Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
1 juin 2014 7 01 /06 /juin /2014 04:03

Dank zij de toegewijde hulp van de schilder Jan Scheirs ben ik eindelijk tegen heug en meug mijn omvangrijk fotoarchief min of meer aan het klasseren.

En wat kwam er nu weer uit die ogenschijnlijk onuitputtelijke toverdozen?

Mijn-ouders.jpgMijn ouders (eind de jaren 50)

NeuhuysMaes.jpg

In gesprek (1966, 1967?) met de dichter Paul Neuhuys en Sylvain Maes (boezemvriend, industrieel en collectioneur van werk van grootvader Floris Jespers)

PVOnijmegen.jpgLezing over Paul van Ostaijen (Universiteit Nijmegen, 1969, 1970)

GeerasertsenCo.jpgVecu, ca 1975 ( van l. naa r.: Eleonore, Patrick Conrad, Jef Geeraerts en Staf Breugelmans)

MetSpillemaeckers2001.jpgGesprek met Werner Spillemaeckers (Nieuwjaar 2001)

MetLampoPriuts.jpgIn het Provinciehuis met Pruts en Hubert Lampo (mei 2003)

*

Aan de hand van mijn dagboek kan ik die foto's precies dateren. Heeft nu geen belang, werk voor later... Net als het verder klasseren.

Ja, foto's als visuele aantekeningen...

HFJ

 

Partager cet article
Repost0
30 mai 2014 5 30 /05 /mai /2014 03:37

 

Philippe-Cailliau--foto-Bert-Bevers-.JPG

Philippe Cailliau (foto: Bert Bevers)


In de poëzie van Philippe Cailliau leeft de dood op een uitdagende manier en worden ziekte, liefde, toekomst en bederf eerlijk met de lezer gedeeld.

Ja, het leven is geen lolletje voor deze dichter uit 1954. Maar in zijn gedichten herstelt Cailliau des levens onbalans met subtiele bravoure. Hij deed dat al in Het boek nul (uitgeverij Kleinood & Grootzeer, 2013) en, potjandorie, hij flikt het nu opnieuw, en zo mogelijk nog achtelozer, in Niets verloren, de bundel die bijna gaat verschijnen.

Deze dichter verpoedert ziekte, melancholie en machteloosheid tot een ongewone smaakmaker en brengt je daarmee lekker van je stuk. Zijn gedichten hebben de innerlijke souplesse van liederen en de ironisch verbeten pijn van blues.

Omdat het Poëziecentrum Nederland heropent in Nijmegen is er van 14 t/m 21 juni een week van activiteiten in de nieuwe vestiging.

Op zaterdag 21 juni is er een aflevering van Ontmoet de dichter, met als gast Philippe Cailliau. Dichter en poëzie-animator Wim van Til, de drijvende kracht achter het Poëziecentrum Nederland, zal aan Cailliau vragen hoe het allemaal gekomen is. Een speciale poëzieprent (door graficus Gerrit Westerveld vervaardigd) met een gedicht van Cailliau wordt ten doop gehouden en het officieel in september te verschijnen Niets verloren zal onder de toonbank verkocht worden.

Het komt nooit goed, nooit goed, in nergens meer. Zo eindigt een van de nieuwe gedichten. Dit prachtig verwoorde inzicht beangstigt niet. Bij Cailliau geeft het troost.

Take it away, Phil!

Zaterdag 21 juni, 14.00 uur: Ontmoet de dichter, met Philippe Cailliau. Poëziecentrum Nederland, Mariënburg 29, Nijmegen

http://www.poeziecentrumnederland.nl/

Erick KILA

Partager cet article
Repost0
29 mai 2014 4 29 /05 /mai /2014 13:19

 

Gisteravond werd Jeroen Olyslaegers, laureaat van de 64e Arkprijs van het Vrije Woord gehuldigd.

Zie de blog van 10 april: http://mededelingen.over-blog.com/article-arkprijs-van-het-vrije-woord-jeroen-olyslaegers-123281027.html

Het welkomstwoord van Lukas De Vos, voorzitter van het Arkcomité, ging 'Over de Noodzaak van Vrije Meningsuiting'. ■

*

Habent sua fata libelli et balli. Dazu gehört dass sie zur rechten Zeit treffen und eintreffen. Ernst Jünger kon het niet beter parafraseren in zijn In Stahlgewittern uit 1920 – in het Nederlands heet dat boek Oorlogsroes. Boeken en kogels hebben dezelfde opdracht: op het juiste moment inslaan en doel treffen.

Dat is de bedoeling van de Arkprijs van het Vrije Woord. Op zoek gaan naar treffende teksten die de tijdsverschijnselen vatten. Vaak voortijdig, vaak profetisch, zoals de film van Ingmar Bergman de jaren dertig als waarschuwingsbord aanreikte in Het Slangenei uit 1977.

We leven in een nieuwe roes van herdenkingen. De Groote Oorlog zal een heel jaar de mensen herinneren aan de breekbaarheid van de democratie en de onvermijdelijke noodzaak van vrije meningsuiting. Want ook vandaag nog zijn er drie gevaren die onze open maatschappij bedreigen: de inperking van onze privacy; de zelfcensuur; en misschien ergst van al, de dwingelandij van de politieke correctheid.

Privacy bestaat niet meer. Niet meer door de ontzagwekkende ontwikkeling van de asociale media – internet, twitter, facebook, gsm, iPhone, iPad, het lijstje is oneindig. We zijn op weg naar de complete bespiedingsmaatschappij, door de overheid, door de orde, door de hackers. George Orwell beschreef die ontwikkeling al in 1984 : overheidskontrole mondt onvermijdelijk uit in indoctrinatie, geschiedenisvervalsing, mediamanipulatie, afluistering, spionage. De tiran wordt anoniem. De kracht van anonieme tirannen bestaat erin de goegemeente te doen geloven dat het volk beslist over de regeervormen waaronder ze leeft. Gesundes Volksempfinden. Het is als de middeleeuwse geslepenheid van de duivel: zijn macht bestaat erin te doen geloven dat hij niet bestaat. De eerste kogel.

Zelfcensuur, zich conformeren aan wat achtbaar en decent wordt beoordeeld. Ik lees vandaag in De Morgen (de krant met de meest feitelijke, bevooroordeelde en grammaticale miskleunen) dat de BBC het woord ‘meisje’ als racistisch scheldwoord censureert. We zijn zot geworden. Alsof een neger geen zwarte is, en een langneus geen blanke. Stop de nonsens, stop het zelfverwijt, en laat Zwarte Piet zijn wie hij is. Laat de zelfbevlekking en de zelfkastijding over aan de flagellanten van de leerstelsels die zichzelf als absoluut verheven achten boven de gewone mens. Meisjes, ik zeg u: laat u niet doen; want zoals in Pakistan hangt de steniging boven uw hoofd, als u de andere kant opkijkt. Schrijvers, ik zeg u: blijf non-conformistisch, desnoods uitspuwbaar. Céline, d’Annunzio, Vian, Kurt Köhler, Thomas Mann, vandaag Piketty en Finkielkraut hebben het u voorgedaan. Want waar de angst voor ongebondenheid toeslaat, ontstaat een nieuwe index, ontstaat een nieuwe lijst van verboden boeken, ontstaat een nieuwe Eerwaarde Heer Joris Baers die Marnix Gijsen in de ban sloeg in 1950, ontstaat een boekverbranding. Verdoemenis zal uw lot zijn, maar de innerlijke bevrijding is onbetaalbaar en een Sint-Elmusvuur voor al wie de vrijheid van denken genegen is. De tweede kogel.

Politieke correctheid is de meest hachelijke vorm van geketend worden. De bekroning van Jeroen Olyslaegers kreeg aanvankelijk uit de meest diverse hoeken zure commentaren, ik wil ze u niet verhelen. De onverdachte ketter Joël de Ceulaer schreef in Knack: “Die maatschappijkritiek van u is maatschappijkritiek van de Aldi: gemakkelijk, goedkoop, en vlakbij. U verkondigt alle meningen waarvoor men elkaar in artistieke kringen brevetten uitreikt”. Er is niks mis met den Aldi. En begrijpelijke kritiek heeft het voordeel begrijpelijk te zijn. Als dus, dixit De Ceulaer, Gerolf Annemans recht tegenover u zat en hij de indruk had “dat hij u wel schattig vond”, past daar maar één antwoord op: Et alors ? Als zelfs Annemans dat begrijpt ? Zo kreeg ik een mail van Benno Barnard, die mij vriendelijk bestraffend voor de voeten wierp: “Jullie slagen er telkens weer in nu juist het geboden, voorspelbare, correcte denken te bekronen – de keuze is steevast veilig en onomstreden”. Ik vind dat vreemd. Iemand die een academische loopbaan opgeeft, die zich inzet voor de minstbedeelden, letteren en soepbedeling kan koppelen, wat is daar mis mee ? Benno is een goede vriend, maar hij blijft een kleine calvinist. Het belerende vingertje is nooit ver weg. Ik kan Benno geruststellen. Ook over Johan Swinnen en Johan Sanctorum, Jozef Deleu en Aboe Jahjah is aardig gedebatteerd door de jury.

Maar in deze tijd van nieuwe flinksheid en vermanend cultuurideologisme moet cultuur niet politiek bepaald worden. Cultuur moet opnieuw de politiek veroveren. Cultuur moet opnieuw de politieke leiding op zich nemen. In de zuiverste betekenis van het woord: de polis bevragen, het openbaar debat uitlokken, tot nut van ’t algemeen. De derde kogel.

 

Daartoe kan de Arkprijs zijn kleine bijdrage leveren. Klein, en dus belangrijk, omdat hij uitsluitend uitgaat van morele verdiensten. Het is hoe langer hoe minder een toeval dat de voorbije jaren laureaten zijn gekozen die zich bewegen op velerlei terreinen tegelijk. De ontstelde econoom Paul de Grauwe. De ongrijpbare volksdichter Peter Holvoet-Hanssen. De internationalist Philippe Van Parijs. De boeteprofeet Geert Buelens. De grote ontzuiler Luk Huyse. Hoezo “veilig en onomstreden” ? Alle laureaten hebben stuk voor stuk hun geuzennaam verdiend.

 

Cultuurmensen zijn de kanaries voor alle maatschappelijke ontsporingen die sluipend als metaangas de echte inspraak van de bevolking vergiftigen. Het is een van de bedenkingen geweest waarom wij dit jaar Jeroen Olyslaegers de Arkprijs van het Vrije Woord hebben toegekend. Om het met die andere latinist te zeggen: Rari nantes in gurgite vasto. Weinig blijven bovendrijven in de maalstroom. Olyslaegers houdt zich met het kleine bezig, niet met het verhevene. Een “Geefplein” is hem nader dan het geslacht der engelen. Olyslaegers bezet vreedzaam verschillende terreinen. Proza, theater, film, soepbedelingen, stadspleinen, plastische kunsten. Van zo’n bezetting kunnen wij maar dromen. Want anders is het gevaar groot dat “uw stok achter de deur” sneller dan verwacht kan omslaan in “de klop op de deur”.

Lukas DE VOS

*

Karl Van den Broeck hield de laudatio, waarna Jeroen Olyslaegers een dankwoord uitsprak.

Partager cet article
Repost0
26 mai 2014 1 26 /05 /mai /2014 06:47

 

ineke-van-den-bergen.gif

Naar Amsterdam gaan om afscheid te nemen van Ineke van den Bergen of naar Kemzeke om Mark Verstockt te gedenken zat er echt niet in. De nagedachtenis aan twee mensen die veel voor mij betekend hebben, spookte al enkele dagen in mijn meditaties en vrijdag moest ik even voor onderzoek naar de kliniek, wat sowieso minder aangename spanningen met zich meebrengt. Een uitslaapsessie was aangewezen.

Ineke werd zaterdag om 13.45 uur in De Nieuwe Ooster te Amsterdam gecremeerd. Haar kist was bedolven onder rode rozen (naar het lied van Hildegard Knef Für mich soll's rote Rosen regnen). Mieke De Loof, Peter Nicolaï, Roel Bentz van den Berg, Wim Kayzer en Edzard Mik brachten haar hulde. Bij de aanwezigen: Elvin Post, Jacques Post, Patricia van Mierlo en Jürgen Joosten (hij vertegenwoordigde de jury van De Diamanten Kogel).

Ineke zal niet vergeten worden. Haar vriend Bart Jan Kraal verzamelt de teksten die in de eerstkomende aflevering van de CDR-Mededelingen gebundeld worden.

*

De jury van de Gouden Strop heeft haar taak volbracht. De winnaar is nu al bepaald en zijn of haar naam zal op 29 mei worden bekendgemaakt. Juryvoorzitter Jaap Jongbloed wist alvast te vertellen dat de jury “bijna unaniem” was. Bij de samenstelling van de shortlist was de jury het algauw eens over drie titels, maar “er was wel wat discussie over de twee andere genomineerde boeken”. De jury lette volgens haar voorzitter op een degelijke verhaalopbouw en of personages genoeg waren uitgediept. (Meer op de onvolprezen Spanningsblog.)

29 mei wordt ook de laureaat van de Schaduwprijs bekendgemaakt. Ik ben niet de enige om te tippen op Donald Nolet.

HFJ

Zie ook de blogs van 13 en 24 mei

http://mededelingen.over-blog.com/article-patrick-conrad-op-alle-fronten-123618418.html

http://mededelingen.over-blog.com/article-dagboek-gouden-strop-meervoud-das-magazin-fonds-voor-de-letteren-123714280.html

Partager cet article
Repost0
24 mai 2014 6 24 /05 /mai /2014 07:08

 

Donderdag 29 mei wordt de Gouden Strop uitgereikt. Kanshebbers: Patrick Conrad, Corine Hartman, Donald Nolet, Tomas Ross en Esther Verhoef.

Volgens de NRC zou het moeten gaan tussen Conrad (Tango assassino) en Verhoef (De kraamhulp), die allebei bedacht werden met drie sterren. Nolet en Ross krijgen er twee en Corine Hartman ééntje.


ConradTangoVerhoefKRAAMHULP.jpg

*

Hendrik Carette verdween al geruime tijd uit de lijst van de medewerkers aan Meervoud. Toch duikt hij sinds kort opnieuw af en toe op. Naast de tweede aflevering van zijn (inderdaad soms) “bedenkelijke bedenkingen” fulmineert hij in nr. 197 tegen “de laffe hypocrisie van de regimekrant De Standaard”, een “zelfverklaarde pseudolinkse kwaliteitskrant”...

*

Het Nederlandse literaire tijdschrift Das Magazin heeft tien jonge schrijvers uitgeroepen tot de literaire gezichten van morgen. Daarbij werd een strenge leeftijdsgrens gehanteerd: geboren na 1 januari 1980. De Morgen van gisteren wijdde daar alvast twee volle pagina's aan. Vandaag verschijnt het dubbelinterview met de twee uitverkoren Vlamingen: Christophe van Gerrewey (°1982) en Yannick Dangre (°1988). Lees ik straks. Ben benieuwd.

Ondertussen even nakijken hoe jongere auteurs beoordeeld worden door het Vlaams Fonds voor de Letteren. (“Pour les besoins de la cause” hanteer ik even dezelfde leeftijdsgrens als Das Magazin.)

In 2014 kregen twee schrijvers een werkbeurs voor poëzie: Lies van Gasse (°1983, drie eenheden) en Maarten Inghels (°1988, 2 eenheden). In de categorie “meerdere genres”, in dit geval poëzie en proza, werd Yannick Dangre (°1988) bedacht met 3 eenheden.

Eén eenheid is goed voor 2.500 € netto.

*

Hoe zit het eigenlijk met de uitverkorenen van het VFL? Koploper voor poëzie is Leonard Nolens (°1947), goed voor acht eenheden, gevolgd door Paul Bogaert (°1968), zes eenheden.

Aanvoerders van het peloton prozaschrijvers: David Nolens (°1973) en Yves Petry (°1967), allebei goed voor 6 eenheden.

Voor 2014 dienden 152 auteurs een aanvraag voor een werkbeurs in; 116 ontvingen een beurs, dat is drie op vier.

*

Het VFL voert transparantie hoog in het vaandel. Om een correcte visie te hebben op de soms chaotische criteria die door het Fonds gehanteerd worden, lijkt het mij zonder meer aangewezen ook de lijst openbaar te maken van de auteurs die nul op het rekest krijgen. (Ik zal het daar nog over hebben, en grondig, be sure.)

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
22 mai 2014 4 22 /05 /mai /2014 02:58

 

Ineke-vd-berg----mieke-de-loof-en-rene-broens-copie-1.jpgKloksgewijs: Mieke De Loof,  Ineke van den Bergen en René Broens in het Antwerpse Stadhuis, 2010

 

Zaterdag 24 mei  wordt afscheid genomen van Ineke van den Bergen (Den Haag, 29 september 1943-Amsterdam, 16 mei 2014).

De crematie vindt plaats om 13u45 in crematorium De Nieuwe Ooster, Kruislaan 126 te Amsterdam.

*

Zie ons bericht van 16 mei : http://mededelingen.over-blog.com/article-exit-ineke-van-den-bergen-123643420.html

*

Onder de treffende titel 'Critica van de nachtkant' publiceerde Erik van den Berg op 20 mei een passend in memoriam in de Volkskrant:

Volkskrant-recensente Ineke van den Bergen was een liefhebber van de donkere kant van het bestaan.
‘Ontroerende momenten, waarin uiteindelijk de dood verrassend van gezicht wisselt.' Zo eindigde Ineke van den Bergen haar laatste boekbespreking, Verloren van Claire McGowan, in de krantvan 28 september 2013. De thrillerrecensente van de Volkskrant voelde zich nog allerminst uitgeschreven, maar nu er voor de derde keer kanker bij haar was geconstateerd en er ditmaal geen herkansing mogelijk bleek, kon ze niet meer verder. Vrijdagochtend overleed ze thuis, na een lang ziekbed. Ze werd 70 jaar.
Met haar zorgvuldig gecomponeerde beschouwingen en interviews (ook in het Vlaamse weekblad
Knack) was Ineke van den Bergen een gids voor lezers die verder kijken dan het succes van de vlotte 'vrouwenthriller' – een term waarvan ze gruwde. Ook als jurylid voor de Gouden Strop en de Diamanten Kogel, prijzen voor het beste misdaadboek, schonk ze liever aandacht aan getalenteerde buitenstaanders en nieuwkomers dan aan stilistisch twijfelachtige kaskrakers. Als het moest was ze duidelijk in haar oordeel. Saskia Noorts bestseller Koorts achtte ze in 2011 één ster waard. Stieg Larsson kreeg er vijf: 'Vier voor zijn waardevolle nalatenschap, de Millennium-trilogie, en één om te schitteren aan de hemel.'
Rauwe, gewelddadige verhalen uit de nachtzijde van het bestaan boeiden haar meer dan klassieke puzzeldetectives. Ze bewonderde 'harde' auteurs als Mo Hayder, Karin Slaughter en James Ellroy en citeerde met instemming de Amerikaanse arts en thrillerschrijfster Tess Gerritsen: 'Ik weet dat mensen verschrikkelijke dingen doen. En ik accepteer het feit dat we nog dieren zijn. Beren, leeuwen. Een deel van ons brein is roofdierachtig.'

 Ineke van den Bergen begon haar carrière eind jaren zestig als radiomaakster bij de VPRO. Ze leverde bijdragen aan programma's als VPRO Vrijdag en het vrouwenmagazine Permanent Wave en maakte reportages over haar favoriete steden Berlijn en New York, die ze ook portretteerde in haar door nachtbrakers en bohémiens bevolkte boeken
Lili Marleen in New York (1989) en Een passie voor Berlijn (1994).
Ze schreef met zwarte humor over haar kanker ('Helaasteringfuck'), blikte in
DeGids terug op haar onaangepaste jeugdjaren in Den Haag, en schreef in 2007 over de opkomende generatie 'jongbejaarden' in de Volkskrant: 'Als ik één schrikbeeld heb, is dat: in de herfst van mijn leven de tuin winterklaar maken. Ik ben met het stijgen der jaren niet milder, rustiger, zelfs nauwelijks wijzer geworden. En kanker heeft het vuurtje van onrust, ondernemingslust en relativeringsvermogen dat altijd al hevig smeulde, nog eens aangewakkerd.'
Ineke van den Bergen had een rock 'n' roll-hart. De afgelopen zomer zond ze haar vrienden, zoals elk jaar, een door haar zelf gebrande compilatie-cd met haar favoriete zomermuziek. Ze sloot af met een oude hit van Guy Lombardo: Enjoy Yourself (its later than you think).


*

Bij het vernemen van het overlijden van Ineke stelde Jos van Cann, jurylid van De Diamanten Kogel, laconiek vast: 'Een onopvulbaar gemis als deskundig collega, maar vooral als mens.' De jury deelt zijn mening unaniem en zal dus vertegenwoordigd zijn op haar vaarwel

As juryvoorzitter heb ik daar (voorlopig) geen woord aan toe te voegen. Ik ben helaas niet mobiel meer en zal dus noodgedwongen afwezig zijn, maar ik zal dan, jawel, ingetogen en innig, nogmaals in haar stimulerende bijzijn vertoeven...

Alleen maar nog dit: o.m. haar vriendin Mieke De Loof (laureate van de De Diamanten Kogel 2010) zal bij het afscheid in Amsterdam het woord voeren.

Henri-Floris JESPERS

Rouwadres: Krugerplein 10 D, 1091, KX Amsterdam

bj.kraal@ziffo.nl

Partager cet article
Repost0
21 mai 2014 3 21 /05 /mai /2014 23:25

 

Bert Bevers voorlezend in Kasteel Steytelinkck in Wilrijk,

Eind vorig jaar verscheen bij poëzie-uitgeverij WEL de bundel Eigen  terrein. Het is een keuze uit de gedichten, die Bert Bevers schreef tussen 1998 en 2013, samengesteld door Albert Hagenaars en de dichter zelf. Samen met de eerder bij WEL verschenen bundel Afglans – gedichten 1972 - 1997, eveneens samengesteld door Hagenaars en Bevers zelf, beschikken we zo over een bijzonder consistent overzicht van 30 jaar dichterschap van een dichter, die eigengereid, meticuleus werkend met het gereedschap taal en ver van de waan van de dag zijn weg is gegaan en zo een oeuvre heeft opgebouwd dat een plaats verdient in de rij van onze grote Nederlandstalige dichters van na de tweede wereldoorlog. Weinigen van deze generatie dichters heeft zo een gestaag groeiende beheersing van het medium taal gecombineerd met een voortschrijdend inzicht in stijl, vorm en inhoud van zijn gedichten. Wanneer men chronologisch de twee bundels leest merk je dan ook dat hier iets merkwaardigs aan de hand is. Vanaf zijn eerste gedichten uit 1972 presenteert Bevers zich als een volwassen dichter: geen puberale of sentimentele ontboezemingen van een jonge debutant maar meteen voldragen, weloverwogen verzen, die reeds de toon zetten voor wat 40 jaar lang nog zal komen. Het eerste gedicht uit die cyclus is duidelijk: en nu / - nu de laatste nachttrein / de stilte van dit land verscheurt - / bepaal ik in alle rust mijn grenzen. Daar reeds bakent de dichter zijn ‘eigen terrein’, weg van het modieuze, het haastige, het vluchtige maar zoekend naar het blijvende, naar wat achter de waarneming ligt en wat verborgen blijft voor onze ogen. Ogenschijnlijk en bij een vluchtige lezing merk je weinig verandering in schrijfstijl en thematiek, alsof veertig jaar poëzie is geschreven in één lange geut, alsof het schrijven nooit is opgehouden. Maar toch, gaandeweg met de jaren - en dat wordt duidelijk in de tweede verzamelbundel Eigen terrein – evolueert Bevers’ taal van concreet naar meer abstract, maar wordt tezelfdertijd meerlagiger en meerduidiger, verwijzend en peilend naar de diepere betekenissen dan wat het woord zelf meent te moeten betekenen. Daardoor wordt zijn poëzie als het ware terughoudender en bedachtzamer, maar peilt ze trefzeker naar de essentie der dingen. Zo balanceert de dichter tussen begrijpen en ontroeren, tussen wat er zou moeten zijn maar niet kan gevonden worden, tussen wat er geschreven staat en wat daarachter kan vermoed worden. De poëzie van Bevers ontsluiert zo wat het woord verbergt en ontregelt zo het perspectief van de lezer en dwingt hem/haar tot zelfreflectie. In de bijgevoegde aantekeningen bij de cyclus Lambertus (naamgenoot!) van Sint-Omaars beschrijft de wereld verwijst de dichter naar de zogenaamde Malbergse glossen, zoals ze voorkomen in de Lex Salica uit de zesde eeuw: losse woorden zonder direct grammaticaal of syntactisch verband. In diezelfde aantekening wordt ook melding gemaakt van de Wachtendonkse psalmen, rond 950 vertaald uit het Latijn, waarbij de vertaler de woordvolgorde zoals ze in de Latijnse tekst voorkomen heeft behouden, zodat, zegt Bevers, hieruit nauwelijks conclusies kunnen worden getrokken over de gewone zinsbouw van het Oudnederlands. Deze opmerking is intrigerend: waarom vermeldt de dichter dit zo uitdrukkelijk? Mij lijkt het dat hij hiermee impliciet een stille verwijzing geeft naar zijn eigen in de loop der jaren ontwikkelde fascinatie voor taal als een structurerend medium voor de waarneming en hoe die structurerende eigenschap en de wijze waarop je ze aanwendt mede die waarneming betekenis kunnen geven. Verwijzend naar de profetische uitspraak van McLuhan in zijn onvolprezen boek uit 1967 Understanding Media: The medium is the Message gaat het er niet alleen om wat je schrijft maar ook hoe je dat schrijft. De dichter Bert Bevers is zich hier zeer van bewust. Lambertus van Sint Omaars beschrijft de wereld is in dat verband onbetwistbaar een sleutelbundel in het oeuvre van Bevers. De waarneming is precies en puntig, gegoten in een compacte taal. Alle ballast is overboord gegooid, de woorden staan waar ze staan, hoekig en geslepen tezelfdertijd, syntax lijkt overbodig maar smeedt het geheel tot vers: Kreken slikken buitentijds schor, onaantastbaar / in hun verre, verre eeuw. Water hapert / tegen de zachte dwang van schuivend zand, weerbots / van gebroken beloftes. De dag begint te kraken. Dit lijkt wel de Beverse variant van de Malbergse glossen. De dichter schuwt daarbij het gebruik van bijvoeglijke naamwoorden niet. Het is in poëzie meestal een moeilijke evenwichtsoefening, die niet zelden bij vooral debuterende dichters alle spankracht uit de verzen weghaalt. Niet zo bij Bevers. Hij gebruikt ze beheerst, doelbewust en verhelderend, ze verhogen als het ware het ritme, zoals de epitheta in de Ilias : Van lege paarden los zijn stroeve landlieden. / Ze hebben handen vol vreugde maar herkennen / die niet. Of hij smeedt nieuwe woorden zoals ziltgeur (pagina 23), strooptrage winter (pagina 57) en engelenvrees (pagina127). In genoemde bundel ontwikkelt de dichter ook verder zijn typische zevenregelige en tweestrofige gedichtenstructuur, waarbij de eerste vijf regels beschrijvend zijn om dan in de laatste twee regels die ontregelende bocht te nemen, waarbij je als lezer als het ware aan een trapeze hangt en zoekt naar een vangnet. In zijn meer recente bundel Arrondissementen, die integraal in Eigen terrein is opgenomen, breidt Bevers deze structuur uit naar een vrije maar strak volgehouden interpretatie van het sonnet: twee vierregelige strofen gevolgd door twee drieregelige, die het nadenken van de dichter over zijn waarneming die onverwachte wending geven en het geheel optillen naar een reflexief metaniveau. Weinig hedendaagse dichters zijn hiertoe bekwaam en zeker niet de al te vaak over het paard getilde jongere generatie. Voor Bevers lijkt alles een aanleiding tot het schrijven. Elk gedicht wortelt in de waarneming maar groeit in de verbeelding. Zo bijvoorbeeld de mechanische reuzenolifant, die in juli 2006 Antwerpen aandeed (pagina 25), Lee Harvey Oswalds dagboekaantekening van 22 november 1963 (pagina 65), een bezoek aan het atelier van Lucienne Stassaert (pagina 66), bij het poseren voor de schilder Mart Franken (pag. 70), het werk van schilder Bert Timmermans (pagina 74), het bekijken van de film Tideland van Terry Gilliams (pagina 97), maar ook naar buiten turend vanuit zijn raam in zijn woning in Antwerpen (pagina 64), zittend op een terrasje in Parijs (Arrondissementen), of zomaar kijkend (pagina 68). Maar zoals steeds bij Bevers bedriegt schijn maar is niets toeval: Is iets er pas wanneer je voelt dat het er is? Onthou: als / we dat willen kunnen we grenzen overschrijden. Echt. / Ondertussen vangt een regen aan die niet weet waarheen. Voor de dichter maakt de verbeelding mee de realiteit waarin hij leeft en laat die hem toe het vreemde vertrouwd te maken en het vertrouwde vreemd. Daartussen staat de taal, die via de poëzie dat mogelijk moet maken. In het gedicht Rue des frères mineurs (pagina 103) uit de cyclus Zolang het hart zegt dat het kloptwordt dat meesterlijk verwoord: De plattegrond / van de verbeelding raakt nooit voltooid. / Het is een kwestie van ontrafelen. Ver / als de huid van een ander fluistert / verleden. Men blijft immer meester / over zijn stilzwijgen. Het is het woord / dat je ketent. Het is in dit spanningsveld dat de dichter Bevers zijn eigen poëtica heeft ontwikkeld, waarin verleden en toekomst ineen vloeien tot een onlosmakelijk geheel van feiten, wensen en dromen in de zoektocht naar innerlijke vrede met zichzelf en de realiteit van de omringende wereld. UitSint Lambertus van Omaars beschrijft de wereld (pagina 37): Hij weet: men kan de waarheid / niet buigen, of men kraakt haar in de lendenen. Zoals ik naar aanleiding van een bespreking van zijn bundel Arrondissementen schreef is Bert Bevers een dichter pur sang. Deze nieuwe verzamelbundel Eigen terrein geeft daarvan samen met de vorige, Afglans, een indringend beeld. Binnen het hedendaagse Nederlandstalig dichterslandschap heeft Bert Bevers zijn eigen terrein afgebakend en verkend. Zijn gedichten zijn daarvan het relaas en nodigen de lezers uit om op hun beurt dat terrein te verkennen en er hun eigen wegen in te vinden. Niet voor niets kreeg de bundel het citaat mee van die andere grote dichter Alain Germoz, die precies in 2013 overleed: Les meilleurs questions ne demandent aucune réponse.

Richard FOQUÉ

Bert Bevers, Afglans. Gedichten 1972 - 1997, Poezie-uitgeverij WEL, Bergen op Zoom, 1997, ISBN 90 6230 080 4

Bert Bevers, Eigen terrein. Gedichten 1998 - 2013, Poezie-uitgeverij WEL, Bergen op Zoom, 2013, ISBN 90 6230 098 7

Partager cet article
Repost0
20 mai 2014 2 20 /05 /mai /2014 15:41

 

Poeziekrant.jpg

De Poëziekrant in de bus. Eerst de tweede aflevering gelezen van het poëziedagboek van Benno Barnard, 'Het geslepen potlood'. Barnards notities zijn altijd lezenswaard (of je 't met hem eens bent of niet). Hij schuwt de treffende anekdotiek niet:

Een ooggetuige vertelde me dat hij had gezien hoe de rode Bart Vonck weigerde de Vlaamsgezinde Hendrik Carette de hand te drukken. Stel u een zieke voor die allergisch is voor andermans ziekte. Alleen is Carette volkomen onfanatiek: hij ging in zijn eigen uitbundigheid op en merkte niets.

Anneleen De Coux vestigt de aandacht op Nabloei, de jongste bundel van Lucienne Stassaert en Jan Roelans benadert de nuchtere poëzie van Hilde Domin – twee dichteressen naar mijn hart.

'Poëzie is filosofie is poëzie': Guido Lauwaert interviewt Jean Paul Van Bendegem, hoogleraar Logica en Wetenschapsfilosofie (VUB). Tot slot wordt het gedicht 'Calypso' van de beklijvende Weense lyricus Ernst Jandl (1925-2000) afgedrukt.

Socrates sprak en schreef zelf niets op – dat heeft Plato gedaan. Voordracht is misschien wel de zuiverste vorm van poëzie, een kunst die ik heb moeten ontdekken. Het gedicht dat ik gekozen heb, is daar een goed voorbeeld van. Het staat op papier, maar de ritmiek, de beeldvorming en de compositie vormen de retorische kracht.

En nog te lezen, o.m.: Remco Ekkers over Leo Vroman, het interview van Bart Vonck met Antonio Gamoneda, Roel Richelieu van Londersele over Hans Lodeizen... De Poëziekrant wordt almaar boeiender, zoveel staat vast.

*

Eveneens in de bus, Drie zusters in Londen. Uit de familiekroniek. 1914-1918 (Nijmegen, Vantilt, 117 p.), het nieuwe boek van Eric de Kuyper, een schrijver die mij nooit ontgoocheld heeft, en Nu vroeger zoveel groter is dan later (Eindhoven, Dodopers, 159 p.) van de mij onbekende Rosa.

*

Thrillerauteur en novellist Bart Debbaut noteert op FaceBook:

Ik vind de verkiezingscampagne vuil. Vuiler dan ooit. Er wordt voortdurend en door iedereen puur op de man gespeeld. Er wordt met modder gegooid. Er wordt gelogen, er worden woorden verdraaid, er wordt met scherp geschoten. Aan mensen die elkaar voortdurend afbreken en de dieperik inpraten, moeten wij zondag onze stem geven. Politiek heeft me altijd erg geboeid, maar met deze vuile campagne is de liefde een stuk bekoeld.

Hij is de enige niet...

Henri-Floris JESPERS

Partager cet article
Repost0
19 mai 2014 1 19 /05 /mai /2014 18:33

 

MDD231.jpg

 

Redactioneel

 

In 2007 werd Starr  van Patrick Conrad bekroond met De Diamanten Kogel. De prijs werd in Brussel uitgereikt door prof. dr. Jim Madison Davis, Shakespeare-kenner en voorzitter van de IACW (International Association of Crime Writers). Vorig jaar werd Conrad met Tango assassino genomineerd voor De Diamanten Kogel. En nu is hij één van de vijf kanshebbers voor de Gouden Strop. Uitspraak op 29 mei.

Walker, de dertiende thriller van Conrad werd op 13 mei gepresenteerd door John Vervoort in De Zwarte Panter te Antwerpen. Lukas De Vos bespreekt de roman in de rubriek 'Kritisch'. Conrad is kennelijk op alle fronten actief . Hij exposeert nieuw plastisch werk in galerie Jan Dhaese te Gent. Hij licht zelf zijn tentoonstelling toe (“on n'est jamais mieux servi que par soi-même”). Onze correspondent ter plaatse Guido Lauwaert bericht over de vernissage (11 mei).

*

Paul van Ostaijen en Paul Snoek komen aan bod in de rubriek 'Achteruitkijkspiegel'.

De nieuwe druk van Bezette stad werd op 25 april in het Letterenhuis te Antwerpen gepresenteerd. (Zie Mededelingen 229-230, 28 april 2014, p. 16). Nu wordt de integrale tekst van de solide toespraak van uitgever Marc Beerens (Uitgeverij Vantilt) gepubliceerd.

In 1997 werd De zwarte doos van Icarus, de studie van Frans Depeuter over het leven en de poëzie van Paul Snoek, bekroond door de Koninklijke Academie voor Nederlanse Taal- en Letterkunde (juryleden: Christine D'haen, prof. dr. Paul Hadermann en Hubert van Herreweghen). Drie jaar later verscheen het essay in boekvorm (De Koofschep, Hilversum / Antwerpen, 1990, 293 p.). Nu blikt Depeuter grondig terug op 'De liefde(s) van Paul Snoek'.

*

Niet zonder ontreddering verneem ik het plotse overlijden van mijn ouwe kameraad en medeplichtige Mark Verstockt en, een dag later, van mijn collega jurylid van De Diamaten Kogel Ineke van den Bergen, die al geruime tijd haar finaal lot manmoedig en ironisch onderging.

'Ach...zo'n lieve karaktervolle vrouw', aldus Simon De Waal (Diamanten Kogel 2008). 'Mooie ontmoetingen mee gehad, en zeker in Antwerpen tijdens de diners van De Diamanten Kogel altijd veel met haar gelachen. Allen die haar kenden en missen: gecondoleerd'.

Meer in de volgende aflevering.

Henri-Floris JESPERS

 

Inhoud


Necrologisch

Jozef Van Hove

Mark Verstockt

Ineke van den Bergen

Column

Guido LAUWAERT, Politici, nader bekeken

Kritisch

Erick KILA, De waarheid van Guy Commerman

Lukas DE VOS, Hoogzomer

Plastisch

Inge BRAECKMAN, Ysbrant

Patrick CONRAD, A Pantheon

Guido LAUWAERT, Eén impressie in 38 expressies

Galerie Pim De Rudder: Over wind durven dromen

Cinema Trivia

Bert BEVERS, Bij het herbekijken van Amélie

Door de leesbril bekeken

Conrads nieuwe thriller voorgesteld in De Zwarte Panter; Andy Fierens en Jess De Gruyter: Trekker Bruller Ziener; Festival van Vlaanderen; GeelZucht; de Gouden Strop.

Achteruitkijkspiegel

Marc BEERENS, Bezette stad

Frans DEPEUTER, De liefde(s) van Paul Snoek

 

Partager cet article
Repost0
12 mai 2014 1 12 /05 /mai /2014 16:00

 

Andy-Fierens--foto-Bert-Bevers-.JPG

Foto: Bert Bevers

Het hoeft niet altijd in Antwerpen te gebeuren. Het mag ook in Berlijn, Groningen of Utrecht! De sympathieke podiumdichter Andy Fierens (van wie zojuist bij uitgeverij De Bezige Bij de bundel Wonderbra’s & Pepperspray van de pers rolde) liet zich bij zijn recente omzwervingen volgen door de even zo sympathieke Jess De Gruyter, maar vooral door diens camera. Trekker Bruller Ziener toont Andy (en hier en daar zijn Androids) on the road:

https://www.youtube.com/watch?v=qkdCBG2-ll8

Fierens.jpg

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche