Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
18 octobre 2013 5 18 /10 /octobre /2013 20:15

 

Vandaag om 20 uur wordt in de Minardschouwburg te Gent de nieuwe bundel van Roel Richelieu van Londersele voorgesteld: De Bruiden (Gedichten 1973-2013).

http://mededelingen.over-blog.com/article-roel-richelieu-van-londersele-de-bruiden-120524527.html

Guido Lauwaert is inleider van dienst.

 

Beste Roel, Dames en heren,

 

Je hebt vier soorten dichters in onze contreien:

goede, betere, beste, beestige.

De beestige is een uitgestorven soort…

maar bij de top van de beste behoort Roel Richelieu van Londersele…

al is dat nauwelijks geweten…

omdat hij niet behoort tot een poëziestal.

Bij de top dus behoort de dichter…

wiens nieuwe bundel De Bruiden  wij vandaag de openbaarheid in zwieren.

 

Roel Richelieu van Londersele, dames en heren,

heeft een angstaanjagende naam.

Het angstwekkende zit hem niet in de eerste voornaam, maar in de tweede.

Richelieu is een bekend Frans kerkleider en politicus…

uit de overgangsfase van de 16de naar de 17de eeuw.

Een hertog, kardinaal en conform aan deze tweezijdige status een antiliberaal…

die men niet graag als buur aan tafel had, en al evenmin in bed.

Richelieu, die een paar maal premier is geworden…

roept automatisch gedachten op van wellust en complot.

Gelukkig voor ons… danst Roel niet op het politieke toneel…

maar dwaalt hij door de Elysese parken van de poëzie.

Zijn Richelieu is hierdoor van een geheel andere aard.

De Bruiden  is hiervan het beste bewijs.

Elke cyclus is een schaakspel… elk gedicht een berekende zet voorwaarts.

Zijn poëtisch schaakspel is in tegenstelling tot heel wat hedendaagse dichters

poëtische zonen en dochters van Tante Kaat en wijlen nonkel Bob –

niet extravert maar introvert.

De poëzie van Van Londersele volgt de klare lijn,

en toch moet je hem leren waarderen.

 

Aanvankelijk was Roels poëzie zuiver verhalend.

Bundel na bundel is er een diepte aan toegevoegd.

Hij moet dit zelf hebben ingezien,

want anders had hij niet zo gehakt in zijn oudste bundels.

Wat behouden werd was wat overeind bleef staan.

Gedichten waarin de diepte uit De Bruiden  al aarzelend aanwezig is.

De opname van de voor het nieuwe peloton uitlopende ontsnappers…

heeft een bijkomend voordeel.

Door de nieuwe bundel met oudere gedichten aan te vullen,

telt De bruiden geen vijftig bladzijden,

het gemiddelde volume van een nieuwe bundel,

maar een kleine 300…

wat de uitgave letterlijk en figuurlijk meer gewicht geeft.

 

Toegegeven, een flauw grapje, een afwijking…

maar zoals Claus me ooit zei: Iedereen heeft recht op één afwijking.

Hoogstwaarschijnlijk was een volumineus boek…

niet Roels eerste gedachte.

Maar een latere gedachte was wel…

van een bloemlezing samen te stellen,

om de lezer kennis te laten maken…

met enerzijds zijn evolutie als humaan archeoloog…

en anderzijds de ondergrondse groei…

die tot de bovengrondse bloei van zijn ruïnes heeft geleid.

Om De Bruiden  ten volle te smaken, aan te voelen,

was die selectie bijgevolg noodzakelijk.

Uit zijn eerste bundels resteren – zoals gezegd – maar enkele gedichten.

De twee voorgaande bundels daarentegen zijn integraal opgenomen…

waarmee Van Londersele zijn bereikte positie wil aantonen.

Kortom, je moet om zijn parcours te vinden…

niet op zoek gaan in je poëziekast… of naar de boekhandel hollen…

maar je hebt die bij de hand.

Eenvoudig bladeren in De Bruiden  is voldoende.

 

Een versterking van die wens…

zijn parcours te tonen… zit hem in de vorm van het boek.

De nieuwe bundel, De Bruiden,

is niet vooraan te vinden… maar sluit het boek af.

De verleiding is groot, door de montage, vooraan beginnen te lezen.
Beter is het echter niet meteen aandacht te schenken…

aan de vroege ontsnappers [ze worden toch ingehaald]…

maar eerst de nieuwe bundel achterin te lezen,

om nadien – excuseer de benaming, Roel,

en waarde toehoorders, want het is niet denigrerend bedoeld –

de knechten te bekijken.

Vroege ontsnappers en nieuwe vedetten samen vormen een galaxis.

Hoe verhoudt zich het oude sterrenstelsel tot het nieuwe?

Een mooi voorbeeld om dit te ontdekken is het tweede gedicht…

uit de bundel Mijn geboomde vader

en het vierde uit de cyclus Mijn kleine oorlog  van De bruiden.

Het eerste luidt als volgt:

ik kan me niet verzoenen

want ik weet /

ik kan me niet verzoenen

want ik weet

dat met de verdieping ook de goede trappen sterven /

ik kan me niet verzoenen

want ik weet:

geneesheren zijn geen heren meer.’

 

In het tweede gedicht – uit de laatste bundel –
komen weer die dokters opdraven,
maar ze verliezen flink wat krediet.

Ik citeer:

een praalstoet van patiënten verlaat het ziekenhuis

de dokters herademen en spelen op de beurs

de handige buiksprekers verliezen hun pop

en wij, wij repareren de zon, trekken onze zijden

kousen aan en betalen het gelag.’

 

Tussen het eerste en het tweede geciteerde gedicht…

zit meer graafwerk.

Gevoelens die eerder nauwelijks te vinden waren…

komen nu bloot te liggen.

De dichter kiest bovendien partij.

Zalfde Roel twintig jaar geleden, vandaag hakt hij in de wonden.

Pijn wordt passie in een bruidsjurk.

 

Dames en heren, onze kennismaking is onder een slecht gesternte gestart.

Er was tussen Roel en mij geen conflict maar een foute spanning.

Hij zorgde ervoor dat mijn interesse in de poëzie van Roel weggedrukt werd…

en ik geloof dat dit met Roel ook het geval was.

Dat hij zich vragen stelde bij de strategie van mijn literaire initiatieven.

Maar het siert Roel dat hij mij gevraagd heeft De Bruiden  in te leiden.

Op zijn vraag ingaan was dan ook geen knieval maar een diepe buiging.

Vooreerst vanuit de gedachte aan volharding…

en overeind te blijven staan in de poëziewereld. Niet eenvoudig.

Aan scherpe messen en botte tongen geen gebrek.

Vervolgens door in alle stilte te gaan snuffelen in zijn bundels.

Het resultaat was dat ik af en toe op een gedicht stuitte…

dat een gebeurtenis in herinnering brengt.

Een gebeurtenis waar je je in een eerste reactie van afvraagt…

waar is de verwantschap tussen geschiedenis en poëzie?

om dan in een flits de link te vinden…

die in een versregel verborgen zit.

Een niet zo zeldzaam fenomeen, maar soms adembenemend… en historisch.

Een goed voorbeeld van dit laatste is te vinden…

in het gedicht Fabel  van Hugo Claus uit de bundel Van horen zeggen.

De dichter staat voor de rechter, op beschuldiging van zedenschennis…

en roept uit: ‘Edelachtbare, pardon, alstublieft, / Uw kruis is mijn kruis niet!’

In 1968, 38 jaar oud, getuigt Claus met dat statement…

van zijn koppige verregaande vrijzinnigheid…

maar ook dat het kruis van de rechter boven zijn hoofd hangt

en dat van Claus onder de broeksriem bengelt.

Op het adembenemende historisch aspect kom ik later terug.

 

Dames en heren, terug naar de route nationale,

want we zijn hier niet om het kruis van Claus te ontbloten,

maar dat van Roel en zijn bruiden.

Gaandeweg heeft de poëzie van Van Londersele…

een punt bereikt – en hopelijk is het niet het laatste –

waarin nuchterheid [op het koele af]

en reflectie [in kwetsbare vorm]

in een harmonieus spel samensmelten.

Het is de lijdensweg van elke betere dichter…

maar voor de ene is hij een lust… en voor de andere een last.

Bij Van Londersele galoppeert de last vóór de lust uit.

Het sterkst valt het op in de volgorde van de cycli van De Bruiden.

In de eerste cyclus, Bruiden, vangt het zoeklicht vrouwen…

in de tweede, Cocon, bespioneert hij zichzelf…

de derde viseert vrienden… De gezellen  zoals hij ze noemt…

waarop een cyclus volgt, Taferelen,

waarin observaties tedere trekjes krijgen en overgaan naar berusting.

De voorlaatste, Mijn kleine oorlog, geeft inzage in zijn huidige positie…

om in de laatste, De mankementen, te bekennen hoe zwak de dichter is.

Hij beseft dat een dichter hooguit in staat is een benadering te schetsen.

Tot slot, dames en heren,

valt ook op dat de poëzie van De Bruiden  persoonlijk blijft,

maar geschonken wordt, urbi et orbi.

Wat slaat op de dichter, gaat ook op voor de lezer.

M.a.w., Roels’ poëzie is klaar om gebruikt te worden

voor allerlei drukwerk, met als uitschieter… het rouwprentje.

 

Het meest voor de hand liggende voorbeeld is het laatste gedicht.

Toen ik het las – kijk, hier is dan de link tussen geschiedenis en poëzie –

kwam mijn oude moeder te voorschijn –

eindelijk eens goed gekleed’, zoals Gerard Reve heeft geschreven…

in het gedicht Droom  uit 1962 – nee, nee, dat is wreedaardig.

Mijn moeder was een te fiere vrouw om slecht gekleed te zijn.

Mijn oude moeder kwam te voorschijn…

bij het lezen van het gedicht van Roel.

Het is weliswaar in de mannelijke vorm geschreven,

maar vervang hij door zij... en zijn door haar

en je eigen moeder & zoon geschiedenis gaat naadloos over in zijn poëzie.

Was het gedicht al geschreven bij haar overlijden…

ik had het… omdat het me de adem benam…

gewetenloos aangepast… van 84… 79 gemaakt…

en er misschien wel mijn naam onder geplakt…

want een vos verliest wel zijn haren, maar niet…

 

Vierentachtig

 

de dag oefent, de nacht beslist,

schuift verderop, in de nabijheid

van wat duister is en toch moet komen

 

hij legt neer, zadelt geen nieuwe paarden,

de tuin wordt groter, het huis vermoeid,

langzaam smelt de zomer

 

wat hoort hij? zijn eigen onherroepelijk lied.

hij neuriet de lichtgrijze melodie,

groeit naar beneden en wacht

 

Dames en heren,

De Bruiden is een pracht van een dichtbundel, geloof me vrij.

Een aanrader voor wie de verstilling zoekt in zijn eigen beleving…

die kleeft aan elk van zijn muren…

die ligt op de dauw van zijn weiden.

Beste Roel, veel succes gewenst. Dat er gauw een tweede druk komt.

Dat kan, als het publiek een handje helpt.

Een aanschaf is geen miskoop.

De uitgever vaart er wel bij, de dichter, de boekhandelaar…

maar in de eerste plaats… in al zijn gedaanten… de poëzie.

 

Guido LAUWAERT

 

Partager cet article
Repost0
18 octobre 2013 5 18 /10 /octobre /2013 18:00

 

voor Frank de Crits

 

Ik wilde Keats laten rijmen op Yeats

en werd hiervoor berispt door Christine D’haen.

Ik wilde mijn vrienden aanbidden en vereren

in een donker verbond van heldere helden.

Ik wilde mijn vader begrijpen en na mijn vader

de hele wereld.

Ik wilde mij uit mijn jeugd bevrijden

door middel van gezang

het rigide denken en de dwang.

Ik wilde roepen vanuit de woestijn

en een woesteling zijn voor de onwetenden.

Nooit wilde ik zacht en teder zijn.

 

Nooit wil ik ooit nog voze valse woorden

horen in elke zin die ik hier en nu begin.

 

Hendrik CARETTE

Partager cet article
Repost0
16 octobre 2013 3 16 /10 /octobre /2013 19:26

 

De literaire weblog De Contrabas (http://www.decontrabas.com/ ) gewaagt van geruchten “dat België volgend jaar een Dichter des Vaderlands krijgt”.

Chrétien Breukers formuleert daarbij een aantal treffende bedenkingen:

Wélk België? Vlaanderen? Wallonië? Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? De Duitstalige Gemeenschap? […] Volgend jaar. Niet toevallig het jaar waarin grote landelijke verkiezingen zijn. Dat maakt de nieuwe Dichter des Vaderlands bij uitstek geschikt als politiek schuifstuk op het grote bord waarop pers en politiek hun België-spel spelen.

Omdat België het land is waar het surrealisme heerst, is de nieuwe Dichter des Vaderlands een dichter die bijna niet bekend is als dichter. Maar zoals gezegd: dat maakt niet uit. Het gaat niet om de poëzie maar om de politiek. En om het surrealisme.

*

Een Belgisch Dichter des Vaderlands – een Nederlandse Belgenmop?

Welnee, de zaak blijkt al een hele tijd aan het broeden. Dit vaderlands dichterschap blijkt een initiatief van VONK & Zonen (Antwerpen, opgericht door Andy Fierens, Maarten Inghels en Michaël Vandebril), het PoëzieCentrum (Gent) en de Maison de la Poésie (Namur). De initiatiefnemers rekenen op mediatieke steun van de dagbladen De Standaard en Le Soir .

De naam van de eerste Belgische 'Poet Laureate' zou in januari 2014 bekend gemaakt worden. In welingelichte kringen circuleert de naam van de bezieler van G1000, David van Reybrouck, voorzitter van PEN Vlaanderen en oprichter van het 'Brussels dichterscollectief'.

Partager cet article
Repost0
16 octobre 2013 3 16 /10 /octobre /2013 18:00

 

Gils

De Belgische ziekte heeft het lange leven. Ik realiseerde me dat bij de uitreiking van de driejaarlijkse literatuurprijzen van de Vlaamse Gemeenschap, een end terug in de tijd, in 1996, op de Boekenbeurs. Verdienstelijke winnaars van die vroegere Staatsprijzen waren nochtans voorhanden.

De onvolprezen dichter en onverbiddelijk spellinghervormer Gust Gils, een oprecht omroeper van oproer, kreeg op zijn 72ede bekroning van een letterkundige loopbaan. Alleen had de minister van kultuur aardig wat moeite met de lektuur van zelfs de meest gekende van zijn bundels. “Linke Kornak” werd gewoon “Lichte Kornak”, je moet al een tsjeef als Luk Martens zijn om daar op te komen. Stuur er een gard sivik op af. Al is het ook een manier om het subversieve van Gils’ poëzie te bezweren natuurlijk.

Het was niet de enige mislezing van de Heer Minister. De winnaar van de prozaprijs, Leo Pleysier, heeft volgens hem werken geschreven die ik nooit gezien heb. De Weg der Kralingen? De Ring der Benevelingen  allicht. De Weg naar Kralingen  ken ik ook. Maar goede lektuur is duur, zo blijkt. Pleysier was volgens de Hoogwaardigheidsbekleder ook de schrijver van het bekroonde werk De Gele Rivier is Bevroren. En Pleysier maar moeite doen om zijn titel zo Kempisch mogelijk te maken. “Bevrozen”, net om de taalvervreemding in de verf te zetten. Maar Pleysier is een eerzaam man. “Kop in kas” moet hij gedacht hebben, zijn Arkprijs van 1984 indachtig.

De taalvervreemding, die is er, zoveel is wel duidelijk. En dat heeft alles te maken met de volstrekte minachting die onze kunstenaars te beurt valt. Een werk, een tijdschrift, dient niet om gelezen te worden. Het dient om de administratieve raderen gesmeerd te doen lopen. Of waarom dacht u dat Joke Schauvlieghe zelfs het kristelijk monument Filmmagie, voorheen Film en Televisie, op droog zaad zet ? Jos Van Liempt draait zich om onder zijn zerk. In 1996 werd het burokratisch eerstegeboorterecht pijnlijk in de verf gezet, toen op het einde van zijn niet eens zo onversneden toespraak de Heer Minister Martens pijnlijk moest erkennen dat hij weliswaar anderhalf miljoen (hij rekende nog in franken) op zak had voor de winnaars, maar dat ze dat geld niet kregen. De ambtenaren hadden immers nagelaten tijdig de nodige formulieren in te vullen om de prijzen over te schrijven op de rekening van beide auteurs. Hopelijk had Gils toen nog een postrekening, hij was anders in vieze papieren geraakt. Pleysier bewoog niet. Hij is een eerzaam man.

Heeft Martens dan niks zinnigs aangebracht ? Toch wel. “Vlaanderen heeft opnieuw de kracht van het gesproken woord ontdekt”. Want zowel Gils als Pleysier werden “geprimeerd” vanwege hun sterk retorisch vermogen. Heremijntijd ! Gils eksperimenteert met de klankwaarde van de taal, in een sterk, grotesk, cynisch en zelfrelativerend doorlichten van de dagelijkse werkelijkheid. Gils heeft ook nog met de eksperimentele muzikus Karel Goeyvaerts gewerkt, en voelde zich het meest verwant met de opstandige poëzie van de Vijftigers en van Achterberg. “Een muil is muiten”, zei zijn zielsverwant Lucebert hem al voor. Daar had de Heer Minister geen weet van. Pleysier dan. Die gaat zijn eigen, eigenzinnige eenzame weg. (Ik durfde al lang niet meer naar Marten Toonder te verwijzen). In 1984 had Pleysier de Arkprijs van het Vrije Woord verdiend omdat hij “gedurfd en ongegeneerd vanuit zijn Kempense eenvoud de beperkingen van de alledaagsheid kon omwerken tot de waardevolle kern van zijn zoektocht naar wat de mens mens maakt”. Zijn drieluik Waar was ik weer ?  had pas een verlengstuk gekregen in een reeks van al vier menselijke portretten, die de rauwe vervormingen door het boerenbestaan tot echte klassenstrijd verhief. De Heer Minister hoorde het in Rijkevorsel donderen.

Beide auteurs hadden de schroom en het verstand de burokratie te bedanken met het enige wapen dat hun restte: de eigen tekst. Het zal de ambtenaren niet opgevallen zijn, maar Gils bleef dat schaamteloos doen in zijn eigen kleine verzet, de vooruitstrevende spelling tegen de Urker Liga van Kleingrutter Pennelikkers (ULKP) in. De Heer Minister kon dat niet horen.

Maar zo figureerden beide schrijvers, sober begeleid door de meesterlijke gitarist Yves Storms, als meer dan de Allerzieligenbloempot van de cérémonie protocolaire. Want dát is de Vlaamse ziekte. Het Protokol bepaalt de inhoud. De schil is wezenlijker dan de vrucht. Het oog is belangrijker dan de smaak.

In dat licht viel een tweede incident bij deze prijsuitdeling beter te begrijpen. Gils en Pleysier waren te elfder ure opgetrommeld door hun uitgever, omdat de Belgische Koning hen de hand wou schudden. Dat zou vlot gaan gezien het bibberitis van Albert. Bleek dat aan dezelfde tafel een andere stalauteur zat, ene Jean-Pierre Van Rossem (toen schandelijk auteur van onder meer de schunnige belastinggids Hoe word ik stinkend rijk ?, 1992, Wie vermoordde André Cools, 1993, de seks- en bordelengids  Hoe kom ik van de grond ?, 1993, en de verzetsrekonstruktie De Nacht van Christus-Koning, 1996, allemaal werken op de Coburgse index vanwege aansporing tot meer ontucht). De Staatsveiligheid maande de Brusselse Vorst prompt tot rechts omkeer aan.

Zaten ze daar voor spek en bonen, Gils en Pleysier. Pleysier had de wijsheid een sommatie voor een Koninklijke Receptie des avonds af te wijzen. “Pijp en toebak” volstaan, moet hij welgemoed gedacht hebben. Als de Belg niet naar Mohammed komt, zei hij nog, met Mohammed ook maar niet naar de Belg gaan. Pleysier is immers een eerzaam man. Gils, wat ouder en vooral goed gemanierd, wou uit irrationele beleefdheid de Koning niet afvallen. Jammer voor hem stond datzelfde Protokol aan de ingang van de receptie. “Geen uitnodiging bij ?”, blafte het Protokol. “Ik ben Gils”, zei Gils (in onderkast weliswaar). “De koning verwacht mij”. Niets te Gilsen, geen formulier, geen toegang. En dicht ging de deur. Van Rossem verkneukelde zich. “Prettig om te zien ! Deze hooggeloofde demokratie – de macht des volks – heeft wel enge stalinistische trekjes”. En hij ontbottelde meteen een nieuwe fles.

Lukas DE VOS

(Om evidente redenen werd de redactie door de auteur verzocht de spelling niét te normaliseren...)

Partager cet article
Repost0
14 octobre 2013 1 14 /10 /octobre /2013 18:00

 

Alice-Munro.jpg

Dit jaar won de voor mij nobele edoch totaal onbekende Alice Munro (°1931) de NobelprijsLiteratuur. Helaas kan ik niet alles lezen. Amechtig tracht ik wat in ons taalgebied verschijnt bij te benen, en dat is op zich een haast onmogelijke opdracht.

Elke schrijver wetend welke grote schrijvers deze prijs niet hebben gekregen, kunnen niet anders dan deze met de nodige nederigheid in ontvangst nemen” schreef Ernest Hemingway toen in 1954 zijn Old man and the sea met de Nobelprijs Literatuur werd bekroond.

Ernest-Hemingway.jpg

Ernest Hemingway (1899-1961)

Met deze zin van Hemingway in het achterhoofd ben ik even gaan opzoeken welke groten uit de wereldliteratuur in deze nobele canon niet werden opgenomen: Franz Kafka, D. H. Lawrence, Yukio Mishima, Virginia Woolf, James Joyce, Leo Tolstoj, Marcel Proust, Rainer Maria Rilke, Emile Zola, Amoz Os, André Malraux, Graham Greene, Jorge Luis Borges…Het is mijn subjectieve keuze natuurlijk. Maar het zijn wel schrijvers, blijvers die de tand des tijds schitterend hebben doorstaan.

De vraag naar de motivatie van de toekenning en de soms duistere deliberatie die vooraf ging stelde schrijver en literatuurhistoricus, Kjell Epsmark, zelf lid van de ZweedseAcademie die de prijs toekent. Hij dook in de archieven van deze deliberaties die gedurende vijftig jaar geheim bleven en hij is erin geslaagd om enkele ‘vervelende’ schaduwkanten op te lichten. (1) Zo kwamen André Malraux, Graham Greene, Jorge Luis Borges en Yukio Mishima (2) wegens hun politieke opvattingen niet in aanmerking. Paul Valéry was dan weer te esoterisch en Moravia riep een ‘onaangenaam gevoel’ op.

Men kan zich hierbij tevens de vraag stellen waarom de Zweedse academie de Nobelprijs wel kan toekennen aan verschillende wetenschappers zoals dit het geval is voor chemie, geneeskunde of fysica, maar wat literatuur betreft er slechts een auteur met het been kan gaan lopen. Misschien zal de eerbiedwaardige academie van Stockholm dit ooit willen doen. Zo is het politiek correcte koorddansen meteen opgelost.

Medaille-van-de-Nobelrpijs.jpg

Medaille van de Nobelprijs

Nog een pittig detail: twee schrijvers hebben deze illustere prijs geweigerd: Boris Pasternak (noodgedwongen) in 1958 en Jean-Paul Sartre in 1964 die het geldbedrag enkele jaren later wel opvroeg. O pecunia…

Frank DE VOS

 

(1) Kjell Epsmark, Le Prix Nobel, Histoire intérieure d’une consécration littéraire, Jacob Duvernet (Editions),1986, 333 p. ISBN 9782715806030

(2) http://mededelingen.over-blog.com/article-frank-de-vos-over-yukio-mishima-en-henri-floris-jespers-118706943.html

Partager cet article
Repost0
12 octobre 2013 6 12 /10 /octobre /2013 23:18

 

RijmenamDEF.jpg

Pink Poets in Rijmenam. Van l. naar r.: Werner Spillemaeckers, Karel Jonckheere, Michel Bartosik, Henri-Floris Jespers, Patrick Conrad en Hugues C. Pernath

 

Veel belangstelling deze middag in het Letterenhuis te Antwerpen voor de presentatie van Schroomruil, de verzamelde gedichten van Michel Bartosik (1948-2008). Leen Van Dijck verwelkomde en Jan Mestdagh leidde de bundel in. Tot slot lazen Joris Gerits, Roger De Neef en Lucienne Stassaert gedichten van Bartosik voor.

Lucienne-Stassaert.JPGLucienne Stassaert leest

 

Carl De Strycker, directeur van het PoëzieCentrum, bedankte iedereen, zei hoe blij hij was met de opkomst en de honderdvoudige voorintekening en overhandigde het eerste exemplaar aan “Wiske”, Louisa Chevalier, de weduwe en weggenote van Michel, die het ontroerend trots aan het publiek toonde.

 

Onder de aanwezigen: Bert Bevers, Peter Bormans, Geert Briers, Bert de Bruyne, Philippe Cailliau, Hendrik Carette, Klaas Chielens, Jean en Marleen De Crée, Frank De Crits, Daniel Cunin, Martine Cuyt, Charles Ducal, Jo Gisekin, Guy Gysens, Jan Holvoet, Mark Insingel, Henri-Floris Jespers, Pruts Lantsoght, Guido Lauwaert, Hubert Van Lier, Roger Nupie, Marcel Obiak, Matthijs de Ridder, Tony Rombouts, Ludo Simons, Walter Soethoudt, Mark Somers, Erik Spinoy, Jan Struelens, Gert Vingeroets, Rody Vanrijkel en Bart Vonck.

 

Schroomruil is voorbeeldig samengesteld en bezorgd door Koen Van Baelen, Peter Bormans, Anneleen De Coux et Matthijs de Ridder. In zijn nawoord schetst dichter en hoogleraar Nederlandse literatuur Erik Spinoy de boeiende evolutie van Bartosiks werk. Het boek is treffend geïllustreerd en werd door het PoëzieCentrum voorbeeldig uitgegeven met productiesteun van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Bartosik cover 2013 © Archief Poëziecentrum

Michel BARTOSIK, Schroomruil. Verzamelde gedichten, Gent, Poëziecentrum, 2013, 447 p., 29,95 €.

Partager cet article
Repost0
12 octobre 2013 6 12 /10 /octobre /2013 05:00

 

redactieMDD.JPG

Redactioneel overleg. Kloksgewijs: Bert Bevers, Lucienne Stassaert, Frank De Vos en Henri-Floris Jespers

Gisteren verscheen aflevering 218 van de Mededelingen van het CDR. Naast een aantal hier volledig of gedeeltelijk gepubliceerde bijdragen krijgen de abonnees o.m. artikels van Frans Depeuter, Erick Kila en Lukas De Vos.

Het verborgen leven van Gerard Walschap. Een alternatief onderzoek naar de vent achter de vorm, naar de mens achter de schrijver, zo luidt de titel van het ontluisterende dossier dat Frans Depeuter in 2009 bij Berghmans Uitgevers publiceerde. Het stond dus in de sterren geschreven dat hij de monumentale biografie van Jos Borré (De Bezige Bij Antwerpen, 2013, 750 p.) onder de loep ging nemen. Hij bewijst overtuigend hoe rommelig, schabouwelijk en zonder meer onbetrouwbaar het namenregister (pp. 738-750, kleine druk...) samengesteld werd.

Lukas De Vos ('Alles komt terug, ook de vlooien van Lanoye') herbekeek de film Alles moet weg van Jan Verheyen (1996) naar de gelijknamige roman van Tom Lanoye. Slaan en zalven...

Erick Kila, onze Haagse correspondent, roept verder op baanbrekende wijze de schim op van Bernardo Ashetu.

*

Aflevering 219 verschijnt eind van de maand en focust op de dichter en filoloog Wilfried Adams (1947-2008), medestichter van het Centrum voor Documentatie en Reëvaluatie.

Henri-Floris JESPERS

*

Redactie van de Mededelingen van het CDR: Bert Bevers, Joke van den Brandt, Frank Ivo van Damme, Henri-Floris Jespers (hoofdredacteur), Guido Lauwaert, Luc Pay, Jan Scheirs, Lucienne Stassaert, Frank De Vos.

Redactie-adres:hfj@skynet.be

Karin Lebacq neemt het algemeen secretariaat waar: mededelingen@lebacq.com

*

De deelname aan de kosten bedraagt, voor de papieren editie: 12 € per maand (twee afleveringen per maand, verzonden per post); voor de elektronische editie: 6 € per maand (twee afleveringen per maand, verzonden per e-mail).

Info: mededelingen@lebacq.com

Partager cet article
Repost0
12 octobre 2013 6 12 /10 /octobre /2013 02:52

 

SaskiaNoort.jpg

Zaterdagavond 9 november krijgt Saskia Noort (°1967) de GNM Meesterprijs uitgereikt voor haar bijdrage aan het Nederlandstalige thrillergenre. Om de jury te citeren:

Haar succes heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de emancipatie van het genre, dat de naam literaire thriller kreeg. Behalve dat ze daarmee een enorm, grotendeels vrouwelijk, nieuw lezerspubliek bereikte, effende ze daarmee het pad voor een compleet nieuwe generatie (vrouwelijke) thrillerauteurs.”

Met deze prijs wil het Genootschap Nederlandstalige Misdaadauteurs (opgericht in 1986 op initiatief van Tomas Ross) auteurs eren die met hun werk een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van het genre in het Nederlandse taalgebied. De GNM Meesterprijs, in het leven geroepen in 2003, bestaat uit een beeldje en de eer. De prijs werd in het jaar van oprichting voor de eerste uitgereikt aan Appie Baantjer. Hij kreeg de prijs voor zijn prestatie door met zestig titels en miljoenen verkochte boeken als Nederlandstalige misdaadauteur een enorm groot publiek te bereiken.

De jury bestaat uit het bestuur van het GNM, dat beslist of en aan wie de prijs wordt uitgereikt: John Brosens, Daniëlle Hermans, René van de Meerakker en Wendela de Vos.

Partager cet article
Repost0
10 octobre 2013 4 10 /10 /octobre /2013 02:55

 

DSC04599-copie-1.jpg

Wilfried Westerlinck (rechts) en Frank De Vos (foto: Frank Ivo van Damme)

5 oktober kwam ik klokslag 15 uur aan in het Letterenhuis voor de prijsuitreiking.

Oei ! Ik ben te laat , dacht ik – iedereen al binnen in dat heerlijke huis, waar je als componist in Vlaanderen alleen maar jaloers kan op zijn. En toch waren er maar een handvol mensen opgedaagd om aanwezig te zijn op dit toch prestigieuze evenement. Ik was blij dat zelfs ik een uitnodiging had gekregen van het Pernath-fonds. Het is niet omdat ik graag al eens een gedichtenbundel vast neem van de man, en mezelf al zoveel jaren afvraag hoe ik deze schitterende poëzie zou kunnen omvatten met enige muziek, of dat ik wat liederen schreef op Gezelle, Van Ostaijen, Rutger Kopland, Bertus Aafjes, dat ik tot de incrowd behoor van het literatuur-poëziewereldje in ons taalgebied. Verre van.

Ik vroeg mij vertwijfeld af: waar blijft hier de schepen van cultuur van deze stad met een Conscience bibliotheek, een reeks standbeelden van Paul Van Ostaiijen, Willem Elsschot, Gerard Walschap, Maurice Gilliams en Julien Schoenaerts?

Zelfs een standbeeld met de mooie omschrijving ‘De getrooste blinde’ (de poëzie zelf verbeeldend), mag blijkbaar de talrijke en eerbare dichters die deze stadsregio innemen, en als hoogste eer soms zelfs de ronkende titel hebben gedragen van Stadsdichter – tot vandaag zes in aantal – niet aanzetten om op te dagen. Nochtans wisten zij hun boodschappen, hun vermaningen, hun zielenroerselen te verzilveren op strategische blanke muren, verspreid in deze bange stad. Een promotie, die velen hen benijden, en die zeker een componist nooit te beurt kan vallen met zijn muziek-hiërogliefen. Misschien wel mooi als grafische eigenaardigheid, maar zeker niet als artistieke boodschap voor de passant.

 

Waar bleven de literatuurhistorici, de neerlandici in alle maten en gewichten, de promotors en/of mandaathouders van allerlei onderzoeksprojecten, bibliothecarissen en de studenten die jaarlijks uit de hogescholen/universiteiten rollen ?

Is Pernath vergeten, bijna 40 jaar na zijn overlijden? Hebben zijn pink poets hem nu volledig ten grave gedragen? Is zijn Arkprijs, is zijn Campertprijs of zijn Staatsprijs maar enkel een leuk lintje geweest. Mag zijn ‘ Tegenstem ‘ niet gehoord worden in scholen, of is het te dandyesk?

 

Leen Van Dijck, die heerlijk geliefde literatuurdame van Antwerpen, verwees naar al de vorige laureaten – 14 in totaal – waarbij ik dan denk : zijn die niet fier? Komen die niet met een behoorlijke portie nieuwsgierigheid naar een dergelijke bijeenkomst om een nieuweling in te halen : de 15de? Hebben de Lage Landen nog poëzie nodig? Of hebben we ‘alle tijd van de wereld’ en zijn we zo onhandig bloesemend dat we de zaken maar laten overwaaien?

 

Onder het voorzitterschap van de steeds bezielde Joris Gerits kwamen Yves t’Sjoen, Hilde Van Looveren, Dietlinde Willockx en Peter Theuninck tot de slotsom om Ademhalen onder de maan van Ingmar Heytze te bekronen.

Het dankwoord van de nieuwe laureaat beperkte zich tot het lezen van een gedicht van Hugues C. Pernath zelf. - Zo hoorde het !

Wilfried WESTERLINCK

Partager cet article
Repost0
8 octobre 2013 2 08 /10 /octobre /2013 18:13

 

MED217blog.jpg

De jongste aflevering van het tijdschrift bereikte inmiddels onze abonnees. Mijn redactioneel focust uiteraard op Hugo Raes. Bovendien publiceer ik in de rubriek “Achteruitkijkspiegel” verbatim et litteratim een tijdsdocument: mijn bijdrage in De Vlaamse Elsevier van 15 april 1974.

Dirk van Bastelaere zet de puntjes op de i betreffende de zo druk besproken das van BDW...

Bij de vaste rubrieken komt nu “Verbolgen Verborgen”, een podium voor mijn vriend en mede-oprichter van de Stichting Arkprijs van het Vrije Woord Lukas De Vos (kenner van SF en bovendien jurylid van de gewaardeerde Hercule Poirot-prijs).

*

Proefnummers van de Mededelingen kunnen aangevraagd worden bij Karin Lebacq, algemeen secretaris: mededelingen@lebacq.com

Ter aanvulling van het tijdschrift (2002) ging het Centrum voor Documentatie & Reëvaluatie met deze blog van start op 26 januari 2008. Per 1 oktober 2013 registreerden we 423.972 pagina's, gelezen door 223.389 “unieke bezoekers”.

*

Ziehier alvast het “Redactioneel” van nummer 217:

In de woelige jaren zestig was Hugo Raes prominent aanwezig in het Nederlandse literaire landschap. Bij de presentatie van De Vlaamse Reus in de Antwerpse privé-club V.E.C.U. op 29 maart 1974 kon uitgever Geert Lubberhuizen niet zonder voldoening melden dat De Bezige Bij al meer dan een kwart miljoen boeken van Raes verkocht had. In de jaren tachtig taande de belangstelling voor zijn werk en in de jaren negentig raakte de auteur stilaan vergeten.

De jongste jaren stel ik echter – in mijn onmiddellijke (literaire) omgeving – een opflakkerende belangstelling vast voor zijn grillig en moeilijk onder één noemer te brengen oeuvre (Piet Teigeler noteert terecht: “Ik vraag mij onwillekeurig af of ik Hugo zijn visie in een twitter zou kunnen verpakken”). Een anders toch wel alerte lezer als CDR-medewerker en L.P. Boon-kenner Ivo Machiels bekende mij vorig jaar dat hij het oeuvre van Raes pas ontdekt had. Dirk van Bastelaere rekent Raes tot zijn favoriete Vlaamse auteurs. In Gierik & NVT verschenen in 2009 stevige opstellen van Wim van Rooy en Lukas De Vos over het werk van Raes.

*

Lukas De Vos heeft gelijk: Hugo Raes onderging het lot van zijn tijdgenoot en verwante utopist Sybren Polet.

'Maar dat heeft hem niet klein gekregen'. De Vos is – m.i. terecht – optimistisch: “Herwaardering zal er komen. Daarom is er geen manier méér aangewezen om Hugo te eren en te gedenken dan door hem opnieuw en opnieuw te lezen.” De werking van de Literaire Kring Hugo Raes zal daar ongetwijfeld toe bijdragen.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche