Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
15 novembre 2008 6 15 /11 /novembre /2008 01:49

Over Brâncuşi bestaat  een uitgebreide literatuur. De spirituele dimensie van zijn oeuvre werd reeds grondig verkend, waarbij veelal de nadruk wordt gelegd op zijn lectuur van Plato en van Milarepa. In een kort maar revelerend essay benadrukt bisschop Calinic de verinnerlijkte religieuze inslag, de διακονία van de beeldhouwer. Hij wijst overtuigend op de traditionele boerenethiek die in de aforismen van de kunstenaar tot uitdrukking komt en op zijn diepe en beslissende gehechtheid aan de orthodoxe liturgie, die uitvoerig gedocumenteerd is.

(Évêque CALINIC, Brancusi et le Psaume de la Création, éditeur Sorin Dumitrescu, Anastasia, 2003, 83 p. ISBN – 973 – 682 – 051 – 3.)

*

In een gedetailleerde biografie werpt Henry Kamen een revisionistisch licht op het optreden van Alva in de Nederlanden. Hij onderstreept dat het regime van Alva tienmaal meer slachtoffers maakte dan de Spaanse Inquisitie tijdens de heerschappij van Filips II. Hij voegt er echter meteen aan toe dat de autochtone Inquisitie in de Nederlanden nog meer anabaptisten executeerde. Hij legt er de nadruk op dat het daarbij minder ging om godsdienstig fanatisme dan wel om onderdrukking van de rebellie. Alva zelf vond het absurd de situatie in Vlaanderen te beschrijven als een campagne tegen de ketterij, vermits het grootste deel van zijn troepen bestond uit Duitse protestanten.Bovendien waren het merendeel van de edelen die hij tijdens de eerste maanden van zijn bewind vervolgde en van de steden die hij belegerde, katholiek. ( cf.The Times Literary Supplement, 26 november.)

(Henry KAMEN, The Duke of Alba, Yale University Press, 204 p., 22.50 £)

*

In 1675 werden de koffiehuizen in Engeland door Charles II in de ban geslagen. Zijn spionnen hadden immers het volgende gerapporteerd: “the common people talke anything, for every carman and porter is now a statesman; and indeed the coffee houses are good for nothing else. It was not thus when wee dranke nothing but sack and claret, of English beere and ale”. (Markman ELLIS, The Coffee House: A cultural history, Weidenfeld and Nicolson, 304 p., 18,99 £.)

*

De Caraïben kunnen alvast bogen op drie Nobelprijzen: Saint-John Perse (1960), Gabriel García Márquez (1982) en Derek Walcott (1992). Maryse Condé is een van de wereldwijd meest gelezen Franstalige auteurs. De Martinikaan Edouard Glissant was laureaat van de Renaudot, net als René Depestre (1988, Hadriana dans tous mes rêves), tevens laureaat van de prix Apollinaire voor zijn Anthologie personnelle. In Le métier à tisser roept Depestre (die in Cubaanse ballingschap leefde) zijn herinnering op aan Che Guevara en Nicolas Guillén en behandelt hij o.a. de « négritude » van Aimé Césaire en Léopold Sedar Senghor. In het essay Ainsi parle le fleuve noir spitst hij zich toe op de bijdrage van de blacks aan de westerse cultuur, waarbij de titel verwijst naar “la mémoire du grand fleuve noir que l’on a fait couler des Afriques aux Amériques. » In 1998 publiceerde Magazine littéraire een dossier ‘Écrire la Caraïbe’ met een beklijvende bijdrage van Depestre: « Partager avec tous la Caraïbe poétique et musicale que nous sommes », waarin zijn opvattingen over ‘le réel merveilleux’ de leidraad vormt.  Begin december hield Depestre een lezing in het literair salon van de Brusselse hoofdstedelijke bibliotheek.

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift vraagt nu onrechtstreeks aandacht voor de hier te lande zogoed als onbekende Haïtiaan. Kathleen Gijssels (Universiteit Antwerpen, Postkoloniale Onderzoeksgroep) promoveerde over de Franstalige literatuur van Martinique en Guadeloupe, meer specifiek over het oeuvre van Simone en André Schwartz-Bart In haar proefschrift situeerde ze hun werk in de veel ruimere context van Afro-Caraïbische en Afrikaans-Amerikaanse auteurs. Het was immers haar overtuiging dat het noodzakelijk is in een comparatistisch perspectief te werken, teneinde de Caraïbische literatuur als een cultureel-politiek en socio-historisch geheel in kaart te brengen, over de taalgrenzen heen. Als vice-president van de Society for Caribbean Research bereidt ze een internationaal en interdisciplinair congres voor dat in 2006 in Parijs zal plaatsvinden.

Op 30 september en 1 oktober nam Kathleen Gijssels in Limoges deel aan een internationaal colloquium plaats met als thema “Haïti, 1804-2004. L’indépendance d’Haïti et la construction d’un mythe culturel”. Dat was dan voor Micheline de Ridder de rechtstreekse aanleiding om een gesprek te voeren met Gijssels, waarbij de nadruk kwam te liggen op het ongemeen boeiend, revelerend en revolutionair oeuvre van René Depestre.

De bijdrage van Micheline de Ridder heeft slechts vage raakpunten met het thema van deze aflevering van Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift: “Debuteren? Dat is het einde…!” Zo’n onderwerp is vanzelfsprekend gefundenes Fressen voor gefrustreerden, navelstaarders en klaagmuurgangers (lees maar de bijdrage van Julien Vangansbeke), maar het valt hier nog mee, al word je zelden écht geraakt.

Chrétien Breukers (°1965), redacteur van de ‘Windroosreeks’ van uitgeverij Holland en van Rottend Staal, geeft enkele intelligente beschouwingen over het uitgeven van poëzie ten beste, en Jan Wyn publiceert een fascinerend, gelaagd verhaal, ‘Het canvas met organische vormen’.

Guy Commerman hekelt het beleid van het Vlaams Fonds voor de Letteren, waardoor een aantal tijdschriften nu ten dode opgeschreven staan. Hij slaat spijkers met koppen. (Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, 22ste jg., nr. 4, winter 2004. Kruishofstraat 144/98, 2020 Antwerpen, 128 pp., ill. 6 €. www.gierik-nvt.be)

HFJ

2004

Partager cet article
Repost0
12 novembre 2008 3 12 /11 /novembre /2008 12:28

Op zaterdag 15 november, Internationale Dag van de Gevangen Schrijver, organiseert het Writers in Prison-Comité van PEN Vlaanderen een avond met teksten van schrijvers die ooit in de gevangenis zaten of er nog steeds in zitten. Leden van het comité en PEN-bestuursleden lezen korte prozateksten en gedichten van hun minder fortuinlijke collega's.

Ze worden muzikaal begeleid door Martin Jansen.

Op het programma Anna Achmatova, Faray Bayrakdar, Breyten Breytenbach, Nazim Hikmet, Primo Levi, Jack Mapanje, Leonard Peltier, Ken Saro-Wiwa, Rodolfo Walsch, Tsering Woeser, Zheng Yichun en Zargana, u gebracht door Johan de Boose, Marleen de Crée, Mieke De Loof, Frans Denissen, Joris Gerits, Hilde Keteleer, Xavier Roelens, Annmarie Sauer, Karel Sergen, Lucienne Stassaert, Jeroen Theunynck en Ingrid Vander Veken.

Wim Geysen presenteert.

Plaats: AMVC Letterenhuis, Minderbroederstraat 22, Antwerpen

Aanvangsuur: 20 u - inkom gratis

Partager cet article
Repost0
8 novembre 2008 6 08 /11 /novembre /2008 21:11

Bij WPG-uitgevers te Antwerpen wordt op donderdag 20 november de nieuwe bundel van Leonard Nolens voorgesteld. Woestijnkunde wordt ingeleid door Piet Piryns, redactrice Mirjam van Hengel overhandigt het eerste exemplaar en Leonard Nolens leest vijf gedichten.

De uitnodiging vermeldt dat Nolens meer dan tien jaar had gewerkt aan zijn vorige bundel (Bres, bekroond met de VSB Poëzieprijs 2008).

“De voorbije drie jaar zocht hij opnieuw aansluiting bij de meer intimistische schriftuur van zijn vroegere gedichten. Het resultaat is Woestijnkunde. Ook hierin gaat Nolens het experiment niet uit de weg. Hij neemt risico’s. Daarzonder is dichten de moeite niet waard. Hij onderzoekt hoeveel autobiografische loslippigheid zijn poëzie verdraagt. Of zijn gedichten nu portretten schilderen van allang verklonken feesten in het ouderhuis, een recente openhartoperatie of een liefdespaar in Venetië, altijd garandeert een tegelijk lyrische en zakelijke toon de formele kracht van de noodzaak waaruit zijn poëzie ontstaat.”

Partager cet article
Repost0
7 novembre 2008 5 07 /11 /novembre /2008 16:02

Het essay van Piet Tommissen over “Dada in vogelvlucht” wordt in de jongste, lijvige aflevering van de tweewekelijkse Mededelingen van het CDR afgerond met een beschouwing over Dada in Nederland (zie ook nrs. 124, 125 en 126-127).

 

Redactioneel

Over de presidentiële campagne in de VS hebben werd alles en nog meer gezegd. De verleiding is natuurlijk groot daarop in te gaan, maar ik zal er aan weerstaan. U bent al genoeg om de oren geslagen met de geleerde uiteenzettingen van de professionele commentatoren…

CNN bracht de voortreffelijkste soap van het decennium. De moderne versie van een klassiek epos. Uitmuntende découpage. Feilloze regie. Boeiend spektakel. Niks zwart/wit, neen, kleurrijk en genuanceerd.

Sociale vrijheid zonder individuele vrijheid is slavernij; individuele vrijheid zonder sociale vrijheid is een privilege.Kan de nieuwe president dit tergende dilemma oplossen?

Met Barack Obama als president-elect is het imago van de VS al tot ongekende hoogten opgekrikt. Met Barack Obama als president zal het wereldleiderschap van de VS meer dan ooit krachtig bevestigd worden.

Ceterum censeo: Coca-Cola of Pepsi-Cola? Alleszins cola.

Inhoud

Gedicht

Hendrik CARETTE, Een openlijk vermaan aan een verborgen liefde

Dossier

De dood van het tijdschrift Gierik

Lezing

Joke VAN DEN BRANDT: Lambert Jageneau & de zaak Berghmans

Poëtisch

Prof. dr. Frans-Jos VERDOODT: dichter-steenkapper, dichter-kalenderscheurder

Caleidoscopisch

Brieven van Floris Jespers aan Roosje

Misdaad loont

Hercule Poirot-prijs: Deflo

Door de leesbril bekeken

Dimitri Verhulst en Louis Paul Boon

Achteruitkijkspiegel

Prof. dr. Piet TOMMISSEN: Dada in de Lage Landen: Nederland

Agenda

128

Partager cet article
Repost0
7 novembre 2008 5 07 /11 /novembre /2008 05:17

“Op de website Cutting Edge staat een recensie van het laatste boek van Dimitri Verhulst: Godverdomse dagen op een godverdomse bol. Dit boek zat gratis bij Humo van 23 september/ Het boek wordt in de recensie een “goed boek” genoemd. Man kan daar anders over denken: het is ronduit flauw! “Louis Paul Boon lijkt wel een bastaardkleinzoon te hebben” kun je lezen. Dat is ronduit beledigend voor Boon. Dit nogal opgeklopte werk wordt tevens vergeleken met de fenomenale De Kapellekensbaan… Een vergelijking die van geen kant past en dus absoluut niet opgaat.”

Bron: BoonBerichten. Mededelingen van het Louis Paul Boon Genootschap. Verschijnen naar hartelust. Nummer 49, november 2008.

Partager cet article
Repost0
5 novembre 2008 3 05 /11 /novembre /2008 11:15


Danny de Laet: Daar is de dader

Liefhebbers zullen blij zijn te vernemen dat Daar is de dader van Danny de Laet eindelijk opnieuw beschikbaar is. Deze derde, herziene druk van de “Vlaamse Krimi-bibliografie 19de en 20ste eeuw” is niet alleen een onmisbaar erudiet naslagwerk, maar ook best leuk om lezen: De Laet neemt immers geen blad voor de mond. Hier en daar moeten critici het ontgelden:

Ik heb het moeilijk met een kleurloze figuur als de allesbehalve joviale Jooris van Hulle die het met verbijsterend gebrek aan kennis heeft over “onbekende schrijverlaars” voor alles wat voor Jef Geeraerts werd geschreven; ik heb het moeilijk met de lugubere Hugo Bousset die dezelfde Geeraerts per se in het vakje van “triviale ontspanningslectuur” wil proppen omdat hij een pen kan hanteren en tegelijk volhardt in de boosheid misdaadliteratuur te schrijven.’

Uitgevers worden al evenmin gespaard: ze geven nog altijd “even lelijke boeken”, doen onvoldoende aan “begeleiding zoniet correctie”. Wat dat laatste betreft, verwijst hij met naam en toenaam naar Davidsfonds en The House of Books, en geeft één concreet voorbeeld, Het Madagascar-debacle van Benny Baudewyns, een boek dat krioelt van “fouten en onjuistheden”. De wel eens driftige Danny de Laet aarzelt niet het achterste van zijn tong te laten zien, bijvoorbeeld wanneer hij het heeft over het even snel opduiken als “terecht” even snel verdwijnen van nieuwe gezichten in het genre:

Soms is dat wel pijnlijk zoals in het geval van Alain Grootaers die én de misdaadliteratuur én het Vlaams Genootschap voor Misdaadauteurs in de kou liet staan, zodra hem de kans geboden werd elders zijn povere kunstjes te mogen vertonen: we hopen dat hij verder moge mislukken. Even pijnlijk (voor hem) maar ook potsierlijk is riooljournalist Freddy Michiels en zijn onnozel boekje Het Hollywood Complot […] Gelukkig zijn er ook meer serieuze pogingen, zoals die van P. Dewever, van J. Pierreux (alhoewel, hopelijk wordt hij geen tweede Aspe), van M. Maeren, van P.-P. Dirickx.’

In een bijlage komen Martha Cnockaert ofte Marthe McKenna aan bod, de legendarische Vlaamse spionne van wie geen enkel boek in Nederlandse vertaling is verschenen, en oorlogsmisdadiger Robert Jan Verbelen … die een “groot misdaadschrijver” had kunnen worden, dixit Danny de Laet.

Deze derde editie, aanzienlijk vermeerderd met misdaadtoneel, werd uitdrukkelijk aangekondigd als de laatste. Wel verscheen een Updating I.

‘Is 2004 het scharnierjaar voor Vlaamse misdaadfictie? Nog nooit verschenen er zoveel Vlaamse misdaadromans, nog nooit werden zovele televisiereeksen op de kijker losgelaten. Wie graag Vlaamse auteurs en series volgt, koopt zich arm aan (te dure en lelijke) boeken en DVD’s. Maar misschien is dit wel het keerpunt. Misschien gaat het nu bergaf en is het gedaan met de overvloed en de overdaad. Of misschien ook niet en wordt het nog erger…’

Bibliograaf De Laet telde vorig jaar 31 Vlaamse misdaadromans of bundels, waaronder een tiental debuten. Daarmee wordt het vorig record (25 titels in 2001) verpulverd. Met Manteau op kop (tien titels) waren drie uitgevers goed voor meer dan 60 % van de productie (Houtekiet: vijf titels) en Davidsfonds: 4 titels).

Van het tiental debutanten is er slechts eentje dat echt op waardering van De Laet kan bogen: Mieke de Loof (Duivels Offer, The House of Books), Hercule Poirotprijs 2004.

Freddy Michiels (Het Hollywood complot, Houtekiet) vindt geen genade in zijn ogen. Wie de plastische epitheta die De Laet voor hem (en voor Roger Schoemans en Jos Pierreux) over heeft wil savoureren, leest maar Updating I. Toch is De Laet bereid de debutanten krediet te geven – behalve dan Michiels.

Eigenlijk was 2004 geen goed jaar. Er was veel maar “dat compenseert niet het duidelijk gebrek aan kwaliteit, originaliteit en persoonlijkheid”. In 2004 geen John Vermeulen, geen Bob Mendes, geen Patrick Conrad, geen Piet Teigeler.

De Laet betreurt impliciet dat er slechts één bundel kortverhalen verscheen, nl. Spannende verhalen van Bob Mendes (Manteau), “één van de beste aanbiedingen van het jaar, met veel variatie, originaliteit en schwung geschreven”. Hij drukt zijn bewondering uit voor Aster Berkhof, “deze bijna 85-jarige veteraan [die] nog steeds op de bres staat”. Berkhof debuteerde in 1944, zestig jaar geleden, maar geen haan die er naar kraait:

‘Nee, geen huldiging, geen eerbetoon, geen speciale editie, kortom niks bijzonders. Het spreekt boekdelen (c’est le cas de le dire) over de mentaliteit van de Vlaamse uitgever […]. Uit de kranten verneem ik dat uitgever Houtekiet auteur Geeraerts voor zijn 75ste verjaardag extra in de bloemetjes en de belangstelling wil zetten met een speciale editie van zijn beste misdaadromans. Alors, deux poids deux mesures? Houtekiet, dat is toch toevallig ook de uitgever van Berkhof ? Die wordt dan ook maar 85, schrijft al zestig jaar misdaadromans maar is een speciale hulde niet waard. Houtekiet is een ellendeling.’

De uitgevers moeten het grondig ontgelden in het hoofdstukje “Alle uitgevers zijn lafaards”:

‘Is het heus zo moeilijk om eens te zorgen – ver van de begane paden – voor een degelijke presentatie van een boek […] ? Beseffen uitgevers dan zelf niet hoe lelijk hun boeken zijn en hoe weinig uitstraling die nu eens afgrijselijke dan weer banale covers hebben?’

Manteau, House of Books en BMP worden verbaal aangepakt door een kennelijk verbolgen De Laet, die ook niet te spreken is over Het vierkant van de wraak, het eerste album van Aspe, getekend door Patrick van Noppen.

‘Het beeldverhaal is in Vlaanderen al lang niet meer wat het ooit geweest is. Misdaadverhalen kwamen vroeger overvloedig aan bod in strips van Vandersteen, Sleen, De Moor, Clément, Buth, Pom en vele anderen. Daar blijft helemaal niets van over en wat dit jaar een lichtpuntje had moeten zijn, was niets anders dan een snel uitgedoofd vonkje toen De Standaard met veel poeha aankondigde dat de romans van Aspe nu ook in stripalbums zouden verschijnen. […] Wie dit koopt wil bedrogen zijn. Slecht getekend en helemaal niet spannend noch leuk om te volgen. De melkkoe Aspe op z’n smalst. Doe zo voort jongens, dan kan er nog gelachen worden in het Vlaamse medialand…’

De Laet nam ook de televisiereeksen scherp onder de loep: Zone Stad (“echt beneden peil”), Aspe (“redelijk aangenaam om te volgen”), Rupel (“een saaie reeks”), Flikken, (“leek na vijf seizoenen zo goed als leeggemolken maar wist zich anno 2004 schitterend te herstellen”), Witse (“een schot in de roos”) en De zaak Altzheimer (“helemaal een schot in de roos”).

HFJ

2004

Danny DE LAET, Daar is de dader! Vlaamse Krimi-bibliografie 19de & 20ste eeuw, Antwerpen – Brussel – Moscou, V.P.O.B., 2004, 111 blz., ill. Schriftelijk te bestellen bij de uitgever, Magdalenasteenweg 47, 1000 Brussel. Leveringstermijn: twee weken. Updating I, ib.

Partager cet article
Repost0
5 novembre 2008 3 05 /11 /novembre /2008 10:24


Onder de titel “Moord & Doodslag” brengt Kunsttijdschrift Vlaanderen een themanummer over misdaadliteratuur. Voor de omslagillustratie werd gebruik gemaakt van de ontwerptekening voor de trofee van De Diamanten Kogel door de internationaal befaamde conceptuele kunstenaar Wim Delvoye.

In zijn inleiding stelt Geert Swaenepoel terecht dat internationaal bekeken, misdaadliteratuur literaire allures krijgt en dat de scheidingslijn tussen literatuur en misdaadroman niet altijd even scherp te trekken valt. De tendensen in de recente thrillerliteratuur worden deskundig in kaart gebracht door John Vervoort, terwijl Tom Zwaenepoel het raadsel van de literaire speurder behandelt. De erudiete en eigenzinnige Danny de Laet gaat uiteraard de historische toer op. Hij brengt de eerste stappen van de misdaadliteratuur in Vlaanderen in herinnering en verkent een geheel verwaarloosd gebied, nl. de Vlaamse misdaadliteratuur tijdens de jaren veertig. Staf Schoeters schetst een overzichtelijk panorama van de thriller- en misdaadliteratuur in Vlaanderen na de Tweede Wereldoorlog.

Ik onthulde onder meer dat Gaston Brussens in alle ernst met de gedachte speelde professioneel uitgever van thrillers te worden.

*

Staf Schoeters stelt vast dat ‘Pink Poet’ Patrick Conrad (°1945) ‘enkele verdienstelijke en opvallend originele thrillers’ schreef, waaronder Limousine (1994), Louisiana (1996) en Cargo (2000) zijns inziens tot de uitschieters behoren.

Zijn romans zijn doordrongen van een surrealistische sfeer, waarin een zwoele erotiek wordt geserveerd met een vleugje decadentie en morbiditeit. De auteur bereikt poëtische effecten met een nochtans sobere en ironiserende stijl. Zijn hoofdpersonages zijn dynamische dromers, wier exuberant driftleven vaak aanleiding geeft tot geweld en existentiële crisismomenten’.

De voorkeur van Jos van Cann (Moordgids, Utrecht, Signature, 2004, p. 60) gaat naar Luwte (1998) en Good Morning Hoboken (1999) – maar ook voor dat laatste boek maakt hij een voorbehoud:

‘Het verhaal is niet spannend, wel aardig geschreven met een poging tot humor (‘journaliste Frie Lans’, dat soort). Maar de surrealistische hel die het omslag belooft, krijgt Conrad echter niet voor elkaar. Ook de echte spanning ontbreekt ondanks een scala aan elementen uit de donkere kant van het leven. Een thriller is niet de juiste vorm voor Conrad.

De aap van God (2002) werd wel genomineerd voor De Diamanten Kogel 2003. Dit merkwaardige boek kan gelezen worden als een groteske, een hoogst vermakelijke en vaak ontroerende liefdesroman, een tegelijk rauw en teder verhaal – kortom, een verademing in de vaak zwaartillende Vlaamse misdaadliteratuur. Eindelijk nog eens een misdaadverhaal waarbij de politie discreet op de achtergrond blijft en de veelal tragikomische protagonisten de plot van een heel andere zijde belichten, waarbij niets is wat het lijkt. De lotgevallen van de personages, een bende raak getypeerde, vaak amusante losers (losers zonder het zelf te beseffen – of zonder het te willen beseffen), worden ironisch, satirisch en met een vleugje ludiek, door een sterk menselijk inlevingsvermogen getemperd cynisme neergeschreven. Meer dan in Conrads L-trilogie (Limousine, 1994; Louisiana, 1996; en Luwte, 1998) ontleent het verhaal elementen aan de thriller; ze maken er de essentie niet van uit, wat echter geenszins afbreuk doet aan de langs lijnen van geleidelijkheid opgebouwde spanning. De lichtjes naar het surrealisme neigende ontknoping van dit intelligente boek vol vondsten, is verrassend en pakkend.

In Misdaad loont, het bescheiden naslagwerk dat hoort bij de 29 Vlaamse misdaadauteurs die tot april 2005 infiltreren in de openbare bibliotheken van Antwerpen (een boeiend carrousel van tentoonstellingen en lezingen) werd Patrick Conrad niet eens opgenomen. Samensteller Danny de Laet, jurylid van De Diamanten Kogel, brengt nochtans waardering op voor Conrads thrillers.

HFJ

2004

(Kunsttijdschrift Vlaanderen, jg. 53, nr. 302, september 2004, 264 blz., geïll., 10 € in de betere boekhandel.)

Partager cet article
Repost0
3 novembre 2008 1 03 /11 /novembre /2008 19:56

Ze was introvert, tuk op haar zelfstandigheid, vrij onverschillig tegenover haar compagnons en leek soms stuurs. Op het einde van haar lang leven werd ze milder. Tot op het laatste moment vocht ze verbeten tegen de genadeloze ziekte die ouderdom heet, gulzig en wellustig etend om haar falende krachten te ondersteunen, niet begrijpend waarom ik haar nét nu niét kon helpen.

In de vroege ochtend van woensdag overleed Natasja, “radarbesnorde, dubbelgepuntmutste, mevrouwogige poezin”, haast twintigjarige lapjeskat die de warmte van het bed gekozen had voor een laatste gesprek en vervolgens, uitgeput, waardig en discreet de laatste adem uitblies. Toen ik voor het open raam stond, haar warme lichaam ik de arm, dacht ik aan de “hemelse mevrouw Ping” van Fritzi Harmsen van Beek:

Het is nu beter te zitten zonder weemoed in

de rauwe geurige ochtendlucht, nu de zon nog

teder is en de gordijnen levendig in de goede

vrolijke wind.

De “zwijgzame zwakzinnige allerliefste” werd naast Chatty begraven in de geheime necropool aan de Schelde.

*

Raymond Chandler had in de jaren dertig een zwarte Perzische kat, Taki genaamd. Hij sprak het dier vaak toe als was het een mens en noemde het ook zijn secretaresse, omdat ze vaak zat op juist die bladzijde die hij nodig had. Ik weet niet of hij ze dan wegjoeg, maar ik vermoed van niet. Hij was een gentleman, en wist dat een kat belangrijker is dan een velletje papier.

*

“À fréquenter le chat, on ne risque que de s’enrichir”, schreef Colette.

15 december 2004

Partager cet article
Repost0
3 novembre 2008 1 03 /11 /novembre /2008 13:03


Als essayist en vertaler legde Pierre Garnier zich toe op het oeuvre van Nietzsche, Heine, Goethe, Novalis en Gottfried Benn (wiens Poésies complètes in 1972 in zijn vertaling bij Gallimard verscheen). Met Spatialisme et poésie concrète (Paris, Gallimard, 1968) stelde hij zich mee (met Henri Chopin) aan de spits van de internationale avant-garde. In die periode werkte hij mee aan twee Antwerpse tijdschriften, De Tafelronde (Paul de Vree) en Soirées d’Anvers (Paul Neuhuys). In december 2003 publiceerde de bijzonder veelzijdige maar niet minder rigoureuze dichter een nieuwe bundel “spatiale poëzie”, “constellaties”.

“Sans doute la fin rejoint-elle là l’origine.? Ces Constellations faites avec des points finaux – sans doute aussi des points initiaux – présentent l’idée de Mallarmé et la fin ouverte des poèmes d’Eugen Gomringer, appelés en 1953 Constellations.

Ces nouvelles constellations se veulent la clôture de la poésie écrite et son ouverture sur l’espace [...]. Ce dernier livre de poésie spatiale se présente donc comme un tour qui passe par la vie, la mort, le souvenir, et qui reprend infiniment son tour.”

Ongeveer gelijktijdig verscheen Ech catieu d’Pinkigni, voorafgegaan door een korte notitie over de spelling van het Picardisch. Door terug te grijpen naar zijn moedertaal en zijn kinderjaren (toen hij in het kasteel van Picquigny speelde), keert de dichter terug naar het jaar nul: “Peut-être maintenant une hâte de regagner l’année zéro, de laisser s’éclipser une humanité déjà étrangère qui poursuit son chemin”. Garnier was twaalf toen zijn moederstad Amiens in puin geschoten werd, en hij beleefde intens de puinhoop van de Europese beschaving: ‘Je tiens de toutes mes racines aux décombres. Je peux dire que ch’catieu de Picquigny et le picard sont des décombres auxquels je me cramponne’.

Zijn jongste bundel draagt als titel de naam van het nederige akkerviooltje (in het Westvlaams: passijntje), Viola tricolor, “dieser kleine wildwachsende Gedanke am Rand des Weges”. De farmacognosie leert dat het afkooksel of aftreksel van de viola tricolor arvensis in water of melk gebruikt wordt tegen de huidziekten (E. Paque, SJ). De viola tricolor (variabilis), driekleurig viooltje (fleur de la trinité, Stiefmütterchen, Heartease), werd vooral gebruikt als medicatie tegen de koorts en de krampen van heel jonge kinderen, zo leert ons Dodoens.

 De titel is goed gekozen. De dichter reist immers verder naar zijn prille jeugd, roept de koortsaanvallen van de geschiedenis op die zijn intellectueel leven mede bepaalden (het fascisme, het communisme, de teloorgang van het landelijke leven die de ecologische catastrofe aankondigt) en het daaruit voortvloeiende voortdurend vervellen.

le poète est mort de poème en poème

les poèmes sont de petite tombes

 

la mort commence vers les vingt ans

 

il est en lambeaux

il ne se souvient plus

 

“En ce monde d’échos et de reflets les nombres et les noms se répondent” – dat is zowat het thema van Le Jardin Japonais du Poète Yu, dat zich aandient als een semiologische meditatie over getallen, cijfers, waarden, chiffres en signaturen.

« Les chiffres sont si loin de l’image poétique qu’ils semblent exclus de la poésie – cependant les chiffres sont écrits comme les interstices, les scintillements et quand on les rapproche et qu’on les oriente, ils forment une image poétique : c’est avec évidence le cas du zéro, du un et du deux, il en va de même de tous les chiffres : sous l’éclairage des mots, ils donnent des images. »

 

Over Pierre en Ilse Garnier verscheen zopas een voortreffelijke studie van de hand van dr. Gaby Gappmayr.

Henri-Floris JESPERS

 

Pierre GARNIER, Les Constellations en 2002, Paris, Le corridor bleu, 2003, 182 p., 16 €. ISBN : 2 – 914033 - 13 – 3.

Pierre GARNIER, Ech catieu d’Pinkigni, Arras, Secondes Éditions du K., Collection « El Baroque Ducasse », no 5, 2003, 109 p. ISBN : 2 – 913934 – 05 – 6.

Pierre GARNIER, L’Alouette une litanie picarde,  Verderonne/ Reims, Éditions Dumerchez, 2002,  97 p. ISBN 2 – 84791 – 004 – 2 (A.D.N.) en 2 – 912927 – 69 – 2 (A.D.A.C.L)

Pierre GARNIER, Viola tricolor. Poèmes/ Gedichte, Rimbach, Éditions En Forêt/ Verlag Im Wald, 2004, 167 p., ISBN 3-929208-66-0.

Pierre GARNIER, Le Jardin Japonais du Poète Yu. Tome 2, Madrid, Ediciones del Hebreo Errante, 2004. Publicación de la Asociación Mitosemiótica. Design by Michael Yevzlin. English by Milagrosa Romero Samper.

Gaby GAPPMAYR, Sprache und Raum. Die Poésie Spatiale von Pierre und Ilse Garnier, Bielefeld, Aisthesis Verlag, 2004, 371 S., Ln., ill., 24,50 €. ISBN 3-89528-444-0.

Partager cet article
Repost0
3 novembre 2008 1 03 /11 /novembre /2008 04:35

In de promotiefolder van Tijdsnede wordt Wannes van de Velde (°1937) getypeerd als ‘artistieke duizendpoot’. De bundeling van enkele schamele verzen van de zoveelste dichter wordt meestal begeleid door dure en diepgravende woorden – zo hoort het nu eenmaal -, maar Wannes is een ‘duizendpoot’, ‘iemand die velerlei werkzaamheden verricht, zeer actief en handig is’ (Van Dale). In mijn persoonlijke perceptie past die karakterisering niet.

Velerlei werkzaamheden verrichten, zeer actief en handig zijn – dat alles heeft een connotatie van postmoderne oppervlakkigheid en haastig dilettantisme (in de pejoratieve betekenis van het woord). Niet voor niets betekent ‘duizendpoot ook ‘dienstmeisje dat voor allerlei diensten gebruikt wordt’…

Wannes is integendeel een taaie “vent” die jarenlang uiteenlopende disciplines grondig en hardnekkig verkend en geïntegreerd heeft, een toonbeeld van vakmanschap dat precies haaks staat op de handigheidjes van de idolen van de markt. In zekere zin is hij al altijd het slachtoffer van zijn bescheidenheid – en van zijn gebrek aan handigheid (wat een compliment is).

In Tijdsnede bundelde hij notities uit de periode 1994-2000 alsmede brieven aan en van zijn vriend de acteur Bob de Moor.

Een duizendpoot? Niks van. Een helder waarnemer van de verblinding van zijn tijdgenoten. Lees maar:

 

“Grenzen verleggen. Vernieuwend teater. Theatermakers die er voor gààn. Kunstencentra... De cliché’s liggen voor het rapen, ‘ze gooien er mee naar uwe kop’. Er wordt nogal wat afgelazerd zeg! En dat terwijl het zo eenvoudig kan, zo open en kwetsbaar. Wat valt er nog te bewijzen, wat is er nog te winnen? Een beetje macht? Kom nu. Ik heb zo genoeg van dit in zijn eigen verveling sudderende kleinburgerdom, met zijn uitvinders van het warm water, zijn kleermakers van de keizer.”

*

“De Kroonluchterconcerten van het Festival van Vlaanderen. Of hoe de muziek verkalkt tot kleinburgervertier, tot een ding, een iets waarmee de grootindustrie aan zichzelf een meerwaarde wil toekennen. Mogelijk is dat zelfs de hoofdreden van het bestaan van het hele festival: prestige. Kroonluchterconcerten! Godbeterthet. Geef mij de richel, de goot desnoods, maar duw me niet op de middenweg.”

*

“‘Dat of dat land levert voortreffelijke solisten af’. Zo wordt dat geformuleerd, alsof men een kunstenaar aflevert als ware hij een pizza.

Die term wordt ook vaak gebezigd in verband met literaire scheppingen: ‘Eriek Verpale leverde een nieuwe roman af’.

Het mercantiele denken bezoedelt het culturele jargon!

‘De nieuwe CD die Wannes Van de Velde afleverde…’

Ik word er altijd een beetje koud van. En opstandig. Maar tegen wie?”

*

“Het cultuurbeeld verburgerlijkt. De nieuwe Vlaamse bourgeoisie begint stilaan alles in te palmen met haar wissewasjes over lifestyle, creatief kokkerellen, actieve vakanties, trendy meubeltjes, cocoonen  en – o ja! – de mode.”

*

“De wereld volgt de krachten van zijn radeloosheid. Wij hebben goed prakkiseren over een nieuwe renaissance, het heldere, onbaatzuchtige zijn, ten dienste van de creatieve geest, maar sla het eerste het beste weekblad open, overschouw enkele minuten lang de moderubriek. Bekijk de creaties voor mannen. Je gelooft je ogen niet. Zo’n slappe onzin. Maar men loopt erin, in die valse boodschap van individualisme (kijk, zo ben ik). En die jongens doen maar, met hun ennui, hun katers van drie dagen, hun smoelen voor leêr op te kloppen. Bekijk de foto’s die geuren naar duur reukwater, haargel en zwarte poen, en heel in de verte zul je het hoongelach horen galmen van de demonen, die zich nog zo geen klein beetje amuseren met die goedkope hybris.”

Je zou willen blijven citeren uit Wannes’ Tijdsnede, ook al ter lering van de literaire kleermakers van de keizer en tot vermaak van de afstandelijke toeschouwer van het spektakel...

Bij (de erg actieve) uitgeverij P verscheen eerder Een wad in de tijd (1997), Flamencoschetsen (1997) en zijn vertaling van Amparo Cortés Met een lint vol jasmijnen (2003).

HFJ

 

Wannes VAN DE VELDE, Tijdsnede. Notities 1994-2000, Leuven, Uitgeverij P, 2004, 277 blz., 22,50 €. ISBN 90-76895-94-5

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche