Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
17 octobre 2014 5 17 /10 /octobre /2014 00:15

 

WeirdosMoyaert.jpg

De omstandigheden van het ellendige einde van Frank Moyaert (1963-2014) – een “absurd Bukowskiaans verhaal” – worden toegelicht door Steven de Rie, Youri Vankerckhove, buurman Azis, conciërge Tony Hellemans en buurman Jan Thijs.

Zie: http://mededelingen.over-blog.com/article-r-i-p-frank-moyaert-mede-oprichter-van-weirdo-s-124250726.html

De begrafenisplechtigheid op Schoonselhof, betaald door het Antwerpse OCMW, vond plaats op 7 augustus. Het woord werd er gevoerd door A. Deckx, Moyaerts vriendin en huisbazin, striptekenaar Steven de Rie en Hubert Van Eygen. De uitstrooiing van de as gebeurde in aanwezigheid van een vijftiental vrienden en buren.

De jongste aflevering van Weirdo's is geheel gewijd aan medestichter Frank Moyaert – “een geval apart of a pain in the ass?”, aldus Hubert Van Eygen, die Moyaert in 1986 leerde kennen toen ze beiden als gewetensbezwaarden bij Amnesty International Vlaanderen in Leuven werkten.

De mortuis nil nisi bene, tja... Geen hagiografische, obligate lofbetuigingen hier, wel lucide maar niet minder pakkende bijdragen van Yorgos Dalman, Steven de Rie, Henri-Floris Jespers en Flor Vandekerckhove.

Uiteraard wordt ook werk van Moyaert opgenomen. In “Over vallen en vliegen” (2001) – een voorspellende titel – probeert hij de problemen en de dromen te omschrijven die zijn leven bepaald hebben.

BoelvaarLaatste.jpg

Eveneens een paar dagen geleden viel Boelvaar Poef, het tijdschrift van het LP Boon Genootschap in de bus. Arne op de Weegh gaat in op de opmerkelijke zielsverwantschap tussen Louis Paul Boon en Frans Masereel. Gerard Raat besteedt aandacht aan de drie Duitse vertalingen van De Kapellekensbaan.

Het was al bekend: Boelvaar Poef houdt op te bestaan. Aan deze laatste aflevering (merkwaardig genoeg gedateerd 2013, jaargang 13,laatste nummer) werd een register op de dertien jaargangen van het tijdschrift toegevoegd.

De “gewezen redactieleden” van het tijdschrift (wie?) gaan zorg dragen voor de voortzetting van de uitgave van de 'Boontjes' die LPB van eind 1959 tot en met januari 1978 vrijwel dagelijks schreef voor het dagblad Vooruit. De uitgave in boekvorm werd begin deze eeuw door uitgeverij Houtekiet gestaakt, nadat de subsidie van het Vlaams Fonds voor de Letteren wegviel. De laatste uitgebrachte bundel bevat de Boontjes van 1967. Het Louis Paul Bon Genootschap “hoopt” eind 2014 het deel te presenteren met de Boontjes uit 1968.

Weirdo's, p/a, H. Van Eygen, Weertersteenweg 265, 3640 Kinrooi.

Over Weirdo's, zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-weirdo-s-119142399.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
15 octobre 2014 3 15 /10 /octobre /2014 16:32

 

TerugwerkendeKracht.jpg

Met de dichtbundel Met terugwerkende kracht (verder MTK), zijn vierde boek en tweede poëziebundel, bevestigt Dangre definitief zijn grote talent – voor zover dat überhaupt nog nodig was na zijn fel geprezen én gelauwerde vorige publicaties: de bundel Meisje dat ik nog moet (2011, twee drukken) en de romans Vulkaanvrucht (2010) en Maartse kamers (2012). Zijn werk leverde hem nominaties op voor de C. Buddingh’-prijs (2011) en de AKO-longlist of '-tiplijst' (2013), maar ook de Vlaamse Debuutprijs (2011) en de Herman De Coninck-prijs (2012) zélf. Bovendien werd hij laureaat van de vijfde Melopee-poëzieprijs (Laarne, 2013) met het gedicht ‘Vader’, dat in MTK opgenomen werd.

*

De nieuwe bundel MTK is erg strak, haast mathematisch gecomponeerd en draait volledig om één thema, dat vanuit verschillende (maar met elkaar verbonden) standpunten gefocaliseerd of door verschillende (maar in elkaar verweven) stemmen verwoord wordt: de 'fysieke' en emotionele slijtage van een huwelijksrelatie en de rol of de positie van een kind daarin, en wel als gevolg van de vernietigende voortgang van de tijd, van de ouderdom, van de zich opstapelende desillusies.

 

Als je de acht afzonderlijke afdelingen van de bundel labelt (A, B, C…) op basis van hetzelfde standpunt of dezelfde stem en lineair ordent, dan krijg je volgend schema waarin niet zozeer een bijna perfecte symmetrie als wel een (variërende) herhaling en cycliciteit zichtbaar worden:

 

A - B - C - B - C - B - C - A

 

In de twee A-cycli – 'Man in the mirror' (zes gedichten) en 'Da capo' (één gedicht) – is een ongeveer veertigjarige man aan het woord, in de eerste zes gedichten in de generaliserende je-vorm (tegelijk een vermomde 'ik'). Blijkens de titels zijn deze zeven gedichten overigens expliciet gesitueerd in Amsterdam, de huidige biotoop van de auteur.

De mannelijke stem spreekt over zijn eenzaamheid, de mislukking van de liefde en de teloorgang van jeugdige dromen en ambities, ook ten aanzien van de hoog gestemde verwachtingen voor zijn zoon: "alle liefde moet eindigen / in een zoekmachine", of, mijmerend voor de leeuwenkooi in Artis: "een zoon / die maar geen koning wordt."

In het allerlaatste gedicht van de bundel ('CS' – Amsterdam Centraal Station), dat dus op zich een volledige cyclus ('Da capo') vormt, wordt het duidelijk dat zijn vrouw op de rails van het station zelfmoord heeft gepleegd. Samen met de subtiele afwisseling van tegenwoordige en verleden tijd in de eerste en de laatste regel verheldert de ik-vorm in dit solitaire gedicht in één verpletterende, afsluitende maar tegelijk naar het begin terugverwijzende klap het impliciete 'verhaal' van de hele bundel.

 

De B-reeks omvat drie cycli van telkens twee gedichten die alle drie dezelfde titel 'Sagesse' dragen en waarin nu de vrouw spreekt in de directe, belijdende ik-vorm.

Hier lees je de langste gedichten van de hele bundel en, wat mij betreft, meteen ook de meest indrukwekkende en ontroerende, al was het maar omdat ze blijk geven van een onvoorstelbare empathie bij een zo jonge, mannelijke auteur voor de ziel en het hart van de volwassen vrouw en moeder.

Ook hier spreken weer een veeleer nuchtere – en ontnuchterende – desillusie, het tekort en het verdriet door de veroudering en de slijtage van de liefde of wegens het egoïsme en de onverschilligheid van de man, een "wezen ... vol vooroordelen, voetbal, stilstand, ongezouten / begeerte en ook een beetje verdriet / dat hij achter de hand houdt voor serieuze relaties."

In enkele verzen wordt de suïcide al aangekondigd: "op een dag bestond de oplossing uit voor- / goed verdwijnen", "je neiging tot zelfdestructie" of: "tot ook ik geen andere keuze meer / had dan ten koste van alles een voorsprong te nemen."

Wat een mature en tegelijk zo hartverscheurende wijsheid – quelle "sagesse" – spreekt niet uit deze woorden van de moeder tot haar zoon in het gedicht 'Borsten': "dus vertel ik hem / dat meisjes, ze zijn dan ongeveer twaalf, hun moeders beginnen / op te rapen. [...] Steeds valt er een stukje van hen af / [...] en nemen dochters trots / hun vormen over."

En als de zoon haar op zijn beurt vragen stelt over jongens, geeft ze het pijnlijke antwoord: "'Van jongens weet ik niets,' zeg ik / en verder niets. Ik wil niet dat hij zich later verwijt / vaders te begrijpen."

Of lees dat wondermooie gedicht 'Pauze' rond de menopauze van de vrouw: "... toen mijn eierstokken zich terugtrokken / uit het eeuwige herhalen van de mensheid, mensheid / is een vrouwelijk woord, pauze is dat ook" – waarna er echter nog steeds ook "opgedroogde mannen" zullen opduiken...

Vele Nederlandstalige dichters hebben ongetwijfeld onvergetelijke literatuur voortgebracht over 'de moeder'. Maar tot de allermooiste mogen voortaan ook gerust deze regels van Dangre gerekend worden: "vergeef me / dat ik net als jullie een knoop in mijn kind heb gelegd om mezelf / niet te vergeten."

 

Onder C groepeer ik de resterende drie cycli omdat daarin sprake is van "ons/wij" of, met een aansprekende vorm, "ik/jij": man en vrouw, of de kinderen en het gezin, samen.

 

In 'Sotto voce' gaat het over het oudere echtpaar dat zijn dagen slijt in de berusting om wat voorgoed verloren is. Deze cyclus sluit nauw aan bij de afdeling 'Onze woonst' uit Meisje dat ik nog moet, al is de tonaliteit hier nu uiteindelijk minder bitter, scherp of agressief – een aanvaarding en capitulatie die, misschien, al bij al nog schrijnender zijn. De 'wij'-stem constateert "slijtplekken in onze mimiek", omschrijft het samenzijn als: "Ik en jij en wij, drie stenen aapjes / met afgeknotte grillen" en constateert: "Nu is er nauwelijks nog iets / om over te bikkelen" terwijl er vroeger "nog zoveel wij/ te vertellen" was, "toen / onze avonden nog zwegen / over gisteren."

Wat hun rest: "Zwijgen. De ruzies rangschikken / op zolder en breien, / breien", of: "wij... blijven dromerig zitten in jaren / van traag verongelukken in elkaar."

 

En dan, in 'Advent', rond het piepjonge paar: de bevruchting, zwangerschap en geboorte... een kind, hét kind dat 'advenit', dat blijkbaar onherroepelijk moét komen gezien het dwingende heimwee van de jonge vrouw naar de "oerknal", "de eeuwenoude waanzin / van het begin", de "eerste zee".

Maar met dit 'begin' neemt ook het einde onafwendbaar een aanvang: haar "lichaamstaal" maakt "van mijn pik / een gewoonte", "een loper voor dagdromen / waarin geen volwassen man meer past." Voortaan geuren de liezen van de vrouw naar "speelgoed / en mijn eigen, matte weemoed / waarvoor je bedankt."

De geboorte van het kind impliceert dat "mijn leeftijd tussen je benen wegtikt / en ik eindelijk opraap / wat je negen maanden / uit mijn lichaam hebt weggelaten." Geen verder commentaar. Jongenstoch...

 

In de cyclus 'Kindergezichten' ten slotte spreekt een 'wij', maar nu in naam van dé kinderen, van alle kinderen, en dus opnieuw als een dubbelzinnig 'ik', een veralgemenend pluralis majestatis. Deze cylus herinnert mij dan ook onweerstaanbaar aan deze bekende wijze woorden: "Children begin by loving their parents; as they grow older they judge them; sometimes they forgive them."

Inderdaad: vader, moeder, grootvader en grootmoeder krijgen hier op een haast genadeloos trefzekere, hoewel ondanks alles toch begripvolle wijze lyrisch gestalte: hard, zonder meer, maar niet vernietigend.

Vader, met zijn "praatjes voor de vaak", spant zinnen "tussen ons / en de kinderen die hij zich wenst." Grootvader is de hele middag "in geuren en leugen / zichzelf", terwijl grootmoeder, voor sommigen een "heks" en voor anderen "lief", ons "teder weer vastgrijpt / als de laatste bezem / om haar jeugd bijeen te vegen." Moeder, van haar kant, maakt haar kinderen "zwaarder van elk jaar / dat zij reeds in ons opgraven wil", maar "niemand zal haar verleden / verwezenlijken, zij blijft / in kringetjes door dit huis praten."

En wat het kind, de kinderen betreft, zij beseffen het wel: het leven van de (groot-) ouders "zit / nog opgekropt in onze genen, het hangt er stil / als hoefijzers boven de deur. Zij geven ons / gewicht." Het is dan maar de vraag wat Dangre met dat "gewicht" bedoelt; gezien zijn vorige werk, vooral zijn romans, lijkt het mij eerder te verwijzen naar 'de eeuwige terugkeer van hetzelfde', de herhaling van de nefaste cyclus ad infinitum.

*

Stilistisch gezien heeft Dangre sinds Meisje dat ik nog moet een behoorlijke weg afgelegd: niet meer die jonge, uitbundige en triomfantelijke, erg speelse, romantische en soms al te retorische zegging, maar een gedragen en veeleer directe, sobere woordkeuze – in weliswaar soms schitterend uitdeinende verzen – die al evenzeer verbluft maar dan wel omdat ze dieper en pijnlijker in je huid, in je botten en je ziel snijdt en beklijft – al blijft Dangre wel verbazen met zijn verrassende beelden en een vaak subtiel klankspel, en schuwt hij zelfs niet hedendaagse, iconische obsessies naadloos in zijn verzen te integreren: iPod, Google, Facebook... ze zijn er allemaal, of Michael Jacksons Man in the mirror, waarvan de tekst wonderwel past bij de allereerste gedichten in de bundel, althans indien gelezen met de nodige ironie.

MTK opent, geenszins verrassend, met dit motto dat weggeplukt is uit Sagessevan Verlaine: "Qu'as-tu fait ... / De ta jeunesse?" Ik wil maar zeggen: de grote thema's uit het vorige werk, en dan vooral de twee romans, worden in deze nieuwe bundel herhaald maar dan in een erg geconcentreerde en mature vorm. Ook hier weer die angst voor de vernietigende werking van de tijd, voor de fysieke aftakeling, voor de slijtage van de liefde en de ravage die overblijft, het heimwee naar de jeugd (het Peter Pan-syndroom), de onafwendbare cycliciteit van het leven, van jong zijn, oud worden en weer leven doorgeven – met alle gevolgen vandien.

Nogmaals, en ten overvloede: waar toch heeft deze 27-jarige jonge dichter – door de kritiek soms omschreven als een 'goden-, een 'wonder-' of een 'zondagskind', of als een 'jongeman met een oude ziel' – zo veel empathie, zo veel sensibiliteit vandaan voor tragedies en demonen die normaal pas veel later opduiken maar die als een bloedrode draad door zijn hele werk blijven lopen, en wel vanaf zijn allereerste pagina's? Gaat het om een wonde die misschien onbewust maar diep in zijn ziel geslagen werd en daar is blijven woekeren, of hebben we te maken met een geniale, overgevoelige (en nu ook begrijpende) observator van het menselijke falen en de dood die achter elke vorm van leven en liefde schuilt?

*

Nee, deze bundel is beslist geen voer voor jonge geliefden: er is te weinig hoop, te veel onweerlegbare en deprimerende waarheid waarin iedereen wel iets van zichzelf herkent. Maar voor elke lezer die dezelfde demonen reeds ontmoette, vormen deze opnieuw zo virtuoze, zo overrompelend pijnlijke en ontroerende gedichten zonder meer een helende balsem. Een troostende pauze in een helaas never ending story.

Luc PAY

Yannick DANGRE, Met terugwerkende kracht. Gedichten, De Bezige Bij, Amsterdam 2014, 59 p., € 18,90.

Over Meisje dat ik nog moet, zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-c-buddingh-prijs-y-m-dangre-genomineerd-72276067.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-y-m-dangre-een-meisje-genaamd-muze-de-muze-genaamd-meisje-76828687.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-y-m-dangre-woordenfluisteraar-76830122.html

Yannick Dangre wordt door Luc Pay geïnterviewd op donderdag 23 oktober 2014, 20:30 u. in de Ruiterhal, Gemeentepark 10 te Brasschaat, over de bundel Met terugwerkende kracht. Info en tickets:

https://www.brasschaat.be/vrijetijd.aspx?SGREF=36881&CREF=70934

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
15 octobre 2014 3 15 /10 /octobre /2014 07:48

 

Frank-De-Vos--foto-Bert-Bevers-.JPG

Frank De Vos (Foto: Bert Bevers)

Donderdag 2 oktober werd onder grote belangstelling de nieuwe dichtbundel van Frank de Vos voorgesteld. Frank had voor de omlijsting beroep gedaan op de door hem zo bewonderde celliste Judith Ermert. Vier cellisten brachten o.a. muziek van de Duitse 19de eeuwse componist Franz Lachner. In zijn inleiding dankte Frank zijn twee “poëziemoeders” Lucienne Stassaert en Marleen De Crée-Roex. De laudatio van de bundel was toevertrouwd aan geliefde radiostem Bart Stouten. Deze was vol lof over de nieuwe bundel en betitelde hem zelfs als “deze keer de mooiste van allemaal”. “Het is spiritueel licht dat een moeilijke donkere kant van het bestaan zichtbaar maakt”, zo vervolgde Stouten,” het lijkt alsof Frank een atrium heeft ontworpen, een centrale ruimte met een schitterend impluvium.” Bart Stouten benadrukt ook de muzikaliteit van de bundel. Deze vloeit voort uit een melancholisch levensgevoel.

“Weemoed omvademt de mooiste verzen van Frank. Er wordt in vier bewegingen geschreven ‘voor een moeder’, in drie bewegingen’ voor een vader’ en in één beweging ‘voor een schone broer’. De weemoed wordt vooral ook ingegeven door een gevoel dat het kenbare tegelijk het vreemde is, een bedrieglijke trompe l’oeil aan de andere kant van een vergelijking die het kenbare en het onkenbare samenbrengt”.

Deze gevoelens komen het sterkst tot uiting in de gedichten die Frank samenbrengt met een citaat van Victor Hugo: “La mélancolie c’est le bonheur d’être triste” waaruit volgend gedicht:

 

Sui generis

Weemoed blijft mijn wankel huis,

de warme tuin waar ik da capo blijf verjaren,

een land met wak gemoed dat leeft

en aan verleden kleeft.

 

In deze ruimte roert geen spatje ruis,

Teder en zwart-wit,

stommer dan de stilste dagen laat zijn zachte blik mij

gade, dat wat ik wanhopig dicht

 

De nieuwe bundel van Frank de Vos Twijfelaars in bloei is uitgegeven bij Uitgeverij P. Het was dan ook uitgever Leo Peeraer die als laatste het woord nam en de eerste exemplaren overhandigde aan Frank de Vos en aan al wie had bijgedragen tot het welslagen van deze avond

Joke VAN DEN BRANDT

www.uitgeverijp.be

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
14 octobre 2014 2 14 /10 /octobre /2014 05:09

 

De-Engelen-van-Venetie.jpg

Beschadigde kinderen…. Dezen worden in het nieuwe boek van Noëlla Elpers als de engelen van Titiaan geschilderd. (1)

Dolores!, haar roman over de dwerg-nar van Johanna de Waanzinnige (moeder van Karel V, Carlos I), was een prijsbeest: de Thea Beckmanprijs 2007, de Boekenleeuw 2008, genomineerd voor de Gouden Uil Jeugdliteratuur 2008, de Kleine Cervantesprijs 2009, het boek eindigde op de 2de plaats van de KJV. Vuurkraal en Malou van de mussen werden allebei genomineerd voor de Thea Beckmanprijs. Met Vuurkraal won zij de Kleine Cervantes 2013 en Malou van de mussen werd genomineerd voor de KJV 2013-2014. (naar aanleiding van dit laatste boek ontving mijn achternichtje haar voornaam).

Drie is een mooi priemgetal. Na Dolores en Vuurkraal vormt De Engelen van Venetië de sluitsteen van een drieluik. Deze kunnen echter apart worden gelezen. Zoals altijd zijn Elpers' historische romans stevig onderbouwd, de aangehaalde feiten kloppen. Het boek bestaat uit twee delen: 'Verduistering' en 'Verbeelde Stad'. De verteller is Piotto de Vernon, de plaats van handeling: Nantes en Venetië. Het omgevingsgeluid is de zestiende eeuw.

*

Iedere engel is schrikbarend {…} Wat zij verlangen van mij?

Dat ik zachtjes de schijn van onrecht wegneem die hun geest soms nog belemmert in volmaakte vrijheid te zweven

Deze verzen uit De elegieën van Duino van Rainer Maria Rilke openen het verhaal. Angelo is de stiefbroer van Piotto en beiden zijn lid van een rondreizend theatergezelschap. Voor Piotto is Angelo een Wisselkind dat door Elfen in een andere wieg werd gelegd.

...'op dat moment begon ik te geloven dat de elfen de engelachtige aard van Angelo hadden gestolen…Elfen…hun hart is een gapende leegte’

De-trilogie.JPG

De trilogie

'Voortaan kun jij de wereld dromen, Piotto, misschien is die wel mooier dan de echte'

Piotto wordt blind en Angelo, een engelachtige schoonheid met zijn zucht naar roem en aanbidding, verandert nadat zijn moeder Meryem sterft aan de pest. Met de belofte op succes bij de Commedia dell’arte en de vereeuwiging als model door de inmiddels beroemd geworden schilder Titiaan, laat hij zich door Torentino, een Venetiaanse koopman overhalen om stiekem naar Venetië te vertrekken. Piotto ontdekt dit, en met de zegen van zijn ouders trekt hij zijn stiefbroer achterna. Op hetzelfde schip van Angelo scheept hij samen met Filou, zijn blindenhond als verstekeling in. Hier eindigt ‘Verduistering’ en beginnen de avonturen in Venetië, de ‘ Verbeelde Stad’ waar Angelo de een aanbeden schone, Violante ontmoet. De rest van dit zinderend verhaal zal u zelf moeten lezen

Noella-Elpers.JPG

Noëlla Elpers

Zoals in Eén mens is genoeg van Els Beerten wordt met “Moeke, vake, peinzen, ravotten, zeer doen, ons moeder, rappe leden, scharminkel”, de Zuid-Nederlands toon gezet.(2)

Mooi en meeslepend slaat Noëlla Elpers een warme moederarm rond haar beschadigde kinderzielen; zijdezacht, teder en oprecht maar niettemin indringend zoals alleen een vrouw dat kan. Na mijn ontdekking van Ingrid Vander Veken, Diane Broeckhoven, Mieke De Loof en Els Beerten had ik me voorgenomen om 2014 uit te roepen tot ‘’Het Jaar van de Literaire Vrouw”. (3). Bij deze heb ik Noëlla Elpers in mijn vrouwelijk Pantheon opgenomen.

Frank DE VOS

  1. Noëlla Elpers, De Engelen van Venetië, Uitgeverij Uniebook/Het Spectrum, 239 p., 15,99 €. ISBN 978 90 00 33711 8

  2. http://mededelingen.over-blog.com/article-een-mens-is-genoeg-els-beerten-124536340.html

  3. http://mededelingen.over-blog.com/article-ingrid-vander-veken-zestig-een-dagboek-119223732.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-wat-u-moet-weten-121860290.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-mieke-de-loof-wrede-schoonheid-in-de-zwarte-panter-49459535.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-een-mens-is-genoeg-els-beerten-124536340.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
8 octobre 2014 3 08 /10 /octobre /2014 03:27

 

Lichtaart--centrum-van-kunst-en-cultuur.jpg

Op 12 september jl. werd in de volgelopen Lichtaartse bib het boek Lichtaart, centrum van kunst en cultuur in de roerige jaren zestig van Karl Wouters voorgesteld. Het is een uitgave van Berghmans Uitgevers. Zoals de titel het zegt, brengt het lijvige werk (194 pag.) het hele verhaal van de culturele ontvoogding van de Kempen in de jaren '60 van de vorige eeuw, toen heel wat rustieke hoevetjes getransformeerd werden tot artistieke 'cultuurcentra avant la lettre'. Met 'De Verbrande Hoeve' van Jan Berghmans en de 'Artepik' van Jan De Buck werd Lichtaart een centrum van artistieke bedrijvigheid, waarnaar schrijvers, schilders, beeldhouwers, zangers, muzikanten, kleinkunstenaars uit heel Vlaanderen en Nederland kwamen afgezakt.

Het rijkelijk geïllustreerde boek (163 kleurafbeeldingen, hard cover) bevat een schat aan informatie zowel over de 'grande histoire' als over de 'petite histoire' van kunst en cultuur. In het register van 18 bladzijden treffen we de namen aan van iedereen die op de een of andere manier betrokken was bij het bruisende leven van de jaren '60 in de Kempen. Enkele namen: Remy de Pillecyn, Lambert Jageneau, Vuile Mong, Hubert Lampo, Karel Appel, Julien Weverbergh, Roger Raveel, Louis Verbeeck, Max Selen, Jan Verhaert, Annelies Vaes, Henri-Floris Jespers, Johan Van Lierde, Hans Plomp, Frans Van Mechelen, Edouard 'Baron' Vereycken, Renaat Veris, Simon Vinkenoog, Zjef Vanuytsel, Luc Vancampenhout, enz.

Werkten o.a. mee aan de totstandkoming van het werk: Hedwig Cuypers, Frans Depeuter, August Goossens, Robin Hannelore, Pollie Mennens, Griet van Dyck, Jef van Lommel, Walter van den Broeck, Wim van Gorp, Els Verheyen en Albert Willems.

Lichtaart, centrum van kunst en cultuur in de roerige jaren zestig is in elke goede boekhandel te koop tegen 45 €. Het tijdschrift 'Heibel' biedt aan zijn lezers de mogelijkheid om dit boek aan te schaffen tegen de verminderde prijs van €40,00. Bestellen kan door overschrijving van 40 € op rekening IBAN BE27 2200 9164 9373 van Berghmans Uitgevers, Dr. M. Timmermanslaan 24, 2170 Merksem-Antwerpen met vermelding ‘Lichtaart/Heibel’.

Frans DEPEUTER

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
7 octobre 2014 2 07 /10 /octobre /2014 23:23

 

NietElkeSteenkapperVrijmetselaarCover_1.jpg

De dichter Rob Goswin leeft nog. Zijn echte naam is gewoon Robert Goossens. Maar niemand weet waar hij nu resideert. Hij werd geboren te Schriek (off all places) in het jaar 1943. Vijftig jaar later werd hij ingewijd in de meestergraad in de Loge ‘Open Raam’ te Leuven. En acht jaar geleden werd hij zelfs lid van de Loge ‘Saint-Charles de la Parfaite Harmonie’ in Bouillon. Bouillon? Ja, de reizende en rijzende vrijmetselaar trok blijkbaar van Leuven naar het Belgische grensstadje Bouillon.

Dit alles zou ik hier niet vertellen indien onze dichter dit niet eerst zelf vertelde en zèlf kenbaar maakte in zijn nieuwe dichtbundel met de geestige titel ‘Niet elke steenkapper is een vrijmetselaar’ met als ondertitel ‘Maçonnieke gedichten’.

Ik vond en kocht dit boek in een boekhandel in Knokke (niet in Bouillon!) op de Lippenslaan, omdat ik als gepensioneerde - wanneer het mooi weer is en de drang om te reizen mij hiertoe dwingt - voor zes euro alle uithoeken van ons landje met een trein kan bezoeken. Laatst was ik dus in Knokke, de driehoek Knokke – Brugge – Oostende blijft mijn natuurlijke biotoop, en kocht ik niet alleen een paar bruine herfstbottines maar ook dit boek van Rob Goswin die ik ooit in Antwerpen in een mythische privé-bar en ontmoetingstempel mocht ontmoeten. En ook omdat deze dichter toch met niet minder dan drie vreemde lange gedichten; ik som de titels even op : ‘Proloog tot de eeuwige liefde’, ‘6de brief aan Leopold M. van den Brande’ en ‘De sprookjes van spel en schande’ werd opgenomen in de beruchte bloemlezing Hotel New Flandres  (Gent: PoëzieCentrum, 2008) van Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters. Toen al (in 2008 en 2009) waren veel lezers en verzenverslinders verbaasd dat deze wat vergeten Rob Goswin zoveel plaatsruimte kreeg. Het derde gedicht in deze bloemlezing beslaat niet minder dan zes bedrukte pagina’s en heeft als ondertitel ‘visionaire impressies van een langzaam groeiende mystieke waanzin, het lichaam reizend tussen Keerbergen en Mechelen’ en u moet weten dat het dorp Schriek niet ver van stad Mechelen ligt en ook de rijke gemeente Keerbergen waar onze Goswin heeft gestudeerd. Goswin heeft ooit ook nog een roman Vanitas, vanitas  geschreven die in 1972 bij Orion te Brugge werd uitgegeven maar die ik helaas niet heb gelezen. En niet te vergeten : Twee jaar later, in 1974 (dat waren nog eens mooie tijden), verscheen zelfs zijn dichtbundel Mijn bloed  bij Contramine te Antwerpen met een inleiding van niemand minder dan Dr. Michel Oukhow en met een monster van de geboortegrond van de auteur en een druppel van zijn bloed in een blokje polyester gevat , zie hiervoor het Boek Tien jaar Contramine (Antwerpen : Contramine, 1983) een inventaris samengesteld door Tony Rombouts, de voormalige uitgever van deze bibliofiele uitgeverij. Dit alles vertel ik u om toch even te verklaren waarom ik dadelijk dit boek kocht (er rest nu in deze boekhandel nog slechts één exemplaar).

Mijn lectuuravontuur is echter nog niet aan de terminus. De bundel bevat geen inhoudstafel en werd opgebouwd omheen vier delen. Het eerste deel is getiteld ‘De Tempel’, deel II is ‘Michel Oukhow’ (vermoedelijk zijn vereerde broeder), deel III heeft als titel ‘zeven gedichten uit “Heer Thorax of de opstand van de kinderen” en deel IV werd vernoemd naar de gelijknamige titel ‘Niet elke steenkapper is een vrijmetselaar. Het allerlaatste gedicht is ‘De koningin van Sheba’ en eindigt met het aparte vers of eindregel Laat ons vrije Vrijmetselaars zijn  en omdat ik helaas geen vrijmetselaar ben, voel ik mij helaas niet echt aangesproken.

Alle gedichten zijn zeer plechtstatige, soms bijna pathetische verzen en van sommige gedichten werden ook de Franstalige versies of vertalingen afgedrukt. Op het binnenblad van het achterplat werden ook twee foto’s van de dichter gepubliceerd. Eén zwart-wit foto dateert van het jaar 1972 en toont de jonge getormenteerde dichter met daaronder een kleurenfoto van de verburgerlijkte dichter uit 2009. Bovendien prijkt op het achterplat een indrukwekkende kleurenfoto van de dichter in vol ornaat met zijn attributen (zijn schootsvel en één decoratie) en daarboven de tekst ‘aloude en aangenomen Schotse ritus en daaronder de tekst : Prins Rozenkruiser Rob Goswin - Goosens 2002.

Het moet hier gezegd worden : de bundel is mooi en erg plechtstatig uitgegeven. De meeste gedichten zijn lang (hier werd niet of weinig geschrapt) en klinken zeer statig in de typische sfeer en symboliek van steen en licht en duister. En ik citeer maar één maal uit de eerste strofe van ‘De schaamte van de eros’ (op pagina 121) omdat je uiteraard de waarde van een dichter moet wegen of beoordelen op zijn beste en misschien ook op zijn slechtste momenten :


Met braaksel en het gebeente bezoedelt de

nacht de ingang. Van de poort de sleutel in

de vergeten gleuf en de man die port en vraagt.

Aan de kust de zeep van de zee wast de berg

en Venus. Zij schuimt en Eros schittert en plaagt.

 

Sommige verzen klinken zeker wat lachwekkend in deze postmoderne tijden van intertekstualiteit. Ren de prangende vraag die mij kwelt en kwelt is de volgende wat zouden de vele oningewijde lezers wel denken van deze verzen? En meer bepaald wat zou onze grote geleerde leesmeester Paul Claes wel denken van deze al bij al toch niet zo mysterieuze verzen? En ik kan mij toch niet van de indruk ontdoen dat deze verzen voornamelijk wilden schitteren, zoals de maker ervan ook zo graag weer even wil schitteren in vol ornaat.

Hendrik CARETTE

 

* Niet elke steenkapper is een vrijmetselaar, maçonnieke gedichten van Rob Goswin, Westerlo, Kramat, 2014, 16,95 €, ISBN 9789462420205.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
29 septembre 2014 1 29 /09 /septembre /2014 00:09

 

SoetkinMedusa.jpg

De postume bundel van Soetkin Soethoudt (26 september 1969-17 april 2013). No need to panic, een uitgave van de Stichting Charles Catteau, bestaat uit een twintigtal gedichten, geschreven over een periode van tien jaar (1988 -1998) en geselecteerd door Lucienne Stassaert. De bundel werd voorgesteld op vrijdag 26 september in De Zwarte Panter te Antwerpen.

Walter en Nadine Soethoudt brachten prangende getuigenissen, Roger Nupie las enkele gedichten.

DSC03098---kopie.jpg

Foto: Frank Ivo van Damme

Onder de aanwezigen: Maris Bayar, René Broens, Henri-Floris Jespers, Herta Krieger, Mieke De Loof, Frank De Vos, Marc Pairon, Tony Rombouts, Lucienne Stassaert, Frank Ivo van Damme, Joke van den Brandt, Renée van Hekken.

Meer over de bundel:

http://mededelingen.over-blog.com/article-agenda-nazomer-v-postume-dichtbundel-van-soetkin-soethoudt-124423038.html

Medusa.jpg

(HFJ)

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
28 septembre 2014 7 28 /09 /septembre /2014 20:29

 

CailliauCover.jpg

We schrijven nog altijd 25 september. Niets verloren, de nieuwe dichtbundel van Philippe Cailliau wordt om 20u30 voorgesteld in Den Hopsack te Antwerpen.

Frank-Pollet.JPGFrank Pollet

Gerrit-Westerveld-en-Philippe-Cailliau.JPGGerrit Westerveld en Philippe Cailliau

Philippe Cailliau leest voor uit 'Niets verloren' (voor een

Philippe Cailliau leest (voor een schilderij van Ron Scherpenisse)

Frank Pollet leidde in, uitgever Gerrit Westerveld (Kleinood & Grootzeer) overhandigde het eerste exemplaar en Philippe Cailliau las enkele gedichten.

 

*

Hier het gedicht in memoriam beeldend kunstenaar, dichter, prozaïst en uitgever Frans Mink (Rotterdam, 11 januari 1950-22 februari 2013), met o.a. Bert Bevers medeoprichter van Uitgeverij WEL en medeoprichter van Stichting Drukwerk in de Marge. In 1989 richtte hij Doorgeverij Zinderend op. Frans Mink overleed na een lang ziekbed. Hij is op 1 maart 2013 gecremeerd.

 

Broeder, je veranderde van aanschijn

in de stilte die voorafging aan je storm.

Je liep, je slofte. Je verdwaalde in het zand

dat tot je enkels reikte en je dieper

almaar dieper in het water trok.

 

Je keek met ogen toe, reikhalzend

keek je en bereidde voor wat komen zou.

Je sloot de paragraaf. Eerst, die je naar het leven

stond, die van de storm. Dan die van wat ziek

en wat versleten was: je lijf met leden.

 

Zo ging je, als een Griekse god, zo trots

en opgelucht omdat je klimmen kon,

bedachtzaam en met ogen minzaam,

 

ging je verdrinken in de stilste storm,

het wildste water. Minder uitgestorven

ben je, minder dan je denkt.

 

Onder de aanwezigen Bert Bevers, Piet en Bea Brak, Guy Commerman, Patrick Cornillie, Alain Delmotte, Reine De Pelseneer, Frank De Vos, Richard Foqué, Geertje Hoefnagels, René Hooyberghs, Henri-Floris Jespers, Erick Kila, Paul Rigolle, Mieke Robroeks, Tony Rombouts, Ron Scherpenisse, Paul Van Dessel en Moniek Vermeulen.

(HFJ)

(Foto's: Bert Bevers)

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
28 septembre 2014 7 28 /09 /septembre /2014 15:12

 

4vleminck.jpg

Het waren drukke dagen die al te veel van mijn krachten vergden en resulteerden in heftige astma-aanvallen, wat die trage verslaggeving verklaart. (Gisteren was de eerste dag in jaren dat ik geen regel schreef.)

*

Uitgeverij Manteau presenteerde donderdag 25 september om 15 uur het boek van Stan Lauryssens over Julien Schoenaerts, een “docu-drama” waarin de auteur op de dramatische jaren 1970-1974 focust.

 DSC02960.jpg

Foto: Frank Ivo van Damme

Alles echt waar en echt gebeurd”, aldus Stan Lauryssens in de inleidende speech die hij hield in het trappenhuis en onder de glazen koepel van de statige woning, Vleminckveld 18 te Antwerpen, waar het gezin Schoenaerts destijds een appartement betrok. Aansluitend las zoon Bruno enkele pagina's uit het boek.

DSC02977.jpg

Jacky en Bob Cools (foto: Frank Ivo van Damme)

Onder de aanwezigen: Ruddy Berghmans, oud-burgemeester Bob Cools, Danny de Laet, Leo De Ley, Henri-Floris Jespers, Pruts Lantsoght, Simone Lenaerts, Filip Marsboom, Robert Merhottein (Merho), Boris Rousseuw, Jan Scheirs, Walter Soethoudt, Jan Vanriet, Frank Ivo van Damme, Joke van den Brandt, Leen van Dijck, Paul van Hoeydonck, Erik van Malder en Alex Willequet.

(HFJ)

DSC02950.jpgJoke van den Brandt, striptekenaar Robert Merhotein (Merho) en acteur Alex Willequet (foto: Frank Ivo van Damme)

DSC02974.jpgLeen van Dijck en Walter Soethoudt (Foto: Frank Ivo van Damme)

VleminckJanVanriet.jpegJan Vanriet (Foto: Jan Scheirs)

VanMalderenhfjVleminck.jpegIn gesprek met Eric van Malder

PrutsBruno3def-copie-1.jpegPruts Lantsoght en Bruno Schoenaerts (Foto: Jan Scheirs)

OvGenHFHgrot.jpegIn gesprek met Paul van Hoeydonck (Foto: Jan Scheirs)



Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
24 septembre 2014 3 24 /09 /septembre /2014 14:45

 

Susan-Sontag.jpg

Susan Sontag

Naar aanleiding van mijn column ‘ Kitsch, de kunst van de massa. Kunst de kitsch van de elite’ (1) herinnerde Henri-Floris Jespers in Mededelingen van het CDR nr.235 aan het verslag van Het internationaal congres over kitsch en camp, dat aan de Universiteit Antwerpen plaatsvond in 1988. (2) En mederedacteur Luc Pay bezorgde mij het essay Notities over ‘Camp’ van Susan Sontag, een rebelse Grande Dame (1933-2004) van wie ik eveneens haar dagboeken las (3)

CAMP” is een concept dat verwant is met kitsch. Niet zelden worden beide begrippen in hun relatie tot kunst, literatuur, muziek of elk voorwerp met mogelijk een esthetische waarde, door elkaar gebruikt.

Een mens dient ofwel een kunstwerk te zijn, ofwel een kunstwerk aan te hebben.

Oscar Wilde

Voor Susan Sontag is de geschiedenis van de Camp-smaak  deels een geschiedenis van de smaak van de snob. Haar achtenvijftig notities over “Camp” zijn dan ook aan Oscar Wilde, dandy bij uitstek, opgedragen.

Terwijl Kitsch veeleer naar een werk op zich verwijst is Camp “a mode of performance” waarbij zij een onderscheid maakt tussen a "naive and deliberate camp”.

Kitsch, as a form or style, certainly falls under the category "naive camp" as it is unaware that it is tasteless; "deliberate camp", on the other hand, can be seen as a subversive form of kitsch which deliberately exploits the whole notions of what it is to be kitsch’.

De essentie van Camp is de liefde voor het onnatuurlijke’ schrijft Sontag. Het is een bepaalde vorm van estheticisme die niet in termen van schoonheid maar in een bepaalde graad van kunstmatigheid, overdrijving en stilering wordt uitgedrukt waardoor de inhoud wordt verwaarloosd. Camp is zodoende niet geëngageerd, gedepolitiseerd of op zijn minst apolitiek. Het is een cultuuruiting die met kitscherige elementen naar de wereld kijkt, met een stijl vol overmaat, buitenissigheid, met een ernst die tekortschiet en niet ernstig kan genomen worden. Het neutraliseert verontwaardiging en begunstigt speelsheid.

Dank zij Sontags Notes on camp en de vele camp-elementen In de Pop-art, raakte het begrip in de jaren zestig meer bekend. ‘Het ironisch omarmen van massacultuur is kenmerkend voor zowel camp als postmodernisme. Waar het modernisme een ivoren toren van onbegrijpelijke "hogere" kunst creëerde, en volkse cultuuruitingen als minderwaardig werden beschouwd, stelde het postmodernisme een (al te scherpe) grens tussen hoge en lage cultuur ter discussie. Het dwepen met volkscultuur was een logisch gevolg. Omdat deze populaire uitingen met de nodige artistiek / filosofische bijbedoelingen werden omarmd, kunnen we spreken van camp’ zo leert  Wikipedia (4). In de eerste helft van de twintigste eeuw verschijnt het begrip camp in verband met de homoseksuele subcultuur in de VS. Sontag stelt dat niet alleen de homoseksuele esthetische levenswijze de moderne pionierskracht is maar eveneens de Joodse morele ernst. Beiden zijn twee markante, creatieve minderheden in de hedendaagse grootstedelijke cultuur op zoek naar legitimiteit; de Joden in de hoop op maatschappelijke integratie door het bevorderen van het morele bewustzijn, de homoseksuelen door het bevorderen van het esthetisch bewustzijn.

Camp is een verloren gelopen woord, en niet langer gebeiteld in ons geheugen. Misschien een idee voor Mededelingen van het CDR om een nieuwe rubriek te starten.

Frank DE VOS

  1. http://mededelingen.over-blog.com/article-kitsch-de-kunst-van-de-massa-kunst-de-kitsch-van-de-elite-124281073.html

  1. http://mededelingen.over-blog.com/article-mededelingen-van-het-cdr-235-124510102.html

De troeven van kitsch. Subversie en conventie van Renaissance tot postmodernisme, Antwerpen, UIA /Progressef, 1989, 144 p.

  1. Tegen interpretatie, Essays. Susan Sontag. A.W. Bruna & Zoon. Utrecht/Antwerpen 1969, zonder ISBN

Herboren: dagboeken en aantekeningen 1947-1963, Susan Sontag, 334 p.

De Bezige Bij, Amsterdam. ISBN: 978-90-234-2902-9

  1. http://nl.wikipedia.org/wiki/Camp_(cultuuruiting)

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche