als onvertelde verhalen en halve muren

 

als afgebroken zin, omdat men al te ver was

en de wind uit een verkeerde hoek kwam.

Alleen zij horen in afgesloten winkelpanden

een dorp nog praten in de gaten van de dag

 

en zien de vegen van de gore gom, die naam

na naam uit het register wreef, tot slechts

een handvol overbleef. Zij brengen die vegen

in hun verzen aan, en elke veeg versterkt

 

de hopeloze liefde voor het halfvergeten dorp

dat halfvergeten toch rechtop blijft staan.

 

Tot slot zongen alle kunstenaars verzameld op het podium een lied van Bob Dylan.

Dit initiatief van Frank De Vos dat gerealiseerd werd met steun van Cultuurwerking Casa Louisa en de stad Antwerpen is zeker voor herhaling vatbaar.

JvdB

Kurt-van-Eeghem-en-PHH.jpg

Kurt van Eeghem en Peter Holvoet-Hanssen

(Fotoreportage: Frank Ivo van Damme)

Partager cet article
Repost0
10 septembre 2011 6 10 /09 /septembre /2011 23:20

 

Meer dan 400 monumenten en sites openen dit weekend in Wallonië hun deuren voor het publiek. Het thema van de Journées du Patrimoine is "stenen en woorden". Het Waalse monumentenweekend staat dus in het teken van schrijvers en hun literaire herinneringen aan het stenen erfgoed van de streek.  In het spoor van Guillaume Apollinaire kan de cultuurliefhebber Stavelot bezoeken, terwijl Georges Simenon centraal staat in zijn geboortestad Luik. In Spa zijn veel grote literaire namen te gast geweest, van Victor Hugo tot Casanova.

Ook stripauteurs als Franquin en François Schuiten worden niet vergeten.

Morgen is het ook in Vlaanderen Open Monumentendag.

*

In Antwerpen is er nog een behoorlijk aantal geboortehuizen van overleden dichters en schrijvers te vinden. Dichter Bert Bevers maakte daar een fotoreeks van en koos telkens een toepasselijk citaat.

De reeks “Geboren schrijvers” gaat hier van start op maandag 12 september.

Partager cet article
Repost0
8 septembre 2011 4 08 /09 /septembre /2011 10:00

 

Verstraete.jpg

Erik Verstraete


Na de zomermaanden, waarin op de Exlibrisbijeenkomsten in Taverne Rochus te Deurne geen lezingen plaatsvinden, was de eerste avond van het najaar, gisteren, gewijd aan erotische poëzie. Erik Verstraete doorliep in een snel tempo de middeleeuwse verzen waarbij enkele gekende dichter aan bod kwamen: Hertog Jan van Brabant, Hooft, Bredero en enkele anonieme dichters.

Hier miste ik toch echt erotische dichters zoals Anthonis de Roovere met zijn : “Ick heete Pantken: mijn lief: Pampoeseken”. Daarna ging het in sneltreinvaart door naar de 20eeeuw. Hier werden vooral de door Erik Verstraete geliefde Vlaams-nationalistische dichters voorgesteld. Een prachtig erotisch gedicht van Wies Moens (de expressionistische dichter die een van de grote vernieuwers was in die periode) stelde vele verzen van tijdgenoten in de schaduw. Ook Paul van Ostaijen en René De Clercq werden niet vergeten. Julia Tulkens echter kwam niet aan bod terwijl zij toch de eerste vrouw was die vrijmoedig dichtte over het seksuele genot. Na lezing van een gedicht van de te weinig gewaardeerde dichteres Aleidis Dierickx besloot Erik Verstraete de lezing met een erotisch gedicht van zijn hand. Jammer dat er niet dieper werd ingegaan op dichters zoals bijv. Liane Bruylants, Lucienne Stassaert, Herman de Coninck, Paul Snoek…

Francis--Exlibris-076--2-.jpgVan l. naar r.: Jan Vaes, Wilfried Westerlinck en Jos Vervloet


Zoals het de gewoonte is op deze avonden werd er nog uitvoerig nagepraat over het onderwerp van de avond. Enkele hardnekkige blijvers hadden nog een boeiend gesprek met de vroegere componist en BRT-3 programmator Wilfried Westerlinck over de verkleutering van de 'culturele' zender Klara.

JvdB

 

Culturele Kring Exlibris. Elke eerste woensdag van de maand in taverne Rochus, St Rochusstraat 67 te Deurne. Iedereen is welkom vanaf 19.30. Lezing om 20.30 u.

Partager cet article
Repost0
7 septembre 2011 3 07 /09 /septembre /2011 00:00

 

Bob Mendes (°1928) is ook internationaal een succesvolle auteur. Werk van hem verscheen in het Engels, Duits,Tsjechisch, Frans, Bulgaars, Spaans en Japans.

Voor De Diamanten Kogel werden twee boeken van Mendes ingezonden:

MendesScherprechter.jpgBob Mendes, Scherprechter, Manteau, 2010, 207 p.

MendesTopSecret.jpgBob Mendes, Top secret, Manteau, 2011, 256 p.


Voor Vergeldingen De kracht van het vuurontving Bob Mendes (°1928) in respectievelijk 1993 en 1997 de Gouden Strop. In 2004 sleepte hij De Diamanten Kogel in de wacht met Medeschuldig.

Partager cet article
Repost0
6 septembre 2011 2 06 /09 /septembre /2011 22:42

 

In De grote Crimezone thriller encyclopedie onderstreept Jos van Cann dat Tomas Ross (°1944) zich vanaf zijn debuut een unieke plek heeft weten te verwerven in de Nederlandse misdaadroman 'door een hoge productie te blijven combineren met een hoge kwaliteit'. Voor De Diamanten Kogel werden drie boeken van Ross ingezonden:

RossVERLOSSER.jpgTomas Ross, De tweede verlosser, Cargo / De Bezige Bij, 2010, 269 p.

RossHAVANKHavank Ross, Het mysterie van de nachtwacht, A. W. Bruna, 2010, 197 p.

RossKORT.jpgTomas Ross, Kort, Cargo / De Bezige Bij, 2011, 302 p.


Tomas Ross won driemaal de Gouden Strop.

Partager cet article
Repost0
6 septembre 2011 2 06 /09 /septembre /2011 01:27

 

fdv2.jpg

Freddy de Vree (3 oktober 1939 – 3 juli 2004) was een van die veelzijdige en complexe figuren die in een al bij al vrij benepen conformistisch en door huisvlijt geteisterd en ondermijnd cultuurklimaat zelden de erkenning krijgen waar ze ongetwijfeld recht op hebben. (Cf “Necrologisch”, in Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, nr. 28, 5 juli 2004, pp. 4-6.)

*

Freddy de Vree debuteerde in het Frans met een essay en een dichtbundel: blues pour boris vian  (Antwerpen, De Tafelronde, 1961; herziene en vermeerderde druk: Paris, Le Terrain Vague, 1965) en mots pour karin  (Sint-Niklaas, paradox press, 1963). In de jaren zestig was hij alomtegenwoordig, zowel in marginale als gevestigde literaire tijdschriften. Hij publiceerde een aantal dichtbundels bij De Bezige Bij (w.o. Een sneeuwvlok in hel, 1972; Steden en sentimenten, 1976; Moravagine of de vervloeking, 1982). Bij Pink Editions & Editions verscheen De dodenklas  (1977) en bij Revolver Erepark  (1999). Ondertussen had hij een rits bibliofiele uitgaven op zijn naam, in samenwerking met o.m. Roland Topor, Daniel Spoerri en Günther Uecker. 
Altijd lezenswaardige essays bundelde hij in Rita Renoir, enz. (Manteau, 1973) en hij schreef een indrukwekkend aantal monografieën: o.m. Pierre Alechinsky  (1976), Zao Wou-ki  (1977), Marcel Broodthaers (1979), Constant  (1981), Karel Appel  (1983), Jan Cremer  (1985), Maurice Wyckaert  (1986), Daniel Spoerri  (1988), Enrico Baj  (1998), Jan Vanriet  (1997), Asger Jorn  (1998) en Jef Verheyen  (2004). Hij nam de kunsthandel op de korrel in Beleggen en beliegen  (1975). Hij had zijn hart verpand aan Cobra en beijverde zich om het postmodernisme te demystificeren ( o.a. in New-York-Scherpenheuvel, 1988).

De talrijke bijdragen van Freddy de Vree over Hugo Claus vormen een ware Fundgrube, en wie Willem Frederik Hermans: de aardigste man ter wereld  (De Bezige Bij, 2002) niet gelezen heeft, zal de complexe persoonlijkheid van De Vree nooit doorgronden. 
Als radioman verrichtte hij baanbrekend werk en verwierf aldus internationale erkenning.

*

Minder bekend is dat Freddy de Vree twee romans schreef die onder de geijkte noemer 'spannende boeken' vallen: 69 + 1 James Klont  (onder pseudoniem Jan Vlaming, Antwerpen, Celbeton, 1966, 160 p.) en De erfgenamen van de dood  (Kalmthout, Walter Beckers, 1979, 252 p., ill.; met een inleiding door Ivo Michiels). 
De vlag dekt de lading: 69 + 1 James Klont  is inderdaad een persiflage van de destijds furore makende James Bond-verhalen. 

 

De erfgenamen van de dood  is een complexer boek, bovendien een mijlpaal in de evolutie van het 'spannende boek' in Vlaanderen. 
De roman bestaat uit vier delen: deel één en deel vier spelen in 1977 te Palo Alto in Californië; deel twee en drie vormen een flashback en spelen in 1973 en 1974, respectievelijk in Zaïre en Venetië. De structuur van de roman is klassiek te noemen: inleiding (1977, Palo Alto), middenstuk (terugblik op 1973 en 1974, Zaïre en Venetië), en ontknoping (1977, Palo Alto en Antwerpen). 
In het eerste deel, bestaande uit drie hoofdstukjes ( 'Aankomst', 'Dag en nacht denk ik aan jou' en 'Literaire versnelling'), maakt de lezer kennis met de heldin van het boek, 'Het Brein', de ware macht achter de schermen, Marie-Claire de Jonghe, die met de auto onderweg is naar het Stanford Linear Acceleration Center, alwaar de tempel van de O.T.O gevestigd is. Hier wordt de lezer voor de eerste (maar lang niet de laatste) keer betrokken bij de spelletjes van de auteur.

In 1969 verschenen bij De Bezige Bij te Amsterdam twee dichtbundels van ene Marie-Claire de Jonghe, die heel wat ophef maakten. Jaja  was gericht tegen het Vlaamse nationalisme en de (Vlaamse) taboes, De lemen liefde  bezong een hartstochtelijke lesbische liefde. Wie was die onbekende auteur die plots bij een gerenommeerde uitgever te voorschijn trad, en dan nog wel met twee bundels op een jaar? De gekste veronderstellingen werden eventjes voor waar genomen – tot uiteindelijk bekend werd dat achter Marie-Claire de Jonghe, Freddy de Vree schuilging.

De O.T.O, Ordo Templi Orientis is onlosmakelijk verbonden met de magiër Aleister Crowley (1875-1947), alias Het Beest 666, over wie Freddy de Vree een bondige, bezinnende biografie in verzen schreef, Een sneeuwvlok in hel  (Bezige Bij, 1972). Crowley werd bewonderd door Jimmy Page en prijkt op de hoes van The Beatles’ Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band  (1967) – een fotomontage van 'the famous and infamous' die een zelfgekozen genealogie van de Beatles illustreert.


Het tweede deel beslaat 30 hoofdstukken en handelt over de avonturen van de wat naïeve Marc Mesens, anno 1973 in Zaïre. Dit deel vertoont heel wat kenmerken van een Bildungsroman. Hier wordt de pre-revolutionaire sfeer van het einde van een regime opgeroepen (in de roman wordt Mobutu Sese Seko vermoord in 1975. In zijn inleiding spreekt Ivo Michiels van

het gekke, hoogst onwaarschijnlijke en in zijn onwaarschijnlijkheid bijna waarschijnlijke verhaal van een Zaïre-opstand. De klassieke ingrediënten van de thriller ontbreken niet: het zwarte hoertje dat een geheime agente blijkt te zijn, de soft-hero die zijn dapperheid-tegen-wil-en-dank niet op kan […]; de onvermijdelijke verwisseling van koffers, de gesmokkelde wapens die opduiken waar niemand ze verwacht en spoorloos weer verdwijnen, […] en geweld, uiteraard, maar met een knipoog, een monkellach: niets is au sérieux te nemen, zo serieus is het.

Naast de terreurgroep 'de rosse luipaarden' en de samenzweerders van 'de Orde van de Leeuw' wordt ook de Orde van de Prince opgevoerd, als een 'een soort loge' – 'het klonk alsof de blanken wilden rivaliseren in geheime genootschappen met de zwarten en hun fetisjeurs'.

Freddy de Vree laat inderdaad zijn (erudiete) fantasie en (immer adolescente) spe[e]ldrift de vrije teugels. En passant worden referenties van alle aard opgestapeld en steekt de auteur de draak met van alles en nog wat. 
Michiels wijst ook terecht op het spelletje dat De Vree met zijn personages speelt – en, jawel, met veel schwung:

Namen die, niet of nauwelijks vervormd, ten overvloede uit het Vlaamse culturele (of politieke of economische arsenaal) zijn geplukt en doorlopend worden toegewezen aan personages, wier beroep of functie in het verhaal juist niét klopt met wat die naam spontaan oproept, zodat het grapje, in tegenstelling tot de gewone sleutelroman, eigenlijk dubbel werk.

De naam Maurits Naessens is natuurlijk geënt op de destijds overbekende socialistische bankier (Parijs en de Nederlanden) en collectioneur, de mecenas van het Mercatorfonds, de man die Michel Seuphor terug naar Antwerpen haalde. In de roman loopt Naessens rond als kunstcriticus, deelnemer aan het congres van de AICA (de in 1950 opgerichte Association Internationale des Critiques d’Art) in Zaïre. De Vree’s spelletje wordt een ware goocheltruc. Hij verwijst immers naar Hendrik de Man, de voorzitter van de Belgische Werkliedenpartij die na de overrompeling van mei 1940 voor de collaboratie koos, en naar Verdinaso-leider Joris van Severen. De bankier was Demanist geweest en had (aangetrouwde) familiale banden met de Imperiale Staatsman. De Vree was aanwezig op het AICA-congres in Zaïre, waar hij inderdaad Naessens ontmoet heeft. Maar in het boek wordt dan weer de bankier van vlees en bloed geromantiseerd ten tonele gevoerd onder de naam Valeer De Batselier. 
De Orde van de Leeuw stelt zich tot doel


Het marionettenregime van Mobutu omver te werpen. De kapitalistische invloeden en structuren uit de weg te ruimen. De wraak uit te voeren van Patrice Lumumba.

 

De drie leden van de Orde (“SS-ers van links”) waar Mesens mee te maken heeft, heten respectievelijk Ruyslinck, Geeraerts en Raes. Fysieke eigenschappen, uiterlijk, manier van spreken en doen: ze zijn geheel congruent met de gelijknamige schrijvers. Als romanpersonages worden ze door De Vree meesterlijk en vooral genadeloos geportretteerd en gehekeld, maar het levend model wordt daarbij ook al niet gespaard, integendeel. Voor wie het drietal kent, gewoonweg hilarisch! 
Dokter Jef Ruyslinck heeft de laatste uren van Lumumba meegemaakt (nou ja, wat historisch zo geboekstaafd staat…):

Ik sprak met Lumumba. Hij met mij. Het was toen dat ik hem steun heb beloofd. Welke steun wist ik niet zo onmiddellijk. Ik trachtte hem een beeld te schetsen van de onderdrukking van de Vlamingen in datzelfde België door kapitalisten en franskiljons. Hem aan te tonen dat de Belgen die hij had leren kennen niet één homogene groep van verdrukkers voorstelde, maar dat de numeriek omvangrijkste groep, die van de Vlamingen, door de Brusselaars en de Walen even misprezen en uitgezogen was geworden als onze zwarte broeders uit zijn volk. Men had hem dit nooit verteld of verklaard. Het ontroerde hem diep. Ik sprak hem over ons symbool, ontleend aan de savannen van zijn vaderland, de Vlaamse Leeuw. Patrice Lumumba ging rechtop zitten, greep mijn hand en zei: dan wil ik de Zwarte Leeuw zijn. Samen zouden wij strijden tegen de verdrukking.

Hoe dat allemaal afloopt wordt hier uiteraard niet onthuld – noch wie die erfgenamen van de dood zijn. 


In de volgende sequentie, die in 1977 speelt en uit drie hoofdstukjes bestaat, worden de sleutels aangereikt: het tot dan toe nogal cryptisch verhaal wordt gereconstrueerd en de link met Marie-Claire de Jonghe duidelijk gemaakt. Ze wil namelijk lid worden van de O.T.O., die geen uitgesproken doel heeft,

tenzij het delen in de genoeglijke ervaring dat de Orde verheven was boven alle aardse en onaardse wetten, gezamenlijk over de gehele wereld kon rekenen op de assistentie van de heersers, met wie zij uitstekende contacten onderhielden. Zij zochten de heerschappij over de aarde niet, want ze bezaten ze, per procuratie, door hun rijkdommen en hun invloed. Geen van hen was rechtstreeks betrokken bij de politiek van zijn land, behalve de leden uit Rusland en China. Deze mensen waren machtiger dan de machtigen op aarde, want zij droegen de bochel niet van de publieke verplichtingen.

In ruil voor het lidmaatschap van de O.T.O. geeft ze de Orde een verrassend geheim (en levend) wapen om haar macht uit te breiden. En zo geschiedt.


Er valt nog heel wat te zeggen over De erfgenamen van de dood  en de ludieke manier waarop De Vree zijn boek truffeert met (al dan niet) doorzichtige referenties (buiten de reeds genoemden o.m. naar Pierre Restany, de flamboyante gangmaker van de Franse pop art, het Nouveau Réalisme; de componist Konrad Boehmer; Remi de Cnodder, ‘van het Belgisch ministerie’; verzamelaarster Peggy Guggenheim; Willem Frederik Hermans; Floris Jespers – het houdt niet op). Tegenover de ongebreidelde fantasie van de schrijver, staat de haast maniakale accuratesse waarmee hij de couleur locale aanbrengt (SLAC te Stanford, Kinshasa, Venetië…) of technische details aangeeft (over wapens, lineaire versnelling, opnameapparaten, enz.) en het gefantaseerde verhaal invoegt binnen een geopolitieke context. Kortom, de bereisde Freddy de Vree geeft hier ook de volle maat van zijn eruditie (die, laten we het niet vergeten, destijds niét 'verworven' werd via een toetsenbord). 


Het boek verscheen in 1979, hetzelfde jaar als Kodiak .58  van Jef Geeraerts, dat ook al over Zaïre gaat, en kreeg destijds geen enkele aandacht. Achteraf bekeken blijkt De erfgenamen van de dood  het eerste spannende boek in het Nederlandse taalgebied waarin politieke samenzweringstheorieën met esoterische inslag centraal staan. De Vree’s O.T.O. vertoont immers alle kenmerken van het complot der Illuminati (of van de Reptilians…), die thans zo kwistig via Het Net onthuld worden. Qua opzet en structuur bleef het op dat vlak tot de publicatie van De Emerson locomotief (The House of Books, 2002) van Benny Baudewyns een eenzaam unicum.

*

Met Hugo Claus schreef hij onder de schuilnaam Conny Couperus de persiflerende thriller Sneeuwwitje en de leeuwerik van Vlaanderen (Arbeiderspers, 1985), een satire op de Belgische politiek, de Vlaamse cultuur en de Nederlandse literatuur.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
5 septembre 2011 1 05 /09 /septembre /2011 19:19

 

Maha.jpg

Floris Jespers (1917)

 

Onder de dynamische leiding van mr Dirk Rochtus  publiceert het Genootschap Van Ostaijen deeluitgaven van de correspondentie van Paul van Ostaijen. De publicaties staan onder redactie van Matthijs de Ridder.

PVOG1.jpg

PVOG2-copie-1.jpg

Tot nu toe verschenen twee delen: Wij moeten inzien dat wij hier een mekaar vreemde taal spreken   (de correspondentie tussen Van Ostaijen en Wies Moens) en Macht moet zijn in handen van de menschen met ethos  (vijf brieven over macht en revolutie van Robert van Genechten  aan Van Ostaijen).

*

Als derde deeluitgave, Ge zijt in 1925 aan 't leven, verschijnen nu drie disparate brieven uit de jaren 1918-1921 van Floris Jespers  aan PvO.

Deze brieven maken deel uit van een verzameling van in totaal acht brieven, verspreid over zes documenten. Het gaat om vier brieven van Floris Jespers aan PvO, waarvan er één mede werd ondertekend door Oscar Jespers en één een opzetje bevat van een antwoord van PvO; één brief van Floris Jespers aan PvO en Emma Clément, met op datzelfde document ook een brief van Olympe  Jespers aan PvO en Emma Clément en één brief van Floris Jespers aan Stan van Ostaijen.

Deze brieven bevinden zich alle in de vermaarde collectie van Dirk-Emma Baestaens, met wiens vriendelijke toestemming ze hier worden gepubliceerd. De drie geselecteerde brieven worden voor het eerst integraal gepubliceerd.

De editie werd bezorgd door Henri-Floris Jespers, Matthijs de Ridder  en An Blommaert.

*

Ge zijt in 1925 aan 't leven  wordt gepresenteerd op woensdag 14 september om 19u30 in De Zwarte Panter te Antwerpen, Hoogstraat 70-74. Inleiding Eric Anthonis, beschouwing door Matthijs de Ridder. Dans en muziek: Van Ostaijen Strijkkwartet  en Eva Dewaele, eerste soliste van het Koninklijk Ballet van Vlaanderen.

Tekenpvo.jpg

Henri-Floris Jespers met twee jeugdvrienden van Paul van Ostaijen, van links naar rechts: Geo van Tichelen en Oscar Jespers (1966).

Lid worden van het PVO Genootschap ?

http://www.paulvanostaijen.be

 

GENOOTSCHAP VAN OSTAIJEN v.z.w.

Zetelend in het geboortehuis van Paul van Ostaijen, Lange Leemstraat 53, 2018 Antwerpen

E-mail: genootschap.vo@gmail.com

Partager cet article
Repost0
5 septembre 2011 1 05 /09 /septembre /2011 02:57

 

Op de longlist van de Diamanten Kogel 2011 staan de nodige prijswinnende kandidaten waaronder niet alleen Gauke Andriesse (°1959), Patrick Conrad (°1945), Bram Dehouck (°1978), Bavo Dhooge (°1973), Elvin Post (°1973) en Peter de Zwaan (°1944), maar ook Jacob Vis.

VISimker.jpg

Jacob Vis, De Imker, Ellessy, 2011, 406 p.


Jacob Vis (°1940) werd maar liefst vijf keer genomineerd voor De Gouden Strop. De scheepsbouwer  werd in 2009 genomineerd voor De Diamanten Kogel.

Partager cet article
Repost0
4 septembre 2011 7 04 /09 /septembre /2011 19:00

 

IVAnieuw.jpg

 

Beatrijs van Craenenbroeck blijft zich onvermoeibaar inzetten voor de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode. De altijd voortreffelijk geïllustreerde Nieuwsbrief van de kring is nu al aan zijn zestiende jaargang toe.

In de pas verschenen jongste aflevering werd een essay van Anton van Wilderode uit het stof gehaald.

'Mysterie en materie. Over religieuze poëzie (en haar herkenbaarheid)' verscheen in 1983 in het Tijdschrift voor poëzie, uitgegeven door de Europese Vereniging ter bevordering van de Poëzie in Leuven, waarvan de onvolprezen essayist dr Eugène van Itterbeek (°1934) de drijvende kracht was. Beatrijs van Craenenbroeck stipt terecht aan: 'Gezien de beperkte oplage van dit tijdschrift, zullen slechts weinigen de kans hebben gehad om met dit rijke werkstuk kennis te maken.'

Beatrijs van Craenenbroeck herdenkt haar op 20 mei overleden vriend, de buitenissige maar invloedrijke dichter, schrijver en zanger Patrick Galvin (°1927) –'een monument, een fenomeen dat waakte over de poëzie in Ierland'.

Verder o.m. gedichten van Ferre Denis, Peter Holvoet-Hanssen en Renée van Hekken.■

 

Nieuwsbrief van de Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode

16de jaargang, nr. 2, aug., sep., okt., nov. 2011.

p/a Beatrijs van Craenenbroeck, Wezelsebaan 250, B 2900 Schoten.

www.antonvanwilderodeinternationaal.be

int.anton.vanwilderode@skynet.be

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche