Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
19 août 2008 2 19 /08 /août /2008 00:03

Antwerpen, omstreeks 1850. De gruwelijke moord op een jonge prostituee is slechts het begin van een reeks bloedstollende misdaden tegen de bewoonsters van de roemrijke rosse buurt aan de Antwerpse Riedijk. Adjunct-commissaris Sipido en inspecteur Pécher werpen zich in een wilde achtervolging maar de seriemoordenaar die zichzelf “de Engel” noemt, is hen telkens te snel af. Hij laat zijn slachtoffers steeds op dezelfde manier achter: verminkt door een afgezaagde voet.

Het ondernemende politieduo komt terecht in een onontwarbaar kluwen van crimineel rioolverkeer, schandalige (kinder) prostitutie en andere louche zaakjes. De Scheldestad van de 19de eeuw vormt het grauwe decor, met haar welig tierende prostitutie, kleurige artiestenmilieu en donkere stegen die menig geheim verbergen. Zelfs het stadsbestuur blijkt het niet zo nauw te nemen met de waarheid…

 

Jan Lampo (°Antwerpen, 1957), historicus (Vrije Universiteit Brussel) en journalist (De Standaard, De Nieuwe) is thans verbonden aan het AMVC-Letterenhuis in Antwerpen. Voor de reeks Musea Nostra van het Gemeentekrediet schreef hij in 1993 de monografie Het Stadhuis van Antwerpen. Hij publiceerde een tiental populair-historische boeken over Antwerpen (onder meer Vermaerde Coopstadt. Antwerpen in de Middeleeuwen, 2000; Het Vleeshuis, 2004) en een bundel boeiende opstellen over Antwerpse schrijvers (Antwerpen in letters, 2005). Hij gaf gastcolleges aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen en schreef scenario’s voor de VRT-televisiesoap Thuis.

Jan Lampo schreef een verhalenbundel en twee romans. De jongste daarvan is Emmeke (2001), waarin Emma Clément, de vriendin van Paul van Ostaijen, als hoofdpersonage fungeert.

 

 

Partager cet article
Repost0
18 août 2008 1 18 /08 /août /2008 20:51
Anderen hebben zijn carrière (al dan niet correct) in de media gereconstrueerd. Collega’s hebben afscheid genomen van “de grootste”. Hij werd bij leven uitgeroepen tot “theatermonument”. Maar gezelschapsdirecteurs en andere ambtenaren hadden hem gevangengezet in een krijtkring. Hij was een vreemdeling, hij werd gauw een banneling in eigen land. Maar het publiek bleef hem op handen dragen.

Mijn verste herinneringen aan Julien Schoenaerts: die onnavolgbaar lijzig uitgesproken opmerking in een Vlaamse film over het ‘négligé’ van een wulpse Ivonne Lex; een eerste ontmoeting aan een tafeltje in Casa Roca aan de Meir te Antwerpen (thans: C&A), waar grootvader me meegenomen had. Die eerste ontmoeting dateert van 1955. Julien was toen al een begrip. Bij de KNS had hij o.m. met Fred Engelen gewerkt (de regisseur wiens twee dichtbundeltjes geïllustreerd werden door grootvader). Ook in de kleinste rol was hij verpletterend.

In de tweede helft van de jaren zestig, toen hij in de Amsterdamse Stadsschouwburg bij de Nederlandse Comedie speelde, kwam hij soms in de (oude) VECU (toen nog met ingang aan de Wijngaardstraat) even binnenwippen om te pokeren. Dat ‘even’ dobbelen (in het Antwerps: ‘chapeau spelen’) duurde dan wel tot de vroege uurtjes. Om het halfuur kondigde Julien zijn vertrek aan. De (Amsterdamse) taxi wachtte geduldig.

Maar we zagen elkaar ook in minder profane omstandigheden. Zo herinner ik me levendig een lang theologisch gesprek met de toen al (in 1966 of 1967, bij de plechtige communie van zijn zoon Bruno) politiek bepaald niet-correcte pater Marcel Brauns S.J. (1913-1995), wiens doctoraat aan de Theologische Faculteit van de Sociëteit van Jezus te Leuven (Per modum intellectus, ut verbum) ging “over de leer van de voortkomst van den zoon door verstandsteling en haar juiste betekenis bij en naar den H. Thomas van Aquino”, een doorwrocht traktaat dat Brauns luchthartig afdeed als een “proeve van scholastieke helderheid”… De onstuimige jezuïet was gebiologeerd door het mysterie van de H. Drievuldigheid: Het geheim der Goddelijke Persoonlijkheden. Ja, dat was wel van aard om Julien te fascineren.

In 1970 ging Julien sympathie betuigen aan de stakende mijnwerkers in Limburg. Met Nic van Bruggen, Paul de Vree en enkele andere leden van het steuncomité dat we gevormd hadden om de stakers financieel te steunen, reden we naar de gelegenheid waar stakingsleider Gerard Slegers zijn hoofdkwartier had gevestigd. Was dat in Waterschei of in Genk, ik weet het niet meer. Maar dat Julien present was, vergeet ik nooit. We stonden al op het punt huiswaarts te keren, toen Schoenaerts plots de indrukwekkende rijen rijkswachters in gevechtstenue, ingezet om het “recht op arbeid” te waarborgen, waardig en rustig tegemoet wandelde. Het was al donker en er hing iets van mist in de lucht. Versluierd als het ware door de oranje gloed van de natriumlampen en de kille, grijze damp bij valavond, baadde het tafereel in een ronduit surrealistische sfeer. Op het ruime plein voor de ingang van de mijn schreed Julien traag voort, plechtig declamerend uit een Griekse tekst (was het toen al de apologie van Socrates?), op eerbiedige afstand gevolgd door zijn destijds onafscheidelijke, rijzige vleugeladjudant, de fluitspelende Cochius.

Julien woonde een aantal jaren in dezelfde herenwoning als Pruts (waar trouwens ook Nic van Bruggen en Luc Boudens ooit een appartement hadden en Hugo Claus een atelier betrok), zodat we in uitgesteld relais toch wel altijd in contact bleven.

In het begin van zijn gevulde carrière speelde hij in Herman Wouks Muiterij op de Caine een lichtjes gestoorde matroos en in Meeuwen sterven in de haven was hij een zwervende vreemdeling op de vlucht voor de politie. Hij schitterde in stukken van Beckett en Pinter, speelde Socrates en Kaspar Hauser.

Julien was een prille Maagd, een uitgebrulde Leeuw die het evenwicht van de Balans nog niet nastreeft. Karel Jonckheere stipt aan dat de Maagd zowel de diepten van het onderbewustzijn aftast als de hoogten probeert in te palmen. Dat is Julien op het lijf geschreven. Zijn hele carrière, zijn leven dus (hij was immers geen toneelspeler, hij leefde in een wereld die zijn domein was) stond in het teken van helle- en hemelvaart. Hij oscilleerde voortdurend tussen zweefvlucht en zwaartekracht, geraakt als hij was zowel door de vleugelslag van de saturnische melancholie als door de vuurpijlen van de stralende zon. Zonnekind en lunatieker tegelijk. Standvastig en wijs – en hulpeloos ook, in zijn drang om het kinderlijke te bewaren.

Hij was een zwervende vreemdeling, jawel. De media spraken van “psychische problemen”. Maar die zijn slechts de natuurlijke neerslag van een verziekte maatschappij die het hebben boven het zijn stelt.

“Een kleine man die een heel podium vulde”, inderdaad; een groot man die wist dat je als acteur (en ook als mens) “van alle onzekerheden zeker moet zijn, en van alle zekerheden onzeker”. Een mens die wellicht het geheim der persoonlijkheden doorgrond had.

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
18 août 2008 1 18 /08 /août /2008 08:13

Met Hugues C. Pernath, 1975.

Hugues had gedecreteerd dat ik hem vooraan bij elke lezing zou inleiden. Dat gebeurde o.m. tijdens een bijzondere les die hij op uitnodiging van prof. dr. R.F. Lissens op UFSIA gaf, tijdens zijn optreden in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel (thans vulgair: BOZAR) of hier, in 1975, tijdens een lezing op een middelbare school.

 



Albert Szukalski en Vic Gentils, 1978.

Dansers, licht en klaar om te vliegen, dixit Nietzsche.

 

75 jaar VVL: H.M. Koningin Fabiola, HFJ en Gouverneur Dries Kinsbergen, 1982. Op de achtergrond: Minister Hugo Schiltz en Renaat Ramon.

 

Receptie op het Stadhuis te Antwerpen, eerste helft van de jaren 1990. Van l. naar r.: minister Karel Poma, dr. Michel Oukhow, HFJ, Pruts Lantsoght en Joke van den Brandt. OP de achtergrond, in profiel: John Bel.

 

Presentatie van Heimwee naar de sterren, Provinciehuis, mei 2003. Pruts Lantsoght, HFJ en Hubert Lampo.

 

Laatste bezoek aan Hubert en Lucia Lampo, Grobbendonk, 20 november 2003.

 

Uitreiking van De Diamanten Kogel, De Ark, Antwerpen, 28 september 2006. Van l. naar r.:Laureaat Felix Thijssen, juryvoorzitter HFJ en presentator Kurt van Eeghem.

 

Laatste ontmoeting met Hugo Claus bij de opening van de herdenkingstentoonstelling Freddy de Vree bij Demian te Antwerpen, 27 oktober 2007.

Partager cet article
Repost0
18 août 2008 1 18 /08 /août /2008 06:22

De 25ste verjaardag van de verschijning van Het Verdriet van België viel samen met het overlijden van Hugo Claus. In Septentrion brengt vertaler Alain Crugten in herinnering dat het boek meteen een bestseller werd in Nederland en Vlaanderen, maar dat dit fenomeen in Franstalig België onopgemerkt bleef, “preuve, s’il en était encore besoin, de l’indifférence en Belgique francophone à l’égard de la culture flamande”.

Ook de Franse vertaling werd een succesboek, niet alleen in Frankrijk, Zwitserland en Canada, maar ook in België. Na enkele maanden bleek Le Chagrin des Belges (Paris, Julliard, 1985) het grootste succes ooit in de geschiedenis van de Belgische boekhandel.

Vu l’âpreté et la mesquinerie des luttes linguistiques en Belgique, on peut apprécier à sa juste valeur le fait que ce soit le plus grand écrivain flamand de notre temps qui ait ainsi passionné les francophones, pourtant toujours si prompts à dénigrer ce qui se fait dans le nord du pays

Crugten blikt terug op zijn wederwaardigheden met de Parijse uitgever (die het typoscript kennelijk niet las) en vooral diens correctrice die geen enkel begrip had voor de uiteenlopende taalregisters:

Les plus épatantes de ses retouches concernaient les soliloques de la grand-mère du héros, Mèreke. Ma « correctrice » prétendait mettre dans la bouche de cette brave femme inculte des imparfaits du subjonctif ! Il fallut donc que j’eusse bien de la patience pour avaler ces parisiennes couleuvres.

Le Chagrin des Belges is opgenomen in de collection Points, Paris, Seuil, 2003.


Septentrion, revue trimestrielle, 37e année, 2008, no 2, 112 p., ill., 10 €.

Abonnement 2008 (4 nummers).

Belgique: 39 € op rek. 000-0907100-53 van « Ons Erfdeel vzw », Murissonstraat 260, B 8930 Rekkem.

Nederland: Postbank 1084298.

Partager cet article
Repost0
17 août 2008 7 17 /08 /août /2008 03:03

Vernissage tentoonstelling van Suzanne Olieux: monumentale kunst in glas en textiel.

Jan Walgrave, conservator van het provinciaal Museum Sterckxhof opent de expo, VECU, 3 juni 1977.


 

Karin Lebacq, Jef Meert, Alain Germoz, Renaud, Marcel van Jole, Ivo Raes en HFJ, KBC Torengebouw, Panoramazaal, februari 1997.

 

Jan D’Haese, Alain Germoz, HFJ en Fine Ideler-D'Haese, KBC Torengebouw, Panoramazaal, februari 1997.

 

Bart Vonck en Luc Boudens, KBC Torengebouw, Panoramazaal, februari 1997.

 

Lezing over Paul van Ostaijen: Herman J. Claeys leidt HFJ en Kris Kenis in, Muziekdoos, Muzeval, 10 augustus 2000.


Partager cet article
Repost0
15 août 2008 5 15 /08 /août /2008 23:51

Vandaag verscheen de 122ste aflevering van de Mededelingen.

 

Inhoud

 
Kritisch

Henri-Floris JESPERS: Naar een herwaardering van de jaren vijftig?

 

Poëtisch

Hendrik CARETTE: Een laatste zelfportret met al mijn attributen

 

Prozaïsch

Jan VAN OOSTENDE: De Nightclub, de Singer en de Pater

 

Achteruitkijkspiegel

Henri-Floris JESPERS: Jozef Muls en Paul van Ostaijen

 

Misdaad loont

De Diamanten Kogel 2008: tiplijst

 

Door de leesbril bekeken

freespace Nieuwzuid: Hans Vandevoorde over Michel Bartosik.

Poëziekrant: Renaat Ramon over Hans Clavin.

Luckas Vander Taelen over Bart de Wever en ‘etnische epuratie’.

Manifesta 7: Luc Fierens.

Septentrion: Alain van Crugten over Het verdriet van België.

Zuurvrij.

Agenda

 

Partager cet article
Repost0
15 août 2008 5 15 /08 /août /2008 05:43

Van l. naar r.: Eleonore Vigenon (1938-2008), Patrick Conrad, Jef Geeraerts en VECU-voorzitter Gustave Breugelmans (1930-2007).Voorstelling van Gangreen 4, 1977.


 

Partager cet article
Repost0
14 août 2008 4 14 /08 /août /2008 07:08

Op woensdag 3 september wordt Mieke de Loof geïnterviewd door Jooris van Hulle. Het vraaggesprek begint klokslag 21 uur. Zoals gewoonlijk is iedereen al vanaf 19.30 uur welkom in het lokaal: “Taverne Rochus", Sint-Rochusstraat 67 te Deurne.

&

Mieke de Loof (°1951) is schrijver, socioloog en filosoof en werkte als wetenschappelijk onderzoeker, docent, chauffeur, dienster in een nachtkroeg en is Kyokushinkai-karateka.Mieke de Loof is voorzitter van het Genootschap Vlaamse Misdaadauteurs.

En niemand hoort je huilen (1982), een medisch-polemologische studie over de gevaren van een atoomoorlog, schreef ze samen met haar vader. Sinds 2000 werkt ze aan een cyclus van zeven misdaadromans, die zich afspelen in Wenen 1913-1919, met steeds dezelfde hoofdpersoon: Ignatz, jezuïet en geheim agent. Het eerste deel, Duivels offer (2004), werd genomineerd voor de Schaduwprijs (Nederlandse debuutprijs) en kreeg in 2004 de Hercule Poirot-prijs (prijs van de beste Vlaamse misdaadroman van het jaar). Labyrint van de waan (2006), haar tweede Ignatzroman, werd in 2006 genomineerd voor de Hercule Poirot-prijs.

&

Jooris van Hulle (°Beernem, 1948) is classicus (Katholieke Universiteit Leuven) Hij was leraar Nederlands en esthetica (1970-2004) en stafmedewerker letteren op het kabinet van de Vlaamse Minister van Cultuur (1995-1999). Recensent Vlaams proza bij Standaard der Letteren (1987-1995) en nu nog bij Leeswolf, Poëziekrant, Kunsttijdschrift Vlaanderen en Tertio. Naast een rits monografieën publiceerde hij o.m. Ik schrijf zoals ik schrijf. Vlaams proza 1980-1990 (1990) en Wilde inkt en ambrozijn. Vlaams proza 1991-1995 (1997). I.s.m. Riana Scheepers stelde hij de bloemlezing samen Verstaan my verlangste. Honderd liefdesgedichten in het Afrikaans (2003).

(HFJ)

Partager cet article
Repost0
14 août 2008 4 14 /08 /août /2008 00:00
Jan Berghmans en Walter Soethoudt, Antwerpen, 1973.

 

Saint-Rémy, Antwerpen, 24 juni 1979: “erit, erit illud profecto tempus…”

 

In gesprek met de (libertair-)liberale economist Henri Lepage, Brussel, oktober 1980.

 

Renaud naast een werk van John De Andrea, Parijs, 1985.

 In gesprek met Guido Lauwaert, na een bezoek aan Villa Jeanne, Edegem, 30 augustus 1994.

 

Met Youri Demeure (Jeune Peinture Belge) en diens broer Harry, Antwerpen, 1 juni 1995.

 

Walter Korun ( pseud. van Piet de Groof, « le général situationniste »), HFJ en Hendrik Carette, Brussel, 2000.


Partager cet article
Repost0
13 août 2008 3 13 /08 /août /2008 04:42

Paul Neuhuys, redenaar, 1967.

 

Paul Neuhuys rechts in spiegelbeeld. Op de achtergrond: Lydie Vaes en Georgette Neuhuys, 1967.


Uitreiking van de Trap-prijs, 13 mei 1976: Renaat Ramon, Carla Schot, Michel Bartosik en Maris Bayar.

 

Wilfried Adams in Gernika, 1 oktober 1983 – of 45 jaar later…

 

Bij de voorbereiding van mijn boek over Lambert Jageneau (Artis amore, 1994): Joke van den Brandt, HFJ en Kris Kenis, Ekeren, 1994.

 

HFJ gesprek met Michel Seuphor, 1996. Ik bracht mijn eerste bezoek aan Seuphor in 1968, kort nadat ik Metamorphosis van Paul Ibou (met een tekst van Ivo Michiels) uitgegeven had.


Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche