Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
4 janvier 2014 6 04 /01 /janvier /2014 00:33

 

Albert-en-Siti---Le-Blog.JPG

Albert Hagenaars en Siti Wahyuningsih

Het Nederlandse taalgebied en Indonesië: nog steeds besluipt een sfeer van tempo doeloe dit ooit door de geschiedenis gesloten huwelijk. Maar hoezeer ook, met name in Den Haag, de tropische verrukkingen van toen herbeleefd worden, met pasars, nasi goreng en de te vaak opgewarmde Anneke Grönloh (‘Brandend zand’), het kan niet verhelen dat er slechts van éénrichtings-nostalgie sprake is. Het moderne Indonesië heeft nauwelijks iets met Nederland of het Nederlandse taalgebied.

Wat goed dat er nu - buiten de mottenballengeur van Tante Lien etc. om - een initiatief is geboren om de gevoelige taalsnaar van onze poëzie te verklanken en te vertalen in het Bahasa Indonesia, de officiële taal van Indonesië.

Met  Suara suara dari utara (stemmen uit het noorden), een site die gewijd is aan vertalingen van Nederlandse en Vlaamse gedichten, maken Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars al sinds maart 2013 duidelijk dat Nederlandstalige poëzie ook omgezet kan worden in een taal van ver buiten onze culturele habitat. Het echtpaar, dat minimaal vier vertaalde gedichten per maand publiceert, moet meer dan de gewone vertaalproblemen overwinnen. Zo kent het Indonesisch minder woorden dan het Nederlands. En ook zijn er vertrouwde zaken en zaakjes uit het sociaal-culturele rugzakje van de westerling die in het Oosten geen enkel belletje doen rinkelen. Wat doe je bijvoorbeeld met ‘sneeuw’ en met de ‘fado’?

Het nodigt de vertalers uit tot creatieve oplossingen en het subtiel gebruik van equivalenten.

Bijna een jaar na de start staat er een gevarieerde selectie gedichten op de site. Niet alleen poëzie van de gebruikelijke grote namen. Het vertaalduo heeft een eigenzinnige hand van selecteren. Naast de vertalingen staan ook de Nederlandse versies op SSDU. Er ontrolt zich een intrigerend poëtisch landschap (staat u er ook al op?).

 

Laat deze site (die draait zonder enige overheidsbemoeienis) maar rustig groeien en rijpen. Het Bahasa Indonesia (nauw verwant aan het officiële Maleis) wordt gebruikt in een aaneengesloten taalgebied van 270 miljoen mensen. Heel bijzonder dat het geluid van Nederlandse en Vlaamse dichters daar gehoord kan worden. Wie weet, komt er te zijner tijd een tegenbeweging op gang met vertalingen (in het Nederlands) van interessante Indonesische dichters.

Erick KILA

 

woordenlijstje: totok - blanke Nederlander; tempo doeloe – goede, oude tijd; pasar– Indische markt

 

http://puisibelanda.blogspot.nl/

Partager cet article
Repost0
3 janvier 2014 5 03 /01 /janvier /2014 07:47

 

Weirdos-s.Januari14.jpg

Het bescheiden tijdschrift Weirdo's (hier meermaals gesignaleerd) werd in 1986 opgericht en dichter Hubert Van Eygen houdt het nog altijd vol. Chapeau !

In de jongste aflevering stelt dichter en essayist Guy van Hoof helaas terecht vast:

Armoede wordt opgedist als een vorm van folklore, als een item tussen het herfstshoppen door, maar niet als een te bestrijden en uit te roeien maatschappelijk fenomeen dat haaks staat op de door hen, die het goed menen, geprezen welvaartsstaat, die helaas vol gaten zit.

*

In de Franse versie van de kersttoespraak van de koning wordt de term 'Fédération Wallonie-Bruxelles' gebruikt, en niet 'Communauté Française', de officiële en in de grondwet voorziene term.

Het gebruik van de term 'Fédération Wallonie-Bruxelles' heeft een verregaande partijdige politieke betekenis – waarover ik hier niet wil uitweiden.

Ondervraagd over deze meer dan opvallende woordkeuze, vond Pierre-Emmanuel De Bauw, directeur Media en Communicatie van het Koninklijk Paleis

'dat verantwoord en geoorloofd. Hij verklaarde dat vanuit de wens om het “gangbare taalgebruik” onder de Franstalige te volgen!'

Aldus René Diederick, hoofdredacteur van De Bron, die terecht oordeelt dat de verklaring van de woordvoerder van het Hof niet kan overtuigen:

'Dit is de allereerste keer dat de Koning zo buiten het protocol stapt en een officieuze en grondwettelijk onbestaand naam voor een instelling gebruikt.'

De woordkeuze is bovendien erg selectief. De Nederlandse toehoorder krijgt keurig de officiële benaming te horen, 'Franse Gemeenschap', de Franstalige luisteraar wordt voorgeschoteld dat er dat er zoiets als 'Fédération Wallonie-Bruxelles 'institutioneel bestaat, wat niét het geval is. Twee maten, twee gewichten.

Meer te lezen op: http://de-bron.org/content/koning-philippe-negeert-de-grondwet

*

The question is,” said Alice, “whether you can make words mean so many different things.”

The question is,” said Humpty Dumpty, “which is to be master – that's all.”

(Lewis Carroll: Through the Looking-Glass VI)

*

Humo lees ik allang niet meer. Uitzonderlijk kocht ik toch nog de jongste aflevering (30 december) om kennis te nemen van de onthullingen over 'Sten Treland, succesauteur ontmanteld' – een storm in een glas water. Zie mijn blog van 31 december:

http://mededelingen.over-blog.com/article-treland-stan-joost-121843237.html

In datzelfde nummer 3826 staat ook een interview te lezen met Jean Pierre van Rossem: 'Het lieve leven en hoe het te lijden'. Daar zit nu op de praatstoel de man die in datzelfde Humo jarenlang een gewillige spreekbuis vond. Uit plaatsvervangende schaamte geef ik geen commentaar.

In de tv-programmatie van dinsdag 7 januari op Eén (p. 84) wordt P.D. James (barones Phyllis Dorothy James, befaamde misdaadauteur) als man opgevoerd... Dat ontsnapte natuurlijk niet aan het waakzame oog van trouwe Humo-lezeres Magali Uytterhaegen, mijn gewaardeerde collega-jurylid van De Diamanten Kogel, die uiteraard meteen in de pen klom. Zij kreeg prompt een hoffelijk antwoord van Marc Van Ranst (Tv-redactie), die een rechtzetting in de volgende aflevering beloofde en expressis verbis stelde: 'We appreciëren het alleszins dat attente lezers zoals u ervoor zorgen dat we bij de les blijven.'

*

De Morgen (31 december) publiceert 15 nieuwjaarsbrieven van Vlaamse schrijvers, met illustraties van Korneel Detailleur. Onder meer Stefan Hertmans, Yannick Dangre, Maarten Inghels en, wat dacht je, de onvermijdelijke Hemmerechts, komen hier aan het woord. Gebakken lucht en narcisme alom. Wie heeft daar een boodschap aan? Niet eens de modale lezer van de krant. Alleen Jeroen Olyslaegers nam de geboden gelegenheid te baat om een sterke boodschap te brengen.

*

'De Brave Hendrik' werkt ijverig mee aan 't Pallieterke. In de aflevering van 1 januari bespreekt hij Liefdesbrieven aan Antwerpen, verzameld en ingeleid door Karl Luyckx (Pelckmans, 2013). Tot slot van zijn recensie stipt hij aan:

Onze bekende schrijver Hubert Lampo heeft trouwens een theorie verkondigd waaruit simpelweg blijkt dat Adam in het aards paradijs uiteraard Antwerps sprak en geen Aramees...'

Niks van. Mijn vriend Hubert verkondigde geen theorie, wees alleen op een traktaat van de humanist Goropius Becanus (Gorp, 1519-Maastricht, 1572), filosoof en lijfarts van koning Filips II. Van Aramees was er uiteraard geen sprake.

Zoals talrijke geleerde tijdgenoten geloofde Becanus in het bestaan van een oertaal. Volgens hem was het Nederlands de enige taal die daar direct van afstamde en er nog op leek. Net als Plato goochelde hij daarbij met etymologieën. Hoe dan ook, hij is ongetwijfeld een der vaders van de vergelijkende taalkunde.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
1 janvier 2014 3 01 /01 /janvier /2014 22:36

 

Wat-ik-nog-weet.jpg

Is dat ik steeds, zoals de NMBS zijn treinen, een boek met ruime vertraging lees. Dat ik Wat ik nog weet van Diane Broeckhoven op de valreep voor 2014 heb gelezen. Dat dit het eerste boek is dat ik van haar las.

Diane Broeckhoven ontmoette ik een tweede maal op de Boekenbeurs van 2013 waar zij bij uitgeverij Vrijdag haar boeken signeerde. In het aanschijns van kardinaal Danneels, gezeten op de stand van Kerk en Leven, verdiende zij er een volle aflaat. Met de nodige nederigheid, mij zo eigen, vroeg ik haar om een opdracht in het boek te schrijven. Er verscheen:’ Voor Frank, met zeer warme groet, 1.11.2013’

Diane Broeckhoven (1946) begon als jeugdschrijfster. Zij debuteerde in 1980 met Dagboekje van Matthijs. Haar eerste roman voor volwassenen, Het verkeerde keelgat verscheen in 1998.

Diane-Broeckhoven.JPG

Het gaat haar niet alleen om de fauteuil zelf- haar eenmanseiland in barre tijden- maar ook om het leefgruis dat hij herbergt tussen zittingen en armleuningen.

Met een zoektocht naar en het vinden van Manons rode fauteuil – haar vluchtheuvel in tijden van haar stille eenzaamheid – begint en eindigt deze roman. Wat ik nog weet gaat over Manon, de moeder en Peter, haar zoon, de twee hoofdrolspelers. Naast een kleine familiegeschiedenis is het een aangrijpend moeder-zoon verhaal, over hun moeilijke relatie en een dramatische gebeurtenis die voor een keerpunt zorgt. Vlak voor een etentje naar aanleiding van Peters huwelijk krijgt Manon een hersenbloeding waarna haar moeizaam herstel volgt. Diane Broeckhoven ontwikkelt het gebeuren in drie delen: 1987, 1994 en 2008-2009. In elke periode worden in ik-vorm de standpunten van Manon en Peter weergegeven. De vele misvattingen, de perceptie en het onbegrip tussen beiden, worden in mooie, heldere zinnen uitgeklaard.

Wat ik nog weet. Ze kwamen terug. Vanzelf. Tijdens het ontbijt viel er onverwacht een woord op mijn boterham, bovenop de kaas. ’s Middags dreef een korte zin in mijn soep, tussen de lettertjes. Tussen de regels van mijn versnipperde verhaal sloop het verlangen, zo groot en diep dat ik er geen woorden voor vond…..Tussen wat ik nog wist en wat verzonken was, gaapten diepe, donkere spleten.

Zelden heb ik een verhaal gelezen dat zo indringend, zonder stilistische overdaad, zonder enige sentimentaliteit en melodrama, met zoveel verfijning werd geschreven. Zo breekbaar, zo vrouwelijk…

Bij dezen wat u minstens over dit boek moet weten en graag zult willen lezen. Dra sla ik de hand aan De buitenkant van Meneer Jules. Ik hoop weerom met ingehouden adem.

Frank DE VOS

Diane Broeckhoven, Wat ik nog weet. Uitgeverij Vrijdag, 147 p., ISBN 9789460011986

Diane Broeckhoven, De buitenkant van Meneer Jules, The House of Books, 72 p. ISBN 9789086961443

Partager cet article
Repost0
31 décembre 2013 2 31 /12 /décembre /2013 15:42

 

HumoDuo.jpg

Dit najaar verscheen bij Manteau/WPG De lachende eland van de Noorse misdaadauteurs Sten Treland (°1973). Op de site van de uitgever staat te lezen:

'Hij groeide op in Oslo, maar beantwoordde al snel de lokroep van de wijde wereld. Op zijn zeventiende verliet hij de middelbare school om de wereld rond te reizen. Hij verbleef in Nederland en België vooraleer hij zich vestigde in Catania, aan de oostkust van Sicilië. Daar werkte hij even als kok, maar schrijven bleek hem een pak beter af te gaan. Met de geboorte van zijn drie dochters woont hij nu afwisselend in Oslo en Catania.

Zijn roman De lachende eland, die origineel in het Noors was geschreven, vond in zijn thuisland geen gehoor en werd daar dus nog niet uitgegeven. Manteau zag er echter wel potentieel in en liet het vertalen.'

Dat er een adder onder het gras schuilde werd al gauw door alerte lezers opgemerkt, waaronder Lukas De Vos. Humo (30 december) onthult nu dat het om een literaire maskerade gaat.

'Sten Treland komt niet uit Noorwegen. Evenmin groeide hij op in Oslo, leefde hij in Amsterdam en Antwerpen en zat hij drie maanden achter de tralies op Sicilië. En dat Treland op basis van een synopsis een contract kreeg bij een Belgische uitgever, nog vóór zijn boek in Noorwegen zou verschijnen, daar klopt ook niks van.'

Treland is het pseudoniem van Stan Lauryssens (67) en recensent Joost Houtman (37). De twee hebben dat toegegeven in een interview met Humo. Houtman heeft twee non-fictieboeken op zijn naam staan, maar wilde ook wel eens fictie proberen. 'Ik vond het een spannend idee om dat met zijn tweeën te doen en een nieuw alter ego te verzinnen. De mensen een beetje bedotten, dat is toch plezant?”

Stan Lauryssens is formeel: thrillers zijn geen echte boeken, maar entertainment, wegwerpliteratuur.

'Weinig mensen houden een thriller bij als ze ’m uit hebben. Ze brengen ’m naar De Slegte of laten ’m achter op vakantie. Net omdat het entertainment is, zijn er geen regels. Of er nu één auteur is, of twee, of drie: maakt niet uit. Rond een thriller moet je vooral veel show verkopen.'

*

De mensen bedotten en show verkopen, ja, daar is de al bij al best sympathieke Stan Lauryssens nooit vies van geweest. In het interview gaat hij nog even op de tenen van zijn vakgenoten staan.

'Er worden in Vlaanderen geen thrillers geschreven, ze worden geschéten. Maar de meeste zijn niet te lezen. Er zijn maar een paar goeie thrillerschrijvers: Aspe, bijvoorbeeld. Nog nooit een boek van hem gelezen, maar ik wéét dat hij goed is. Anders breng je geen 32 boeken uit waarvan er telkens 70.000 exemplaren worden verkocht.'

*

Humo bestempelt Sten Treland als 'succesauteur'. Dat lijkt mij pas echt nieuws! Maar waarom dan de maskerade niet langer volhouden?

HFJ

Humo.jpg

Partager cet article
Repost0
31 décembre 2013 2 31 /12 /décembre /2013 09:14

 

                        Henri-Floris Jespers opgedragen, 2013

 

Er zijn van die dagen dat je tot zowat op borsthoogte

door de modder lijkt te waden. Dat je geen blijf weet

met die voor vreemden rare smart om het afscheid

van Bollekes & Zoetekes. Van die kleine zachte tijgers

 

aan wie je zoveel jaren echt ware huisgenoten had.

Zwijgers zijn wij in dezen naar de buitenwacht maar.

Zwaar moet het leven wezen voor degenen die dat niet

begrijpen kunnen, licht is voor ons de herinnering.

 

            Bert Bevers, 30 december 2013

 

Partager cet article
Repost0
30 décembre 2013 1 30 /12 /décembre /2013 03:11

 

Lezer,

Tijdens dit jaareinde liep ik langs mijn boeken. Ik streelde de ruggen. Af en toe stond ik stil bij de titel van een boek dat me zacht bij de hand nam of me bij de strot greep. Ik heb nog slechtere gewoontes…

Er is zo veel te veel dat wordt geschreven, zo veel teveel dat ik nooit zal kunnen lezen. Het klinkt alsof ik nu straf moet schrijven zoals toen met die fijne, koperen pen in mijn kinderhand krassend op een wit blad papier.

Met mijn lezende afwijking voel ik me echter gezegend. Lezen, nooit word ik het beu. Lezen dwingt mijn rusteloosheid tot stil staan, tot rust, tot verinnerlijking. Verhalen worden verteld, visies ontwikkeld. Literatuur betrekt mij niettemin intens op mens en wereld. Ik beschouw het als een antibioticum, een met een breed spectrum tegen de bacillen van verdwazing en trivialiteit.

Met de boeken die aan me bleven kleven, gelezen in 2013, distilleerde ik eigenzinnig een Top Tien. Het is geen prijsuitreiking, geen richtsnoer. Want wie ben ik? Het zou getuigen van arrogantie. Ik ben een simpele liefhebber, geen literatuurpaus. Breed uitgesmeerde hypes met de gebruikelijke hermelijnzucht loop ik niet na. Ze wekken sowieso mijn argwaan. Deze lijst is een opsomming in willekeurige volgorde, geen rangschikking. Ik heb een hekel aan competitie. Misschien is dit de reden waarom sport me totaal ontsnapt. Fysieke werkwoorden doen me aan schapen, natte zweetbeesten denken. Ik zweet niet graag...

Zoals in Een Hiernamaals bracht Benno Barnard in Dagboek van een landjonker een bloemlezing van zijn sterke columns. Over Barnard schreef ik op facebook: 'Il n’y a d’homme plus complet que celui qui a beaucoup voyagé, qui a changé vingt fois la forme de sa pensée et de sa vie.' Om Barnard te typeren ken ik geen betere zinsnede dan deze van Alphonse Lamartine. Of men het nu met hem eens is of niet, de boude Barnard heeft een aparte stem. Hij is iemand die tegen de gezapige eenduidigheid en dogmatische rechtlijnigheid kan ingaan. Het vergt moed, intellectuele rijpheid en eruditie. Hij is een spartelende vis die stroomopwaarts blijft zwemmen, niet in het minst met de dwarsbalk van zijn briljante pen die me blijvend zal bekoren. Over een spetterend geknetter in het land der letteren leze men de bijdrage ‘Koenraad Goudeseune vs Benno Barnard’ in Mededelingen van het CDR.

Kersen eten om middernacht van Bart Stouten las ik met de spreekwoordelijke 'stijgende verbazing'. Het is een cliché, ik weet het. Maar voor mij is het zijn opus magnum (tot nu toe) met 'intiem' als het kernwoord. Het is een polyfone ode aan muziek waarmee zijn leven is verbonden. En wat een stijl! In een taal van fijn gekloste kant werd zijn verleden er doorheen geweven. Henri-Floris Jespers, hoofdredacteur van Mededelingen van het CDR merkte op dat niemand in de Nederlandse letteren het Proustiaans universum in die mate heeft begrepen en kunnen benaderen dan mijn dierbare vriend, Bart Stouten. In Mededelingen verscheen, opgebouwd als een octaaf een opmerkelijke recensie van Lucienne Stassaert. Toch even melden dat Bart Stouten tijdens een matinee in Opus 4 te Antwerpen een ‘Finale Noot’ zal spelen, en hiermee de toonladder van zijn Kersen zal vervolledigen. Noteer alvast 11 mei 2014 want het zal uw gebrek zijn, mocht u dan ontbreken.

Tussen de vele publicaties die ons naar aanleiding van honderd jaar WOI als een tyfoon zal overspoelen is Oorlog en Terpentijn van Stefan Hertmans nu al een monument dat 2014 ver zal overleven. Het is slechts ten dele een oorlogsboek. Meesterlijk kleurt Hertmans ook de tijdsgeest van de periode er omheen. Het verhaal van zijn grootvader werd in een integer en prachtig geschreven boek gegoten. Het is groots, zonder meer. Matthijs De Ridder is een recensent die het boek wel degelijk heeft gelezen. Men leze dan ook zijn knappe recensie op Leeswolf.

Heel apart is de historische roman Allemaal willen we de hemel van Els Beerten. Langsheen de diverse kijk van de personages op het gebeuren dat zij beleven, ontwikkelt zij haar verhaallijn. In de ik-vorm laat Beerten haar figuren afwisselend hun verhaal vertellen. In elk hoofdstuk is er telkens iemand anders aan de beurt. Allemaal willen we de hemel is een oorlogsverhaal over collaboratie en repressie, over loyauteit en liefde in Limburg. Het is stevig gedocumenteerd, en ‘eenvoudig’, goed geschreven. Deze eenvoud is echter een bedrieglijke eenvoud. Is het daarom dat de Hemel van Beerten in het pashokje van ‘Jeugdliteratuur’ werd gestopt, het met diverse prijzen in deze categorie werd bekroond? Een zestienjarige die niet met deze geschiedenis is vertrouwd, laat staan met de complexiteit ervan zie ik dit boek niet ten volle vatten. Misschien gewaagd maar Allemaal willen we de hemel riep de roman Zwart& Wit van Gerard Walschap bij me op; eenvoudige mensen meegezogen in een maalstroom van gebeurtenissen, mensen met hun keuzes en de consequenties.

Zestig noemt Ingrid Vander Veken: 'Mijn rimpelboek’. Het is haar herfsttij waarin zij de jaren als vallende bladeren bij elkaar harkt. In Zestig worden de draperieën van een intense, kleine geschiedenis open geschoven. Dit boek getuigt van een merkwaardige doorleving. Zo mooi ! Ik glom van genoegen toen ik het las. Meer hierover in mijn bijdrage op Mededelingen.

Zowel Verbanningen van Gust Gils als De gebondene van Ilse Aichinger zijn twee briljante kleinoden. Ze ademen eenzelfde, vreemde sfeer. In deze ‘sprookjes’ transformeert onze redelijke wereld zich in een andere, absurde realiteit. Zowel de taal van Gils, een sluimerde vulkaan, als de sprankelende eenvoud van Aichinger is voor mij een taal van verzet tegen de gladde leugen, de gevaarlijke rust van het cliché, de overzichtelijkheid van etiketten die men kleeft. Susan Sontag zou ook deze romans als 'Subversief. Dat is wat ik verwacht van een boek’ hebben omschreven.

Voor Tortilla Flat ontving Nobelprijswinnaar John Steinbeck (1902-1968) de prijs voor het beste debuut in California. Het verscheen voor The Grapes of Wrath, zijn definitieve doorbraak. Tortilla Flat is zowel een burlesk als een ontroerend verhaal van een groep vrienden die aan de zelfkant (over)leven. De geëngageerde Steinbeck toont een warm hart voor deze marginale ‘paisanos’. Meesterlijk en ironisch zijn hier mijn trefwoorden. Zoals in Cannery Row speelt het verhaal zich af op de achtergrond van de visverwerkende nijverheid in het Californische Monterey van de jaren twintig. Het erfgoed wordt er vandaag op z’n Amerikaans als een pretpark bewaard.

De Wraak van Baudelaire, Bob Van Laerhoven. Dit prijsbeest van de Hercule Poirot prijs 2007 is – ook stilistisch- een voltreffer. De plot is meesterlijk in elkaar gezet, de personages worden uitgediept. De auteur heeft bovendien een pen waaruit prachtige zinnen vloeien. Meer hierover schreef ik op Mededelingen.

Van Piet Teigeler las ik een aantal misdaadromans. Met Gevaarlijk volk breekt hij wat mij betreft met zijn voorgaanden. Het is dus niet alleen een atypische Teigeler, maar eveneens een degelijke historische roman, de eerste van een trilogie. Ik sta op uitkijk naar het vervolg. Een puike recensie – wat zeg ik? – een essay over dit boek droop uit de pen van Lukas De Vos, verschenen op 16 september 2013 in Knack.

In de Franse literatuur was het herinneringsproza van Christian Signol een ontdekking. La Rivière Espérance, Les Vrais Bonheurs enTrésors d’Enfance kruidde mijn weemoedig gemoed. Universele thema’s zoals de cesuur tussen mens en natuur, de onmacht van de kleine man tegen onrecht, ontheemding, existentiële angst worden met een groot gevoel voor esthetiek uitgewerkt. Ik signaleerde deze auteur in Mededelingen. Het bevestigt nog maar eens mijn overtuiging dat literatoren op hun best zijn wanneer zij op het pad van herinneringen, van het verleden kuieren.

O Literatuur, heel plechtig beloof ik U dat ik in 2014 mijn hiaten zal opvullen door de hand te slaan aan auteurs van wie ik nog nooit iets las. Ik lees nu eenmaal in uitgesteld relais.

Laat mij 2013 nu afsluiten met de onsterfelijke verzen uit ‘Lullaby’ van W.H.Auden: “But in my arms till break of day, let the living creature lie, mortal, guilty, but to me. The entirely beautiful”. Laat ons met ‘Pour l’amour de l’humanité’ van Jean Verdun, met levensmoed het komende jaar beleven…

Ook in 2014 blijf ik de letteren en u toegenegen

Frank DE VOS

http://mededelingen.over-blog.com/article-koenraad-goudeseune-vs-benno- barnard-121076046.html

Benno Barnard, Dagboek van een landjonker, Uitgeverij Atlas Contact Amsterdam|Antwerpen, 352 p. ISBN 978-90-450-2520-9.

http://mededelingen.over-blog.com/article-lucienne-stassaert-over-het-meerstemmige-proza-van-bart-stouten-119324567.html

Bart Stouten, Kersen eten om middernacht, De Bezige Bij Antwerpen, 299 p. ISBN 978-90-854-25045.

Stefan Hertmans Oorlog en terpentijn, De Bezige Bij Amsterdam, 334 p. ISBN 978-90-234-76719.

http://www.vlabinvbc.be/de-leeswolf/recensie?via_navigatieid=17&recensieid=4111

Els Beerten Allemaal willen we de hemel, Uitgeverij Querido, 498 p. ISBN 978-90-451-06199.

http://mededelingen.over-blog.com/article-ingrid-vander-veken-zestig-een-dagboek-119223732.html

Ingrid Vander Veken, Zestig, een dagboek, Meulenhoff/Manteau, 332 p.,

ISBN 978-90-854-21825.

Gust Gils Verbanningen, De Bezige Bij, Amsterdam, 174 p.

Ilse Aichinger De Gebondene, Meulenhof Amsterdam, 123 p. ISBN 90-6303-233-1

John Steinbeck Tortilla Flat, Meulenhoff, Amsterdam, 158 p. ISBN 90-290-24577

http://mededelingen.over-blog.com/article-ontmoetingen-bob-van-laerhoven-de-onderbelichte-116730204.html

Bob Van Laerhoven, De Wraak van Baudelaire, Uitgeverij Houtekiet, p.266 ISBN 978-90-5240-971-9

Piet Teigeler Gevaarlijk volk, Houtekiet, Antwerpen /Utrecht, p.239 ISBN 978-90-8924-246-4

http://www.knack.be/nieuws/boeken/misdaadauteur-piet-teigeler-over-de-wortels-van-de-eerste-wereldoorlog/article-normal-106143.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-christian-signol-120042154.html

Partager cet article
Repost0
27 décembre 2013 5 27 /12 /décembre /2013 02:17

 

Vlaanderen13.jpg

Beter onderbouwen dan volbouwen, aldus Emmanuel Van Lierde, hoofdredacteur van Kunsttijdschrift Vlaanderen.

'Hoelang kan de bouwwoede aanhouden? Is Vlaanderen niet al lang vol, overvol zelfs, waardoor het verschil tussen stad en platteland vervaagde en onze regio één groot verstedelijkt gebied werd? Bovendien blinkt het Vlaamse landschap niet uit in waardevolle en duurzame architectuur. […] Dat de “hardwerkende Vlaming” met een baksteen in zijn maag werd geboren, beschouwden beleidsmakers niet als een gevaarlijke ziekte die bestreden diende te worden, wel als een aan te moedigen deugd. […] De tijd is gekomen om meer te doen met minder ruimte.'

Waarom Kunsttijdschrift Vlaanderen niet langer betoelaagd wordt, blijft voor elke nuchtere lezer een volslagen raadsel, neen, een torenhoog schandaal (dat geldt ook voor Gierik en NVT). Eens te meer blijkt uit de jongste aflevering – 'Gevuld Vlaanderen. Tussen stad en open ruimte' – hoezeer het tijdschrift de vinger aan de pols houdt van wat in de samenleving leeft. Wie de zogeheten sociale media volgt, weet dat dit thema meer mensen bezig houdt

dan je zou vermoeden.

'Hoe kan Vlaanderen gaandeweg vanuit een verstandige ruimtelijke planning zijn stedelijke gebieden versterken en zinvoller omgaan met de overgebleven of opnieuw gecreëerde open ruimte? Hoe worden er groene longen ingebracht die zuurstof geven aan de verdichte (voor)steden? Hoe toenemende spanningen en conflicten tussen bevolkingsgroepen vermijden en de leefbaarheid van deze dichtbevolkte […] verhogen?'

Vanuit hun expertise worden o.m. deze vragen tegen het licht gehouden door Marc Dubois, Karel Wuytack, Jan Storms, Peter Swinnen, Oscar van den Boogaard, Edith Wouters en Jean Luc Meulenmeester.

*

Patrick Lateur koos een gedicht van de Amerikaanse modernist E. E. Cummings, vertaald door Willy Spillebeen. (Onder de titel Horizontale zaken verschijnt in 2014 een keuze uit de gedichten van Cummings bij de meer dan verdienstelijke uitgeverij P te Leuven.)

In de rubriek 'Bibliotheek', samengesteld door Geert Swaenepoel, worden recente publicaties evenwichtig en deskundig gerecenseerd door Manu van der Aa, Patrick Auwelaert, Johanna Cassiers, Jaak Fontier, Emmanuel van Lierde, Hilde van Looveren, Kristien Philippe, Ria De Schepper, Carl De Strycker, Steven Stroobants, Geert Swaenepoel, Katrien Vanacker, Sarah Verhasselt, Nicolas Verscheure, Dick van Vliet en Dieter Wildemauwel.

Henri-Floris JESPERS

Vlaanderen13cover2.jpg

Abonnement (vier nummers): 32 € (België), 40 € (Nederland). Los nummer: 10 € (België), 14 € (Nederland).

paul.lagrain@telenet.be

Redactiesecretariaat:

kunsttijdschriftvlaanderen@skynet.be

Partager cet article
Repost0
26 décembre 2013 4 26 /12 /décembre /2013 15:00

 

ookAustralie.png

In een vorig artikel betreurden wij dat Liesbeth De Rijcke in haar scriptie over Ben Klein amper iets zegt over het verisme in zijn persoon en werk. Helaas is dat niet haar enige blunder. De grootste flater die zij begaat, is de analyse van de tekst 'ook Australië met heroïne' (uit afdeling 'Rekl' van de bundel Andere Facetten, 1967).

Dit 'gedicht', bestaande uit een titel en 9 regel(tje)s, zoals u hierboven kunt zien, is een typische readymade, zoals ze vaak door de Zestigers gemaakt werden. Dergelijke 'gedichten' bestaan uit teksten die uit de gewone werkelijkheid worden gelicht en waaraan, hoewel niet altijd, iets werd toegevoegd of veranderd. Uit verzet tegen de verbale experimenteerkunst van de Vijftigers, die 'serieuze' gedichten schreven waarin kunst ver van de maatschappij lag, huldigden de Zestigers het motto: "Niet de fictie, maar de realiteit dient tot kunst te worden verklaard." Mooi of lelijk was daarbij van geen belang, het enige wat telde was de intensivering van het waargenomene en de verwondering die door de isolering ontstonden. De basisteksten waren afkomstig van alle denkbare bronnen: krantenberichten, menukaarten, boodschappenlijsten, folderteksten, reclameteksten, flarden van opgevangen gesprekken, technische handleidingen, circulaires, zinnen van een dictee, slogans, spreuken uit cafés, ja, zelfs telefoongidsen en dienstregelingen. Gewone, alledaagse berichten dus, waarbij geen ingewikkelde beeldspraak, geen overdadige associaties, geen sentimentele lyriek, geen poëtische taal te pas kwamen.

In het geval van ''ook Australië met heroïne" is de bron een reisfolder. De publicitaire tekst omtrent een vliegtuigreis van Luxemburg naar Sydney (Australië) werd door Klein in stukjes gekapt, die versgewijs onder elkaar werden geschreven. Er staat dus: "rechtstreekse vlucht van Luxemburg naar Sydney via Athene, Karatchi, Singapore en Darwin zonder enig ongemak". Alleen de titel, "ook Australië met heroïne", en de laatste regel, "bij de kangoeroes", zijn van hem of werden alleszins door hem bewerkt.

Of Klein met dit 'gedicht' ook maatschappijkritische intenties had of gewoon een sprankel absurde humor wou brengen, daar hebben we het raden naar. Ook De Rijcke brengt daaromtrent zo goed als geen verheldering. In haar analyse van de vorm doet zij weinig relevante, zo niet banale vaststellingen zoals: "Het geheel oogt summier en fragmentarisch en zoals dat wel vaker het geval is in deze bundel ontbreekt er interpunctie, rijm en metrum (2 maal sic: én i.v.m. de zinsbouw én i.v.m. de werkwoordvorm – FD). Bovendien wordt de syntaxis geregeld onderbroken door ellipsen en mist de strofebouw een vast patroon".

In verband met die 'strofe'bouw noteert ze nog: "het gaat van een regel in de eerste strofe, over zes regels in de tweede, tot twee regels in de laatste strofe", waarna ze concludeert: "Wel lijkt deze specifieke strofebouw in combinatie met andere vormelijke kenmerken functioneel te zijn voor de inhoud die erin verkondigd wordt. Die heeft namelijk veel weg van een advertentie". En om die functionaliteit te bewijzen gaat ze verder met: "De titel weet met zijn allures van een krantenkop meteen de nieuwsgierigheid van de lezer te prikkelen en dwingt hem om verder te lezen, wil hij weten waarover het bericht nu juist gaat. De eerste strofe brengt in slechts in twee woorden verduidelijking: 'rechtstreekse vlucht'. Het zou zo uit de vakantiebrochure van een touroperator kunnen komen, zeker gezien de geruststelling in de tweede strofe dat de vlucht 'zonder enig ongemak' zal verlopen. In de derde strofe wordt de lezer tot slot aangespoord om actie te ondernemen, wat de lezing van dit gedicht als een advertentie nogmaals versterkt."

En nog steeds De Rijcke: "Door de titel met het midden en slot van het gedicht te verbinden, wordt de boodschap net als in reclame herhaald en ingekaderd. / Ten derde vertoont dit gedicht ook het gereduceerde karakter van een advertentie, met als doel zo snel mogelijk de essentie overbrengen. Zo zien we in de titel al ellipsen en wordt er slechts een enkele keer een werkwoord gebruikt, namelijk wanneer de lezer aangespoord wordt om inlichtingen te winnen. In plaats van werkwoorden te gebruiken, wordt de beweging die uitgaat van de tweede strofe weergegeven door de voorzetsels 'van', 'naar' en 'via'. Het gereduceerde geheel mist zijn effect niet en werkt erg beklijvend."

En zo gaat dat maar door met dat soort gesofisticeerde onzin: 821 woorden voor een non-gedicht van 24 woorden, dat 'veel wegheeft van een advertentie' terwijl het gewoon een advertentie IS.

Maar wat dan volgt, doet de deur helemaal dicht. De Rijcke gaat "de tussenstops uit de tweede strofe op een wereldkaart visualiseren" en komt tot de bevinding dat de tussenstops van "de rechtstreekse vlucht van Luxemburg naar Sydney over Athene, Karatchi en Singapore inderdaad op een rechte lijn liggen", wat o.i. niet zo abnormaal is voor een vliegroute. Maar, schrijft ze, "daarnaast is de regel 'en Darwin zonder enig ongemak' die de tweede strofe afsluit opmerkelijk. Darwin past niet in het rijtje van steden waardoor zijn optreden hier verwarring zaait. De Beagle deed destijds wel Sydney even aan, maar doorgaans wordt Darwin eerder geassocieerd met de evolutieleer of zijn passage op de Galapagoseilanden. Hoe het ook zij, 'Darwin' is het eerste inhoudelijk bevreemdende element dat de lezer tegenkomt. Het is enkel diens ongeremde verbeelding die deze vreemde verschijning betekenis kan geven."

Dat de verbeelding van de Master in de Taal- en Letterkunde, geruggesteund door prof. dr. Vandevoorde, geen remmen heeft, daar twijfelen we thans niet meer aan. Want met de welbekende grondlegger van de evolutietheorie heeft het "Darwin" van dit 'gedicht' niet méér te maken dan met de zeven andere betekenissen van het woord, zijnde: de codenaam van een nieuw open source besturingssysteem van Apple; de Engelse jongensnaam die `geliefde vriend` betekent; het project van het Europese Ruimte-agentschap ESA om in nabijgelegen zonnestelsels te zoeken naar planeten waar leven mogelijk zou zijn; het 0,98 km² grote Galapagoseiland, ook Culpepper Island genoemd, waarvan het hoogste punt slechts 165 meter boven de zeespiegel ligt; het personage uit de strips Marvel Comics, waarvan de echte naam Armando Muñoz luidt; het minuscule plaatsje in de Amerikaanse staat Californië, waar bij de volkstelling in 2000 het aantal inwoners werd vastgesteld op 54; de ietwat grotere city in de Amerikaanse staat Minnesota, waar in dat zelfde jaar 276 inwoners werden geteld.

Darwin.png

Wat met Darwin hier wél bedoeld wordt, is de hoofdplaats van het Noordelijk Territorium van Australië, die op de gevolgde vliegroute een tussenstop vormt tussen Singapore en Sydney, waarvan ze zo'n 4500 kilometer verwijderd is. Voilà, zo simpel is het. Niks ge-Beagle dus, niks evolutietheorie, niks "opmerkelijk" en "verwarrend" en "bevreemdend". Alleen een beetje meer nuchter verstand en wat minder sophisticated cul(t). Ik kan me overigens moeilijk voorstellen dat Klein zelf zich met dit soort super-intellectualistisch, academisch geoha in zijn knollentuin zal voelen.

Frans DEPEUTER

Partager cet article
Repost0
25 décembre 2013 3 25 /12 /décembre /2013 22:14

 

Vijfentwintig jaar geleden, op 5 december, vernam ik het overlijden van Jos De Freine (Tienen, 11 februari 1927-Hasselt, 3 december 1988). Ik leerde hem in de late jaren zestig kennen dank zij Jan De Roek, en we zagen elkaar af en toe in het clubhuis van de V.E.C.U.

Tijdens de bezetting stapte de jonge idealist De Freine in het gewapend verzet. Na de oorlog ging hij varen. Uit zijn confrontatie met het Nabije-Oosten, Afrika en Centraal-Amerika en zwerftochten door Europa puurde hij een vitalistische levensvisie. In de jaren zestig was hij een tijdlang actief in de politieke Vlaamse Beweging. Hij beschreef zijn geestelijk itinerarium in Van verzetsstrijder tot heel-Nederlander en flamingant (1967).

De Freine debuteerde in 1951 met Spel der dwazen, een roman waarin de burgeroorlog in Griekenland en het politiek gebeuren in Zuid-Slavië, Palestina en Cyprus de achtergrond vormen waarop twee mensen hun symbolische strijd tegen het politieke spel der dwazen voeren. De Freine typeerde die roman als “voorbeeld van het suggestieve vitalisme en pleidooi voor een soort retour à la nature”. Het schrijnende beeld van Europa na een Derde Wereldoorlog wordt opgehangen in Nacht van ontaarding (1957), terwijl in De goeden zullen gevallen zijn (1969) de Algerijnse oorlog en zijn nasleep de aanleiding vormen voor een goed geconstrueerde en geadstrueerde oorlogsroman. Uit zijn boeken spreekt een avontuurlijke geest die vele zo niet alle illusies heeft laten varen

De opdracht in Spel der dwazen – de titel is programmatisch – resumeert zowat de medemenselijkheid die De Freine merkwaardig genoeg steeds opgeroepen en geschetst heeft tegen een achtergrond van geweld: “Aan alle mensen die naar het geluk zoeken als naar iets dat zij verloren, en die ondanks hun streven er niet in slagen gelukkig te zijn, draag ik dit werk op.”

Jos De Freine was een stil en teruggetrokken man, een einzelgänger met gemeenschapszin, een scepticus vol idealisme. Hij koesterde zowel de relativering als de verontwaardiging. Kortom, een levensechte persoonlijkheid. Het stukje erkenning waar hij ongetwijfeld recht op had, werd hem grotendeels onthouden, en dat liet hem minder onberoerd dan hem lief was te tonen.

Ik ben blij dat ik hem gekend heb, dat wij enkele jaren met elkaar mochten omgaan en daarbij steevast rustige, maar altijd boeiende gesprekken voerden. Vriendschap dient immers niet noodzakelijk uitbundig of druk te zijn. Dat hij in mijn herinnering blijft voortleven als een minzaam, zij het soms wat norse maar altijd broederlijke man, een eerlijke en bescheiden literair vakman, troost mij voor de afstand die met de jaren tussen ons ontstond – zonder reden, zonder aanleiding, gewoon omdat het leven nu eenmaal zo is. Een vaststelling die wel allen al te vaak ervaren wanneer voorgoed afscheid wordt genomen van een verre vriend.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
25 décembre 2013 3 25 /12 /décembre /2013 07:18

BenKLein-copie-2.jpg Ben Klein, 1 juni 2013

 

In de woelige jaren '60 van vorige eeuw was Ben Klein een van de vele Antwerpse 'angry young men' die de Koekenstad deden bruisen van literair leven. Het experiment was 'in', ook Klein stond op de barricaden. In tegenstelling met sommige estheten die een eerder vrijblijvend experiment bedreven, was het experiment van Klein doordrenkt van een socio-maatschappelijke bewogenheid. Inlijving in het gevestigde bestel was geen optie voor deze onbuigzame 'vechter' die, afkerig van elke vorm van arrivisme, geen compromissen, geen kazakdraaierij, geen middenwegen kende.

Uiteraard is een dergelijke attitude niet de ideale sleutel om deuren te openen naar succes. Dat stelde ook Henri-Floris Jespers op deze blog: "De vaak kwetsende egelstelling van Ben Klein heeft zijn geheel persoonlijke 'pohesie' genadeloos (maar niet minder onterecht) naar de marginaliteit verwezen. So what?" (17.01.2011) In een andere 'mededeling' noemt Jespers deze "weerbarstige" dichter"schromelijk onvolprezen" (22.04.2012). Ook ik heb altijd bewondering gehad voor de schone koppigheid van deze 'woordenaar' die de volstrekte consequentie tussen schrijven en leven huldigde, kortom: bij wie de Vorm niet afweek van de Vent, bij wie woord en daad één waren.

Dat over Kleins werk niet zoveel werd geschreven, is dan ook te begrijpen. Zo gaat dat immers in het Vlaamse literatuurland, waar dwarsliggers in een 'cordon sanitaire' worden gedrongen. Bij het zoeken naar internet-informatie over Klein, kon ik slechts op een paar sites terecht. En ook in de gedrukte literatuuroverzichten is zijn naam zo goed als onvindbaar. Hoewel Klein met zijn poHesie mede aan de basis lag van de evolutie naar het Nieuw-Realisme, ontbreekt zelfs in 'Nieuw Realistische Poëzie in Vlaanderen' van Lionel Deflo (jrg. 4, nr 3 van Kreatief, 1970) en 'Nieuw-realistische poëzie in Vlaanderen. Ontstaan, doorbraak en profilering van een literaire beweging' van Dirk de Geest en Stefaan Evenepoel (themanummer van Spiegel der Letteren, 1992) elk spoor van hem.

Gelukkig is er nu iemand die zich heeft vastgebeten in zijn werk. Liesbeth De Rijcke heet ze. Onder begeleiding van promotor prof. dr. Hans Vandevoorde (VUB) heeft zij voor het behalen van de graad van Master in de Taal- en Letterkunde Nederlands (Academiejaar 2012-2013) een scriptie gemaakt: 'Ben Klein, dichter van het compromisloze experiment', die werd gepubliceerd in aflevering XVII van het mooie digitale tijdschrift 'De Vallei' van François Vermeulen. Het is een vrij uitvoerig essay geworden van 32 178 woorden, hetzij 10,64 MB of 91 A4-pagina's.

En jawel hoor, in meer dan een opzicht werpt het essay een verhelderend licht op de figuur en het werk van Klein en geeft de onderzoekster interessante informatie over de geest en het literaire gebeuren van de jaren '60. Helaas durft zij ook wel eens de bal mis te slaan. Zo rept zij slechts in één zin over het verisme (zie intermezzo), dat nochtans dé drijfkracht was van Kleins in 1970 verdwenen tijdschrift Het Kahier: "[Klein] transformeert Het Kahier tot een heus tijdschrift waarin hij zijn 'reine' experimentele 'pohesie' ventileert en zijn manifest van het verisme publiceert". Waarna ze een citaat van Bobb Bern aanhaalt: "De aanvankelijk sociale bekommernis van Het Cahier werd zo al snel verlaten voor de 'dictature du mot magique'."

Met permissie, maar dat is larie en apenkool. Klein is aldoor een verist gebleven, zoals overduidelijk blijkt uit zijn tijdschrift HA, dat hij vóór enkele jaren opstartte en sinds 2012 in digitale vorm gratis toezendt aan geïnteresseerden (contact via ftf.vermeulen@gmail.com.).

HA staat vol met 'antigedichten', 'anti-art', 'saladeproza', 'elastisch proza' en collages die een bewuste aanfluiting zijn van alle vormen van 'mooie' kunst en schoonschrijverij. Op zijn blog, 'ben klein, experimenteel', schrijft de auteur overigens zelf dat in HA"humor, engagement en schoppen tegen het 'establishment' de hoofdingrediënten zijn". Zo is het 'saladeproza' één kruidige macedoine van verse (actuele) groenten overgoten met een pikante taalsaus, één spitante cocktail van nieuwsjes die hem onder de ogen komen en ideetjes die door zijn hoofd flitsen. Ze worden zo maar op het scherm geworpen in ongeordende telegramstijl. Één paternoster over alles wat in deze maatschappij/wereld scheefloopt, verontwaardigt, ergernis of afschuw of verbazing opwekt, doet lachen of grijnzen of vloeken.

Intermezzo

Het verisme (etym: Lat. verus = waar) was/is een avant-gardistische beweging, die ontstond uit de oorlogsweeën en haar grootste bloei kende in het Duitsland van de Weimar Republiek (1918-1933). Samen met het dadaïsme vormde ze de hoofdstroming in de Neue Sachlichkeit, die zich kenmerkte door de emotieloze weergave van alledaagse onderwerpen en de voorkeur voor eenvoud.

De veristen hebben veel aandacht voor wat er volgens hen mankeert aan de maatschappij. In het boek 'Die Kunstismen' (1925) van Hans Arp en El Lissitzky zegt de veristische schilder George Grosz: "De Verist houdt zijn tijdgenoten een spiegel voor de neus", m.a.w. hij neemt een bijtende sociaal-kritische houding aan.

Aan de grondslag van het verisme liggen een heilige verontwaardiging en een afschuw van de burgerlijke cultuur. Het dadaïsme oogt speelser dan het verisme. "Der Dadaismus () hat die Kunst für einen magischen Stuhlgang erklärt (). Der Dadaismus hat das Bejahen und Verneinen bis zum Nonsens geführt," zei de voorman Hans Arp in 'Metamorphosen 1915-1965'. Al bij al is het dadaïsme echter niet minder ernstig dan het verisme, alleen gaat het niet zo prat op zijn eigen ernst.

In tegenstelling met de kwakkel die in 2011 werd verspreid, dat Ben Klein het loodje had gelegd, lééft de man dus nog, en zelfs heel intens. Ondanks zijn 84 jaar heeft zijn strijdvaardigheid nog geen deukje gekregen. HA toont aan dat hij nog even alert, even compromisloos is als in de jaren '60-'70. Zijn taal bliksemt, zijn lemmet flikkert. Niets wordt gespaard. Alles wordt in de mengpot gelegd. Zowel de politiek als de literatuur, zowel de kerkelijke als de geestelijke leiders, zowel de straatveger als de bankdirecteur, zowel de migrant als de autochtoon, zowel de burger als de outlaw. Niets is heilig voor de scherpe en kolderieke pen van de auteur.

Maar toch is er verandering merkbaar: het ernstige gewicht dat in de jaren '60 wel eens de overhand nam, is namelijk verdwenen en wat rest is een schaterlach om dit ridicule, hypocriete, kwasterige, maffiose gedoe dat zich 'de mensheid' noemt. Door zijn spottende bril ziet Klein de wereld als één groot Absurdistan. Door de realiteit te verbinden met dartele, schalkse fantasieën, verkrijgt hij een bizar, nonsensikaal effect. De brokken werkelijkheid die hij uit de media oppikt, vormen via allerlei gekke associaties een fantastische onwerkelijkheid, die nog aangevuld wordt met zelf verzonnen absurditeit.

Ja, het verisme is er nog, maar het heeft 'lucht' gekregen, het ademt niet meer zo zwaar, is geiniger en grolliger geworden. Kortom: Klein is meer naar dada geëvolueerd. In 'contra contra contra' blikt hij overigens terug op het dadaïsme en hij besluit met: 'être dada c'est être courageux'. Die moed, die het hele werk van Klein heeft 'gepekeld', ontbreekt nog steeds niet. Zoals Klein in een telex-bericht van 1966 Heibel begroette met "Heibel is een salvo" en zijn toenmalige strijdmakker Gerd Segers met "Forza Heibel", zo zeggen wij thans: 'HA is een salvo' en 'Forza Ben Klein!'

Frans DEPEUTER

(wordt morgen vervolgd)

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche