Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
31 mai 2013 5 31 /05 /mai /2013 07:00

 

Lang-geleden.jpg

Hoewel ik – omdat ik dankzij mijn vader als klein manneke al vertrouwd was met de bioscoop – de televisie van het begin af aan ersatz-cinema vond, was ik wél gefascineerd door de lichtbeelden waarop Juffrouw Van Boesschoten, mijn onderwijzeres in de eerste klas van de Pius X-school, ons regelmatig vergastte. Ik keek daar zeer graag naar. Misschien vond ik ze extra aantrekkelijk, gewend aan bewegende beelden als ik al vroeg was, omdat ze stíl stonden. Van Juffrouw Van Boesschoten leerde ik (en daar zal ik haar eeuwig dankbaar om zijn) lezen. Eerst via de letterdoos, dan via Oki & Doki van die brave Henri Arnoldus (hoewel: op zoek naar een illustratie ontdekte ik zojuist dat hij een ander deeltje voorzag van de titel Oki en Doki bij de nikkers – daar zou hij nu niet meer mee wegkomen) en dan via zoiets onvergetelijks als Nils Holgerssons wonderbare reis waarmee ze ons kennis liet maken door er uit voor te lezen en daarbij lichtbeelden van het verhaal te vertonen....

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
30 mai 2013 4 30 /05 /mai /2013 07:41

 

BLOG209.jpg

Het is weer zover. De jongste aflevering van Mededelingen van het CDR  (meer dan12.000 woorden) werd gisteren elektronisch verzonden. De abonnees op de papieren editie ontvangen normaliter vandaag hun exemplaar.

Lucienne Stassaert werkt aan een boek memoires. In exclusiviteit voor onze abonnees publiceren wij het (voorlopig...) laatste hoofdstuk, “Februari 2013”, waarin de dood van haar kater Loepsie centraal staat:

Ik heb een nieuw testament opgesteld. Toen ik het vorige redigeerde, was wat er na mijn dood met Loepsie moest gebeuren nog een van de voornaamste thema’s. Vandaag, een week na zijn dood, voel ik me niet zozeer overmand als aangerand door verdriet.

Op enkele weken tijd verschrompelde hij gewoon van ouderdom; ondanks een zestal inspuitingen, die hem nieuwe kracht hadden moeten inblazen, werd hij met de dag zwakker, passiever en op een ongewone manier onverschillig voor al mijn inspanningen om hem in leven te houden.

Ik wil, ik moet er iets op vinden dat mij helpt zijn dood te aanvaarden. Hoe en wanneer kan ik op dit moment niet beslissen. Nergens vind ik rust, niet hierbinnen en ook niet buiten. Het is alsof ik voor mezelf op de loop ben. Doorwerken lijkt me de enige oplossing om de leegte te lijf te gaan.

*

Zowel Pruts Lantsoght als Lucienne Stassaert werden geteisterd door zwaar verlies. “La cérémonie des adieux”, nogmaals. Met de jaren worden we niet gespaard. Dezer dagen spookten dan ook haiku's van Lucette M. Oostenbroek:

o, dit voorjaarslicht

glanzend op je doffe vacht,

kleine dode poes –

Voor wie eenmaal in de ban van katten is, wordt elke dag met hen doorgebracht als een feest. Ik kan mij alleszins troosten:

met een diepe blik

troont poes op mijn woordenboek

tegen etenstijd

PoesindePen.jpg

Lucette M. Oostenbroek, Poes in de pen. Haiku, 's-Gravenhage, Nijgh & Van Ditmar, 1985, 40 p. Met illustraties van Ella van Schaik.


Naast een aantal topics die hier al op de blog onder de aandacht werden gebracht (o.m. Hugo Claus en de politiek, de Herman J. Claeys-prijs, Ernst Jünger...) worden in de rubriek 'Necrologisch' vormgever Jean-Jacques Stiefenhofer, acteur Jérôme Reehuis en “word performer” Soetkin Soethoudt a.k.a. Medusa Su Su herdacht.

Erik van Herreweghe schetst het portret van Rik Lanckrock (CDR-medewerker, zie Mededelingen 203 en 204) zoals hij hem gekend heeft:

Wat mij echter vooral bijblijft is Riks grote passie voor het volkstoneel, een passie die ik graag met hem deelde. Dat wij een eminent voorvechter van deze theaterkunst in onze stad hadden, in de persoon van Romain Deconinck, was dan ook een godsgeschenk. We hadden beiden dikwijls een discussie over op welke manier men het beste deze ondergewaardeerde theatervorm kon steunen.

Het gedicht van vaste CDR-medewerker Hendrik Carette 'Het theater na de dood van Tadeusz Kantor' bracht mij de dichtbundel De dodenklas van Freddy de Vree in herinnering, verschenen in de herfst van 1977 bij Pink Editions & Productions, met typografische aanwijzingen van Mark Verstockt. Freddy, een zwaar onderschat dichter, had het over de behandeling door Kantor 'van mannequins als een stadium tussen auteur en toeschouwer, in beweging zijn en immobiliteit, herinnering en symbool'.

*

Uit uw talrijke reacties die wij mogen ontvangen (rechtstreeks via de blog of via de FaceBook-pagina 'Mededelingen') blijkt voldoende dat onze inspanningen gewaardeerd worden. (Tussen haakjes, de column van Guido Lauwaert, 'Filip loopt', kon al enkele uren na publicatie op meer dan 240 “unieke bezoekers” bogen ...)

U krijgt dat allemaal kosteloos aangeboden door het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie. Indien u ook belangstelling voor de bijdragen die niet online gepubliceerd worden en onze arbeid waardeert, dan steunt u ons door te abonneren op de pdf-editie van het tijdschrift. Voor een luttele 6 € per maand krijgt u dan twee afleveringen per mail toegestuurd. Waarom kozen we voor een maandelijks abonnement? Eenvoudig: indien u ontgoocheld bent, kan u meteen uitstappen. (Het staat u uiteraard ook vrij te abonneren voor een periode van drie, zes of twaalf maanden.)

Deelname aan de kosten te storten op rekeningnummer 320 – 0084130 – 04 ten name van C. Lantsoght IBAN BE10 3200 0841 3004.

Een proefexemplaar kan aangevraagd worden via mededelingen@lebacq.com

Henri-Floris JESPERS

Hoofdredacteur

Partager cet article
Repost0
24 mai 2013 5 24 /05 /mai /2013 16:00

  -1-.jpg Yvonne Mesotten onthult  de koehi. Gie Colin assisteert.


Het Japanse woord ‘hai–koe’ betekent ‘grappig, luchtig, speels – vers’. Het tweede lid, ‘koe’, komt terug in het woord ‘koe–hi’, dat door Bart Mesotten in zijn Haikoe-boek (DNB/Pelckmans, 1986, p. 206) als volgt omschreven wordt:


Een koehi is een vertikaal opstaande natuursteen (hi) met op één zijde een gebeitelde haikoe, waarbij de laatste lettergreep van dit woord staat voor het geheel. Het is dus een ‘haikoesteen’.


Op het internet vind je, met enige moeite, volgende toelichting bij deze poëzie-stenen of literaire monumenten (1):


A haiku stone or kuhi is usually a natural stone, on which the text of a famous haiku has been carved. The stone is often placed at the location where the haiku was supposedly written, or to which the short poem refers. The stone can be old, for example dating back to the Edo period, or just a few years young. The custom of placing 'literature stones' is still alive and well in Japan, and one often finds them in temple or shrine grounds, parks and along solitary paths.

*

Bart Mesottens nicht Iene Mesotten had al geruime tijd het plan opgevat om hem naar aanleiding van zijn 90ste verjaardag een in steen gekapte haikoe te schenken. Mesotten overleed een viertal maanden voor die verjaardag maar het plan werd alsnog gerealiseerd door een vier leden tellend initiatief-comité (2), zij het dan als een postuum eerbetoon.

Op zaterdag 27 april 2013 werd in het abtskwartier van de abdij van Averbode een academische zitting gehouden, tijdens welke een aantal sprekers hulde brachten aan de overleden leraar, taalminnaar, essayist-columnist, dichter, lexicograaf én haikoe-promotor par excellence die Bart Mesotten was – “de vader van de Vlaamse haiku”, zoals Europees president Herman Van Rompuy hem bij zijn overlijden noemde. Onder de talrijke aanwezigen o.m.: Clara Haesaert (mede-oprichtster van het Haikoe-centrum Vlaanderen en meter van het tijdschrift Vuursteen), prof. em. dr. Jacqes De Bie, en auteur, tekstschrijver en oud-radiopresentator Louis Verbeeck.

*

Gie Colin, neef van Mesotten en secretaris-organisator van de viering en onthulling van de gedenksteen, haalde tijdens zijn verwelkoming van het publiek ook kort enkele persoonlijke herinneringen op aan zijn ‘heeroom’. In verband met de sponsoring van de haikoe-steen en in de context van Mesottens leraarsschap stelde hij vast:

 

Dat Bart bij [“heel wat oud-leerlingen uit het Sint-Michielscollege van Brasschaat”] een onvergetelijke positieve indruk heeft nagelaten bewijst het feit dat nog zestien overgebleven oud-studenten van het retoricajaar 1963 samen gelegd hebben voor deze steen. Zelfs uit Ontario, Canada, kregen we een inschrijving. Hier en daar vernam ik een anekdote, zoals dat Bart de helft van zijn godsdienstlessen blijkbaar besteedde aan goede tafelmanieren. Hij wilde van zijn leerlingen ‘Fayat-boys avant-la-lettre’ maken.

 

*

Jos Wouters o.praem., abt van Averbode, verwees in zijn openingstoespraak naar Mesottens haikoe-reeks ‘De oude pater’ (3), een cyclus ontstaan na ruim zestig jaar werkzaamheid van de dichter buiten de abdijmuren en zijn terugkeer naar het 'moederhuis'. Vanuit die cyclus releveerde abt Wouters enkele krachtlijnen in leven en werk van Mesotten:


[...]de soepelheid van geest die Bart toonde, zijn vermogen om dingen te zien en te smaken en de grondtoon van dankbaarheid die in zijn leven doorklonk. [...]

Een andere sterke lijn is humor en relativeringsvermogen. Het is echte humor, mild, maar zonder zichzelf te ontzien. Steeds is er een vleugje zelfspot bij. Eerlijk, maar niet verbeten. Helder, nooit fanatiek. Hij gunde zichzelf en anderen de ruimte om te zoeken en te twijfelen. Het was geen kwestie van zekerheden, maar veeleer een intuïtie van een immer aanwezig mysterie dat oplicht in de dingen, in zichzelf, in contacten met anderen en in het reilen en zeilen van de abdijgemeenschap. [...]

Bart de oude pater? Ja en neen, want een evenwichtige en gerijpte persoonlijkheid bewaart het contact met de tijdsgeest, met andere mensen, andere gedachtenuniversa en is, in die zin, ook echt jong en jeugdig. En zo was de oude pater ook echt en helemaal bij de tijd, met een onbevangenheid die velen zou doen blozen. Een trekje dat je ook terugvindt bij een gelukkig kind.


*

Vervolgens haalde neef Armand Mesotten ontroerende en vaak plezierige herinneringen op aan de man die hij “mijn grote vriend” noemde. Over de jeugdjaren:


 Bart was zeven jaar ouder dan ik en daarom had ik weinig contact met hem.Ik bewonderde hem want hij had zeven jaar voorsprong op mij. Hij was een bolleboos. Op zijn veertiende speelde hij al orgel in de dorpskerk tijdens de dagelijkse H. Mis. Hij was slimmer dan ik, kon rapper fietsen dan ik, kon beter pianospelen dan ik en later, toen hij zich in de abdij van Averbode voorbereidde op het priesterschap, besefte ik dat hij ook braver was dan ik.


[En over latere ontmoetingen:]


Wij haalden herinneringen op aan ons geboortedorp en de oude dorpsfiguren. Hij kon daar hartelijk om lachen. Hij vertelde de anekdote hoe hij als jonge pater vol trots zijn eerste dichtbundel aan zijn moeder gaf. Deze nam het boek plechtig aan en sprak deze historische woorden in het plat Diepenbeeks dialect : “Het is e sjoen bukske, iech zal het obbe sjouw legge en as iech tèèd hub zal iech er aof en touw ins ein blaoren.”

Zo blijf je met je twee voeten op de grond, lachte hij.

*

Japanoloog Willy Vande Walle (KU Leuven) schetste Mesottens 'carrière' als haikoe-dichter én promotor van deze Japanse dichtvorm in Vlaanderen, o.m. als voorzitter van het Haikoe-centrum Vlaanderen en later hoofdredacteur van het tijdschrift Vuursteen, of als bezieler van de Vlaams-Nederlandse haikoe-ontmoetingsdagen. Sprekend over de aanvankelijke belangstelling van de jonge Mesotten voor (wereld-) poëzie in het algemeen, noteerde Vande Walle:


Zijn verkenningen brachten hem ook in contact met de Japanse poëzie, meer bepaald de korte variant ervan. Die vond hij in overvloed in de vierdelige studie over haiku van Reginald Horace Blyth. Blyth, die lange tijd privéleraar was van de huidige keizer, toen nog kroonprins Akihito, had de seizoenen als leidraad gekozen voor een selectie van meer dan 3000 klassieke Japanse verzen.Dit werd een belangrijke bron voor Barts inzichten over haiku, maar hij heeft dit voorbeeld ook ruimschoots weten te overstijgen en achter zich te laten.


Over Mesottens rol als mentor citeerde Willy Vande Walle zijn collega prof. em. dr. Karel Hellemans (KU Leuven):


"Het volstaat te kijken naar de vele voordrachtgevers en essayisten, maar vooral dichters die het aandurfden met zijn aanmoediging en steun teksten te schrijven en te debiteren. Hij vormde als het ware, zonder het zelf volledig te beseffen, een school van dichters en essayisten."

[in: Vuursteen, jrg. 33 nr. 1, lente 2013, p. 6 (4)]


Professor Vande Walle vermeldde uiteraard die schitterende bekroning van Mesotttens haikoe-werk – een ceremonie die blijkbaar ver strekkende gevolgen heeft en dus nog meer tot mijn verbeelding blijft spreken:


Zijn roemrijkste moment als haikudichter beleefde Bart toen hem in 2000 de prestigieuze Masaoka Shiki International Haiku Award werd toegekend [...] waarvoor hij naar de Japanse stad Matsuyama, de geboortestad van Masaoka Shiki, reisde. Als lid van de jury kon ik de uitreiking van op de eerste rij bijwonen. Bart was een van de vijf laureaten: de anderen waren de Franse dichter Yves Bonnefoy, de Amerikaanse haikudichter Robert Spies, de Chinese haikudichter Li Mang en de Japanse haikudichter Sato Kazuo. Het was een indrukwekkende ceremonie, verslagen door de schrijvende en beeldende pers van Japan. Daar stond Bart dan, tussen vertegenwoordigers van grote taalgebieden: het Franse, het Engelse, het Chinese, het Japanse. Hij heeft toen het kleine Nederlandse taalgebied met kracht en welsprekendheid op de wereldkaart gezet. Een betere erkenning van zijn werk kon hij zich niet wensen. Het mespuntje roem waar hij in een haiku om vraagt heeft hij dan toch gekregen. Meer dan dat. [...] Japan ontdekte het Nederlands als belangrijke haiku-taal voor het eerst in 2000 met Barts Shiki prijs, voor de tweede maal door de publicatie van Herman Van Rompuys haikubundel in 2010. Dit heeft zeker tot een grotere erkenning (indien niet een betere kennis) van het Nederlands in het buitenland geleid. Ook daaraan heeft Bart dus een wezenlijke bijdrage geleverd.

*

Gaston Durnez, die de haikoe ooit "dat bouillonblokje van amper zeventien lettergrepen" noemde, was lid van de informele sociëteit 'Emmaüs' waartoe o.m. ook Bart Mesotten en dr. Sylvester Lamberigts (theoloog en exegeet) behoorden – een groepje dat mij onwillekeurig herinnert aan de 'Inklings', de Engelse discussiegroep waar o.a. Tolkien père et fils en C.S. Lewis deel van uitmaakten.

Het was niet de eerste keer dat ik het genoegen had te luisteren naar deze geestige, steeds boeiende want scherp- en diepzinnige oud-journalist en essayist. Geïnspireerd door de reeks 'De oude pater' memoreerde Durnez 'momentopnamen' van een recente (de laatste?) uitstap met Mesotten in korte, haikoe-achtige fragmenten met enkele schalkse flitsen maar waarin een ontroerende weemoed en een oprecht verdriet de boventoon voerden.

*

De laatste spreker, letterkapper JosGeusens (4), lichtte zijn werkwijze toe:


Wanneer ik een tekst in steen beitel vind ik het belangrijk dat de inhoud van de tekst, de vormgeving van letters en steen en de plaats waar de steen staat, verbonden zijn met elkaar. Als al die elementen van inhoud, vorm en locatie goed zitten, dan ontstaat er iets nieuws dat er voordien niet was. [...]

De lettertekens op de kuhi’s in Japan zijn altijd kalligrafisch en daarom wou ik dat element van handwerk ook in de vorm van de letters voor deze steen laten zien. [...]

Ten slotte nog een woordje over de vorm van steen. De haiku’s op de Japanse kuhi’s staan op verticale stenen. Dat is logisch omdat het Japans verticaal leest. We hadden graag die Japanse traditie willen volgen, maar omdat ons schrift horizontaal loopt, hebben we ten slotte gekozen voor een gelijklopende steen.


De letterbeeldhouwer motiveerde eveneens de keuze van de gebeitelde tekst:


Dit is de haiku die wij kozen:

  Wij schuiven voorbij

De bomen en de muren

krijgen andere mensen

[Bart] schreef de haiku die wij kozen, denkend aan de abdij, aan het kerkhof dat zijn laatste rustplaats zou zijn.

*

Na de herdenkingstoespraken volgde, op een grasveldje naast de begraafplaats van de paters, de ingetogen onthulling van de koehi door Barts jongste zus Yvonne Mesotten, en werd de oorkonde met de lijst van intekenaars-sponsors door Jos Geusens in een cilinder op de sokkel van de steen opgeborgen en vergrendeld.

-3--copie-1.jpg

Een koehi voor Bart Mesotten

De afsluitende receptie bood mij de gelegenheid aan professor Willy Vande Walle een probleem voor te leggen dat mij al lang intrigeerde: in enkele publicaties wordt – soms met grote stelligheid – beweerd dat in Japan een straat naar Mesotten vernoemd is/zou zijn, wat me altijd wel bijzonder vreemd en merkwaardig leek in een land waar hodoniemen heel zeldzaam zijn. De Leuvense japanoloog bleek inderdaad niets af te weten van zo'n straatnaam en trok het bestaan ervan des te meer in twijfel omdat de schaarse Japanse hodoniemen veeleer van toponymisch-topografische aard zijn.

*

Inderdaad: "Wij schuiven voorbij". Maar af en toe rest ons de troost van een steen, van een blad, van een boek. En van dankbare herinneringen.

Luc PAY

(1) http://groups.yahoo.com/group/happyhaiku/message/454

(2) Dit comité bestond uit: japanoloog en voorzitter van het Haikoe-Centrum Vlaanderen prof. dr. Willy Vande Walle (KU Leuven), Bart Mesottens neven Armand Mesotten en Gie Colin, en zijn nicht Iene Mesotten.

(3) Zie Mesottens laatste boek Reliqua (Halewijn, 2012, p. 93 e.v.), dat op deze blog besproken werd (http://mededelingen.over-blog.com/article-bart-mesotten-haikoes-ramayana-en-etymologische-verkenningen-109915300.html).

(4) In het tijdschrift Vuursteen (jrg. 33 nr. 1, lente 2013) verschenen drie in memoriams: van de hand van Willy Vande Walle (p. 1-4), Karel Hellemans (p. 5-7) en Clara Haesaert (p. 9-10).

Ik verwijs ook graag naar http://www.wijzerweb.be/geusens.html, de website van letterkapper Jos Geusens, waar erg boeiende, wetenschappelijke toelichtingen te vinden zijn over zonnewijzers.

Tot slot: wellicht valt (ook) in deze bijdrage de orthografische inconsequentie op van 'haiku' naast 'haikoe'. De officiële spelling mag dan wel 'haiku' zijn, ik volg Mesotten resoluut in zijn argumentatie ten gunste van 'haikoe' (zie http://users.skynet.be/bk244272/Gedichten/06Haikoe/spelling.htm).

Partager cet article
Repost0
24 mai 2013 5 24 /05 /mai /2013 01:21

 

IVAmei13.jpg.

De Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode organiseerde in oktober vorig jaar enkele manifestaties in Litouwen, zowel in de hoofdstad Vilnius als in Šiauliai. Hierbij kon de actieve Vriendenkring rekenen op de steun van de Vlaamse representant in Litouwen (Estland en Polen), Koen Haverbeke, die het zevende congres van de Lithuanian-Flanders Joint Commission te baat nam om de presentatie in Vilnius nog meer luister bij te zetten, alsmede van ambassadeur Peter Lescouhier, die in Šiauliai een aantal scherpzinnige uitspraken deed over het vertalen van poëzie en op de verwantschap wees tussen het oeuvre van Anton van Wilderode en dat van een aantal Litouwse dichters.

Dat alles komt rijkelijk aan bod in de jongste, voortreffelijk geïllustreerde aflevering van de viermaandelijkse Nieuwsbrief van de Vriendenkring AVW, die eergisteren in de bus viel.

Bijzonder lezenswaard is ook het vraaggesprek van Suzanne Vrolijk met Anton van Wilderode, oorspronkelijk gepubliceerd in april 1987 in Reizen, het tijdschrift van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB. Van Wilderode gaat daarbij in op De Vlinderboom (mijns inziens zijn sterkste bundel) en op zijn virtuoze vertalingen van Vergilius.

(Nieuwsbrief van de Internationale Vriendenkring AVW, XVIIIde jg., nr 1, april-mei-juni, juli 2013, p/a Beatrijs van Craenenbroeck, Wezelsebaan 250, B 2900 Schoten.)

image001.jpg

In Joods Actueel wordt Bob Lebacq herdacht door Louis Davids, stichter van het Belgisch-Israëlitisch Weekblad (daarna omgedoopt tot Joods Actueel):

'Het gebeurt maar uitzonderlijk dat ik mijn 'Overpeinzingen aan een persoon wijd. Behalve wanneer de betrokkene een uitzonderlijke staat van verdiensten heeft. En zo was de vorige maand in Antwerpen overleden Bob Lebacq, hetgeen in de Joodse gemeenschap met droefheid werd vernomen. […] Bob Lebacq was een uitzonderlijke man, een kroon van rechtvaardigheid. […] Hij heeft mij meermaals vergezeld toen ik voordrachten hield in steden en dorpen om het Jodendom beter te doen begrijpen. […] Uit sympathie woonde hij, samen met zijn echtgenote, meermaals Joodse manifestaties bij. […] Bij mij en alle geloofsgenoten die hem gekend hebben, zal hij blijven leven als “een rechtvaardige onder de volkeren” die recht hebben op de eeuwige tenten van de toekomstige gelukzaligheid.'

(Joods Actueel, in de krantenwinkel.)

LebacqIBGESPREL1988.jpgIn gesprek met Bob Lebacq, 21 juni 2000

Bob Lebacq kon terugblikken op hartelijke contacten met drie generaties Jespers'en. Hij werd hier en, uitvoeriger, in de Mededelingen van het CDR (nr. 208 de dato 1 mei, pp. 4-8 ) herdacht. Toen ik mij in een vorig leven grondig boog over de (destijds fel omstreden) internationale bevoegdheden van het Vlaams Gewest en van de Vlaamse Gemeenschap, was hij één van de drie diplomaten bij wie ik te rade ging. De jongste jaren gingen onze gesprekken niet alleen over de (inter-)nationale politiek, maar vooral over de jongste, grondige publicaties over de Jodenvervolging in België, en meer bepaald te Antwerpen. Ik blijf de herinnering koesteren aan een wijs man, wies evenwichtig oordeel altijd verhelderend was. Hij was niet één van mijn leermeesters, neen, wel een bevoorrechte gesprekspartner van wie ik veel leerde. En ik was niet weinig trots wanneer ik hem een boek kon aanreiken dat hij niet kende...

*

Ondertussen las ik beschouwingen over Hugo Claus, homo (non-)politicus, van Erik Spinoy en Carl De Strycker in de jongste aflevering van De Leeswolf, alsmede een nieuwe oprisping van Marc Tiefenthal n.a.v. de Herman J. Claeys-prijs. Stof genoeg dus voor volgende losse notities die, laat het mij onderstrepen, niets meer zijn dan dagboekaantekeningen.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
22 mai 2013 3 22 /05 /mai /2013 12:45

 

Paul-Verrept--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
21 mai 2013 2 21 /05 /mai /2013 06:05

HJC.jpg Herman J. Claeys

Heeft Marc Tiefenthal is zich bekeerd tot spiritistische praktijken? Op 19 mei publiceerde hij een 'Open brief van Herman J. Claeys aan zijn vrienden en oud-medestanders', waarin onder meer te lezen staat:

Eerlijk gezegd had ik liever dat er in den Hopsack een barkruk naar mij werd genoemd of dat er in Ruigoord een bank in de kerk naar mij werd genoemd dan dat er een prijs op mijn lijk wordt uitgeschreven. Prijzen zijn de laatste zaken waar ik aan zou denken. […] Vandaar dat ik hier enkel kan decreteren dat er geen prijs bestaat en mag bestaan naar mij genoemd. […] U zult zich allicht afvragen waarom ik den Tiefenthal als medium gebruik. Hij vraagt zich dat overigens ook af, zij het in mindere mate. Wel dat doet er niet toe want dat zou allicht weer concurrentie en nijd met zich brengen.

*

Ik ben de enige niet om mij inderdaad af te vragen waarom Thiefenthal als medium gebruikt werd. Of misbruikt?

Uit de levensloop van de beroemdste mediums blijkt voldoende hoezeer zij blootgesteld waren aan de invloed van dolende en dwalende geesten en andere speelse of kwaadwillige lagere entiteiten (dit ter attentie van de 'believers'). Sceptische vorsers en waarnemers wijzen erop dat de boodschappen van mediums niets meer zijn dan de projectie van eigen (waan)denkbeelden.

Wat er ook van zij, Herman J. Claeys heeft bij herhaling expressis verbis tegenover zijn medestanders van De Muzeval verklaard dat het zijn uitdrukkelijke wens was dat na zijn naderend einde een naar hem vernoemde prijs in het leven zou geroepen worden. Ondanks beperkte financiële middelen heeft de vzw Pipelines de laatste wil van Herman voorbeeldig nageleefd.

'Concurrentie' en 'nijd'? Van wie dan wel?

Guido-Lauwaert.jpg

Guido Lauwaert

Na lezing van de hier gepubliceerde column 'Rekkerkwekken' van Guido Lauwaert, luidde het oordeel van Tiefenthal kort en bondig: Vroeger zou dat bladvulling hebben geheten, nu dus beeldvulling maar bovenal worstvulling.

De taalbank van de Taalunie (16 mei) oordeelt er geheel anders over:

Alliteratie, assonantie, het depreciërende woorddeel kwekken  – het zit allemaal in rekkerkwekken, dat Lauwaert tussen neus en lippen door ook maar meteen nomineert voor de Woord van het Jaar-verkiezing later dit jaar. Van ons mag hij.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
19 mai 2013 7 19 /05 /mai /2013 05:27

 

ClausPolitiek

In gespierde taal reageert Koen Calliauw op de tweede editie van de Herman J. Claeys-prijs, 'prijs zonder ballen'. Van de 85 ingezonden gedichten hadden immers slechts 'enkele min of meer betrekking op het opgelegde thema', nl. censuur. Hij is ontsteld over 'de onverschilligheid van jongere generaties voor dit thema'.

'Net als twee jaar geleden maakte ik deel uit van de jury. Voor even deze keer…

De prijs had nu niet uitgereikt mogen worden wegens het niet beantwoorden van de inzendingen aan het thema er van. Wegens de belediging die Herman zaliger aldus aangedaan wordt. Lucienne Stassaert, Bert Bevers, Peter Holvoet-Hanssen, Henri-Floris Jespers en Jan Van Veen klaarden de klus. Ik nam ontslag… Ik dacht aan de evergreen van Boudewijn De Groot : “Slaap zacht mijnheer de...”'

Koen is niet mals voor de organisatoren en de 'bejaarde' jury van de prijs:

'Deze poëzie prijs heeft behoefte aan jonge, maatschappelijk betrokken en inderdaad linkse leden. Herman wordt nu gerecupereerd door conservatieve lieden, is slachtoffer van repressieve tolerantie. Wordt 'gebruikt' door, laat het me met Herman zeggen, “klootjesvolk”'.

Koen Cailliauw drukt 'Sprakeloos', het bekroonde gedicht integraal af. Hij kan zich kennelijk wel vinden in de beslissing van de jury:

'Laat het winnend gedicht van ‘oudje’ Mark Meekers [°1939] ons wat vreugde brengen. Het is één van de zeer zeldzame inzendingen “met ballen”'.

Allemaal nogal warrig. Koen Calliauw geeft genadeloos kritiek op de inzendingen, hij beticht de organisatoren en de jury van recuperatie en repressieve tolerantie maar onderstreept wel dat een gedicht 'met ballen' bekroond werd...

*

Naar aanleiding van De plicht van de dichter. Hugo Claus en de politiek publiceerde ik enkele notities over Claus en de “belgitude” (Mededelingen 208, 1 mei 2013, pp. 12-14). Historicus Marnix Beyen (°1971) argumenteert overtuigend dat 'Claus postuum onterecht de stempel van “belgicist” kreeg opgedrukt'. Een 'unitarist dans l'âme'? Niets van.

De redacteurs onderstrepen:

Het eeuwige enfant terrible heeft in zijn gevulde loopbaan weliswaar vaak de draak gestoken met radicale flaminganten (zeker als ze ook nog eens katholiek waren), maar als puntje bij paaltje kwam bleek hij meer te geloven in een Vlaamse identiteit dan in de potsierlijke constructie die België volgens hem was. (p. 13)

De bijdragen van Kevin Absillis, Sarah Beeks, Onno Blom, Marnix Beyen en Georges Widemeersch verdienen ten volle een aandachtige en grondige lectuur. Maar het gaat ook om een boeiend kijkboek. Zo ontdek ik o.m. op p. 293 een treffende kleurenfoto van Ed van der Elsken uit de jaren zestig: Claus geflankeerd door Herman J. Claeys, Ludo Martens, Hugues C. Pernath, Hugo Raes, Walter Tillemans en Freddy de Vree.

Henri-Floris JESPERS

 

Over de uitreiking van de Herman J. Claeys-prijs:

http://mededelingen.over-blog.com/article-herman-j-claeys-prijs-roodborstje-m-c-ensor-en-gerbrand-willems-117687798.html

De volledige tekst van de reactie van Koen Calliauw:

http://www.dewereldmorgen.be/blogs/koen-calliauw/2013/05/11/poezie-prijs-hermanjclaeys-zonder-ballen

Kevin ABSILLIS, Sarah BEEKS, Kris LEMBRECHTS & Georges WILDEMEERSCH, (red.) De plichtvan de dichter. Hugo Claus en de politiek, De Bezige Bij Antwerpen, 2013, 349 p., geb., ill., 34,95 €.

http://mededelingen.over-blog.com/article-hugo-claus-ik-heb-mij-nooit-een-belg-gevoeld-117147284.html

 

Partager cet article
Repost0
15 mai 2013 3 15 /05 /mai /2013 15:30

 

JespzersNaktKnokke.jpg

Grootmoeder, het zedenschennende beeld, grootvader (ca 1949)

De persknipsels en andere documenten uit eind de jaren zestig, begin de jaren zeventig, gereproduceerd in de bescheiden documentaire publicatie van vzw Pipelines naar aanleiding van de tweede Herman J. Claeys-prijs, uitgereikt op 9 mei, bieden heel wat stof tot nadenken over de begrippen “pornografie” en “goede zeden”.

Zedenschennend.jpghttp://mededelingen.over-blog.com/article-herman-j-claeys-prijs-roodborstje-m-c-ensor-en-gerbrand-willems-117687798.html

Dat brengt mij een voorval in herinnering. Als kind verbleef ik vaak (meestal met mijn overgrootmoeder Bobonne) in het Vijfringenhuis aan de Graaf Jansdijk te Knokke, de bescheiden villa annex atelier van grootvader. Ik heb daar nog duidelijke herinneringen aan. In de tuin had grootvader een plaasteren beeld geplaatst, een kuise naakt. Op een nacht werd het vernield. Zo'n schaamteloos zedenschennend werk in de “openbare” ruimte, dat kón toch niet...

*

Iedere mens die sterft is als een museum dat brandt, zo luidt de aanhef van de tafeltoespraak ter herdenking van Bob Lebacq die Ludo Bekkers op 27 april uitsprak tijdens de 'After-Funeral-Get-Together', opgenomen in Mededelingen 208 de dato 1 mei 2013, pp. 7-8. “Bij de aanhef ontbreken aanhalingstekens”, aldus een lezer met wie ik eerder toevallig een gesprek voer. Het woord geladen woord “plagiaat” viel, waarbij mijn gesprekspartner nadrukkelijk verwees naar de telefilm van Patrick Conrad over Paul van Ostaijen en Floris Jespers (“Ieder mens die sterft, is als een museum dat brandt”, BRT, 1982).

Conclusies mogen nooit overhaast getrokken worden. “Een oude man die sterft is als een bibliotheek die brandt” is een traditioneel Afrikaans adagium dat wereldwijd bekend werd nadat de veelzijdige en erudiete Malinese linguïst en auteur Amadou Hampaté Bâ (Bandiagara, 1901-Abidjan, 1991) het aanwendde in zijn toespraak op de Algemene Conferentie van UNESCO, de Verenigde Naties-organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur, waar hij Mali vertegenwoordigde. (Van 1962 tot 1970 was Amadou Hampaté Bâ lid van het uitvoerend comité van UNESCO.)

*

Gisteren bracht jurysecretaris Frank van den Auwelant nog een lading boeken te lezen voor De Diamanten Kogel 2013. Ik begon alvast met Tango assassino van Patrick Conrad.

Henri-Floris JESPERS

ConradTango.jpg

Partager cet article
Repost0
15 mai 2013 3 15 /05 /mai /2013 09:00

 

Jorg-Pyl--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
14 mai 2013 2 14 /05 /mai /2013 02:50

 

bertrand_russell_image.jpg

Bertrand Russell.

Naast de aanbidding van menselijke katjes, lieflijk pratende puppies, esoterische foto’s, zweverige wijsheden, kretologie van politieke spionkoppen kan je op facebook ook merkwaardige informatie vinden. Zo las ik er de brief die Bertrand Russell in 1962 schreef aan de Britse fascistische politicus Oswald Mosley (1896-1980). Elegant en met een kenmerkend Engels flegma maakt hij Mosley fijntjes duidelijk waarom hij niet met hem in debat wil gaan:

Dear Sir Oswald,

Thank you for your letter and for your enclosures. I have given some thought to our recent correspondence. It is always difficult to decide on how to respond to people whose ethos is so alien, and, in fact, repellent to one’s own. It is not that I take exception to the general points made by you that every ounce of my energy has been devoted to an active opposition to cruel bigotry, compulsive violence, and the sadistic persecution which has been characterised the philosophy and practice of fascism.

I feel obliged to say that the emotional universes we inhabit are so distinct, and in the deepest ways opposed, that nothing fruitful or sincere could ever emerge from association between us.

I should like you to understand the intensity of this conviction on my part. It is not out of any attempt to be rude that I say this but because of all that I value in human experience and human achievement.

Yours sincerely

Bertrand Russell.”

*

Bertrand Russell (1872-1970) was naast schrijver – hij ontving in 1950 de Nobelprijs voor Literatuur- historicus en wiskundige, een van de meest opmerkelijke filosofen van de vorige eeuw. Zijn Why I am not a Christian blijft een gouden leidraad voor ketters zoals uw ondergetekende.

Hij was eveneens een geëngageerde humanist die niet in zijn wetenschappelijke ivoren toren bleef kuieren. Zo richtte hij samen met Jean-Paul Sartre het befaamde en baanbrekende Russel-Tribunaal op. Andere tribunalen zoals Het Permanent Volkerentribunaal vonden hier hun inspiratiebron. Zij onderzoeken schendingen van mensenrechten en zijn van belang voor de ontwikkeling van het Internationaal recht.

Brieven zoals deze aan Mosley hebben niet alleen een eeuwigheidswaarde als historisch document. Ze blijven brandend actueel en zijn ook vandaag te gebruiken. Vervang in Russell’s brief het woord fascisme door een ander dictatoriaal “-isme” en hij kan zo door het Vlaams Fonds voor de Letteren worden gebruikt om zijn deelname aan de Beijing International Book Fair af te melden. Over de weldaden van het Chinese regime tegen de menselijkheid en de merkwaardige deelname van het VFL berichtte ik reeds in een vorige bijdrage (1), “because of all that I value in human experience and human achievement”.

In 1986, tijdens de verheven anti-apartheidstijd werd in Amsterdam Willem Frederik Hermans nog persona non grata verklaard omdat hij in Zuid-Afrika een serie lezingen had gegeven en hiermee de culturele boycot had doorbroken. Wat toen kan, kan nu niet meer. Vooral voor cultuur zijn boycots zoals monokini’s en dus uit de mode. Het zijn nu andere, mercantiel verlichte tijden. China kan dus opgelucht blijven ademen. Liu Xiaobo, de opgesloten Nobelprijswinnaar is niet zo sexy als Nelson Mandela tijdens zijn opgesloten, gouden jaren.

Dank zij de rubrieken gebroken armen en benen kunnen we ons natuurlijk altijd even druk maken over de kwijnende kwaliteit van onze media. Altijd goed voor de lokale gemoedsrust om de schrijnende vrije markt aan te klagen. O tempora, o mores…

Frank DE VOS

 

(1) http://mededelingen.over-blog.com/article-het-vlaams-fonds-voor-de-letteren-kuifje-in-china-117219027.html

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche