Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
4 juin 2008 3 04 /06 /juin /2008 04:18

 
Poëzieavond

donderdag 12 juni 2008

 

gastdichter

Teun De Rycker

 

Inleiding en presentatie door Herman J. Claeys en Bart van Peer

na de pauze: VRIJ poëzie-PODIUM

begeleid door Frans Vlinderman en Bart van Peer

deuren 19.30 uur - aanvang 20.00 uur

gratis toegang

locatie: literair-artistiek café Den Hopsack

Grote Pieter Potstraat 24

2000 Antwerpen (centrum)

 

Dichter en voordrager, Teun Deert, heeft een rijke fantasie. Slapen doet hij met een koevoet naast zijn bed. Wat maakt het uit dat hij zijn lippen kleurt, zijn nagels verft. Hij heeft goud en zilver in een kluis en in zijn kop voortdurend een gekras, geschraap, gegraai, een vreemd geruis. De vloed komt op, de snelheid van een galloperend paard. Op krukken stamelt hij de duinrand op. Hij kijkt nog even om. Het is te laat. Of niet? Of wel?”

Het is zeker niet te laat om hem zelf aan het werk te horen.

Hij zoekt voor De Muzeval naar een podium met microfoon en lezenaar/muziekstandaard, of  een sinaasappelkrat in de hoek van een biljartzaaltje, al neemt hij met evenveel plezier genoegen met Den Hopsack als podiumlokaal.

Partager cet article
Repost0
4 juin 2008 3 04 /06 /juin /2008 03:11


Charles den Tex kreeg de Gouden Strop 2008 voor zijn boek Cel (Breda, De Geus, 2008, 411 p.), volgens de jury

 "een geheel volgens de regels van de kunst gecomponeerde politieroman. Een volbloed thriller, meespelend en actueel, grappig, indringend en vooral heel spannend".

Charles den Tex (1952, Camberwell, Australië) schreef sinds 1995 vijf thrillers, die alle vijf werden genomineerd voor de Gouden Strop. Hij won deze prijs al twee keer: met Schijn van kans in 2002 en met De macht van meneer Miller in 2006 (ook genomineerd voor De Diamanten Kogel 2007).

Op basis van zijn uitgebreide ervaring als adviseur in het bedrijfsleven heeft hij een eigen subgenre ontwikkeld: de bedrijfsthriller.

&

Charles Den Tex is geen onbekende voor de abonnees op de Mededelingen (cf. o.m. nr. 61 de dato 31 december 2005; nr. 75 de dato 31 juli 2006; nr. 79 de dato 30 september 2006).

&

Met De macht van meneer Miller (Breda, De Geus, 2005, 349 p.) schreef Charles den Tex een roman met internationale allures. Dat wordt gauw als oneliner ten behoeve van luie recensenten (een gemakkelijk citaat) aangereikt door promotiediensten van uitgevers, maar in dit geval verdient Den Tex echt beter. Nu de Nederlandse thriller aangetast wordt door een nieuwtijdse bloed-en-bodem virus die ravages aanricht, pakt Den Tex uit met een roman die toevallig in Amsterdam speelt maar waarvan het gegeven betrekking heeft op de kern zelf van de globale zogenaamde informatiemaatschappij.

De macht van meneer Miller is eigenzinnig, spannend, meeslepend, intrigerend, onderhoudend en eigentijds. Charles den Tex boort een problematiek aan die verder reikt dan de tijd van een leuke en meesterlijke thriller. Het boek verdient als antidotum gelezen te worden door de doorsnee internaut die, ongehinderd door dossierkennis of inzicht en verziekt door blindelings vertrouwen in de technologie, urenlang beaat zit te plankzeilen zonder te beseffen waar zijn informatie vandaan komt. Analfabeten in een beklemmende wereldbibliotheek waar zelfs Jorge Luis Borges niet over dromen kon.

De beklemmende mise-en-scène van internet en computers – de echte helden van De macht van meneer Miller – is, hoe angstaanjagend ook, qua realiteitsgehalte nog overtuigender dan de snelle actie, die gekenmerkt wordt door fantasie en een gezond jongensboekgehalte. Den Tex is een voortreffelijke stilist, die snel wisselende verhaallijnen stevig en wellustig in handen houdt en bij wijlen hilarische of haast stripachtige passages niet schuwt.

Henri-Floris JESPERS

Zie ook het bericht van 12 mei.

Partager cet article
Repost0
4 juin 2008 3 04 /06 /juin /2008 01:36

Nigeriaanse roots, Antwerpse decors

Chika Unigwe is geboren in Enugu, Nigeria. Zij emigreerde in 1995 met haar Belgische echtgenoot naar België, en heeft ondertussen een druk leven met vier kinderen in Turnhout, waar zij gemeenteraadslid (CD&V) is.

Ze behaalde het licentiaat in Engelse taal en literatuur aan de University of Nigeria, Nsukka, behaalde een post-graduaat aan de KU Leuven en doctoreerde aan de Universiteit van Leiden. Haar proefschrift is getiteld: In the shadow of Ala. Igbo women writing as an act of righting.

Chika Unigwe schrijft zowel fictie en poëzie als educatieve boeken. In 2003 won ze de BBC Short Story Competition met haar kortverhaal, "Borrowed Smile", een Commonwealth Short Story Award met "Weathered Smiles" en een Vlaamse literaire prijs met haar eerste Nederlandstalige kortverhaal, "De Smaak van Sneeuw." In 2004 was ze finaliste voor de Caine Prize met haar kortverhaal "The Secret." In 2005 was ze met "Dreams", een ander kortverhaal, finaliste voor Million Writers Best Online Fiction. Haar "Thinking of Angel" was ook genomineerd voor dezelfde prijs. Met "Confetti, Glitter and Ash" won ze de derde prijs voor de Equiano Prize for Fiction (2005).

Haar kortverhalen zijn op de BBC World Service, Radio Nigeria, en in andere radio stations van het gemenebest uitgezonden.

Haar eerste roman, De Feniks, (Meulenhoff / Manteau, 2005), de eerste roman van een Vlaamse immigrante schrijfster, gaat over de Nigeriaanse vrouw Oge die in Turnhout woont, en moet opboksen tegen heimwee, onbegrip, afstandelijkheid en tegenslagen zoals het verlies van haar zoontje. Thema’s als rouw, ziekte en eenzaamheid kwamen ook in haar kortverhalen aan bod.

In haar nieuwe roman Fata Morgana (Meulenhoff / Manteau, 2007) volgt Chika Unigwe vier Afrikaanse vrouwen, die op zoek naar een beter leven in het Antwerpse prostitutiewereldje van het Schipperskwartier terechtkomen.

Het werk van Chika Unigwe is ontroerend en gevoelig, maar ook scherp en spannend. Het leest vlot, en tegelijk beklijft het. Net als de personages in het boek wordt de lezer gedwongen om stil te staan bij de grote thema’s van het persoonlijke en maatschappelijke leven, zoals liefde, verlies, uitbuiting en emigratie.

Chika Unigwe leest uit haar werk voor op dinsdag 10 juni vanaf 20u30, en geeft ook graag antwoord op vragen vanuit het publiek.

De Boog, Café Rood-Wit, Generaal Drubbelstraat 42, Berchem (zijstraat Statiestraat).

Rookvrij tot na het optreden. Inkom: 3 €.

Reserveren noodzakelijk! via www.boog.be of tel 03/239.34.68

Partager cet article
Repost0
2 juin 2008 1 02 /06 /juin /2008 03:28

Op uitnodiging van de kring ExLibris spreekt Henri-Floris Jespers over Hugo Claus.

ExLibris: Henri-Floris Jespers spreekt over Vlaamse misdaadliteratuur. Rechtys: de onvermoeibare ExLibris-voorzitter John Bel.

Woensdag 4 juni 2008. Naar goede traditie is iedereen reeds vanaf 19.30 uur welkom in het lokaal: “Taverne Rochus", Sint-Rochusstraat 67 te Deurne. De lezing begint klokslag 21 uur.

In tegenstelling tot een vorig bericht kunnen geen plaatsen gereserveerd worden.

Partager cet article
Repost0
28 mai 2008 3 28 /05 /mai /2008 00:00

Warum geschieht nie, was man ervartet?

August Graf von Platen

 

Uiteindelijk dreig je verloren te gaan in een eindeloos spiegelgevecht, net alsof je niets te bewaren hebt dan een ogenschijnlijke identiteit, een vermeende tijdeloosheid, een leegte die slechts levensvatbaar wordt door deze gefragmenteerde weerkaatsing. Ze verloochen je gaandeweg de eigenheid die je vaak, omwille van nuances en lichtverschuivingen, voor illusoir hield. Te zeer verlies je het bewustzijn dat je geen echokamer bent, geen citaat, maar een creatieve tekst die zich feilloos ontvouwt, een stukje vrijheid –  inderdaad – dat zich geruisloos ontplooit. De kunst van de herleiding, de retoriek van de analyserende rede en de verleiding zinnig met componenten te goochelen, tasten ondermijnend de uitdrukking aan van de epifanie die je bent. De sluier van de begoocheling verhult de tastbaarheid van je aanwezigheid. Het geheel dreigt door de toevallige ontmoeting van een naaimachine en een paraplu op een operatietafel in een wankel evenwicht te komen. Geen kilte van chroom en staal en glas, geen verdoffing van klanken, geen golving van gebaren die verloren gaan in de grote verzachting des gemoeds. Geen ontbinding in factoren, spiegels aan scherven. Geen duizenden zonnen glinsterend op asfalt. Geen muziek als moederschoot, geen alcohol als nacht. Geen mist als macht van het mysterie. Neen. De klare kijk van een zonovergotene dag. De verticale middag. De man en zijn schaduw. De bliksem van een blank wapen verbrijzelt de schimmigheid van spiegels, verwijst de schichtigheid van schaduwboksers naar nacht en nevel. Het gebalde moment van de innige overtuiging. Het klare, duidelijke, oogverblindende witte licht van de esthetische ontmoeting. Tinteling van bloed, lijfelijk zelfbehagen. De nevelen van het Noorden verhullen mysterie noch inzicht, alleen de traagheid van lage landen, de landerigheid van vergeefs en onmachtig gemijmer. Onder de middagzon val ik met mijn schaduw samen.

*

Na vele lotgevallen zette Aeneas voet aan wal in Latium. In deze streek, op amper dertig kilometer van Rome, aan de vulkanische tweelingmeren van Albano en Nemi, bevinden zich de Castelli romani, bekend ook voor hun helaas niet te vervoeren, koppig, wit landwijntje. Al in de tijd van het imperiale Rome was deze streek een zomerse toevlucht – wegens het frissere klimaat: Albano, Genzano di Roma, Castel Gandolfo, Rocca di Papa, Velletri, Frascati, Nemi. De paus geniet er van een plek waar de Romeinse Caesars het goddelijke landschap aanschouwden.

Ver van ’s wereld geraas, in deze aan de godin Diana gewijde streek (het meer van Nemi wordt in de volksmond “de spiegel van Diana” genoemd) ga ik me soms bezinnen, in de stellige overtuiging dat de goden geen astronauten waren, doch gewoon voorname voorbijwandelaars in een van vruchtbaar licht doordrongen landschap.

De avond is fris, de wijn gekoeld en behoorlijk hartversterkend, de herinnering levendig aan zoveel antiek licht – een vanzelfsprekend antidotum tegen de steeds dreigende lokroep der Germaanse nevelen. Ik neem een boek ter hand (Albert is verdiept in de biografie van Montgomery Clift) en lees een gedicht van Aleksander Block, gedateerd 5 oktober 1914: “Ist diese Zeit auch fern, du bist mir nah, Antwerpen!” Toppunt van esthetiserend snobisme: in Velletri, aan de via Appia, in Duitse vertaling een Russich gedicht over Antwerpen lezen. Neen, gewoon het scherpe, onvermoede moment van het volle besef van een leven dat je eens zal moeten verlaten ) wat je hier helderder aanvoelt dan waar ook.

*

De goden zijn al geruime tijd gevlucht en de sterren zijn gedoofd. Engelen komen ons nog maar zelden bezoeken. De nacht van de beschaving heeft een wereld rijk aan mogelijkheden in zijn fluwelen doch e zwarte greep. Helden hebben hun geloofwaardigheid afgelegd en het tijdsgewricht kraakt te allen kante. In een tijdperk van lawaaierige dialoog en vrijblijvende inspraak heeft blijkbaar niemand meer de genadige gave te luisteren. Dit alles weerspiegelt zich feilloos in de kunst: politie- en spionageromans brengen antihelden ten tonele; filmprenten tonen verwarring en eenzaamheid; in de “grote” literatuur vervaagt het personage tot een anoniem krachtveld van elkaar ontmoetende – en meteen ook opheffende – spanningen; het theater huldigt een soort algebra der lichamen en de schilderkunst vermijdt angstvallig elke subjectieve, d.i. individuele betrokkenheid. De pletmolens der gelijkschakeling rukken onverstoord aan. In de plaats van de fierheid der vaderen wordt kleur-, smaak- en reukloosheid gesteld, met een vleugje gemeenschapsverbonden ultramontanisme. De palmen van de imperator worden roekloos toegekend aan een weifelende politicus die één concrete verwezenlijking op zijn actief heeft: de wet op de vogelvangst.

*

Soms is eenzaamheid een noodzakelijk antidotum tegen het rumoer en de razernij der dagen, een welkome vluchtheuvel in het immobiele middelpunt van de windhoos waardoor het leven genadeloos geteisterd wordt. Je voelt je dan plots thuis, in de afgeschermde ruimte waarin je nog slechts te kampen hebt met de vertrouwde demonen die je bewonen, in alleenspraak ook met de doden die je een leven altijd talrijker begeleiden – topt je zelf aan de laatste acrobatie toe bent, de ultieme overstijging van (of onderwerping aan) de wetten van de zwaartekracht. In de herwonnen orde van een middelpuntzoekende onbeweeglijkheid val je dan met je schaduw samen. Licht en nevelen, duisternis en schemer vervallen in de congruentie die je anders zo schaars is toegemeten. De heerschappij van de identiteit is een pakkende harmonie, een neervellende schoonheid waar je slechts met homeopatische doses tegen bestand bent – en dan nog… Je bent niet langer bekommerd om en bezig met de dingen, nog slechts bezorgd om het zijn, waarbij het gebruik van hoofdletters een kwestie van temperament is meer dan stijl. Het bliksemende ogenblik van de schoonheidsontroering is dan nog slechts van diep geconcentreerde, redelijke aard, wars van wellust en genot.

*

Drie hoofdmomenten in mijn verkenning van het Zuiden: de harde, jansenistische schoonheid van Niozelles Haute Provence –zowat veertien jaar geleden. Het Romeinse lucht in de Colli, aan het meer van Nemi en Albano; aan de Fontana di Trevi; in het Cemetero Acatolico. De brandende voorjaarszon in Torrevieja, bij Alicante.

Het pijnlijk scherpe en tegelijk ontroerende, geruststellende bewustzijn van de tijdelijkheid, de broosheid, de vluchtigheid der dingen.

In de noordse nevelen lijkt alles wel eeuwig en onbepaald. De mediterrane zon tekent scherp en feilloos een, vergankelijkheid niet te omvatten.

De mijmering wekt soms verlammend: je blijft roerloos staren naar de slang, als gehypnotiseerd door de lege doch fascinerende, onbeweeglijke blik die ongenaakbaar naar je ondergang wijst. Door de actie verschijn je nog slechts als zuivere beweging: het roofdierlijke zelfbehagen van de tijger die feilloos de jungle verdeelt volgens een bloedeigen geometrie.

Zo ben je zelf een zich continuerende arabeske tussen territorium en afgrond.

Mijmering en actie werken als drugs: bewustzijnsvernauwend, bewustzijnsverruimend.

Oppeppend en afkickend.

Henri-Floris JESPERS

 

 

Partager cet article
Repost0
27 mai 2008 2 27 /05 /mai /2008 04:43

Guy Vaes (°Antwerpen, 1927), lid van de Académie royale de Langue et de Littérature françaises, dichter en gewaardeerde romancier van Octobre long dimanche (1956), van L’Envers (Prix Rossel 1983) en van Les Apparences (2001), is geen onbekende voor de lezers van de CDR-Mededelingen (cf. o.m nr. 11, 3 november 2003, pp. 14-18; nr. 34, 26 oktober 2004, p. 2; nr. 103, 31 oktober 2007, p. 15). Hij was lange jaren beroepshalve journalist, eerst bij de Antwerpse kranten Le Matin en La Métropole, dan bij het weekblad Spécial en ten slotte bij de maandbladen Le Nouvel Impact en Le Crapouillot (Belgische editie). Tussen 1970 en 1979 publiceerde hij bijdragen over film in het weekblad Spécial, dat geleid werd door Pierre Davister, toen nog vertrouwensman van president Moboetoe. Dat Vaes’ beschouwingen niets aan actualiteit ingeboet hebben, wordt nu oogverblindend bevestigd door de enkele maanden geleden gepubliceerde bundel 111 films.

Wat mij bij het herlezen van die kronieken (die ik destijds gretig verslond) vandaag opnieuw treft, is de schijnbaar moeiteloze trefzekerheid waarmee Vaes een haarscherpe visie precies en soms precieus, maar altijd krachtig en toch genuanceerd weet te vertolken. Guy Vaes is vrij van vooroordeel en wars van “bon ton”. Hij is goed publiek, maar hij wantrouwt de superlatieven. De hoffelijke maar genadeloze manier waarop hij Morte a Venezia (Luchino Visconti, 1971) deskundig neerhaalt kan voortaan best als schoolvoorbeeld gelden. De bespreking van The Godfather (Francis Ford Coppola, 1972), geheel in het trage tempo en donkere tinten die ook de prent kenmerken, blijft na al die jaren beklijvend. En zo kon ik verder gaan. Uiteraard ging mijn aandacht eerst naar de films die deel uitmaken van mijn verleden: Apocalypse now (Francis Ford Coppola, 1979); Le Chagrin et la pitié (Max Ophuls, 1969); Il giardino dei Finzi Contini (Vittorio De Sicca, 1970); Ultima Tango a Parigi (Bernardo Bertolucci, 1972); Roma (Federico Fellini, 1972); The Exorcist (William Friedkin, 1973); La nuit américaine (François Truffaut, 1973); The Day of the Jackal (Fred Zinneman, 1973); Lacombe Lucien (Louis Malle, 1974); Murder on the Orient-Express (Stanley Lumet, 1974); Midnight Express (Alan Parker, 1977); Death on the Nile (John Guillermin, 1978); The Deer Hunter (Michael Cimino, 1978); Les Rendez-vous d’Anna (Chantal Akerman, 1978); Au nom du Führer (Lydia Chagoll, 1978); Een vrouw tussen hond en wolf (André Delvaux, 1979); The Warriors (Walter Hill, 1979)…

Journalistieke kritiek is veelal achteraf slechts interessant als tijdsdocument, en dan nog. De bijdragen van Guy Vaes (niet alleen zijn filmkritieken) dragen echter de onuitwisbare signatuur van de meester. Ze zijn bestand tegen de tand des tijds.

Dat is ook het geval voor de kunstkritieken van Ivo Michiels (in Het Handelsblad), Marc Callewaert (in Gazet van Antwerpen) en Nic van Bruggen (in De Nieuwe Gazet).

 

Guy VAES, 111 films. Chroniques de cinéma (1970-1983), Bruxelles, Le Cri / Académie royale de Langue et de Littérature françaises, 2007, 252 p., 26 €.

Partager cet article
Repost0
25 mai 2008 7 25 /05 /mai /2008 22:05

Een tekening van Lucien Meys (wiens werk mocht bogen op de waardering van Christian Dotremont) siert de eerste pagina van Inédit nouveau, een pastiche in pseudo-Japanse tekens van de reeks “je tu il” , door de tekenaar omgevormd tot “je tu îles”. De negatie als het ware van de stelling van de Elizabethaanse dichter John Donne: “No man is an Iland, intire of it selfe” (Devotions Upon Emergent Occasions XVII), waarop Paul de Wispelaere zinspeelde met de titel van zijn destijds ophefmakende roman Een eiland worden (Amsterdam / Antwerpen, De Bezige Bij / Ontwikkeling, 1963).


Lucien Meys (1936-2004) publiceerde het album Le beau pays d’Onironie (Tournai, Casterman, 1992), schreef scenario’s voor stripverhalen en was de vaste illustrator van de befaamde boekenreeks “Marabout Flash”. Paul Van Melle, de taaie uitgever van Inédit nouveau, publiceerde onder de schuilnaam Paul Vallène een spionageroman bij Marabout, Aller simple pour l’Anadyr (1964), waarvan de Nederlandse vertaling, Spionage in Siberië (1965) bij Bruna verscheen.

Inédit nouveau beperkt zich niet tot Franse poëzie. In de jongste aflevering komen, naast Belgische en Franse, ook Italiaanse, Braziliaanse, Duitse, Roemeense, Chinese, Venezolaanse, Argentijnse, Canadese en Algerijnse dichters aan het woord.

De beslist lezenswaardige redactionele stukken van Paul Van Melle getuigen altijd van een originele invalshoek, en zijn vaste stek “à tous mes échos” is een ware Fundgrube voor alle tekstueel geobsedeerden. Hij blijkt een trouwe lezer van de Mededelingen van het CDR. Over de afleveringen 115 en 116 schrijft hij wat volgt:

Qui a dit que les Belges ne s’entendent, ne s’écoutent, ne se parlent et ne se connaissent pas? La revue Mededelingen 115 et 116 sont la preuve du contraire. Les artistes et écrivains de toutes les régions du pays sont évoqués, traités, discutés et mis en valeur de la même façon. Avec bien sûr les flamands en plus grande quantité, mais les francophones sont bien présents. Il faut pour cela des rédacteurs au moins bilingues, ce qui ne se trouve pas sous le sabot d’un cochon. Ils sont rares, d’accord, mais il suffit de quelques-uns pour corriger le tir de nos politiques proches des petits singes qui se bouchent les yeux, les oreilles et la bouche ! Ici les éléments nouveaux apportés par Henri-Floris Jespers au sujet de « Van Ostaijen, Van Bruaene et Schirren » sont importants et éclairants. Les citations se font à chaque fois dans la langue originale ce qui est un compliment pour les lecteurs, même si je préfère tout de même des juxtas ! Des extraits du « Journal 2003 » du même me rappellent beaucoup de ce que j’avais oublié. Une citation de Jean Weisgerber reste de brûlante actualité : « Qu’attend-on pour éclairer la littérature néerlandaise par la française et vice-versa, pour en relever les analogies, les différences, les points de contact ? » Un peu plus loin, une simple allusion à Hugo Claus m’oblige à m’étonner que tant de critiques de haut vol, du côté francophone, aient si bien réagi à propos de sa mort choisie, alors que le silence accompagna tout au long de sa vie toute œuvre restée non traduite en français.

Van Melle stipt terecht aan dat Claus, “ce monstre de liberté totale”, in eerste instantie dichter was: “J’ai toujours estimé que sa poésie est cent fois plus importante que tout le reste de son œuvre.”  In een debat verdedigde hij destijds het recht van Claus de H. Drievuldigheid te incarneren in drie spiernaakte mannen (Freddy de Vree, Hugues C. Pernath en Bob Cobbing), wat hem door het publiek niet in dank afgenomen werd. In 1987 publiceerde hij in Inédit een bespreking van de Franse vertaling (door Paul Claes en Liliane Wouters) van Het teken van de hamster.

 

Inédit nouveau, no 223, juin-juillet-août 2008, 62 p., ill.

Deelname aan de kosten : 35 € voor 10 afleveringen te storten op rek. 001-1829313-66 van Paul Van Melle, 11 av. du Chant d’Oiseaux B 1310 La Hulpe.

Over Paul Van Melle, zie ook

www.caira.over-blog.com

Proefnummers van de Mededelingen van het CDR kunnen aangevraagd worden via

 hfj@skynet.be

Partager cet article
Repost0
23 mai 2008 5 23 /05 /mai /2008 23:55

Tja... Tachtig worden:

Laat me beginnen met al wie het nog niet is gerust te stellen. Tot nu toe zijn er vandaag nog geen meteoren uit de lucht gevallen en de grond is niet onder mijn voeten weggezakt. Het is een dag als een ander. Om 80 te worden heeft alleen maar de grote wijzer van de klok  om middernacht een klein sprongetje vooruit gemaakt.

Je wordt ervoor gevierd, gefeliciteerd. Gek genoeg, is het zowat het enige in je leven is waar je niets voor hoeft te doen. Als het een beetje meezit komt het vanzelf. Meestal dan nog aan een sneltreinvaart.

Het hoeft dus niet, zo’n viering, maar tegelijk kan ik het best smaken.

Ik ben vooral vereerd, dat het hier mag gebeuren, op het Schoonverdiep met een lofwoord van  de Burgemeester in eigen persoon, het betekent iets voor een Antwerpenaar, ik ben geboren in deze stad, ik heb er van begin tot eind school gelopen, ik heb er gewoond, ben er vervolgd geweest, heb in de vuurlinie gelegen, V-bommen op mijn hoofd gekregen, gewerkt, getrouwd, kinderen in grootgebracht, eigen en andermans successen gevierd en ik heb het dialect er van meegekregen. Voor dat dialect kan ik me niet schamen want het is mijn moedertaal. Ik heb, via de sport, gestreden om de naam van ´t Stad hoog te houden, en ik heb er over geschreven, meermaals.

Schrijven!

Gevierd worden omdat je geschreven hebt. Om wat je geschreven hebt.

Ook dat zou niet hoeven want het is een fascinerende bezigheid die zichzelf beloont. Het volstaat dat je in je zelf gelooft, dat je gelooft dat je meesterwerken schrijft en dat je met beide voeten op de grond komt als dat niet zo blijkt te zijn. Je leeft twee levens tegelijk, en zelfs als je in geen van beiden het eeuwige leven haalt, dan nog is de beloning ontzaglijk.

Die beloning is gelezen worden!

En uitgelezen.

Lezers die het lot van je personages vereenzelvigen met dat van henzelf.

Lezers die complete passages uit een van je boeken beschrijven waarvan je zelf nog nauwelijks iets herinnert.

Het enige nadeel aan schrijven is de afzondering.

Misschien daarom vroeg een journalist gisteren of ik veel vrienden had.

Te weinig, antwoordde ik, en ik dacht vooral aan al wie mij, soms vroegtijdig, vooraf is gegaan - want dat is de keerzijde van het geluk van ouder worden: afscheid nemen  - nochtans zo te zien heb ik niet te klagen.

Ik zie hier veel vrienden en mensen aan wie ik veel te danken heb, zoals Ludwig Callens, een havenmagnaat en steunpilaar voor kunst en cultuur is, zoals Serge Muller van Rex Diamond , de mecenas voor De Diamanten Kogel, zoals Henri-Floris Jespers (neen, verhinderd) en Marie-Paule Andries, zonder wie De Diamanten Kogel nooit zo’n hoog literair aanzien zou hebben verworven, ik zie Jeroen Kuypers, uitmuntend auteur en journalist en de stille kracht achter de wereld van het Spannende Boek, ik zie Mieke de Loof, de voorzitter van het Genootschap voor Vlaamse Misdaadauteurs, met vele van haar collega’s, die met en door haar voortaan meer wij en minder ik zullen denken, en ik zie golfpartners die vandaag hun geliefde sport een dagje terzijde hebben geschoven om mij met mijn nieuwe handicap te helpen leven, en ik zie Louca die niet Rita heet, en dan zie ik de belangrijksten van allemaal, degenen die ik niet heb genoemd, want zonder hem of haar zou dit feest geen feest zijn.

Bedankt allemaal, bedankt meneer de burgemeester, bedankt Eric, Johan en Wim, grote manitoes van Manteau en Standaard uitgeverij en bedankt Leen om dit te organiseren. Ik weet zeker dat als ik de vijfde keer mijn 20ste verjaardag vier jullie dit nog eens overdoen


 Bob Mendes en Henri-Floris Jespers op de Antwerpse Boekenbeurs

 

Partager cet article
Repost0
21 mai 2008 3 21 /05 /mai /2008 21:55

Voor de eerste keer krijgen ook thrillerauteurs steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren, nl. Patrick Conrad (Diamanten Kogel 2007), Bob van Laerhoven (Hercule Poirotprijs 2007) en Mieke de Loof (Hercule Poirotprijs 2004).

“Het is de eerste keer dat we van thrillerauteurs aanvragen kregen”, stelde VFL-directeur Carlo van Baelen vast.

Op 20 september 2007 organiseerde de vzw De Diamanten Kogel een colloquium in het Belgisch-Nederlands huis DeBuren te Brussel: “Thriller versus roman: kunstmatige scheidingslijn of familievete”.

Colloquium De Diamanten Kogel: aan de lunch, van l. naar r.: Likas de Vos, Carlo van Baelen

en Henri-Floris Jespers

Carlo van Baelen wees er toen uitdrukkelijk op dat misdaadromans met dezelfde criteria beoordeeld worden door de Adviescommissie als alle andere literaire romans. Hij erkende de noodzaak “de eigenheid van het genre te respecteren en te bewaken”, maar zag geen heil in een afzonderlijke beoordelingscommissie.

Carlo van Baelen en Charles den Tex

Carlo van Baelen riep de auteurs van misdaadromans om de proef op de som te nemen, en niet te aarzelen een aanvraag bij het Fonds te doen binnen de bestaande reglementering.


Partager cet article
Repost0
20 mai 2008 2 20 /05 /mai /2008 04:54

Bij de ontvangst van Bob Mendes op het Stadhuis van Antwerpen hield uitgever Wim Verheije een indrukwekkende toespraak, waarvan de tekst hierna volgt.

“De schrijver zelf was zichtbaar onder de indruk van deze freudiaans getinte analyse. De vele tientallen aanwezigen trouwens ook, want ondanks het feit dat bijna niemand kon zitten bleef het geschuifel en gekuch al die tijd achterwege”, aldus Max Moragie.

 
Laudatio

Wij kennen elkaar nu ruim 15 jaar. Mijn eerste voorzichtige stapjes in het literaire huis Manteau werden gelukkig vergemakkelijkt dankzij het succes dat jouw thrillers te beurt viel.

In 1993 win jij op een overtuigde wijze de Gouden Strop met Vergelding. Ik herinner mij nog als de dag van gisteren dat wij samen met Jeroen Kuypers en Jenny naar Amsterdam reden. Nadien in uitgelaten stemming naar het Hilton hotel waar we 2 flessen champagne dronken. Jij daarna nog naar Hilversum. De volgende dag had ik een brief klaar voor de Nederlandse boekhandel. 1.000 brieven heeft Manteau verstuurd en 5.000 ex. van Vergelding werden er uitgezet bij de Nederlandse boekhandel. Een dergelijk stoutmoedige actie zou ik nu niet meer overwegen in de overvolle thrillermarkt. Toen lag de wereld aan onze voeten.

Met De kracht van het vuur, jouw absolute meesterproef deden we het nog eens dunnetjes over. Ook dit grote epische relaas was van een internationale allure. De Gouden Strop jury besliste terecht ook De kracht van het vuur te bekronen.

Naar mijn bescheiden mening hadden er nadien nog 2 van jouw hoogtepunten bekroond moeten worden, nl. De smaak van vrijheid, jouw meest persoonlijke boek en De kracht van het bloed, jouw meest metafysische boek, met een sterke emotionele en spirituele lading.

Waarde Bob, het is niet mogelijk om bij alle 15 romans uit jouw rijke oeuvre stil te staan. Dat zou ons te ver voeren. Het gaat hier immers om een laudatio en niet om een hoorcollege, al zou ik dat laatste ook met plezier eens doen.

Sta mij evenwel toe om de 4 genoemde hoogtepunten, Vergelding, De kracht van het vuur, De smaak van vrijheid en De kracht van het bloed wat nader toe te lichten.

Bob, jouw geestelijk universum als jong volwassene werd vooral gevormd door de lectuur van schrijvers Jan de Hartog, Erich Maria Remarque, Leon Uris en Irwin Shaw. Grote vertellers die het thema van de vrijheid centraal stellen in hun werk. Zij schrijven grote epische romans, zoals jij later zelf zou gaan doen. Over oorlog, vlucht en vrijheid. De protagonist zoekt naar waarheid en rechtvaardigheid in een wereld die geteisterd wordt door verraad en bedrog. Waarom spraken deze auteurs jou zo aan? Hun morele boodschap appelleerde aan iets in jou waarvan je je misschien, althans toen niet, ten volle bewust was.

Sta mij toe dat ik even terugga naar de bange oorlogsjaren. Voor de inval van de Duitsers was vader Benjamin Mendes mede-eigenaar van een zeer goed lopende speelgoedzaak. Na een kortstondige vlucht voor de Duitsers, keert het gezin Mendes in november ’40 in het bezette Antwerpen terug. De zaak is door de Duitsers geconfisceerd, maar Benjamin Mendes blijft in de branche als vertegenwoordiger. Hij combineert deze reizende functie met diensten voor het verzet. In ’42 wordt hij opgepakt en uiteindelijk afgevoerd naar een concentratiekamp. Het gezin Mendes verneemt nooit meer iets van hun geliefde vader.

Ook Bob en zijn broer Henri worden opgepakt en samengedreven in een cinemazaal in Deurne, alwaar de laatste Joden op transport gesteld werden. Door een miraculeuze onbekende worden zij uit de groep weggeleid, de vrijheid tegemoet. Hun leven had even aan een zijden draadje gehangen. Weg zijn echter de onbezorgde jeugd en het harmonieuze gezin. De verdwijning van de vader zal het leven van Bob tot op vandaag blijvend beïnvloeden en sturen.

Zoals dat toen ging werd er over de verdwijning van vader niet meer gepraat. Het gezin ging gebukt onder dagelijkse zorgen: er moest gewerkt worden en werken dat zou Bob.

Hij zwoor dat hij carrière zou maken en met een ongeremde werkdrift maakte hij lange dagen in de meest uiteenlopende bedrijven en studeerde hij er 11 jaar lang in de avonduren bij totdat hij zijn accountantsdiploma haalde met de allerhoogste onderscheiding en een erg succesvol en internationaal opererend kantoor uitbouwde.

Het harde werken was niet alleen ingegeven door het streven naar materiële welstand. Het was ook ingegeven door een onverwerkt verlies van de beminde vader. Met het werk van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat verzet Bob zijn zinnen. Het overlevendensyndroom: de overlevende voelt zich schuldig dat hij nog in leven is en dit schuldgevoel wordt ingekapseld in het dagelijkse werkritme. Totdat de motor een keer sputtert en stilvalt. Dan volgt de schok der herkenning. De verdrongen schuldgevoelens zijn de voedingsbodem van de verbeelding van de toekomstige schrijver, de innerlijke motor. Alleen het schrijverschap kan verlossing brengen en uiteindelijk vrijheid.

Bob Mendes heeft eens gezegd "In mijn geest heb ik altijd geschreven. Ik heb altijd boeken gedroomd. Hoe ik mijn vader kon redden uit het concentratiekamp. Van het ogenblik af dat ik ben gaan schrijven, ben ik voor mezelf gaan leven". Op 56-jarige leeftijd in ’84 schrijft Bob de dichtbundel Met rook geschreven. De weggevoerde vader baant zich naar de oppervlakte en dit gebeurt nadat Bob al jarenlang een uiterst succesvol accountant is en wraak heeft genomen op zijn armoedige jeugdjaren. Het nooit verwerkte verdriet zoekt een uitweg en de schrijver Bob staat op.

Bob beseft dat hij pas werkelijk een innerlijke vrijheid verwerft als hij het onverwerkte verlies een plaats geeft. Plotseling beseft hij ook waarom de genoemde schrijvers uit zijn jonge jaren zo’n onuitwisbare indruk op hem maakten. De thema’s van vrijheid en knechting haken aan zijn eigen persoonlijke leven. Alles valt op zijn plaats. Het verzwegene wordt alsnog verteld en ook de zoektocht naar de half Joodse roots neemt een aanvang.

Daarom beste vrienden zijn de 4 genoemde titels zo intens belangrijk. Meer dan alle andere romans van Bob zijn zij de expressie van de queeste van Bob Mendes. De zoektocht naar de eigen identiteit. In de hoofdpersonages van deze 4 boeken heeft Bob alles van zichzelf gelegd.

Michel Moreels, de protagonist van Vergelding wordt ook ingehaald door zijn verleden en zijn handelen en zijn lotsbestemming kunnen verklaard worden doordat dit besef van de eigen afkomst plots doordringt. Moreels streven naar rechtvaardigheid en vergelding heeft aldus een diepere lading en innerlijke motivatie. Vergelding is zo niet alleen een spionageroman van internationale allure zoals de jury van de Gouden Strop schreef, maar ook een rijke psychologische roman.

Het verhaal van Simon en Sharon in De kracht van het vuur wordt eveneens op een huiveringwekkende manier verteld en ook hier zijn de personages op de vlucht voor hun verleden en tragische afkomst. Zij kunnen evenmin ontsnappen, noch aan hun eigen kleine geschiedenis, noch aan de onafwendbare loop van de gebeurtenissen op het wereldtoneel. Ook de figuur van hun tegenstrever Darius Radzi wordt uiterst krachtig neergezet in zijn niets ontziende streven naar macht. Bij het verwerven van die macht gaat het niet alleen over de heerschappij over de wereld. De machtshonger wordt onderbouwd door een sterk religieus ethisch besef dat bijna Messiaanse vormen aanneemt. Ook dit is een rode draad doorheen de 4 meesterwerken van Bob Mendes.

In ’99 verschijnt De smaak van vrijheid. De hoofdpersoon Megin Friedmann, het alter ego van Bob Mendes gaat letterlijk de hel van de concentratiekampen in om zijn vader te bevrijden. Dit is zonder twijfel het epos dat Bob bloed, zweet en tranen gekost heeft . Bij het lezen van dit tragische verhaal houd je als lezer geen droge ogen. Ik heb zelden zo’n meeslepende en dramatische pagina’s gelezen. De beschreven gevoelens zijn zo authentiek, dat voel je als lezer. De smaak van vrijheid is geen vertelling die achter de studeertafel bedacht is; je voelt als lezer de worsteling van de auteur die intrinsiek aanwezig is en je bij je nekvel grijpt. Dit getuigenis moest geschreven worden, en impliciet zat de hele thematiek van De smaak van vrijheid al in de voorgaande grote boeken verpakt. Het boek moest alleen "bevrijd" worden uit Bob’s innerlijke wereld. Zo maakt Bob ons tot een getuige van zijn eigen zoektocht en om met de woorden van Eli Wiesel te spreken: "Wie luistert naar een getuige wordt zelf een getuige."

Het laatste boek van het vierluik De kracht van het bloed verhaalt in romanvorm wat de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington heeft beschreven in The clash of civilisations. Alleen brengt Bob de botsing tussen 2 wereldvisies ook weer terug naar een menselijke schaal: hier zijn het twee halfbroers die tegenover elkaar staan. Uiteindelijk trekt de wijze Fariman aan het langste eind, hierbij geholpen door zijn mystieke overtuiging die hem grote innerlijke kracht geeft en een morele autoriteit. Bob, dames en heren, vind je voor een stuk terug in Fariman. Zoals Bob zich bevrijd heeft, zo heeft Fariman zich bevrijd. Met innerlijke kracht en wijzer geworden door de jaren.

Ik hield eraan, beste vrienden, om u deelgenoot te maken van mijn reflecties omdat ik u op deze memorabele dag wil duidelijk maken dat het schrijverschap van Bob niet gratuit was en is. Het is niet zo van "nu heb ik mij 40 jaar met cijfers bezig gehouden, nu zal ik mij nog eens 25 jaar op de letteren werpen". Bob’s boeken zijn uit nood geboren. Zij zaten in hem en hij heeft ze bevrijd. Niet alle titels hebben dezelfde innerlijke noodzaak, hoewel er in alle thrillers van Bob terugkerende leitmotieven zijn aan te duiden. De grote vier, althans in mijn beleving, zijn de noodzakelijke peilers van zijn schrijverschap en van de uitbouw van zijn persoonlijkheid. Daarom kun je over deze magistrale werken ook in metafysische termen spreken. Niet de concrete uitingen, maar de onderliggende boodschappen en de wijze waarop de diverse boodschappen met elkaar verknoopt zijn tot een coherent geheel van normen en waarden.

Bob is bij zichzelf thuisgekomen, hij heeft een onvergankelijk monument opgericht voor zijn vader en hij heeft ons, zijn lezers, boeken geschonken met een diepe betekenis en boodschap.

Bob, je hebt het jezelf niet altijd gemakkelijk gemaakt. Je ging tot het uiterste. Ook mij heb je het niet altijd gemakkelijk gemaakt. Je eist alles van jezelf, je eist veel van je omgeving in je streven naar perfectie, maar het resultaat is een machtig oeuvre dat voor mij en voor menig lezer een stepstone is. Wat Remarque was voor jou, ben jij voor mij: een monument en een waarachtig man met een krachtige boodschap van geloof, hoop en liefde die je hebt verwoord in De kracht van het bloed.

Van mijn vader kreeg ik ooit een prachtige novelle van de zeer getalenteerde Nederlandse schrijver en rechtsgeleerde Abel J. Hertzberg met de titel Drie rode rozen. Ik wens jou geloof, hoop en liefde toe. Geloof in jezelf en de kracht van het leven, hoop op nog een aantal mooie jaren in goede gezondheid met Jenny aan je zijde en liefde voor elkaar, voor jullie dochter en voor en van allen die jullie dierbaar zijn. Bob jij bent een man die ik bewonder en waar ik veel van houd.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche