Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
30 mars 2012 5 30 /03 /mars /2012 21:18

 

De-AuteurMaart12.jpg

Op de cover: Willem M. Roggeman

In de jongste aflevering van De Auteur, het driemaandelijkse tijdschrift van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL), wordt Faeröer-dichter Agnar Artùvertin in het Nederlandse taalgebied geïntroduceerd en vertaald door Willem M. Roggeman.

Bert Bevers publiceert een sociologisch relevante bijdrage over Antwerpse straten die naar dichters zijn vernoemd, de neerslag van een geïllustreerde serie die hier in afleveringen gepubliceerde werd.

Werner Spillemaeckers wordt herdacht door Henri-Floris Jespers.

Flor Vandekerckhove focust op de poëzie van Peter Holvoet-Hanssen.

Frank Decerf gaat in op de poëzieprijs van de stad Ooostende.

Verder wordt bundels gerecenseerd van Johanna Kruit, Hervé J. Casier, Alberto Moravia, Richard Foqué, Jan Vanriet, Yves Taffin en Joris Surmont.

 

De Auteur, driemaandelijks tijdschrift van de VVL, maart 2012, 20 p., ill. Ledenblad.

Partager cet article
Repost0
27 mars 2012 2 27 /03 /mars /2012 22:31

 

AnnmarieSAUER.jpg

Time broken

I am unseen

nor do I see myself

or life

a rock

standing

in a seeking sea

 

Wellicht hadden deze versregels uit het laatste gedicht van de bundel Traces/Sporen van Annmarie Sauernet zo goed als aanvangsregels kunnen dienen? De dichteres is op een keerpunt gekomen waarbij ze, op zoek naar haar sporen, een houvast zoekt in haar bestaan.


The cockles

the whelks, stones and sand

lifeless lexicons from the sea

burned out on the strand

 

memory of life

in the low tide of mind & moods

the sea awaits

the abundance of floods

 

Is het de dichteres die zichzelf ziet als a rock / standing / in a seeking sea? en is zij het die wacht op the abundance of floods ?

*

Annmarie Sauer werd geboren in 1947 in Dayton, Ohio uit een Vlaamse moeder (met Duitse roots) en een Amerikaanse vader (met Indiaanse roots) die hier als GI-er zijn hart verloor.

Hoe kwam ik in de wereld / in welke taal / de eerste schreeuw / Was het moeders bloed dat / fluisterde / of taalloos vaders vreugde. How came I into this World. Vragen die zij, ‘nomade tussen twee ankers’, zichzelf stelt, zwalpend tussen twee continenten en twee talen (het Nederlands en het Engels), om niet te spreken van de vele andere talen (inzonderheid het Duits en het Italiaans) waarmee ze als voormalig tolk regelmatig in aanraking kwam.

De bundel Traces/Sporen bestaat uit 27 gedichten die oorspronkelijk nu eens in het Engels dan weer in het Nederlands werden geschreven en achteraf door de dichteres een voor een werden hertaald.

De bundel bestaat uit vier cycli: een titelloze cyclus van dertien gedichten, gevolgd door achtereenvolgens de cycli ‘Portraits/Portretten’ (vier gedichten) en ‘Landscapes / Landschappen’ (zes gedichten) en om af te sluiten nogmaals een cyclus van vier gedichten.

Annmarie Sauer geeft zichzelf aan als ‘onderweg, mensen en plaatsen schetsend, thuis in taal’. De verzen uit Traces/Sporen zijn autobiografisch, al overstijgen ze ruimschoots die autobiografie. De dichteres gaat op zoek naar haar sporen, naar de sporen van haar moeder (en grootmoeder) in de omgeving van Duisburg. Daar blijft evenwel niets van over, niet meer dan wat flarden herinnering (en dan dat / lichte zwaaien / breekbaarbleek / in glazen gang …her there not being there / became / my seeing.) Haar moeder die nu achteraan in de tachtig is, kan haar hierbij niet langer helpen. Ook gaat ze de sporen van haar vader achterna (You charmer sweet talker).Al zijn de sporen van de overleden geliefde, de schilder Tony Mafia, nog levendig. Vooral over dat gemis kan men tussen de regels lezen. Zo is bijvoorbeeld het tweede gedicht uit de bundel, ‘De vertroosting der dingen’ gewijd aan Tony Mafia’s schildersalaam en aan zijn kleurenpallet (grijs voor de polderlucht / wit voor de duiven op de vlucht / smaragdgroen voor boom en bos / vermiljoen, karmozijn, scharlaken / voor lust, verlangen, blos en / het wemelend vuur).

Als actief vredesactiviste, verdedigster van de rechten van Indiaanse minderheden en lid van het Writers in Prison Committee van de PEN, is het onvermijdelijk dat ook op dit gebied in de verzen van de dichteres terug te vinden zijn. Toen in 2003 de bombardementen in Irak losbarstten en ze de B52 bommenwerpers over Antwerpen hoorde vliegen, schreef ze volgend anti-oorlogsgedicht. (Tony Mafia was toen nog maar vier jaar overleden.)

 

Wake

 

Hoeveel kaarsen

brandde ik niet voor jou en vrede

 

De motoren op het vliegpad van het kwaad

dreunen in de hoeken van de kamer

krampen in het hart

 

In de stilte van het huis

leer ik de taal van de

nieuwe generaal

met het juiste woord

voor elk soort dood

 

liefde en hoop

gaan op in rook

 

Die vredesbetrachting is er trouwens ook op relationeel vlak. Oorlog is niet aan deze dichteres besteed, elke vorm van geweld keert haar binnenste buiten. 'Ik zie het blauwe oog / hoor het zeuren / en de kneuzing van hun ziel // Daarbuiten is het oorlog // Voer die oorlog niet met mij'

 

 

In de cyclus ‘Portraits/Portretten’ voert ze solitaire figuren op die haar op een of ander manier hebben aangegrepen. Haar empathie gaat uit naar zij die niet gestroomlijnd door het leven gaan, naar de zonderling, de vereenzaamde. Zoals de man die ze, terugkerend van Zaventem, observeert in de spiegelruit van de luchthavenbus. Ze vraagt zich af wat hem door het hoofd gaat en hekelt de manier waarop de medereizigers hem straal negeren.

 

In het spiegelraam bespied ik hem

de man die zijn lippen beweegt

zijn hoofd zijn handen

besprekend betogend bezwerend

Welke taal spreekt hij tot hem

hem tot zichzelf

zichzelf tot hij

of hoort hij

goden door de elektroden

in zijn brein geplant

 

Het laatste gedicht van de cyclus ‘Portraits/Portretten’ is bijzonder. Het kondigt de cyclus ‘Landschappen/Landscapes’ aan en ligt al in dezelfde lijn. Onuitgesproken handelt het over gemis maar misschien toch ook al over een zeker verlangen om een nieuwe weg in te slaan.

 

Een nieuwe ruimte

onnoembaar

als ’t slagveld na de strijd

scheidt de schaduw

van vermoedens en van tekens

 

Leegte wijkt

voor de weg door niemandsland

 

Stilte kantelt

in de woorden

boodschappers van de wind

 

Er staan in deze bundel nog meer bijzondere gedichten, gedichten waarbij aan het verhalende element een dimensie wordt toegevoegd. De mooiste zijn deze die in korte verzen een filosofische gedachte weergeven, een mysterieus vermoeden, een profetische vooruitblik.

 

Ook in het eerste gedicht van de cyclus ‘Landschappen’ wordt het verhalende element ruimschoots overschreden. Naar mijn gevoelen, is ook dit een juweeltje. Hier dan in de oorspronkelijke Engelse versie.

 

All is given

by water & wind

ice & fire

now till in the greyest hour

always all is in its place

perfect unruliness

battered

predestined in

the movement of time

coincidence

 

just as I

 

Setting van deze cyclus is Chloride, Arizona waar de dichteres met tussenpozen, samen met Tony Mafia en later alleen een afgedankt pompstation betrok, gelegen in de heuvels van het Cerbatgebergte.

 

Met haar gevoelig penseel legt de ze deze heuvels vast vanaf the first break of day tot aan the shadows of the night. Tussendoor ontpopt het landschap zich vol verbazing / bolt op / in gewichtigheid / van het nu glooiend op en neer / het ik wil meer // Dan pas komt de kleur / kreken en krakelingen / geheimen verborgen / in de diepte van de spleet / bij de rots / die langer staat / die weet.

 

Ook in het derde gedicht van deze cyclus, ‘A hamlet in the landscape’ hebben we te maken met personificatie (schurken / de oude huizen / zich tegen de koesterende / flank / van voorgebergte vol / van sneeuw / schamel hunkerend / naar de mythe van voorbij), terwijl het vierde gedicht als volgt luidt:

 

Omsloten

door bergen

van schuld en boete

bevroren

het hoofd

vol eeuwige sneeuw

verdwaald

tussen voor en na

zoek ik

murmelend

tussen herinneringsgras

en heelkruid

de beek

en een toekomst van

rivier in het dal

en omvat het al

 

Het zesde en laatste gedicht van deze mooie cyclus is als één lang uitgesponnen vers. Ook hier, net als in de hele cyclus, leest men tussen de regels door over de verloren geliefde. Staat het er niet zwart op wit: schrijven verbergt scherven?

 

Schaduw

schuift

over het lichaam

bergen duisternis

teruggetrokken

in onverholen

donkerte

sediment op

sediment

steen op

steen

been op

been

verbergt

schrijven

scherven

ver

verleden

onder zoden

waarop

hunkerend als kind

het licht

zich vindt

zolang

schaduw

over het lichaam

schuift

 

Annmarie Sauer schrijft veelal korte, nergens ‘gemaakte’ verzen,ook al gebruikt ze opvallend veel stafrijm, nogal wat volrijm en hier en daar opsommingen en herhalingen.

 

Ze is de dichteres van weinig woorden, die zich beperkt tot de essentie en wat ze schrijft is intens en doorvoeld. Sober en trefzeker schildert ze met woorden. Parlando is aan haar niet besteed, barok al evenmin. Nergens doet ze toegevingen aan taal. Ze is geëngageerd en empathisch. Vangt als vanzelf alle gebaren en schommelingen van het gemoed en legt deze vast op papier (scherm). Een keer de woorden er staan, vermoed ik dat ze er niet veel meer aan verandert. Ook bij het vertalen dirigeert ze de eigen partituur. In grove lijnen getrouw aan het origineel of dat nu Nederlands is of Engels, permitteert ze zichzelf lichte deviaties al was het maar ter wille van ritme of klank. Al lijkt de Nederlandse versie me hier en daar iets stroever (ligt het aan de taal?), toch zijn er ook staaltjes van hertaling waar beide versies elkaar qua klank en rijm evenaren, zoals in: how the beloved body / sanctified her groin / and stripped with lip and palm her / of her qualms of hoe het geliefde lichaam / haar schoot beleed een streling haar van haar schroom / ontdeed.

Evenzeer ter wille van de vloeibaarheid van haar vers, doet ze geen toegevingen aan (voortdurend wijzigende) spelregels – ze schrijft zoals ze het aanvoelt: woede golven, licht blauw, thee salon. Ook bij brown shirt hate houdt ze in het Nederlands de woorden liever uit elkaar. Bruine hemden haat, dus. Pallid brittleness zet ze dan weer om in breekbaarbleek en creeks and cracks in kreken en krakelingen.

Haar verzen zijn overdrachtelijk, lees er maar eens dat mooie gedicht Gaia op na, waarin het dichterlijke ik zich vergroeid voelt met de aarde, er zich mee vereenzelvigt, er het zaad van draagt. Enkele gedichten doen me sterk denken aan de poëzie van Emily Dickinson. Annmarie Sauer heeft Dickinson wel gelezen, maar of ze hiervan de invloed zou hebben ondergaan??

Net na (het oudere) gedicht Gaia plaatstede dichteres twee recente liefdesgedichten. Waar Gaia begint met volgende versregels

 

I think and feel

feel I am earth

and know of trees

rooting

in my womb

 

leiden we uit het gedicht dat volgt af hoe de dichteres op zoek naar haar sporen, op een nieuw en liefdevol spoor wordt gezet

 

Your

guided-in-glow

makes me love and loving

receptively

drinking

your movement

in the soft pulsing

of the night

and slowly

in your warm abundance

sinking

Rose VANDEWALLE

Annmarie SAUER, Traces/Sporen, world internet books /Duisburg - Antwerpen - Hamburg, 2012 .

Te bestellen bij Amazon of 4th-plus@skynet.be prijs: 12,80 + 2 € port

Partager cet article
Repost0
27 mars 2012 2 27 /03 /mars /2012 06:36

 

GierikParijs.JPG

Gisteren viel het jongste nummer van Gierik & NVT  in de bus. De ad hoc redactie (Guy Commerman, René Hooybreghs en Werner Lambersy) stelde een aflevering samen over levende, Belgische, Franstalige schrijvers die in Parijs wonen. Zodoende werd teksten (vooral proza) van tweeëntwintig auteurs in het Nederlands vertaald, telkens voorafgegaan door een informatieve bio- bibliografische inleiding. Ik neem aan dat dit gebeurde in overleg met de betrokkenen.

Bestseller-auteur Amélie Nothomb (die sneller schrijft dan G*d lezen kan) en François Weyergans (lid van de Académie française, Prix Goncourt 2005) vonden het kennelijk beneden hun waardigheid al was het maar uit beleefdheid te antwoorden op de brief van de redactie. Dat was niet het geval van de honderdjarige, dichter, romancier, toneelauteur en psychoanalist Henry Bauchau (lid van de Académie royale de Langue et de Littérature françaises de Belgique – en niet van de onbestaande Koninklijke Academie 'van de Franse Gemeenschap van België'...) die voor dit nummer van Gierik & NVT  nooit eerder gepubliceerde gedichten bezorgde.

Deelnemers zijn Jean Claude Bologne, Constance Chlore, Marie Ferran, Vera Feyder, Bruno Gaudens, Guy Goffette, Claire Huynen, Serge Kribus, Werner Lambersy, Colette Lambrichs, Diane Meur, Nadine Monfils, Marcel Moreau, Jean-Pierre Orban, Anne Rothschild, Alberto Russo, Isabelle Spaak, Freddy Woets en Michel Zumkir.

Roegiers.jpgPatrick Roegiers, Le mal du pays. Autobiographie de la Belgique, Paris, Seuil, 2003, 505 p.

De beschouwingen van Hendrik Carette over 'De thee van Amélie Nothomb en de gal van Patrick Roegiers' zijn beslist lezenswaardig. Net als Hendrik ben ik geen fan van Roegiers, wiens Autobiographie de la Belgique  (2003) mij zo mateloos irriteerde dat ik, ongetwijfeld ten onrechte, geen belangstelling meer kon opbrengen voor zijn latere boeken.

Goezu.jpgAndré Goezu

De jongste aflevering van Gierik & NVT  wordt geïllustreerd met vier kleurenafdrukken van aquatinten van de Antwerpenaar André Goezu (°1939), die sinds 1968 in Parijs woont. Hij was gastprofessor aan het Nationaal Hoger Instituut voor Schone Kunsten (Antwerpen) en aan de École des Beaux-Arts (Parijs) en illustreerde bibliofiele uitgaven van o. m. Roger Caillois, Peter Handke, Hugues C. Pernath, Jean Ray en Rimbaud.

*

Die jongste aflevering van Gierik & NVT  wordt op 12 april voorgesteld op de zetel van de Délégation générale Wallonie-Bruxelles, waarover meer in een volgende blog.

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, nr. 114, jg. XXX, nr. 1, lentenummer 2012, 112 p., ill. Redactie: Guy Commerman, Kruishofstraat 144/98, B 2020 Antwerpen.

E-mail: guycommerman@skynet.be

www.gierik-nvt.be

Abonnement (4 nrs., inclusief portokosten): België: 28 € EU: 40 €; Andere landen: 45 € . Losse nrs. (incl. port): België: 9 €; EU: 13 €; Andere landen: 15 €.

Rekening België: 068-2237695-29 van Gierik & NVT; buitenland: IBAN BE26-0682-2376-9529 BIC-code GKCC BB

Partager cet article
Repost0
24 mars 2012 6 24 /03 /mars /2012 18:00

 

BoelvaarPoef2012een.jpg

Op de cover van het tijdschrift van het L.P. Boon Genootschap prijkt een werk van Luc De Blok, wiens oeuvre in de kijker wordt gesteld door Willem M. Roggeman.

G.F.H. Raat en Roggeman focussen op Hella Haasse (1918-2011), wier eerder al in boekvorm gepubliceerde Boonlezing (1995) nogmaals te lezen staat.

Kathy de Nève publiceert een gesprek over Boon dat  ze met Geertrui Daem voerde.

De tekst van de Boonlezing 2011, gehouden door Luc Devoldere', wordt integraal gepubliceerd: 'Boon revisited of het einde van de ideologieën'.

Geertrui-Daem-koen-broos-klein.jpgGeertrui Daem

Geert Goeman schrijft een treffende bespiegeling over De bedlegerige, de recente roman van Geertrui Daem, die hij niet aarzelt te bestempelen als 'dochter' van L.P. Boon.

Boelvaar Poef, jg. 12, nr. 1, maart 2012, 111 p., ill., 10 €. Abonnement (4 nummers): 45 €. ISSN: 1377-4980.

Boelvaar Poefwordt ten behoeve van het L.P. Boon Genootschap uitgegeven door de Stichting Isengrinus, Utrecht. Secretariaat: Geert Goeman, Residentie Valerius de Saedeleer, Park Terlinden 14, bus 16, 9300 Aalst.

geert.goeman@telenet.be

Partager cet article
Repost0
23 mars 2012 5 23 /03 /mars /2012 02:53

 

Poeziekrzntfebruari.jpg

Zowel Czesław Miłosz (°1911) als Wisława Szymborska (1923-2012) kregen de Nobelprijs literatuur. De Zweedse onderscheiding is zowat het enige wat hen bindt, want in alle opzichten zijn / waren ze elkaars tegendeel. Szymborska's Einde en begin (Meulenhoff) was vorig jaar al aan een veertiende druk, Gedichten (Atlas) van Miłosz aan de derde.

In de jongste aflevering van Poëziekrant publiceert Johan de Boose een lezenswaardig inleidend portret van beide dichters.

Poëziekrant, jg. 36, nr. 1, januari-februari 2012, 94 p., ill., 7 €. Uitgave van het Poëziecentrum vzw, Vrijdagmarkt 36, B 9000 Gent.

Partager cet article
Repost0
18 mars 2012 7 18 /03 /mars /2012 16:48

 

Green.jpg

Julien Green (1900-1998) 

Bezig in  Journaal 1926-1945  van Julien Green. "Overal is de dreigende oorlog het gesprek van de dag. In de salons, in de cafés, overal wordt met evenveel afschuw over niets ander meer gepraat. Sommigen voorspellen dat het nog twee maanden zal duren, anderen zijn wat minder pessimistisch en geven ons nog een jaar. De schrandersten menen dat Duitsland niet in staat is zich in zo'n kostbaar, moorddadig avontuur te storten, maar de schaduw die een dergelijke dreiging vooruitwerpt, heeft toch iets verlammends." Deze notitie maakte Green op 22 oktober.....1930! Van een machtspositie van Hitler was nog geen sprake. Paul von Hindenburg was president, en Heinrich Brüning rijkskanselier. Om maar te zeggen dat het hele interbellum er in retrospectief eigenlijk geen was. Het was slechts een adempauze in De Grote Oorlog, die de Eerste en de onvermijdelijke Tweede Wereldoorlog samen vormden. Eerder dan Hitler duikt Mussolini op in Greens dagboek. Op 5 januari 1931 schrijft hij: "Naar de Cinéma de la Madeleine. Op het journaal een redevoering van Mussolini over oorlog en vrede, een nietszeggende, banale, kille rede. Met de blik van een moordlustige kok onderhoudt hij ons over Italiës verlangen naar vrede.... Als hij over het fascistische regime praat knijpt hij zijn lippen op elkaar en grijnst van oor tot oor. Maakt een slechte indruk. Zijn rede is overigens uitstekend geschikt om paniek te zaaien (afschuwelijke schets van de komende oorlog)." De komende oorlog. Die er acht-en-een-half jaar later kwam....Naar aanleiding van de moord op Dolfuss noteert Green op 30 juli 1934: "Een maand geleden het bloedbad in München, nu dit, en dit is nog veel erger. In het Europa van 1934 roept elke moord met onweerstaanbare kracht nieuwe moorden op. Hoe lang kan dit nog doorgaan voordat de oorlog uitbreekt?" Op 22 maart 1936: "De gemoederen in Europa lijken weer te bedaren." Op 16 maart 1938: "Vanavond lijkt alles in Europa in elkaar te storten." En dan vertrouwt hij in Baltimore, op zondag 21 juli 1940 aan zijn dagboek toe: "Ik was in Amerika toen de oorlog uitbrak."

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
11 mars 2012 7 11 /03 /mars /2012 03:08

 

Gierik84.jpg

Wie schrijft die blijft... schrijven. Of niet? Gierik & NVT, 25ste jg., nr. 1, lente 2007, 128 p.

Ad hoc redacteurs Fernand Auwera en Guy Commerman stelden een aflevering van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift samen over Vlaamse, 'zwijgende' auteurs. 'Hiermee bedoelen wij auteurs die om een of andere (on)verklaarbare reden niet meer publiceren. Of die hun activiteiten hebben verlegd naar andere literaire disciplines.'

Liedel-foto052.jpg

Frank Liedel

Dat was de laatste keer dat ik iets las over Frank Liedel. Auwera en Commerman typeren hem als

een typische 'einzelgänger' in de Vlaamse literatuur. Hij publiceerde zowat een dozijn prozaboeken, evenals enkele jeugdboeken. Meest bekend – en best – van hem zijn De kaperbrief (1964) en Bakker (1982) een protest tegen de bureaucratie. Hij schreef ook talrijke uitstekende kortverhalen, gebundeld in een drietal boeken. Zeer persoonlijk is de combinatie van zijn sobere taal en soms bizarre fantasie.

Ik heb Frank Liedel persoonlijk leren kennen dank zij mijn lidmaatschap van de kring ExLibris, waar hij in de jaren negentig een drietal lezingen hield. Op 6 januari 2009 namen we in de kerk van O.-L. Vrouw van het Heilig Hart te Borgerhout afscheid van ExLibris-voorzitter John Bel. Dat was de laatste keer dat ik met Frank sprak.

Gisteren vernam ik toevallig van Lukas de Vos dat Frank Liedel overleden is op 28 februari.

*

Leo Lode Frans Van Assche, alias Frank Liedel (°Antwerpen, 18 oktober 1924) maakte carrière in het onderwijs als leraar aan het atheneum te Deurne en directeur van het Tachkemoni atheneum te Antwerpen.

Van 1953 tot 1960 maakte hij deel uit van de redactie van De Tafelronde (met o.m. Paul de Vree, Ivo Michiels, Paul Lebeau en Adriaan de Roover).

'Het geval Gunnecke', zijn eerste verhaal werd dan ook in De Tafelronde gepubliceerd. Het verscheen pas in boekvorm samen met de novelle Maiden-trip (1960) in de reeks Vlaamse Pockets van Heideland in 1964.

Prof. dr. R. F. Lissens was vol lof:

In deze door de oorlog geïnspireerde verhalen smeult een felle tragiek onder koel proza, zelfs reticente verteltrant en een precieze taal. Liedel schrijft het soberste proza in Vlaanderen. […] Hij is vooralsnog sterker in het verhaal (Dwarsliggers, 1957; Kevers onder een steen, 1961) dan in de roman (De kaperbrief, 1964).

[De Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden, Brussel/Amsterdam, Elsevier, 1967, vierde, herziene druk.]

De kaperbrief (bekroond met de prijs van de Provincie Antwerpen) kende in 1986 een tweede druk (bij Hadewijch) en werd in 1989 verfilmd door de BRT (die in 1961 al Rodeo gebracht had).

Ik heb lang niet alles van Liedel gelezen, maar mijn voorkeur neigt naar de roman Bakker (1982), waarover Jooris van Hulle treffend schreef:

Bakker is een anticipatieroman, waarin getoond wordt hoe de mens een willoos werktuig kan worden in de handen van een onpersoonlijke bureaucratie. […] De grijze eenvormigheid, waarin wij volgens Liedel dreigen te verzinken binnen een totalitaire machtsstructuur, werd ook reeds aangeraakt in de novelle De duivel loopt geen risico: in een wereld van macht en geld moet het individu, dat kiest voor zijn gevoelens, zich uiteindelijk toch gewonnen geven. Zo blijft de mens op zichzelf aangewezen, blijft hij de eenzame zoeker naar zingeving, motief dat onderhuids aanwezig is in de verhalenbundel Kevers onder een steen.

[Prof. dr. Marcel Janssens et al. (red.), Geboekstaafd, Leuven, Davidsfonds, 1988, pp. 184-186.]

Qua thematiek kunnen ongetwijfeld raakpunten in kaart gebracht worden tussen de romans en (sommige) kortverhalen van Liedel en bepaalde romans van Gust van Brussel (°1924).

John Bel heeft m.i. gelijk wanneer hij Liedel in eerste instantie beschouwt als een 'meester van de novelle', een in het Nederlandse taalgebied alleszins al te schaars beoefend genre.

LiedelSTEFANIE.jpg

Frank Liedel, Stefanie de welriekende

De formule betreffende alle gelijkenis met personen en toestanden enz. die vooraan in vele boeken te lezen staat, verving Liedel steevast door het laconieke : 'Volledig fictie'.

Zo ook in Stefanie de welriekende. Sprookjes voor Grote Kinderen (oorspronkelijk geschreven voor de leerlingen van de Tachkemoni school, eigen beheer, februari 1981; boekomslag en illustraties van Geert Vervaeke, °1956).

Dat belet niet dat hij er mij uitdrukkelijk op wees dat het laatste sprookje autobiografisch is.

*

Toen Frank Liedel telefoneerde om zijn sympathie te betuigen voor het project van Gierik & NVT te betuigen, 'klonk zijn stem verrassend jeugdig en strijdvaardig. Nog een uitgever vinden voor zijn laatste roman lijkt echter een onoverkomelijk probleem', aldus Guy Commerman en Fernand Auwera.

HFJ

Partager cet article
Repost0
8 mars 2012 4 08 /03 /mars /2012 02:47

 

RRklemteken.jpg

Gisteren viel Klemteken in de bus, de door het PoëzieCentrum voorbeeldig uitgegeven bloemlezing uit het werk van Renaat Ramon, samengesteld en ingeleid door Jooris van Hulle.

Renaat Ramon (Brugge, 1936) auteur van gedichten, visuele poëzie, aforismen, monografieën en essays, is ook performer en beeldend kunstenaar. Ramon wordt door Luc Pay gezien als een demiurg die een nieuwe wereld creëert en door Alain Germoz als 'le maître des signes' die een nieuwe taal hanteert. Hendrik Carette heeft hem de titel wiskunstenaar toebedacht, een kwalificatie die slaat zowel op de poëtische precisie waarmee Ramon zijn kritische klemtekens legt als op de mathematische exactheid van zijn beeldend werk.

Titels als Oogseizoen, Ansichten en Zichtbare stem zijn kenmerkend voor zijn dubbeltalent en ook Klemteken is een typische Ramontitel: een neologisme dat de twee aspecten van zijn poëtische besogne, het woord-werk en het beeld-werk perfect verenigt.

Hierover schreef samensteller Jooris van Hulle:

"Ramon werkt aan een opus, waarin beeldende kunst en poëzie niet vanuit de antithese worden beoefend – hoewel ze uiteraard hun eigen wetmatigheden kennen –, maar in een volgehouden beweging naar een synthese worden omgebogen die haar fundament vindt in de beheerste en doordachte vormgeving."

Jooris van Hulle (Beernem, 1948) is recensent voor onder andere Poëziekrant en De Leeswolf. Hij publiceerde kritisch proza (Ik schrijf zoals ik schrijf, 1990, Wilde inkt en ambrozijn, 1997), bloemlezingen (De praalstoet van de taal, 2004, Schrijf vaker, schrijf meer: brieven van geliefden, 2005, Langs het hoogriet / langs de laagwei, 2007, Iedereen is van ergens, 2011) en monografieën.

Van Hulle vertaalde uit het Afrikaans werk van onder andere Riana Scheepers en Christine Barkhuizen le Roux. In een essay over 'De maatschappelijke relevantie van thrillers' nam hij als case-study de Zuid-Afrikaanse misdaadliteratuur (Cf Jos van Cann & Henri-Floris Jespers (Red.), Thriller versus roman, Antwerpen / Apeldoorn, Garant 2008, reeks 'Literatuur in veelvoud', nr. 21).

Renaat RAMON, Klemteken, Gent, PoëzieCentrum, 2012, 282 p., 19,95 €.

 

Het oeuvre van Renaat Ramon werd hier al vaker gesignaleerd. Zie o.m.

http://mededelingen.over-blog.com/article-gierik-nvt-iii-dichter-een-wiskunstenaar-renaat-ramon-97007515.html

Partager cet article
Repost0
7 mars 2012 3 07 /03 /mars /2012 05:35

 

MED190.jpg

In de rubriek 'Achteruitkijkjspiegel' blikt Jan Lampo terug op de Vlaamse Landsleiding, de Vlaams-nationale 'exil-regering' (1944-1945) in het Reich, waarin o.m. de dichter en SS-man Pol Le Roy als 'minister' van propaganda zetelde.

Pol Le Roy (1905-1983) - die ik goed gekend heb - is een bijzonder boeiend 'geval'. Naaste medewerker van Joris van Severen, de 'Imperiale Staatsman', zal hij tijdens de bezetting almaar radicaliseren. (Zie: http://schrijversgewijs.be/schrijvers/le-roy-pol/)

Naar aanleiding van de 65steverjaardag van Pol le Roy publiceerde uitgeverij De Roerdomp in 1970 een huldeboek, Prometheus geboeid, met bijdragen van o.m. Bobb Bern, Pierre Bourgeois, Lionel Deflo, Frans Depeuter, Henry Fagne, Rob Goswin, Robin Hannelore, Jan van der Hoeven, Henri-Floris Jespers, Ben Klein, Marcel van Maele, Aubin Pasque, Willem M. Roggeman, Erik van Ruysbeek, Gerd Segers, Willy Spillebeen en Paul de Vree – bien étonnés de se trouver ensemble...

In een volgende aflevering zal die waardering voor dichter en criticus Pol le Roy in kaart gebracht worden.

*

De jongste aflevering 190 van de Mededelingen telt 22 pagina's of bijna 12.000 woorden.


Inhoudstafel:


In memoriam

Sloeber

Gedicht

Geert VINGEROETS, Wisława Symborska

Tijdschriften

Henri-Floris JESPERS, Zacht Lawijd

Kritisch

Matthijs DE RIDDER, Peter Buwalda

Guido LAUWAERT, Delphine Lecompte

Theater

Guido LAUWAERT, Husbands

Door de leesbril bekeken

Nijfoff prijs gaat naar Frans Denissen; Inga Verhaert over de hype van de Scandinavische thrillerauteurs; Titus-Carmel; Michel Seuphor.

Citaat

Marc Ways

Achteruitkijkspiegel

Jan LAMPO, De Vlaamse Landsleiding

*

U kunt de verschijning van de Mededelingen veilig stellen en bestendigen door te abonneren op de elektronische editie (6 € per maand).

Algemeen secretaris: Karin Lebacq, mededelingen@lebacq.com

*

De weblog die u nu leest is een spin-off van het tijdschrift.

In februari telden we 4532 unieke bezoekers (in januari: 4428), goed voor de lectuur van 7886 berichten (in januari: 7610).

In 2011 noteerden we gemiddeld 3887 unieke bezoekers per maand. Het hoogste aantal bezoekers ooit werd bereikt in november 2011: 5483 bezoekers. 1353

Sinds 26 januari 2008 werden hier 1353 berichten gepubliceerd. We telden 125.666 bezoekers, goed voor de lectuur van 245.355 pagina's.

Partager cet article
Repost0
3 mars 2012 6 03 /03 /mars /2012 02:20

 

Titus-Carmel.jpg

Gérard Titus-Carmel, schilder, graficus, essayist en dichter (°Parijs, 1942) hield zijn eerste persoonlijke tentoonstelling in 1964. Sedertdien werd zijn werk wereldwijd geëxposeerd en vaak bekroond. Thans heeft Titus-Carmel meer dan 200 persoonlijke en 450 gezamenlijke tentoonstellingen op zijn naam staan. Hij onderzoekt de relatie tussen werkelijkheid en representatie, tussen model en kopie. Dit doet hij o.a. door de herhaling van vormen en het gebruik van heel diverse materialen. Zijn indrukwekkend oeuvre fascineert filosofen (waaronder Jacques Derrida) en is vertegenwoordigd in een honderdtal musea en openbare collecties.

Dank zij Jean Marchetti, de onvermoeibare animator van Le salon d'art, zijn nu tot 12 mei schilderijen en tekeningen van Titus- Carmel in Brussel te zien: 'palmes, feuillées & jungles imaginaires.' Zoals altijd is de uitnodiging al op zich een hebbedingetje. Nu was het aan de Franse dichter en essayist Ludovic Degroote (°1958) om voor een beklijvende tekst te zorgen.

Vernissage op maandag 12 maart te 19 uur.

OutersClaus.jpg

Toen ik gisteren de uitnodiging ontving had ik net een paar uur eerder De courte mémoire  van Jean-Luc Outers gelezen, een uitgave van La Pierre d'Alun, een van de elegante reeksen publicaties die door Jean Marchetti uit de grond gestampt werden.

Jean-Luc Outers (°1949), zoon van het Front des Francophones-minister Lucien Outers, was een van de weinige Franstaligen die aanwezig waren op de begrafenis van Hugo Claus. De courte mémoire  focust op de laatste jaren van Claus. Het boek verscheen in een tweetalige editie (Hilde Keteleer zorgde voor de vertaling) en is geïllustreerd met inkttekeningen die Claus kort voor zijn zelfdoding maakte.

OutersClaus2.jpg

Toen hij het schrijven had opgegeven, kon hij het witte blad opnieuw tarten zonder te moeten passeren langs letters en woorden. En gedragen door het oneindige lijnenspel werd hij opnieuw een kind dat iets van zichzelf laat opborrelen op dat witte blad: een man die zijn eigen hoofd onder zijn arm draagt. Een zelfportret in feite van het onthoofde wezen dat hij was geworden. Zonder retouches. Zonder gedachten. Hij zou blijven tekenen en schilderen tot de laatste dag.

De courte mémoire  is een van die boeken die geschreven werden vanuit een oprechte emotie, net als Getaande raadsels  van Patrick Conrad.

ConradClaus.jpg

Henri-Floris JESPERS

 

Titus-Carmel : palmes, feuillées & jungles imaginaires.

Schilderijen en tekeningen.

Le Salon d'Art: van 12 maart tot 12 mei 2012. Munthofstr. 81, 1060 Sint-Gillis. Open di, woe, do, vrij van 14:00 tot 18:30; za van 09:30 tot 12:00, en van 14:00 tot 18:00;(ma, zo gesloten). Voorjaarsvakantie van 1 tot 15 april.


Jean-Luc OUTERS & Hugo CLAUS, De courte mémoire  / Wat het geheugen ophoudt. Vertaling Hilde Keteleer, Brussel, La Pierre d'Alun, 2011, 75 p., 32 €.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche