Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
3 octobre 2008 5 03 /10 /octobre /2008 06:28

Paul Neuhuys en Joris van Severen. Zie vorig bericht: 365 voetnoten voor Joris Gerits

Voetnoten bij p. 69-71, 170, 308 van 365 (Manteau / Meulenhoff, 2007).

 

▲Vrijdag 26 februari 1971: Fransschrijvende Vlamingen lezen poëzie in de privé-club VECU. Nic van Bruggen leidt Paul Neuhuys, Guy Vaes en Henri-Floris Jespers in. Tussen het publiek: Hugo Schiltz en de surrealistische collagist en fotograaf Leo Dohmen. Het klimaat van de Antwerpse microkosmos is altijd bevorderlijk geweest voor merkwaardige ontmoetingen.

Een halve eeuw eerder publiceerden Clément Pansaers en Theo van Doesburg, Henriette Roland-Holst en Charles Plisnier in Neuhuys’ tijdschrift ça ira (1920-1923), waarin het werk van Paul van Ostaijen, Frank van den Wijngaert, Eug. De Bock, Paul Verbruggen en Wies Moens besproken wordt. De gelijknamige uitgeverij publiceert Paul Joostens, Marcel Lecomte en Henri Michaux. Paul Neuhuys was een veelzijdige vakman, extreem aangetrokken door de extremen, poeta doctus begiftigd met de gave van de verwondering. Zijn oeuvre omspant een periode van zeventig jaar: van Belle Époque over dada tot concrete poëzie en OULIPO. 

 

▲Ruim twintig jaar geleden gaf Eric Defoort een lezing over Joris van Severen in de achterzaal van een (inmiddels verdwenen) taverne aan de Frankrijklei te Antwerpen. Je kon de Dinaso’s zo uit het publiek plukken: keurig gekleed, voorname houding, bedachtzaam en hoffelijk in de formulering van hun vragen of bedenkingen. Ik heb het hen vaak horen zeggen: “De Leider drukte een blijvende stempel op zijn volgelingen, gaf hen een gevoel van eigenwaarde”. Die stempel bleek echter inhoudelijk erg oppervlakkig: na de moord op de Imperiale Staatsman door de Franse soldateska verloor zijn aanhang elk houvast, en je vindt Dinaso’s zowel in de radicale collaboratie als in het verzet terug. De man die met Tagore en Oktober dweepte, de Vlaams-nationalist die groot-belgicist werd, de impliciete aanhanger van de leer der dubbele waarheid, heeft in sociaal en mentaal erg uiteenlopende kringen meer invloed gehad dan doorgaans bevroed wordt – denk maar aan Cobra Dotremont of Paribas Naessens.

Partager cet article
Repost0
3 octobre 2008 5 03 /10 /octobre /2008 04:41


Geen academische zitting maar een gevoelige viering op mensenmaat, gisteren, in de KBC te Antwerpen. Aanleiding: het emeritaat van prof. dr. Joris Gerits.

Prof. dr. Alain Verschoren, de kersverse rector van de Universiteit Antwerpen, onderstreepte in zijn welkomstwoord de wenselijkheid emeriti te koesteren en ze bijgevolg te blijven betrekken bij het onderwijs. Vice-decaan van de Faculteit Letteren & Wijsbegeerte (UA) prof. dr. Bruno Tritsman nam de gelegenheid te baat om, en passant, de sfeer van “onder professoren” ironisch op te roepen.

Uit het gesprek van uitgever Harold Polis met Joris Gerits bleek hoe beslissend de ontmoeting met de dichter Hugues C. Pernath voor de gevierde wel was. Als bijdrage tot de biografie van Pernath verwoordde Walter van den Broeck een sprekende herinnering aan een familiereünie in 1967. Carlo van Baelen wees op de uitzonderlijke verdiensten van Gerits als voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Aan de hand van onder meer een aantal verzen van Pernath bracht Peter Holvoet-Hanssen een subtiele en ontroerende vriendengroet in de vorm van een meditatie over het menselijk tekort; de dichter was kennelijk zelf aangedaan: hij overschreed de hem toegemeten spreektijd met slechts een vijftal minuten – une fois n’est pas coutume. Tot besluit van een laatste gespreksronde met Harold Polis bracht Joris Gerits bij wijze van levensles een citaat van Jorge Luis Borges en zong hij als dank voor de aanwezigen een lied van Orlando di Lasso. Tot slot werd  het eerste exemplaar van 365 voetnoten voor Joris Gerits aan de gevierde overhandigd door prof. dr. Piet Couttenier, voorzitter van het Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Nederlanden (UA).

De groep Kimiz (Christel Borghlevens, Filip Verneert, Roman Korolik en Johan De Baedts) bracht vrolijk weemoedige muzikale intermezzi met eigen composities en Jiddische, Turkse en Bulgaarse traditionals.

&

Omdat Joris Gerits in zijn beschouwingen over literatuur nauwelijks voetnoten gebruikt, kreeg hij nu aan het eind van zijn carrière 365 noten cadeau bij het dagboek dat hij in het voorjaar van 2007 bij Manteau / Meulenhoff heeft gepubliceerd onder de titel 365.

Het initiatief ging uit van Piet Couttenier, Matthijs de Ridder, Kris Humbeeck, Katrien Jacobs, Hubert Meeus, Gerd Segers, Patricia Stoop, Georges Wildemeersch, Frank Willaert en Dietlinde Willockx.

Uit 365 werden een vierhonderdtal lemma's geselecteerd. Potentiële medewerkers werden uitgenodigd om twee van die lemma's van een voetnoot te voorzien – liefst geen encyclopedische toelichting maar wel een puntige tekst met een persoonlijke insteek, indien mogelijk verbonden met de vele activiteiten of de persoonlijkheid van Joris Gerits. Hierbij werd de simpele regel gehanteerd: wie eerst komt, eerst maalt. Dat het coördineren van dit origineel project geen sinecure was, ligt voor de hand… Het resultaat is alleszins boeiend.

365 noten voor Joris Gerits verscheen als bijzondere aflevering van Revolver. Namens de initiatiefnemers schreven Katrien Jacobs, Matthijs de Ridder en Dietlinde Willockx een korte inleiding waar ze ongetwijfeld evenveel plezier aan beleefd hebben als de lezer…■

Partager cet article
Repost0
2 octobre 2008 4 02 /10 /octobre /2008 19:14

De Muzeval is een reeks poëzieavonden georganiseerd door vzw. Pipelines, elke tweede donderdag van de maand in literair café Den Hopsack, gelegen in het historische centrum van Antwerpen, Grote Pieter Potstraat 24.

Telkens leest een Vlaamse of Nederlandse gastdichter voor uit eigen werk, af en toe komt een dichterscollectief aan het woord. De presentatie en inleiding gebeuren doorgaans door Herman J. Claeys en Bart van Peer. Na de pauze is er een vrij poëziepodium waarvoor men zich ter plekke kan inschrijven voor een voordracht van vijf à zeven minuten.

Deuren 19.30. Aanvang rond 20 uur. Toegang gratis.

&

Naast deze reguliere Muzeval-avonden verzorgt vzw. Pipelines ook nog poëtische activiteiten, soms op andere locaties, als partner van een koepelorganisatie zoals Zuiderzinnen (Stad Antwerpen), Circa (Masereelfonds) of Gedichtendag (Poetry International en Stichting Lezen).

Signaleren we alvast de eerstkomende activiteiten:

Donderdag 9 oktober: Hommage aan J.M.H. Berckmans.

Van Jean-Marie Henri Berckmans (1953 – 2008, zie in memoriam, Mededelingen nr. 123, 31 augustus, pp. 3-4) zouden er nog postuum twee romans verschijnen, zo wordt gemeld: Sorry Naomie, Merci Kristien bij Meulenhoff/Manteau en een verhalenbundel bij de nieuwe uitgeverij Vrijdag met de titel Uit het Leven van eenen Wildzang & eene heftig claxonnerende vliegende Zottin..

Zondag 19 oktober, in het kader van CIRCA 2008 (Intercultureel interdisciplinair festival, 2de editie): poëziemiddag in café Le Poète, Dambruggestraat 44, 2060 Antwerpen, van 15u30 tot 17u. - Gratis toegang.

Treden op: De Antistresspoweet, Herman J. Claeys, Nana Dankwa, Sabine Luypaert, Roger Nupie, Bart van Peer, Silent Bear, Filip Van Beek, Frans Vlinderman, Frank de Vos. Presentatie en begeleiding: Willem Plugge & Herman J. Claeys.■

Partager cet article
Repost0
1 octobre 2008 3 01 /10 /octobre /2008 05:10

Redactioneel

Maanden geleden al poneerde IMF-topman Dominique Strauss-Kahn de onvermijdelijkheid van publieke interventie om de kredietcrisis de baas te kunnen (Financial Times, 7 april). Volgens de Britse zakenkrant waren echter de meeste politici, vooral in de eurozone, de mening toegedaan dat een uitgebreid overheidsingrijpen niet noodzakelijk is. Maandenlang legden gladde woordvoerders allerhande sussende verklaringen af die in mensentaal niet anders dan flagrante leugens genoemd kunnen worden. Ondertussen is het zover.

Om “chaotische en moeilijk beheersbare effecten op de markt” tegen te gaan, met andere woorden om uw en mijn bestwil, worden miljarden geïnjecteerd in financiële instellingen waar decennialang een ongebreidelde graaicultuur hoogtij vierde. De ergste crisis sinds de jaren dertig werd immers veroorzaakt door de twijfelachtige maar winstgevende technieken en financiële producten die door de banken zelf ontwikkeld werden. Het verlies wordt nu van aandeelhouder of marktpartij naar de belastingbetaler doorgeschoven.

En, ja hoor, er mogen geen extreem hoge vertrekpremies toegekend worden aan afgedankte managers. Een uiteraard terechte voorwaarde, daar niet van, ware het niet dat ze om louter demagogische redenen gesteld wordt.

 

Inhoud

Kritisch

Pius XII etcetera

Poëtisch

De Muzeval

Achteruitkijkspiegel

Prof. dr. Piet Tommissen: Tweemaal DaDa in vogelvlucht (II)

Misdaad loont

De Diamanten Kogel 2008: interview smet genomineerden; toespraken van Jos van Cann en Henri-Floris Jespers; laureaat Simon de Waal in de media.

  Door de leesbril bekeken

Matthijs de Ridder: Ouverture 1912; Nieuwsbrief Joris van Severen;  Franz Hellens: Carnets d’un vieillard : L’Âge et Moi ; Kevin Absillis over het prijzenspel; kwarteeuw Gierik; Pol Hoste over Sybren Polet; Letternieuws; Jan Geerts: de n van iemand.

Agenda

Partager cet article
Repost0
1 octobre 2008 3 01 /10 /octobre /2008 04:58


Van Jan Geerts (Hoogstraten, 1972) verscheen zopas de bundel De n van iemand. De dichter hanteert een zintuiglijke beeldspraak, kan speels uit de hoek komen en beschikt daarbij over de gave zonder zwaarwichtigheid een haast metafysische dimensie over te brengen in de alledaagsheid en over te dragen op de lezer. Zijn debuut, Tijdverdriet en andere seizoenen (2004) werd enthousiast onthaald. Hij bevestigde zijn talent met zijn tweede bundel, Een volle maan met onze handen ernaast (2005).

Jan Geerts publiceerde in de tijdschriften Deus ex Machina, De Brakke Hond, Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, Kunsttijdschrift Vlaanderen en Het Liegend Konijn.

Jan GEERTS, De n van iemand, Leuven, P, 2008, 62 p., 14 €.

Partager cet article
Repost0
30 septembre 2008 2 30 /09 /septembre /2008 03:56

Pas nu lees ik de feestrede die Pol Hoste (°1947) uitsprak tijdens de viering van de tachtigste verjaardag van Sybren Polet (°1924). Hij sloeg daarbij nagels met koppen.

Men moet het boek Het postmoderne uitgelegd aan onze kinderen van Jean-François Lyotard niet hebben gelezen om te begrijpen dat de hedendaagse roep tot vereenvoudiging van het taalgebruik in de literatuur voornamelijk getuigt van angst en wanhoop waarbij men zijn toevlucht zoekt in cultuurpessimisme en politiek totalitarisme. Men moet niet aan de universiteit hebben gestudeerd om in te zien dat een oproep tot minder academisme in de literatuur zich van een demagogische retoriek bedient om uiteindelijk ook de verkleutering te laten beginnen in de poëzie en het proza, nadat de essayistiek bijna geheel uit de literaire fondsen is verdwenen. Men moet niet door de spiegel van zijn eigen verbeelding zijn gestapt om in te zien dat een oproep tot meer realisme in de literatuur zich van een demagogische retoriek bedient om niet alleen de gedachtewereld van het literaire met de grond gelijk te maken maar vooral om te verhinderen dat deze literaire wereld verder richting zou geven aan de manier waarop de werkelijke wereld zich ontwikkelt.

De rede van Pol Hoste is te lezen op

http://www.literairtijdschriftparmentier.nl/

Partager cet article
Repost0
29 septembre 2008 1 29 /09 /septembre /2008 23:35

De naam Lambert Jageneau blijft in litteris onlosmakelijk verbonden met de geruchtmakende, meesterlijke en op sommige punten nog altijd raadselachtige mystificatie rond Jan Berghmans, destijds voorpaginanieuws in Vlaanderen en Nederland. In zijn zo pittig boek De verlakkers stelt Wim Zaal (1991) dat het zelden gebeurt “dat een vlechtwerk van mystificatie en plagiaat, waarvan de oplossing voor iedereen zichtbaar verwerkt is, toch jarenlang onopgemerkt blijft”.

De dichter Jan Berghmans (°1938) brak door in 1963: zo uiteenlopende critici als Paul de Vree en Hubert Lampo bezongen zijn uitzonderlijk talent, hij werd geïnterviewd door de BRT en Humo, en gold zowat als een literaire ster en dichtwonder. Tot Jaak Brouwers op 29 november 1967 in Het Laatste Nieuws de verrassende vraag stelde: “Is Jan Berghmans Lambert Jageneau?”. Op 1 december werd Berghmans ontmaskerd tijdens een voor hem bijzonder pijnlijke radio-uitzending in aanwezigheid van een deurwaarder – een verhaal dat in details verteld wordt door Jan van Rompaey in De koningin was in twee stukken. De zaak was nu aan het rollen. Op 16 december wijdde Vrij Nederland er twee volle pagina’s aan. Berghmans zou nu maandenlang spitsroeden lopen.

Ik heb dit verhaal zeer uitvoerig en gedetailleerd behandeld in Artis amore. Leven en werk van Lambert Jageneau (1994). Dat belet niet dat de rol van bepaalde literatoren uit de omgeving van Berghmans nader onderzoek verdienen…

Mystificator, kunstkenner, dichter en radioman Lambert Jageneau was een uiterst boeiende persoonlijkheid die bij wijlen niet aarzelde de waarachtige autofictie als biografische waarheid aan te dienen.

Niemand dan Joke van den Brandt is beter geplaatst om de man en de kunstenaar ten voeten uit op te roepen.

Kring ExLibris, 1 oktober 2008. De lezing begint klokslag 21 uur. Iedereen is al vanaf 19.30 uur graag welkom in “Taverne Rochus", Sint-Rochusstraat 67 te Deurne.

 Research voor Artis amore: Joke van den Brandt, Henri-Floris Jespers en Kris Kenis, Ekeren, 1994.

Partager cet article
Repost0
29 septembre 2008 1 29 /09 /septembre /2008 20:50

Vandaag ontvang ik de 100ste aflevering van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift.

Nummer 100 bevat de bijdragen van vijfentwintig auteurs. “Acht auteurs publiceerden in een ver of niet zo ver verleden in dit tijdschrift, acht auteurs verschenen recent, acht auteurs maken voor het eerst hun opwachting. En, omdat we het aan ons profiel verschuldigd zijn, brengen we één debuut. Drie keer acht. Plus één”, aldus redactiesecretaris Dimitri Bontenakel.

Hij onderstreept dat de toekomst een vraagteken is:  “Na honderd nummers staan we aan een kruispunt. We kunnen alle kanten uit en hoeven daarbij geeneens rekening te houden met de spelregels van mecenassen en andere stuurlui. Welk pad te bewandelen met 101?”

Nummer 100 wordt voorgesteld in het Letterenhuis (Minderbroedersstraat, 2000 Antwerpen op dinsdag 7 oktober om 19u30. Stichters Guy Commerman en Erik Van Malder worden in de bloemetjes gezet na 25 jaar Gierik. Voordien is er een ontvangst door schepen van onderwijs, economie en werk Robert Voorhamme op het Antwerpse stadhuis.

100 = 4 x 25 (= 3 x 8 + 1)

 

Partager cet article
Repost0
25 septembre 2008 4 25 /09 /septembre /2008 07:00

In de rubriek “Gedachte” van De Morgen (24 september, p. 20) legt Kevin Absillis uit waarom zoveel literaire bekroningen onder vuur liggen. Hij wijst daarbij op de felle kritiek op de Gouden Uil en de Diamanten Kogel. Zijn conclusie luidt onomwonden:

Hun impact en legitimiteit nemen juist toe naarmate het protest aanzwelt en de schandaalsfeer uitdijt (de Man Booker Prize en de Nobelprijs zijn de beste voorbeelden). Het prijzenspel lijkt uiteindelijk dus om één regel te draaien: iedereen wint, ook wie verliest. Zo bekeken is de Gouden Uil nog niet vleugellam en lijkt het evenzeer voorbarig om de Diamanten Kogel af te schrijven als een losse flodder.

*

Kevin Absillis (Duffel, °1980) studeerde Germaanse taal- en letterkunde (1998-2002) en internationale politiek (2002-2003) aan de Universiteit Antwerpen. Verrichtte van 2004 tot 2007 als wetenschappelijk medewerker van het Louis Paul Boon-documentatiecentrum onderzoek naar de geschiedenis en werking van de Belgische uitgeverij A. Manteau. Publiceerde hierover naast bijdragen in diverse tijdschriften het boek Een kleine uitgeverij van stand (L.P. Boon-documentatiecentrum / Demian, 2005). Organiseerde in februari 2006 samen met Katrien Jacobs (Studie- en documentatiecentrum Hugo Claus) het congres 'Van Hugo Claus tot hoelahoep. Vlaanderen in beweging (1950-1960)' [zie bericht 6 augustus]. Een selectie van de op dit congres gepresenteerde bijdragen verscheen in 2007 bij Garant. Absillis voltooide begin 2008 een proefschrift over de geschiedenis van uitgeverij A. Manteau: Literaire kwaliteit uit Arm Vlaanderen. Uitgeverij A. Manteau en de verzelfstandiging van het literaire veld (1932-1971).

Partager cet article
Repost0
23 septembre 2008 2 23 /09 /septembre /2008 19:39

Hellens (1881-1972) was gelieerd met Eddy du Perron, die model stond voor een personage uit Moreldieu (Paris, Albin Michel, 1946). Mijn belangstelling voor de Gentse meester werd echter in eerste instantie gewekt door Paul Neuhuys, die hem met Max Elskamp en Jean Cocteau rekende tot de drie schrijvers die hem daadwerkelijk op zijn levensweg in poeticis “begeleid” hebben.

 

Paul Neuhuys en Franz Hellens, La Celle-Saint-Cloud, augustus 1956

De publicatie van een tot dusver onuitgegeven werk van Hellens, hoe weinig weerklank dit ook vond, ervaar ik dus als een evenement.

Dr. Sourour Ben Ali Memdoub bezorgde de geannoteerde tekstuitgave van Carnets d’un vieillard : l’Âge et Moi, een manuscript dat ze ontdekte in de Koninklijke Bibliotheek Albertina te Brussel. Hellens zelf beschouwde dit manuscript als een « kapitaal werk », wellicht het enige waarin hij zijn grenzen bereikte.

Mevrouw Sourour Ben Ali Memdoub schreef niet alleen een verhelderende inleiding, maar selecteerde ook een aantal citaten uit teksten van Hellens rond dezelfde thema’s (tijd, ouderdom en dood) die ze de lezer gul als toemaat schenkt.


In Carnets d’un vieillard geeft Hellens de volle maat van de maestria van zijn beklijvend proza waarvan hij alle toonaarden feilloos bespeelt. Het gaat helemaal niet om een ars moriendi, maar integendeel om een les in levensintensiteit: “Vivre dans toute l’intensité de l’être”. 

Ik denk daarbij onweerstaanbaar aan Montaigne, Marcel Jouhandeau, Julien Green, aan beschouwingen die Marguerite Yourcenar zo overtuigend legt in de mond van keizer Adrianus en, natuurlijk, aan de beklemmende lyrische Chronique van Saint-John Perse en het stoïcijnse maar zo secure De Senectute van Cicero. Hellens bespeelt zowel de thema’s van Horatius (Eheu ! fugaces, Posthume, Posthume, labuntur anni...) als die van Cicero (Emori nolo : sed me esse mortuum nihil aestimo).

Hellens kan als schoolvoorbeeld gelden van de writer’s writer: gewaardeerd door zijn broeders in het vak, geïgnoreerd door het grote publiek, al werden zijn romans uitgegeven door de meest toonaangevende Parijse uitgevers. Hij was zich daar scherp van bewust. In zijn onuitgegeven dagboek noteerde hij op 1 januari 1972, minder dan drie weken voor zijn overlijden:

 « Dans dix ans, quand ma personne sera réduite à une poignée de poussière, on m’aura complètement oublié. Mes livres dormiront de leur belle mort dans la poussière des bibliothèques. Si, par hasard, un de ces ‘rats’ qui fréquentent ces cimetières, mettra la main sur l’un deux, le titre l’ayant surpris, il en feuilletera peut-être quelques pages, puis le reglissera dans sa tombe. »

&

Op de voorbeeldige site www.literair.gent.be wijdt dr. Nicole Verschoore (zie eerdere berichten) een indringende beschouwing aan Franz Hellens, waarin ze terecht onderstreept dat hij een romancier, dichter en essyist van internationale betekenis en bekendheid was.

Zijn werk verscheen inderdaad in meer dan twintig talen maar is in het Nederlands taalgebied nauwelijks bekend.

“Voorloper van het surrealisme in zijn literair proza en zijn poëzie, stichtte Hellens drie avant-garde tijdschriften Signaux de France et de Belgique, Le disque vert en Cahiers du Nord. Voornamelijk Le disque vert werd tijdens het interbellum een internationale draaischijf.

Door zijn belangstelling voor de droom en de fantastische wegen van de ervaring besteedde hij, lang voor het surrealisme, aandacht aan Freud en later ook aan Jung. Hij formuleerde de bevindingen van zijn 35 jaar omgaan met de droom in La vie seconde ou Les songes sans la clef (1945). De romans van Hellens steunen op juxtapositie, het samenbrengen van losse passages die ofwel een autobiografische evolutie tekenen (in Le naïf, 1926), ofwel de innerlijke ontwikkeling schetsen die een ontdekking wordt dank zij de droom en zijn thema's. Hellens reconstrueerde de dromen om ze begrijpelijk te maken in waaktoestand, hopende dat ze het verborgene in de zichtbare wereld en de intieme mens zouden openbaren. Op de diepere zin van de gebeurtenissen komt het aan. Mélusine ou la robe de saphir (1920) is hiervan een eerste voorbeeld. Er volgen meerdere romans en ruim tien bundels fantastische verhalen, Les hors-le-vent (1919), Réalités fantastiques (1922), Nouvelles réalités fantastiques (1941), Herbes méchantes et autres contes insolites (1961) ... tot de anthologie Contes et nouvelles (1977). Alle gaan in dezelfde richting als Le naïf en Mélusine.  

Was Hellens in de eerste helft van zijn leven voornamelijk prozaïst en uitgever van tijdschriften, in de tweede helft keerde hij terug naar de poëzie of schreef hij proza-meditaties over de hoge leeftijd en over de manier om intellectueel ten volle van het leven te genieten. In 1933 ontving hij de driejaarlijkse staatsprijs voor zijn verhalenbundel Fraîcheur de la mer.

&

De eerste geschriften van Neuhuys over Hellens dateren 1921. Zijn essay “Hellens ou la fantastique acceptation du réel” verscheen in december 1971, kort voor het overlijden van zijn vriend. In zijn laatste bundel, L’Agenda d’Agénor (1984) zal hij het eerste gedicht van de cyclus “Que sont nos amis devenus” aan Hellens wijden:

 

Franz Hellens

 

Excelle à déceler

la somme d’énergie d’un objet inanimé

jusqu’au fétichisme de Bass-Bassina-Boulou

 

            Sur le ponton du Steen

            haut lieu du monde

            mon grand ami des lettres

            évoque l’humour de Mélusine

            par des Conseils aux Inhumés

 

Dada n’était pour lui qu’un coup d’épée dans l’eau

 

            Et dans la forêt de Louveciennes

            je l’entends encore bougonner

            comme contre son gré:

            Aucune bête n’est sale

            seul l’homme est une sale bête

            qui s’obstine à salir sa furtive planète

(HFJ)

 

Franz HELLENS, Carnets d’un vieillard : L’Âge et Moi,  Clermont-Ferrand, Presses Universitaires Blaise Pascal, Collection Centre de Recherches sur les Littératures modernes et contemporaines / Textes, 2007, 228 p., 15 €.

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche