Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
6 juillet 2012 5 06 /07 /juillet /2012 14:38

 

Komrij.jpg

De wekkerradio slaat aan stipt om zeven uur. En het eerste wat ik hoor is het overlijden van Gerrit Komrij. Een vriend. Mijn lieve vriend. Even later zit ik in mijn bibliotheek en haal een dichtbundel van Gerrit te voorschijn: De os op  de  klokketoren. Uit 1981. Van voor de laatste spellingshervorming. Vandaar een rode golflijn onder het laatste woord van de titel op mijn scherm. Zoiets bracht hem altijd aan het lachen. De hervormingen die voor verwarring en eindeloze discussie zorgden. Daar hield hij van, verwarring en discussies. Verdwaalde hij in gedachten, schrok hij plots wakker en zei: ‘Laten we voor de verandering weer eens wat keet schoppen.’ Dan verzon hij een conflict. Moeilijk zoeken was het niet. Hij wist al heel vroeg dat Nederland zich kapot aan het lullen was. Het was één van de redenen waarom hij naar Portugal verhuisde. Dat gereformeerde, dat wars van elke emotie verzandt in eindeloze discussies, niet om tot een conclusie te komen, maar zuiver óm de discussie, daar walgde hij van, maar verwerkte die via een sardonische humor.

 

Als geen ander columnist heeft hij voor heibel in de literaire wereld gezorgd. Maar ook in de wereld van de politiek en de beeldende kunsten. Hij had op alles kritiek, niet uit leedvermaak, maar omdat hij nu eenmaal een levende encyclopedie was. Nooit, nooit in al zijn aanvallen, schuilde er wraak in zijn kritiek. Hij is in de eerste helft van zijn literaire carrière vernederd, voor een amateur gehouden. Ons kent ons, en hij hield zich ver van die ziekte. Bewust. Dat stoorde heel wat collega’s. Pas veel later, halverwege de jaren tachtig is het tij gekeerd. Werd hij toegelaten tot de school der schrijvers. Hij liet dat toe, maar bleef afstand bewaren. Alles wat hij deed kwam voort uit nieuwsgierigheid.

 

Daden en werken. Zijn bloemlezingen zijn daar een voorbeeld van. De zoektocht naar een onbekend gedicht dat hem raakte maakte hem zo blij als een kind dat na lang zeuren eindelijk een ijsje krijgt. En meteen wilde hij die ontdekking, die vreugde met anderen delen. Weer een boek, dus. Den volke aangeboden. Maar ook andere terreinen boeiden hem. Het idee om een omgekeerd kookboek te schrijven, vertelde hij me in 2005, ontstond toen hij de denker van Rodin speelde, want voor hem was de denker een man zittend op de toiletpot. En zo werd Komrij’s Kakafonie geboren, een ‘Encyclopedie van de stront’, zoals de ondertitel luidt. Een zeer vermakelijke vergaarbak van strontanekdoten, maar ook een aanval op de hypocrisie van de bourgeoisie, de geletterde toiletbezoeker. Want het stoorde hem dat toiletbezoek nauwelijks tot niet ter sprake komt in de duizend en één kunsten die er intussen al zijn [weer een typering van hem]. Want, zoals hij in het Vooraf van het boek schrijft: ‘Minutieuze aandacht schenken we aan wat erin gaat… maar hoe het eruit gaat, daar doen we giechelig over.’ Zijn antwoord op dat gegiechel werd een boek.

 

Eind van de jaren zeventig leerde ik hem kennen. Via een goeie vriend, Freddy de Vree, mocht ik zijn huis in Amsterdam in. Het klikte meteen. En zo belandde hij in Gent en hield in het Theater De Bron twee lezingen op één avond. Eén was er gepland, maar de zaal kon hooguit 100 man aan. Voor hetzelfde geld deed hij er nog eentje bij. Publiek mag je niet teleurstellen. Nadien trokken we met de harde kern, de grote fans naar de Hotsy Totsy, toen nog een artistiek Malpertuis, geen jeugdclub. Het optreden in De Bron was zijn eerste optreden in Vlaanderen. Een jaar later stond hij op de Nacht van de Poëzie. In 1980 en 1984. In 80 was de spanning te snijden, want sommige collega’s konden zijn bloed wel drinken, door zijn scherpe analyses op hun werk. Hun mechaniekje, wars van elke uitdaging, nieuwe windrichting. Maar hij had gelijk, net als Willem Frederik Hermans altijd gelijk had. In 84 was de sfeer geheel anders. Hij was erkend. Als bijzonder dichter, origineel columnist, toneelauteur, bloemlezer, literair filosoof.

 

Ondanks zijn kritische en afstandelijke houding kon hij zeer warm zijn. Teder. Gul. En vergat nooit wie hem steunde in moeilijke tijden. Acht jaar geleden heb ik een week bij hem gelogeerd. ‘Jij bent de eerste die mij in Vlaanderen heeft laten optreden,’ zei hij. ‘Je bent hier altijd welkom.’ Dat hier  was het huis van Gerrit en Charles in Portugal. Een voormalige bankiersvilla van kolossale afmetingen, dat ze voor een redelijke prijs hebben kunnen kopen van een oude bankiersdochter, die haar fortuin vergokt had. Het huis stond vol boeken. Zelfs langs de muren van de trappen waren boekenrekken gebouwd. En in de tuin had Charles een theehuis gebouwd midden in een kunstmatige vijver. Romeinse sfeer.

Vorig jaar was hij opnieuw paraat. Op de 5deNacht. In Vooruit. Tot vroeg in de ochtend was hij aanwezig. Met Charles. Ik had een dozijn flessen Pomerol in mijn kleedkamer, want caféwijn vond ik te min voor de intieme vrienden. Dat deed hem zichtbaar deugd.

 

Vriendschap zit in kleine attenties. Gerrit [en Charles] hebben mij dat ingepeperd. Attenties en details, daar draait het om. Zij niet alleen, maar beiden stonden naast enkele anderen op de eerste rij. Waar ik ook Ramses Shaffy zie, en Drs P. En Wim Noordhoek. En Jac. Heijer. En Steve Austen. En Simon Korteweg. Nederland heeft voor de afwerking van mijn persoonlijkheid gezorgd, laat dat duidelijk zijn. Ondanks het calvinistisch karakter. Maar van de losgewrikte calvinisten heb ik vertrouwen gekregen, alvorens ik iets hoefde te bewijzen. ‘Als je valt, dat val jij, maar de kans krijg je. Val niet, maar maak er iets van.’ Dat was hun devies. Ze vertrokken van vertrouwen, niet, zoals in Vlaanderen, vanuit achterdocht.

 

Gerrit Komrij is gestorven maar is niet dood. Hij kan niet sterven. Daarvoor was hij als mens en als schrijver veel te gevoelig, te eerlijk, te gul. Er is een nieuwe periode aangebroken in onze vriendschap. Hoe ik hem in dit artikel vooraan geplaatst heb, komt retrograde tot uiting in het laatste gedicht van de al genoemde dichtbundel. Genoeg. Voldoende gezegd. Het laatste woord is aan Gerrit, met het slotgedicht. Het schetst zijn denken en daden, scherp en zuiver.

 

BEGIN

 

De tijd is op. Wat onder was werd boven

En het glazuur sprong van de eeuwigheid.

De bodem trilt. We leven in een oven.

Nog even en we zijn het vuur ook kwijt.

 

Platvissen zwemmen nog door stilstaand water.

Ze drinken alles leeg en vallen om.

De wereld droogt en krimpt. Een laatste krater

Haalt adem en lanceert haar als een bom.

 

Een heel eind verder zal, in het heelal

Waar vlinders dansen en waar bijen gonzen,

De aarde die van ons was als een bal

Geruisloos op een verend grasveld plonzen.


Gerrit Komrij

Winterswijk 30 maart 1944 – Amsterdam 6 juli 2012 .

Debuteerde in 1968 met de bundel Maagdenburgse halve bollen en andere gedichten.

Dichter, toneelauteur, romancier, bloemlezer, columnist, criticus, analist, spoorzoeker, allesbrander.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
5 juillet 2012 4 05 /07 /juillet /2012 10:26

 

Diane-Broeckhoven--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
3 juillet 2012 2 03 /07 /juillet /2012 18:00

Yella Arnouts, Bert Bevers, Patrick Cornillie, Frank Pollet en Willie Verhegghe. Dat zijn dit jaar de dichters die GeelZucht verzorgen, de blog die voor de derde keer op rij de Tour de France van poëtisch commentaar voorziet (eerder waren ook Norbert De Beule, Sylvie Marie en Paul Rigolle van de partij). GeelZucht III is zaterdag met de proloog mee van start gegaan. Het is de bedoeling dat er van de dichter met dienst iédere dag van La Grande Boucle ten laatste om 19.00 uur een vers vers staat op www.geelzucht.wordpress.com

Arnouts’, Bevers’, Cornillie’s, Pollets en Verhegghe’s inspanningen verschijnen straks ook in boekvorm: de bundel GeelZucht III wordt op zondag 12 augustus gepresenteerd in de bibliotheek van Stekene.

Lambert D'ANVERS


Yella-Arnouts--Bert-Bevers--Frank-Pollet-en-Patrick-Cornill.JPG

Van links naar rechts: Yella Arnouts, Bert Bevers, Frank Pollet en Patrick Cornillie (Willie Verhegghe was op dat ogenblik de Kemmelberg aan het beklimmen)

© Daam Noppe

Partager cet article
Repost0
3 juillet 2012 2 03 /07 /juillet /2012 09:00

 

Kurt-Van-Eeghem--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
2 juillet 2012 1 02 /07 /juillet /2012 10:34

 

CDRdelezer1doc.jpg

In juni 2012 telden we 4787 unieke bezoekers, goed voor de lectuur van 8396 pagina's.

Ter vergelijking: in 2011 noteerden we gemiddeld 3887 unieke bezoekers per maand.

Koploper in juni was Lutin d'Anvers met zijn bijdrage over Het Vlaamse onderwijs: muppets en smurfen/.

Sinds 26 januari 2008 tellen we 142.020 bezoekers, goed voor de lectuur van 274.104 berichten.

Om alle misverstanden te vermijden: in tegenstelling tot websites die vaak niets meer doen dan links te leggen naar andere blogs, hebben we zelfs nooit overwogen subsidie aan te vragen. Het CDR-team wenst uitsluitend van zijn lezers afhankelijk te blijven.

De webstek is een spin-off van het tijdschrift Mededelingen van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie.U kunt ons steunen door een abonnement te nemen op de PDF-editie die u per mail bezorgd wordt (6 € per maand).Tot nu toe verschenen er 195 afleveringen. Proefnummers kunnen aangevraagd via hfj@skynet.be

Graag ook uw aandacht voor onze eerder gespecialiseerde Franstalige site:

www.caira.over-blog.com/

logo-ca-ira001.jpg

Partager cet article
Repost0
30 juin 2012 6 30 /06 /juin /2012 19:49

Erauw-2.JPG

Gert Erauw

Er wordt al een tijdje serieus gediscussieerd over de vraag of ‘thrillers’, ‘spannende boeken’ – die ik verder als “lectuur” zal omschrijven – al dan niet tot de ‘literatuur’ behoren. Voorbeeld van een pijnlijk incident, ja zelfs een symptoom, in deze context is het feit dat thrillerschrijfster Saskia Noort ooit van een journalist de vraag kreeg: “En wanneer ga je nu eens een echt boek schrijven?” De eerbiedwaardige republiek van de gecanoniseerde letteren verwijst het spannende boek vaak op een neerbuigende manier naar een niet-literair verdomhoekje, terwijl op hun beurt de misdaadauteurs vaak de zogenaamde ‘literaire schrijvers’ verwijten een ‘elitaire kliek’ te vormen die kwaliteit ontzegt aan wat goed in de markt ligt. Het lijkt een onoverbrugbare kloof. Maar er wordt tenminste al over het probleem van gedachten gewisseld, tot op academisch niveau toe.

De oplossing ligt in de terechte opvatting dat de misdaadroman of de thriller beschouwd moet worden als een eigen genre met specifieke kwaliteiten en conventies. Trouwens: waar exact ligt die grens tussen ‘literatuur’ en ‘lectuur’ – als er al zoiets als een duidelijke grens tussen beide zou bestaan? Uiteindelijk blijft elk boek “the orchestration of platitudes”, zoals de Amerikaanse romancier en toneelauteur Thornton Wilder ooit zei (1). Maar dan wel dus een “orchestration”, d.w.z. bewerking, maakwerk, kunstwerk… En het is dat laatste dat telt.

 

Gert Erauw debuteerde vier jaar geleden met de roman Het plan (2), die je als een psycho-thriller kan bestempelen. In een diepere laag vertoonde ook dat boek echter implicaties die de roman optilden naar het niveau van de ideeën of van de filosofisch-morele dimensie. Dat eerste boek ging nog wel gebukt onder een complexe, wijdlopig uitgesponnen en uitvoerig becommentarieerde plot die de aandacht afleidde van de diepere fundering, en onder een al te geprononceerde, branie-achtige stilistiek – overigens typische uitwassen bij een debuterend auteur. In de roman Uit balansis dit soort uitwassen verdwenen, zodat hij getuigt van veel meer literair evenwicht, van rijpheid ook, van beheersing van het métier.

 

Waarover gaat dit boek? Twee jeugdvrienden, ondertussen veertigers, Olivier en Jan, trekken er nog eens op uit naar Bourgondië voor een weekendje wijnproeverij. Via flash-backs in de ik-vorm vernemen we geleidelijk aan alles over hun jeugd, hun bezigheden, hun karakter, hun relatie met elkaar en met de echtgenotes, de maîtresses, de kinderen enzoverder. Olivier, een wat onverschillige, dromerige man die zichzelf boven de anderen verheven voelt en zichzelf als een moreel kompas beschouwt, zit aan de grond omdat zijn grote liefde hem zonet in de steek heeft gelaten. Jan is zijn tegenpool: een materialist van het zuiverste water die op de rand van een financieel debacle staat als gevolg van een corruptieschandaal. Mekaars problemen écht begrijpen, doen ze niet; meestal praten ze naast elkaar heen en worden de wederzijdse confidenties gewantrouwd en verkeerd geïnterpreteerd, althans aanvankelijk – een soort haat-liefde verhouding die meteen ook de titel van het boek verklaart: op één of andere manier is het evenwicht tussen beide vrienden verstoord en is de bodem van hun vriendschap stuk geslagen.

Blijkt ook dat de relaties tussen de twee vrienden en in de ruimere kringen rondom hen allesbehalve koosjer zijn. De ene pikt gewoon het lief van de andere in, de andere maakt wel es vaker een slipper met de vrouw van de ene; er is een buitenechtelijke dochter in het spel, of liever: die piepjonge maar premature dochter blijkt betrokken in “een spel” waarvan zij ten onrechte denkt de regels te kunnen bepalen; en de broer van Jan, een man die zich opwerpt als moraalridder, blijkt zo corrupt en schijnheilig als de pest. Weinig fraaie situaties en relaties. Als klap op de vuurpijl is daar die geheimzinnige zelfmoord waarmee het boek al onmiddellijk opent – of die al even geheimzinnige, door puur toeval ontdekte foto die van de eerste bladzijden meereist naar Bourgondië en de vrienden onherroepelijk naar het epicentrum van de tragedie, zijnde de uiteindelijke waarheid, zal voeren - of althans: een gedeeltelijke waarheid.

 

In 'literatuur' wordt het verhaal van een boek gedragen door één of meer thema’s – dat voorgestuwd wordt door de dramatische opbouw en de karakterontwikkeling. Thema’s bij Erauw zijn: naïeve morele pretenties die achteraf niet zo gefundeerd blijken; hebzucht en materialisme; vriendschap tegenover eenzaamheid; liefde versus lust; bedrog en vooral zelfbedrog; de relaties tussen ouders en kinderen; conformisme tegenover authenticiteit, en misschien vooral: de wanhopige zoektocht naar de “duimstok” waarmee het leven gemeten moet worden, het juiste morele kompas waarmee je het beste door het labyrint van het leven gaat. Deze thema’s, die ressorteren onder de noemer psychologie en moraal, komen aan bod via de kwellende zelfreflecties of zelfonderzoeken van de beide ik-personages, twee vrij egocentrische karakters die echter wanhopig haken naar begrip, naar vriendschap, naar een ‘duimstok’.

In deze roman laten die thema’s alleszins weinig ruimte voor illusies, net zoals in de roman Het plantrouwens al het geval was. Aan het einde van het boek bekent Olivier: “Ik hield op vragen te stellen omdat de antwoorden lachwekkend zijn. Ik verwijt niemand wat, maar kan niemand evenmin vergeven omdat vergeving verwaandheid inhoudt.”

Uit balans lijkt me een Bildungsroman die tot de conclusie leidt dat het leven één grote cynische grap is waarin ieder zijn ding doet en uiteindelijk niemand het recht heeft om met een belerend vingertje naar een ander te wijzen. ‘Slecht doen’ loopt slecht af, maar het goede wordt òòk niet beloond: er rest slechts “de immense onzin van ieders geschiedenis”, zoals Olivier vaststelt. Met deze nogal verontrustende thematische diepgang overstijgt Erauw ruimschoots het louter plotgerichte verhaal van het ‘spannende boek’ of van ‘lectuur’.

 

Een ander verschil tussen ‘literatuur’ en ‘lectuur’ zit hem in de stijl. ‘Lectuur’ hanteert meestal een directe, weinig complexe stijl zonder veel beeldspraak en met veel dialoog, bij voorkeur in staccato-achtige en elliptische zinnen. Precies die zinsbouw overheerste nog in Het plan, terwijl de auteur in zijn tweede boek een mooi evenwicht gevonden heeft tussen een volgehouden heldere en beknopte zegging enerzijds, en anderzijds vaak ironische, dubbel- en diepzinnige uitspraken – evenwel steeds zonder nutteloze fioritures, wat vaak een spitante en pikante aforistiek oplevert. Lees b.v. de motto’s die boven elk hoofdstuk prijken: telkens snedige uitspraken van het personage dat in dat bewuste hoofdstuk aan het woord is. Drie voorbeelden: “Tussen de leeftijd van 7 en 10 hield ik de adem in en mijn gedachten voor mijzelf” – of: “Doe mij maar het fortuin van de illusie, liever dan de armoe van de realiteit” – of: “Eerlijk duurt het langst, overtuig ik mezelf en bedenk dat liegen bijgevolg veel sneller gaat.”

 

Als het waar is dat ‘misdaadfictie’ of ‘lectuur’ in het algemeen een mysterie oplost en dat ‘literatuur’ een mysterie ontwikkelt, dan is Erauw erin geslaagd beide te combineren. Inderdaad: er is een geheim, er zijn meerdere geheimen op het niveau van de plot of van de verwikkelingen tussen de personages en hun respectieve handelingen, en die plot- of actiegebonden geheimen worden in de loop van het boek ook opgelost. Maar anderzijds blijkt dat op het einde hét grote mysterie, Oliviers drukkende vraagtekens – “Hoe ga ik om met het leven, met de vrienden, met de vrouwen”, of “Wie ben ik, heb ik wel het recht om commentaar te leveren”, of “Welke zin heeft het allemaal?” – dat die veel diepgravender en universeler, algemeen menselijke mysteries precies niet opgelost werden maar integendeel uitzichtlozer geworden zijn. In die zin heb je hier te maken met de tragiek van een exemplarische, individuele romanheld, of nog: met een Bildungsroman à rebours.

 

Ik signaleer graag de heel plezierige passages waarin de bezoeken van de twee vrienden aan Bourgondische wijnkelders met veel zin voor sfeer en details worden verteld. Ik heb een sterk vermoeden dat we hier te maken hebben met 'onvervalste' biografische elementen; Erauw baat immers samen met zijn echtgenote Inge het schitterende domein ‘Le Meflatot, chambres d'hôtes' uit in Serley, Bourgondië.

Kaft-ERAUW-UIT-BALANS.jpg

Eén van de aantrekkelijkste aspecten van Uit balans is zijn structuur. We hebben hier te maken met een 25-tal hoofdstukken waarvan het merendeel geschreven is in de ik-vorm, maar dan wel afwisselend vanuit het perspectief van Olivier of Jan. Die hoofdstukken lopen parallel met elkaar, ofwel gaan ze terug in de tijd of lopen ze chronologisch door; ze zijn voorzien van de naam van het personage en van een krachtig motto. Daarnaast echter heb je nog een aantal hoofdstukken die als titel alleen een uur hebben gekregen en die als een overkoepelend, dragend geraamte rondom en doorheen de andere ik-hoofdstukken verstrooid werden. Deze uurhoofdstukken vertegenwoordigen het nu-moment van de roman.

Onnodig te zeggen dat de spanning van het boek precies door deze verbrokkeling of mozaïekstructuur wordt opgedreven, mede gezien de soms contradictorische interpretaties die de beide hoofdfiguren aan de gebeurtenissen geven of door de vragen die ze, in een soort spiegelbeeld, stellen en uiteraard niet direct oplossen – vragen en antwoorden die naar elkaar toe neigen en uiteindelijk mooi in elkaar klikken op het einde van het boek. Er is dus werk aan de winkel voor de lezer, die ik bij deze waarschuw: lees aandachtig, lees traag, wees alert voor kleine maar achteraf blijkbaar heel relevante details.

 

Literatuur of lectuur? Laten we deze vraag in de context waar ze thuishoort: een academisch probleem. Ik ben er immers van overtuigd dat Erauw, in tegenstelling tot wat die journalist van Saskia Noort beweerde, een ‘echt boek’ heeft geschreven.

Een bekende one-liner van Oscar Wilde luidt: “Books are well written or badly written. That is all.”

Uit balans, deze beklijvende psychothriller, behoort wat mij betreft tot de eerste categorie. Dat is alles.

Luc PAY


Gert Erauw, Uit balans, Kramat, Westerlo, 2011, 232 p.

 

(1) Dit citaat – overigens ook de theoretische achtergronden waarvan hier dankbaar gebruik werd gemaakt – in: Jos van Cann & Henri-Floris Jespers (Red.), Thriller versus roman, Garant, Antwerpen-Apeldoorn, 2008.

(2) Over Het planzie: <mededelingen.over-blog.com> van 29-05-2011.

Partager cet article
Repost0
29 juin 2012 5 29 /06 /juin /2012 06:10

Rudi Meekers-copie-2

Donderdag kreeg ik de zopas de hier gepubliceerde bijdrage van Frank De Vos. Het was uitgerekend ook gisteren dat ik in een doos met boeken een exemplaar aantrof van foudraal enkwest, de verzamelde gedichten van... Rudi Meekers. Luidens de colofon werden deze verzamelde gedichten 'met antifonen, toriënte, zavaliner, foudraal enkwest en ero', gedrukt op 350 genummerde exemplaren en verschenen in april 1966. Rudi Meekers (°1940) schonk mij een exemplaar met opdracht op 14 april 1966. Ik zag hem destijds af en toe in een privé-club waar hij zakelijke bindingen mee had. De naam van de club, gelegen op de eerste etage van een gesloten huis naast de nachtingang/uitgang van De Nieuwe Gazet ontglipt mij...). Rudi Meekers runde toen een bureau voor publiciteit en marketing. Mijn voorkeur ging toen (en nu nog, na de bundel opnieuw bekeken te hebben) naar de prozagedichten.

In 1982 vestigde hij zich definitief in de Périgord.


Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
28 juin 2012 4 28 /06 /juin /2012 10:00

 

Roger-Nupie--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
26 juin 2012 2 26 /06 /juin /2012 10:00

 

René Broens (foto Bert Bevers)

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
21 juin 2012 4 21 /06 /juin /2012 10:00

 

Ingrid-Vander-Veken--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche