Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
12 mai 2013 7 12 /05 /mai /2013 19:32

 

Marmerklippen.jpg

Ernst Jünger, Op de marmerklippen, Brussel, De Lage Landen, 1942, 192 p.

Vertaling van J. Hardewijk

Opnieuw geconfronteerd met Jünger, denk ik terug aan een aantekening van Gaston Burssens in zijn dagboek, Kerstnacht 1940:

Ik lees Das abenteurliche Herz. Er zijn boeken die ik zo schroomvallig lees dat ik bang ben er een bladzijde van om te draaien uit vrees het al te spoedig te lezen. Zulk boek is voor mij Das abenteurliche Herz .

Zulke boeken waren voor mij Auf den Marmorklippen, Sprache und Körperbau, Heliopolis (in de Franse vertaling van Henri Plard) of An der Zeitmauer – zonder Lob der Vokale te vergeten, tijdens de bezetting verschenen bij Manteau, of, natuurlijk, die fascinerende Parijse dagboeken.

StiefenhoerKLEUR.jpg

Karin Lebacq bezorgde mij niet alleen Krieg und Frieden (zie de vorige aflevering), maar meldde mij ook het overlijden van affiche- en boekontwerper Jean-Jacques Stiefenhofer (27 september 1943 – 20 februari 2013). Hij was afgestudeerd aan de befaamde Hochschule für Gestaltung Ulm en het eerste / stichtend hoofd van de opleiding productontwikkeling bij de Artesis hogeschool. Hij zorgde ervoor dat in de beginjaren van de opleiding veel Ulmers lesgaven in Antwerpen.

Naar aanleiding van de tentoonstelling van Wilfried Pas, begin 1996 in De Brakke Grond te Amsterdam verscheen, i.s.m. De Zwarte Panter, een fraai uitgegeven documentair boekdeel, Willem Elsschot en Paul van Ostaijen mo(NU)menten. Wilfried vroeg me toen de tekst te schrijven. Dat was ook het geval toen de Provincie Antwerpen hem als laureaat van de Prijs Beeldende Kunst 2004 hulde bracht met een gedenkwaardige publicatie. Wilfried stond erop dat Stiefenhofer, en niemand anders, het boek zou ontwerpen. Dat werd een korte, maar intense en boeiende samenwerking met JJS, waar ik een warme herinnering aan bewaar. Na de zorgvuldige keuze en lay-out van de illustraties werd in overleg met de twee zelfbewuste perfectionisten overgegaan tot de precieze plaatsing van de tekstgedeelten. Dan pas kon ik eindelijk aan het schrijven, waarbij elk woord letterlijk telde.

Ik heb toen veel geleerd.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
11 mai 2013 6 11 /05 /mai /2013 06:27

 

JungerLebacq.jpg

Zondag 5 mei kwam Karin Lebacq weer eens op bezoek. Ze schonk mij als aandenken het laatste boek dat haar vader per post ontving, het zesde deel van de “Jünger-Studien”, Krieg und Frieden, waarvan hij slechts een tachtigtal pagina's gelezen had. Bob Lebacq kende mijn waardering voor het oeuvre van Ernst Jünger (1895-1998). Leopold Flam (1912-1995, één van mijn leermeester) wees mij op de invloed van Jünger op Heidegger. Vanaf de prille jaren zeventig heb ik in allerlei opstellen vaak de aandacht gevestigd op die in menig opzicht raadselachtige auteur, over wie ik verhelderende gesprekken voerde met Gustav-René Hocke (1908-19885, nog één van mijn leermeesters) en met Luise Rinser (1911-2002).

In Diogenes (1987, nr. 5, pp. 408-423) publiceerde ik “Aantekeningen voor een essay” over Jünger. Bij zijn honderdste verjaardag publiceerde ik “De oorlogsingenieur als flaneur” in Kunst & Cultuur, het fraaie en diepgravende maandblad waarvan Frans Boenders hoofdredacteur was (28ste jg., nr. 6, juni 1995, pp. 21-23).

Toen Bob Lebacq op post was in Wenen en Israël zond hij mij van tijd tot tijd knipsels over Jünger uit Oostenrijkse en Israëlische kranten en tijdschriften. Reden te meer om de gift van Karin te koesteren.

Toen nu toe las ik de treffende bijdrage van Martin Tielke: “Vom heroischen zum dämonischen Schrecken – das Schicksal des Jünger-Sohnes Ernstel”. Hij boorde kennelijk nieuwe documentaire bronnen, waardoor het lot in de letterlijkste betekenis des woord “tragische” lot van Jüngers zoon treffend in context wordt gebracht. Een revelatie!

Julien Hervier handelt over “Ernst Jünger in Frankreich: die Kriegstagebücher in der Pléiade”, de tekst van een lezing, met alle nadelige gevolgen van dien. Al bij al nogal ontgoochelend.

Ik ben benieuwd naar de andere bijdragen, waarover later (hier of in het tijdschrift Mededelingen) meer, misschien...

redactie-mdd-07-05-13-2.jpg

Snelschets van Jan Scheirs. Van l. naar r.: Karin Lebacq, Kris Kenis, Guido Lauwaert,

Bert Bevers, Frank De Vos en Henri-Floris Jespers

7 mei zag ik Karin Lebacq opnieuw, nu op de redactievergadering van de Mededelingen. Geen gedoe met agendapunten, notulen enz., gewoon een ontspannen bijdrage tot teamvorming (zoals Bert Bevers terecht opmerkte...).

*

Ondertussen las ik het als boek verkochte opstelletje van Marc Didden over Hugo Claus. Even laten bezinken...

Henri-Floris JESPERS

 

G. FIGAL / G. KNAPP (Hrsg.), Krieg und Frieden, Jünger-Studien, Band 6, Tübingen, Attempto Verlag, 2013, 255 p., 27 €. (Tübinger Phänomenologische Bibliothek.)

Partager cet article
Repost0
10 mai 2013 5 10 /05 /mai /2013 02:43

 

013.JPG

Peter Holvoet-Hanssen aan het woord (foto: Bert Bevers)

Voor de tweede editie van de Herman J. Claeys-prijs werd gekozen voor het thema 'Censuur', een fenomeen waarvan Herman meerdere malen het slachtoffer werd. De prijs werd gisteren om 17u320 uitgereikt in De Groene Watermankelder te Antwerpen. Dat is de tweede maal dat de boekhandel gastvrijheid verleent aan dit gebeuren, “op kosten van Herman”...

Bart van Peer sprak het welkomstwoord namens de inrichters, waarna de onvolprezen Peter Holvoet-Hanssen enkele gedichten van Herman met verve las (en uiteraard de gelegenheid niet onbenut liet om terloops aandacht te vragen voor Het nieuwe visserijblad dat hem om allerlei redenen na het hart ligt).

*

Juryvoorzitter Henri-Floris Jespers dankte Pipelines vzw, die ondanks beperkte financiële middelen, de herinnering aan leven en werken van Herman levendig houdt, ook door de toekenning van poëzieprijzen. Hij dankte de juryleden, die zich belangeloos, met volle inzet en gewetensvol van hun taak gekweten hebben: Lucienne Stassaert (wegens gezondheidsredenen afwezig), Bert Bevers, Koen Calliauw, Peter Holvoet-Hanssen en Jan van Veen (de voortreffelijke secretaris).

Koen Calliauw besliste om achtenswaardige principiële redenen ontslag te nemen omdat naar zijn mening de inzendingen van onvoldoende engagement getuigen, een beslissing die we allen aanvaarden en respecteren maar niet minder ten zeerste betreuren. Koen Calliauw is dus niet mee aansprakelijk voor de eindbeslissing.”

De jury kreeg 85 gedichten te lezen, alle onder schuilnaam ingezonden. Alle juryleden, zonder uitzondering, waren derhalve onwetend over de ware identiteit van de inzenders – een door de organisatoren van de prijs goed bewaard geheim. Na grondige bespreking bleek duidelijk dat er een consensus bestond over de drie te bekronen gedichten.

Het was pas enkele dagen later dat we de ware identiteit vernamen van de laureaten”, aldus Jespers.

De eerste prijs (250 €) gaat naar het gedicht 'Sprakeloos' van Mark Meekers (°1939), de tweede prijs (150 €) naar 'Autocensuur, is de dichter dan toch een koe' van Martin Carrette (°1951). Luc Van de Vijver krijgt de derde prijs (100 €) voor 'Drooglijn'.

*

Het gedicht van Mark Meekers werd vervolgens gebracht door Bart van Peer, de doorgewinterde inleider van De Muzeval. Door een begrijpelijke communicatiestoornis (Meekers had immers drie gedichten ingezonden) las hij echter het gedicht 'Spreekverbod' (dat bij de jurering ook lang in the running bleef). Het bekroonde gedicht, 'Sprakeloos' werd dan spontaan gelezen door Henri-Floris Jespers. Zo kreeg de bekroonde terecht tweemaal aandacht...

'Autocensuur' van Martin Carrette werd con sordino gelezen door Peter Holvoet-Hanssen, en Pierre Magis (een oudgediende van De Muzeval) bracht 'Drooglijn' van Luc Van de Vijver.

*

Tussen het opvallend aandachtige publiek: Philippe van Beek, Lode Cafmeyer, Frank F. Castelyns, Jo van Cauwenbergh, Guy Commerman, Jean Emile Driessens, Mieke De Loof, Christel de Loos, Frans Vlinderman, Frank De Vos en Frank Vranckx.

*

Hier het bekroonde gedicht:

 

Sprakeloos

 

gekneveld door de nacht, alle lichten

gedoofd, tegen een betonnen muur van

duisternis: zo moet het zijn om niet meer

te kunnen spreken, monddood, te moeten

 

leren uit een boek met blancobladen, met

letters uit hun lood geslagen, kranten vol-

gesneeuwd met witte vlekken. in naam

van hogere goden planten ze hun ogen

 

in jouw kop, snijden de beelden uit je net-

vlies, naaien dove oren aan, verzegelen

de lippen, verzekeren dat bloed groen is

en kleur van de hoop. wie de vrijheid in

 

zijn hoofd laat dansen, door een scheur in

de onverschilligheid afschuw uitschreeuwt,

word gemuilkorfd, geïsoleerd eiland, ver-

boden stad. de volgzame meute blaft vrijuit.

Mark MEEKERS

*

De aanwezigen op de uitreiking kregen als aandenken een keurig pamfletje van veertien pagina's waarin de censuur-perikelen van Herman sec informatief op een rijtje worden gezet en treffende originele documenten gereproduceerd. Bovendien werd het opstel van Herman over 'Censuur en de reactie ertegen in Vlaanderen' (eerder verschenen in Aktief, nr. 4, 2003) integraal opgenomen. Chapeau!

FotoClayesPublicatie.jpg

Ondergrondse literatuur komt in de Free Press Shop boven de grond in Brussel. Van l. naar r.: Willem M. Roggeman, Gerd Segers, Jeroen Brouwers, Weverbergh (papier in de hand), Georges Adé (alias Laurent Veydt, mijmerend naar zijn Hemelvaart ?) en mediterende gastheer Herman J. Claeys (keurig met stropdas)

*

Er is hier op deze blog veel over Herman te lezen: www.mededelingen.over-blog.com. Het volstaat in de kolom rechts in de rubriek “Recherche” Herman J. Claeys in te tikken en u krijgt een volledig overzicht van de bijdragen die kosteloos online gelezen kunnen worden. Herman was niet voor niks een gewaardeerd lid van het Centrum voor Documentatie en Reëvaluatie.

Het wordt ook tijd Hermans verdiensten als filoloog in de verf te zetten...

*

Van 20 tot 23 uur vond dan een H. J. Claeys-podium in het literair-artistiek café Den Hopsack, waar Bart van Peer aan deelnam (met twee gedichten van Herman), Pierre Magis (met een gedicht over Wannes van de Velde) en Frans Vlinderman. Leila Boukhélif heeft in het Frans iets voorgedragen maar was achteraan wegens de slechte versterking en omdat ze soms naast de micro sprak op enkele woorden na absoluut onverstaanbaar. Frank De Vos las het gedicht voor van Herman uit de bloemlezing Bedichting van een dorp. Achteraf was het vrij podium.

*

De activiteiten van Pipelines vzw/De Muzeval worden georganiseerd in samenwerking met Masereelfonds Antwerpen en met steun van Antwerpen Boekenstad.

HJC-HFJ-KK.jpg

Herman J. Claeys, Henri-Floris Jespers en Kris Kenis

(Muzeval nr. 20, 10 augustus 2000)

Partager cet article
Repost0
8 mai 2013 3 08 /05 /mai /2013 14:00

 

Roland-Cassiman--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
8 mai 2013 3 08 /05 /mai /2013 08:42

 

Claeys2newyork.jpg

Voor de tweede uitgave van de Herman J. Claeys-prijs werd gekozen voor het thema “Censuur”, een fenomeen waarvan Herman meerdere malen het slachtoffer werd. Op dinsdag 24 maart 1970 verscheen hij te laat op een debat over censuur omdat hij met zijn 2 pk onderweg van Amsterdam naar Brussel aan de Belgische grens opgeleid werd, op heterdaad betrapt op het smokkelen van verboden en zedenschennende literatuur, bestemd voor zijn boekhandel-uitgeverij Free Press Bookshop die gespecialiseerd was in underground-uitgaven en bekendheid genoot tot in de Verenigde Staten. Wat later werd er hartje New York gemanifesteerd tegen de beschuldigingen aan het adres van Herman en de inbeslagname van literatuur.

De Herman J. Claeys-prijs werd ingesteld door Pipelines/De Muzeval.

De jury van de tweede editie bestond uit Bert Bevers, Koen Calliauw, Peter Holvoet-Hanssen, Henri-Floris Jespers (voorzitter), Lucienne Stassaert en Jan van Veen (secretaris).

*

Na twee schiftingen selecteerde de jury 24 van de 85 ingezonden gedichten. Tijdens de tweede vergadering maakte Koen Calliauw bekend dat hij ontslag wenst te nemen daar naar zijn mening de inzendingen van onvoldoende engagement getuigen. De overige juryleden aanvaarden en respecteren zijn beslissing, die zij evenwel welgemeend betreuren. Koen Calliauw nam dus niet deel aan de eindbeslissing, waarvoor hij dan ook niet aansprakelijk is.

De namen van de drie laureaten worden bekendgemaakt op donderdag 9 mei om 17u30 in de Groene Watermankelder, Wolstraat 7, 2000 Antwerpen. Voor de bekendmaking zullen er enkele gedichten van Herman J. Claeys (1935-2009) gebracht worden door Peter Holvoet-Hanssen en leden van Pipelines/DeMuzeval. De eerste prijs bedraagt 250 €, de tweede 150 €, de derde 100 €.

*

Meer hierover straks van 14 tot 16 u in het programma “De Muziekdoos on Air”, Radio Centraal 106.7 FM (streaming via radiocentraal.be). 's Avonds vindt een Herman J. Claeys-podium plaats in het literair-artistiek café Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24, 2000 Antwerpen.

Partager cet article
Repost0
4 mai 2013 6 04 /05 /mai /2013 05:49

 

Boelvaar13.1.jpg

Het tijdschrift Boelvaar Poef wordt ten behoeve van het L.P. Boon Genootschap uitgegeven door de Stichting Isengrimus, Utrecht. In het kader van de Boon-vieringen verscheen eind oktober vorig jaar De eerste eeuw van Boon. Het boek geldt tevens als dubbelnummer van het tijdschrift, tevens afsluiter van de twaalfde jaargang. Zie:

http://mededelingen.over-blog.com/article-boelvaar-poef-en-louis-paul-boon-genootschap-112083986.html

De eerste aflevering van de nieuwe jaargang verscheen in april. De hierin opgenomen Boonlezing van Jos Muyres (° 1957) verdient ruime aandacht. Hij hekelt terecht 'de erotisering van futilisering van Boons schrijverschap' en is kennelijk niet blij met vieringen waarin het accent werd gelegd op Boon als 'viezentist' en erotomaan.

Waar het hem om gaat is dat de aandacht voor Mieke Maaike's obscene jeugd en voor de Fenomenale Feminatheek

'ten koste gaat van de aandacht voor de boodschap die Boon in zijn werk uitdraagt. In zekere zin wordt de grote schrijver op deze manier monddood gemaakt. De aandacht wordt afgeleid van de genadeloze kritiek die Boon in zijn grote werken uitoefent op mens en maatschappij, op de kerkelijke, seksuele en ook literaire moraal'.

Fatsoensrakker? Geenszins: Muyres rekent ook Memoires van de heer Daegeman en Eros en de eenzame man tot die 'grote werken', en die staan 'meer dan bol van de erotiek'. Ik ben het met Muyres zonder meer eens. Door de overtrokken belangstelling voor wat hij Boons 'spielereien' noemt, 'gaat bij het lezerspubliek een schrijversreputatie naar de filistijnen'.

'Boon wordt meer en meer vereenzelvigd met de vieze man en raakt buiten beeld als de schrijver die vlak na de Tweede Wereldoorlog met gedurfde experimenten en pogingen om de mensen een geweten te schoppen de Nederlandstalige romanliteratuur overhoop haalde. Louis Paul Boon is immers de man die ons proza in die jaren radicaal heeft vernieuwd en die vooral wat de vorm betreft veel en veel verder ging dan generatiegenoten als Willem Frederik Hermans en Gerard Reve.'

*

Muyres wijst ook op de tanende belangstelling voor Boons werk. Zijn boeken worden minder en minder verkocht. De terugloop is onloochenbaar. De verkoopcijfers van de best verkochte boeken zijn in dat opzicht zonder meer treffend: van De Kapellekensbaan werden in 2011 precies 400 exemplaren verkocht; van Mieke Maaike's obscene jeugd, 140. Boons trekt nog nauwelijks 'jeugdige' lezers aan, aldus Muyres (ik zou eerder zeggen: 'nieuwe lezers').

In de vorige aflevering van Boelvaar Poef kon ik al lezen dat er van De Kapellekensbaan na zowat 60 jaar slechts 143.000 over de toonbank gingen... En bij de signalering, op deze blog, van De eerste eeuw van Boon viel mij de afwezigheid van jongere auteurs al op: gemiddelde leeftijd van de medewerkers: 65+.

*

Tot slot van zijn in Boelvaar Poef opgenomen lezing stelt Muyres terecht:

De overdrevene aandacht voor zijn erotisch werk, de versimpelde lezing van zijn grote werken, de overwaardering van een aantal historische romans... Het zijn allemaal pogingen om de angel uit Boons werk te halen. […]

'Boon was geen vieze man, Boon was geen proletarisch schrijver. Boon was geen socialistische schrijver. Boon was een groot schrijver die niet voor een gat te vangen was. Boon is de grote vernieuwer van het proza in de naoorlogse Nederlandstalige literatuur. Boon was een veel te grote kikker in een veel te kleine literaire vijver, zoals Cyra McFadden in 1972 in het Amerikaanse dagblad The Nation schreef bij het verschijnen van de Engelse vertaling van De Kapellekensbaan.'

*

De uitgave van het Verzameld werk van Boon, bezorgd door het Studie- en Documentatiecentrum L.P. Boon van de Universiteit Antwerpen, en uitgegeven door de hiertoe rijkelijk gesubsidieerde Arbeiderspers, staat nu al jàren in het vizier van Boelvaar Poef. Arne Op de Weegh (° 1970) gaat kritisch in op de publicatie van deel 11. In het volgende nummer zal hij daar nog uitvoeriger op ingaan. Verder legt Gerard Raat (° 1946) Menuet en De meisjes van Jesses naast elkaar.

*

De voorjaarsbijeenkomst van het L. P. Boon Genootschap vindt plaats op 11 mei om 14u30 in 't Belfort aan de Grote Markt te Aalst.

Socioloog Hugo D'hertefelt, gepensioneerde wetenschappelijk medewerker bij het Nationaal Onderzoeksinstituut voor Arbeidsomstandigheden, vrijwillig medewerker werkzaam bij het Masereelfonds in Hasselt, spreekt  over  Het  Geuzenboek. Ook niet-leden zijn welkom.

*

Naar aanleiding van een verschil van mening in de redactie van Boelvaar Poef, heeft Willem M. Roggeman per 1 september 2012 ontslag genomen als voorzitter van het Genootschap. Hij is ook geen redactielid meer. In de Berichten van het L.P. Boon Genootschap stond te lezen dat er geen conflict was. Hij werd tussentijds opgevolgd door de twee ondervoorzitters, Luc Geeroms en Wim Dijkstra.

Bij de presentatie van De eerste eeuw van Boon haalde Roggeman zwaar uit naar het nieuwe bestuur en de redactieleden van Boelvaar Poef.

'Daarna ontspon zich een welles-nietes-spelletje dat een vergelijking kon doorstaan met een ingehuurde komische act. Op bepaald moment wou Roggeman de zaal zelfs laten stemmen over het conflict. ‘Ik wil dat er nu gestemd wordt’, riep hij.

Na het nodige geharrewar slaagde Dijkstra er in de microfoon af te nemen van zijn ex-voorzitter. Nog steeds roepend en protesterend verliet Roggeman dan toch de feestzaal.' (Peter van den Bossche, Boekvoorstelling Boon eindigt in bekvechten, in: Het Nieuwsblad, 23 oktober 2012)

In BoonBerichten (nr. 73, februari 2013) staat te lezen dat het bestuur van het Genootschap op zoek is naar een nieuwe voorzitter.

Allemaal goed en wel. Als literair-historicus ben ik wel echt nieuwsgierig.

Roggeman heeft zich jaren ingezet, niet alleen als actieve voorzitter van het Genootschap, maar ook als auteur van talrijke lezenswaardige bijdragen in Boelvaar Poef. Waarom dan toch die kennelijk pijnlijke breuk...?

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
3 mai 2013 5 03 /05 /mai /2013 16:41

 

ToonVanHal-copie-1.jpg

Toon van Hal

De jongste aflevering 208 van Mededelingen van het CDR werd elektronisch verzonden. Normaliter ontvangen de abonnees op de papieren editie hun exemplaar maandag.

Wanneer je “Grammatica Grandonica” googelt dan zie je (onmiddellijk na het overigens niet geactualiseerde lemma in Wikipedia) dat de publicatie op deze blog van het grondige gesprek van Luc Pay met Toon Van Hal over de vondst van die uitermate belangrijke en lang verloren gewaande grammatica, prominent aanwezig is.

Omdat het interview van Luc Pay een voortreffelijke illustratie is van het documenteren en reëvalueren dat we hoog (zij het discreet) in het vaandel dragen, werd die substantiële en doorwrochte bijdrage integraal opgenomen. Voer voor specialisten? Ja en neen. Linguïstische archeologie levert immers een niet te onderschatten bijdrage tot de gemeenschappelijke (cultuur)geschiedenis.

*

In de rubriek “Necrologisch” wordt ere-ambassadeur Bob Lebacq, voorzitter van de raad van bestuur van De Diamanten Kogel, uitvoerig herdacht.

Uitvaart-Bob-Lebacq---04272013-059.JPGBob Mendes, ere-voorzitter van De Diamanten Kogel, groet de asurne

(Foto: Kris Kenis)

*

Lucienne Stassaert vraagt aandacht voor de dichteres Maud Vanhauwaert en bezint zich over romans van Y. M. Dangre, Maarten Inghels en Jeroen Olyslaegers.

*

Claus is vijf jaar geleden overleden en we zullen het geweten hebben. In de rubriek “Door de leesbril bekeken” gaat alvast aandacht naar De plicht van de dichter. Hugo Claus en de politiek.

Ondertussen verscheen op Knack.be een vinnige bespreking van CDR-redacteur Guido Lauwaert, onverbeterlijke beoefenaar van “The Gentle Art of Making Enemies”, waarover meer in de volgende aflevering. Beslist te lezen!

http://www.knack.be/nieuws/boeken/recensies-volwassenen/non-fictie/de-vergeten-vrouwen-van-hugo-claus/article-4000289494102.htm

*

Eerlang focussen we op de dichter Wilfried Adams, medestichter van het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie, ook al vijf jaar geleden overleden.

*

Een elektronisch proefnummer van Mededelingen van het CDR kan aangevraagd worden via mededelingen@lebacq.com

*

Wat deze blog betreft: vorig jaar werden gemiddeld net iets meer dan 5000 unieke bezoekers per maand geteld. In april 2013 waren het er 5223. Goed zo!

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
3 mai 2013 5 03 /05 /mai /2013 13:21

Presence-Lewis-Carroll-Charles-Dodgson-631.jpg Carroll Lewis van wonderland Het, boek vermakelijk hoogst zijn van inleiding de in Peeters Carel schrijft zo, figuur allegorische, moderne een is Caroll Lewis [1832-1898], Looking-Glass the Through en Wonderland in Alice van schrijver De. dat dan meer was hij Maar. brieven van achteruitschrijven het is hiervan voorbeeld goed Een. gaan kon hij ver hoe uit probeerde maar, grenzen van hield Hij .verrassingen op ook maar, vormelijkheid op gesteld maar professor geen is Oxford van man beroemdste De.

 

Zullen we maar op de gebruikelijk manier verder gaan, of alle lezers zitten aan het eind in het Gentse gesticht Guislain? Het achteruitschrijven van brieven was trouwens eerder uitzondering dan regel. Lewis heeft, naar eigen berekening, honderdduizend brieven geschreven en ze keurig in schriftjes gerangschikt. Helaas zijn ze verloren gegaan. Net als de meeste brieven. Slechts een vijfduizend zijn er bewaard gebleven. Ze geven een goed beeld van wie Lewis Carroll was. Alleen al uit zijn manische ordelijkheid kan opgemaakt worden dat hij een mathematicus was, met een voorkeur voor logica en formules. Verder is hij een preutse Victoriaan die beantwoordt aan alle clichés van zijn tijd. Alle Engelsen zijn ingewikkelde figuren, maar Lewis Carroll steekt er met kop en schouders boven uit.

 

Dat zou men niet zeggen voor wie alleen de eerder genoemde boeken kent. Wie echter al achter zijn gedoe aan gegaan is, en uw dienaar is daar een goed voorbeeld van, zilveren medaille in de categorie spionage, weet dat hij een columnist avant la lettre was, een bedenker van woordspelletjes, een pamflettist, uitgever, een filosoof, een godsman met een zwak voor de theorie van Charles Darwin, de promotor van de vaste boekenprijs en een verzamelaar van gevonden voorwerpen. Na zijn dood werden onder een vloerplank een witte handschoen gevonden – van het Witte Konijn? – een schoen die ter sprake komt in het lied dat de Witte Ridder aan het eind van Trough the Looking-Glass voor Alice zingt. Wat er ook gevonden is, is een vingerhoed. Die krijgt Alice van de Dodo omdat ze na het zwemmen in het tranenmeer de wedstrijd droogworden heeft gewonnen.

 

Het prachtige aan het boek van Carel Peeters is dat hij veel van wat al geweten is door de snuffelaars, op een vlot leesbare manier heeft geordend voor de enkelvoudige lezer. Zijn boek leest als een thriller met sciencefiction trekjes. Het sluit helemaal aan bij de geest van Lewis Carroll die beweert – in Alice in Wonderland – dat je achteruit kan leven. Het staat in een boek, dat wel, maar hij stond pal achter die bewering, zo valt op te maken uit zijn correspondentie. Daaruit blijkt bovendien dat hij gruwt van de wetten van de werkelijkheid. Hij respecteert ze en leeft er naar, ten bate van de orde van het dagelijks bestaan. Al kan hij niet verhinderen er vaak langs te scheren. Hij heeft nu eenmaal een haat-liefdeverhouding met het maatschappelijk systeem. Op dat punt aanbeland nadert hij de rebellie. Die is uitgebroed door zijn overtuiging dat de algemene opinie waardeloos is, zeker als het over goed en kwaad gaat.

 

Lewis Carroll staat bij de grote massa bekend als de man die van kleine meisjes hield. Klopt. Hij nam ze vaak mee, naar het park, het theater, naar zijn fotoatelier waar hij ze naakt fotografeerde, en later tekende, maar nooit is er tijdens of na zijn leven een woord gezegd over ongewenste intimiteiten. Al was het vaak kantje boord. Zo moesten moeders – wiens toestemming hij altijd vroeg – hem wel eens wijzen op het feit dat hun dochters te oud waren geworden om te portretteren, of mee uit te nemen. Dat begreep hij niet. De vrijgezel par exellence vond het meisje, tot de leeftijd van achttien, het mooiste wat de natuur gefikst heeft. En gelijk heeft hij. Doordat het uit de hand gelopen is, en de pers o zo graag voor jachtluipaard speelt, is het gevaarlijk geworden dit ook maar te zeggen.

 

De gebruiker van de taal is de baas, zo laat Lewis Carroll zeggen door Humpty Dumpty. Daarmee is hij een voorloper van Ludwig Wittgenstein. Je kan het zo gek niet bedenken of hij deed het. Lewis Carroll is de opperste literatuurgod van het Britse rijk. Laurence Sterne volgt in zijn wiel, maar komt nooit een bandbreedte naderbij, want Sterne schreef geen brieven in de vorm van een rebus, of die alleen in de spiegel gelezen konden worden, brieven in de vorm van een doolhof, die alleen met een vergrootglas te ontcijferen waren et cetera. Carroll deed het allemaal, en nog veel meer taalgrappen verzon hij. Het lijken spelletjes, maar via het spel tracht hij de grenzen van de literatuur over te steken. Of hem dat gelukt is? Hij heeft ook ‘mislukte’ boeken geschreven, maar hij zocht tenminste dag en nacht naar de overkant. Wat hij gevonden heeft is een spiegelbeeld, wat hem teleurstelde. Hij wilde meer. Het zwarte gat is zwart omdat het witter is dan het witte. Je kan het wel zeggen, maar waar is het bewijs? Het bleef bij theorieën.

 

Wat hem restte, nu hij niet vond wat hij zocht, was te vergeten. Iedereen en alles. Dat schrijft hij ook in een brief, en maakt van de bekentenis een spelletje. Een citaat: ‘My dear Agnes, Eindelijk is het me gelukt je te vergeten! Het was heel moeilijk, maar ik heb 6 lessen-in-vergeten genomen à een daalder per les. Na drie lessen was ik mijn naam vergeten, en vergat ik naar de volgende les te gaan. … Ik vergat wie ik was: ik vergat te eten: en tot nu toe ben ik vergeten de man [de professor, gl] te betalen.’

 

Na zijn dood vond men in zijn bibliotheek, waarvan de boeken allemaal keurig in het gelid stonden, boeken verwant met zijn denkpistes: Death-bed- scenes, London’s Dark Side, Triumph of Moral Good and Evil, Last Words for Girls.

Het boek van Carel Peeters doet je weer naar zijn beroemde dubbelboek grijpen, lezen is herlezen, maar ook verlangen naar andere boeken van de bizarre kerel. Zoals The Hunting of the Snark [De jacht op de slaai], een komisch-heroïsch epos, met dubbele bodems. Een absolute aanrader.

 

Wat het boek van Carel Peeters ook aantrekkelijk maakt, is dat Carroll een democraat was, maar verkiezingen dwaas vond. Het ontbrak ze aan logica en rechtvaardigheid. Hij leende geld uit, maar op terugvordering, hoewel de afbetaling secuur was opgesteld, trok hij zich geen bal aan. Bekendheid bestreed hij. Voor de buitenwereld was hij Charles Lutwigde Dodgson; zo wilde hij ook aangesproken / aangeschreven worden.

 

Een boek waarvoor je jezelf kust [weer een uitspraak van Lewis Carroll]. Bescheiden geïllustreerd, maar voldoende. Binnenkort is het O.L.H. Hemelvaart. De ideale dag om het te lezen. Halverwege volg je de straalstroom van Jezus. Tegen de avond ben je in de hemel.

volwassenen de van wereld krankzinnige de uit Weg

Guido LAUWAERT

 

Carel PEETERS, Het Wonderland van Lewis Carroll, Amsterdam, De Harmonie, 2013, 176 p. 17,90 €.

Partager cet article
Repost0
1 mai 2013 3 01 /05 /mai /2013 19:33

 

Sonja Nys (foto Bert Bevers)

Foto: Bert Bevers

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
28 avril 2013 7 28 /04 /avril /2013 05:06

 

Cailliau-leest-voor-uit-zijn-nieuwe-werk.JPG

Philippe Cailliau leest voor uit zijn nieuw werk

Het is al bijna vier decennia geleden dat Philippe Cailliau (° 1954, Elisabethstad) en ik elkaar leerden kennen. Dat gebeurde tijdens Poëzie in Animal Farm, het in bepaalde kringen roemruchte festival dat in 1975 in het rurale Denderbelle werd gehouden. Ook illustere collegae als Wilfried Adams (†), Leopold M. Van den Brande, Marc Bruynseraede en Carlos Callaert lazen daar toen voor uit eigen werk. Cailliau was destijds zeer productief, als criticus van Kreatief en als dichter van bundels als De moordenaar en zijn vroedvrouw en De leer van Etymon & Hoe meervoudig dit lieve lichaam.

CailliauwEtymon.jpg

Phil Cailliau, De leer van Etymon & Hoe meervoudig dit lieve lichaam, Gent, Yang

Poëzie Reeks, 1980. Woord vooraf: Paul Hadermann

Daarna verscheen er mondjesmaat nog wel een en ander, maar vervolgens bleef het erg lang stil. De dichter sukkelde met zijn gezondheid. In 2007 verscheen Zwijgboek, maar opnieuw kreeg Cailliau met fysieke perikelen te maken. Gevreesd moest worden voor een definitief afscheid van de poëzie. Maar ziet: de man staat terug op zijn benen, en presenteerde gisteren zelfs een nieuwe bundel, Het Boek Nul.

Die werd voorgesteld in de bibliotheek van zijn woonplaats Sint-Genesius-Rode. Gerrit Westerveld van Uitgeverij Kleinood & Grootzeer overhandigde het eerste exemplaar, waarna inleider Albert Hagenaars zijn licht over de auteur liet schijnen.

Het boek nul bevat krachtige beelden, gezet in een minstens zo sterke zegging. Dit zijn woorden die geschreven zijn op het scherpst van de snede van het leven. En ook al spreekt de dichter hier en daar zijn twijfel uit en zijn angst, die feitelijk die van ons allen zijn, nergens laat in Het boek nul zijn levensdrang, zijn levenswil af. Het is ondanks alle lichamelijke kommer en kwel (pijnen die de meesten van ons zich niet eens kunnen voorstellen) één grote hulde aan het wonder dat het leven zelfs in z’n meest basale biologische staat is, en ook moet zijn.”

Philippe-Cailliau-met-het-eerste-exemplaar--en-uitgever-Ger.JPG

Cailliau met het eerste exemplaar, en uitgever Gerrit Westerveld

Daarna vergastte Philippe Cailliau zijn publiek op een voordracht uit de nieuwe uitgave. Terwijl doedelzakspelers Eddy Petersborg en Patrick Roelandt traditionele muziek ten gehore brachten signeerde de herrezen dichter, terwijl de aanwezigen bij een drankje en een hapje bij kletsten, heel wat exemplaren van Het boek nul.

Zie voor meer informatie: www.kleinood-en-grootzeer.com

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche