Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
28 novembre 2011 1 28 /11 /novembre /2011 12:00

Julius Vuylstekelaan (© Bert Bevers)

Foto: (c) Bert Bevers

 

's Avonds

 

Soms nog als de avond is gevallen

en alles in stad reeds stil,

draagt mij mijn voet voor 't huis waar zij woonde,

ofschoon ik het zelf niet wil.

 

O bloemetje van mijn eenzaam leven,

mijn liefde, mijn lust, mijn vreugd!

Een ander geniet nu uw geuren en kleuren,

en doet zich deugd aan uw jeugd.

 

Dan bersten de donkre herinringen open,

als hagelwolken op mij;

dan loop ik zo haastig mooglijk schuilen

in de herberg daar naastbij.

 

Julius Vuylsteke

Julius Vuylsteke (1836-1903)

Partager cet article
Repost0
27 novembre 2011 7 27 /11 /novembre /2011 12:00

Walter-Scottstraat--foto-Bert-Bevers-.JPG 

Love rules the court, the camp, the grove,
And men below, and saints above;
For love is heaven, and heaven is love.

 

Walter Scott

Walter Scott (1771-1832)

Partager cet article
Repost0
26 novembre 2011 6 26 /11 /novembre /2011 12:00

 

 Korte Van Ruusbroecstraat (foto Bert Bevers)

Foto: (c) Bert Bevers

Selen wi Gods ghesmaken,

Wi moeten al de wereld laten,

Ende met Gode minnen ende haten.

Selen wi Gods gheweldegh sijn,

Wi moeten ons selfs vertyen;

Sal de Gheest Gods in ons ghedyen,

Die ons van allen dingen sal vryen:

Soe moghen wi boven alle hemele Sijns lyen,

Ende eenegh met Hem sijn sonder partyën.

Dan selen wi Hem ghebenedyën,

Ende in vreden hooeren de hemelsche melodyën,

Met vier paer noten in meneghfuldeghen thone.


  Jan van Ruusbroec bis

Jan van Ruusbroec (1293-1381)

 

Aantekening: Er is in Antwerpen, haaks op de Korte van Ruusbroecstraat nota bene, ook een Lange van Ruusbroecstraat.

Partager cet article
Repost0
25 novembre 2011 5 25 /11 /novembre /2011 12:00

Théophile Gautierstraat (© Bert Bevers)

Foto: (c) Bert Bevers

 
Adieux à la poésie

 

Allons, ange déchu, ferme ton aile rose ;
Ôte ta robe blanche et tes beaux rayons d'or ;
Il faut, du haut des cieux où tendait ton essor,
Filer comme une étoile, et tomber dans la prose.

Il faut que sur le sol ton pied d'oiseau se pose.
Marche au lieu de voler : il n'est pas temps encor ;
Renferme dans ton cœur l'harmonieux trésor ;
Que ta harpe un moment se détende et repose.

Ô pauvre enfant du ciel, tu chanterais en vain
Ils ne comprendraient pas ton langage divin ;
À tes plus doux accords leur oreille est fermée !

Mais, avant de partir, mon bel ange à l'œil bleu,
Va trouver de ma part ma pâle bien-aimée,
Et pose sur son front un long baiser d'adieu !


 Theophile-Gautier.jpg

Théophile Gautier (1811-1872)

Partager cet article
Repost0
24 novembre 2011 4 24 /11 /novembre /2011 12:00

 

Van Kerckhovenstraat (foto Bert Bevers)

Foto: (c) Bert Bevers

Wanneer ik bemin

 

Neen, lieve, als ik, neergebogen,

Zachtjes aan uw voeten rust

En u spreek van zaligheden

En u noem mijn levenslust,

 

Als ik, wijl mijn blinkende ogen

Spieglend zwemmen in uw blik,

Als met honigzoete woorden

Tot u spreek, als in een strik

 

Gans uw aanzijn hou geklonken:

Als de stille harmonij

Van mijn stem uw hart kan raken,

Domplen u in mijmerij;

 

Als gij om mijn blinkend voorhoofd

Zaligheid geschreven ziet,

En het ernstig overdenken

Uit ons beider ziele vliedt, -

 

Beeld u dan niet in, o meisje,

Dat dit uur de schoonste stond

Onzer liefde is en het harte

Dan het diepste is gewond.

 

[....]


  Pieter-Frans-Van-Kerckhoven-bis-2.jpg

Pieter Frans Van Kerckhoven (1818-1857)

Partager cet article
Repost0
23 novembre 2011 3 23 /11 /novembre /2011 11:27

 

De fastueuze fijnproeverij van Werner Spillemaeckers


Ik ontmoette Werner altijd op onverwachte momenten in Antwerpen en zelfs een paar keer in Brugge. Henri-Floris Jespers omschreef deze minzame man wat lacherig als de ijzeren kanselier en met zijn zwarte zware knevel had hij ook iets Pruisisch. En niet geheel toevallig had zijn eerste dichtbundel in 1961 de titel Ik ben Berlijn. Hij noemde mij steevast ‘Stijn’ en sprak dat uit als ‘Stien’ omdat hij dacht dat ik als West-Vlaming dat ook zo zou uitspreken. Want ook ik was toen nog de trotse bezitter van een snor, knevel of snoeverige snorbaard. Mijn betreurde vriend en eerste uitgever Johan Sonneville was toentertijd zelfs geabonneerd op zijn fraai en keurig uitgegeven tijdschrift ‘Artisjok’ en vond dit blijkbaar een zeer goed tijdschrift. Al bij al moet ik nu bekennen dat ik slechts twee boeken van Werner bezit en wel zijn Verzamelde gedichten 1954 – 1974 (Westerlo : Uitgeverij Saeftinge, 1974) en zijn Blad na Blad (Antwerpen : Contramine, 1983) waarin hij voor mij schreef : “Voor Hendrik (“Stijn”) Carette, collega in litteris, West-Vlaming, zeer van harte, Antwerpen, Stadsschouwburg, 8 oktober 1983”. Bij het bladeren in dit eerste hier voornoemde boek lees ik dat hij zijn eerste gedichten in 1954 zelfs onder het pseudoniem Werner Mahler publiceerde (in ‘Atomika’ en ‘Mandragora’) en de eerste strofe van het eerste gedicht ‘Melancholie’ geeft al dadelijk zijn sfeer weer :

 

Tien vrouwen in zwart roerden de trom.

Tien klokken in brons en ’t aartsbisdom

verdwenen in diepten van abstractivisme.

 

Ook in de bundel ‘Veranda’ van twintig jaar later is zijn stameltaal nog zeer fris met woordspelingen en uitroepen als “oh / photo” of de zeer klankrijke eindregel met het onvergetelijke vers “terwijl de mussen children children”. En zelfs zijn geestige spijskaarten blijven levendig, ik denk dan aan het dessert van de derde spijskaart dat gewoon uit “kliekjes en klakjes” bestaat. Of het dessert van de vierde spijskaart dat heel ongewoon uit een “brandend brahmsbos” bestaat. Werner was een Antwerpenaar die ook wel eens naar het voor hem vermoedelijk wat exotische West-Vlaanderen trok om Clem Schouwenaars op te zoeken in Lo-Reninge of Renaat Ramon in Brugge. En wie opnieuw bladert en leest in zijn bundel Blad na Blad zal algauw op het prachtige gedenkgedicht ‘Vladslo’ vallen waar Werner de bekende begraafplaats ( hij zou hier monkelen en glimlachen bij het horen van het Duitse woord Friedhof) bezocht moet hebben om dit lange bevreemdende gedicht te kunnen schrijven. Het kan niet anders. Hierna volgen de drie laatste strofen die duidelijk bewijzen en illustreren dat Werner een zeldzaam onderschat dichter was en is geweest. Ziehier het licht spottende en tegelijkertijd toch ook weer zeer eerbiedige einde van dit gedicht:

 

ik meende dat hij het meende

en moest even hoesten en nietzschen

bij de poort klapte zijn taaltje potdicht

(de radio van na de bevrijding was wat anders)

ik stapte van de nieuwe clerus weg en liet hem

klaarkomen met zichzelf of met heel vladslo

maar niet met mij

 

opzij van mij door licht van hagen

en sluitend gebladerte dreven

blad na blad duizende namen voorbij

 

En er is in deze bundel nog een ander gedicht te vinden en wel het gedicht ‘Oplossen in water’ dat mij uitermate charmeert en fascineert door Werners zin voor humor maar ook zijn hang naar ernst (de ernst van Ernst Jünger, maar ook de ernst van Ernst Niekisch of de ernst van een Ernst Bloch) in één adem of in de ademtocht van één gedicht en hier citeer ik enkel de eerste en de laatste versregel ( het gedicht moet u zelf maar lezen en beleven) :

wees mens maar met mate

 

(…)

 

bel ons tijdens de schaarse kantooruren

 

(het hele gedicht zonder eindpunt en zonder één hoofdletter!).

 

Werner was waarlijk een fijnproever en dit op alle domeinen. Ook in zijn omgang met dames was hij een heer in het verkeer en een handkus verleende hij als een Pruisische landjonker of een Baltische baron slechts als hij oordeelde dat het passend en billijk was.

Werner hield zèlf ook van aanspreektitels en het feit dat iemand echt (geen flauwe grappen) ook ooit senator, minister of generaal was geweest gaf hem als het ware een geheim genoegen en deze aanspreektitels deden nog lang na de ontmoeting zijn ogen twinkelen als ten tijde van Goethe en Schiller. Zo herinner ik mij nog goed dat ik ooit naar een open vergadering van het letterkundig tijdschrift Diogenes naar Antwerpen kwam in het gezelschap van generaal-vliegenier Piet de Groof (die onder de schuilnaam Walter Korun ook zelf ooit gedichten had geschreven) en dat Werner mij (toen de generaal even naar het toilet moest) dadelijk bij de mouw nam en mij op fluistertoon vroeg : “Hendrik (dit keer zei hij niet Stijn, want Werner was heel ernstig) is deze man echt een generaal en is het geen kolonel of majoor? “ En ik antwoordde , echt waar Werner, echt waar … En zijn blik werd toen wat wazig en toen ook Henri dit feit meteen plechtig bevestigde, zag ik dat hij zijn bewondering voor iemand die deze titel of graad van het A.B.L. (Armée Belge -Belgisch Leger) mocht dragen nauwelijks kon verbergen. Dit is natuurlijk maar een anekdote, maar Werner hield van zo’n onverwachte ontmoetingen. De laatste keer dat ik hem zag was hij zelfs echt bezorgd en ongerust over hoe ik nog met mijn auto naar het verre gevaarlijke Brussel kon rijden. En hij schudde zijn niet zo wankel hoofd en bekeek mij onderzoekend. En nu las ik plots (natuurlijk niet in onze kwaliteitskranten zonder enige kwaliteit) in de Mededelingen dat Werner zomaar overleden is. Dat de dood voor Werner, die een Boogschutter was, in de maand november moest komen, is niet zo erg, wat erger is en mij zelfs mateloos ergert is dat deze stille dichter en charmante man al te onbekend, onbegrepen en onbemind is gebleven in deze klamme dorpen van dit kwaadaardige en vijandelijke vaderland.

De dood bespringt ons als een roofdier op de borst en op de schouders.

Hendrik CARETTE

Partager cet article
Repost0
22 novembre 2011 2 22 /11 /novembre /2011 14:54

 

Niet graag zou ik de mensen de kost geven die de straat tussen het Centraal Station en de Frankrijklei in Antwerpen de Keyserlei noemen. Een kwestie van net niet. Het is immers de De Keyserlei, want vernoemd naar schilder Nicaise De Keyser. Of neem de Meir, die in het verlengde ervan ligt. Ik had ooit iemand te gast die meende dat die genoemd was naar de vroegere Israëlische premier Golda Meir....

Het is maar om te zeggen dat het veel mensen niet altijd duidelijk is waar een straatnaam vandaan komt. Antwerpen is altijd gul geweest met het vernoemen van straten naar dichters. Da's nobel. Maar ook hier geldt dikwijls onduidelijkheid. Weet de gemiddelde bewoner van de Paul van Ostaijenlaan eigenlijk wel wie die man was? Regelmatige lezers van deze blog kunnen zich dat nauwelijks voorstellen. Maar weten die wie Julius Vuylsteke was? Ik duid het hen niet euvel, want ik wist het zelf ook niet tot ik me aan deze reeks zette. Ik durf er bijvoorbeeld ook € 10 onder te verwedden dat het merendeel van haar bewoners niet weet naar wie de Julius De Geyterstraat werd vernoemd.

In Dichter op het stadsplan wordt de blik gericht op alle Antwerpse straten die naar dichters zijn genoemd. In iedere aflevering vindt u een foto van de straat, poëzie van de dichter in kwestie en een portret van hem of haar. De een werd bedacht met een statige lei, de ander met een groene laan, weer een ander met een straat in een nieuwbouwwijk. Of ze allemaal in hun sas zouden zijn met de wetenschap dat er voortaan over hen gelopen kanworden zullen we nooit weten....

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
22 novembre 2011 2 22 /11 /novembre /2011 06:29

 

Waalhofstraat-24--Werner-Spillemaeckers-.JPG

Waalhofstraat 24

 

 

ESTHETISCHE TEKST

 

ik ben hier geweest

 

 

GEËNGAGEERDE TEKST

 

ik ben hier geweest

 

 

HERMETISCHE TEKST

 

ik ben hier geweest

 

 

 

uit Fuga Magister, Yang Poëzie Reeks, Gent, 1970

 

 

(Redactie en foto: Bert BEVERS)

 

Met het geboortehuis van Werner Spillemaeckers wordt de reeks 'Geboren schrijvers' (voorlopig?) afgesloten.

Partager cet article
Repost0
18 novembre 2011 5 18 /11 /novembre /2011 23:37

 

François Vermeulen fungeert blijkbaar als distributeur van het brieftijdschrift HA van Ben Klein. Vandaag ontving ik de jongste aflevering, waarin Ben Klein zijn visie over dada ontwikkelt, een paar oprispingen noteert, enkele uiteraard interessante gedichten en proeven van visuele poëzie publiceert.

Zo staat in het “kleins” te lezen:

loopjongens keuveldametjes pseudo-recensten makmarkgirls simpelpoëten blindgangers braaftypisten redactieleden van de keukentrap

poëziekrant gent dat in middelmatigheid en dan die recenties-snert bad bad kamerartiesten

elk nummer wordt stapel dichtbundels lovend besproken

'Whipping boy' Geert Buelens – “profie buelens declamerend in utrecht' – krijgt er natuurlijk nog eens van langs...

Waarom Buelens? Hij durfde het nl. aan Ben Klein uit de vergetelheid te halen. Je mag de Vlaming zijn klaagmuur en zijn kaakslagen, de duivel zijn vuur niet afnemen...

*

In de jaren 1967-1969 trok Werner Spillemaeckers vaak op met Ben Klein.

Tony Rombouts getuigt:

Geflankeerd door Bernard Verbeeck (die meestal optrad onder het pseudoniem Peter Tomlin) en de dichteres Ginda Mogoli (waarschijnlijk een transfiguratie van Ben Klein) verpersoonlijkten ze de poëzie op ontelbare goed georganiseerde literaire happenings die zowel in grootsteden als de verste uithoeken van de provincie plaatsvonden.

SpillKleijn.jpg

Van l. naar rechts: Werner Spillemaeckers, Peter Tomlin, Ginda Mogoli en Ben Klein

 

Op aandringen van trouwe Werner Spillemaeckers pp was Robert Lowet de Wotrenge pp in de jaren zeventig bereid het verzameld werk van Ben Klein uit te geven bij Pink Editions & Productions. Ik benaderde toen Vic Gentils, die ik wist te overtuigen niet alleen de uitgave te illustreren, maar ook oorspronkelijk werk ter beschikking te stellen voor de luxe-editie. Ben Klein was eens te meer zo weerbarstig dat het project strandde. (Dat was nota bene de tijd dat Werner mij vroeg bij mijn vriendin Rika de Backer, minister van Cultuur, te interveniëren ten gunste van Ben Klein...)

In de jaren 2000 ondernam de onvolprezen 'Demian' een poging om Ben Klein uit zijn isolement te halen, maar ook tevergeefs.

In beide gevallen werd een kant en klaar project op het allerlaatste moment door Ben Klein zelf afgeschoten.

En dan maar verongelijkt aan de klaagmuur staan jammeren...

*

Belangstellenden kunnen gerust een pdf exemplaar van HA aanvragen bij ftf.vermeulen@gmail.com

 

Henri-Floris JESPERS

(http://benkleinexperimenteel.blogspot.com/)

Partager cet article
Repost0
17 novembre 2011 4 17 /11 /novembre /2011 09:37

 

 

Top-2BHat.jpg

Achtbare Dichter,

Jouw verhaal greep mij aan. Het heeft me het ganse weekend bezig gehouden. Onwillekeurig moest ik denken aan ‘See me, feel me, hear me, touch me’ van The Who op het Woodstockfestival in 1969. Het was een film ‘Kinderen toegelaten’ en toegegeven dit ‘Nihil obstat’ was voor ons – pubers - een gedroomde gelegenheid om de eerste blote borsten wiebelend op het witte doek te bewonderen. Maar dit terzijde.

Wat ik hierna schrijf moest me van het hart. Uit de grond van datzelfde hart – ab immo pectore in dat gehate Latijn – hoop ik dat de vele citaten die ik gulzig zal rond strooien, niet te pedant zullen over komen. Ik draag geen ‘Hoet’, ik ben en ik wil geen lichtbak of kunstpaus zijn en om Johan Anthierens zaliger er nog even bij te sleuren: ik ben ‘niemand’s meester, niemand’s knecht’.

Je vertelde me dat je niet als een ‘volle’ dichter wordt bekeken want je hebt nog geen bundel gepubliceerd. Volgende vraag kriebelde in mijn baardje: ‘Wat is de waarde van een titel?’ Voor zover ik weet is ‘titelaturologie’ nog geen wetenschappelijke discipline, laat staan een sport die door het Olympisch comité werd aanvaard. Je kunt er geen medaille mee winnen. En een podium kan je ook als een schavot bekijken. Dus wat maakt het uit of men je al of niet met ‘dichter’ wil aanspreken.

Een tijdje terug las ik een citaat van Arthur Schopenhauer op de blog van Henri Floris Jespers:

Zowel in de kunst als in de literatuur is er op bijna elk moment een onjuiste zienswijze, gewoonte of manier van doen die in zwang is en bewonderd wordt. De oppervlakkige geesten zijn er altijd druk mee bezig zich die eigen te maken.’

Ik kan begrijpen dat het niet prettig is wanneer je niet ernstig wordt genomen of wanneer men je afwijst. Het veroorzaakte gebrek heet eenzaamheid en dit doet pijn. Je dient de vraag te stellen of je daarom jezelf mordicus moet confirmeren aan de afwijzende goden. Moet je nu echt zoals een wagen met een gelijkvormigheidsattest door het leven huppelen? Moet je daarom jezelf die soms steriele hoogstandjes laten aannaaien om te schrijven zoals het ‘hoort’? En je denkt er aan om een schrijfcursus te volgen? Hobbyclubs zijn goedkoper en een zelfhulpgroep is goed voor een AA.

En bij wie denk je die te volgen? Bij dezen met een hoge ‘Hoet’? Het regentaat kennen we uit de Nederlandse geschiedenis. Het was een kleine kaste die elkaar de oliebollen toe speelden. Vandaag heet dat regentschap ‘netwerking’. Lees wat Marcel Van Maele hierover schreef:

onveranderd stroomt hetzelfde beschamende, kleffe jargon over de wereld, om de macht en de rijkdom van enkelen in stand te houden of te ontzien, en de onmondige massa in slaap te wiegen met hypnotische toverformules. De officiële wereld, de wereld van de Eerbiedwaardige Cultuur, bestaat bij de gratie van een ontzaglijke woordzwendel’

En als je dan toch geld wil uitgeven waarom investeer je dan niet in jezelf? Er is niets mis met een mooie bundel in eigen beheer en een isbn kan je zelf aanvragen. Denk je nu echt dat de oplagen van de poëzie van de Eerbiedwaardigen zo groot zijn? Bekijk hun noodlanding in de ramsj bij De Slegte. Het is natuurlijk zo dat je voor overheidssteun niet in aanmerking komt wanneer je in eigen beheer uitgeeft, laat staan voor de lezerslijst van de Stichting Lezen. In die krimpende markt van poëziepublicaties is er nog veel werk aan de winkel voor de V.A.V. Dringend dienen hier voorstellen te worden uitgewerkt zodat je de hoge ‘Hoet’ niet moet opzetten. Wist je dat Leaves of Grassvan Walt Withman in eigen beheer werd uitgegeven?

En het commentaar? Klets op je billen van het lachen. En als je iets schrijft leg het een tijdje weg. Bekijk het dan opnieuw en lach nog harder tot je bent uitgelachen.

Wil dit nu zeggen dat je niet mag open staan voor kritiek. Toch wel maar dan zoals Vladimir Nabokov het ziet: ‘I find criticism most instructive when an experts proves to me that my facts or my grammar are wrong’. UITSLUITEND ‘facts’ en ‘grammar’, al de rest is jouw soevereine beslissing, Achtbare Dichter.

Als ik je één leesteken mag aanraden dan is het wel een onzijdig punt, een heerlijk sieraad waarmee je een zin afsluit. Gebruik het veelvuldig in volgende: Men houdt van je of men houdt niet van je, men wil je lezen of men wil je niet lezen, men vindt je goed of men vindt je niet goed.(punt) Zo simpel is het.

Rainer Maria Rilke is een van mijn vele lievelingsdichters. Zijn Brieven aan een jongedichterlas ik vele jaren geleden. Uit een brief aan Franz Xaver Kappus die hij in februari 1903 schreef, geef ik je volgende passage ter overweging:

U vraagt of uw verzen goed zijn. U vraagt dat aan mij. U hebt dat eerder aan anderen gevraagd. U stuurt ze op naar tijdschriften. U vergelijkt ze met andere gedichten en u maakt zich ongerust als bepaalde redacties uw dichtpogingen afwijzen. Ik verzoek u bij deze (nu u mij hebt toegestaan u raad te geven) daar helemaal van af te zien. U richt uw blik op de buitenwereld, en dat nu zou u vooral niet moeten doen. Niemand kan u raad geven en helpen, niemand. Er is maar één enkel middel. Voel uzelf aan de tand. Onderzoek de reden die u dwingt te schrijven; ga na of die reden tot in het diepst van uw hart zijn wortels uitstrekt, beken uzelf of het uw dood zou zijn als u niet meer zou mogen schrijven. En vooral dit: vraag uzelf in het stilste uur van de nacht af: moet ik schrijven? Wroet in uzelf naar een ernstig antwoord. En zo dit bevestigend luidt, zo u die serieuze vraag kunt beantwoorden met een krachtig en eenvoudig ‘ik moet’, stem dan uw leven af op die noodzaak; uw leven, zelfs het onbeduidendste en geringste ogenblik ervan, moet in het teken staan van deze aandrift en ervan getuigen. ”

Voor velen van mijn dichtersvrienden is poëzie een vorm van een lieflijke dwang om te dwalen in die meerdere lagen van de taal, de zoektocht naar metaforen, de behoefte om te verwoorden. Al de rest is bijzaak. Ik sluit me hier graag bij aan.

Tot slot slinger ik nog twee citaten om je oren:

'La parole juste ne peut naître que de notre fidélité à nous-mêmes.'(Georges Haldas).

en

Whatever you write, never compromise your work, and if you plan to write for money or for fame, do something else’ (Samuel Becket).

Wentel u vooral niet in de hangmat van frustratie. In de zetels van het ‘Salon des refusés’ kan je alleen maar hangen. En dat laatste werkwoord is echt geen mooi zicht. Je moet het gedilateerd geblaat maar eens nalezen. Het zal u daarom niet verwonderen dat ik wil zitten en wel op een stoel, de mijne.

Uw toegenegen contrapunt,

Frank DE VOS

 

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche