Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
12 mars 2014 3 12 /03 /mars /2014 19:10

 

Zoals gisteren hier gemeld, werd mijn geleerde vriend en Diamanten Kogel-collega Wim van Rooy met gebroken ribben en een gebroken neus opgenomen in intensieve. De fanatieke fietser werd door een wagen aangereden. Na het maandelijkse overleg met de redactie van de CDR-Mededelingen lees ik gisterenavond een geruststellend berichtje van zijn zoon Sam: “Naar omstandigheden maakt hij het goed. Binnen enkele dagen mag hij het ziekenhuis verlaten.”

*

Het overlijden van Jan Hoet en Gerard Mortier veroorzaakte een ware tsunami van berichten en commentaar allerhande.

Al bij al, ik ben ik het volmondig eens met Guido Naets:

'Een kunstpaus en een operapaus... allebei met heel wat vooroordelen, en allebei behoorlijk drammerig. Maar ze hebben veel betekend.'

Hier on line, “Een Hoet met veren” van Frans Depeuter (4 maart):

http://mededelingen.over-blog.com/article-een-hoet-met-veren-122818461.html

*

Gisteren, terwijl mijn amanuensis hier zowat acht uur lang met bewonderenswaardige ijver boeken en archiefdozen klasseerde, nam ik wel een aantal in de loop der jaren opgetekende aantekeningen door over de man die door Jan Hoet zijn “tweede vader” genoemd werd. (Meer daarover in volgende dagboekbladen.)

*

Deze middag, mijn zoveelste wekelijks gesprek met Thierry Neuhuys. Nu over Paul Joostens. We dwalen af en blikken terug op Les Confessions van Jean-Jacques Rousseau en Confession d'un enfant du siècle van Alfred de Musset. We citeren wellustig uit het geheugen.

Telefonade met Jean Marchetti, de voorbeeldige uitgever van de nooit genoeg te roemen bibliofiele collectie 'À la pierre d'alun'. Werk voor de boeg: nawoord voor Lulu Pompette van Robert Goffin en editie en situering van een onuitgegeven tekst van Joostens.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
10 mars 2014 1 10 /03 /mars /2014 04:41

 

Clara.jpg

Clara Haesaert, 4 maart 2009 (Goudblommeke, Brussel, herdenking Jan de Roek, georganiseerd door het CDR

Gisteren vierde Clara Haesaert haar 90 jaar in Passa Porta te Brussel. Haar tomeloze inzet voor allerlei literaire initiatieven wordt door Frank Hellemans belicht in de geïllustreerde herinneringsbrochure die ter beschikking werd gesteld: Een mooie zomer. Clara Haesaert 90.

frank_hellemans.jpg

Frank Hellemans

Met het tijdschrift De Meridiaan en vooral het roemruchtige centrum Taptoe zette Clara Haesaert in Brussel, samen met Gentil Haesaert en Maurice Wyckaert, de plastische en literaire avant-garde op de kaart. Een halve eeuw lang was zij actief bij de organisatie van De Middagen van de Poëzie, waarvan ze in 1980 voorzitter werd. Ze engageerde zich in de PEN Club, stichtte met Bart Mesotten het Haikoe-centrum Vlaanderen, zette zich met Diapason (1983) in voor vertalers en vertaalbeleid, organiseerde de eerste Jeugdboekenweek die in 1976 leidde tot de stichting van het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur dat later zou opgaan in de Stichting Lezen. Ze was betrokken bij de oprichting en de organisatie van het schrijfatelier De Derde Mediaan (1994-2008), was medestichter van Het Beschrijf (1998). Bovendien was ze ook betrokken bij de oprichting van de John-Flandersprijs (Averbode, 1972) en van de Anna Bijns-stichting (Antwerpen, 1989), en maakte jarenlang deel uit van de Nationale Vrouwenraad, onder andere als co-voorzitter van de Culturele commissie.

Kortom, Clara was een 'literaire netwerkster van het eerste uur', aldus Frank Hellemans:

'Als powerbroker in het literaire wereldje, heeft Haesaert het onderste uit de kan gehaald. Zij lag mee aan de basis van het rijke Vlaams-Brusselse literaire wereldje dat vandaag met Het Beschrijf en Passa Porta resoluut de internationale kaart heeft getrokken. En zij heeft de Vlaamse jeugdliteratuur de uitstraling bezorgd die ze nu meer dan ooit – ook buiten België – geniet.'

Uiteraard zoomt Frank Hellemans ook in op de poëzie van Clara Haesaert:

'Al wie Clara ontmoet, is gecharmeerd door haar klaterende verschijning en zo komt ook haar poëzie op de lezer af: vol licht en kleur, maar niet zonder weerhaakje. Het is die plotse stemmingswisseling die Haesaerts poëzie een speciaal cachet geeft. Ja, ze omarmt het leven en bezingt zijn ogenblikkelijke verleidingen maar opgepast dus, die sensaties duren slechts even en kantelen dan dikwijls naar een minder voor de hand liggende, mysterieuze betekenis. Haar heldere poëzie leeft bij de gratie van plotse rimpelingen.

Toen ik haar in december 2001 voor Knack interviewde, vertelde ze voluit over wat voor haar de essentie van een goede haikoe was. Ze onthulde daarbij in een adem ook hoe haar eigen poëzie werkt: “Een goede haikoe bevat een zogenaamd haikoemoment, een ogenblik of cesuur waar het gedicht kantelt en waar het kleine uitzicht biedt op het grote. De Japanse grootmeesters wilden door het registreren van een nauwelijks waar te nemen verandering in de natuur iets van het grote verhaal suggereren. In het kleine het grote laten zien: dat is de bedoeling van haikoeschrijvers.” In het kleine het grote laten zien, zo kan je het best Haesaerts “kantelende” poëzie zelf typeren.'

*

Een mooie zomer bevat ook fragmenten memoires van Clara. De ontroerende herinneringen aan haar prille kinderjaren en adolescentie zijn bijzonder lezenswaard – en revelerend. Haar aantekening van 2008 beveel ik ten zeerste aan:

Of het nu een schilder, een schrijver, een beeldhouwer of een componist is, het creatieve werk laat zich niet dwingen in het karkas van een planning. De zuivere aandrang én de realisatie van een creatieve impuls moeten volledig autonoom tot stand kunnen komen.‘

*

Tussen de aanwezigen, o.a. : Sigrid Bousset, Hendrik Carette, Paul Claes, Jan Defreyn, Lydia Deveen-De Pauw, Niki Faes, Frank Hellemans, John Heuzel, Jef Lambrecht, Gonda Lesaffer, Chris Lomme, Jan H. Mysjkin, Willem Persoon, Marc Platel, Relinde Raeymaekers, Annie Reniers, Tony Rombouts, Majo de Saedeleer, Paula Semer, Hedwig Speliers, Lucienne Stassaert, Jan Struelens, Rik van Cauwelaert, Ingrid Vander Veken, Geert van Istendael, Willie Verhegghe, Herwig Verleyen en Hugo Weckx.

Ik was helaas verhinderd, net als Maris Bayar, Frank de Crits en Piet de Groof.

*

De sensuele poëzie van Clara Haesaert werd twee keer gebloemleesd: Spel van vraag en aanbod (Heideland-Orbis, 1970) en Levenslang het vermoeden (Poëziecentrum, 1993). Zij stelde een boek samen met essays over Karel Jonckheere, met verder bijdragen van Jef Geeraerts, Jan de Roek, Erik van Ruysbeek, Paul de Wispelaere, Dirk de Witte en Weverbergh (7 over Karel Jonckheere, Manteau, 1967) en, samen met Daniël Van Ryssel, de bloemlezing Vlaamse dichters over Leningrad (Yang, 1982).

Meer over Clara Haesaert en haar werk:

Corneille HANNOSET, Taptoe, éditions d'Art Laconti, Bruxelles, 1989. Met bijdragen van Tone Brulin, Hugo Claus, Roel D'Haese, Gentil Haesaert, Ivo Michiels, Rob en Maurice Wijckaert.

Mark MAES, 'Levenslange ontmoetingen” en 'Levensschets', in: Clara Haesaert, Levenslang het vermoeden, Gent, Poëziecentrum, 1993, pp. 5-44.

HFJ

http://mededelingen.over-blog.com/article-clara-haesaert-gelukkige-verjaardag-122880894.html

Partager cet article
Repost0
8 mars 2014 6 08 /03 /mars /2014 20:05

 

 

CLARAenRIKA.jpg

Clara Haesaet en minister van Cultuur Rika de Backer (Brussel, jaarvergadering VVL, 1981, eigen coll.)

Morgen wordt Clara Haesaert 90 jaar jong. Haar verjaardag wordt om 11 uur gevierd in Passa-Porta te Brussel. Zie: http://mededelingen.over-blog.com/article-clara-haesaert-90-jaar-jong-122652966.html

ClaraVerzamelbundel.jpgOp 23 mei 1994 schrijft zij als opdracht in haar verzamelbundel Levenslang het vermoeden: “Voor Henri / vriend / soms tegenstrever / soms medespeler / 'Klankbord' / 'geheugen' / en zoveel meer...”. Dat was een toespeling op de zowat vijftien jaar dat we samen in het bestuur van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen zetelden. De hyperactieve Clara zette zich hardnekkig in voor de belangenverdediging van de jeugdboekenschrijver en, nadien, van de vertalers. Als ambtenaar zette ze zich onvermoeibaar in voor de bevordering van de openbare lectuur- en bibliotheekvoorziening. Haar dubbelbestaan als ambtenaar en dichteres vormde één geheel. Daarnaast heeft zij, samen met Bert Decorte, heel wat debuterende schrijvers en tijdschriften in een geest van verdelende rechtvaardigheid gesteund. Ze was (en is) zich spontaan bewust van de nadelige gevolgen van het thans alom heersende Mattheüs effect...

Frank Hellemans (Knack.be) typeerde Clara als 'de eerste Vlaamse litteraire feministe die daarenboven heel wat deed voor de Vlaamse letteren van vandaag':

'Als powerbroker in de cultuurambtenarij, heeft Haesaert het onderste uit de kan gehaald. Zij lag onder andere mee aan de basis van het rijke Vlaams-Brusselse literaire wereldje dat vandaag met Het Beschrijf en Passa Porta resoluut de internationale kaart heeft getrokken. En zij heeft de Vlaamse jeugdliteratuur de uitstraling bezorgd die ze nu meer dan ooit - ook buiten België - geniet.'

*

Met Taptoe hebben Clara en haar man Gentil in beslissende mate bijgedragen tot de verspreiding van de destijds avantgardistische schilderkunst.

Zie: http://mededelingen.over-blog.com/article-rouwbeklag-gentil-haesaert-120977015.html

*

Over de dichteres Clara Haesaert, meer in volgende afleveringen.

CLARAhfj.jpg

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
7 mars 2014 5 07 /03 /mars /2014 10:00

 

TRanen-van-Pygmalion.jpg

Er zijn auteurs die met een klein, sommigen zullen zeggen beperkt, oeuvre toch een belangrijke bijdrage hebben geleverd tot de literatuur. Tenslotte gaat het niet om het aantal bedrukte bladzijden maar om de betekenis ervan, het gaat om inzicht, originaliteit en vernieuwing, persoonlijke betrokkenheid en passie. Eén bundel, één roman kunnen relevanter zijn dan een Verzameld Werk.

Daniël van Hecke, geboren in Gent op 25 januari 1938 is zo iemand die minder heeft gepubliceerd dan men misschien had gehoopt of verwacht, maar de authenticiteit ervan kan moeilijk worden onderschat of betwist.Hij studeerde moderne talen aan de Rijksnormaalschool. Gegevens over hem zijn moeilijk te vinden. Zijn debuut met de titel De ijsheilige, verschenen in 1966,  bevatte verhalen, geschreven in een ongewone, on-Vlaamse stijl. Het was duidelijk dat Van Hecke van in het begin nergens viel onder te brengen. Hij bleek een belezen, op de filosofie, sociologie en (Franse)  literatuur gefocuste auteur die bepaald geen aanhanger was van de gewone verteltrant. Zijn literaire stem, zijn taalvirtuositeit was uitzonderlijk. Hij hield zich, bewust of niet, buiten het arrivisme, net zoals zijn personage in  De ijsheilige: Ik zal doodgaan zonder me definitief te hebben geïnstalleerd. Of in zijn in 1967 in de prestigieuze reeks 5de Meridiaan van Manteau verschenen roman De mutant : Ik voelde me solidair met hem, omdat hij evenals ik besefte wat er in ons wereldje misliep, zonder er iets aan te kunnen verhelpen. Wij zijn beiden mensen van de gemiste kans, lucider dan de loeiende kudde, maar even machteloos.

De ondertitel van dat boek is: Momentopnamen. Van Hecke is een schrijver van fragmenten, van een fragmentarisch leven, structuren en parallelle lijnen, waarmee hij peilt naar het existentiële en de menselijke relatie. De taal, het woord als kracht en de intelligente lezer als participant. Ondanks het intellect is er daarnaast ook het gevoel, het mededogen, het geëngageerde dat toch niet als een pamflet overkomt. Literatuur als avontuur, met de ingrediënten van het persoonlijke leven geprojecteerd tegen de actuele wereld.

In 1986 pas verscheen een nieuwe roman, De vlucht, bekroond met de Vijfjaarlijkse Literaire Prijs van de Stad Brugge. De roman De krater met als ondertitel  Kroniek van een nederlaag, in 1990 uitgegeven door de Leuvense Schrijversaktie, is wel nadrukkelijker geëngageerd en gaat over  kolonialisme en slavernij. In zekere zin gaat al zijn werk over macht of de verhoudingen tussen mensen, op het niveau  van maatschappij en economie, zowel als tussen partners in een relatie. Problemen worden door hem van meer dan één kant belicht en hij laat ruimte voor ironie.

 

In 2009 verscheen zijn meest uitvoerige en beste roman De tranen van Pygmalion. Julien Weverbergh, die altijd sterk in het talent van Van Hecke heeft geloofd (lees zijn Herinneringen in de reeks Privé Domein) bracht hem onder in zijn Uitgeverij Wever&|Bergh. Ook in dit geval  gaat het om tegenpolen, en om de moeilijkheden van een ontwortelde, geëngageerde intellectueel om zijn plaats te vinden in een absurde, kafkaiaanse maatschappij. Ik meen dat zijn werk in zekere zin draait om het zoeken naar of het verlangen naar een grotere harmonie, terwijl hij de verdeeldheid vorm geeft in een evenwichtsoefening van taal, waardoor hij de lezers voortdurend wakker houdt.

Aan auteurs die dat landschap in kaart hebben gebracht, of beter gezegd het uitzicht van dat landschap probeerden of proberen  te veranderen, wordt in onze officiële literatuurgeschiedenis helaas nauwelijks of geen aandacht geschonken: Jan Walravens, Leo Geerts, Herman J. Claeys, Jan Emiel Daele, Daniël Robberechts, Hector-Jan Loreis, Henri-Floris Jespers, evenals  de nu gefêteerde Daniël van Hecke. Een auteur die vindt dat het zogenaamde echte leven net zo goed in boeken is te vinden, in teksten. Van Hecke is vol van teksten. Zijn boeken zijn teksten, om te lezen, niet om na te vertellen. Hij is een van die auteurs die de lezer anders leert lezen, anders leert aankijken tegen onze wereld. Zijn oeuvre heeft een  betekenis die veel te weinig in kaart werd gebracht. Gelukkig wordt de geschiedenis af en toe herschreven. Bedankt, Daniël, voor het verleggen van grenzen !

 Guy van HOOF

Partager cet article
Repost0
27 février 2014 4 27 /02 /février /2014 12:00

 

De laatste dode is alweer opgebaard

en alles voelt oud en koud en vochtig aan

(ook de poezelige en groezelige vrouwen).

 

Alle levenden zijn hier ziek en verontrusten

het volk dat van ver buiten de vesten komt.

 

Alle doden lopen hier rond als levende spoken

en vele levenden slapen staande aan de staken.

 

Maar dankzij de ingemetselde zusters

uit het monastieke en de goede broeders

uit het maçonnieke verleden

blijft deze Burg, vrij van hekserij, mijn Burcht.

 

Hendrik CARETTE

Partager cet article
Repost0
26 février 2014 3 26 /02 /février /2014 18:00

 

pairon_kinderspelen_cover.jpg

"Natura artis magistra" luidt het motto van een bekende dierentuin. Door de eeuwen heen leverden kunstenaars inderdaad vaak "a strife with Nature, to out-doo the life" (1), terwijl sommigen het adagium juist omdraaiden: "It is none the less true that Life imitates art far more than Art imitates life" (2). En daarmee zijn we beland bij de nog steeds actuele discussie rond 'creatio versus mimesis' (3).

 

Dat dispuutis misschien niet zo relevant in de context van De Kinderspelen , Marc Pairons eerste roman, die verscheen op 20 november 2013 ter gelegenheid van de Internationale Dag van de Rechten van het Kind. Hoewel: een liefdesversje van de hoofdfiguur van de roman gaat zo: "Uit mijn woorden / ontpoppen vlinders, / naar levend model" (p. 48); en iets verder luidt het: "De glasheldere waarheid is onnoemelijk veel sterker dan de vlucht voor die werkelijkheid" (51). Al zijn beide romancitaten wellicht niet uitdrukkelijk of niet bewust bedoeld als stellingname in het hoger genoemde debat, toch vormen ze een mogelijke aanwijzing voor het feit dat de ongebreidelde fantasie in het boek refereert aan de werkelijkheid. Het bevat trouwens ook enkele expliciete verwijzingen naar de extra-literaire context: het Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen, brasserie Den Artist, en uiteraard het schilderij van Bruegel (dat voluit voor- en achterkaft siert en een hoofdrol speelt in het boek). Iets meer verdoken zijn knipoogjes als "It takes a whole village to raise a child" (p. 61), wat (ondanks de licht gewijzigde vorm) verwijst naar een boek van Hillary Clinton die zelf deze titel ontleende aan een aantal zegswijzen (opnieuw in licht gewijzigde vorm) uit de Afrikaanse cultuur; of de naam van een kruidenier in de stad (Antwerpen dus), ene "Achim Abdu Mohammad Ibn Khaldun" (p. 84), die mij ondubbelzinnig (maar toch lichtjes ironisch?) lijkt te verwijzen naar de naam van de 14de-eeuwse Arabische filosoof en wetenschapper. Daarnaast zijn er nog enkele autobiografische toespelingen, waarover later meer.

 

Hoe ook, Pairon transformeert de hoger genoemde tegenpolen – 'creatio'/'ars' versus 'mimesis'/'natura' – tot een nieuwe stelling: "Amor naturae magister". DeKinderspelen is inderdaad een ode aan de liefde – een totale en onvoorwaardelijke "mildheid" die wijsheid genereert (p. 129) – tussen man (vader Paboel) en vrouw (moeder Droezel) en tussen ouders en kinderen, waarbij de intensiteit van hun onderlinge liefde de natuur vitaliseert en stimuleert, terwijl 'natuur-lijkheid' op haar beurt het fundament vormt van een mateloze, onverwoestbare liefde die zelfs de grenzen van de dood overstijgt en overwint.

 

Paboel en Droezelzonderen zich af van de maatschappelijke werkelijkheid in een 'locus amoenus', een 'lieflijk oord' waar ze leven volgens de cycliciteit van de natuur en een danig overvloedig kroost groot brengen. In die wel erg bijzondere enclave is het alleen "Moeder Natuur die de scepter zwaait" (p. 9). Zelfs de tijd staat er stil: "Vadertje Tijd is niet meer van deze tijd, want de Natuur is nu de Moeder van de Tijd" (p. 129), en:"Hun eventueel tijdsbesef betrof hooguit voldongen wetten van de natuur" (p. 7 en 77). Er wordt overigens ook alleen seizoensvoedsel gegeten (p. 132) – want "voor wie haar wetten naleeft, is moeder natuur inschikkelijk" (p. 172) – en de vigerende economische (monetaire) geplogenheden worden resoluut vervangen door ruilhandel om in het levensonderhoud van het gezin te voorzien. Immers: "in elke waardebepaling zit een persoonlijk element" (153).

 

De symbiose tussen de personages en de natuur krijgt ronduit sprookjesachtige allures. Niet alleen de tijd wordt in dit aardse paradijsje stopgezet, maar er doen zich nog andere verschijnselen voor. De kruinen van de majestueuze kastanjebomen buigen zich elk jaar tijdens één bepaalde nacht nederig tot bijna tegen de grond "om het oogsten te vergemakkelijken zodat ook de kleinste kinderen de opbrengsten van hartstocht moeiteloos kunnen verzamelen" (p. 30 en133); in het familiale utopia heerst een uitzonderlijk microklimaat en de aarde getuigt er van een ongeziene vruchtbaarheid ("kruiwagengrote courgettes" of "metershoge selderie"), terwijl ook de kippen als "echte struise vogels" gigantische scharreleieren leggen (p. 189). Afrikaanse lelies overwoekeren het dak zodat het leek alsof "de hemel erop was neergestreken" (p. 54). Op het landgoed, dat "treffende gelijkenissen [vertoont] met het Weense familiedomein van de Bruegels" (p. 68), bloeien orchideeën waarvan Paboel zelfs muiltjes maakt voor zijn Droezel. Ruzie maken is er onbekend (p. 54) en dagelijks huilen de bewoners hagelstenen van blijdschap (p. 150). Ook de moedervlekken bij de kinderen blijken over magische krachten te beschikken (p. 162-163).

Na hun overlijden worden Paboel en Droezel herenigd in een gemeenschappelijke kist, waar ze opnieuw geheugenspelletjes spelen en zelfs een schattig-ondeugende conversatie houden: "Nu kunnen we vrijen zonder vlees en zoenen zonder lippen" (p. 221).

 

Pairon lijkt hier dus, net zoals b.v. in sprookjes, de wetten te volgen van de 'pathetic fallacy', of moet ik veeleer spreken van een 'objective correlative'? Inderdaad, ook wanneer Paboel en Droezel oud worden en hun domein moeten verlaten om in "de koele havenstad" (p. 46) – de jachtige, lawaaierige en onpersoonlijke "diamantstad" (p. 79) – hun intrek te nemen, dalen plotseling de temperatuur en de luchtvochtigheid (p. 56) en brandt het huis af doordat het vuur van hun hartstocht onbewaakt achterbleef (p. 56). Het hele paradijs is zelfs gewoon onzichtbaar geworden, want Paboel "had uiteindelijk toch het pittoreske landschap en de laatste kleurrijke regenboog met zich meegenomen" (p. 120). In zijn (tragische en gruwelijke) jeugd woont Paboel dan weer in de "Treurwilgenlaan", waar bovendien giftige rododendrons groeien, geen zonlicht doordringt en geen windje te bespeuren valt (p. 60-61).

 

Rarevogels zijn het, die hoofdfiguren, zeker de "wereldvreemde stamvader" (p. 8) Paboel, die in zijn jeugd misbruikt is door zijn stiefvader en daar een diep trauma aan heeft overgehouden en nachtmerries vol dreigende zwarte weduwen. Een reproductie van Bruegels Kinderspelen betekende destijds echter zijn redding: "Gelukkigerwijs ... kreeg hij als prille tiener een foto onder ogen uit het familiealbum van de Bruegels. [...] dat kroostrijke gezin was overduidelijk vervuld van liefde, kinderen die vragen, worden daar nooit overgeslagen! Die Bruegeltjes mochten altijd spelen" (p. 23). "Mijnheer Bruegel" wordt dan ook de meest geschikte plaatsvervanger "voor al wie een tweede jeugd verdient, zoals elk kind van de rekening" (126).Die tweede jeugd vindt hij samen met (en dank zij) zijn geliefde in de splendid isolation van hun domein, waar ze samen zo'n twintigtal nakomelingen, de "Spelende Kinderen" (p. 7) verwekken: "Hij hoopte dat een kroostrijke omgeving de bittere smart over zijn onterende jeugdjaren gaandeweg zou verzachten" (p. 19). Immers: "Kinderliefde is de echo van het beminnen" (p. 12). Of: "Wie op zoek is naar de zin van het bestaan, moet er kindergeluk voor over hebben" (p. 15), en vooral: "Wie uitgelaten kon spelen in het volle licht, is gesterkt om de smart van het duister te trotseren" (p. 17).

 

De incest-tragedie motiveert meteen ook de ruilhandel: Paboels moeder, die weigerde de gruwel onder ogen te zien, is getrouwd voor het geld, "bloedgeld, de afkoopsom voor misdadig gedrag" (p. 98). Ook later weigert Paboel furieus de toelage die zijn kinderen bijeen gespaard hebben met het oog op de oude dag van hun ouders: "Op het hoofd van kinderliefde staat geen prijs", fulmineert Paboel, en: "De eerste betekenis van fortuin is geluk" (p. 108). De "genadeloze" kloktijd, de kalender, wordt eveneens terwille van de kinderen buitenspel gezet "doordat ze geen enkele emotionele gebeurtenis aan hun aandacht laten voorbijgaan, want [...] emotionele verwaarlozing [is] nooit meer in te halen" (128).

 

In dat beschermende isolement houdt Paboel er een heel eigenzinnig en compromisloos wereldbeeld op na. Hij ontkent b.v. dat de aarde rond is en schrijft brieven naar zijn idool en voorbeeld "Mijnheer Pieter Bruegel" op het adres "Kunsthistorisch Museum, Wenen, Oostenrijk". Echte schilderijen beschouwt hij, in tegenstelling tot zijn reproductie van Kinderspelen, als waardeloze "geverniste fotowerken" (p. 81) en van Bruegels doek zelf levert hij merkwaardige interpretaties (p. 126). In het levensonderhoud van zijn gezin voorziet hij uitsluitend via de reeds vermelde ruilhandel, en wel met zijn "Crème d'Amour", een afrodisiacum gemaakt van kastanjepuree. En wie zijn filosofie of bepaalde opvattingen in twijfel trekt, krijgt als antwoord: "Op geen enkele stafkaart is de gulden middenweg terug te vinden (p. 109). Zijn gul rondgestrooide wijsheden leveren hem het epitheton 'de Jonge' op, in contrast met dat van zijn gekoesterde schilder. Hij negeert de toenemende dementie van zijn Droezel compleet, en schrijft andermaal een brief aan Bruegel om te vernemen hoe het tij te keren (p. 39 en 42). Als Droezel uiteindelijk toch overlijdt, bewaart hij nog een jaar lang haar gebalsemde lijk tot ook hij bezwijkt aan de totale dementie en de angstdromen uit zijn jeugd hem opnieuw beginnen te teisteren.

 

Paboels tweede, levenslange (en zelfs nog langer...) steunpilaar is Droezel, speelse geliefde, trouwe levensgezellin en genereus barende moeder van "spelende kinderen". Het is precies haar "invloed [die] ook langzamerhand de woede over de ingrijpende lotgevallen van zijn jeugd [verzachtte] (p. 24). Zij wordt omschreven als de "Moeder van de Goede Raad" (p. 25) en als Paboels "geestelijke gids" (p. 88) want: "Een liefdeloze jeugd is een gevaarlijk labyrint, voor wie op eigen kracht de uitweg niet meer vindt" (p. 23). Ze steunt hem vanuit en met de overtuiging: "Een litteken mag slechts een knoop zijn in de zakdoek van blijdschap" (p. 62). Paboel wordt dan ook al snel omschreven als "hij die met de Mond van Vrouw Spreekt " (p. 25). Droezel leert hem dat "gemoed en hartstocht het sprookje zichtbaar [maken] (p. 173), dat "de waardevolste ingrediënten van het leven niets kosten (p. 173) en dat alleen "goedheid en tevredenheid welvaart en voedsel" (p. 191) kunnen betekenen.

 

Pairons DeKinderspelen is in eerste instantie een lofzang op het kind, of liever: een pleidooi voor de bescherming van het kind, voor hun recht op geborgenheid en uitgelaten spelen. Paboel stelt dan ook (heel) terecht: "Je kunt pas van een succesvol leven spreken wanneer je kinderen volmaakt gelukkig zijn" (p. 13). In de veilige wereld van het domein krijgen de kinderen privé-onderricht en mogen ze naar hartelust ravotten, want "wie uitgelaten kon spelen in het volle licht, is gesterkt om de smart van het duister te trotseren" (p. 17). Zoals een nevenfiguur het zelf stelt, is dit een verhaal over de "eeuwigheidswaarde van kinderliefde" (p. 224).

Opmerkelijk is het feit dat het kinderparadijs ingericht wordt in een voormalig bejaardentehuis, en dat zowel Paboel als Droezel naar het einde toe, als gevolg van hun dementie, nog meer kinderlijke trekken beginnen te vertonen dan ze tevoren al hadden. Cirkels worden nu eenmaal altijd onherroepelijk gesloten.

 

Ik vermeldde reeds even de aanwezigheid van opvallende autobiografische elementen. Er is sprake van een "heidereservaat" (p. 46), in de buurt waarvan de auteur inderdaad een aantal jeugdjaren doorbracht; Paboel vertelt aan één van zijn dochters dat hij zijn middelbare studies niet heeft kunnen afmaken (p. 108), wat je in elke biografische schets van Pairon kunt terugvinden; de roman bevat fragmenten uit vroegere publicaties van de auteur, b.v. het gedichtje voor Paboels overleden zuigeling Dolores (p. 51), dat ook voorkomt in Minnedichter zkt muze (2012, p. 49), waarin trouwens ook reeds de "vlinders naar levend model" en een "zwarte weduwe" opduiken (p. 11 en 32); het "Dag- en Nachtboek" van de stamvader (p. 51) wordt, onder dezelfde titel, vermeld als dat van de auteur zelf in Top 50 intiemste liefdesverzen (2009, op de ongenummerde pagina 62).

portretfoto-pairon.jpg

Pairon werd ooit de meest gelezen, de best verkopende dichter in Vlaanderen genoemd (ik las ergens het duizelingwekkende getal van 60.000 exemplaren) en hij ontpopte zich warempel zelfs tot stand-upcomedian. Hij schrikt er ook niet voor terug om in een secundaire school tijdens de drukke gekte van een 'Gedichtendag' een klas in te stappen, er gedichten voor te lezen en met de jonge snaken over poëzie te debatteren. Ja, Pairon schrijft erg toegankelijke poëzie boordevol geestige knipoogjes en schalkse oneliners. 'Light verse' zou je het kunnen noemen, maar wie daar een denigrerende connotatie aan wil verbinden doet er goed aan – b.v.! – de dubbelbundel Litanie(met Nic van Bruggen, 2009) aandachtig te lezen. Of de hier besproken roman.

 

DeKinderspelen is een poëtisch en tegelijk erg guitig boek, soms navrant, vaak vertederend, over de hele lijn ontroerend. Als allegorie van het authentieke geluk bevat het boek heel wat thema's: liefde, ouderschap, kinderliefde, familiale geborgenheid, dementie, de waarde van (kinderlijke) naïviteit en onschuld, de rijkdom van de natuur en van eenvoud, jeugd en ouderdom, aanvaarding van verdriet en verlies – naast overduidelijke kritiek op sociaal isolement en egocentrisme, materialisme, het jachtige (stads-) leven en, blijkbaar toch het fundament en uitgangspunt van het hele boek: kritiek op dat onbegrijpelijke en weerzinwekkende fenomeen incest of kindermisbruik. Die thematische lagen vloeien echter allemaal zo organisch in elkaar over in een meeslepende, consequente en feilloze stijl dat het lastig wordt om ze in een analyse allemaal wat overzichtelijk uit elkaar te halen.

 

Een parabel, een exempel, een (cultuur-) sprookje, een utopie? Ja. Dus een boek met een boodschap? Natuurlijk, maar dan wars van prekerigheid, (h)eerlijk gedreven en gedragen door een betoverende, sprookjesachtige fantasie, hilarische gedachtekronkels, verrassende woordspelingen en grappige aforismen – waarop de auteur een onvervalst patent blijkt te hebben.

 

Conclusie: een over de hele lijn hartstochtelijk hoopgevende en hartverwarmend overtuigende roman.

 

Luc PAY

 

 

Marc Pairon, De Kinderspelen, Stichting Charles Catteau, 2013. 233 p., 14,50 €.

 

(1) Ben Jonson, 'To the reader' in Shakespeares First folio (1623), over het portret van de bard door graveur Martin Droeshout.

(2) Oscar Wilde, in The decay of lying.

(3) Zie, bijvoorbeeld, het uitstekende en erg heldere dossier rond dit thema in Nieuw Vlaams Tijdschrift , 28/8, oktober 1975, p. 693 - 751 (diverse auteurs).

Partager cet article
Repost0
25 février 2014 2 25 /02 /février /2014 17:10

Mieke-Robroeks--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

 

 

Zie: www.detafelvan1.blogspot.com

Partager cet article
Repost0
23 février 2014 7 23 /02 /février /2014 20:30

 

 

De-bundel-Foto-G.Caubergh.jpg

De bundel (Foto Goddie Caubergh)

Voor de derde maal op rij gaven op zondagochtend 23 februari 2014 dichters en met hen een groot aantal poëzieminnaars present in het Hobokense districtshuis Kasteel Sorghvliet, dat prachtige rococo “hof van playsantie” van de hand van bouwmeester Jan Peter van Baurscheit de Jonge. De weergoden verkeerden duidelijk in een veel betere bui dan de vorige jaren - de lentezon wierp een vroege schaduw vooruit - kortom een perfecte setting voor de inauguratie van het derde luik van het foto-poëzieproject van dichter-troubadour Frank De Vos en fotograaf Hartmut de Martelaere.

De deelnemende dichters en de vele sympathisanten werden bij wijze van opwarming door de districtsraad Hoboken gastvrij onthaald op het traditioneel geworden dichtersontbijt. Het bracht de aanwezigen op de juiste smaak en zette daarbij zoals vorige jaren de toon voor het tweede gedeelte van de ochtend, waarbij de dichters hun gedicht uit de schaduw vandaan lazen, telkens ingespeeld door de onovertroffen accordeonvirtuoos Bart Wils.

In het bijzijn van de vorige en de huidige districtsschepen van cultuur werd het project ingeleid door MC Frank De Vos, waarna de respectieve dichters aan het woord kwamen (in alfabetische volgorde): Vera Alexander Beerten, Bert Bevers, Guy Commerman, Marleen de Crée, Frank De Vos, Lebuin D’Haese, Maarten Embrechts, Richard Foqué, Albert Hagenaars, Peter Holvoet-Hansen, Hans Mellendijk, Roger Nupie, Annmarie Sauer, Walter Simons,  Ann Van Dessel, Cecile Van Houtte, Roel Richelieu van Londerzele. Alleen Bart Stouten diende helaas forfait te geven wegens zijn verplichtingen bij radio Klara. 

Frank De Vos sluit hiermee zijn over drie jaar gespreid project af. Het startte in 2012 met “Nog een geeuw op steen”, vervolgde in 2013 met “Cicatrizado” om dit jaar af te sluiten met het thema “Schaduw”. Telkens werden 18 dichters uitgenodigd om een gedicht te schrijven geïnspireerd door een thematische foto van Hartmut De Maertelaere. Het resultaat is eens te meer een schitterende tentoonstelling.

Tableau de la troupe 'Schaduw - Poëzie in Hoboken'

Tableau de la troupe. (Foto Geertje Hoefnagels)

Tableau de la troupe. Achterste rij van links naar rechts Walter Simons, Hartmut De Maertelaere, Albert Hagenaars, Lebuin D’Haese, Roel Richelieu Van Londersele, anonymus, Peter Holvoet-Hanssen, Richard Foqué, Guy Commerman en Maarten Embrechts. Middelste rij van links naar rechts Frank De Vos, Cecile Vanhoutte, Ann Van Dessel, Marleen De Crée, Bert Bevers, Hans Mellendijk en Vera Alexander Beerten. Vooraan Annmarie Sauer en Roger Nupie.

 

Om meerdere redenen is dit driejaarlijks project een bijzonder interessant experiment geweest. Uiteraard omwille van het interdisciplinaire karakter ervan, waarbij de fotograaf en de dichter, zich thematisch confronterend, met elkaar in dialoog gaan. Maar meer nog door de specifieke aard van de gehanteerde media en de evolutie over de drie jaar van de themata.

De keuze van Frank De Vos en meesterfotograaf Hartmut De Maertelaere evolueerde van concreet naar abstract. “Met nog een geeuw op steen” waren het oude reclamepanelen, die nog hier en daar de gevels “sieren”, die uitgangspunt vormden. Heel duidelijk aanwezige visuele beelden, die door de fotograaf haast afstandelijk, objectief contextueel werden vastgelegd. Met “Cicatrizado” verschoof dat gezichtspunt. Het waren nog steeds herkenbare beelden van “gelittekende” bomen, maar de fotografische interpretatie ervan voegde reeds een extra dimensie toe. De bewuste weglating van omgeving en context, de verzelfstandiging van het beeld en daardoor de verheffing van het gegeven tot een meer universele symboliek, maar desondanks gezien door het subjectieve oog van de fotograaf, gaven meer dan in het eerste thema een meervoudige boodschap aan dichter en toeschouwer. Met “Schaduw”, het afsluitende luik, wordt deze lijn consequent doorgetrokken. Schaduwen kunnen alleen maar bestaan bij gratie van licht en is licht niet de materia prima van de fotograaf? Schaduwen zijn per se metamorfoserend, ontstijgen de tijd in het ogenblikkelijke en voeden verbeelding en illusie. Maar het vluchtige, efemere en voorbijgaande van een schaduw wordt hier door de camera als het ware betrapt en gegijzeld. Het momentane wordt door de fotograaf tijdloos gemaakt in al zijn dubbelzinnige gelaagdheid. Hij legt vast wat hij ziet maar wat er niet is.

Hartmut-De-Maertelaere.-Foto-G.Caubergh.jpg

Hartmut De Maertelaere ( foto Goddie Caubergh)

 

Schaduw als de versmelting van licht en materie tot “verbeelding”: een abstract hersenspinsel dat door de magie van de fotografie zichtbaar wordt gemaakt, is dat uiteindelijk ook niet de ultieme bedoeling van poëzie en de betovering, die er van uitgaat. De hertaling van gevoel en waarneming, de transformatie van het concrete naar het abstracte. De werkelijkheid deconstrueren om ze vervolgens terug op te bouwen met in essentie abstracte taalstructuren. De dichter transformeert wat er is tot hoe hij/zij het beleeft. Dat is precies wat dit driejarig project en de bijhorende tentoonstellingen duidelijk heeft willen maken.

Twee diverse kunstuitingen, die de werkelijkheid zoals we denken die te kennen en waar te nemen, transformeren en zo nieuwe inzichten in en perspectieven op die werkelijkheid ontvouwen. Schaduwen worden afgeworpen terwijl het poëtisch licht nieuwe schaduwen vooruitwerpt.

Het is de verdienste van Frank De Vos om dat heel bedachtzaam te hebben uitgewerkt in drie luiken en zo samen met fotograaf Hartmut de Martelaere en de meewerkende dichters de toeschouwer elk jaar een beetje meer mee te zuigen in dat fascinerend proces van transformerende werkelijkheden, waar het concrete verschuift naar het abstracte en het objectieve plaats ruimt voor het subjectieve. De confrontatie met deze paradox is zonder meer verrijkend en doet nadenken over de realiteit zoals we die zien en beleven.

In het licht van deze bedenkingen zou het trouwens ongetwijfeld een goede zaak zijn om de drie projecten te bundelen tot één gezamenlijke uitgave en zo het totale project synthetisch vast te leggen en te duiden.

Schaduw” is hoe dan ook een meer dan waardige afsluiting van een boeiend driejarig proces, van een symbiotische dialoog tussen foto en gedicht. Het smaakt naar meer.

De achttien foto’s samen met de achttien gedichtenwerden door het District Hoboken gebundeld en gedrukt op een oplage van 300 exemplaren. De bundel wordt niet verkocht maar gratis ter beschikking gesteld bij het bezoek aan de tentoonstelling als een blijvend aandenken.

Het-publiek-Foto-G.Caubergh-.jpg

Het publiek (Foto Goddie Caubergh)

 

De tentoonstelling is nog te bezoeken tot en met 23 maart telkens op zaterdag en zondag van 14h00 tot 17h00 en is zonder meer zeer aan te bevelen.

Richard FOQUÉ

Partager cet article
Repost0
22 février 2014 6 22 /02 /février /2014 19:00

 

LucienneKat.jpg

 

Dank zij Antwerpen Boekenstad (onder de dynamische leiding van Michaël Vandebril) worden belangstellenden twee keer per maand getrakteerd op een boeiende poëziemiddag. (Gratis, inbegrepen koffie en croissants voor de eerste 50 bezoekers).

Op donderdag 27 februari heeft Johan de Boose een afspraak met Lucienne Stassaert die onlangs een nieuwe bundel publiceerde.
Lucienne Stassaert (1936) is de grande dame van de Antwerpse dichters. Stassaert bouwde als meermaals bekroonde dichteres, romanschrijfster, toneelauteur en plastisch kunstenares een aanzienlijke reputatie op. In oktober 2013 stelde ze in De Zwarte Panter onder ruime belangstelling haar nieuwe bundel voor: Nabloei, met beklijvende regels als "Ik zal de dood in quarantaine zetten / nu de bleekheid van een nieuw seizoen / het licht ontdoet van zijn boventonen."

Bibliotheek Permeke, De Coninckplein 26, 2060 Antwerpen, 27 februari, 12u30-13u30.

StassaertNABLOEI.jpgLucienne STASSAERT, Nabloei, Leuven, P, 2013, 45 p., 15 €


http://mededelingen.over-blog.com/article-lucienne-stassaert-nieuwe-dichtbundel-120666940.html

Partager cet article
Repost0
21 février 2014 5 21 /02 /février /2014 19:00

 

Clara.jpg

Clara Haesaert, Brussel, zomer 1975. Foto: Rik Van Cauwelaert

 

De dichteres Clara Haesaert (° Hasselt, 9 maart 1924) wordt op zondag 9 maart om 11 uur in het literatuurhuis Passa Porta te Brussel gevierd. Frank Hellemans spreekt met de jarige over haar rijke loopbaan. Majo De Saedeleer, Lydia De Pauw-Deveen, Paula Semer en Ingrid Vander Veken getuigen. Tot slot leest Chris Lomme een selectie uit Clara Haesaerts gedichten, waarna het glas geheven wordt op de jarige.

Een verjaardagsbrochure met foto's en een tekst van Frank Hellemans wordt ter beschikking gesteld.

Gelieve uw komst te bevestigen op info@passaporta.be

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche