Overblog Suivre ce blog
Administration Créer mon blog
14 août 2011 7 14 /08 /août /2011 18:14

 

Enig idee hoeveel talen er volgens het tijdschrift Ethnologue: Languages Of The Worldwereldwijd zijn? 6909! En ondertussen misschien wel 6912, want onlangs ontdekten wetenschappers in Arunachal Pradesh (dat is een deelstaat in het noordoosten van India) een tot dan volkomen onbekende taal, het Koro. En dat terwijl ze eigenlijk het Aka en het Mijit in kaart wilden brengen. Het Koro wordt nog door zo'n 800 mensen gesproken.

Naar het schijnt liggen er ook in de Chinese binnenlanden en in het Amazonegebied honderden talen op ontdekking te wachten. China stelt zich, zo steek ik op uit Ethnologue: Languages Of The World, tegenwoordig voor taalvorsers iets coulanter op. De angst van de Chinese eenheidsstaat voor verscheidenheid hield de talenrijkdom tot nu toe sub rosa. China 'vond' tot voor kort dat het niet meer dan 55 talen had. Al de rest werd afgedaan als topolect, een taalvariant die in een bepaald gebied wordt gesproken. In het Westen geven taalkundigen dialecten makkelijker de status van taal. Een van de criteria 'bij ons' om een dialect tot taal te promoveren is (en daar ben ik het zeer mee eens) wederzijdse onverstaanbaarheid. Als twee dialectsprekers een tolk of een tolktaal nodig hebben om elkaar te begrijpen, behoren hun dialecten tot verschillende talen. Op de talenlijst van de Unesco staan het Limburgs en het West-Vlaams om die reden als aparte talen vermeld. Een ieder die ooit Limburgse en West-Vlaamse inboorlingen bezig heeft gehoord zal het daarmee eens zijn.

Vele talen zijn bedreigd. Gelukkig zijn er af en toe initiatieven om er een te conserveren. Zo liet Kevin Costner de indianen in zijn rolprent Dances With Wolves een zeldzame variant van het Lakota spreken. Die blijft dus mooi bewaard. Er zijn zo'n tweehonderd talen die nog maar door minder dan tien mensen gesproken worden. Er sterven er ook uit, simpelweg omdat niemand ze meer spreekt. Ach, probeert u zich de eenzaamheid voor te stellen van Ned Madrel (1877-1974), de laatste spreker van het Manx, de taal van het eiland Man. Of van Marie Smith Jones (1918-2008), de schatbewaarster van het Eyak, een Na-Denétaal uit Alaska. Slechts hun spiegel leek hen te verstaan....

BERT BEVERS

 De-laatste-Manx-spreker.jpg 

Ned Madrel, de laatste Manx-spreker

  

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
31 mai 2011 2 31 /05 /mai /2011 19:42

Aan het Mechelseplein in Antwerpen staat de Sint-Joriskerk, naar mijn smaak de mooiste kerk van de stad. Veel mensen denken dat het een oude is, maar ze is relatief jong. Weliswaar was hier reeds in 1304 een kerk, maar in de Franse tijd werd het gebedshuis vernield. Halverwege de 19de eeuw kwam er een nieuw, geheel in neogotische stijl opgetrokken, naar een ontwerp van architect Léon-Pierre Suys (1823-1887), die ook tekende voor de baden in Spa en de Beurs in Brussel. Op 5 september 1853 werd ze ingewijd.

Wie door de sfeervolle, halfduistere ruimte schrijdt ontdekt er mooie kruiswegstaties. Die fresco's werden vervaardigd door de kunstenaars Jan Swerts (1820-1879) en Godfried Guffens (1823-1901), allebei leerlingen van Nicaise De Keyser (het is niet de Keyserlei, maar dé De Keyserlei). Swerts en Guffens werkten er maar liefst twaalf jaar aan, van 1859 tot 1871. De muurschilderingen van de Lijdende, Strijdende en Zegevierende kerk inspireerden niemand minder dan Peter Benoit (de man die ons zo'n hartverscheurend Requiem schonk) tot het componeren van Drama Christi, dat onder leiding van de componist zelve in de Sint-Joriskerk in première ging.

Dat gebeurde op 27 november 1871, de dag dat de fresco's plechtig werden ingewijd door Victor Augustin Isidore Dechamps, aartsbisschop van Mechelen. De teksten onder de kruiswegstaties, neem bijvoorbeeld Jezus leert ons de onderwerping, zijn - en dat was beslist geen evidentie in 1871 - in het Néderlands. Dechamps zou die beslist liever in het Frans, of het Latijn, hebben gezien.

Guffens-en-Swerts--litho-S.-Ghemar--1854-.JPGGuffens en Swerts (in die volgorde te zien op bijgaande litho van S. Ghémar uit 1854) hadden echter de volledige instemming van de bestuurders van de parochie. Hiermee was de Sint-Joriskerk de éérste kerk in België waarin de kruiswegstaties in het Nederlands werden 'ondertiteld'.

Stripmuren.JPGDat bleef destijds niet onopgemerkt. Een paar dagen voor de officiële inwijding was een journalist van de Gazet van Gent al een kijkje komen nemen. Zijn krant publiceerde op 23 november 1871:

"Wat wij Vlamingen in dit werk vooral moeten goedkeuren, wat de vaderlandsche gevoelens van de kunstenaars, die het uitvoerden, vooral tot eer strekt, is dat al de opschriften en schriftuurplaatsen zonder uitzondering in de taal des volks in het Vlaamsch zijn vervaardigd. 't Is niet meer dan natuurlijk, zal men zeggen. Eilaas, al wat natuurlijk is, wordt daarom door onze kunstenaars in dergelijke gevallen nog niet in acht genomen. Weinigen hebben de moed de rechten der taal, waar het de opschriften en verklaringen onzer monumenten geldt, te eerbiedigen en te verdedigen. Daarom zijn wij de heren Guffens en Swerts dank verschuldigd, dewijl zij ten minste den moed, en mogen wij er bijvoegen, dit verstand hebben gehad."

Stripmuren2.JPGDe Sint-Joriskerk heeft overigens nog een andere eigenaardigheid: alle neogotische kerken werden, dat was een modeverschijnsel, met de ingang aan de oostkant gebouwd, zodat de zon richting altaar opkwam. Vermits de ruimte beperkt was en de oostkant op de hoek van de Schermersstraat en Maarschalk Gérardstraat al vol was gebouwd werd in dit geval de kerk dus ómgedraaid'.

Bert BEVERS

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
23 mai 2011 1 23 /05 /mai /2011 21:48

 

Belgie1.jpg

In 2008 verscheen bij uitgeverij Bert Bakker een pracht van een boek, althans voor wie verslingerd is aan zowel de grote als de kleine geschiedenis. De volledige titel luidt: België - een parcours van herinnering.

Gebonden, bevat het een aantal historiën over dit land waarin de melk soms zuur is en de honing meestal versuikerd. Het eerste deel focust op plaatsen van geschiedenis en expansie, het tweede deel op plaatsen van tweedracht, crisis en nostalgie. De hoofdredacteur was Jo Tollebeek en de redactie bestond uit Geert Buelens, Gita Deneckere, Chantal Kesteloot en Sophie de Schaepdrijver. Zij droegen het grootste part van de studies, maar heel wat andere historici en journalisten hebben een bijdrage geleverd. Onder meer Herman Balthazar, Marc Holthof, Kaat Wils, Tom Verschaffel, Inge Bertels, Valerie Montens. Alle auteurs schreven stukken met bloed in de pen. Stuk voor stuk zijn het onthullende artikels met een hoog trillergehalte. Een greep uit de onderwerpen: Antwerpen: de Handelsbeurs; Diksmuide: de Ijzertoren; Breendonk: het fort; Marche-les-Dames; Aalst: het warenhuis Delhaize; Kigali: Kamp Kigali; Gent: het Gravensteen; de Leeuw van Waterloo; Antwerpen: het Centraal Station; Ieper: Flanders Language Valley; Werchter: de wei; Coburg: Schloss Ehrenburg.

De uitgever heeft aan het dubbelboek blijkbaar veel aandacht en verzorging besteed, als we de wikkels buiten beschouwing laten, maar er bij en na verschijning nauwelijks tot geen promotie voor gemaakt. De verkoop liep dan ook niet en al gauw werd de aankoopprijs verlaagd. Van 100 naar 75 euro. Het hielp geen moer. De uitgever heeft het dan maar in Nederland in de ramsj gegooid. Vruchteloos, de rekken bleven gevuld, het stof was gelukkig en vermenigvuldigde zich aan een tempo waar de konijnen van schrokken. Tot Eureka uit zijn bad opstond en naar Vlaanderen keek. Daar! Daar zitten de redders. En dat bleek ook zo te zijn. De Groene Waterman in Antwerpen en Boekhandel Walry in Gent hebben het restant gekocht en bieden het hun klanten aan, aan - schrik niet - de prijs van 15 euro. Voor die som denk je meteen aan rommel en quatsch. Dat is deze maal niet het geval. Mijn hand en mijn nog in goede staat verkerende edele delen erop. Wie dit dubbelboek aanschaft, haalt de geschiedenis van dit land in huis. Hij/zij heeft er een jaar leesgenot aan.

Een vrij moment en hup, even naar Tongeren, waar de lezer via het standbeeld van Ambiorix in Tongeren bij de Belgische kroonprins, de latere Leopold II, belandt, die in de buurt van het Duitse Regensburg van zijn paard werd gebliksemd op een groene heuvel boven de Donau. Met het Walhalla, het pantheon van de Beierse koning Ludwig I, voor ogen, zag hij eensklaps zijn land als een pretpark, gestoeld op zijn glorieus verleden.

Wie in de vakantie naar Wallonië durft te gaan en in de buurt van Seraing komt, leze alvorens af te reizen de geschiedenis van een ‘Magische, gigantische stad van de mechanisering’ met als hart de Cockerill-fabriek. De auteur, Sven Steffens, heeft sneller geschreven dan de snelste HSL van Japan. De spanning is van hetzelfde niveau als de roman van Raf Verhulst, Jan Coucke en Pieter Goethals, naar een waar gebeurd verhaal: twee Vlaamse mijnwerkers werden in Charleroi onthoofd omdat zij geen Frans spraken en hun verdediger geen Nederlands. Permitteer, terloops: dit boek is dringend aan een herdruk toe, want het behoort tot de top van het Vlaams Literair Erfgoed. Ik heb het indertijd cadeau gekregen van Jef Anthierens, broer van Johan en Karel.

Belgie2.jpg

Maar terug naar BELGIË, een parcours van herinnering. Snel naar de Wolstraat voor wie rechts van de Schelde woont, en naar de Zwijnaardsesteenweg nr. 6 voor die links van de stroom huist. Dat de aanschaf de moeite waard is bewijst de verkoop: zowel Walry als De Groene Waterman verkochten honderd exemplaren in nauwelijks tien dagen.

Zo, dit gezegd zijnde spoed ik mij opnieuw naar het boek en gooi mij in het artikel van Chantal Kesteloot, Grâce-Berleur: het rode café, de doden van de koningskwestie. Om nog voor bedtijd Walter Pauli te consumeren. Brussel: De Guimardstraat, de mobilisatie van verschanste macht. Ik geef u het slot cadeau. Even bladeren. Et voilà:

In de jaren 1950 had de Guimardstraat België in een levensbeschouwelijk conflict gestort, zoals ze in Italië al langer voorkwamen en door Rome gestimuleerd werden: een Vlaamse versie van Don Camillo en Peppone, de eeuwige oorlog tussen de pastoor en de rode burgemeester. Vijftig jaar later poogde een Belgische kardinaal met landelijke, West-Vlaamse roots Rome te overtuigen van de Belgische benadering: sluit a.u.b. een pact met de samenleving.

Guido LAUWAERT

 

BELGIË – een parcours van herinnering – uitgeverij Bert Bakker – 2 delen – hoofdredacteur Jo Tollebeek – ISBN 978 90 351 3304 4 en 978 90 351 3304 4 - € 15 – exclusief bij boekhandels De Groene Waterman, Antwerpen en Walry, Gent

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
12 janvier 2011 3 12 /01 /janvier /2011 19:29

 

De Katholieke Universiteit Leuven reikt op haar Patroonfeest op 2 februari eredoctoraten uit aan o.m. Timothy Garton Ash en Claudio Magris. De Brit Timothy Garton Ash - historicus, politiek analist en hoogleraar European Studies in Oxford - geldt als een invloedrijke intellectueel. De essays en commentaren die hij neerschrijft in The Guardian en The New York Review of Books worden terecht overgenomen door kranten over heel Europa. Hij wordt door de K.U.Leuven ge-eerd als 'bruggenbouwer, niet alleen tussen Oost- en West-Europa, maar ook tussen de academische wereld en de politieke praktijk, en tussen maatschappelijke elites en een breed publiek.' De Italiaan Claudio Magris is vertaler, hoogleraar en schrijver. Hij vergaarde bekendheid met boeken als Donau (1986), Een andere zee (1991), Microcosmi (1997) en Blindelings (2005). 

(Tja, dat heeft natuurlijk meer allures dat een collectief ere-doctoraat voor de Antwerpse stadsdichters (!) of voor Luc Tuymans. Pekelzonden van een piepjonge UA...)

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
23 décembre 2010 4 23 /12 /décembre /2010 20:39

 

JvanS.jpg

Onlangs ook in de bus, de Nieuwsbrief Joris van Severen, eerste trimester 2011, waarin een gedegen bijdrage van Willem van Vrijberghe, 'Het Nationaalsolidarisme van Joris van Severen. Ontleding van een politieke ideologie'. Het artikel verscheen oorspronkelijk zowat vijftig jaar geleden in het tijdschrift Dietsland-Europa. Willem van Vrijberghe was een pseudoniem van Wim Grauls (1917-2008), zoon van de filoloog Jan Grauls (1887-1960) die tijdens de bezetting gouverneur van Antwerpen (minder bekend is dat mr René Victor kandidaat voor de functie was) en vervolgens burgemeester van Brussel werd.

In een vorige aflevering (derde trimester 2010) stelde Piet Tommissen de vraag of Van Severen zijn corporatisme-concept ontleende aan Gustav Landauer (1870-1919), de belangrijkste Duitse theoreticus van het anarchisme. Dat is nu aanleiding tot een hoffelijke pennenstrijd tussen Luc Pauwels (die over de ideologische evolutie van Joris van Severen promoveerde) en Piet Tommissen.

Onder de titel 'Omtrent Henri Bruning, Ernest Michel, Ernst Voorhoeve en het Verdinaso' brengt Maurits Cailliau een tweede reeks uitvoerige citaten uit Het plagiaat – de polemiek tussen Menno ter Braak en Anton van Duinkerken van Ewoud Kieft (Nijmegen, Vantilt, 2006).

De Nieuwsbrief is het driemaandelijkse tijdschrift van het Studiecentrum Joris van Severen v.z.w., Paddevijverstraat 2, 8900 Ieper.

Lidgeld (inclusief Jaarboek Joris van Severen): 25 €. Postrekening UBAN BE71 0001 7058 1469 / BIC BPOTBEB.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
13 novembre 2010 6 13 /11 /novembre /2010 07:50

 

naim_khader--250-x-339-.jpg

Naïm Khader (1939-1981)

De column van mijn vriend Frank de Vos wekte herinneringen bij mij op. Bijna drie decennia geleden, in 1981, mijmerde ik in het weekblad Wij, in mijn vaste rubriek 'Door de leesbril bekeken' (toen al...), over de thans nog altijd onopgeloste moord te Brussel op Naïm Khader  De tekst werd een jaar later opgenomen in mijn boekje Tussen zweefvlucht & zwaartekracht.

Ik heb er geen probleem mee de tekst hier in extenso te publiceren.

Zweefvlucht.jpg

Mijmerend over de moord op Naïm Khader, directeur van het PLO-bureau te Brussel (zowat de – uiteraard niet erkende – ambassadeur van het Palestijns Onafhankelijkheidsfront), duiken plots beelden uit een schijnbaar lang vervlogen verleden op. De donkere middeleeuwen blijken steeds dichterbij dan ons lief is te erkennen. Moord, machiavellistische machtspolitiek, staatsraison, irrationeel – of nog erger: rationeel – fanatisme, feodale verhoudingen zijn vandaag de dag nog steeds schering en inslag. Om dit in te zien volstaat het een blik zonder oogkleppen op de wereld te werpen. Ook Europa – dat zo prat gaat op een ongeëvenaarde beschaving en cultuur – ontsnapt hier niet aan. Universele en abstracte begrippen blijken al te vaak slechts window dressing voor roofdierlijk barbarendom. De mythische gemeenschapsidealen van de middeleeuwen hebben echter de plaats geruild voor het rekenende denken der gevoelloze nihilisten. Niets is nog zeker, er is alleen de ontluisterde en ontluisterende teistering van een ijl en ontlichaamd abstracte denken, dat elke menselijkheid negeert en uiteindelijk uitmondt... op moord bijvoorbeeld. Niet langer de roemrijke dood van de tragische held, doch het zinloze creperen bij een kille dageraad zonder hoop. Politieke moord als materiaal voor statistische gegevens.

De meest gewelddadige beelden roepen thans geen enkele emotie meer op bij de geblaseerde televisiekijker, die het verschil niet meer aanvoelt tussen de realiteit van vlees en bloed en het op celluloid gestolde moment van de allerlaatste ontknoping.

De audio-visuele cultuur leidt het tijdperk in van de versnelde vervlakking. Dit heet dan het begin van een nieuw tijdperk te zijn. Het begin, wie weet, van een nieuwe mythologie.

 

Henri-Floris JESPERS pp, Tussen zweefvlucht & zwaartekracht, Antwerpen, &Vondel, 1982, 34 p.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
22 octobre 2010 5 22 /10 /octobre /2010 21:08

 

De mens als kunstwerk of voorwerp

Gideon-Kiefer--Obesitas--gouache--potlood--balpen-en-stabil.jpg

Gideon Kiefer, Obesitas,

gouache, potlood, balpen op boekenkaft, 2009. Courtesy Galerie De Buck, Gent.

 

Alsof je een theater binnenstapt en een voorstelling meemaakt. Die indruk overvalt je telkens je naar een tentoonstelling gaat. Over de opbouw is door Patrick Allegaert, directeur van het Gentse Museum Dr. Guislain, en zijn team goed nagedacht. Er wordt vanuit twee richtingen gewerkt: de logica van de totaliteit van het onderwerp en de evolutie van de nieuwsgierigheid van de bezoeker, de toeschouwer. Haakt hij niet voortijdig af? Kan hij aan het eind van het parcours het begin nog zien? Elke tentoonstelling moet een verhaal hebben, een theatrale expositie zijn. Dat blijkt weer eens bij 'Het gewichtige lichaam Over dik, dun, perfect of gestoord'.

 

Als langste hongertijd had zijn impresario veertig dagen vastgesteld, langer liet hij nooit hongeren, ook in de wereldsteden niet, en daar waren gegronde reden voor.


 

Voor deze tentoonstelling zijn de samenstellers afgeweken van hun vaste startplaats, het brein van de mens. De uiterlijke verschijning is het uitgangspunt en de rode draad, in zijn extreme vorm. Anorexia en boulimia zijn echter geen modeverschijnselen, maar fenomenen van alle tijden. Dat zij meer dan ooit in de belangstelling staan, en dus een tentoonstelling waard, komt echter omdat de media als gieren er rondjes boven draaien. Te dik of te dun, het zijn beide kassabellen. Na een paar generaties panlatten schaven, is het weer karaffen geblazen. Maar niet in extreme vorm. Eenmaal boven het soortelijk gewicht van de teneur van het blad, schuift de karafmens naar voor, richting cover. En het publiek volgt mee. Nu er geen ideologieën meer zijn, telt meer dan ooit het uiterlijk.


 

Hij had het nog lang, eindeloos lang kunnen uithouden; waarom nu juist ophouden, terwijl hij in zijn beste, ja nog niet eens echt in zijn beste vorm van hongeren was?

 

Dat elke zender, hij zij openbaar of commercieel, een kookprogramma heeft, bewijst dat de schijn het heeft gehaald op het zijn. De wereld draait rond kledij, auto, horloge, interieur van woon- en werkomgeving, tuin, vakantieparadijzen en restaurants. Je plaats in de maatschappij wordt bepaald door een mix van de luxe. Dat was al zo in de oertijd van het Christendom zo, de Renaissance, de reformatie, het industriële tijdperk, het interbellum, de Koude Oorlog als het Hete Oosten van de laatste twintig jaar.

 

Het felle licht stoorde hem totaal niet, slapen kon hij toch helemaal niet en een beetje wegdommelen kon hij altijd wel, bij elke belichting en op elk uur, ook in een overvolle lawaaierige zaal.

 

Maar status is niet gebonden aan welstand. Status kan ook armoede zijn. En vanuit de armoede worden gezocht naar een status in de maatschappij. Een omgekeerde beweging. Dat is ook een verschijnsel dat aan bod komt in de tentoonstelling. Hoe kan ik mijn armoede zo aanwenden dat ik rijk word? Je staat soms verbaasd hoe een arme sukkel de media om zijn vinger wint en er garen bij spint tot hij – bij wijze van spreken – een bouwheer wordt en bankier. Le refrain se répète après chaque couplet. Toujours et partout. Elke generatie heeft zijn bedriegers. Mensen die verdunnen door een afwijking en zich tonen voor geld, maar in den duik eten en drinken, of verdikken. Honger- of vetkunstenaars strijden tegen elkaar, ook dat doet zich voor. Hij/zij is oprecht, de concurrent is een bedrieger.

 

Zo leefde hij met regelmatige kleine rustperioden vele jaren, in schijnbare glorie, geëerd door de wereld maar intussen toch meestal in een sombere stemming, die maar somberder werd door het feit dat niemand zijn hongerkunst serieus nam.

 

Fascinerend in deze tentoonstelling is hoe ideologieën vaak mager- of vetzucht niet alleen hebben beïnvloed maar ook bevorderd. Elke cultus heeft zijn ideale mens. Die model stond voor zijn succes. En waar mee geparadeerd werd om stemmen te winnen. Het blote bovenlijf van zowel mannen als vrouwen is altijd en voor elk bidhuis en stadion een propagandamiddel geweest. Politieke partijen maakten er gebruik van, maar ook vakbonden, het onderwijs als de cultuur. Het ideologisch perfecte lichaam was een belangrijk aspect te bate van het bereiken van de zuiverheid en de gestrengheid van de leer.

 

Hij alleen wist namelijk, verder wisten ook ingewijden dat niet, hoe gemakkelijk het hongeren was. Het was de gemakkelijkste zaak van de wereld.

 

Magerheid en obesitas kunnen echter ook vleesgeworden obsessies zijn. Een mens kan zich laten sterven of een dwangvoorstelling kweken die leidt naar stigmatisering. Wat de beweegredenen ook mogen zijn, de wetenschappers zijn er nog niet uit. En zullen er nooit uit zijn. De geest danst op de maat van de tijd maar niet op de vorm van de wet. De obsessies vormen het derde deel en hoogtepunt van deze tentoonstelling. De mens ziet zijn lichaam als een kunstwerk of een voorwerp. Daarom belandt de ene geobsedeerde van die gedachte in een kunstencentrum en de andere in een ziekenhuis. Maar wat is hun verwantschap en is er een grens te trekken? Hoeveel kunstenaars belanden niet ten onrechte in een krankzinnigengesticht en hoeveel gekken niet te rechte in een museum.

 

Probeer maar eens iemand de kunst van het hongeren uit te leggen! Voor iemand die het niet aanvoelt kun je het niet begrijpelijk maken.

 

De details van deze prachtige voorstelling staan in de als vanouds verzorgde catalogus. De wetenschappelijke artikels schetsen op bevattelijke wijze het beeld uit van de talrijke tableaux vivants, waartussen de bezoeker zich een figurant voelt. De talrijke illustraties zijn raak en scherp. De waarheid komt altijd aan het licht via de pen, het penseel, de beitel en de lens.

Een tekort dat telkens weer opduikt is de afgelegen cafetaria. Wie wil napraten voelt niet de aandrang er zich naartoe te reppen. En dat is nochtans nodig. Na elke voorstelling wil de goede toeschouwer even op adem komen. Ter plekke. Een tweede mankement is het ontbreken in deze tentoonstelling van tekeningen van Roland Topor. Seks stond weliswaar centraal in zijn beeldend en literair werk, maar alles vertrok en eindigde bij hem vanuit de darmen.

En zijn zij niet de wezenlijke slachtoffers van vetlaag en pluimgewicht? Gezien vanuit het belang van het evenwichtig functioneren van het denken.

 

Dat waren zijn laatste woorden, maar zelfs toen zijn ogen al braken lag er dezelfde vaste, zij het niet meer trotse, overtuiging in dat hij doorhongerde.

 

Guido LAUWAERT

Claude-Ambroise-Seurat--ingekleurde-gravure--Wellcome-Colle.jpg

Claude Ambroise Seurat, ingekleurde gravure, Wellcome Collection, Londen.

L-unite-de-la-force--prentbriefkaart--s.d.-Amsab-ISG--Gent.jpg

L'unité fait la force, prentbriefkaart, s.d., Amsab-ISG, Gent.

 

Het gewichtige lichaam. Over dik, dun, perfect of gestoord –Museum Dr. Guislain, Gent – van 8 oktober tot 8 mei 2011 – www.museumdrguislain.be

 

De cursieve teksten zijn geplukt uit Een hongerkunstenaar van Franz Kafka.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
11 septembre 2010 6 11 /09 /septembre /2010 23:25

 

BoudewijnWEB.jpg

 

De vijfde koning van België was naar buiten toe een heilige, maar in werkelijkheid een schurk. Boudewijn mocht dan een mooie jongen zijn, zijn karakter was zo giftig dat alle regeringen tijdens zijn bewind er het zuur van hebben gekregen. Hij was een bemoeial, een nukkig man, rancuneus, gevoelloos en wraakzuchtig. Had Shakespeare nog geleefd, hij had een stuk geschreven waarbij zijn bloedigste koningsdrama, Richard III, van de eerste naar de tweede plaats zou zijn verhuisd. Bovendien was Boudewijn niet de slimste jongen van de klas. Wijsheid heeft geen van de Coburgs ooit in pacht gehad. Ook Leopold II niet. Het is niet omdat hij Congo beetje bij beetje kocht, dat hij een intelligente jongen was. Hij was een man met een boerenverstand. Grond brengt altijd op. Je hoeft er je handen niet voor uit je zakken te halen.

Kunst en cultuur waren Boudewijn een gruwel. Buiten kasboeken, jaarverslagen en strips van Hergé heeft hij geen enkel serieus boek gelezen. Hij liet de boeken waarin hij, het land en de politieke wereld prominent aan bod kwamen door anderen lezen en een samenvatting maken op een wat toen nog heette kwartovel. Zijn beste vriend was Armand Pien. Samen zaten ze op een plat dak van Laken naar de sterren te staren. Armand gaf tekst en uitleg over de kosmos, Boudewijn over de hemel. Verder reikte zijn interpretatief draagvermogen niet.

De enige leden van de koninklijke familie met een onsje verstand zijn aangetrouwd. Op kop koningin Elisabeth. Zij wist dat geschiedenis niet zonder kunst kan, en omgekeerd. Dat je wijsheid niet bij directe medewerkers haalt, want die misbruiken zowel de baas [de koning] als het werkvolk [de regering]. Koningin Paola weet welke vaas bij een ruiker hoort. Prinses Mathilde is diplomatisch, kan discreet maar stevig aan de mouw van prins Filip trekken. Zij kan goed luisteren en vooral onthouden wat anderen haar op papier hebben voorgekauwd.

Tot zover de mening van uw dienaar. Ik heb het van ingewijden. Dezelfde ingewijden ongetwijfeld die ook Thierry Debels hebben gevoed. Parallel aan de ingewijden heeft Debels een knipselmap bijgehouden over Boudewijn. Thierry Debels is bedrijfseconoom en publiceerde onder meer De ondergang van Fortisen Het verloren geld van de Coburgs.Deze boeken wisten echter niet meer te vertellen dan wat algemeen al geweten was. Koning Boudewijn. Een biografieis in hetzelfde bedje ziek. Debels heeft een collage gemaakt van wat er in zijn knipselmap zat. De lijm perste hij uit de gossip. De ontleding van toestanden door Boudewijn georchestreerd, geboycot en opgezet krijgen geen diepere laag. Op wat platitudes na komt de lezer wel te weten wieBoudewijn was, maar niet hoe hij was. Daar heb ik met mijn schets in de eerste drie alinea meer kleur aan gegeven. Dat zou ik niet zeggen als de biografie niet triestiger is dan le roi tristeooit triestig is geweest.

Een al te vroeg ontvallen moeder, een vader die zijn job verliest, een schuinmarsjerende broer, een halfbroer met een paar verkeersdoden op zijn geweten, een lichtgestoorde neef, een plattelandsnicht en een tweede neef met een hondenbrein, allemaal goed en wel, maar wat is de oorzaak van de paranoia waaraan Boudewijn leed, een waanzin die hem tot een speelbal van Opus Dei maakte? Tot een diepere analyse van een koning zonder nar, vriend of vijand, van een man die in wezen zo eenzaam was dat hij in paniek dagelijks naar God belde, was de auteur niet in staat. Waarom was Fabiola meer moeder dan echtgenote? Meer verpleegster en non dan heidens altaar [merci, Claus]. Hoe komt het dat Boudewijn een voorkeur had voor dictators? Een gierigaard was? Die voor het behoud van het familiefortuin meer vertrouwen had in de kluizen van Fort Knox, en voor de Brusselse societybanken enkel wat zakgeld over had? In tal van louche zaken was verwikkeld? Aanzetten genoeg maar geen antwoorden. Althans, geen antwoorden voor hel en gevangenis.

Frans Verleyen, Herman Liebaers, zelfs kardinaal Suenens, proberen Boudewijn wat realiteitszin, kunstinzicht en sociaal gevoel bij te brengen. Allemaal boter aan de galg. Voor de groeiende populariteit van de vorst heeft Thierry Debels al evenmin een zinnige verklaring. Terwijl de reden, mijns inziens, juist in een misbruik van zijn karakter, een gebrek aan persoonlijkheid en een overdaad aan robotmachinerie is. Iemand die niemand vertrouwde, enkel een spel van charme en attentie speelde. Een masker opzette voor de buitenwereld. Een extreem egocentrische figuur was. Zelfs voor zijn hartkwaal week hij uit naar Parijs. De Belgische chirurgen en ziekenhuizen waren hem te min. In wezen had hij een afkeer van het land, zijn leiders en het volk, is zowat het enige dat afgeleid kan worden uit deze biografie, waarvan je je afvraagt: waar is de snijkant?

Koning Boudewijn, een biografietot slot is slecht geschreven. Thierry Debels heeft een schrijfstijl waarvan je onwel wordt. De zinnen zijn saai en al te kaal. Zelfs een biografie mag geen nuchtere taal hebben. Er moet engagement uit spreken, liefde voor het onderwerp, een speelsheid hebben met een vleugje droge humor hier en een natte tragiek daar. Tientallen passages zitten ook fout in elkaar. Een voorbeeld, de middelste alinea pagina 167, naar aanleiding van de Chinareis van koningin Elisabeth in 1961: ‘Nu is het genoeg geweest!’ roept hij zijn grootmoeder toe. ‘U moet ermee ophouden propaganda voor het Oostblok te maken.’ Veel indruk maakt hij niet op zijn oma. Als ze terugkomt wordt de koningin onmiddellijk in een auto gestopt. Ze had journalisten op de terugreis verzekerd dat ze de waarheid over China zou vertellen, maar Boudewijn muilkorft zijn grootmoeder. Einde citaat. Hoe kan hij haar dat hebben toegesnauwd als ze nog in China zat? Over de telefoon! Ja, dat zou kunnen maar staat er niet. Details, daar is een opvallend gebrek aan. Terwijl het precies details zijn die verklaringen kostumeren.

Dit boek is waardeloos, deze biografie nutteloos. Koning Boudewijn. Een biografieis een must voor royaltyliefhebbers en iedereen die in de Belgische geschiedenis geïnteresseerd is, staat er op de achterflap. Dat is niet waar. Het is hard om te zeggen, maar liever Dag Allemaaldan dit prul.

Guido LAUWAERT

Thierry DEBELS, Koning Boudewijn. Een biografie, Antwerpen / Utrecht, Houtekiet, 2010, 400 p., hardcover, ill., 29,95 €.

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
11 septembre 2010 6 11 /09 /septembre /2010 23:18

 

Het Paleis heeft niet de gewoonte te reageren op roddels betreffende het privéleven van de koninklijke familie. Dat gebeurde wel naar aanleiding van Het verloren geld van de Coburgs (Antwerpen, Houtekiet, 2010, 150 p., pb, 17,95 €), waarin Thierry Debels de rijkdom van de Belgische dynastie onderzocht. In het communiqué van het Paleis stond te lezen dat de informatie die door Debels wordt verspreid over het persoonlijke fortuin van Albert II de vrucht is van een rijke fantasie. In het persbericht wordt één miljard euro een “totaal uit de lucht gegrepen bedrag” genoemd.

Nu pakt Thierry Debels uit met een biografie van koning Boudewijn, door Marc Reynebeau getypeerd als “een samenraapsel van wat eerder al over Boudewijn is gepubliceerd, doorspekt met anekdoten, geruchten, roddels en halve waarheden, soms van anonieme bronnen, soms uit obscure publicaties, soms van een of andere toverkol, maar meestal zonder enige bronvermelding.”

 

Overtuigende bewijzen ontbreken, historische kritiek op de bronnen evenzeer. Dat en de vele detailfouten maken dit boek zeer ongeloofwaardig, zelfs in de passages waar het interessant had kunnen zijn. Tot overmaat van ramp blijkt Debels maar weinig benul te hebben van de historische en politieke context, zelfs als het gaat over de Koningskwestie, die de eerste helft van Boudewijns koningschap overschaduwde, de verhouding met Congo, of de federalisering, die Boudewijn zo bekommerde. […]

Wat dan rest van deze biografie is eerder een verzameling verdachtmakingen. Boudewijn, zo lijkt Debels te willen betogen, was geen minzame, ascetische mensenvriend, zoals de mythe het wil, maar sluw, kil, autoritair en hypocriet. En hij bestond het zelfs om eens bij het dessert een tweede portie te vragen!

Ongetwijfeld valt veel af te dingen van het heiligenbeeldje dat rond de vorige koning is gecreëerd. Maar dat zal toch het werk van een ernstiger auteur dan Thierry Debels moeten zijn.

(Marc REYNEBEAU,'Kreetjes en gefluister over koning Boudewijn', in: De Standaard, 16 augustus 2010)

*

Thierry Debels (°1968) studeerde Toegepaste Economische Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Daarna werkte hij drie jaar als beleggingsadviseur bij ING België, als wetenschappelijk medewerker aan de Money & Finance Research Group van de Vrije Universiteit Brussel en als docent bank- en beurswezen aan de Katholieke Hogeschool Leuven. Hij werkte halftijds in dienst van de parlementaire fractie van Lijst De Decker. Hij schreef verscheidene boeken over economische onderwerpen, waaronder de bestseller Encyclopedie van fraude, zwendel en bedrog (Van Halewijck, Leuven, 2007, 240 p., 6,90 €).

Debels kwam prominent in het nieuws met zijn terecht fel omstreden boek over financiële stromen bij NGO's (niet-gouvernementele organisaties) Hoe goed is het goede doel? (Gent, Borgerhoff en Lamberigts, 2007, 224 p.), waarin hij de effectiviteit en de efficiëntie van de caritatieve sector in ons land scherp aan de kaak stelde. Dat resulteerde in een rechtszaak. Bij het raadplegen van de website van de uitgever kan vastgesteld worden dat het boek kennelijk niet langer in het fonds figureert.

In De ondergang van Fortis (Antwerpen, Houtekiet, 2009, 184 p., 17,50 €) waarin hij probeert “de échte waarheid” te achterhalen. Hij baseert zich daarbij “onder meer op tientallen gesprekken met de hoofdrolspelers en geheime documenten”. Zijn tijdelijke inzet voor LDD leverde alweer een resem “revelaties” op: Mijn jaar bij Jean-Marie Dedecker (Antwerpen, Houtekiet, 2009, 207 p., 18,95 €).

Debels vergeleek zelf De ondergang van Fortismet een literaire thriller... Hij heeft zonder meer gelijk. Vertrouwelijke gesprekken met anonieme informanten, ontmoetingen met actoren en / of ingewijden, “geheime” documenten, recyclage van geruchten en roddels vakkundig overgoten met een vleugje zorgvuldig gedoseerde complottheorietjes, dit alles verleent aan Thierry Debels' “dossiers” een hoog fictiegehalte...

In de volgende aflevering wordt Boudewijns' biografie besproken door Guido Lauwaert.

 HFJ

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article
30 juin 2010 3 30 /06 /juin /2010 16:33

vatican_en.jpg

In het najaar van 2009 verscheen het prachtige boekwerk De geheime archieven van het Vaticaanbij VdH Books, een uitgeverij die tamelijk recent opgericht werd door Paul Van den Heuvel. In dit fotoboek op groot formaat (30 x 30 cm) worden ruim honderd erg kostbare en historisch uiterst belangrijke documenten uit het legendarische Vaticaanse archief visueel gepresenteerd en tekstueel toegelicht door een 20-tal auteurs (252 p. en 344 kleurenfoto’s); de teksten werden in het Nederlands vertaald door dr. Johan Ickx, o.m. docent aan de Università Europea di Roma.

Voorbeelden: brief van de paus n.a.v. de kroning van Karel V; brief waarin aan Mozart een bepaalde onderscheiding/orde wordt verleend; brief van keizerin Helena van China (1650); de troonsafstand van Christina van Zweden; brieven van Elisabeth I van Engeland, Filips II van Spanje of Michelangelo; documenten i.v.m. de tempeliers… En die hele rijkdom wordt dan afgewisseld met schitterende, pagina-grote foto’s van diverse afdelingen van het archief zelf.

De goedkoopste editie kost om en bij 50 €, maar er bestaan ook uitvoeringen van net geen 300 € of zelfs… 5000 €. Het werk is verkrijgbaar in het Engels, Frans, Italiaans en Nederlands.

Wie de niet zo uitgebreide fondslijst van VdH Books bekijkt, zal merken dat het de uitgever blijkbaar niet te doen is om kwantiteit maar om min of meer unieke ‘boekstukken’ die ook als kunstig object het oog van de lezer-kijker kunnen strelen.

 

www.vdhbooks.com

 

     

 

 

Repost 0
Published by CDR-Mededelingen - dans histoire
commenter cet article

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche