Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
2 juin 2012 6 02 /06 /juin /2012 20:34

 

Bert-Bevers-voorlezend-in-Kasteel-Steytelinkck-in-Wilrijk--.JPG

Natuurlijk gaat het uiteindelijk om het wérk van de schrijver, het geesteskind dat de hand van zijn maker loslaat zodra de laatste punt gezet is om, zoals het hoort, een onafhankelijk bestaan te gaan leiden. Maar eerlijk is eerlijk: in eenieder van ons schuilt toch ook de voyeur die graag eens in de kraamkamer zou willen gluren om te zien waar dat kind ter wereld kwam.

Welnu, u wordt op uw wenken bediend! Het streven van De tafel van 1 is er op gericht alle auteurs (dichters, jeugdboekenschrijvers, prozaïsten, toneelauteurs en wat dies meer zij) in de gemeente Antwerpen vast te leggen aan hun schrijftafel. Om praktische redenen beperk ik mij tot de geméénte Antwerpen, waardoor bijvoorbeeld nabije schrijfsters als Renée Van Hekken (die in Schoten woont) en Hilde Keteleer (Mortsel) afvallen. En natúúrlijk is Tony Rombouts ontegenzeglijk een Antwerps auteur, maar helaas: hij zal moeten aanschuiven aan een Edegemse versie van De tafel van 1. Want als ik hem daar ga fotograferen, wat voor excuus heb ik dan nog om niet naar Frankrijk af te reizen waar de evenzo Antwerpse auteurs Bobb Bern en Patrick Conrad hun domicilie hebben?

De reeks gaat louter uit portretten bestaan (wie meer wil weten over de auteur in kwestie moet maar de boekenkast in of het internet op). Om een beetje op gang te komen verschijnen er morgen drie op rij. Daarna brengen we er steeds een op dinsdag en donderdag. De volgorde van publicatie is louter willekeurig.

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
1 juin 2012 5 01 /06 /juin /2012 08:27

 

Kopie-van-publiek-kijkt-tek1-kopie.JPG(c) Jan Scheirs, 2012

 

Uit het redactioneel:

Vandaag werd tijdens de Avond van het Spannende Boek bekendgemaakt dat De Gouden Strop (10.000 €) naar Een zomer zonder slaap (De Geus) gaat. Bram Dehouck (°1978) wint aldus de prestigieuze prijs voor de tweede maal. Twee jaar geleden kaapte hij de prijs ook al weg met zijn debuut De Minzame moordenaar (Van Halewyck), dat meteen ook de Schaduwprijs kreeg.

Met De Ziener (Kramat) won de eveneens Vlaamse auteur Kevin Valgaeren (°1979) de Schaduwprijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende debuut. Hij krijgt 1000 €.

Genomineerd voor de Gouden Strop waren naast Dehouck de thrillers Volmaakte verdwijning  van   Derwent Christmas (Nieuw Amsterdam), Blauwe sneeuwvan   Nellie Mandel (Manteau), De vriend  van Charles den Tex (De Geus) en De vuurwerkramp van Harmen Saliger  van Peter de Zwaan (Cargo).

De toneelkritieken van de onvermoeibare Guido Lauwaert zijn geen eendagsvliegen. Hij publiceerde hier al enkele memorabele bijdragen die het zonder meer verdienen gebundeld te worden. Zijn beschouwingen over De man zonder eigenschappen  bewijzen dit eens te meer. De boog kan niet altijd gespannen zijn. Guido gaat nu twee weken naar Spanje lezen, dutten en in een dorpje bij de boeren gaan zitten in het plaatselijke kroegje.

 

Inhoud


Column

Rik LANCKROCK, Eigenaardig zelfportret

Bert BEVERS, Er zit niet echt een lijn in...

Theater

Guido LAUWAERT, Kleine Eyolf zonder kop en staart; Faustin Liyekula: La création du monde; De man zonder eigenschappen.

Door de leesbril bekeken

Vlaanderen officieel meertalig; Snellaertprijs: Hendrik Carette; Schoonselhof – Parel van A

Citaat

Benno BARNARD

Achteruitkijkspiegel

Henri-Floris JESPERS, Bibliotheekkunde (II): Beware the man of one book

Partager cet article
Repost0
1 juin 2012 5 01 /06 /juin /2012 05:48

 

DehouckZomer.jpg

Gisteren werd tijdens de Avond van het Spannende Boek bekendgemaakt dat De Gouden Strop (10.000 €) naar Een zomer zonder slaap (De Geus) gaat. Bram Dehouck (°1978) wint aldus de prestigieuze prijs voor de tweede maal. Twee jaar geleden kaapte hij de prijs ook weg met zijn debuut De Minzame moordenaar (Van Halewyck), dat meteen ook de Schaduwprijs kreeg.

dezienercover.jpg

Met De Ziener (Kramat) won de eveneens Vlaamse auteur Kevin Valgaeren (°1979) de Schaduwprijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige spannende debuut. Hij krijgt 1000 €.

Genomineerd voor de Gouden Strop waren naast Dehouck de thrillers Volmaakte verdwijning van Derwent Christmas (Nieuw Amsterdam), Blauwe sneeuw  van Nellie Mandel (Manteau), De vriend  van Charles den Tex (De Geus) en De vuurwerkramp van Harmen Saliger  van Peter de Zwaan (Cargo).

Partager cet article
Repost0
30 mai 2012 3 30 /05 /mai /2012 00:53

 

De erudiete dichter Hendrik Carette, briefwisselend lid van het CDR, nam het initiatief een literaire quiz te organiseren.

Wie zijn veertien literaire vragen' voor gevorderden' tegen uiterlijk 6 juni kan beantwoorden krijgt een boekenpakket met zijn jongste drie bundels: Pact met Pound (Brugge, Kruispunt, 2000 – onvindbaar geworden), Gestolen lucht (Gent, PoëzieCentrum, 2006 – bijna uitverkocht) en Een zeemeermin aan de monding van het Zwin (Gent, PoëzieCentrum, 2011).

Mochten er meerdere winnaars zijn dan wordt een bijkomende schiftingsvraag opgesteld.

De antwoorden moeten per e-mail worden gezonden naar het adres van het algemeen secretariaat van de Mededelingen van het CDR : mededelingen@lebacq.com

*

Ziehier de veertien raadsels...

  1. Hoe luidde de welluidende naam van de kat die samen met de schrijver Céline naar het kasteel van Sigmaringen in Duitsland vluchtte en daarna samen met Céline en zijn lieve Lucette in een kattenmand naar Kopenhagen spoorde?

  2. Van de dichter Karel Jonckheere verscheen in 1967 (bij Manteau) het heerlijke boek In het teken van de dierenriem. Dit boek leert ons veel, heel veel, over het karakter en de persoonlijkheid van veel Vlaamse en Nederlandse schrijvers. Welke Vlaamse dichter werd geboren op dezelfde dag (maar niet in hetzelfde jaar) als de grote geniale Simon Vestdijk?

  3. Twee nog levende Nederlandse auteurs wonen al jaren in twee Italiaanse havensteden. De ene in Genua, de andere in Syracuse op Sicilië. Geef mij beide namen.

  4. De meest hermetische dichter van de Nederlanden werd geboren in Terneuzen in Zeeuws-Vlaanderen. Geef mij zijn Frans klinkende voornaam en zijn echt Hollands klinkende familienaam.

  5. Zoals het een echte Antwerpenaar betaamt, werd Henri-Floris Jespers niet geboren in het Antwerpse vaderland, maar in Etterbeek, geef mij dan ook de naam van een voormalig gouverneur van de provincie Antwerpen die bevriend was met Achiel van Acker en evenals deze voormalige Belgische premier in Brugge opgroeide en werd geboren.

  6. Arnold Sauwen (Stokkem, 1857 – Stokkem, 1938) is de vergeten Limburgse dichter van het wrange romantische gedicht ‘De raven’. Welke twee Antwerpse letterkundigen verzamelden één jaar na zijn dood (en dus in 1939) een bloemlezing uit zijn dichtwerk?

  7. De vreemdste nog levende Belgische schrijver woont evenals de Zuid-Afrikaanse schrijver J.M. Coetzee in Australië en schrijft daar in het Frans. Geef mij zijn pseudoniem en zijn naam, want ook onder zijn echte naam werden sommige van zijn boeken gepubliceerd.

  8. Welke dichter en classicus ontbreekt geheel en al ten onrechte in het prachtige boek Lyriek van de Lage Landen , De canon in tachtig gedichten (Amsterdam : De Bezige Bij, 2008) verzameld, ingeleid en geannoteerd door onze erudiete Paul Claes?

  9. Niet alleen Willem Elsschot ook de Frantalige Antwerpse dichter Paul Neuhuys schreef ooit een Borms-gedicht. Of ten minste een gedicht waarin duidelijk naar de figuur van Dr. August Borms wordt verwezen. Geef mij de Franse titel van dit merkwaardige gedicht dat eindigt met de verzen: “C’est dommage: / j’aimais sa grosse figure de bon chrétien/ et les roseaux de Guido Gezelle chantaient dans ma mémoire”.

  10. De Schotse schrijver (dichter, essayist en explorateur du monde) Kenneth White woont al jaren in Frankrijk aan de kust met zijn Franse vrouw Claire. In welke landstreek?

  11. De joodse Russische dichter Osip Mandelstam die in Warschau werd geboren gaf in 1934 in Leningrad publiekelijk een oorveeg of een oplawaai aan een collega-schrijver en tijdgenoot. Hoe luidt de volledige naam van deze Russische schrijver die deze oorveeg kreeg?

  12. Hoe luidt de tweede, bijkans symbolische, voornaam van de bevlogen Vlaamse causeur, portrettist en dichter Hugo Verriest.

  13. Welke Franse president van de vijfde republiek was een groot poëzieliefhebber en kunstverzamelaar?

  14. Wie is de bedenker van de mooie mysterieuze uitspraak: la lente fougue flamande…?

Partager cet article
Repost0
21 mai 2012 1 21 /05 /mai /2012 04:31

 

CaretteZeemeermin.jpg

Een zeemeermin aan de monding van het Zwin, de zevende bundel van de 'spaarzame' dichter Hendrik Carette (°1946) werd bekroond met de Snellaertprijs van de VVNA. Zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-hendrik-carette-snellaertprijs-105495544.html

In de uitvoerige bespreking van die bundel in de jongste aflevering van het almaar vernieuwende en geheel onvolprezen Kunsttijdschrift Vlaanderen, was Patrick Auwelaert (°1965) niet karig met zijn lof:

De talrijke voorpublicaties in tijdschriften en e-zines van gedichten uit zijn jongste bundel deden al vermoeden dat Hendrik Carette aan zijn sterkste werk tot nog bezig was. Sinds de publicatie van Een zeemeermin aan de monding van het Zwin weten we dat ook met zekerheid. De bundel, die zowel stilistisch als thematisch voortbouwt

 

op eerder verschenen bundels, paart linguïstisch en verstechnisch raffinement aan wijdlopige maar altijd mooi uitgebalanceerde verzen. Daarin wordt een rijke verbeeldingswereld opgeroepen die enerzijds steunt op een archaïsch aandoende romantische en dandyeske levenshouding, en anderzijds rijkelijk put uit vormen van humor als de persiflage, de zelfspot, de zwarte humor, de parodie en de ironie. Al deze elementen dragen ertoe bij dat Carettes gedichten getoonzet zijn in een idioom dat onmiskenbaar zijn handelsmerk is en waarmee hij een unieke positie bekleedt in het Nederlandstalige poëzielandschap.

*

In het overzicht van een jaar poëzie in Knack (23 december 2011) rekende de vaak weerbarstige dichter-criticus Philip Hoorne Een zeemeermin aan de monding van het Zwin  tot de vier beste bundels van vorig jaar. Hij typeert ouderdomsdeken van het viertal Carette als een dichter die 'weigert klakkeloos te ondergaan wat hij zoal leest en ziet' en zich ontpopt 'tot een ge- en bedreven poëtisch klankbord'. Zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-toppers-in-knack-boeken-95861667.html

Hendrik.jpg

In 1979 onderstreepte ik al dat Carette zich ontpopt als een sarcastische lyricus die haast spelenderwijs, maar met nauwlettende aandacht, een 'open veld van papier' beheerst met de ongeschreven wetmatigheid van zijn tegelijk ironische en plechtstatige lyriek. (Lucienne Stassaert verwees trouwens destijds naar de typisch 'Slavische humor' van Boelgakov.)

Ondertussen kwam Carette al geregeld aan bod, zoals op deze blog als in afleveringen van Mededelingen van het CDR.

*

Hendrik is een jarenlang vriend. Ik ben het vaak met hem oneens en dat heb ik hier al genoegzaam laten blijken. Hendrik was echter jaren een gewaardeerde medewerker. Wij hebben een gemeenschappelijk verleden. Afgezien van weggenoten, hebben wij ook een pak gemeenschappelijke vrienden (van Renaat Ramon tot Christian Dutoit en generaal Piet de Groof, van wijlen Jan Verhaert tot Maris Bayar en Tony Rombouts. En waar is de tijd dat wij gezellig gingen samenzweren bij de Zaïrese oud- (en latere) premier Nguza-Karl-i-Bond, wat een Belgische minister van Buitenlandse Handel achteraf ten zeerste wist te waarderen, maar dat is een ander verhaal...

Amicus Plato sed magis amica veritas: ik heb mij vaak geërgerd aan het mijns inziens onbezonnen optreden van Hendrik. So what? Ik koester namelijk het korte essay van Erik van Ruysbeek, Over de vriendschap  (Leuvense Schrijversaktie, 1990).

*

Patrick Auwelaert wijst op 'de gespannen relatie tussen dodelijke ernst en ironie' die zo kenmerkend is voor Carette. Kenmerkend? Ja, wellicht, maar talrijke terloopse, ook openbare uitlatingen van Hendrik, getuigen wat mij betreft al te zeer van de dodelijke ernst de hij (overigens grotendeels terecht) verwijt aan, bijvoorbeeld, Leonard Nolens (zie 't Pallieterke, 2 mei, p. 11 en Mededelingen van het CDR, nr. 192-193 de dato 8 mei, p. 15). Hendrik positioneert zich al te graag (en al te vaak) als onderschatte, verongelijkte 'poète maudit'. Hij heeft kennelijk geen problemen om een uitgever te vinden en krijgt dit jaar (geheel verdiend...) een werkbeurs van netto 5000 €. Dat is natuurlijk wel wat minder dan de lievelingen van het Vlaams Fonds voor de Letteren, maar ook dat is een ander verhaal...

*

Dat Hendrik Carette nu door de VVNA bekroond wordt, verwondert me niet. Echter: Hendrik Vlaams-nationaal? Ja, ongetwijfeld, maar dan wel rekening houdend met de begripsverwarring die nu helaas eenmaal onlosmakelijk daarmee samenhangt.

Carette is in eerste instantie Grootnederlander, zegt hij toch zelf, als 'Dietser', platonische aanhanger (hoe kon het anders...) van een gedroomde DDR (Democratische Dietse Republiek) en bovendien onvoorwaardelijke bewonderaar van Joris van Severen, de vermoorde belgicistische Imperiale Staatsman die uiteindelijk slechts misprijzen kon opbrengen voor de aanhangers van het Vlaams-nationalisme...

Veel rationeel inzicht is daar blijkbaar niet mee gemoeid. Hendrik werkte dan ook blijkbaar moeiteloos mee zowel aan onmiskenbaar (nieuw-)rechtse als linkse tijdschriften (TeKos   of  Meervoud ) en sinds kort (onder schuilnaam) aan 't Pallieterke  (allang geen satirisch weekblad meer...).

*

De Snellaertprijs is jarenlang een onderonsje gebleven. De VVNA bekroonde immers (wat creatieve literatuur betreft) liever engagement dan kwaliteit. Lucienne Stassaert (2008) was daar een (merkwaardige) uitzondering op.

Met Carette wordt zowel engagement als kwaliteit bekroond.

Hij verdient meer.

Henri-Floris JESPERS

 

Hendrik CARETTE, Een zeemeermin aan de monding van het Zwin, Gent, Poëziecentrum, 2011, 78 p., 17,50 €

Patrick AUWELAERT, in: Kunsttijdschrift Vlaanderen, nummer 340, s.p., s.d.,128 p., ill., 10 €. (p. 110-111).

Henri-Floris JESPERS, 'Carette, Andries & De Vree', in: Nieuw Vlaams Tijdschrift, jg. XXXII, nr. 10, december 2012, p. 766.

Partager cet article
Repost0
20 mai 2012 7 20 /05 /mai /2012 17:46

 

CaretteSauwen.jpg

Dichter Hendrik Carette (links) en dada-kenner Rik Sauwen

Op zaterdag 9 juni 2012 wordt in het AMVB (Archief en Museum voor het Vlaams Leven) te Brussel de Snellaertprijs 2011 van de VVNA (Vereniging van Vlaams-Nationale Auteurs) uitgereikt aan Hendrik Carette.

Programma

13u30 Kennismakingsrondgang in het AMBV onder leiding van directeur Patricia Quintens

14u30 Présentatie van nieuwe publicaties van de VVNA: Drie eeuwen Nederlandse Letterkunde in Noord-Frankrijk van Cyriel Moeyaert en Yvo Peeters en Dialectrevival of dialectverlies van Joris van Ouytsel.

15u Prijsuitreiking:

Toelichting door Hugo Rau, voorzitter VVNA

Juryverslag door voorzitter dr. Yvo Peeters

Laudatio door Herwig Verleyen

Dankwoord door laureaat Hendrik Carette.

Archief en Museum voor het Vlaams Leven te Brussel, Arduinkaai 28, 1000 Brussel (achter de KVC – Metro IJzer).

Partager cet article
Repost0
13 mai 2012 7 13 /05 /mai /2012 02:28

 

MiekeSfeer.JPG

Foto: Jan Scheirs

Veel belangstelling, donderdagavond 10 mei voor de presentatie van De vijand van binnen, de nieuwe roman van Mieke de Loof. Het welkomstwoord werd uitgesproken door door Ad van den Kieboom, redacteur De Geus.

AdKieboomKK.JPG

Foto: Kris Kenis

Dames en heren: een historische misdaadroman, de vierde in een reeks waarvan er nog drie op stapel staan en waarvan de laatste volgens de prognose rond 2019 zal verschijnen: is zoiets nog wel van deze tijd?

En welke psychologische verklaring is er te geven voor de verbetenheid waarmee de schrijfster zich in dit genre heeft vastgebeten?

Het antwoord op de eerste vraag is eenvoudig: goede literatuur (en daar reken ik het werk van Mieke onder) is tijdloos.

De oorzaak van de voorliefde voor het genre is wat lastiger bij de staart te pakken. Zonder in de voetsporen te willen treden van Sigmund Freud, in het de Loofiaanse Wenen van voor de Eerste Wereldoorlog vaak niet meer dan een wanhopige bijfiguur, durf ik hier toch te stellen dat we het moeten zoeken bij een trauma van de auteur.

Geachte aanwezigen, een van de eerste vragen die een auteur in gezelschap krijgt is de vraag naar het autobiografisch gehalte van zijn of haar boek. Behalve als het een historisch werk betreft.

Ik verdenk Mieke de Loof ervan dat ze mensen die in haar privé-leven willen roeren bij voorbaat die kans wilde ontnemen door voor het historische genre te kiezen. Maar daarin vergist Mevrouw de Loof, een vrouw die alles onder controle wil houden, zich deerlijk. In de Ignatz-romans laat ze zich in haar ziel kijken en geeft ze zich onbedoeld bloot.

Mieke de Loof, dames en heren, heeft een groot verlangen naar het wervelende, broeierige, van conflicten en klassentegenstellingen op haar grondvesten schuddende Wenen van bijna een eeuw geleden. Ze wil daar rondwandelen, concerten en voorstellingen bezoeken, kunst en kunstenaars bewonderen, actief lid zijn van een anarchistische cel, nachten doorzakken in SM-kelders, jeugdbendes aanvuren, het leven van een dubbelspionne leiden en jezuïeten het hoofd op hol brengen.

Dat laatste, beminde gelovigen, is natuurlijk eenvoudig terug te voeren op haar met rooms-socialistische saus overgoten jeugd in Aalst. Het huis van de De Loofs was een soort zoete inval voor intellectuele jezuïeten die daar regelmatig wereldse en geestelijke zaken onder het genot van sigaren en goede wijn bespraken. En de kleine Mieke hoorde het allemaal aan.

Haar vroeg ontwaakte fascinatie voor de mannelijkheid, voor de zinnelijkheid in en achter de jezuïet zien we in haar romans terug in de persoon van Ksaveri Ignatz.

Een sympathieke speurder, tevens psychiater, die voortdurend de grenzen dreigt te overschrijden die zijn jezuïetenorde voor hem getrokken heeft.

Mieke voelt meer dan sympathie voor haar hoofdpersonage. Ze heeft me wel eens verteld dat het haar fysiek pijn doet als ze Ksaveri Ignatz in moeilijke omstandigheden moet brengen of stevig moet laten afrossen wanneer het verhaal erom vraagt. Dat is geen medelijden, dat neigt naar liefde.

Als ik Miekes levenspartner René was, zou ik jaloers worden. Al was het maar omdat Ignatz in de martiale kunsten een niveau heeft bereikt waarvan René slechts kan dromen. Hoewel ik moet zeggen dat René op onnavolgbare wijze een knoop kan leggen in de band van zijn karatepak.

We dwalen af. Terug naar de hoofdzaak.

Om goed te maken wat Mieke Ignatz als schrijfster aandoet, heeft ze een romanpersonage gecreëerd die in haar naam beschermend naar hem kan optreden en tegelijkertijd de diepere gevoelens van Mieke voor haar jezuïet kan vertolken. Dat personage is de aristocratische, fijnbesnaarde, anarchistische en wondermooie Elisabeth. Mieke is Elisabeth of zou haar tenminste willen zijn. Elisabeth houdt in De vijand van binnen nog afstand, al is het flirten niet van de lucht en springen de vonken regelmatig over. Mijn voorspelling is dat in een volgende roman zo’n vonk in het kruitvat Ignatz terecht komt, waarna de arme jezuïet die nu seksueel bij voortduring implodeert, eindelijk explodeert. Ik kan, net als u, bijna niet wachten op het machtige vuurwerk dat Mieke de Loof zo zorgvuldig aan het voorbereiden is.

Ook voor het feit dat Mieke voor het spannende genre heeft gekozen, is een Freudiaanse verklaring. Haar pacifisme moet simpelweg door gewelddadige fantasieën worden gecompenseerd.

Net zo goed als er platonische liefde bestaat, is er platonische misdaad.

En Mieke bedrijft de platonische misdaad met het fanatisme van een zelfmoordterrorist. Ze zet er alles voor opzij en ze is bereid om bij elk boek weer een stap te nemen die de kwaliteit van de stijl of het plot verder brengt.

Ook in dit boek is zo’n stap gezet. Voor de Gouden Strop die op 31 mei wordt uitgereikt heeft De Geus dit jaar twee titels bij de vijf genomineerden: De vriend van Charles den Tex en Een zomer zonder slaap van Bram Dehouck. Ik hoop dat volgend jaar De vijand van binnen meedingt naar de Nederlandse prijs voor de beste misdaadroman.

Over de inhoud van het boek ga ik niets zeggen.

Mieke is klaar.

De lezer is nu aan zet.

En mij rest niets anders dan jou, Mieke, te feliciteren met De vijand van binnen.


Mieke de Loof vond het prettig na maanden eenzame opsluiting in het prachtige kader van de Galerie De Zwarte Panter, tussen de schitterende schilderijen van Ysbrant – een leerling van Oskar Kokoschka – door zo veel schoonheid, welwillendheid, vriendschap en warmte omringd te zijn.

MiekeLeest.jpg

Foto: Jan Scheirs

Vorige keer, bij de presentatie van Wrede schoonheid, bood De Geus me de kans om ‘Blauw Gras’ en Betty Mellaerts uit te nodigen. Nu ben ik heel blij dat Patricia Beysens met haar begeleider Frans Vercruysse dit feest mogen opluisteren.

Waarom Patricia Beysens? In juni 2010, toen ik aan De vijand van binnen begon, was er nog geen sprake van Arabische revoltes, Indignados of Occupy-beweging en tóch wist ik dat het gewelddadig neerslaan van de hongerrevolte in Wenen op 17 september 1911, de navel van mijn nieuwe misdaadroman zou worden. Al heel snel dacht ik aan Patricia omdat de liederen die zij op zo’n bezielde manier brengt heel nauw aansluiten bij de thematiek van De vijand van binnen: sociaal onrecht en de manieren om daarop te reageren.

Voor wie Patricia Beysens en haar begeleider Frank Vercruysse nog niet kent, stel ik hen even voor. Patricia is een veelzijdig kunstenaar. Ze schildert en musiceert. Haar schilderijen hebben hier nog in De Zwarte Panter gehangen en op muzikaal vlak werkte ze samen met diverse groepen. Ze bracht uiteenlopende genres zoals Middeleeuwse- en Renaissanceliederen, Indische muziek, Ragtime, Jazz, Klezmer en Sefardische liederen. Een paar jaar geleden hoorde ik haar voor het eerst toen ze op een aangrijpende wijze Duitse liederen van Brecht en Eisler vertolkte. Ik was meteen verkocht, zoals ze dat in het schoon Vlaams zeggen. Niet moeilijk, weet ik nu. Ze verdiept zich al 31 jaar in het genre van het Duitse expressionistische chanson. Jarenlange research, workshops bij niemand minder dan Gisela May en persoonlijke contacten met schrijvers en componisten maakten haar tot dé specialist van een genre waarin de componist zich ten dienste stelt van de tekst. Teksten die, zeker in deze crisistijd, brandend actueel zijn en die, in de vermomming van scherts en satire een vlijmscherpe aanklacht zijn tegen een onrechtvaardig systeem.

PatriciaKK.JPGPatricia Beysens (foto: Kris Kenis)

Pianist.jpg

Frank Vercruysse (foto: Jan Scheirs)

Frank Vercruysse werkte samen met internationaal gerenommeerde docenten en choreografen en schreef muziek, scenario’s, dialogen en liedteksten voor dans en theater. Sinds 1987 – vijfentwintig jaar dus al – is hij de vaste pianist, verbonden aan het Patricia Beysens Ensemble.

Patricia en ik hebben geen drie, zoals op de uitnodiging staat, maar vier Duitse liederen uit haar repertoire gekozen. Ze zal die op haar eigen, onnavolgbare manier in het Nederlands toelichten. Voor diegenen die achteraf, als herinnering, de Duitse teksten met de Nederlandse vertaling willen meenemen, kan dat. Ze liggen naast de boeken op de stand van De Groene Waterman. De Nederlandse vertaling heeft geen enkele literaire pretentie en is alleen maar bedoeld als verduidelijking. We hebben ook bewust gekozen om de teksten niet vooraf uit te delen. Geef je gewoon over en laat je – met Patricia als gids – meevoeren naar het land van het Duitse chanson.


Patricia Beysens zong Die Notbremse van Friedrich Holländer, Und endlich van Peter Altenberg en Hans Eisler, Die Kirschenballade van Heinz Kahlau en Gerhard Folkerts, en Geld van H. von Fortenbach en Edmund Nick.


In haar slotwoord dankte Mieke de Loof Patricia en Frank voor 'de geweldige vertolking', die trouwens door het publiek bijzonder gesmaakt werd. Zij was ook vol lof over het team van uitgeverij De Geus die in tijden van crisis, in tijden waarin de boekensector het zo moeilijk heeft, toch blijft waken over kwaliteit, de auteur centraal stelt en het zakelijke en het artistieke op de best mogelijke manier weten te verzoenen. Tot slot las ze twee korte fragmenten uit De vijand van binnen, kwestie van enkele personages alvast indirect te belichten.


Tussen het publiek o.m.: Henrik Barends, Peter Bastiaensen, Monique van Beek, Ineke van den Bergen, Mia Boels, Toni Coppers, Rik van Daele, Bram Dehouck, Hilde Keteleer, Jan Kraal, Jo Meers, Philippe Meers, Anneke Pijnappel, Jean-Pierre Rondas, Karel Segers, Walter Soethoudt, Lucia en Jean-Jacques Tamba, Sander van Vlerken, Catherine Willems. Het CDR was vertegenwoordigd door Kris Kenis en Jan Scheirs.

Fotoreportage op:

https://www.facebook.com/media/set/?set=a.10150829025831843.408232.550296842&type=1&l=173b719bfb

Partager cet article
Repost0
7 mai 2012 1 07 /05 /mai /2012 17:17

 

 

Sloeber.jpg

Alain Germoz: Scromphale à la mémoire de Sloeber

 

De gedreven en erudiete, ontgoochelde maar niet al te verbitterde dichter, essayist en animator Eugène Van Itterbeek voelde gaandeweg een aanhoudend, diep en pijnlijk ervaren onbehagen over de materialistische westerse cultuur. Hij overleed op 24 april in Roemenië, een zelfgekozen geestelijke vaderland. 'Een' vaderland inderdaad, want Van Itterbeek was zich bewust van 'les états multiples de l'être'...

*

Tot 27 mei neemt Alain Germoz met zijn 'Scromphales' deel aan een collectieve expositie in Contemporary Antiquary Anversville, Wolstraat 33 te Antwerpen (zie de blog van Ça ira: http://caira.over-blog.com/article-anversville-alain-germoz-et-ses-scromphales-johan-rham-103303975.html

Toen hij vernam dat Sloeberke overleden was (Mededelingen 190 de dato 29 februari), zond Alain als blijk van deelneming een 'Scromphale' in. Zijn vader, Roger Avermaete, was kennelijk niet voor niks gedebuteerd met de roman La conspiration des chats (Anvers, Lumière, 1921, geïllustreerd met houtsneden van Joris Minne). Intussen is nu Oscar in mijn armen zacht ingeslapen, de kat die in een ander leven aan mijn goede zorgen werd toevertrouwd door Dimitry Pas. In de geheime begraafplaats op Linkeroever werd hij door Pruts piëteitsvol naast Sloeberke ter aarde besteld. Ik ben nog niet in staat hem nu al passend te gedenken.

*

'Un homme se donne ou se refuse, il ne se prête pas', zo luidt de spreuk van een van de vroegste ex-librissen (1954) van Frank Ivo van Damme (°1932). Dat tekent hem ten voeten uit. Zijn levenswerk wordt opgeroepen in een documentaire retrospectieve die tot 20 mei loopt. In de rubriek 'Plastisch' leest u de toespraken die Tony Oost en Leen Van Dijck bij de vernissage hielden.

*

Naar aanleiding van de jongste aflevering van Furore (een tijdschrift dat van een 'verrukkelijke moedwilligheid' getuigt, aldus Willem Frederik Hermans) heeft Guido Lauwaert het over Willem Elsschot en Le Ballon rouge, 'de mooiste kinderfilm'. Een geschikte gelegenheid om het gedicht 'Behalve het hunne' uit de pregnante en zo elegant vormgegeven bundel Arrondissementen van Bert Bevers te lichten (Bergen op Zoom, Kleinood & Grootzeer, 2011).

Inhoud

Necrologisch

Eugène van Itterbeek

Gedicht

Bert BEVERS, Behalve het hunne

Plastisch

Tony OOST en Leen VAN DIJCK, Frank Ivo van Damme, een boeiend verhaal...

Bert BEVERS, Ook gij hoort bij ons: Propaganda-affiches 1941-1944; Colonel Baxter's Dutch Safari

Film

Willem Elsschot en Le Ballon rouge, 'de mooiste kinderfilm'

Door de leesbril bekeken

Ben Klein alive and kicking ; De Leeswolf : Dirk van Bastelaere over Jan de Roek ; Patrick Auwelaert bespreekt de jongste bundel van Hendrik Carette in Kunsttijdschrift Vlaanderen ; Hendrik Carette over Leonard Nolens in 't Pallieterke ; Jaarboek Joris van Severen.

Column

Bert BEVERS, Van op een afstand. Godsdienst in Nederland

Achteruitkijkspiegel

Henri-Floris JESPERS, Bibliotheekkunde (I) : 'Beware the man of one book'

Partager cet article
Repost0
1 mai 2012 2 01 /05 /mai /2012 23:45

VanItterbeekRoemenie.jpg

Eugène van Itterbeek, 2011

'Poëziepromotor Eugène Van Itterbeek overleden. De Vlaamse auteur, essayist en vertaler Eugène Van Itterbeek is op 78-jarige leeftijd overleden in Sibiu in Roemenië. Hij was vooral bekend als enthousiast promotor van de poëzie, als directeur van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie en organisator van het Europees Poëziefestival", aldus een al te korte notitie in De Standaard.

Eugène van Itterbeek (voluit Eugenius Renerius Maria Gerardus Van Itterbeek, 21 januari 1934-24 april 2012), studeerde Rechten en Romaanse filologie aan de KUL (1950-1957) en, doctor in de rechten, promoveerde hij in 1966 op het proefschrift Socialisme et poésie chez Péguy: de la Jeanne d'Arc à l'affaire Dreyfus(1966) tot doctor in de letteren aan de Universiteit te Leiden. Hij werd als CVP-er schepen van Cultuur, Onderwijs en Sport (1970-1976) te Kessel-Lo en adviseur op de kabinet van Eerste-Minister Gaston Eyskens (1969-1971). In 1976 kwam Van Itterbeek in Leuven voor de VU op en werd gemeenteraadslid tot 1988. Hij was professor emeritus van de universiteit Lucian Blaga te Sibiu (Roemenië).

*

In september 1959 werd Van Itterbeek leraar Frans aan het Koninklijk Atheneum te Genk en enkele maanden later aan de Rijksmiddelbareschool te Hasselt. Collega's waren Herman Cluytens (mede-oprichter van het opzienbarende kritische tijdschrift Bok), Wim Offeciers (°1934, de latere wetenschapsjournalist), romancier Jan van den Weghe (1920-1988), dichter Jan de Roek (1941-1971) en graficus en schilder Marcel Boon (1938-2011, stichter in 1972 van het Rhok, het Rijkscentrum voor Hoger Kunstonderwijs – thans Instituut voor Beeldende Kunst van de Vlaamse Gemeenschap – waarvan hij directeur bleef tot 1997). Van Itterbeek ontplooide een onvermoeibare activiteit als criticus: lid van de hoofdredactie van Kultuurleven, redacteur van Kreatief, medewerker aan Dietsche Warandeen Belfort, Raam, Feuillets mensuels de l'Amitié Charles Péguy, Le Monde, Synthèses, Archipel, Dialogues francophones, De Nieuwe, De Haagse Courant,De Standaard  en Wij, lid van de redactieraad van Septentrion, rubriekleider bij de Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur. Vanaf januari 1968 was hij werkzaam op het Ministerie van Nederlandse Cultuur.

Van Itterbeek doceerde een jaar moderne Franse letterkunde aan de Sint-Ignatiusfaculteiten te Antwerpen, was lid van de Nationale Unesco-commissie van België en secretaris (1968-1972) van de VVL (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen). Van 1985 tot 1992 was Van Itterbeek ook voorzitter van de VWKT (Vereniging van Wetenschappelijke en Kulturele Tijdschriften, en in 1989-1990 vice-voorzitter van de sectie 'culturele vorming' van de Raad van Culturele adviseurs bij de Europese Unie en mederedacteur van het eindrapport.

In 1971 richtte Eugène van Itterbeek de Leuvense Schrijversaktie op en in 1979 de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie. Met Jos Stroobants (°1948) lanceerde hij de Europese poëziefestivals (1979-1994). Algemeen secretaris Van Itterbeek was niet alleen een gepassionneerd poëziekenner, maar ook een 'Weltmann' die wist hoe zich doeltreffend te omringen: erevoorzitter van het Europees Poëziefestival was Hendrik Brugmans, ererector van het Europacollege; Minister van Staat en oud-premier Gaston Eyskens was voorzitter van het Beschermcomité en het voorzitterschap werd waargenomen door de internationaal gewaardeerde hoogleraar Emma Vorlat, de eerste vrouw die belangrijke bestuurlijke functies waarnam aan de KUL.

Onder auspiciën van die verenigingen bezorgde hoofdredacteur Van Itterbeek de Leuvense Cahiers, het tijdschrift (Pi)  en de Leuvense Letters,samen goed (naar voorzichtige schatting) voor zowat tweehonderd nummers. Die meertalige publicaties, waarin bekende buitenlandse dichters voor de eerste keer in Nederlandse vertaling aan bod kwamen, blijven tot op heden een vruchtbare Fundgrube.

TSpi.jpg

Zowel Geert van Istendael (°1947) als Mark van den Hoof (°1946) debuteerden bij de Leuvense Schrijversaktie – de eerste in 1978 met Bomen wijzen niet maar wuiven, de tweede in 1980 met Destrikken uitgezet. Gedichten 1968-1978.

*

Op en warme zomerdag in 1991 arriveerde Van Itterbeek in Sibiu ofte Hermannstadt. In de tijd dat er nog geen landen met grenzen bestonden, nestelde een omvangrijke Saksische gemeenschap zich in Transsylvanië. In de Roemeense steden Brasov, Sighisoara en Sibiu ofte Kronstadt, Schässburg en Hermannstadt. woonden Duitsers en Roemenen door elkaar, net als in veel omringende dorpen. 'In Sibiu voel je de kracht van het verleden', poneerde Van Itterbeek in een gesprek met Olaf Tempelman.

'Ik vond hier nog verse bronnen van onze civilisatie. Spiritueel, cultureel. Bronnen die bij ons overspoeld zijn. West-Europa raakt steeds meer van zijn wortels afgesneden. Wat daar overblijft, is banaliteit. Want zonder het verleden ben je niets. Je bladert in een boek waarvan je de lettertekens niet meer kunt ontcijferen. Hier leven en werken. Het is niet om iets te vinden, maar om iets terug te vinden.'

In datzelfde jaar 1991 stichtte hij in Sibiu het Europees Centrum voor poëzie en culturele dialoog Oost-West 'Constantin Noica' op, genaamd naar de filosoof, essayist en dichter (1909-1987).

Mede door persoonlijke levensomstandigheden, een groeiende afkeer van de Belgische en Vlaamse samenleving en een geestelijke omslag, vestigde Eugène van Itterbeek zich in 1994 definitief in Roemenië. Hij werd hoogleraar Franse letteren aan de Lucian Blaga Universiteit van Sibiu, waar hij een centrum Nederlandse studies oprichtte en ereburger van Rãşinari, het geboortedorp van Emil Cioran (1911-1995) de filosoof in wiens werk hij zich verdiepte.

Eugène van Itterbeek overleed na een slepende ziekte in het Carl Wolff ziekenhuis te Sibiu op 24 april 2012. De begrafenis vond gisteren plaats in intieme kring in te Cisnadioara (Michelsberg).

Ingrata patria, ne ossa quidem mea habebis...

*

Eugène was geen vriend, wel een weggenoot op afstand (en wij hadden bovendien gemeenschappelijke vrienden). In de jaren zestig en begin zeventig volgde ik zijn knappe bijdragen over Franse literatuur op de voet. We deelden immers een voorkeur voor zo uiteenlopende schrijvers als o.m. Alain Bosquet, Julien Green, Henry de Montherlant, Alain Robbe-Grillet en Saint-John Perse. Een paar keer samen we in panels over cultuur- en uitgavebeleid, en ik werkte mee aan Poëzie in de stad.

PoezieindeStadVI.jpg

Ik moet eerlijk zeggen dat ik de poëzie van Eugène nauwelijks ken. Alain Bosquet (1919-1998), kenner bij uitstek, schreef hem destijds: 'Je trouve tes poèmes étonnement véhéments, forts et persuasifs. Il y a là une conviction spirituelle profonde, rare de nos jours.'

Af en toe raadpleeg ik nog wel essays van hem die ik in mijn bibliotheek koester: Hedendaagse Franse letterkunde (1964), Spreken en zwijgen (1965), Socialisme et poésie chez Charles Péguy (1966), Actuelen (1968), Tekens van leven (1969), Daad en beschouwing (1972), Een eeuw Péguy (1973), Wij zullen U niet zien, Lichtende vrede (1976), Aktuelen 2 (1977), Het Vlaanderen van morgen (1978).

Meer over Eugène van Itterbeek, Erik van Ruysbeek en de ervaring van de afgrond (die Eugène's keuze voor Roemenië niet vreemd is...) in een volgende aflevering ter attentie van de abonnees op het tijdschrift Mededelingen van het CDR.

*

Ik hoop dat een gedreven vorser zich spoedig zal vastbijten in de bibliografie van de veelzijdige Eugène van Itterbeek, voorwaar geen sinecure. Bovendien dient ook nog de (beschamende) geschiedenis geschreven te worden van de Internationale Biënnale voor Poëzie te Knokke (die in het kader van een totaal verkeerd begrepen zogeheten Vlaamse autonomie naar Luik 'verbannen' werd) en van de machtsstrijd tussen de Leuvense Schrijversaktie en het Poëziecentrum te Gent.

Henri-Floris JESPERS

Te raadplegen:

Fernand AUWERA, Geen daden maar woorden, Antwerpen/Utrecht, Standaard Uitgeverij, pp. 53-61.

Ivo A. DEKONING, Schrijvend over Leuven, Erfgoedcel Leuven & Uitgeverij P, 2005, pp. 71-73.

Een recent artikel met video-interview (in het Roemeens):

http://www.gandul.info/de-ce-iubesc-romania/de-ce-iubesc-romania-extraordinarul-drum-al-unui-intelectual-belgian-acasa-la-profesorul-van-itterbeek-vecinul-nostru-din-cisnadioara-video-8929921
Verder o.m.

http://frankdespriet.blogspot.com/2012/04/eugene-van-itterbeek.html

http://frankdespriet.blogspot.com/

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/609119/2001/12/22/Sibiu-bij-nacht.dhtml

http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2844/Archief/archief/article/detail/699975/2004/01/12/Een-prachtig-feest.dhtml

Partager cet article
Repost0
30 avril 2012 1 30 /04 /avril /2012 17:02

 

Zaterdag 5 mei tweede Poeziënacht in Brugge. Maandag 30 april vierde Nacht van de Powezie in Antwerpen. Mijne heren, Uwe vrouwen, kan het niet wat minder? Wordt het niet stilaan tijd om de bakens te verzetten? Jaarlijks een NvdP, of twee op een jaar, zoals dit jaar het geval is, kan niet goed zijn voor de poëzie. De dichter mag er dan financieel beter van worden, moreel gezien verliest hij aan waarde. Hij moet niet op voetstuk gezet worden, maar evenmin moet hij van bedevaartsoord naar bedevaartsoord gevoerd worden, om daar te springen door een brandende deur, na het klakken van de zweep van de dompteur.

 

Wat heb ik aangericht? De ene Nacht is nog niet verteerd of een andere wordt al geserveerd. Let wel, ik heb niets tegen een Nacht, gelijkend op zijn oermodel uit 1973. Na Gewenste Intimiteiten van de directeur van Knack, op geestelijke vlak althans, ging ik zelf overstag. Onder druk van een leger dokters, onder leiding van professor Guido Van Nooten, indertijd Hoofd Hartchirurgie van het UZ, trok ik mij evenwel terug uit de keuken van de organisatie en gaf mes en vork door aan Michaël Vandebril. Hij werd de chefkok. Tijdens de eerste evaluatie nadat de strijd gestreden was, zei hij, tussen twee kostenplaatjes door, dat hij er niet aan dacht in 2012 een zesde te organiseren. Daarmee zat Michaël op dezelfde lijn van de oorspronkelijke initiatiefnemer: een NvdP wordt georganiseerd als tijd en plaats geschikt zijn. Dus, een zesde zal er niet komen. Aan klonen echter geen gebrek. Gevaar dreigt. Gewoonte verwekt gewenning, gewenning kweekt zuur en zuur verzuurt drank en spijs, als er niet zuinig mee wordt omgesprongen.

 

Afijn, vrijheid blijheid. In Antwerpen [29 april] zal ik er niet bij zijn. Naar verluidt heeft de organisator, de antistresspoweet Erwin Vanmassenhove, hou je vast aan de takken van het gras, 111 dichters geprogrammeerd. Ruim de helft, volgens een bevriende dichter, kwaakt shit, maar er zijn wel een dozijn steengoede, waarvan sommigen zo goed als onbekend, en dus onbemind zijn. En wie niet bemind is haalt de media niet. Nu al doet de ronde dat het daar op de vierde Nacht van de Powezie een complete chaos zal zijn. Kijk, dat is dan weer de charme van het chanson. Want al te vaak zijn poëzieavonden keurig, al te keurig. Keurigheid is voor gereformeerden en komt door een moeilijke stoelgang. De Antwerpse versie van de NvdP afficheert zich als ‘Creatieve Energie-editie’. Jezus op een motorfiets! Was ik twintig jaar jonger, zou je mij in battledress aanwezig zien.

Alle 111 dichters opsommen zou gekkenwerk zijn. Enkele namen toch. Ze geven al aan wat een gekkenhuis het daar zal worden: Vitalski, Didi de Paris, Stijn Vranken, Andy Fierens. Maar ook Boomknuffelaar, Oersprong, MC Letterfretter. De toegangsprijs is 4 neuro [geen tikfout!].

 

In Brugge zal u mij wel kunnen aanschouwen. Omdat de organisator het beleefd gevraagd heeft. Mij is verzocht gedurende een kwartier gedichten te kwelen uit mijn Dode Dichters Draaimolen. Wie me die avond, pardon, die nacht vriendelijk aanspreekt krijgt een bon waarmee hij de bloemlezing ‘Mijn tweede stem’ kan gaan afhalen [zolang de voorraad strekt en mits hij/zij een andere bundel koopt] aan de poëziestand, bemand door de mensen van het Poëziecentrum. De uittredende directeur zal er niet bij zijn. Willy Tibergien heeft een poëtische geslachtsziekte. Geen gedicht brengt verlichting. Leonard Nolens zal er wel zijn, net als Remco Campert, niet alleen steengoede dichters maar ook schatten van mensen. Nuchter of dronken. Verder the usual suspects, aangevuld met muziekgroepen van de bovenste plank en performers uit de onderste schuif. Nog enkele namen om niet bemind maar toch bevriend te blijven: Stefan Hertmans, Paul Bogaert, Delphine Lecompte [die zichzelf heeft moeten opdringen, volgens de wandelgangen en zijn goede bronnen], Maud Vanhauwaert, Lies Van Gasse, Charlotte Mutsaers, Michaël Vandebril. Mooie jongens, prachtige vrouwen, en allemaal met hun beste stem.

 

Voor de duidelijkheid nog dit: ik wens beide initiatieven full house en een pracht van een nacht. Ze verschillen totaal van aard en toch dienen ze één meester: liefde voor de poëzie en een hart voor de dichter [m/v], of hij nu met zijn tenen schildert dan wel met zijn mond.

Zo, mijn steentje heb ik, dacht ik, bijgedragen aan de promotie van beide initiatieven. Poëzie ligt me na aan het hart, maar het draaien van de hendel van de grammofoon heb ik wel gehad. Voortaan moet men bij anderen aankloppen. Verstaan?

Guido LAUWAERT

www.nachtvandepowezie.eebly.com

www.poezienachtbrugge.be

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche