Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
27 mars 2014 4 27 /03 /mars /2014 14:53

 

De-essentiele-Martinus-Benders.jpg

Martijn Benders (° 1971) is een interessant (alleen al omwille van een titel als Haydar gaat naar Istanbul om een pauw te kopen) dichter. Hij is ook erg tegendraads. Dezer dagen verscheen, als deel 3 van de Canonreeks van Uitgeverij Stanza (waarvoor dichters zelf hun eigen tien beste gedichten mogen kiezen – eerder waren daarin Chrétien Breukers en Nanne Nauta te gast), De essentiële Martinus Benders. Ik wil het hier niet over ’s mans poëzie hebben, maar zijn eigenaardigheden even voor het voetlicht brengen. Zo bestaat zijn persoonlijke website uit hoop en al één pagina. Datzelfde geldt voor de webstek van zijn Fonds der Kritiek, waarnaar hij achterin zijn nieuwe boekje verwijst. Benders bewijst zijn eigenzinnigheid nog maar eens met de omslag daarvan: die is gespiegeld! Gevoel voor humor heeft hij ook.

Bloemlezen-verboden-.JPG

Op de laatste bladzijde van De essentiële Martinus Benders staat:

Dit is een bloemleesvrije publicatie. Uit dit werk mag niet worden gebloemleesd, nu niet en in de toekomst niet, ook niet als de auteur hiertoe toch toestemming verleent. Help mee een bloemleesvrije toekomst te creëren en steun het Fonds der Kritiek – voorvechters voor duurzame literatuur en een canonvrije maatschappij. Waarop hij na een witregel besluit met De dichtbundel is de iris van de participatiesamenleving.

Ik mag Martijn Benders wel….

Bert BEVERS

www.martijnbenders.nl

www.fondsderkritiek.nl

Partager cet article
Repost0
27 mars 2014 4 27 /03 /mars /2014 12:00

 

In samenwerking met de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen (VVL) organiseert dichteres Nicole Van Overstraeten volgende week een dameslezing in artistiek café Den Hopsack. Volgende schrijfsters lezen uit hun recent werk: Christina Guirlande, Melissa Leboeuf, Lut Natens, Annmarie Sauer, Ann Van Dessel en Renée van Hekken.

Donderdag 3 april, 20u30 (stipt), Den Hopsack, Grote Pieter Potstraat 24 te Antwerpen. Inkom gratis.

Partager cet article
Repost0
26 mars 2014 3 26 /03 /mars /2014 02:25

 

GoudenStrop

Op 15 maart wees ik hier op een bericht van De Spanningsblog waaruit bleek dat het aantal ingezonden titels voor De Gouden Strop gedaald was. De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek weigerde de lijst van de ingezonden boeken mee te delen. Ik vond dat verdacht en stelde de mijns inziens retorische vraag of de aanpassing van het reglement uitgevers deed besluiten af te zien van deelname dan wel minder titels in te zenden.

PeterKuijt.jpg

Mijn vermoeden wordt nu bevestigd door Peter Kuijt die een paar uur geleden onomwonden stelde dat het nieuwe reglement van de Gouden Strop “uitgevers parten speelt”.

'Het nieuwe reglement van de Gouden Strop heeft ertoe geleid dat uitgevers terughoudend zijn geworden bij het inzenden van thrillers. Sommige uitgevers zijn op de stoel van de jury gaan zitten en maakten vooraf een selectie. Dit blijkt uit een rondgang van De Spanningsblog langs uitgevers die in 2013 boeken instuurden voor de thrillerprijs.
De CPNB, die de organisatie van de Gouden Strop van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs (GNM) heeft overgenomen, heeft bepaald dat een uitgever voor elke thriller die hij wil laten meedingen naar de prijs 160 € 'inschrijfgeld' moet betalen. De uitgever van het winnende boek betaalt bovendien 1600 €. Het reglement is dit jaar ingegaan.'

Ziehier enkele reacties die illustreren dat sommige uitgevers op de stoel van de jury zijn gaan zitten (of in de toekomst zullen gaan zitten).

Uitgeverij Manteau trapte flink op de rem:

'Wij hebben een vijftal boeken ingezonden voor deze prijs, inderdaad wel een stuk minder dan het jaar daarvoor. Helaas willen wij liever niet de titels geven van de ingezonden boeken, omdat we daar eventueel auteurs mee voor het hoofd stoten.'

 

De Crime Compagnie heeft 'in overleg met de auteurs' vier titels niet opgegeven. 'Het ging hierbij om chicklitachtige thrillers. Gezien de winnaars van voorgaande jaren, heeft dat weinig zin.'

Uitgeverij ArtNik meldt dat de nieuwe spelregels 'tot de nodige discussies' heeft geleid en dat besloten werd slechts één titel te laten deelnemen. Ook uitgeverij De Leeskamer heeft 'na lang dubben' besloten slechts één titel in te sturen.

De Arbeiderspers had geen thrillers in het fonds die in aanmerking komen voor de prijs. 'Daarom zijn we nog niet in aanraking gekomen met de nieuwe spelregels. Maar we zullen zeker selectiever insturen als er een deelnamebedrag in rekening wordt gebracht, dat wel.'

Ellessy stuurde alle thrillers in ('om geen enkele auteur te benadelen'),'maar als we in de toekomst moeten bezuinigen nemen we wel in overweging om niet alle titels te laten meedoen.'

*

De Spanningsblog maakt vrijdagochtend 28 maart de longlist van maximaal twaalf titels bekend.

*

Tot slot een anekdote. Als jury-secretaris ontvangt Frank van den Auwelant de inzendingen voor De Diamanten Kogel. Hij weet te vertellen:

'In de brievenbus zat een nota van een pakket-bedrijf dat er twee pakketten voor mij in de klicko container zitten. En inderdaad de twee nieuwste inzendingen van Manteau' vond ik terug in de groencontainer.'

Henri-Floris JESPERS

http://spannings.blogspot.be

Partager cet article
Repost0
21 mars 2014 5 21 /03 /mars /2014 21:00

 

DriessenHeld.jpg

Martin Michael Driessen, Een Ware Held. Amsterdam Wereldbibliotheek 2013, 63 p., 9,90 €.

Bloeddorst effent het pad naar de eer. De slachtoffers zijn daarbij van geen tel: tegenstanders of eigen manschappen, het plan, en niets dan het plan, ook als dat pure zelfmoord betekent, daarop worden aanvoerders beoordeeld. In het China van de negentiende eeuw werden aangeduide “vrijwilligers” bij stadsbelegeringen een vaatje buskruit op de rug gebonden en dat werd vanop afstand tot ontploffing gebracht. Een koene dood, de keuze tussen een schot in de rug of een opgeblazen lichaam. Dappere krijgsheren die veilig beschermd het bevel daartoe gaven. In het Westen gold dezelfde minachting voor het leven van de gewone soldaat. Geen afschrikwekkender voorbeeld dan de film van Stanley Kubrick, Paths of Glory (1957).

Maar ook aan minder bekende fronten dan die we dit jaar herdenken in Vlaanderen en Noord-Frankrijk heerste de gruwel. De Nederlandse toneelregisseur Martin Driessen, bekend van Vader van God (2012), heeft een vrijwel vergeten, maar niet minder bloederig strijdperk opgediept: de gevechten tussen Italië en het Oostenrijks-Hongaarse rijk in de bergketens van Zuid-Tirol, aan de Grote Kanin waar nu de grens met Slovenië is getrokken. Net als in Kubricks film weigerden daar, bij de tiende van elf vergeefse slagen om de verdediging te breken, bij Caporetto in 1917, uitgeputte eenheden nog een uitzichtloze aanval op te zetten tegen de Oostenrijkers die zich boven op de Hermadaberg hadden ingegraven. De legende wil dat de bevelhebber van het tweede leger, generaal Luigi Cardona (1850-1928), zijn 'laffe', 'trouweloze', 'verraderlijke' troepen in rotten liet opstellen, en dat hij met de karwats elke tiende man aanduidde, en koudweg liet executeren. Een oude Romeinse en blijkbaar effectieve remedie.

Die ongeïnteresseerde hardvochtigheid is het thema van een schijnbaar tragische, maar vooral sarcastische novelle. Driessen sneert met zijn titel zowel naar de bevelhebber (die in werkelijkheid zijn troepen achterliet en toevlucht zocht in het veilige Padua) als naar de overlevende van twee broers, die hij al even cynisch Luigi noemt. De beschrijving beslaat maar een korte tijdspanne tijdens een sneeuwstorm op het Dolomietenplateau. 176 afgepeigerde soldaten slaagden door het omgeslagen weer niet in hun opzet om vijandelijke stellingen te veroveren. Cardona – die ook in de werkelijkheid een barbaar was, uitblonk in strategische blunders, en bevorderd werd tot maarschalk onder Mussolini – acht de gebruikelijke straf te licht, en besluit om de selectie van de willekeurig aangeduide soldaten te verstrengen. Eén op vier komt voor het vuurpeloton.

Cardona zit ver af en ziet het leed niet. Hij stuurt een ambitieuze luitenant in zijn plaats om de oorlogsmisdaad te laten voltrekken – wellicht gaat het om zijn rechterhand, Pietro Badoglio (1871-1956), de man die het later tot onderkoning van Ethiopië schopte, en in 1935 schaamteloos mosterdgas inzette tegen de manschappen van de negus.

Maar het is niet omdat het schering en inslag was tijdens de Groote Oorlog (ook maarschalk Foch had flink wat onschuldig bloed aan zijn handen, en Groot-Brittannië heeft nog maar enkele maanden geleden eindelijk zijn zogenaamde deserteurs - gekgeworden of door shellshock getroffen - in ere hersteld), dat een dergelijke misdaad tegen de mensheid moest goedgepraat worden. Na de tweede Haagse konferentie (1907) was er een sterke vredesbeweging gegroeid. Al eind 1914 waarschuwde de Zweedse afgevaardigde van het Permanent Vredesbureau in Bern voor afzondering van onwillige landen. Barbaarsheid strookt niet met de beschaving, schreef hij. “Het recht om oorlog te verklaren moet bijgevolg worden onttrokken aan de regeeringen. ‘Dat kunt gij bereiken door het gemeenschappelijk te willen’”, aldus N.A. Nilsson vanuit Örebro (Het Laatste Nieuws, 11 oktober 1914).

Daar liet das Militär zich niet aan gelegen. Cardona mocht op zijn hondsbrutale manier zijn troepen laten uitmoorden. Bij Caporetto alleen al verloor hij 157.000 soldaten, dood, gewond, gevangen. De bestormingen waren zo onzindelijk dat de Oostenrijkers de Italianen vaak waarschuwden om weg te blijven uit hun schootsveld. De winterse temperaturen lokten door al dat krijgsgewoel en kanonvuur ook talloze lawines uit. In Driessens verhaal krijgen ze wel een heel perverse rol toebedeeld: zwaar geschut veroorzaakt tijdens de aanwijzing van de ongelukkigen een sneeuwstroom, die vliegveld en bergkam dreigt te overspoelen. Helaas stopt de sneeuwberg op een paar tientallen meters van de opgestelde soldaten. De onderbreking doorkruist de berekende gok van de oudste broer, Beppo. Beppo, gewapend met mensenkennis en een soortgelijke ervaring na de zesde slag bij de Isonzorivier, had uitgedokterd hoe beide broers zich het best in de rij konden plaatsen om hun aanduiding voor de kogel te ontlopen. “De vraag was hoeveel kans ze zouden krijgen om zelf hun plaats te kiezen”.

Bijzonder onthutsend is dat de geestelijke én lichamelijke instorting van de schijtlaars Luigi (die niet kan lezen of schrijven en al helemaal niets begrijpt van Beppo’s berekening) en de sneeuwstorm het hele schema overhoop gooien. Daardoor trekt Beppo toch het slechte lot. “Beppo draaide zich niet om. Hij wilde tot het einde naar de grijze lucht achter de watertoren op de verre heuvel blijven kijken”. Want achter die vlakte ligt zijn huis, 400 kilometer verder, in Ligurië, en zijn vrouw, en zijn moeder die hij alle leed wil besparen, niet allebei de zoons mogen omkomen. Ironisch genoeg komt dat uit. Door bewusteloos te vallen redt Luigi een garagist uit Milaan, die echt als een Chinees vrijwilliger was ingelijfd: “Ik had me aangemeld als mecanicien bij de gemotoriseerde eenheden – en waar sturen ze me heen ? De verdomde bergen in, met dat geweer. Ze weten niet wat ze doen”. Door de redding offert hij wel ongewild zijn broer op.

Toch kunnen beiden zich met hun lot verzoenen. De ijzeren discipline heeft gelatenheid gekweekt. Onderwerping als kristelijke deugd, die Driessen symboliseert in een bijbels tafereel: het laatste avondmaal, in de vorm van het laatste blik sardientjes. De vermenigvuldiging der vissen is even onmogelijk als een ontsnapping (de verdoemde soldaten worden bewaakt door Italiaanse keurtroepen, de bersaglieri), maar de nakende dood gaat gepaard met de druipende olijfolie (“Het heilig oliesel is een sakrament”, dacht Beppo) en de zelfopoffering (Beppo, die geflankeerd wordt door de ongeïnteresseerde marxist – “Och, van een hostie word je ook niet zat” – en een schamele meubelmaker – “Bedankt”, mompelde hij; de slechte en de goede moordenaar). Het is uit goedheid, om de zorg voor zijn hulpeloze broer, dat Beppo een Kainsteken draagt – gevallen op een eg toen hij als kind zijn broer ter hulp schoot.

En de betrokkenheid helpt, zelfs in het bedrog. Luigi wordt als invalide ontslagen, blijkt kerngezond terug thuis te komen, trouwt de weduwe van zijn broer, krijgt een zoon die hij Beppo noemt. Die op zijn beurt fascist wordt, maar bij het overlijden van zijn vader een dankbriefje terugvindt van de garagist uit Milaan. “Hij was ontroerd omdat hij nu zeker wist dat ook zijn vader een oorlogsheld was geweest”. Zo simpel kan de dood zijn, zo simpel kan wreedheid zijn, zo simpel kan zelfbedrog zijn.

Niet de uitkomst van Driessens verhaal is wezenlijk, wel de gebalde, ingehouden manier waarop een omvattend drama nuchter gebracht wordt. De zinloosheid van militaire grootheidswaan, de omkering aller waarden als discipline primeert op menselijkheid, het beestig gedrag dat achter een vlekkeloos uniform schuilgaat, en de onstelpbare zelfverering van de hogere kaste die altijd ontsnapt aan de harteloze behandeling, de vernedering, en het ongeremde misbruik van de gewone man. Driessen heeft een kafkaiaanse parabel geschreven, maar zonder diens sombere, grauwe achtergrond. De zinloosheid heeft een diepmenselijk trekje gekregen, en dat maakt het des te erger. Deze novelle is de ultieme vorm van cultuurpessimisme. Maar daaronder smeult een grote liefde van de eenvoudige mens met zijn kleine zorgen, die het “grote plan” niet kan vatten. Hij wordt er ook doelbewust buitengehouden, hij wordt er ook slinks in ingeschakeld voor doeleinden die niet de zijne zijn. De ritselaar legt het altijd af tegen de bullebak.

Voorzitter Mau had het goed samengevat: “De macht komt uit de loop van het geweer”. Maar de liefde, die komt uit een goedkoop sardienenblik. Een Ware Held is een waar pareltje. En een blijvende waarschuwing. Toch biedt de werkelijkheid nog altijd een sprankeltje hoop. Ondanks de familie van ijzervreters waaruit de blaaskaak Luigi Cardona kwam, werd zijn eigen zoon, Raffaele, één van de kundigste kommandanten van het Tiroler verzet tegen de nazi’s na 1943. Maar omdat niets blijft zoals het is, verzettten de Duitstalige Tirolers zich vandaag de dag ook feller dan ooit tegen de rauwe italianisering die sinds Mussolini werd opgelegd. Uit de verkiezingsuitslag van eind vorig jaar blijkt dat ze snel opschuiven naar volledige zelfbeschikking. De Südtiroler Volkspartei, die gewoonlijk een ruime absolute tweederde meerderheid haalt, is onder de drempel van 50 % gezakt. Afscheidingsgezinde partijen haalden samen ruim 27 %. Ook dat is een onuitgesproken vermaning die in Driessens novelle sluimert. Wreedheid loopt uit op wrok, en wrok op nieuw bloedvergieten. De humane oproep van de Vredesbeweging uit 1914 is actueler dan ooit.

Lukas DE VOS

Partager cet article
Repost0
21 mars 2014 5 21 /03 /mars /2014 12:00

 

norman-levine.jpg

Norman Levine

 

De Canadese schrijver Norman Levine (1923 – 2005) ontwikkelde een onversierde, directe stijl van schrijven. Zijn teksten moesten op de lezer afkomen zoals de schilderijen van zijn vrienden, Francis Bacon en Patrick Heron, op de kijker inwerkten. Onmiddellijke relevantie was het doel. Hoe kaler de taal, des te meer suggestief.

Veelzeggend is Levines ontdekking van de ‘magie’ van taal. De schrijver (die op zijn twintigste via de Royal Canadian Air force in Engeland terecht kwam) hoorde aan het eind van de oorlog in Hyde Park (Speakers Corner) een Oost-Europeaan speechen.

"Vat the pipple vant . . . und vat the pipple get . . . ist piss."

De spreker had een overweldigend succes, merkte Levine hierover droogjes op, en de man begreep niet  waarom.

Het proza van Norman Levine omvat onder meer romans en verhalen. Er bestaan drie prachtige vertalingen in het Nederlands: Vanwege de oorlog (verhalen), Een plaats aan de kust (roman) en Op deze plek (verhalen). De boeken zijn alleen nog (met enige moeite) antiquarisch verkrijgbaar.

Levines poëzie is nimmer in het Nederlands vertaald. Drie dunne bundels zagen het licht, in een kleine oplage. Vrijwel onvindbaar.

Als door een wonder stuitte ik, surfend op het internet, op een handjevol gedichten. Een van de vondsten heb ik vertaald.

 

Wachtend op de geboorte van een kind

 

Ik zat daar te luisteren naar alle pijn in een stem

En keek hoe de hemel van zacht blauw werd

Zodat de huizen tevoorschijn kwamen uit de nacht, ik kon hun vensters zien.

En plotseling, vanuit het niets, schoot een klein zwart speelgoedding,

Een vogel, door het blauw, bereikte de telefoonkabel

Vlakbij het raam, ging zitten en floot.

 

De dichter schreef het vers eind maart 1957 voor zijn dochter Rachael.

 

While Waiting for the Birth of a Child

 

I sat there and listened to the suffering in a human voice

And watched the sky become a lighter blue

Until the houses stopped being black and I could see the windows.

And then, suddenly, out of nowhere, a small black toy thing,

A bird, fell against the blue sky, caught the telephone wire

Outside my window, balanced itself, and burst into song.

 

Norman Levine verbleef geruime tijd in Engeland. Hij maakte deel uit van de kunstenaarsgemeenschap van St. Ives (Cornwall). Zijn dochter Rachael (geboren in 1957) is beeldend kunstenaar en woont in St. Ives.

Erick KILA

Partager cet article
Repost0
20 mars 2014 4 20 /03 /mars /2014 17:20

 

RAESnieuwsbrief.jpg

In de bescheiden Nieuwsbrief LKHR ('Literaire Kring Hugo Raes') staan altijd interessante bijdragen te lezen. Zo bijv., in de jongste aflevering, het verslag van het panelgesprek 'Het boek in het digitale tijdperk' (moderator: Wim van Rooy.)

Bij het afscheid van Hugo hield communicatiewetenschapper (UA) prof. dr. Christ'l De Landtsheer (°1956) een gevatte en treffende toespraak waarin ze “drie magistrale maar totaal verschillende werken uit het oeuvre van Hugo” vermeldt, die haar persoonlijk het meest aanspraken: De vadsige koningen (1961, “vertolkt als geen andere gevoelens van unheimlichkeit”), Het smáran (1973, “een roman boordevol historische details over het tijdperk van de Katharen”) en De verwoesting van Hyperion (1978, “een maatschappijkritische fabel verpakt als een toekomstroman”).

De pas afgestudeerde Christ'l De Landtsheer kreeg in 1977 haar eerste job: ze werd aangesteld als assistente van Hugo Raes, persattaché van minister van Pensioenen Jos Wijninckx. 'Het werk op de twintigste verdieping van de kafkaiaanse WTC toren in Brussel Noord viel geweldig mee':

Het was een warm nest waarin ik mijn eerste job heb mogen doen en daarnaast een buitengewoon goede leerschool en een zeer interessante omgeving. […] Ik besef dat het van binnenuit leren kennen van de politiek voor mij uniek was en ik ben nog altijd zeer dankbaar dat ik deze kabinetservaring op zeer jonge leeftijd heb mogen opdoen. […] Na collega's te zijn geweest raakten Hugo en ik bevriend en […] zijn we altijd met elkaar in contact gebleven.

In die jaren 1977-1979, toen Hugo persattaché was, werkte ik ook in het WTC (dat ik zeker niet als kafkaiaans ervoer, maar integendeel als een van de meest comfortabele Brusselse torengebouwen), op de twaalfde verdieping, waar het economische maandblad Impact gevestigd was. Als ondervoorzitter van de VVL (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen) werd ik door voorzitter Bernard Kemp afgevaardigd om enkele “formele”, “technische” gesprekken met Hugo te voeren over de dreigende nadelige gevolgen voor schrijvers van de op tafel liggende pensioenhervorming. Uiteindelijk werden de knelpunten weggewerkt en kwam alles terecht. (Ook dat is een verhaal apart...)

Hugo kende ik van in de tweede helft van de jaren zestig, dankzij Hugues C. Pernath. Hij was toen een vedette. Sinds 1973 waren we bovendien collega's in de redactie van het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Net als Georges Adé was ik het met hem niet altijd over alles eens (hoe zou het ook kunnen...), maar knelpunten werden altijd in een open en kameraadschappelijk sfeer afgehandeld. We vergaderden in de raadszaal van het Persagentschap Belg te Brussel (gevestigd in het IPC – Internationaal Perscentrum). Na afloop kon ik af en toe, wanneer ik niet terug op de redactie van Impact verwacht werd, met Hugo terug naar Antwerpen rijden.

Nu ik dit schrijf denk ik terug aan Willy Vaerewijck, dichter, criticus, NVT-collega en directeur van Belga, aan wie ik veel te danken heb (zijn lemma op Wikipedia is onjuist en minder dan ondermaats).

Onderwerpen voor een boeiend essay: schrijvers en hun activiteiten en ervaringen in politieke kabinetten... (Hendrik Carette, Henri-Floris Jespers, Karel Jonckheere, Dirk van Bastelaere, Nic van Bruggen, Jooris van Hulle, Eugène van Itterbeek – een lijstje uit parate kennis, er ontbreken nog een paar, dat weet ik wel. Aanvullingen trouwens altijd welkom.)

Henri-Floris JESPERS

 

Nieuwsbrief LKHR, nr. 13, voorjaar 2014.

Lidgeld: 15 € er jaar; erelid: 30 € per jaar, te storten op rek. BE66 7330 4473 7743, met mededeling: “lidgeld LKHR 2014).

armand.nauwelaerts@telenet.be

Partager cet article
Repost0
18 mars 2014 2 18 /03 /mars /2014 04:59

 

227blog.jpg

Inhoud

Necrologisch

Frans DEPEUTER, Jan Hoet

Alive and kicking

Henri-Floris JESPERS, Clara Haesaert 90 jaar jong

Gedicht

Guido VAN HOOF, De verwondering

Column

Guido LAUWAERT, De trein der traagheid

Actualiteit

Erick KILA, Erfkwaad 2: Mali

Kritisch

Lukas DE VOS, Op het veld van oneer

Plastisch

Bert BEVERS, Mieke Robroeks in Den Hopsack

Theater

Guido LAUWAERT, Cyrano: rammelend rommeltje; 'Begin the beguine': de beste klassieker van deze eeuw.

Cinema Trivia

Bert BEVERS, Things to come; Belachelijke monsters.

Door de leesbril bekeken

Dameslezing; Thrillers: Gouden Strop en Diamanten Kogel; Catalogus Jan Scheirs nu ook in het Nederlands; Camiel Van Breedam en Roger de Neef: 'De laatste dag'; De Auteur; boeken uitlenen...; nieuwe bundel van Marleen de Crée

Colofon

Partager cet article
Repost0
15 mars 2014 6 15 /03 /mars /2014 10:20

Weblog De Contrabas verdient de volle, dagelijkse aandacht van literatuurminnaars (ja, een woord dat ik nog altijd koester, ouderwets als ik nu eenmaal ben). Chrétien Breukers publiceerde op 12 maart een bijzonder lezenswaardige bijdrage (met video) over Johan Derksen, het Boekenbal, schrijvers en ijdeltuiten, waaruit volgend citaat:

De cultuurhaat, echter, die van het gesprek afspat, is ranzig. Blijkbaar is het in een paar jaar tijd in alle lagen van de bevolking een soort recht geworden om ‘de elite’ minachtend tegemoet te treden. Waar er vroeger nog wel eens werd opgekeken tegen een schrijver (of kunstenaar), zijn ze nu allemaal ijdele types, en vormen ze samen het ergste gezelschap dat Derksen zich kan voorstellen. Terwijl hij er, met zijn uitgeverij, gek genoeg bij hoort. Hij is de kurk waarop een deel van de boekenwereld kan drijven, met zijn in elkaar geflanste ‘biografieën’.

http://www.decontrabas.com/de_contrabas/

*

Ach, ik ben geen onvoorwaardeljke fan van wat de zelfgeproclameerde 'culturele elite' vaak zonder hinder van enige dossierkennis hooghartig poneert (of napraat). Anderzijds stoor ik mij mateloos aan het domme, populistische commentaar in de 'sociale' media over de 'culturo's'. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het overlijden van Jan Hoet, de hoe dan ook verdienstelijke en internationaal erkende 'kunstpaus'. Soit.

DEAUTEURmaart14.jpg

In De Auteur, het driemaandelijkse tijdschrift van de VVL (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen) voert Frank Decerf verhelderende gesprekken met de winnaars van de Poëzieprijs van de stad Oostende, Erwin Steyvaert, Peter Mangel Schots en Rinske Kegel. Het tijdschrift is lezenswaardig, al was het maar wegens de altijd alerte rubriek 'De boekhouding', trefzekere recensies onder redactie van Bert Bevers.

BertBeversZP.jpg

Bert meldt mij wat volgt:

'Zonder een berichtje in de pers, zonder boe of ba: ARD en ZDFzijn zomaar ineens terug op de Belgacom-kabel! Allez, ik hoop toch dat het menens is en dat ze niet wat zitten te experimenteren. Heeft Angela Merkel haar invloed laten gelden?'

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
15 mars 2014 6 15 /03 /mars /2014 06:15

 

GoudenStrop.jpg

Hier dan een ingekorte versie van het bericht dat gisteren op De Spanningsblog verscheen. 


Er zijn dit jaar veel minder thrillers ingezonden voor deelname aan de Gouden Strop 2014, de prijs voor de beste misdaadroman. Waren er vorig jaar nog 106 boeken in de race voor de beste thrillerprijs, dit jaar zijn dat er volgens de CPNB 'slechts' 89. .

Een verklaring voor de terugval in het aantal inzendingen geeft de CPNB niet. Het kan zijn dat de malaise in de branche ertoe geleid heeft dat uitgevers minder thrillers op de markt hebben gebracht. Wellicht speelt ook de recente aanpassing van het reglement van de Gouden Strop een rol. De CPNB heeft bepaald dat uitgevers voor elke in te zenden misdaadroman een bijdrage van 160 € moeten ophoesten. En de uitgever van het winnende boek dient ook nog eens 1600 € 'voor promotiedoeleinden' te betalen. Schrijfster Loes den Hollander liet daarop weten haar boeken niet meer te zullen inzenden. 

Of het nieuwe Strop-reglement uitgevers heeft doen besluiten van deelname af te zien dan wel minder titels in te zenden, is niet bekend. De CPNB weigert namelijk de lijst met 89 titels 'te communiceren'. Wel laat de boekpromotor weten dat er dit jaar meer inzendingen zijn voor de Schaduwprijs, het beste thrillerdebuut.

Tot zover De Spanningsblog, 14 maart.

*

Of er minder thrillers op de markt werden gebracht is een objectief gegeven dat mits enige inspanning gemakkelijk nagetrokken kan worden.

Maar waarom weigert de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek de lijst van de ingezonden titels mee te delen ? Heeft de aanpassing van het reglement dan toch uitgevers doen besluiten af te zien van deelname dan wel minder titels in te zenden?

HFJ


http://spannings.blogspot.be



Partager cet article
Repost0
14 mars 2014 5 14 /03 /mars /2014 00:00

 

DSC09909.jpg

Kloksgewijs: Joke van den Brandt, HFJ, Lucienne Stassaert, Bert Bevers, Karin Lebacq

Zoals elke tweede dinsdag van de maand vergaderde de redactie van de CDR-Mededelingen eergisteren in het clubhuis. Naar goede gewoonte ging het er nogal informeel aan toe.Twee omstreden topics: de tsunami reacties op het overlijden van Jan Hoet en het initiatief een Belgische 'Dichter des vaderlands' aan te stellen. Een aantal knopen werden (uiteraard zacht) doorgehakt. Leidraad: we hollen de waan van de dag niet na. Documenteren en evaluëren...

Bovendien werd ingegaan op een belangrijke problematiek. Te lange bijdragen doen het minder goed op de weblog en verschijnen dus best eerst in het tijdschrift (elektronische of papieren editie) bestemd voor de betalende abonnees.

DSC09900-copie-1.jpgLucienne Stassaert en Bert Bevers

Zoals altijd leverde Bert Bevers een even evenwichtige als kordate bijdrage tot de discussie. No nonsense.

*

Vandaag ontvang ik de jongste aflevering van De Auteur, het driemaandelijkse tijdschrift van de VVL (Vereniging van Vlaamse Letterkundigen), opgericht in 1907. Onder de passende titel 'Dichten op een beslagen raam' heeft Erick Kila het over Eigen terrein,de bundel waarin Bert Bevers een overzicht geeft van vijftien jaar dichtwerk.

 

De titel geeft aan dat we te maken hebben met iemand die weet waar hij thuis hoort. Een precies dichter, die zijn poëtisch domein doelbewust vormgeeft en verinnerlijkt.

*

Ik heb de slechte gewoonte nogal genereus boeken uit te lenen. Ik weet nochtans beter, maar kan het niet laten. Met vrienden (meestal) geen problemen, maar studenten die bij mij te rade gaan, vervloek ik soms achteraf. Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa: ik moet maar nauwkeurig noteren wat uit huis gaat – en vooral: wie wilde ik laten delen in mijn enthousiasme of, ja, eruditie. Ik troost mij dan bij de ijdele gedachte dat ik een bescheiden bijdrage leverde tot de verspreiding van kennis...

Zo geraakte ik mijn exemplaar kwijt van de boeiende biografie van Rachel Baes door Patrick Spriet, die ik twaalf jaar geleden recenseerde in het Bulletin de la Fondation ça ira. Toen ik onlangs een bijdrage aan het schrijven was over Marcel Lecomte (die Rachel Baes goed kende en als eerste mijn aandacht vestigde op die meer dan eigenzinnige schilderes) merkte ik pas dat verlies op.

SPRIETbaes.jpgEen tragische minnares. Rachel Baes. Joris van Severen, Paul Léautaud en de surrealisten (Leuven, Van Halewyck, 2002, 328 p.) is een in alle opzichten meesterlijk werk. Patrick Spriet (°1954) heeft namelijk een behoorlijk aantal onuitgegeven bronnen mogen aanboren – niet alleen wat de schilderes zelf betreft, maar ook haar entourage – en wist ze bovendien voortreffelijk te contextualiseren.

Het boek is helaas niet langer leverbaar, maar zie! de wonderen zijn niet uit de wereld. Een paar dagen geleden ontving ik per post een exemplaar dat Patrick Spriet tweedehands wist te verwerven dat hij mij pro Deo schonk. Mijn dag kon niet meer stuk.

Waarom Een tragische minnares nog altijd niet verscheen in Franse vertaling, is mij een volkomen raadsel.

Henri-Foris JESPERS

(wordt voortgezet)

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche