Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
31 janvier 2013 4 31 /01 /janvier /2013 21:56

 

203WEB.jpg

De jongste aflevering van de Mededelingen van het C.D.R. bevat niet alleen enkele uitvoerige in memoriams (Rik Lanckrock, Jacques Vandersichel, Thierry Deleu), maar ook een beschouwing over Benno Barnards afscheid van Knack.be (inclusief reacties). Volle aandacht gaat ook naar de polemiek van redacteur Frank De Vos en Frank Depeuter over het tijdschrift Heibel, eerder online gepubliceerd.

De abonnees op de Mededelingen krijgen nu ook exclusief de integrale  tekst te lezen van Frans Depeuters stevige reactie.

Ach, is dit dan écht het einde van deze elektronische verbondenheid in taal en stijl? “,  aldus trouwe abonnee Gert Vingeroets....

Abonnementsvoorwaarden: mededelingen@lebacq.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
31 janvier 2013 4 31 /01 /janvier /2013 18:28

RIKexlibris.jpg

In de jongste aflevering van de Mededelingen van het C.D.R. wordt ruime aandacht besteed aan het overlijden van Rk Lanckrock, Jacques Vandersichel en Thierry Deleu.

Mevr. Ilse Neuenkirch signaleert mij dat Rik Lanckrock op 20 september overleed, en niet op 26 september. De verkeerde datum is via 'Gent Literair', een voortreffelijke en betrouwbare site, op het internet verspreid. De afscheidsplechtigheid en asverstrooiing vond plaats op 27 september in het crematorium in Lochristi.

Ik dank mevr. Ilse Neuenkirch voor de rechtzetting en publiceer hierna haar getuigenis.

HFJ.

 

In memoriam Rik Lanckrock

RIKjubileum.jpg

Als overtuigde vrijdenker en vrijmetselaar verleende hij o.a. tot 2011 zijn medewerking aan het vrijzinnige tijdschrift voor Oost-Vlaanderen De Geus met bijdragen over humanisme en magisch realisme. Vrijmetselarij was voor Rik Lanckrock, zoals hij schrijft in het Jubileumboek voor zijn 70steverjaardag, “een houding, een filosofische ingesteldheid, een rijkelijk met zinrijke symbolen geladen ideologie die belangrijk is voor mijn bestaan en mijn samenleven met anderen.”

Alhoewel hij zichzelf graag een essayist noemde, heeft hij ontroerende dichtbundels geschreven, tussen harde kritiek op de wantoestanden in de wereld en de menselijke tekortkomingen en de uitdrukkingen van zijn melancholisch karakter.

In zijn dagboekachtige ”Dagdagelijkse Overwegingen”, die hij tot voor enkele maanden volhield, hekelde hij, steeds het nieuws van de dag volgend, de onbenulligheid en oppervlakkigheid van de moderne mens en maatschappij.

Toen zijn gezondheid achteruitging, trok hij zich terug in zijn appartement, dat hij zijn “gevangenis zonder tralies” noemde. Wanneer zijn gezondheid hem niet meer toeliet om te schrijven, was dat een drama voor de woordmens, die Lanckrock was. Na de zomer verslechtte zijn toestand snel en uiteindelijk besliste Rik, dat het genoeg geweest was.

Ilse NEUENKIRCH

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
31 janvier 2013 4 31 /01 /janvier /2013 16:30

 

Michael-Brijs--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
29 janvier 2013 2 29 /01 /janvier /2013 10:00

 

Gerd-de-Ley--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
27 janvier 2013 7 27 /01 /janvier /2013 19:09

 

Frans-Depeuter-copie-1.jpg

Beste Frank,

Er zitten weer heel wat slachtrijpe biggetjes in je repliek. Ik ga ze niet netjes in het gelid zetten, want met zwijntjes gaat dat niet zo makkelijk, nee, ik trek ze één voor één bij hun krulstaartje uit de stal en ik geef ze een vriendelijke tik met de hamer.

Primo: "Polemieken dienen om het eigen groot gelijk groter te maken", schrijf je. Dat is zo waar als dat ik twee duimen heb. En het geldt first of all voor wie het eerst het potje venijn te voorschijn haalt. En bij mijn weten was jij dat, of vergis ik me? Was je initieel artikeltje met de titel 'Heibel tot in den treure' misschien bedoeld als een 'billet doux'? In dat geval excuseer ik mij voor al het leuks dat ik te berde bracht. Een Kempense boer is nogal traag van begrip, zie je, daaraan zal het dan wel liggen.

Secundo: "Alleen de zes rollen Scottex (16.78 €) zijn ondermaats en dus ver onder de gordel," mopper je. Ik dacht nochtans, ook nu weer, dat jij het was die het verheven thema van het "kleine kamertje" hebt aangesneden. Je 'kritische' tekst eindigt toch met de woorden: "Heibel is voortaan te glad om zelfs het papier ervan op mijn kleine kamertje te recycleren". Bij zo'n suggestieve zin kan een lezer moeilijk anders dan zich voorstellen wat normaliter met papier gebeurt op een 'klein kamertje'. Of vergis ik me alweer? Bedoelde je misschien dat je een heus minischrijfkamertje hebt waarin je tot nu toe je Heibels archiveerde?

Tertio: "De Nestorprijs vind ik een schitterend initiatief. Ik trek er geen woord van terug. Ik blijf dus enthousiast over deze prijs. Maar wat dit nu in dit geHeibel komt doen is me een raadsel." Uiteraard vinden wij het bijzonder gaaf dat de Nestorprijs je nog kan bekoren. Jouw 'raadsel' omtrent de relatie tussen het een en het ander is vlug opgelost: de Nestorprijs is nl. een initiatief van… Heibel, zie je. De prijs is trouwens al even 'heibels' als het tijdschrift zelf. Hij is niet alleen a-politiek, maar ook pro-Vlaams, en tegelijk, net als Heibel, bedoeld als reactie "tegen de verwording van de maatschappij: de verdwazing, de verwildering, de verbastering, de vervlakking, de verwarring, de verschaling, de verzwijning, de verplatting, de vergoding en vergoring, de verstaatsing en verzuiling". (Beginselverklaring van Heibel).

Quarto: "Ik blijf dus volmondig vereerd door de geboden gelegenheid mijn vriend Herman Elegast te mogen eren in 2011." Ook dat appreciëren wij in hoge mate, maar er is een klein misverstand in het spel: je e-mailverklaring omtrent het vereerd-zijn, waarnaar ik verwees, had geen betrekking op je medewerking aan de Nestoruitreiking maar op de herhaalde opname van je literaire voortbrengselen in onze "Story  op Kempische ezelspoten". Voor dié verering blijf je de uitleg vooralsnog schuldig. Of was het soms alleen maar "a slip of the pen"?

Quinto: "Frans Depeuter slaagt er niet in om een onderscheid te maken tussen man en pen." Even de puntjes op de i: 'slagen' betekent volgens de Dikke Vandaal "bereiken wat men zich ten doel heeft gesteld, zijn pogingen tot een goed eind brengen". Welnu, van 'doel' of 'pogingen' is hier absoluut geen sprake. Het is mijn (mag ik 'heilige' zeggen?) overtuiging dat Vorm en Vent congruent dienen te zijn, zoals ook Du Perron en Ter Braak voorhielden. Met je uitspraak: "Wie Van den Broeck (of om het even welke auteur - FD) als mens is, of was zal me worst wezen", zeg je in feite dat een auteur met zijn daden niet gehouden is aan zijn woorden. Mag ik daaruit concluderen dat jij er bij voorbeeld geen punt van zou maken dat iemand die geëngageerde poëzie schrijft over het overleven van Doel, gerust in de raad van bestuur van de Maatschappij Linkeroever zou mogen zetelen om de Doelse huizenafbraak te promoten? Waarom dan in je 'Open brief aan eerbiedwaardigen' de "eerbiedwaardige literatoren met symfonieën van mooie woorden" op de korrel nemen? Je (terechte) ergernis strookt toch niet helemaal met je bewering dat je voorstander bent van "een onderscheid tussen man en pen", me dunkt. Nee, Frank, ook van literaire monumenten, of nee: zéker van literaire monumenten mag je een parallel tussen beide vooropstellen. En des te vanzelfsprekender is die parallel wanneer de auteur zich uitgesproken vereenzelvigt met de hoofdpersoon van zijn boek(en). Wat in het geval van de Gangreencyclus onbetwistbaar het geval is. Jef zelf heeft die identificatie meermaals en niet zonder trots verkondigd. Onder meer in het interviewboek van Willem M. Roggeman, Beroepsgeheim 4(1983): "In de Gangreenreeks ben ik de hoofdpersoon en het is dan ook geen fictie. De vorm is fictie, maar de dingen zijn echt gebeurd."

Sexto: "Ik bewonder het snedige talent van Jef Geeraerts die meer schreef dan alleen maar zijn controversiële Congo-cyclus (Tien brieven over liefde en dood, Dood inBourgondië, enz.)." Mooi zo, prijzenswaardig! Maar heeft Frans Depeuter ooit het "snedige talent" van Geeraerts ontkend? In het laatste Heibelnummer herhaalt hij nog dat Jef"kán schrijven, kan verdomd goed schrijven".Zelfs voor de vakkundigheid waarmee hij zijn thrillers produceert, doet Depeuter zijn klak af. Maar dat je bij deze uitspraak verwijst naar Tien brieven over liefde en dood wat eigenlijk hoort te zijn: "Tien brieven rondom  liefde en dood" – is wel een ietsje ongelukkig. Je bent toch niet vergeten dat de publicatie van zijn aan Pol le Roy gerichte ´Zevende brief rondom liefde en dood´ in het Nieuw Vlaams Tijdschrift zorgde voor het vertrek van Achilles Mussche uit de redactie. Diezelfde brief was overigens ook voor Jeroen Brouwers de reden om zijn vriendschap met Geeraerts op te zeggen. Waarmee ik hoegenaamd niet beweer dat die brieven niet sterk zouden zijn geschreven. Alleen wat bombastisch en pompeus, dat wel, waardoor de indruk dat de auteur een "vitalistisch poseur" zou zijn, zoals Jeroen Overstijns hem ooit in De Standaard noemde, zeker niet wordt teruggeschroefd.

Septimo: "Zo komen we bij het letterenbeleid waar ik alleen maar kan vaststellen dat het lettergeknetter in dit armlastig lastig land kreunt van afgunst, nijd, en kliekvorming. Dit geldt voor Heibel…" Met de eerste zin stem ik volmondig in. Maar van de inhoud van het toevoegsel kan ik geen chocolade maken. Nogmaals dus voor wie niet lezen wil wat er te lezen staat: reeds in het eerste nummer van de nieuwe reeks (2006) werd meegedeeld dat Heibel alle subsidies weigert. Overigens is afgunst mij vreemd, ik hoéf niks van het Fonds, ik heb 40 jaar gewerkt om thans net voldoende te hebben om met mijn pensioenloze vrouw van te leven. En zelfs indien ik alleen maar wat onrendabele literatuur had gemaakt, zou mijn recht op staatssteun zeker niet groter zijn dan dat van een afgedankte arbeider van ArcelorMittal of van een bakker die zijn broodjes niet kwijtraakt. Mijn 'afgunst' bestaat er dus in dat ik het ronduit beschamend vind dat auteurs, ook 'sociaal geëngageerde' (!), belastingvrij (!) tot aan een individuele (!) inkomensgrens van 39 200 euro ofte 1 581 324 bef (!) een portie geld (mogen) opslobberen dat fiscaal werd afgeschraapt van het inkomen van de kleine man, die het als alleenstaande onvrijwillig werkloze zal moeten rooien met een jaarlijks leefloon van 9 615 euro ofte 387 868 bef.

Octavo: Je hebt het ook nog over "frustratie en magerzucht naar erkenning" – het woordje 'magerzucht' of anorexia nervosa is hier wel niet op zijn plaats, maar je bedoelt allicht: 'zucht' naar erkenning –. Ik maak me alweer geen illusies dat je me zal geloven wanneer ik zeg dat ik me helemaal niet gefrustreerd voel, maar toch is het zo. Vroeger, ja, toen ik nog zo'n echt literatuurbeest was, voelde ik me meer dan eens gefrustreerd. Maar intussen heb ik de literatuur, het schrijverschap en de literaire roem zodanig gerelativeerd dat ik alleen nog kan glimlachen wanneer ik zie hoe al te vele auteurs overal waar en zo vaak als ze kunnen op de tafels springen om applaus te krijgen. Wat mij thans tot geHeibel drijft, is de oneerlijkheid, het nepotisme en arrivisme, de hypocrisie en inconsequentie, de overbelichting en verafgoding, de zelfverheerlijking, de versmoezeling en ontwaarding, enz., kortom de globale neergang in zowel het literaire als het niet-literaire gedoe.

Nono: "Zoals bij Heibel wordt het vrije woord er nu ook weer niet zo vrij ingekleurd." Ach zo? Om die bewering – die overigens alweer niets méér is dan een 'bewering' – te ontkrachten, stel ik publiekelijk voor om je kritiek op Heibel in het volgende nummer van ons blad af te drukken – uiteraard niet zonder mijn wederwoord –, maar ik vrees onderhand dat jij, ondanks de melding op je blog dat "iets plaatsen zonder mijn toestemming niet kan" maar dat "op eenvoudig verzoek alles kan", daar niet mee zal instemmen. Of vergis ik mij ten zoveelste male?

Decimo et ultimo: De afsluiting van je tekst met "Amen" doet me weer denken aan die dikbuikige pastoor uit mijn kinderjaren, die elke zondag zijn kanselpreek op dezelfde manier beëindigde. Ongetwijfeld weet je dat het woord afstamt van het Hebreeuwse Amam en zoveel betekent als 'het is waar, zo is het'. Door 'amen' te zeggen belijden de gelovigen dat ze het blindelings eens zijn met wat gezegd werd. In het Vlaams heeft 'amen en uit' echter ook de minder vriendelijke, bijna snibbige betekenis van: "Punt, aan de lijn. En nu maak ik er geen woorden meer aan vuil"…

Welnu, Frank, ik ook niet meer.

Frans DEPEUTER

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
25 janvier 2013 5 25 /01 /janvier /2013 06:56

 

2012-Frank-De-Vos-040.jpg

Frank De Vos

Maar liefst acht bladzijden volzinnen worden mij toebedeeld. Opnieuw ben ik zeer vereerd dat er aan mijnen lustige nederigheid aandacht wordt besteed.

Voorwaar, mijn stilaan legendarisch snor krult voortaan niet alleen van de wax waarmee ik elke morgen mijn flou artistique insmeer. Alleen de zes rollen Scottex (16.78 €) zijn ondermaats en dus ver onder de gordel. Ik gebruik namelijk drie-lagig toiletpapier van Aldi.

 

Ach, polemieken dienen om het eigen groot gelijk groter te maken. Niettemin…

"Wie niet met Mij is, is tegen Mij" (Mt.12, 30, Lk.11, 23) of You're either with us, or against us".Frans Depeuter kent zoals George Bush met zijn “coalition of the willing” de geopenbaarde klassiekers.

Primo: de Nestorprijs vind ik een schitterend initiatief. Ik trek er geen woord van terug. Ik blijf dus enthousiast over deze prijs. Maar wat dit nu in dit geHeibel komt doen is me een raadsel. Ik blijf dus volmondig vereerd door de geboden gelegenheid mijn vriend Herman Elegast te mogen eren in 2011. Mijn bedenkingen en bezorgdheid over het voortbestaan van deze prijs, heb ik toen geformuleerd. Het doet hier echter niet ter zake.

Secundo: Frans Depeuter slaagt er niet in om een onderscheid te maken tussen man en pen. In alle bescheidenheid en met vallen en opstaan, tracht ik dit wel te doen. Zo bewonder ik de pen van Louis-Ferdinand Céline; als mens een afschuwelijk antisemitisch gedrocht. Zo bewonder ik evenzeer de bijzondere en grootse stijl van een bekende hedendaagse auteur, eveneens een beslagen grafredenaar van literaire monumenten die het niet kon laten om de onfrisse aftakeling van Gerard Reve te schilderen. Een even onfrisse profileringdrang, Heibel waardig? Eveneens bewonder ik het snedige talent van Jef Geeraerts die meer schreef dan alleen maar zijn controversiële Congo-cyclus (Tien brieven over liefde en dood, Dood in Bourgondië  enz). Bij de mens Geeraerts of beter wie hij in zijn Congo-tijd was, kun je alleen maar een walgend vraagteken plaatsen. Ook bij Van den Broeck geldt Il n’y a d’homme plus complet que celui [...] qui a changé vingt fois la forme de sa pensée et de sa vie.  (Alphonse de Lamartine) Wie hij als mens is, of was zal me worst wezen. Ik kan nog doorgaan over een gevierde dichter die op prepensioen kon gaan voor het woord werd uitgevonden. Ik hoop dat ik hiermee niet alleen Frans Depeuter “tackle”…

Tertio: Zo komen we bij het letterenbeleid waar ik alleen maar kan vaststellen dat het lettergeknetter in dit armlastig lastig land kreunt van afgunst, nijd, en kliekvorming. (Voor dit laatste is Facebook overigens een wonder instrument om dit te volgen.) Dit geldt voor Heibel, voor de opmerkelijke maatschappelijke invalshoek van de Arkprijs enzovoort, etc. Zoals bij Heibel  wordt het vrije woord er nu ook weer niet zo vrij ingekleurd. Het moet “passen” En eerlijk toegegeven, de oneerlijke sneer naar mijn dierbare vriend Peter Holvoet-Hansen deed mijn pen steigeren.

Om het bloedende leed van al die frustratie en magerzucht naar erkenning te stelpen, stel ik voor dat het Vlaams Fonds der Letteren jaarlijks het Antwerpse sportpaleis afhuurt om er tijdens een gigantisch mediaspektakel iedereen die maar iets met literatuur te maken heeft, in het midden van de wielerpiste laat plaats nemen om ze vervolgens van egovervullend applaus te voorzien. Ik raad hierbij zelfs een applausmeter aan zodat iedere deelnemer een gelijk aantal decibels krijgt toegemeten.

Tot slot. Étant farouchement attaché à ma liberté de pensée et de création, je ne veux rien recevoir, ni du pouvoir actuel ni d'aucun autre pouvoir politique, quel qu'il soit. C'est donc avec la plus grande fermeté que je refuse cette médaille", aldus Jacques Tardi, Frans striptekenaar die de « Légion d’honneur » weigerde. Mijn bewondering voor zulke mensen is mateloos.

 

Zoals Guido Lauwaert drijf ik even gelukkig in mijn eigen bootje. Wannes van de Velde omschreef dit nog sierlijker: Het is een goed teken dat je aan de kant van de weg zit. Blijf weg van de middenberm: je kunt er alleen je poten verbranden.

Dus zal mijne illustere onbekendheid er in het sportpaleis zeker niet aanwezig zijn.

Tot zover deze Heibel-lezing. Amen.

Frank DE VOS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
24 janvier 2013 4 24 /01 /janvier /2013 14:00

 

Frans-Depeuter.jpg

Frans Depeuter

Beste Frank,

Met knikkende knieën in het "oerdegelijk droog Kempisch zand" danken wij je vooreerst voor je abonneeschap van Heibel, dat je toch gedurende vier jaar volhield en nu op hoffelijke wijze beëindigt. Ook dank voor je medewerking aan een paar nummers van onze "Story op Kempische ezelspoten", waarvoor je "zeer vereerd" verklaarde te zijn. Ten derde male dank voor de laudatio die je in 2011 uitsprak bij onze Nestoruitreiking, tijdens dewelke je ook nog enkele van je Italiaanse liedjes hebt gezongen, waarmee je terecht succes oogstte bij de zowat 350 aanwezigen in het nokvolle cc 't Schaliken.

Ook in 2010 was je al present geweest bij de Nestoruitreiking en het weze gezegd: ook toen schuimde je over van enthousiasme. "Vorig jaar was ik hier in ’t Schaliken," zo begon je laudatio. "Het was de eerste editie van de Nestorprijs die ik kon meemaken. Ik was verrukt" (zie in deze blog: 'Frank de Vos huldigt Herman Elegast'). Je toespraak was overigens gedegen naar inhoud én vorm. Alleen jammer van die éne bok. In de tekst die je mij doormailde voor opname in Heibel, schreef je: "Plus êtes en vous", wat ik, beleefde jongen als ik ben, discreet veranderde in "Plus est en vous", zoals Lodewijk van Gruuthuse in zijn paleis te Brugge liet beitelen.

Dat je in 2012 prominent afwezig was op de Nestoruitreiking, is te begrijpen. Wij hadden immers de onvergeeflijke zonde begaan de Strangers te huldigen. De Strangers, stel je voor! Die schavuiten die in 1992 voor het Vlaams Blok hadden opgetreden, waarvoor ze terstond werden overgoten met pek en veren en verbannen naar de hel. Ondertussen, 20 jaar later, mede door hun deelname aan een benefietconcert voor de bijna failliete De Morgen eind jaren '80 en aan de opluistering van het bal van Patrick Janssens in 2005, was de fatwa een beetje geluwd, maar gelukkig was jij hun misdaad niet vergeten.

Maar nu heeft Heibel een nieuwe zonde begaan. Ik heb namelijk schennis gepleegd op de gestaatsprijsde roman Black Venus van Jef Geeraerts. Om er het pornografische karakter van aan te tonen citeerde ik uitvoerig, teneinde niet het verwijt te krijgen dat ik zo maar iets uit mijn nek klets. Of Jef daardoor de door jou gesuggereerde titel van "negerinnen-neuker" mag voeren, laat ik over aan het wijze oordeel van de Heibellezers… en aan de creatieve visie van Frank De Vos natuurlijk. Door al dat gecitater wordt alleszins één ding duidelijk: in Black Venus gaan geen vijf bladzijden voorbij zonder dat de borsten, piemels, ballen, clitorissen en ander dienstdoend gerei je om de oren flappen. De term "opgezwollen clitoris", die je op mijn tekst meent te moeten plakken, is inderdaad best toepasselijk. Op Black Venus welteverstaan. Wat ik overigens net wou aantonen.

Jouw wissewasje lezend moet iemand die Geeraerts' genitaliëncatalogus niet behoorlijk heeft ingekeken, vast de indruk krijgen dat ik uitsluitend heb gefocust op de pornografische aard van het boek. Er staat echter ook nog wat anders in mijn 'essay'. Aan de hand van andere allegaties toon ik nl. eveneens aan dat het werk uitgesproken seksistisch en racistisch is. Dat de vrouwen in Black Venus als "primaire seksmachines", "Lybische slavinnen" en "essentieel een kut" worden betiteld en dat de zwarte mannen "godverdomde nikkers" en "bavianen" worden genoemd, vind je evenwel de moeite niet waard om er een melding of grapje over te plegen. Het past immers niet in je plaatje dat mij als een gefrustreerde Kempense lijpkikker moet voorstellen.

Kijk, mijn beste Frank, die DRIE  zaken vormen de essentie van mijn Heibelstuk: racisme, seksisme en pornografie. Het was geenszins mijn bedoeling een oordeel te vellen op grond van de literariteit van Black Venus. Bij het verschijnen ervan erkende ik al dat "het tentoongestelde vakmanschap onbetwistbaar is: Geeraerts kán schrijven, kan verdomd goed schrijven" (Heibel  VI, 3-4). Overigens laat de titel van mijn 'essay' geen twijfel: "Black Venus revised op morele gronden". Aan die ethische gronden heb jij blijkbaar een broertje dood, want op je blog belijd je: "Ik heb een hartstochtelijke afkeer voor () ethisch gezwets ()". Welnu, mij was het erom te doen bij de waardebepaling van Black Venus de parameter 'ethiek' toe te voegen. Want hoe dan ook – en daar kunnen geen tien Vossen wat aan veranderen – élke tekst, élke schepping is tegelijk een esthetisch én ethisch verschijnsel, al bestaat de 'ethica' maar uit de intrinsieke erkenning van het prioriteitsrecht van de esthetica.

En daar is nu juist het kalfje gebonden, zie. Wat ik beoogde met mijn 'essay', is aan de kaak te stellen dat Orchis Miltaris van Ivo Michiels het moest afleggen tegen Black Venus. Tussen die twee romans ging het in de finale voor de literaire staatsbeker 1969. Tussen "het voorname, zuiverende, stijlvolle Orchis Militaris  van Michiels, dat naar vrede en schoonheid zocht, of het immorele, seks- en racistische Black Venus van Geeraerts, dat geweld en ongebreidelde promiscuïteit uitdroeg" (uit 'Black Venus revised op morele gronden'). Jammer toch dat je ook dat niet aanraakt in je 'kritiek'…

Een ander varkentje dat je laat knorren, is mijn 'feuilleton' (sic) over Walter van den Broeck, dat inderdaad een lijvig dossier vormde, alweer opdat ik niet zou moeten horen dat ik zo maar wat blaasjes sta te pissen én omdat er aldoor en alom gemord wordt over het gebrek aan grondigheid in de literaire kritiek. Net zoals mijn andere kritische teksten gaat dat dossier uit van mijn Du-Perroniaanse overtuiging dat leven en schrijven van een literator dienen samen te vallen. M.a.w. dat er geen discrepantie mag bestaan tussen zijn teksten en zijn realia, tussen wat hij zegt en wat hij doet, tussen de Vorm en de Vent.

De "pittige weetjes", zoals jij het noemt, maken deel uit van de ganse persoonlijkheid van de auteur en kunnen wel eens een genuanceerd licht werpen op zijn werk. De karikatuur die jij ervan maakt, nl. dat het zou gaan over "zijn schoenmaat, de kleur van zijn onderbroek met frontstreep, de belle vue op zijn arbeiders-decolleté, zijn vuile sokken, de curryworst special", zullen we maar vergeten, zeker? Het is er 'over', Frank, en niet zomaar een klein beetje! Temeer omdat je alweer met geen woord rept over de essentie van mijn tekst, t.w. het echec van Van den Broecks roman Terug naar Walden, – die je toch ook wel gelezen hebt, mag ik aannemen? – die door zijn gekunsteldheid, zijn gebrek aan authenticiteit, zijn historische onnauwkeurigheid, zijn rommelige opbouw, zijn bombastische stijl, zijn schoolvosserige wijsneuzigheid, zijn clichématige taal en beelding, zeg maar: zijn globale flauwekul niets meer is dan “een rommelig kettingverhaal” met een “onwaarschijnlijke, rocamboleske plot”, “wriemelende, potsierlijke personages” en een “sputterende motor”, zoals Dirk Leyman het in De Morgen uitdrukt (21-10-2009).

Evenmin toucheer je de inconsequenties van de 'vent' Van den Broeck, die zowat alles geworden is wat hij vroeger aanklaagde. Zo noteerde hij ooit: “Het wordt tijd dat men alle subsidies aan kunstenaars onverbiddelijk afschaft. Kunstenaars die om een subsidie vragen lijken mij eenvoudig een boel sufferds die niet schijnen te beseffen wie of wat zij vertegenwoordigen in een staat. Een kunstenaar is een pretentieus iemand die zich op een bepaald ogenblik buiten en boven de maatschappij stelt. Hij eigent zich het recht toe die maatschappij te bekritiseren, ja zelfs te hervormen. Het komt mij nogal lachwekkend voor dat men dan voor zijn kritiek en zijn geplande revolutie nog centen gaat vragen van die maatschappij." Dat soort uitspraken heeft echter niet belet dat VDB zich intussen tot een van de hoogst gesubsidieerde auteurs heeft opgebedeld en met graagte meespeelt in de iconodoulie die hem vroeger zo tegen de borst stuitte.

Bovenstaand citaat dateert van Van den Broecks Heibeltijd in 1966, maar jij was toen nog maar een gezonde koter van tien die liever met matchboxjes speelde dan met literatuur. Overigens heb je overschot van gelijk: je kan beter een Depeuter tackelen dan kritiek te leveren op vedetten als Van den Broeck en Geeraerts. Je gratuite tekstje illustreert perfect wat ik bedoel in het laatste Heibelnummer: "De Vlaamse Literatuur bestaat bij de genade van Monumenten en Heiligenbeelden. () Wie één negatieve gedachte over deze Hemelsen durft te uiten, krijgt meteen een hele zwik zeloten over zich heen. En dus: over hen zegt men geen scheef woord, niemand durft de nimbus van hun hoofd te trekken, niemand waagt het zelfs maar aan hun tenen (want die hebben ze, en in grote maten!!) te kriebelen. () Zolang er nog rook uit hun pijp komt, () kun je er best met eerbied over praten of er hoogstens over zwijgen. De sanctis nil nisi bene, om het met een variante van Chilo, een der zeven wijzen van het Oud-Griekenland, te zeggen."

 

Genoeg over de Heiligen. Er is ook nog Peter Holvoet-Hanssen, die zonet op de Arkprijs van het Vrije Woord werd bijgezet. Laat me eerst toch even zeggen dat ik de poëzie van HaHa erg waardeer en dat ik in mijn gewezen hoedanigheid van jurylid van de provinciale commissie met gloed de subsidiëring ervan heb verdedigd. Ik ga dus volledig akkoord met de motivatie van de jury, nl. "de ongedwongen en anarchistische manier waarop hij met taal en taalgebruik omgaat". Wat mij daarom des te meer verbaast is dat een anarchistische dichter, zoals hij door iedereen wordt betiteld, bereid is om mee te spelen in een toch wel burgerlijke bedoening.

Als in die Ark nu nog een serieuze geldprijs besloten zat, dan zou ik het een armlastige auteur niet ten kwade duiden dat hij/zij zich eventjes leent tot dat soort ijdele honneurs. Maar nee hoor, niks geld, alleen een beetje literaire symboliek: je naam wordt gegrift in een miniatuurark die wordt bewaard in het Letterenhuis in Antwerpen. En als supplementje mag de winnaar dat kleinood even vasthouden en eventueel in de hoogte steken, wat de anarchistische dichter HaHa niet naliet. Zoals "een coureur die de Trofee van de Kermiskoers van Schellebelle heeft gewonnen", inderdaad. Of was het toch een satirisch en dus ondergravend gebaar van HaHa?…

Ik weet niet wat je het meest heeft geërgerd, dat ik me een beetje vrolijk maak over de inconsequentie van Peter HaHa of dat ik luchtig doe over de Arkprijs. Mag ik in verband met dit laatste misschien Guido Lauwaert even aanhalen: " De jaarlijkse uitreiking van de Arkprijs van het Vrije Woord is verworden tot een pronkgebeuren van arkbroeders en -zusters. Het is een braaf gebeuren dat vooral aantoont wat het in oorsprong wilde belijden, desnoods met de vuist op de tong: het vrije woord. Want als één ding duidelijk is, is dat de Arkprijs enkel oog en gravering heeft voor wie in zijn kraam past. Wie bevestigt wat al gedacht is." (zie in deze blog, 13 mei 2010). En Lauwaert eindigt met: "Ik geloof dat met dit artikel ik voor eens en voor goed de kans heb verkeken op een plaats op de Ark. Gelukkig heb ik al jaren mijn eigen bootje. Dat er verdomd nog stevig uit ziet. Ondanks de vele stormen."

Dat zijn woorden die evengoed in Heibel hadden kunnen staan. Want ook Heibel is wars van gekruip en gelik. Ook Heibel laat zich niet sussen door eerbetuigingen en doet niet aan kansberekening. Ook Heibel stelt zijn "eigen bootje" als hoogste doel. Ja, beste Frank, al je klakkeloze spot ten spijt. Je gratuite oprisping dat Heibel "zich trots presenteert als 'een blad zonder blad (voor de mond)', () als 'onafhankelijk-kritisch-satirisch-polemisch tijdschrift'", zou ik kunnen counteren met de even gratuite bewering: "Frank de Vos pretendeert met trots: 'Ik heb een hekel aan schraal gelal, woorden zonder daden (). Ik sta ook bijzonder op mijn onafhankelijkheid.'" Zo stel je jezelf toch voor in je blog, niet? Maar wat bewijs ik daarmee? Niets noppes nada. Evenmin als jij iets bewijst met je zure 'boerke'. Wie de satirische-kritische (on)waarde van mijn Heibelbijdragen wenst te kennen, moet zelf Heibel maar lezen in plaats van blindweg een klakkeloze uitlating van om het even wie na te praten.

Het verwijt dat Heibel niet onafhankelijk zou zijn, kan ik echter niet blauwblauw laten. Omdat het zelfs geen oordeel meer is, maar een plompe leugen. Om niet gemuilband te worden wijzen wij immers alle subsidies af – zo staat het ook in elk nummer van ons blad –, maar ook van politieke partijen, van het literaire wereldje, van uitgeverijen, ja, zelfs van elkaar zijn wij onafhankelijk. En om het eens brutaal uit te drukken, mijn beste Frank: je slaat er met de klos naar wanneer je schampert: "Heibel, de blauwe hemel voor geliefde knuffelberen, de brandstapel voor verketterden." Je draait de zaken om, je zet ze op hun kop. Wié wordt er in het literaire wereldje geknuffeld? Toch niet de Depeuters en Hannelores, dacht ik. Wiens werk wordt in allerlei media doodgezwegen? Wie krijgt alle faciliteiten bij de voor-het-zeggen-hebbers? Wie? wie? wie? Komaan, zeg, een beetje ernst, hè. Een man als jij moet toch weten dat zo'n ongegronde uitspraak je reinste populisme is. Vervang Heibel bij voorbeeld door Humo en je bekomt: "Humo, de blauwe hemel voor geliefde knuffelberen, de brandstapel voor verketterden", enzovoort. Uiteraard zou dit uitspreeksel niet minder populistisch zijn dan het jouwe, maar misschien ligt het toch een beetje dichter bij de waarheid.

Frans DEPEUTER

P.S. Dat je je abonnement op Heibel niet meer betaalt, daar moet je niet te zwaar aan tillen, Frank. Één abonnee minder maakt heus de zaak niet, we hebben er nu nog 334 (waarvan 104 mecenassen, ereleden, beschermende of steunende leden) en dat is ruim voldoende om het blad ongesubsidieerd in leven te houden. En voor wat betreft je 'kleine kamertje', je zit daar nu toch niet zonder papier je ding te doen, hoop ik. Na een degelijk poepje moet een mens zich toch kunnen 'verschonen', niet? Anders is er nog altijd je krant, die kun je in vier knippen en de velletjes aan een spekhaak prikken zoals mijn ouders het vroeger deden op het 'huiske' van hun 3-koetjes-boerderijtje. Als het je kan helpen: mijn ouders gebruikten daarvoor de Gazet van Antwerpen. Zij waren katholiek, zie je, en die was dat toen ook. Als hygiënisch alternatief kan je ook altijd Scottex gebruiken (pak van 6 rollen van 600 vellen, geparfumeerd, 2-lagig, thuis geleverd voor € 16,78)." )

*

Bovenstaande tekst is een verkorte versie van een gedeelte van de repliek die Depeuter schreef naar aanleiding van "'Heibel' tot in den treure" dat op 9 januari 2013 op deze blog verscheen. In de eerstvolgende aflevering van de Mededelingen van het CDR(nr. 203) verschijnt het volledige opstel, waarin Depeuter het ook nog heeft over brandstapels, ijdelheid, champagnedrinkers, literaire paria's, grote geesten, kaviaarlinks en kaviaarrechts, stadsdichters, witte olifanten, subsidies, mesquinerie, Bergen-Belsen en dat soort dingen.  

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
24 janvier 2013 4 24 /01 /janvier /2013 06:00

 

Ruud-De-Ridder--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
23 janvier 2013 3 23 /01 /janvier /2013 18:26

 

PaironMinnedichter.jpg

Vanochtend werd in Club Lange Wapper te Antwerpen de nieuwe dichtbundel van Marc Pairon aan de pers voorgesteld: Minnedichter zkt Muze.

Wegens familiale omstandigheden liep Marc Pairon (°1959) maar tot zijn vijftiende school en bracht hij zijn verdere tienerjaren als clochard door, zwervend door Europa. Wanneer hij nu en dan in België was, voorzag hij in zijn levensbehoeften door het verkopen van gestencilde teksten in Antwerpse cafés. Hij trok de aandacht van Nic van Bruggen pp, en dat leidde in 1981 tot de publicatie van de bundels Splinters en Kousen wassen, beide uitgegeven door Walter Soethoudt. Hoewel Pairon talrijke lovende kritieken kreeg en een graag geziene gast was op literaire voorstellingen, hield hij het dichtersleven snel voor bekeken. Hij wendde zijn creativiteit nadien vooral in het zakenleven aan.

Pairon zou de volgende twee decennia niets meer publiceren, zelfs geen letter meer schrijven. In 2006 kwam van hem het drietalige, 750 pagina's tellende kunstboek Art Deco Ceramics - Made in Belgium. Hij was immers ondertussen ter zake een notoir expert geworden en het naslagwerk was binnen het genre dan ook een absolute bestseller. Het werd in meer dan 40 landen verdeeld. Intussen verschenen meer dan 200 recensies en reportages over dit kunstboek in internationale magazines en binnen de vakliteratuur. 

In maart 2008 greep Pairon terug – “in een opgewonden roes” – naar de pen van de poëzie en maakte begin 2009 een opmerkelijke comeback. Hij werd door de pers uitgeroepen tot “Vlaanderens meest gelezen dichter”: van zijn verzenbundels gingen immers datzelfde jaar ruim 60.000 exemplaren over de toonbank.

Minnedichter zkt Muze wordt ingeleid door de Chinees-Nederlandse romanschrijfster Lulu Wang, die haar “diepe bewondering” voor de dichter uitdrukt:

Ik weet niet sinds wanneer dit zo is, maar ik heb de indruk – ik hoop dat ik ernaast zit – dat vandaag de dag de regel geldt dat wanneer een gedicht voor de gewone man of vrouw te begrijpen valt, men het niet te serieus moet nemen. Poëzie moet volgens sommigen een raadsel zijn, een raadsel dat door niemand anders dan de dichter zelf en de literatuurkeurmeesters ontrafeld kan worden. Literatuur moet volgens hen zuur, cynisch of deprimerend zijn.

Gelukkig is dit niet helemaal zo en hebben wij nog dichters zoals Marc Pairon. Zijn poëzie spreekt een heldere taal. Verstaanbaar voor lezers van verschillende pluimages. Zijn stijl is verfrissend en fijnzinnig. […] Met plezier lees en herlees ik ze. Ze ontroeren mij, brengen mij aan het lachen, huilen, denken en nadenken.

Pairons poëzie wordt door een groot publiek gesmaakt. De toegankelijkheid van de gedichten, de herkenbaarheid van de onderwerpen en de – wegens de hoge oplagen – correcte verkoopsprijzen van de verzenbundels zijn daar niet vreemd aan.

HFJ

Marc PAIRON, Minnedichter zkt Muze, Aartselaar, Stichting Charles Catteau, 2012, 62 p., 5 €. ISBN 978 94 9121 803 3.

Zie op deze blog:

http://mededelingen.over-blog.com/article-marc-pairon-bewijst-dat-niet-alle-bestsellers-kookboeken-zijn-113193960.html

 

http://mededelingen.over-blog.com/article-aleidis-dierick-walter-soethoudt-en-marc-pairon-over-maris-bayar-70357136.html

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article
22 janvier 2013 2 22 /01 /janvier /2013 14:30

 

Michael.JPG

Michaël Vandebril

Gaat het goed met de poëzie, in deze tijden van crisis? Nee, het gaat niet goed met de poëzie, het gaat héél goed met de poëzie. Nooit piekte de verkoop van dichtbundels zo sterk dan de voorbije twee jaar en de lezingen rijzen de pan uit. Een nuance is wel op zijn plaats.

De meeste dichtbundels halen geen 200 verkochte exemplaren. Bij 150 spreken ze van een doorbraak en, met dank aan Gerrit Komrij [De dichter], zwelt hun borst tot slagschiphoogte, ‘En daarvan wilde hij leven!’ Maar de dichters die wel verkopen, verkopen veel beter dan verwacht. Al worden ze er ook niet rijk van. Ze hebben enkel een pak meer zakgeld. Maar laten we het financiële buiten beschouwing en concentreren we ons op het artistieke aspect van het dichter en het dichterschap. De gemiddelde oplage van een bundel is 500 exemplaren, en dan moet het al over een dichter gaan die zichzelf weet te verkopen, of waar journalisten op geilen. En eenmaal er eentje zijn geilheid met kreten van bewondering heeft geëtaleerd, volgen de anderen.

Wat zeker ook meespeelt is een prijs – de nominatie voor de C. Buddinghdebuutprijs is al goed voor meer interesse en de meest versierde lauwerkroon voor een flinke meerverkoop. Ook de Herman de Coninckprijs binnenhalen betekent extra media-aandacht en dus meerverkoop. Tevens blijkt dat jonge dichters zelf de nieuwe media gaan bespelen en een strategie bedenken. Dat gaat van facebook over eigen blog tot de goeie ouwe klassieke LP. Na jaren van stagnatie zie je dat dichters niet langer enkel en alleen rekenen op de uitgever. Hij verstuurt recensie-exemplaren, verzorgt de distributie en laat de rest over aan de auteurs. Want door bezuinigingen staan de promotiepotten bij het klein huisvuil. Maar genoeg waarheden als casselkoeien, cijfers en feiten.

Tegen veler verwachting was de eerste dichtbundel van Michaël Vandebril, directeur van Antwerpen Boekenstad, een succes. Het vertrek van Maeterlinck verscheen bij De Bezige Bij Antwerpen begin vorig jaar in een oplage van 500 exemplaren. Nu er een tweede druk verschijnt betekent dat, rekening houdend met de sluitingsdagen van de boekhandels, meer dan twee per dag. De kwaliteit van de gedichten staat uiteraard voorop, maar niet onbelangrijk is de grafische verzorging. Meer en meer zie je dat kopers daar rekening mee houden. De smaak van de poëzieliefhebber gaat er dus op vooruit. Applaus voor de lezer.

 

Evengoed vergaat het Stijn Vranken. Zijn eerste bundel, Vlees mij, verscheen bij Meulenhoff Ι Manteau in 2008 en zit al aan zijn derde druk, in totaal 2.250 exemplaren. De tweede bundel, verschenen bij De Bezige Bij Antwerpen, dateert van 2011. Wees gerust, maar niet hier zit aan zijn tweede druk, terwijl een nieuwe dichtbundel zo goed als afgewerkt is. Over de titel twijfelt de dichter nog. Was dat niet zo geweest had hij hier gestaan. Zo goed als zeker verschijnt hij in het najaar. Aan de telefoon beloofde Stijn Vranken een nieuw gedicht. Komt dat eraan voor dit artikel per satelliet bij de redactie belandt, plakt het onderaan.

De meest succesvolle dichter van de het moment is ongetwijfeld Delphine Lecompte. Na twee dichtbundels bij Uitgeverij De Contrabas, succesvol ondanks de afgrijselijke vormgeving, werd zij vorig jaar binnengehaald bij De Bezige Bij Antwerpen. In nauwelijks tien maanden tijd waren er drie drukken, goed voor 1.500 exemplaren. De derde druk is nog niet uitverkocht of een nieuwe dichtbundel staat op het punt de drukkerij te ruilen voor de boekhandel. De presentatie is voorzien voor donderdag 21 februari op de zolder van het Poëziecentrum. Naast enkele bevriende dichters zal de creator voorlezen uit haar nieuwste bundel, Schachten en amuletten, en naast muziek zullen er rijkelijk versierde schotels en goed gevulde flessen zijn. Er is dus geen enkele reden om niet aanwezig te zijn. De eerste druk is meteen goed voor duizend exemplaren. Dat ze snel een bestemming zullen vinden, is zo zeker als dat Poetin uit is op vierde tsarentroon.

Lecomptes poëziesucces is te vinden in een mix van lucide toonzetting en morbide afrekening met de zelfbenoemde verlichte generatie van ’68, haar dartele verschijning gelardeerd met plagerig gestuntel, en een gedrag dat op zich weer een samenstelling is van Virginia Woolf, Gertrude Stein, Wislawa Szymborska en nader bij ons wijlen Fritzi Harmsen van Beek. Ook vind je elementen van François Villon en Arthur Rimbaud in de ondertoon van haar poëziebrieven, wat elk gedicht in wezen is.

De belichting van deze drie succesvolle dichters wil niet zeggen dat de anderen honger lijden. Hun succes is echter van bescheidener omvang. Bovendien moet benadrukt worden dat de factor succes grotendeels aan hen voorbijging. Hoe goed de poëzie ook is, het blijft een feit dat succes slechts mogelijk is door het precies in mekaar haken van tijd, ruimte en geluk. Als dat lukt is een snelle en vooral felle doorbraak gegarandeerd.

In primeur, als cadeau aan de lezers, niet eerder gepubliceerde gedichten van de drie succesvolle poëten. Het gedicht van Michaël Vandebril is geïnspireerd op een instrumental, Theme for great cities, van de popgroep Simple Minds.

Guido LAUWAERT

 

Delphine Lecompte

 

Er was een park en daar dribbelde een engel

 

Op de stilstaande bus zit een dermatoloog te klappertanden

Het is de dermatoloog van mijn moeder

Haar huid is nochtans gekmakend gaaf

Het klappertanden klinkt als verkalkte geitenhoeven

Op een kurkdroog basketbalterrein.

 

Nu moet ik een keuze maken:

Schrijf ik verder over wijn

Of over een dribbelende engel

Op het basketbalplein van mijn elfjarige sensualiteit?

 

Elf is jong genoeg

Om verliefd te worden op een engel

Wist ik veel dat hij niet geslachtloos was

Hij noemde mij Marjolijn met een lange ‘ij’

Iedere vrijdag kocht hij goudvisvoer voor mij.

 

Ik kon het niet over mijn hart krijgen

Het goudvisvoer te weigeren

Nadat mijn goudvis was gestorven

Heb ik nog tien maanden het goudvisvoer aanvaard

Daarna is hij verhuisd.

 

Mijn vader heeft toen een knaagdier gekocht

Om mij te troosten

Toen mijn vader hem kocht had hij een kater

Maar de cavia was kerngezond

Ik heb hem Plato genoemd en blindgemaakt

Wist ik veel dat hij niet zingen kon.

 

Michaël Vandebril

 

Refrein voor een stad

 

in een stad die dichters zuigt

tot zachte geraamtes glijd ik

 

met de snelheid van een luipaard 

langs warme natte tuinen waarin stenen

 

pauwen en paden zich als draden

gedragen van een cocon 

 

langzaam opgegeten door struiken

en kruinen en het tergend trage

 

zwellen van schelpen in het vijverwater 

slechts een voorbode 

 

van grotere tuinen waarin stenen

pauwen en paden zich als stralen

 

gedragen van een zon 

langzaam opgezogen door struiken

 

en kruinen en het tergend trage

zwellen van schelpen in het vijverwater 

 

slechts een zucht

van andere tuinen waarin stenen

 

pauwen en paden zich als deining

gedragen van een bron 

 

langzaam opgedronken door struiken

en kruinen en het tergend trage

 

zwellen van schelpen in het vijverwater 

slechts een zweem de stad kleedt

 

dichters in doorzichtig vel

ik leef hoog boven de tuinen

 

met de gratie van een zwaluw 

en zie straten van geluk

 

Stijn Vranken

 

een vermoeden

 

Was ik niet liever een vermoeden geweest?

Iets waarvan sommigen wel eens hebben gehoord

omdat al de anderen erover hebben verteld?

 

Een hardnekkige twijfel, een universeel gerucht,

een waan, iets onsterfelijks vaag, iets dat kan

worden geloofd net omdat het niet bestaat, en

 

niet dit lichaam dat mij elke dag meer verraadt.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans littérature
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche