Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
19 juin 2012 2 19 /06 /juin /2012 10:00

 

Vitalski--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
13 juin 2012 3 13 /06 /juin /2012 12:00

 

IngelsFierensToernee.jpg

De Nieuwe Antwerpenaar, nr. 65, 1 juni 2012, p. 35

Van morgen af tot 1 december zetten Maarten Inghels (°1988) en Andy Fierens (°1976) de bloemetjes buiten in Antwerpen. Ze nemen belangstellenden met Tournee Literair mee op een stadswandeling die tegelijkertijd een literaire performance is. Ze trekken door de Consciencebuurt en houden halt bij een aantal cafés die schrijvers vaak frequenteerden.

En passant raken de twee gidsende auteurs ook een heet hangijzer aan: het verval van de authentieke, volkse horecacultuur in de Antwerpse binnenstad, die een grote bijdrage leverde aan het cultuurleven.

Ik ben zo geen fanatieke lezer van De Nieuwe Antwerpenaar, het tweewekelijkse blad dat ik gratis in de bus krijg. Ik stelde wel met voldoening vast dat Tournee Literair in de jongste aflevering een volle pagina kreeg. In een vraaggesprek met Nathalie Allard verduidelijkt Maarten Inghels: 'We komen ook langs plekken war nu geen café meer is. Vroeger was er in deze buurt het legendarische café Vecu. Daar stond dichter Hugues Pernath achter de toog.' Het clublokaal van de Vereniging voor Europese Cultuuruitwisseling was geen café – en heeft al evenmin iets te maken met de 'volkse horecacultuur'. Dat Pernath 'achter de toog stond' is een blunder die ik liever op rekening van de redactrice schrijf dan op die van dichter Inghels... Wandelend langs de Moriaanstraat heeft een stadsgids wel jarenlang stellig verkondigd dat Hugues in VECU zelfmoord pleegde...

Dat Tournee Literair mag rekenen op mediabelangstelling is zonder meer verheugend. Ik mis wel enige verwijzing naar onder meer het Rubenshof (Groenplaats), 't Tafeltje rond (Gildekamerstraat) of Die Blauwe Ganse (Vlasmarkt).

*

Michiel Leen mocht alvast even meelopen.Op 11 juni bracht hij verslag uit op knack.be. Hij onderstreept dat er heel wat kroegen verdwenen zijn, maar dat Quinten Matsys bewaard bleef, het café dat inderdaad als lokmiddel zijn gevel tooit met de portretten van Elsschot en Van Ostaijen. 'Hoe Jos Vandeloo’s beeltenis de kleppers op de voorgevel is kunnen komen vervoegen, is een raadsel' aldus Michiel Leen, die blijkbaar onwetend is over het feit dat de Quinten het stamlokaal was van de Sociëteit van Vlaanderen...

De beeltenis van Jos Vandeloo is meer dan terecht, die van Paul van Ostaijen veel bedenkelijker... Dat is en ander verhaal.

HFJ

Het artikel van Michiel Leen is te lezen op

http://www.knack.be/nieuws/boeken/reportage/op-literaire-kroegentocht-met-andy-fierens-en-maarten-inghels/article-4000114607008.htm

 

VONK & Zonen

TICKETS (7 €)
Info Cultuur Antwerpen
Grote Markt 13 – 2000 Antwerpen
T 03 338 95 85
24u/24u online ticketverkoop: www.infocultuur.be

Partager cet article
Repost0
12 juin 2012 2 12 /06 /juin /2012 10:00

 

Jess-De-Gruyter--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie:www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
9 juin 2012 6 09 /06 /juin /2012 20:43

 

ArkPHH

Foto: Jan Scheirs

De naam van de 62ste laureaat werd gegrift in de sokkel van de Ark van het Vrije Woord, het kunstobject ontworpen door Jozef Cantré dat jaarlijks publiekelijk getoond wordt bij de uitreiking van de prijs. Laureaat Peter Holvoet-Hanssen werd namens het Arkcomité als volgt toegesproken door ondervoorzitter Lukas De Vos.

 

De Arkprijs is een gevaarlijk ding. Je eindigt in het grote geld, de politiek of nog erger. Christine Van Broeckhoven, winnares in 2005, krijgt een internationale prijs in de schoot geworpen, van 250.000 dollar. Marleen Temmerman kreeg de Arkprijs het jaar daarop. En het geschiedde: senator, en gisteren weggepromoveerd naar de Wereldgezondheidsorganisatie.

Peter Holvoet-Hanssen dreigt dezelfde weg op te gaan. Met één voet staat hij al in de politiek, met zijn adagium:

Et ceterum censeo Navonem esse delendam.

En overigens ben ik van mening dat de NAVO afgeschaft moet worden.

Het klinkt vreemd om een dichter deze mantra te horen afdraaien – in een opiniestuk met zijn maatje Elvis Peeters in De Morgen, in zijn tekst die hij voor de brochure van de Arkprijs pleegde. Want Peter Holvoet-Hanssen is geen barricadenman. Hooguit een dartele nar die de goegemeente en de machtigen der aarde uitlacht. Er zit niks kwaadaardigs in zijn politieke stellingnames, maar “een gek zegt al lachend de waarheid”. Dat is de taak van de dichter: aantonen dat macht een bubbel is, dat macht corrumpeert, dat macht opgeblazenheid is die teert op de goedgelovigheid van slaafse volgelingen. Een bubbel die barst als de menigte beseft dat de keizer in zijn blootje staat. Dan klappen de banken in, dan storten dictaturen in, dan verbergt het uniform niet langer de schriele naaktheid. De dichter is een lieflijke anarchist. De dichter is een aspirine. De dichter is helder als kristal, rechtlijnig als een kind.

Dichten is kapen. Kapen is de rijkdommen van de taal veroveren, met instemming van de uiteindelijke opdrachtgever: de lezer. Kapen is ook een kaap ronden, een rots omzeilen om nieuwe horizonten te verkennen en nieuwe werelden te ontdekken. De Piet Hein van alle Vlaamse dichters is Peter Holvoet-Hanssen. Een man die een vrijbrief afdwong van het Antwerps Stadsbestuur om eigengereid die taal om te zetten in liederlijke, naïeve, opwekkende, opruiende, zangerige teksten vol Sehnsucht, verlangen naar de eindeloosheid van zee en zien, heimwee naar grenzeloosheid, vol uitzicht op de mensen van op de transen, de kerktorens, het kraaiennest. Kleine mensen van zo hoog, en die zijn Peter Holvoet-Hanssen dierbaar. Want dichten is ook, en vooral, zich ontdoen van de ketenen waarmee de dagelijkse on-taal ons verstikt, zich als een lenige Houdini losmaken uit schijnbaar onontwarbare knopen die de bewegingsvrijheid aan banden leggen. Uit de Dwangbuis van Houdini, zoals zijn eerste bundel uit 1998 heette. Vrijheid, zelfbeschikking, verovering, ontworsteling, dat is de zucht van de bewuste mens, en in volle hevigheid, van de dichter.

Ik lees bij Peter Holvoet-Hanssen geen versteende, geatrofieerde woorden, geen valse want omgeturnde begrippen, geen verengende taal die autoritaire regimes opleggen, of ze nu uit de ideologie of uit de bedrijfswereld komen. Niemand zal schunnige, immorele woorden ontdekken als ‘meerwaarde’, ‘een nieuwe uitdaging aangaan’, ‘stijlvol naakt’, ‘doelstellingen’, ‘evaluatie’, ‘functioneringsgesprek’, ‘herstructureren’, ‘afvloeien’, ‘delokalisering’, ‘human resources’ en dies meer – waar gewoon bedoeld wordt (en ik zeg het wijlen Chris Borms na): ‘nuttige idioot’, ‘ontslag na ruzie’, ‘blootfoto’, ‘verplichtingen’, ‘afkeer’, ‘loonverlies’, ‘afdanken’, ‘op de keien gooien’, ‘bedrijfssluiting’, ‘werkvolk’. En dies meer dus. Kapitalisme heet gewoon de macht van de rijke stinkers, Gezag heet onderdrukking. De laatste borstwering tegen die verfoeilijke taalvervuiling werpt de dichter op. En daarin is Peter Holvoet-Hanssen de lichtmatroos. En de schout-bij-nacht. Boeg en poep, spriet en kiel houdt hij argeloos en nauwgezet in het oog. Peter Holvoet-Hanssen is een betrouwbare stuurman tussen de ijsbergen van het verziekte jargon dat de capitulatie voor het wilde vrijemarktsysteem heeft losgeweekt. De goochelaars, de tovenaars van wie hij schrijft:

Ik was de perfecte

aanpasser, oppasser in een mortuarium

 

Tegen die Medusa vecht hij, als Vulcanus in zijn onderaardse smidse (de geweldenaar, de geketende god in de bundel Strombolicchiouit 1999), als Jasoon om het Gulden Vlies, als David tegen Goliath, als Odysseus tegen de Cykloop Polyfemos, de “veeltalige” kannibaal. Zijn naam is Niemand, zijn daden het ultieme verzet tegen vlakschaving en onethische indoctrinatie. Drs. P doet dat ook, lichtvoetig en schijnbaar onnozel. Habakuk II de Balker noemt zich onbeschaamd en onbetamelijk landelijk en landerig. Leonard Nolens grauwt getormenteerd van de hem omringende verschraling, verwoestijning. En als Claude van de Berge de heraut is van mystieke kwetsbaarheid om de vloedgolf van hebzucht en woeker te stuiten, dan is Peter Holvoet-Hanssen tegelijk zijn kompaan en zijn tegenpool: als meest exuberante, meest uitgesproken agent provocateur in een stugge wereld van geboden, verboden, afpersing, en nieuwe slavernij. Peter Holvoet-Hanssen is meer dan een tedere anarchist. Hij is, zoals de grote Lucebert ooit schreef, ook “de schielijke oplichter der liefde”, “niets dan de omroeper van oproer” (‘School der Poëzie’, in Apocrief, 1952).

Want wie is er bang voor gevoelens ? Wie is er bang voor doorzichtigheid ? Wie is er bang voor zijn eigen woorden en zijn eigen schaduw ? Wie is er bang voor vormelijkheden ? Niet, nooit, de dichter. Het deed me daarom afgrijselijk veel plezier het aprilnummer toe te krijgen van Stripgids, gewijd aan hét genre voor kinderen van 7 tot 77. En dat opent met “Kuifje in Oostende”, getekend door Luk Cromheecke, op tekst van het gelijknamige gedicht uit Navagio door onze voormalige Stadsomroeper. Peter Holvoet-Hanssen kent zijn klassiekers. In amper vier horizontale kolommen, goed voor acht prentjes, vatten de Vrolijke Heren de hele kunstgeschiedenis van de Koninklijke badstad samen, heel Ensoriaans, maar niet zonder eerbied voor de klassiekers van de verbeelding: het laatste prentje bevat een lege zee, in rood daglicht (de bovenste rijen zijn in nachtblauw gezet), één schip aan de einder, twee wolkjes, en de bevestiging van het Vlaamse surrealisme: “De Grrrote Krrraakvis mag me krrraken !”. Het zegt u allicht niets, maar het komt uit Hergés De Schat van Scharlaken Rackham(1944). Scharlaken Rackam is een zeeschuimer, geen kaper. Hij had in de vorige aflevering, Het Geheim van de Eenhoorn (1943), het gelijknamige fregat van François Ridder Haddoque, De Eenhoorn, geënterd en veroverd, en “de wimpel ‘zonder kwartier’ gehesen” – geen genade voor gewonden of overlevenden, gewoon de zee in gekieperd voor haai, kabeljauwskelder en reuzenachtarm, de mytische Kraken. Op een onbestemd eilandje van de Antillen zou in 1698 Hadoque, de illustere voorvader van kapitein Haddock en kapitein van De Eenhoorn die hij zelf opblies, zijn schatten verborgen hebben. Papegaaien hebben er de legendarische stroom verwensingen en vervloekingen van de Haddocks van generatie op generatie overdragen. Geleend van de vaste krachtterm die de ridder al in de Eenhoorn gebruikte, terwijl hij zich uit zijn boeien losmaakt aan de bezaansmast. Iedereen papegaai ! Ik bedoel maar: wie het kleine niet eert, wie geen dichter wil zijn in Story, De Morgen, of aan de Boerentoren, moet niet hoog van die toren blazen, als het volk hem niet begrijpt of volgt.

Peter Holvoet-Hanssen draait er zijn hand niet voor om. Performance, troebadoerslied voor de Esterellatoren van de Antwerpse kathedraal, voorleessessies op de Boekenbeurs (liefst voor de jeugd, waaraan zijn kaperskapiteinse Noëlla Elpers meeturft, jeugdschrijfster, muze en mede-oprichtster van het Kapersnest in Berchem, van waaruit Holvoet-Hanssen sinds 1994 zijn dreunende verzen de wereld instuurt), loftuitingen op de zee (met name in Het Visserijblad van Oostende, waarin hij zelfs mij als Lorelei kon lokken), tentoonstellingen, straattoneel, poëzie en proza: Peter Holvoet-Hanssen is een omnivoor, maar ook een brisantbom, voor iedereen. Hij kielhaalt zonder schroom het verstijvende taalgebruik en dus het onzindelijk afstappen van vrij denken. Holvoet-Hanssen is de verpersoonlijking van wat de mens moet zijn, en ik citeer uit zijn meesterwerk De Vliegende Monnik: “Wij waren blij dat we bijeengehouden werden door huid en botten, omdat onze gedachten bij het minste gingen vliegen. Zonder omhulsel zou er al vlug een bordje hangen: niemand thuis”. Zijn eigen parcours vat hij in Antwerpen/Oostende: “Als dichter ben ik een vrije geest in een beweeglijk taaluniversum. En de wereld in al zijn verschijningsvormen waait door mijn poëzie. Ik ben nomadisch, niet statisch van nature. Ik dans, speel; zing en schiet een onverwachte richting uit en dat is soms een richting die niet iedereen zint of aanvoelt”.

De keuze voor de zee ligt daarom voor de hand. Stromingen, opgezweepte golven, grenzeloosheid, verschietende einders – alleen daar kan de echte dichter zich thuisvoelen. Into the great wide open, noemt Tom Petty dat. Grenzenloze ballingschap die aan vreugde grenst. Holvoet-Hanssen had zijn excommunicatie al lang voorvoeld in de dialoog tussen de (diabolische) Inquisiteur en de Kardinaal (De Vliegende Monnik: 75): “Uw ‘ezeltje’” (pater ‘Asielland’ of Jozef van Concertino) “Verstoort de concentratie van de monniken” (hij zweeft boven de hoofden met zijn aanzienlijk klokkenspel). “En nog steeds blijft hij volk trekken. De Kerk moet volk trekken, niet een luchtacrobaat”.

Anders, maar simpel gezegd: de academisten weten niet goed weg met een man die spontaan zijn voeten veegt aan genres, geplogenheden, het literaire kanon, en klasseerbare structuur. Holvoet-Hanssen heeft zichzelf nochtans perfect omschreven: het mannetje in bruine zeep, Reynaert de vos, de dichter is een vis. De gladjanus.

Destijds staken schavuiten pektonnen aan op het strand bij nacht en ontij om argeloze karvelen op zandbanken tot schipbreuk te lokken. Jutten was toen een even toevalsgericht als rijkelijk tijdverdrijf. De hedendaagse dichter die tot dat inzicht komt – en daar reken ik Peter Holvoet-Hanssen toe – wéét dat hij niet weet, maar teert op de hebzucht van anderen, op het vernauwde winstbejag van verbeeldingloze kooplui. De dichter maakt zich ook geen zorgen over de toekomst, hij roostert de dag, hij windt wat hij vindt, hij plundert wat te pletter slaat op de grenzen van het nut, van het menselijk herleidbare: het rif, de rots, de pier, de scheer. Dat geldt ook voor de taal: zij versplintert op het fatsoen, de inhibities, de censuur, de schroom. De dichter wordt een kaper die doelbewust een vrijgeleide zoekt om de grenzen van het herkenbare te slechten, om schaamteloos te enteren wat zich in zijn gezichtsveld waagt, wat ongeordend aanspoelt. Om te slingeren van want naar want, en kleinoden te veroveren: vrouwen, edelstenen, fusten wijn en rum, de schat van Scharlaken Rackham. Uitbreken als dagelijkse oefening, zoals in ‘Gedicht van Ontluistering’:

 

Alzo sprak de bewierookte: ‘Ik zag een hol een kluizenaar uitbraken,

hoorde het een zucht van verlichting slaken. Een aquanaut

die vergeefs probeerde zijn leven te vullen door het leeg te laten

lopen, door te stoten naar hogere sferen. Hij daagde Lucifer uit en

is verzopen. Waai over het water en de storm luwt’.

 

Die vluchtigheid, die afhankelijkheid, die onthechtingspoging. Niet de kluizenaar is verlicht, maar zijn kooi. Niet de kennisverwerving geeft voldoening, maar de leegte. Niet het licht geeft bescherming als een Sint-Elmo’s vuur, maar Jethro Tull’s aqualung, de kieuwlong, de coelacanth die tegengestelde, afgescheiden werelden, zee en land, water en lucht kan overbruggen. Maar de mensen zijn ziende blind, en doofstom. Zij beschouwen de dichter als een zonderling. Zij houden hem voor de obligate hofnar, die hun dagelijkse beslommeringen moet doen vergeten. Want

 

Stink maar mensen, ’s nachts schijnt de zon toch voort

Proberen niet te creperen bevend voor de tang der zee.

 

Het engagement van Peter Holvoet-Hanssen keert zich nadrukkelijk tegen wie dergelijke beeldspraak niet wenst op te nemen. De cijferaars dus. De managers. De projectontwikkelaars. Om die reden maakt ook ook hij deel uit van ‘The Lappersfort Poets Society’.

De dichter Peter Holvoet-Hanssen is een minstreel. Hij grijpt elke gebeurtenis aan om er een ballade uit te puren. Hij trekt zich terug op zijn eiland om zijn geluk te tellen, zijn vrouw, zijn duiten, zijn adem, zijn horizon.

Het schip van de dichter liep dan wel averij op in de loop der jaren, het voer niettemin zinkend voort. En wat water maakt blijft leven. Alleen het schip van de woestijn droogt uit tot relict, tot botten geschroeid en verweerd door de ongenaakbare zon. Het vlot van de Medusa, kannibalistisch wrakhout dat het mag zijn, draagt leven over. En de mens is leep genoeg om zelfs de duivel, al dan niet van de diepzee, te belazeren. In ‘De Hond van de Duivelsbrug’ uit Strombolicchiogeeft ‘Nieuwjaarsdag’ de ultieme kunstgreep van de dichter aan.

In “En nu poëzie. Voor mens en hond”, verluidt het:

En voor de hond van de Ponte della Maddalena.

De duivel bouwde de brug in ruil voor de eerste ziel die zou oversteken. Het dorp stuurde de trouwe Borgo”.

De mens wringt zich uit zijn keurslijf. De hond ontglipt de dwangbuis. En de rest van de kosmos is een neus gezet. Nu de NAVO nog.

Lukas DE VOS

OostendeAntwerpen.jpg

*

Het Arkcomité van het Vrije Woord werd opgericht door Willy Calewaert (+), Walter Debrock (+), Marc Galle (+), Henri-Floris Jespers, Herman Liebaers (+), Karel van Miert (+), Maurits Naessens (+), Willy Vaerewijck (+), Eddy van Vliet (+), Lukas De Vos en Julien Weverbergh.

De Ark wordt bewaard door het Letterenhuis te Antwerpen.


http://mededelingen.over-blog.com/article-arkprijs-2012-peter-holvoet-hanssen-is-meer-dan-een-tedere-anarchist-106622807.html

Partager cet article
Repost0
8 juin 2012 5 08 /06 /juin /2012 18:17

 

ArkprijsTjokvol.jpg

De statige kapel van De Zwarte Panter was tjokvol, gisterenavond, bij de uitreiking van de 62ste Arkprijs van het Vrije Woord.

In zijn beknopt welkomstwoord gaf voorzitter Raymond Detrez toe dat er in de loop der jaren in de pers kritiek is geweest op de keuzes die het Arkcomité maakte.'Maar geruststellend was dat er binnen het Arkcomité zelf altijd veel meer kritiek werd geuit dan erbuiten. Als je je na tweeënzestig jaar nog steeds afvraagt of je wel goed bezig bent, dan ben je eigenlijk goed bezig.'

MonDetrez.jpg

Hij onderstreepte dat met de keuze van Peter Holvoet-Hanssen het comité nogmaals duidelijk maakt waar de Arkprijs voor staat: intellectuele vrijheid, artistieke creativiteit en maatschappelijk engagement.

'Zijn naam is Niemand, zijn daden het ultieme verzet tegen vlakschaving en onethische indoctrinatie', aldus lofredenaar Lukas De Vos over laureaat Peter Holvoet-Hanssen.

LukasDeVos.jpg

 

'Drs. P doet dat ook, lichtvoetig en schijnbaar onnozel. Habakuk II de Balker noemt zich onbeschaamd en onbetamelijk landelijk en landerig. Leonard Nolens grauwt getormenteerd van de hem omringende verschraling, verwoestijning. En als Claude van de Berge de heraut is van mystieke kwetsbaarheid om de vloedgolf van hebzucht en woeker te stuiten, dan is Peter Holvoet-Hanssen tegelijk zijn kompaan en zijn tegenpool: als meest exuberante, meest uitgesproken agent provocateur in een stugge wereld van geboden, verboden, afpersing, en nieuwe slavernij. Peter Holvoet-Hanssen is meer dan een tedere anarchist. Hij is, zoals de grote Lucebert ooit schreef, ook “de schielijke oplichter der liefde”, “niets dan de omroeper van oproer”'.

ArkorijsPHHdankt.jpg

In zijn uitvoerig dankwoord bespeelde PHH moeiteloos het hele gamma van zijn veelzijdig associatief en verhalend talent. Wie met het het oeuvre en het mentale universum van de dichter enigszins vertrouwd is, zal het niet verwonderen dat hij de gelegenheid greep om zijn speech open te stellen voor andere stemmen. Hij citeerde de gedenkwaardige Arkprijstoespraak (1972) van Marcel van Maele, waarvan geen woord verouderd is (zie: http://mededelingen.over-blog.com/article-26822132.html (Marcel van Maele wandelt trouwens discreet maar niet minder dwingend door de hele speech van PHH.) Bovendien zorgde PHH voor een live optreden van Flor Vandekeckhove, uitgever van Het Vrije Visserijblad en Elvis Peeters.

Tot slot las PHH het gedicht 'O Captain! My Captain!' van Walt Whitman voor. Hij werd daarbij begeleid, neen, hij deed dit in symbiose met, de Mexicaanse muzikant en componist Luiz Márquez, die gebruik maakt van verschillende autochtone muziekinstrumenten (en bovendien eigen instrumenten ontwerpt).

Dat was mijn kippenvelmoment... (en maakt alvast meer dan anderhalf uur staande naar toespraken luisteren zonder meer goed.)

Het werd een gedenkwaardige Arkviering. De aanwezigen zullen later trots kunnen getuigen: 'Ik was erbij'...

Meer dan zijn achtbare voorgangers heeft Peter Holvoet-Hanssen de functie van stadsdichter gevaloriseerd, verruimd, met vernieuwende dimensies verrijkt en met algehele inzet vervuld.

Hij verdient het voortaan formeel de titel te mogen dragen van ere-stadsdichter...

*

Tussen het talrijke publiek: René Broens, Jo Clauwaert, Leen van Dijk, Frieda van Dun, Noëlla Elpers, René Franken, Joris Gerits, Peter de Greef, Clara Haesaert, Henri-Floris Jespers, Carin Lampens, Pruts Lantsoght, Philippe Lemahieu, Mieke de Loof, Luc Pay, Adriaan Raemdonck, Dirk Rochtus, Jan Scheirs, Walter Soethoudt, Yves T'Sjoen, Linda Vinck, Ingrid van der Veken en Frank de Vos.

*

Onder redactie van Lukas De Vos gaven De Vrienden van de Zwarte Panter, met de steun van Philippe Lemahieu, een gelegenheidspublicatie, waarover meer in een volgende aflevering.

HFJ

Foto's: Jan Scheirs

Partager cet article
Repost0
7 juin 2012 4 07 /06 /juin /2012 10:00

 

Fernand-Auwera--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

Zie:www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
5 juin 2012 2 05 /06 /juin /2012 10:00

 

Andre-Sollie--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

Zie:www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
3 juin 2012 7 03 /06 /juin /2012 18:00

Lucienne-Stassaert--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
3 juin 2012 7 03 /06 /juin /2012 14:00

Reine-De-Pelseneer--foto-Bert-Bevers--copie-1.JPG

Foto: Bert Bevers

 

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
3 juin 2012 7 03 /06 /juin /2012 10:00

Alain-Germoz--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche