Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
25 septembre 2013 3 25 /09 /septembre /2013 18:24

 

Er is iets aan de hand met de Vlaamse thriller, en wel dit: gaat het nog wel om thrillers ? Of heeft Maj Sjöwall toch gelijk als zij klaagt dat ook in Skandinavië het genre afglijdt naar meisjesboeken. “Het gaat alleen nog om liefde en relaties”. Weliswaar verwrongen liefdes en bizarre relaties, maar Sjöwall legt de vinger op de wonde: de misdaad is vervangen door een innerlijke pervertering van gevoelens. Die niet extreem genoeg kunnen zijn. Als ik straks het overzicht van het jaar moet schrijven, zal de titel ongetwijfeld luiden: “De tergende terugkeer van Sigmund Freud”.

Vijf recente voorbeelden bevestigen in elk geval deze trend. Van Bram Dehouck (Hellekind), Paul Jacobs (Dood van een Egoïst), en Inge Legrand (De Buurman) heb ik eerder al de maat genomen – de eerste twee zijn met glans toegekomen aan een beangstigende afrekening tussen vader en zoon, de derde is verzand in een kwebbelende damesbladrubriek.

Het dichtst bij Dehouck, maar zonder diens exquise beknoptheid, leunt Casteleyn aan. Een onthutsend verhaal van fantapolitica, waarin eugenetica, amper verhuld racisme en moderne slavernij tot obsessieve uitwassen leiden, die nauwelijks het ultieme paternalisme van de Malthusianen kunnen verhullen. De handleiding voor Casteleyn is Kaspar Hauser, naar wie de viroloog Gerard de Vreese zijn zoon, de mulat Kasper, noemt. Casteleyn maakt een bittere ontleding van het universitaire labomilieu, een broeihaard voor ongezonde experimenten waarin plichtenleer het moet afleggen tegen de hubris van dokter Frankenstein of Joseph Mengele. De Vreeses angst voor overbevolking (de doem van de statistiek) wil hij tegengaan door een bacteriologisch wapen in te zetten. Hij test een dodelijk virus eerst uit op muizen en konijnen, dan op de zoon van zijn diensthoofd Juan. Dat die zoon Segismundo heet, berust niet op toeval: de Freudiaanse leer wordt omgezet in een keten van motieven. Er is de letterlijke moord op de vader (ook op zijn eigen, dictatoriale verwekker – om Nietzsche, weliswaar zonder diens ironie, te parafraseren: “Du gehst zum Vater ? Vergiss die Peitsche nicht !”; een sadistische afrekening die Gerard ook gevoelloos op zijn vrouw toepast). Er is het gesuggereerde maar ingehouden incest met de moeder. Er is de Traumdeutung die in de vorm van voorspellende nachtmerries de dieptepsychologische, onbewuste drijfveren en trauma’s van Gerard blootlegt.

Gerards eigen zoon, Kasper, wordt met zijn Kongolese moeder opgesloten in een atoomschuilkelder, en er als het ware in een afgeschermd Lebensborn-tehuis grootgebracht. Maar niet zonder het cynisch kantje dat de opgroeiende Kasper een bochel ontwikkelt, omdat hij groter wordt dan het plafond toelaat. Het meelijwekkend monster wordt voorbereid om als Übermensch later de gereinigde wereld naar vaders inzichten te bestieren, maar, zoals het open einde laat uitschijnen, zal dat niet minder koudbloedig zijn. Overigens is de zoon, net als de stomme Kaspar Hauser, niet van zins een vader echt te erkennen.

De zwakheid van Casteleyns vrij doorzichtige variatie op het thema van de laatste mens (nou ja, mens) zit hem vooral in de onmondigheid om er een echt spannend verhaal van te maken. Gerard neemt voortdurend ongeordende beslissingen, zoals zijn overhaast vertrek uit Japan, of de naïef vanzelfsprekende opsporing van zijn gevluchte vrouw en zoon. Niemand lijkt iets ongewoons te merken. Blijkbaar trekken Gerards zeer laakbare praktijken niet eens het wantrouwen van zijn omgeving, laat staan van een politie-onderzoek. Casteleyn is zo opgegaan in de ontwarring van de verknipte driehoeksverhouding vader-zoon-huisslavin, gealterneerd met de vrouwelijke drievuldigheid moeder-hoer-heilige, dat hij de grondregels van een stevig verhaal aan zijn laars lapt. Wat overblijft is een overvoed, soms schreeuwerig pleidooi van puberale weerzin en onverwerkte intelligentie. “Het lot is als de schijngestalten van de maan”, luidt het motto uit de Carmina Burana. Dat moet een vergissing zijn. De verharde leer van Gerard blijft onveranderd zwart, zoals de nieuwe maan. Het lot van de mens, als ik met goede wil meegaan in het motto, is dan ook dat ondanks alle peripetieën, de mens aan zijn lot niet kan ontsnappen, dat uiterlijkheden of maatschappelijk gedrag of het diepste innerlijk niet anders kunnen omhullen dan een versteende kern. Die echte communicatie onmogelijk maakt, en noodwendig zelfvernietigend werkt. Daar brengt de zestiende verjaardag, de grote stap naar volwassenheid na een lange, rituele initiatie, geen verandering in.

Heel anders, maar niet minder Freudiaans doordrenkt, is de betere seksroman van Sarah Denoo, Hardziek. Seks is de grondtoon waarop alle leven trilt. Helaas verzinken zowat alle vrouwelijke thrillerauteurs van bij ons (Legrand, Aebi, Ceurvels, Dams, zelfs die doodbrave Verbeeck) in een papje van amechtig, vermolmd taalgebruik zodra de broek afzakt. De inhibities doen de mond verschrompelen als een overjaarse balzak. Het resultaat is vervelender en stijver dan een goedkope pornofilm. Niet zo bij Denoo. Met wat een enthousiasme gaat zij er tegenaan ! Wervelend als Salomé, hondsbrutaal als de snollen van Bredero, onbeschroomd als de heksen van Eastwick. Ik zat net de tweede aflevering te bekijken van de Millennium-reeks, terwijl ik Hardziek aan het lezen was. Ik was verrast hoe gelijklopend het personage van Clara bij Denoo reageert met de Lisbeth Salander van Stieg Larsson. Vrijgevochten, getormenteerd, niets ontziend, en tegelijk heel diep bijzonder kwetsbaar.

Denoo leeft zich niet alleen uit in een verbaal spetterend vuurwerk van geweld en ongezouten erotika, ze doet dat bovendien met een ongewoon gevoel voor humor. Als verveeld society-meisje meent Clara iets te moeten doen aan haar fysiek. Met vriendin Min wil ze gaan lopen. “Bij Start to Run moet ik aan vegetarische propaganda denken. Terwijl de stemmen in je hoofd je vertellen dat je goed bezig bent, krijg je in diezelfde monoloog een recept voor linzen in je maag gespitst. Dat zijn rechtse praktijken” (blz. 114). Er bestààn dus vrouwen met humor. Clara houdt er een opgewonden knipperlichtrelatie op na met haar getrouwde collega Vince – en dat vrijblijvend geneuk wordt steeds dwingender: voor hem om afstand te nemen, voor haar om zich te binden.

Maar ook Denoo ruilt de spanning in voor dieptepsychologie. De ontknoping was zo futloos als de beschrijving van Clara’s reis naar Zuid-Frankrijk hilarisch is, of haar familierelaties rijk zijn. Vooral de verhouding met haar spiegeltweelingzus Louise. Die zus verbergt al twintig jaar een geheim, dat ooit tot uitbarsting moet komen. Want het “is niet omdat je eerlijk bent dat je met alles wegkomt”. De afloop is een ironische toepassing van allesverterende pathos die het Triebschicksal, de lotsbestemming van elke drift, oproept. Of zoals Paul Ghysbrecht schreef: “Een eerste lotsbestemming van de driften is het uitleven”. Let op de dubbelzinnigheid van dat woord: uitleven. Vervulling lost de aandrang op. Dat leidde bij de Duitse dichter Heinrich von Kleist tot dubbelzelfmoord. Een drastische stap die vaak niet meer dan een individuele wellustbeleving maskeert.

Maar waarom zouden twee identieke tweelingen tot zelfvernietiging overgaan ? Het ultieme dubbelgangersmotief wordt door Denoo uitgepuurd. Zij laat Clara consequent haar zus Clara noemen, wat de symmetrie van beide vrouwen nog versterkt. Zij zijn elkaars pasvorm, en delen identieke driften en onzekerheden. Beiden lijden aan een onuitspreekbare dwangneurose. Hoe verberg je of hoe onthul je een geheim voor wie je spiegelbeeld is ? Ook Denoo valt terug op de inzichten van Freud en Lacan (ze is wel zelfrelativerend genoeg om al haar kennis uit Wikipedia te halen en dat letterlijk te citeren), maar ook op die van Mengele. Eeneiïge tweelingen laten juist toe de correlatie tussen genetische en omgevingsfactoren het best tegen elkaar af te wegen. Hun symbiose heft helaas ook de objectivering op die uit experimenten wordt afgeleid, en leidt tot de onmenselijke proeven die Mengele ondernam. Denoo kiest geen stelling in het raadsel. Zij stelt voortdurend elke bevraging uit. Ze interioriseert hooguit de onweerstaanbare drang tot zelfaffectie, nymfomanie, zelfbevrediging – de hoefafdruk van de kameel in de spannende broek, de manie om zich steeds volledig te scheren. Om het “naakt willen zijn en beginnen”.

Door dat uitstel keert Denoo ook alle regels van de thriller om. Ze verdaagt onophoudelijk de aanpak van de misdaadontcijfering. Van misdaad is er zelfs geen sprake, tot het bittere einde. Er is alleen een geheim, een drift, waarover geen beide tweelingzussen tot het uiterste wil nadenken. Zij zetten hun onmogelijke openheid voor elkaar opzij. Maar “Lärm mordet Gedanken”. Al kan het rumoer van het jachtig leven uiteindelijk de gedachten niet blijvend verstikken. Dan ruimen de gedachten plaats voor obsessie, obsessie voor narcistisch fetisjisme, fetisjisme voor doodsdrang. De vraag is dan alleen wie tot de finale stap overgaat, en waarom.

De enige bezwering van de mateloze seksuele bevrediging, het surrogaat voor de eenwording, is de castratie. Maar ook die blijft fantoompijn uitlokken. En dus aanbidt Clara, zoals bij Félicien Rops (L’Idole), de goddelijke fallus. “Zijn erectie ziet eruit alsof ze zeer doet. Ik vind dat altijd zo sexy wanneer ik zijn fallus in zijn broek zie staan. De sfeer en de dvd zijn geladen, en zijn revolver ook” (blz. 20). Het elkaar aftasten, per sms, langs het internet, onder tafel, het voert tot hijgerige hoogtepunten, zelfs in de meest onzindelijke omgeving. In een “muf bierkot”, bij voorbeeld. “Hij wil dat ik daarop ga zitten. Op die lavabo. Ik zeg dat ik echt niet met mijn kont in die vuile gootsteen wil gaan zitten, maar uiteindelijk bezwijk ik toch”. De wasbak ook. “Ik lig ook op de grond, nog altijd met mijn gat in die vuile lavabo (…) De breuklijn van de lavabo heeft mijn linkerbil een ferme neep

gegeven” (blz. 49). Maar naarmate het verhaal vordert neemt de woede van de moedeloosheid toe, en verslapt ook de strakheid van de stijl. Seks als verdringing, sublimatie, of gewone doelloosheid ? Toch gaat Denoo niet kopje onder, de knappe vondst om met de Proloog te eindigen, verknoopt opnieuw de twee delen, ‘Hard’ (als Vinces penis) en ‘Ziek’ (als Klara’s geest). Twee belaste onderdelen.

Dat de roman niet ten onder gaat aan enerverende diepzinnigheid heeft hij te danken aan de rauwe, rabiate, en gewild vrolijke stijl van wat in wezen een onvatbaar drama is. De neiging is dan groot om autobiografische achtergronden op te zoeken (Sarah Denoo heeft inderdaad een tweelingzus). Niet doen. De dochter van mijn ouwe vriend Joris Denoo, zelf geen onverdienstelijk schrijver, heeft de juiste toon geraakt: die van de verwarde internetgeneratie, zonder richting, zonder ideologie, zonder dienstbaarheid. “I want it now”. Met een peilloos verlangen naar de utopische harmonie van sluitende zingeving. Maar meteen heeft Denoo de hele traditie van de thriller op losse schroeven gezet. En eigenlijk, geef ik graag toe, is dat geen kleine verdienste.

Lukas DE VOS

Dimitri Casteleyn, De Verjaardag. Antwerpen, Vrijdag 2013, 174 blz.

Sarah Denoo, Hardziek. Gent, Borgerhoff & Lamberigts 2013, 222 blz.

.

Partager cet article
Repost0
24 septembre 2013 2 24 /09 /septembre /2013 05:34

 

HugoRaes

Piet Teigeler publiceerde in De Nieuwe Gazet van 11 maart 1971 een belangwekkend interview met Hugo Raes, die een balans opmaakt:

Zolang men nog van zijn leven kan maken wat er van te maken is, heeft het nog enige zin. Maar een leven dat er alleen in bestaat om van de morgen tot de avond – om maar een extreem voorbeeld te nemen – op een kantoor te zitten en 's avonds naar de televisie te kijken, is bepaald niet waard om geleefd te worden.

Over Reizigers in de anti-tijd. Een poging tot verkenning, tot lijfsbehoud (Amsterdam, De Bezige Bij, 1970) verklaart Raes stellig:

Dat is al een projectie in een verre toekomst waarin de lichamelijkheid, de materie, eigenlijk al beheerst wordt. Waarin kunstmatig verschillende vormen aan de materie gegeven worden. In de celstructuren, in het levende lichaam zullen wijzigingen kunnen aangebracht worden. Dat is nu reeds het geval, maar dan op zeer beperkte schaal... een transplantatie, het weer aannaaien van een afgerukte hand. Dat is het prille begin, maar er is natuurlijk veel meer mogelijk. In mijn laatste boek is dat verder uitgewerkt; in een verre toekomst zal het dematerialiseren bv. mogelijk zijn. Evenals het kennis nemen van verleden een zelfs van toekomst.

Het verkennen van het universum en zo, dat ligt allemaal binnen onze mogelijkheden. Het is best mogelijk dat er daar een diepere zin zal ontdekt worden.

Vele mensen en vooral jongeren, voelen dat trouwens nu reeds aan. Daarom streven zij instinctief […] naar een andere soort mensen. Het is immers instinctief dat de mens aanvoelt dat hij de toekomst niet aankan met de geestesstructuren van nu. Uit het besef dat er meer is dan de dagelijkse werkelijkheid, groeit de nieuwe drang naar weten. […] Uit de bewustwording groeit een drang naar nieuwe mystiek, naar het opnieuw beginnen doorgronden van symbolen enzovoort. Maar dat zal niet duren. Daarna zullen wij in een nieuwe tijd belanden, waarin de psychische structuur van de mens grondig gewijzigd zal zijn. Daarvan zien wij trouwens nu de eerste voortekenen. Zoals het losgooien van remmen en zo. Want dat nieuwe mensentype, waarvan de psychische structuur veel veelzijdiger is en veel verderreikend is dan het enge mensentype van nu, zal slechts mogelijk zijn indien alle grenzen zo ver mogelijk worden verlegd […]. Om aan te knopen bij mijn eigen werk. Dat is ook wat ik in mijn boeken doe:trachten zo diep mogelijk door te gaan, voorbij de gestelde grenzen enen beperkingen, om te zien: wat krijgen we dan? En dan komen er inderdaad wel situaties waarin je bang wordt voor jezelf, waarin je twijfelt of je nog wel door kan gaan. Moet je zo verder door gaan dat je soms van zekere dingen, zelf schrikt, walgt, kotst?

Het antwoord daarop is ja. Want dat is de opgave van de mens: doorgaan tot het bittere einde, zonder vrees voor wat er naar boven zou kunnen komen. [….]

Hoe zal het dan volgens Hugo Raes in de maatschappij van de toekomst gaan?

Vrijheid zal belangrijk zijn. Niet alleen vrijheid van tijd. Arbeid zal nodig blijven maar hij zal beperkt worden en hij zal geen dwang meer zijn. Hij wordt een middel in plaats van een doel. Er zal meer plaats zijn voor creativiteit.

Ja, piekeraar en pessimist Hugo Raes was ook soms optimistisch. Maar hij blijft wel degelijk visionair...

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)

Partager cet article
Repost0
23 septembre 2013 1 23 /09 /septembre /2013 22:38

 

Dirk-Dobbeleers--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers


Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
23 septembre 2013 1 23 /09 /septembre /2013 07:52

 

HugoRaes.jpg

In de woelige jaren zestig was Hugo Raes (°26 mei 1929) prominent aanwezig in het Nederlandse literaire landschap. In de jaren tachtig taande de belangstelling voor zijn werk en in de jaren negentig raakte de auteur stilaan vergeten. De jongste jaren stel ik echter – alvast in mijn onmiddellijke (literaire) omgeving – een opflakkerende belangstelling voor zijn grillig en moeilijk onder één noemer te brengen oeuvre.

*

Hugo Raes liep atheneum te Antwerpen en behaalde in 1948 zijn getuigschrift Grieks-Latijnse humaniora. In 1949 deed hij zijn verplichte legerdienst en ontmoet er Fernand Auwera, Jan Christiaens en Hugo Claus (alle drie ook in 1929 geboren). Na zijn legerdienst volgt hij in de kweekschool te Antwerpen de tweejarige studie leraar Lager secundair onderwijs, richting Nederlands-Engels.

In 1950 is hij één der initiatiefnemers (met Fernand Auwera en Jan Christiaens) tot het oprichten van de kunstenaarsvereniging De Nevelvlek, waarvan hij in 1951 het voorzitterschap van Frans Buyens overneemt. De Nevelvlek, waar ook Hugues C. Pernath en Gust Gils actief waren, organiseerde lezingen en discussieavonden, bood een platform voor beeldende kunsten (Jan Dries, Vic Gentils en Jef Verheyen), muziek en toneel en richtte het literaire tijdschrift Het Cahier op, dat later gecontinueerd werd door Ben Klein. Vooral op het vlak van avant-garde theater (Dom. De Gruyter, Julienne de Bruyn en Walter Tillemans) vervulde De Nevelvlek een bijzonder belangrijke maar nog altijd onderbelichte speerfunctie.

Hugo Raes debuteerde in 1954 met de dichtbundel Jagen en gejaagd worden (eigen beheer), gevolgd door Afro-Europees (De Sikkel, 1957, met illustraties van Mark Verstockt). In 1957 publiceert hij zijn eerste verhalenbundel bij De Bezige Bij, Links van de helikopterlijn. Hij trekt zich terug uit De Nevelvlek om meer tijd te hebben voor zijn werk.

Met de autobiografische roman De vadsige koningen (De Bezige Bij, 1961), de balans van een mislukt huwelijk, breekt hij door, vooral in Nederland. In 1964 was het boek aan zijn vierde druk toe, maar de duizend exemplaren, die van de eerste druk (1961) voor Vlaanderen werden bestemd, waren nog niet uitverkocht. Voor zijn volgende boek, Hemel  en dier (1964) komt hij met De Bezige Bij overeen dat het in België (aanvankelijk) niet verkocht mag worden...

RaaesHemelDier.jpg 

'Is het een reclamestunt met het oog op de menigvuldige taferelen die er in voorkomen? Klaarblijkelijk. Maar tevens is het een kaakslag in het aangezicht van de Vlaamse dompers', aldus René Gijsen (Vooruit, 20 augustus 1964).

RaesFaun.jpg

Pers en lezers onthaalden al even enthousiast zijn volgende boeken als de roman Een faun met kille horentjes (1966) en de verhalenbundel Bankroet van een charmeur (1967). Met de romans De Lotgevallen (Bezige Bij, 1968, bekroond met de Van der Hoogtprijs) en Reizigers in de anti-tijd (Bezige Bij, 1971) begeeft Raes zich op het pad van het SF-genre, dat hij met veel succes beoefende. In 1972 verscheen dan de lijvige roman Het smaràn, het vikka, de ronko en al de andere kleuren van de geschiedenis (bekroond met de Staatsprijs 1975),waarin de auteur historische gruwelen verweeft met het dagelijkse doen en laten van een modern historicus-auteur.

RaeasReus.jpg

Met De Vlaamse Reus (Bezige Bij, 1974) keert hij terug naar zijn lievelingsterrein namelijk de fantastische short story. In de lijvige SF-roman De verwoesting van Hyperion (Bezige Bij, 1978) is de verbeelding aan de macht, echter zonder de band met de dagelijkse werkelijkheid te verliezen.

RaesHyperion.jpg

Hugo Raes verbleef al een hele tijd noodgedwongen in het Woonzorgcentrum Lozanahof te Antwerpen. In het korte verhaal 'Benelux: hoogconjunctuur' (opgenomen in Bankroet van een charmeur, 1967) kan men eenvoudig de goede dood aanvragen. Vandaag om kwart na één liet Hugo Raes zich euthanaseren.

*

Op de vraag van Lidy van Marissing: 'Welke typering vindt u het best bij u passen: piekeraar, cynicus, melancholicus of pessimist?' luidde het antwoord van Hugo Raes kordaat: 'Ha, alle vier, denk ik! Het wisselt ook.' (De Volkskrant, 23 maart 1968.) Zo heb ik hem inderdaad gekend.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
21 septembre 2013 6 21 /09 /septembre /2013 23:27

 

RossNachtwaker.jpg

In mei 2013, bij de herinrichting van de Cuypers-bibliotheek (de grootste en oudste kunsthistorische bibliotheek van Nederland), vindt de 34-jarige Emma de Jongste een cahier met twee oude pentekeningen. Vlak waarna zij een beroep doet op de eruditie van een oude kunsthandelaar wordt deze vermoord. Emma wordt meteen verdacht en moet in levensgevaar vluchten. De verloren gewaande pentekeningen en een mysterieus schilderij bedreigen zelfs een eeuw later het voortbestaan van het Nederlandse koningshuis.

Dat alles houdt verband met de gespannen relatie tussen Willem III, koning der Nederlanden van 1849 tot zijn dood in 1890 (nota bene geboren anno 1817 in het gebouw te Brussel waar nu het Belgische Parlement zetelt) en diens zoon (kroon)prins Alexander (1851-1884).

De Nachtwaker draagt niet zomaar als ondertitel 'Het koningscomplot'. Wie is de geheimzinnige Nachtwaker... ?

De plot wordt van A tot Z vakkundig en helder ontwikkeld over zesentwintig, niet chronologisch geordende hoofdstukken, waarvan er vijf zich afspelen tussen 1879-1924 en drie in 1978. Je moet daarbij soms denken aan babushka poppen of in elkaar schuivende minitafeltjes. Om uw leesgenot niet te bederven mag ik hier jammer genoeg niets meer onthullen.

*

Tomas Ross (°1944) wordt steevast opgevoerd als de godfather van de Nederlandse misdaadliteratuur. Hij won driemaal De Gouden Strop en werkte als scenarioschrijver mee aan o.m. gelauwerde tv-series als 'Bernard – Schavuit van Oranje'. De Oranjes (maar ook de Nederlandse politiek) ontkwamen zelden aan zijn kritische oog en scherpe pen.

*

De nachtwaker wordt om louter commerciële redenen aangeboden als 'thriller'. Dat is natuurlijk lulkoek. Het 'thriller'-element is immers geheel bijkomstig. Het gaat om een historische avonturenroman à la Alexandre Dumas. En net als in vorige romans van Tomas Ross kan enige historische voorkennis alleen maar bijdragen tot het leesgenot van dit ter gelegenheid van de heropening van het Rijksmuseum geschreven roman.

Henri-Floris JESPERS


Tomas Ross, De nachtwaker, Amsterdam, De Bezige Bij, Cargo, 2013, 317 p.

Partager cet article
Repost0
20 septembre 2013 5 20 /09 /septembre /2013 05:22

DhoogeSantaMonica

Niemand wist het beter dan D.A.F. de Sade. Justine ou les Malheurs de la Vertu (1791). Deugd baart uitsluitend rampspoed, goedheid zelfbegoocheling. Dhooge is zijn luchtiger secondant. Dhooge is én libertair én de meest Amerikaanse thrillerauteur van Vlaanderen, de Hugo Raes van het hard boiled genre. Hij schrijft (en als ik hem mag geloven schrapt ook) aan een verschroeiend tempo. Maar wel in de maat en met diepgang.

 

Scène. Ik zit hier vanop mijn terras te staren naar de groengrijze ribbelstroken van de Middellandse Zee tussen Argeles en Collioure. Niet de plek om Santa Monica te lezen, een groter contrast dan met de zee van de Russische maffia in Nizza is nauwelijks voorstelbaar. Daar de groothertogelijke, protserige jachten, een gruwel voor de Italiaanse bevrijder Garibaldi die in het hoekhuis aan de haven geboren werd. Hier hooguit een rode kustwachter die voorbijdeint, in gelukkige vergetelheid dat iets verderop, in Banyuls, Walter Benjamin zijn slopende bergtocht naar Portbou in vrij Spanje aanvatte – vergeefse moeite, kort daarna pleegde hij zelfmoord. Daar opbod van poenigheid, hier amper een opgeschroefde versie van Blankenberge.

 

Ik schets maar het contrast tussen de malheuren van zielegrootheid en la prospérité du vice. Dhooge heeft de amoraliteit van het richtingloze bestaan helemaal in de vingers. Hij voelt de niets ontziende inhaligheid van het Amerikaanse contrat social tot in verzenen aan. Dhooges Los Angeles thrillers zinderen als zwaluwen op een telefoondraad, zo symbiotisch is de monomane zucht naar winst versmolten met een aberrant, in Sades voetspoor omgekeerd gevoel voor immanente gerechtvaardigdheid.

Santa Monica is een variatie op de film Repo Man, de cultfilm van Alex Cox uit 1984, waarin een jonge punker uit de middenklasse verzeild geraakt in de diefstal van een wel hoogst bevreemdende wagen als schulddelging van een onwillige onvermogende – dat is ook het thema van deze even krasrijke als komische SF-thriller: “repossession”, opnieuw in bezit nemen van wat schuldenaars zich onrechtmatig hebben toegeëigend en niet kunnen terugbetalen.

 

De toeëigenaar van Dhooge doet hetzelfde. Jack Spark, een verveelde en aan lager wal geraakte Vietnamveteraan, krijgt als buitenwipper (helaas heeft de Hollandse corrector dat alweer omgezet in het dwaze “uitsmijter”) bonje met zijn baas. Omdat hij zijn werk naar behoren doet en niemand binnenlaat zonder pasje. Alleen zit hij daardoor opgescheept met een jonge zwarte, die vanuit een limo aan de deur wordt doodgeschoten. Tot woede van zijn baas, Fats Foley, die hem nogal bars de levieten leest: “Ik wil je smoel hier niet meer zien. Ik wil dat je stript. Je laat je spullen hier achter bij de ingang. Het pak, de das, de zonnebril, het oortje. En ik wil dat die smeris erop toeziet dat je niets meeneemt” (blz. 34). Geen uniform, geen loon. Maar wel een sleutel die de zieltogende Afro hem laat meegraaien. “Ze blies haar laatste adem uit en daar zat Jack dan, met één hand in de zak van een dode dame, alsof hij haar dood had gevingerd” (blz. 25). Die sleutel wordt de sleutel tot het verhaal.

Ik haal twee korte citaten aan, omdat ik op dit eigenste ogenblik overmand wordt door de dood van Elmore Leonard. De man die ooit zei: gebruik nooit een ander werkwoord dan zeggen in een dialoog, schuw elke Natureingang, beschrijf je personages nooit in detail, en laat alle bladzijden weg die je lezers sowieso gaan overslaan. Het zijn vuistregels die Dhooge onverkort toepast, al beweert hij zelf dat hij bij Hemingway in de leer is gegaan. In zijn beknoptheid en visuele suggestie doet hij ook zijn filmopleiding alle eer aan, de vergelijking met Repo Man ligt dan ook voor de hand. De luchtigheid waarmee misdaad tussen de ochtendboterham wordt gelegd is in de hele S-serie van Dhooge trouwens een waarmerk. Hij deelt die relativering-in-de-overdrijving met Mickey Spillane, de schepper van Mike Hammer (alweer een oorlogsveteraan), die ooit begonnen was als scenarist voor stripverhalen, voor comics.

Uiteraard wordt Foley het uitgelezen slachtoffer om van hem terug te pakken wat wettig gezien Sparks eigendom is. Zijn achterstallig loon, of het equivalent daarvan. Om als repo-man te kunnen werken, moet hij natuurlijk het slot van diens flat forceren, en hoe kun je dat beter doen dan met een smoesje een slotenmaker te laten komen ? Blijkt het een slotenmaakster te zijn. Blijkt dat Monica (zeg maar Mon; Santa Monica verwijst dan meteen naar stad én medehoofdpersoon) wel in is voor een geintje meer of minder. Inbraken bij onbekenden waarbij simpele dingen worden geroofd, een duur uurwerk, een diamantje, een sieraad, iets onopvallends dus. En waarbij de sponde, de bar en het bubbelbad met graagte worden gedeeld. Klap op de vuurpijl, en ultiem doel van het getalenteerde duo wordt de uitkleding van the all-American hero, Randy Wells.

De meest lucratieve manier om in Californië snel rijk te worden, is door een sekte te leiden. Wells heeft dat perfekt begrepen. Begonnen als heavy metal psychedelicus, rook hij meteen zijn kans als lid van de Mormonen. “Waarom nog tijd verdoen aan groupies als je zomaar drie of vier vrouwen kon hebben ? (…) Randy was een rocker. Je kon hem niet zomaar in toom houden” (blz. 83). En dus, ondanks de wijze raad van de ouderlingen, trouwde hij twee dagen later voor de tweede keer. En een derde keer. “En het leuke was, hij hoefde niet eens te scheiden”. Al snel leerde hij goedgelovigen door handoplegging (en in ruil voor wat pecunia of gisten) te genezen. De opmars van “de Heler” was onstuitbaar, want “hij leerde dat er een Profeet of Leider aan het hoofd van de kerk stond”. Kassa kassa. Het fortuin stroomt naar zijn bungalows, al ontkent hij stug rijk te zijn. Enig probleem worden zijn drie vrouwen, Trudy, Ruby en Lucy, drie hellevegen die hij liefkozend (en enigszins bedremmeld) “de feeks, het kreng en het misbaksel” noemt, de blonde, de zwarte en de oosterse. Die helaas liever zijn centen dan zijn piemel zien. Door ze handig tegen elkaar op te zetten brengt hij zijn rijkdom wel in veiligheid, maar plaveit hij tegelijk de brede roetsjbaan naar zijn ondergang. Sparks sleutel opent daarbij alle deuren.

 

Vanzelfsprekend als plot in al zijn eenvoud. Met een teaser er bovenop: waarom laat Spark niemand, zelfs Mon niet, binnen in zijn eigen flat ? Houdt hij wat verborgen ? Is het de drempel naar een happy end ? Of houdt Dhooge gewoon de lezer voor het lapje ? Zeker is dat hij een niet eens te bewerken, speelbaar filmscenario heeft uitgewerkt, gevatte dialogen en archetypische personages en bloederige acties en cliffhangers en filmische tongue-in-cheek verwijzingen incluis. Waar wachten Erik Van Looy of Jan Verheyen, of zelfs Rob Van Eyck op, om onmiddellijk achter de camera te gaan staan ? Ik zal het eerste kaartje kopen voor de première in de Sundance Cinema’s op Sunset Strip. Een beter locatie op de neg van wetteloosheid, drankvermogen en gokgenoegen is nergens te vinden. Laat het u gezegd zijn: Bavo Dhooge wordt de Billy Wilder van de gangsterfilm. Met toetsen van Woody Allen en Mel Brooks erbij. Plat cynisme, valse romantiek, en hilarische kolder samen. Wat wil een mens nog meer ? Seks ?

Lukas DE VOS

 

Bavo Dhooge, Santa Monica. Antwerpen/Amsterdam, Linkeroever/Luitingh-Sijthoff 2013, 283 blz., 19,95 €.

*

Bavo Dhooge (°1973) werd driemaal genomineerde voor De Diamanten Kogel en éénmaal voor de Gouden Strop en voor de Hercule Poirot-prijs. Voor Stiletto Libretto kreeg hij in 2009 De Diamanten Kogel.

HFJenBavoDDK.jpgBavo Dhooge en DDK-voorzitter Henri-Floris Jespers bij de uitreiking van DDK op

24 november 2009 in het Letterenhuis te Antwerpen.

Partager cet article
Repost0
18 septembre 2013 3 18 /09 /septembre /2013 05:33

 

Mesens-catalogus.jpg

YouTube is het oorkussen van de duivel. Ik laat mij immers onweerstaanbaar verleiden oude films (opnieuw) te bekijken – met alle stimulerende maar ook soms al te nostalgische gevolgen van dien. Een chronofage bezigheid. Soit.

Zo blijft mijn bespreking uit van twee merkwaardige catalogi, waar ik wel wat op aan te merken heb, hoe royaal, degelijk (en duur) ze ook mogen zijn: Belgische abstracte kunst en Europa (1912-1930) en Het sterrenalfabet van E.L.T. Mesens.

*

Ik koester treffende herinneringen aan Mesens. Waar is de tijd dat we het in de Petit Rouge in Bussel kameraadschappelijk hadden over de drie Marcels: Broodthaers, Lecomte en Van Maele... ? Hij werd terecht getypeerd als “Dada Joker in the Surrealistic Pack”.

Twintig jaar geleden al heb ik – “als voorzichtige historicus”, aldus Michel Oukhow pp – zijn portret geschetst in mijn boek Genealogie van de herinnering (pp. 69-97). Achteraf heb ik hem nog bij herhaling ten tonele gevoerd, onder meer als vriend van de dichter Paul Neuhuys (Bulletin de la Fondation Ça ira, nr. 25, 1er trimestre 2006, pp. 23-29 ) of als peetvader van de Belgische collage (Mededelingen van het CDR, nr. 96, 30 juni 2007, pp. 3-9).

Meer daarover in een volgende aflevering, indien ik er zin in heb. Ondertussen blijf ik lezen, kortom andere levens  beleven.

Henri-Floris JESPERS

(wordt vervolgd)

Partager cet article
Repost0
17 septembre 2013 2 17 /09 /septembre /2013 00:17

 

IVAseptember13.jpg

De altijd rijkelijk geïllustreerde Nieuwsbrief van de nu al 19 jaar actieve IVA (Internationale Vriendenkring Anton van Wilderode) is echt meer dan een ledenblad. In de zomeraflevering brengt initiatiefnemer en algemeen secretaris Beatrijs van Craenendonck hulde aan medestichter prof. dr. Marcel Janssens (28 februari 1932 – 11 juli 2013). Christina Guirlande focust op het gedicht 'Rondeel in de zomer' (uit Er is maar één land dat mijn land kan zijn, Lannoo, 1983). De Nieuwsbrief bevat verder de homilie uitgesproken door Aad Eerland tijdens de eucharistie ter herdenking van Anton van Wilderode (1918-1988) op 28 juni. Henri-Floris Jespers memoreert Bart Mesotten o. praem. (19 maart 1923-23 november 2012).

*

Vijftien jaar na Van Wilderodes overlijden hangt de openbare bibliotheek van Sint-Niklaas, in samenwerking met enkele stedelijke diensten en particuliere organisaties, een veelzijdig portret op van deze Wase dichter bij uitstek. Dat gebeurt aan de hand van een tentoonstelling, lezingen en literaire wandelingen.

De tentoonstelling in de Bib van Sint-Niklaas wordt geopend op 28 september te 16 uur. Op 6 oktober praten oud-leerlingen Dirk van Bastelaere (°1960) en Erik Spinoy (°1960) een ochtend lang over de invloed van de bevlogen en begeesterende leraar-dichter. (Foyer Stadsschouwburg Sint-Niklaas, 10u30).

In de conferentiezaal van de bibliotheek vinden vier lezingen plaats, telkens om 20 u.

10 oktober: prof. Dirk De Geest spreekt over de plaats van Van Wilderode in de toenmalige Nederlandstalige literatuur en in het huidige postmoderne tijdperk.

24 oktober: Beatrijs van Craenenbroeck en Luc Van den Brande situeren Van Wilderode over de grens, een relaas over vertalingen, internationale samenwerkingen met universiteiten, bibliotheken, ambassades, literaire verenigingen e.d.m. Componist Jan Van Landeghem brengt een creatie die samen met violiste Jenny Spanoghe wordt uitgevoerd.

7 november: Onder het motto 'In de palm van mijn hand schreef ik Vlaanderen mijn land', spreekt Guido Moons, voorzitter van de Vlaamse Volksbeweging, over de plaats van het Vlaams geëngageerde gedicht in het werk van Van Wilderode – een verhaal van consequente inzet en roeien tegen de stroom in.

21 november: 'Reizen op versvoeten', een reflectie van Hildegard Coupé die de (reis)dagboeken van haar oom van naald tot draad uitploos.

Telkens opnieuw stel je bij Van Wilderode de beweging vast tussen dichter & verder, tussen de Vlaamse grond en het in harmonie treden met een wijdere wereld.

HFJ

Nieuwsbrief van de IVA, viermaandelijks tijdschrift, 18de jg., nr. 2, aug., sep., okt., nov. 2013, 23 p., ill. Redactie: Beatrijs van Craenenbroeck, Wezelsebaan 250, 2900 Schoten.

DichterVerder.jpg'Dichter & Verder': Meer informatie, fraaie brochure van de Bib Sint-Niklaas, H. Heymanplein 3, 9100 Sint-Niklaas.

http://bib.sint-niklaas.be

Partager cet article
Repost0
16 septembre 2013 1 16 /09 /septembre /2013 08:18

 

TeigelerGevaarlijkVolk

In de rubriek 'Boek in de kijker': Gevaarlijk volk van Piet Teigeler, auteur van de cyclus misdaadromans rond het duo De Wit en Carpentier. Onder de revelerende titel 'De vroege jaren van Hercules Poirot' wordt heel wat boeiende inside information gegeven over het jongste boek van Teigeler. Gevaarlijk volk is het eerste deel van een trilogie die zich afspeelt in de jaren 1904-1916.

*

Nieuwsgierig van aard kijk ik wel altijd uit naar de receptie van Vlaamse thrillers door de medewerkers van Serial Thriller.

Frank Van Dijck is van oordeel dat Gaston Van Camp met Moord in Pompei jammerlijk zijn tijd verloren heeft. 'En de lezer evenzeer'.

Anton Marcus is vol lof over Padre! van R. H. Schoemans:

'Briljant geschreven en spannend tot het einde. Schoemans weet het nogmaals schitterend op te bouwen en de kerk krijgt er weer eens van langs, maar niet alleen de kerk; eens te meer weet de schrijver menselijke drama's te verpakken in een sfeer van intrige en geheimzinnigheid die elke Aspe op kinderboeken doet lijken. Schoemans is al enkele jaren goed bezig zich in de kopgroep te nestelen van onze beste misdaadauteur.'

Marcus kan slechts matig waardering opbrengen voor Cléo,15 jaar, rood haar, vader onbekend van Stan Laurijssens en Voltaire en de Van Gogh combine van Hubert Van Lier. Met Het Droste effect maakt Christian De Coninck vorderingen.

Etienne Verhoeven heeft het voor Een kus van vuur van Luc Vancampenhout : 'criminele vaudeville', 'schitterend'.

Zwarte lelie van Koen Verstraeten is 'een scheet in een fles', aldus Danny De Laet, in tegenstelling tot 2017 van Rudy Soetewey:

'Wat een fabelachtige roman is dit! Als hij dit jaar de Diamanten Kogel niet krijgt kennen die juryleden er niets van! […] De roman raast als een trein, is een ware pageturner en een vlammende satire op het huidige Belgique franskiljonne (sic). Meesterlijk zonder meer […] een roman die aankomt al een mokerslag. Grandioos!'

MichaelBerg

Michael Berg is de enige Nederlandse auteur die aandacht krijgt. Nacht in Parijs wordt gesignaleerd door Frank Van Dijck:

'een boek waarmee men zich niet verveelt. Sommige langdradige passages buiten beschouwing gelaten. Bepaalde pagina's en zelfs hele hoofdstukken zou men er gewoon kunnen uitscheuren zonder het verhaal te schaden'.

Nacht in Parijs won de Gouden Strop 2013. Hôtel du Lac werd genomineerd voor De Diamanten Kogel 2011.

*

De recensenten van The Unique Crime Magazine enz. delen graag bemoedigende schouderklopjes uit maar schuwen ook het geheven vingertje niet: 'kom aan, je kan véél beter'; 'nul op tien'; 'niet te lang trekken aan die rekker'; 'doe zo voort'; 'houden zo'; 'kan beter'; 'alle, alle, zeg!'...

*

In de reeks 'Monografieën voor misdaadliteratuur' verschijnt binnenkort de bio-bibliografie van 'onze laatste' pulpschrijver Frank Van Dijck.

Henri-Floris JESPERS

SerialThriller15

Serial Thriller, The Unique Crime Magazine, Tijdschrift voor misdaadliteratuur, Tijdschrift voor en over mystery en fantasy, nr. 15, najaar 2013, 47 p., ill., 6 €. Redactie: Pothoekstraat 46, 2060 Antwerpen.

Partager cet article
Repost0
15 septembre 2013 7 15 /09 /septembre /2013 01:19

 

Renée Van Hekken leest voor

Renée Van Hekken leest voor

In de Openbare Bibliotheek van Merksem werd vrijdagavond Valentina voorgesteld, de jongste dichtbundel van Renée Van Hekken (° 1954). Zij en haar werk werden ingeleid door Roger Nupie.

Roger Nupie leidt 'Valentina' in

“Haar eerste prozawerk, de roman Het gesloten oor uit 1977 werd bekroond met de Stijn Streuvelsprijs voor Verhalend Proza. In 1983 verscheen haar vierde prozaboek Het stilstaand uur van de schorpioen en het was ook meteen het laatste. Daarna zouden er alleen nog dichtbundels volgen,” aldus Nupie. “Toch heeft naar mijn gevoel Renée Van Hekken het proza nooit opgegeven. Er zit nu eenmaal een sterk verhalend element in haar poëzie. Dat was al duidelijk in de bundel De roos van Allendale (2009) – het verhaal van de roos en de zeeman, die altijd onderweg is maar steeds terugdenkt aan zijn geliefde – en ook in de bundel die daar op volgde, De hoed van Hortense (2011), waarin het hoofdpersonage een mysterieuze dame is die vanonder de rand van haar modieuze hoeden het reilen en zeilen van de wereld volgt.”

Ook haar jongste bundel getuigt zijns inziens van een onloochenbaar prozaïsch karakter. De presentatie van Valentina (in de bundel prijkt een fraaie illustratie van Joseph Laureys) mocht op een ruime belangstelling rekenen. Renée Van Hekken las uit haar nieuweling voor, waarbij ze muzikaal werd ondersteund door Jan Van Poyer op klarinet en Ramsy Irani op gitaar.

Bert BEVERS

Renée VAN HEKKEN, Valentina, Schoten, Thuishaven, 2013 (17 €)

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche