Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
29 février 2012 3 29 /02 /février /2012 04:39

 

DTguyvaes

In de zomer van 1970 verscheen het door mij samengestelde nummer van De Tafelronde over Guy Vaes (1927-2012), in een lay-out van Paul de Vree (1909-1982) en geïllustreerd met foto's van Vaes. Ik vroeg mijn vriend Jan de Roek (1941-1971) om een bijdrage. Hij schreef toen een merkwaardig en pakkend gedicht in het Frans, gedateerd 14 augustus 1970: '64 façons de contempler Guy Vaes suivies d'une certitude ou presque', dat ik hier publiceer.

Het gedicht is niet alleen Guy Vaes op het lijf geschreven, maar houdt ook zoiets in als een zelfportret.

HFJ

 

64 façons de contempler Guy Vaes suivies d'une certitude ou presque

 

Comme si le monde était fait de romans.

Comme si les usines étaient brûlées.

Comme une anthologie.

Comme si le feu était à craindre.

Comme si on effleurait un livre ancien,

une gravure.

Comme si la grammaire était un code.

Comme si les meubles étaient courbes, moins hostiles,

taciturnes, tendres.

Comme des commodes baroques.

Comme si chaque mot était un geste.

Comme si c'était stendhal, qui parlait.

Comme s'il n'y avait que des voyelles.

Comme si les travailleurs parlaient en rimes riches.

Comme s'il y avait encore des phrases, des césures,

des grâces, des anges.

Comme si le verbe était un orphelin sans son adverbe.

Comme si le temps n'était qu'une rivière.

Comme s'il n'y avait que des semaines saintes.

Comme si la ville n'était qu'un grand magasin.

Comme si la rue n'était qu'un étalage, une vitrine.

Comme s'il n'y avait que des danseuses, des nageurs.

Comme s'il vivait dans un parc, une piscine.

Comme si chaque après-midi était doré et jaune

et chaque soirée argentée et simple.

Comme si on s'efforçait à parler.

Comme si on s'habillait de métaphores.

Comme un miroir qui se brise.

Comme une autorité qui passe en cueillant

une rose maigre des mains d'un enfant.

Comme si les visages n'étaient qu'une longue période

latine à construire.

Comme si les siècles n'étaient qu'un musée,

une encyclopédie, un dictionnaire, étymologique déjà.

Comme si l'alphabet était une richesse.

Comme s'il n'y avait que les oiseaux.

Comme si seul un insecte le taquinait.

Comme si on se mettait à écrire des lettres, des sonnets.

Comme si l'eau seule était éloquente.

Comme autant de signatures s'envolant de ses mains ailées.

Comme si chaque femme était une maison à bras ouverts, une harpe,

une église en ruines, devant laquelle il s'agenouille,

seul.

Comme si seules les femmes faisaient du théâtre.

Comme si les hommes n'étaient que des jouets d'enfants,

des accessoires.

Comme si à chaque fenêtre se dressaient des partitions.

Comme s'il n'était qu'un musicien.

Comme si tout le monde se désarmait.

Comme une plage.

Comme une plaine.

Comme, par ennui, on fredonne.

Comme si les animaux n'existaient pas.

Jamais, il m'a dit, je n'écrirai

mes mémoires.

Jan DE ROEK

Partager cet article
Repost0
26 février 2012 7 26 /02 /février /2012 20:06

 

Vanochtend werd in Kasteel Sorghvliedt in Hoboken Met nog een geeuw op steen voorgesteld. Dat is een tentoonstelling van foto's van vergane reclames (van onder meer Danny Braem, Goddie Caubergh en Ron Scherpenisse), waarbij dichters een vers schreven. Het betreft een initiatief van Frank De Vos, die een en ander kon opzetten met behulp van het District Hoboken. De expositie is tijdens de weekeinden nog te bekijken tot eind maart. Er werd in Sorghvliedt ook een mooi verzorgde bundel met daarin de gedichten en de foto's voorgesteld. Hilde Keteleer, Bart Stouten, Marc Tritsmans en Guy van der Marlière leverden ook een bijdrage, maar waren niet in de gelegenheid aanwezig te zijn. De rest van de dichters poseerde voor een tableau de la troupe.

Tableau-de-la-troupe-voor-Sorghvliedt.JPG

Achteraan van links naar rechts Luciene Stassaert, Hilde Van Cauteren, Peter Holvoet-Hanssen, Annmarie Sauer (half), Ann Van Dessel, Rose Vandewalle (half), Yerna Van den Driessche, Frank De Vos en Pierre Magis. Vooraan van links naar rechts Albert Hagenaars, Bert Bevers, Marleen De Crée, Hans Mellendijk en Richard Foqué.

Partager cet article
Repost0
26 février 2012 7 26 /02 /février /2012 05:20

 

BUWALDA.jpg

Bonita Avenue  van Peter Buwalda werd alom bejubbeld als een ongelofelijk debuut. De roman werd zowel genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, de AKO Literatuurprijs en de vijfjaarlijkse prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde als voor de Gouden Strop en de Diamanten Kogel (een unicum...) Bonita Avenue  werd bekroond met twee minder prestigieuze prijzen die de nadruk leggen op het aspect 'debuut': de Academica Debutantenprijs en de Selexyz Debuutprijs.

Bij de uitreiking van De Diamanten Kogel aan Elvin Post in het stadhuis van Antwerpen op 6 december 2011, typeerde ik Bonita Avenue  als een ambitieuze, vlot vertelde en spannende roman, heftig van taal en inhoud, waarin grote thema's verwerkt worden op een manier die bewust de gevoelens uitvergroot, een debuut dat alleszins een groot lezerspubliek gevonden heeft. Zonder uit de jury te spreken kan ik alvast melden dat een collega Bonita Avenue typeerde als 'een èchte literaire thriller die met kop en schouders uitsteekt boven de concurrentie die vaak die naam ten onrecht dragen'.

In De Reactor  schreef dr. Matthijs de Ridder een strenge signalisering die hier geautoriseerd te lezen staat.

HFJ

Bonita Avenue  is hét onverbiddelijke debuut van dit moment. Al maanden staat de roman van Peter Buwalda hoog in de boekentoptienen en krijgt hij van alle kanten lof toegezwaaid. Het boek zou verbluffend, weergaloos en subliem zijn. De auteur ervan wordt een lange en met prijzen overladen carrière toegedicht.

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het enthousiasme van de lezers die hongeren naar een pakkend verhaal wel begrijp. Bonita Avenue  is een zeer vaardig vertelde historie over een gezin dat in 2000 analoog aan de Enschedese vuurwerkramp desintegreert. Vooral Siem Sigerius is een onweerstaanbaar personage. Hij is een nietsnut en een wonderkind ineen, hij is tegelijkertijd bedachtzaam en irrationeel en hij verenigt het vermogen om ijzig kalm te blijven met de neiging om zijn driften de vrije loop te laten. En ja, dit personage blijft de hele roman lang geloofwaardig. Hetzelfde geldt voor het verhaal in zijn geheel. Ondanks de vele onzorgvuldigheden (welke trein rijdt bijvoorbeeld rechtstreeks van Venlo naar Brussel?) weet Bonita Avenue  te boeien en te vermaken.

Maar verwachten we van literatuur niet nog wat meer? Afgaand op de vele persreacties zou Buwalda’s debuut niet alleen een goed verteld verhaal, maar ook een verbluffend, weergaloos of subliem literair werk zijn. Het boek zou een grote variëteit aan onderwerpen behandelen en een pakkend beeld geven van onze tijd. Maar dat is precies het punt waarop ik het erg moeilijk heb met Bonita Avenue. De roman biedt namelijk wel de suggestie dat het iets over onze wereld zegt, maar doet nergens een poging om ook maar één kwestie aan de orde te stellen die ook zeggingskracht heeft buiten de grenzen van het boek. De vuurwerkramp is louter decor, vernietiging is slechts een motiefje en de ondergang van de familie Sigerius zegt alleen iets over de situatie van de direct betrokkenen. De vraag waar Buwalda’s debuut over gaat is dan ook gemakkelijk te beantwoorden. Nergens over.

Matthijs DE RIDDER

*

In dezelfde aflevering van De Reactor  publiceert Anneleen De Coux een lezenswaardige bespreking van Ik ben de enige overlevende, de editie van een keuze uit het werk van Jan de Roek (zie vorige blogs).

Peter BUWALDA, Bonita Avenue, Amsterdam, De Bezige Bij, 2010, 560 p., pb 19,90 €.

 

http://www.dereactor.org/home/detail/signalering/

Partager cet article
Repost0
24 février 2012 5 24 /02 /février /2012 22:00

 

Reneeke.jpg

De hoed van Hortense  is Renée van Hekkens nieuwste dichtbundel, die ze op zaterdag 3 maart voorstelt in Literair Café Den Hopsack, haar vijftiende  voordracht op deze locatie.

*


Hortense is een dame van middelbare leeftijd die graag geniet van al het moois in het leven. Zij is romantisch en nostalgisch en tooit zich met haar hoed om zich een beetje te kunnen verbergen, want zij is een vrouwelijke voyeur, een voyeuse, die alles vanonder haar rijk getooide hoed, nauwlettend in de gaten houdt.

Zij wandelt door het leven en voelt zich soms een sprookjesfee, dan weer een bohémienne, en zelfs af en toe een niet-kwaadaardige toverheks. Somtijds heeft zij ook haar kwade en moeilijke momenten, maar die stopt ze weg in dozen, gesloten met een strik van tule.

Zo maakt zij perfecte trukendozen, die nooit meer geopend worden.

Op een terras in De Haan aan zee zit zij te mijmeren en komt er spleen in haar blik terwijl zij, onvermijdelijk daar, aan het verleden denkt.

Vertoevend in een badstad, waar de belle époque nog een beetje leeft, en waar de verschillende restanten van de toenmalige Jugendstil nog wat leeft en zichtbaar aanwezig zijn. Want, zo denkt Hortense, die Jugend, de mooiste tijd van een leven.

De hoed van Hortense  is een poetisch verhaal over schoonheid en verval, een beetje zoals in Dood in Venetië, de novelle van Thomas Mann. Maar het verhaal van Hortense loopt wel positief af, ze is broos, maar breekt niet.

Daarnaast leest ze een keur van rozen en vrouwen uit haar bundel De roos van Allendaleom te besluiten met Hortense die haar hoeden weer terug in pakt, en met de trein in eerste klasse natuurlijk, terug huiswaarts keert.

Na een korte pauze lees ze nog de Hortentia -reeks over de mooiste bloem uit de bloemenkalender, uit De hoed van Hortense.

*

Renée Van Hekken wordt kleurrijk begeleid door klarinettist Jan van Poyer, met respectievelijk Franse chansons van Serge Gainsbourg, Ierse & Keltische muziek bij de rozengedichten en tot slot, na een kleine pauze, klezmer muziek op de Hortensia-cyclus.

De dichtbundels en textiel & rozencorsages zijn na afloop van de lezing en tijdens de pauze verkrijgbaar.

De inleiding wordt verzorgd door organisator van dit gebeuren : dichter Bart Van Peer.

U bent van harte welkom met uw mooiste hoed op, om de lente waardig in te luiden opzaterdag 3 maart om 15 uur in Literair Café Den Hopsack, Grote Pieterpotstraat 24 te 2000 Antwerpen.

Meer info over Renée Van Hekken en haar bundels is te vinden op:

www.hetstillepand.be/reneevanhekken.html.

Partager cet article
Repost0
23 février 2012 4 23 /02 /février /2012 23:35

 

Gisteren werd het vierde cahier van het Paul van Ostaijen Genootschap in het Letterenhuis te Antwerpen voorgesteld: Uwen lekkeren zoon heeft ook het geluk gehad van te kunnen fluiten en uittejouwen.

CahierPVO.jpg

Matthijs de Ridder, architect van de reeks (in samenwerking met de onmisbare An Blommaert), gaf er nu de voorkeur aan geen brieven van of aan, maar brieven óver de dichter te publiceren. Als icoon van de Vlaamse literatuur is Van Ostaijen thans haast onaantastbaar, zodat het nagenoeg onmogelijk is om een onbevooroordeelde mening te vormen over de dichter van Het eerste boek van Schmoll. 'Dat is echter nadrukkelijk ons probleem', aldus Matthijs de Ridder. Daarom koos hij voor brieven die vaak een heel openhartig, caleidoscopisch beeld geven van wat tijdgenoten nu eigenlijk van Van Ostaijen vonden.

In haar welkomstwoord wees Leen van Dijck, directeur van het Letterenhuis, niet alleen op de uitzonderlijke rijkdom van de collectie brieven en manuscripten van Van Ostaijen die door het AMVC bewaard worden, maar ook op de recente publicatie van het verzameld proza van Kurt Köhler, voorbeeldig bezorgd door Matthijs de Ridder en Liesbeth Vantorre.

KurtK.jpg

Kurt KÖHLER, Verzameld proza. Bezorgd door Matthijs DE RIDDER en

Liesbeth VANTORRE, Antwerpen, Academic & Scientific Publishers, Letterenhuispublicaties 13, 303 p., ill.

In zijn gevatte (en geestige) inleiding wees Rik van Cauwelaert, directeur van Knack, nadrukkelijk op de beslissende invloed van de gebroeders Floris en Oskar Jespers op hun jongere vriend. Hij bewandelt daarbij een boeiende denkpiste, die al te zeer geïgnoreerd werd (en wordt) door de academische Van Ostaijen-studie die zich concentreert op de analyse van de teksten van de dichter, zonder daarom de nodige kennis in huis te hebben wat betreft de plastische kunsten.

Meer in de volgende editie (nr. 190) van de Mededelingen van het CDR.

De presentatie werd afgesloten met een declamatorisch en muzikaal optreden van leerlingen van het Regina Pacis Hove.

Eens te meer wist het Paul van Ostaijen Genootschap heel wat belangstellenden te mobiliseren om de presentatie van dit vierde cahier bij te wonen. Tussen de aanwezigen, o.m.: de kleinkinderen van Stan van Ostaijen, mr. Dirk Rochtus, voorzitter van het GVO en zijn team, Manu van der Aa, Guido Lauwaert, Dirk Rochtus (de dichter), notaris Luc Rochtus, Marc Somers, Yves T'Sjoen, mr. Valère Vereecke, Manu Waegemans.

Henri-Floris JESPERS

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-25037100.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-paul-van-ostaijen-en-wies-moens-52056673.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-correspondentie-paul-van-ostaijen-wies-moens-51720476.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-paul-van-ostaijen-in-de-zwarte-panter-84316286.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-floris-jespers-aan-paul-van-ostaijen-ge-zijt-in-1925-aan-t-leven-84110867.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-21012402.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-18578159.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-35520253.html

Partager cet article
Repost0
23 février 2012 4 23 /02 /février /2012 18:03

Denissen_dedicace.jpg

Het Prins Berhard Cultuurfonds kende de Martinus Nijhoff Prijs 2011 toe aan de Vlaming Frans Denissen. Deze prijs is de belangrijkste Nederlandse onderscheiding voor literair vertalers en is ingesteld in 1955 ter nagedachtenis van dichter en vertaler Nijhoff. Frans Denissen ontvangt de prijs volgende zaterdag 25 februari.

We citeren uit het juryrapport:

“Uit het vertaalwerk van Frans Denissen spreekt behalve zijn precieze kennis van het italiaans in al zijn jargons, registers en dialecten, ook zijn onmiskenbare schrijverschap. Hij weet aan de Nederlandse taal een buitengewone rijkdom en soepelheid te verlenen. Vanwege zijn zorgvuldig opgebouwde vertaaloeuvre, waarin de vertaler zich volledig heeft gericht op buitengewone literaire kwaliteit, heeft de jury unaniem besloten hem voor te dragen voor deze prijs”

 

Op zaterdag 25 februari, van 9 tot 11 u. zendt de klassieke zender Radio 4 een programma uit dat gemaakt werd in opdracht van de TROS. Frans Denissen vertelt er over zijn favoriete Italiaanse teksten en muziek.

 

Over enkele maanden veschijnt een bibliofiele map Decamerone met 10 erotische kopergravures van Frank Ivo van Damme. Frans Denissen schreef hiervoor een erudiete 

inleiding. 

 

 

www.tros.nl

Partager cet article
Repost0
22 février 2012 3 22 /02 /février /2012 01:43

 

IngaVerhaert.jpg

Zo luidt de titel van de lezing die Inga Verhaert, Gedeputeerde van de Provincie Antwerpen, op uitnodiging van de Literaire Kring Hugo Raes, woensdag 14 maart zal houden in het Antwerpse Letterenhuis.

Inga Verhaert (°1969) studeerde Germaanse Filologie (UA), Duitse en Engelse Literatuur (Otto Friedrich Universität, Bamberg, Duitsland) en Engelse en Amerikaanse Literatuur (University of Miami, Florida, VS) en de aanvullende Studie in Internationale Politiek aan de UA (UIA). 1991-1994 was ze lector aan de University of Miami en aan het LUC. Sinds 2003 is zij adjunct-departementshoofd Wetenschappelijke en Maatschappelijke dienstverlening aan de Universiteit Antwerpen. 

Inga Verhaert was lid van de Kamer van Volksvertegenwoordiger (2004-2006).  

HugoRaes.jpg

Hugo Raes zoals ik hem gekend heb (1964)

In de jaren zestig van de vorige eeuw was Hugo Raes (°1929, een Vlaming uitgegeven door de Bezige Bij, net als Hugues C. Pernath en Marc Andries) een succesauteur. Om redenen die mij nog altijd duister blijven, verschaalde gaandeweg de belangstelling voor zijn werk. In de jaren zeventig waren we collega's in de redactie van het roemruchte Nieuw Vlaams Tijdschrift. Ik herinner me nog levendig een in alle opzichten uitzonderlijke viering van de Arkprijs van het Vrije Woord (1973) aan de Gentse Leie en de presentatie van de bundel fantastische verhalen De Vlaamse reus (Bezige Bij, 1974) in de inmiddels legendarische VECU, destijds zoiets als onze kantine.

Waar is de tijd van de schitterende omslagen van vormgever en typograaf Karel Beunis (1933-1983)...

RaesTijdelijkMonument.jpgHugo RAES, Een tijdelijk monument, Amsterdam / Antwerpen, De Bezige Bij / Ontwikkeling, 1962, 149 p.

RAEShemel-dier.jpgHugo RAES, Hemel en dier, Amsterdam, De Bezige Bij, 1964, 147 p.(Bij wijze van stunt werd uitdrukkelijk vermeld: 'Dit boek mag niet in België verkocht worden'...)

*

Een keuze uit de poëzie van Hugo Raes verscheen in 1976, helaas met een woord vooraf van Eddy van Vliet:

RAESbrandstichting.jpg

Hugo RAES, Brandstichting tegen de tijd, Manteau, 47 p.

 

 

Het lidmaatschap van de Literaire Kring Hugo Raes bedraagt 15 € per jaar (ere-lid vanaf 30 € per jaar), te storten op rekening KBV BE66 7330 4473 7743 met de vermelding: lidgeld LKHR 2012.

HFJ

Partager cet article
Repost0
20 février 2012 1 20 /02 /février /2012 23:25

 

Digther.jpg

Zoals gewoonlijk geen intellectualistische blabla of diffuse programmatische pamfletten, maar rechttoe rechtaan letteren in Digther. Het is immer een plezier dit tijdschrift te lezen. Dat steekt sinds kort in een nieuwe, frisse opmaak en begint ondertussen al aan de dertiende jaargang! Onlangs verscheen het dubbelnummer 3 & 4 van de vorige.

Daarin veel poëzie, het nodige proza en verhelderende beschouwingen over onlangs verschenen bundels. Kom daar nog maar eens om in deze tijd, waarin geen enkel dagblad nog een ernstige literaire rubriek heeft. De boekenbijlagen van de zelfbenoemde kwaliteitskranten lopen immers braaf aan de hand van de bevriende uitgeverijen, en voeren nergens een eigen agenda waardoor steeds dezelfde auteurs voor het voetlicht komen.

Digther heeft met redactieleden als Frank Decerf en Alain Delmotte puike recensenten in huis, die ook bundels belichten die elders nauwelijks of gewoon niet aan bod komen. Decerf signaleert in de rubriek Uit de toevloed heel wat bundels.

Frans-Deschoemaeker--c-Bert-Bevers-.jpgFrans Deschoemaeker © Bert Bevers

Delmotte komt in deze aflevering met twee langere studies, over de bundels Onder de barnsteenroute van Frans Deschoemaeker (diens werk is volgens Delmotte 'een stuk ambitieuzer geworden, zijn taal rijker, zijn thematiek dieper') en Toen je me ten huwelijk vroeg van Sylvie Marie ('teksten die van een groot zelfvertrouwen getuigen, maar dan een zelfvertrouwen zonder arrogantie en zonder meligheid').

Ook Geelzucht, het Ronde van Frankrijk-poëzieproject waaronder Patrick Cornillie, Norbert De Beule, Frank Pollet en Paul Rigolle nu al voor het tweede jaar (in het eerste met hulp van Willie Verhegghe, in het tweede met die van Sylvie Marie) hun schouders zetten krijgt ruim aandacht. De kinderen en de douane is een prozafragment van Lucas Hüsgen uit diens Nazi te Venlo. En voorts is er een aangename hoeveelheid poëzie.

Frederik-Lucien-De-Laere--c-Bert-Bevers-.jpgFrederik Lucien De Laere © Bert Bevers

Mooi werk van eerdergenoemde Deschoemaeker bijvoorbeeld, maar ook van onder meer Inge Boulonois, Frederik Lucien De Laere (de stevige lange City Memory), Richard Foqué (het fraaie vierluik Wat niet kan zijn), Erwin Steyaert en David Troch. Ook vestigt Digther de aandacht op nieuw werk van Leopold M. Van den Brande, de zogenaamd neo-experimentele dichter die sedert 1986 niets meer van zich had laten horen maar vanuit Mechelen nu mondjesmaat nieuwe verzen brengt via het internet. Dat alles en nog veel meer maakt dit tijdschrift, dat vanuit Diksmuide op de literaire wereld af wordt gestuurd, zoals altijd de moeite van het lezen meer dan waard!

Bert BEVERS

 

Digther, hoofdredactie Hugo Verstraeten, Sint-Veerleplein 10, 8600 Diksmuide. Een jaarabonnement kost € 15 (rekeningnummer 001-4010690-10)

Partager cet article
Repost0
19 février 2012 7 19 /02 /février /2012 17:49

 

Blinde-gedichten.jpg

Op vrijdag 17 februari stelde uitgeverij De Bezige Bij de derde dichtbundel voor van Delphine Lecompte. Dat gebeurde in boekhandel De Zondvloed in Roeselare. Na twee dichtbundels van grafisch laag allooi bij uitgeverij De Contrabas, is de derde qua boekverzorging een pareltje. Het formaat, de bladschikking en het kaft zijn op maat gesneden van de poëzie van deze prettig gestoorde dichteres. Soms wat al te prettig, zodat het gevaar om de hoek loert dat zij een knuffeldier wordt. Een dichter [m/v] moet een rebels karakter behouden, zelfs wanneer hij behoort tot het type kamerplanten. De confrontatie zoeken is conflicten niet uit de weg gaan. De grote meerderheid van de jonge generatie Vlaamse dichters loopt er helaas met een flinke boog omheen.

 

Na het welkomstwoord van gastheer Roderik Six was het tijd voor het laudatio. Uitgever Harold Polis heeft daar geen moeite mee. In de onderste lade van zijn bureau liggen een twintigtal laudatio’s. Het enige wat hij hoeft te doen is de naam van de auteur en de titel van de bundel wijzigen, en er een kort slot aan breien dat niet vloekt met wat volgt. En wat volgde was het volgende. Een aantal collega’s waren bereid gevonden om een gedicht voor te lezen van de boreling. Het talrijk opgekomen publiek – in een ruimte voorzien voor een beperkt publiek zijn zeventig bezoekers terecht een ‘talrijk opgekomen publiek’. Koenraad Goudeseune verscheen als eerste aan de startlijn. Hij stamelde, wat het gedicht deed belanden in een donker gebied. Tine Moniek deed het een stuk beter. Hoewel. Haar voordracht roept de geest op van een kleuterleidster, die het nu eens gaat zeggen, zie. Reinout Verbeke kwam net op tijd. Zijn voordracht pompte de aandacht weer op. Je hoort een Berlijnse invloed. Statig als de Spree, stijlvol als Unter den Linden, de Allee waar men zowel paradeert als flaneert.

 

De volgende collega was Michaël Vandebril. Hij was trouw aan zijn manier van voordragen, een licht nonchalante pose die smaakt naar ‘mij kan niets gebeuren’. Hij besloot zijn voordracht met een oproep aan Koenraad Goudeseune om zijn netwerk te gebruiken om de vorige uitgever van Delphine Lecompte, een redelijk bekend contrabassist, onder druk te zetten haar eindelijk wat goudstukken uit de opbrengst van de door hem uitgegeven bundels toe te schuiven.

Sylvie Marie bracht het morrend volk weer tot rust mè u voordracht woa da de West-Vlamingn’ oengetwiefeld bliede mè woarn.

Roderik Six las ook een gedicht voor, keurig zoals het een gastheer betaamt. En toen was Didi de Paris aan de beurt, de knock-a-bouter van het Vlaamse poëziecircus. Ondanks zijn hoog showgehalte respecteerde hij de diepere laag van zijn toegewezen gedicht. Dat iedereen zijn hoge hoed voor hem afneemt, zoals de dalende heer en de klimmende heer vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx doen, en zet het weer op het hoofd, men versta mij wel, elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd.

De voordracht van muzikant Bruce Bherman was integer en hij kan het touw zo spannen dat de toeschouwer er niet koud maar warm van wordt. Een aangename verrassing. Hanna Kirsten las geen gedicht voor. Zij bedolf de dichteres en haar poëzie onder een lofzang in poëzievorm. Haar wijze van spreken heeft een pedant muziekje en haar tempo houdt het midden tussen een voordracht bij een uitvaart of een doop.

 

En toen was het de beurt aan madam Delphine zelf. Als je haar gedichten hoort, voel je ze geboren worden. Vanuit een gelukkig gestoorde geest, soms struikelend over de zelfs voor de dichteres plotse weersomslag. Vanuit het anekdotische ontstaat een verrassende interpretatie. De maatschappij is een voor haar bekende maar onbeminde wereld, al tracht ze haar verbazing te verbergen achter een lucide constructie.

De gedichten van haar derde bundel zijn – en nu volgt een vuil en lelijk woord – volwassen. Ze openen zich pas bij de derde lezing. En die nodigt uit op een vierde. Dan mag de bundel in het rek tot wanneer de eigenaar een dip heeft. Hij is een gezonde medicijnkast. Hopelijk wordt zij geen bandwerkster, maar blijft zij een laborante. Want Delphine Lecompte is de Florence Nightingale van de hedendaagse Vlaamse poëzie, in het harnas van Jeanne d’Arc.

Guido LAUWAERT

Delphine LECOMPTE, Blinde gedichten, De Bezige Bij, 64 p., 19,95 €.

Partager cet article
Repost0
16 février 2012 4 16 /02 /février /2012 23:48

 

Hoboken2.jpg

Foto: (c)  Frank de Vos

In Hoboken bestaan nog enkele oude muurreclames met half afgesleten beelden en teksten. Vandaar de titel ‘Met nog een geeuw op steen’. De restanten verf die nog op de muur te zien zijn, zijn voor Frank De Vos een soort beeldspraak die inspireren tot het maken van gedichten.

Met nog een geeuw op steen’ als thema schreven achttien dichters een gedicht.

Als metafoor gebruikten ze vergane, verwelkte muurreclames die hier en daar in

het straatbeeld nog aanwezig zijn.

De foto’s van de reclamerestanten en de gedichten worden samengebracht in

een tentoonstelling in kasteel Sorghvliedt. De catalogus van de tentoonstelling is

bijgevolg een poëziebundel waarin volgende deelnemende dichters zijn opgenomen:

Marleen De Crée, Bart Stouten, Marc Tritsmans, Peter Holvoet-Hanssen, Annmarie

Sauer, Bert Bevers, Frank De Vos, Pierre Magis, Hilde Keteleer, Yerna Van Den Driessche, Lucienne Stassaert, Rose Van De Walle, Hilde Van Cauteren, Ann Van Dessel, Guy Van Der Marlière, Richard Foqué, Albert Hagenaars en Hans Mellendijk.

 

*

De tentoonstelling met foto’s en gedichten wordt feestelijk geopend met een gratis

dichterlijk ontbijt. De vernissage krijgt de muzikale ondersteuning van Frank Liegeois

op viola da gamba en Ludmila Tschakalova op clavecimbel.

*

Opening expo met ontbijt: zondag 26 februari om 10 uur

Expo: van 26 februari tot en met 25 maart, op zaterdag en zondag van 13 tot 17 uur.

Gesloten op weekdagen.

Kasteel Sorghvliedt, Marneflaan 3

Info en reservatie: vera.caremans@skynet.be, tel. 0492 74 84 51.

Vooraf inschrijven is de boodschap: er zijn slechts 90 plaatsen.

GRATIS

Een organisatie van het district en de cultuurraad Hoboken

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche