Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
20 mai 2011 5 20 /05 /mai /2011 23:32

Beeldschoon. Een treffender woord kan ik niet plakken op De veer van César. Deze kortfilm van regisseur Oscar Spierenburg (tevens getalenteerd kunstschilder) beleefde donderdag jongstleden de persvoorstelling in Cartoon's. Er was zoveel publiek op komen dagen dat hij een uur later nog eens werd vertoond. Dat belooft voor de officiële première in de Roma, komende maandag om 20.30 uur. Oorspronkelijk was het de bedoeling die op het balkon daar door te laten gaan, maar het wordt de grote zaal! Ook in Gent vindt een première plaats, en wel op maandag 6 juni in Kinepolis, Ter Platen 12.

De veer van Césaris gebaseerd op César aan het woord, het gedicht dat Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen (die zelf ook in beeld komt als kastelein) schreef met het taaluniversum van de eigenzinnige Pjeroo Roobjee in gedachten. Die Roobjee, tevens fascinerend beeldend kunstenaar, mag hier de hoofdrol spelen van de uitbater van een speelgoedwinkel (de door eigenaars Jetty De Laet en Lotte Verhelst welwillend ter beschikking gestelde Sjokkel in de Wijngaardstraat) die langzamerhand zijn houvast op de werkelijkheid kwijtraakt onder de zware schaduw van een nakend faillisement. Hij doet zulks met verve, doorlopend met de van hem bekende peuk op de lippen en in zijn vertrouwde zangerige Oost-Vlaams. César doolt door het Antwerpse stadshart, dat wonderlijk fraai in beeld wordt gebracht, en kan maar geen afstand nemen van zijn winkeltje en het speelgoed daarin.

Ook dat speelt een hoofdrol, en dat is de verdienste van animatieregisseuse Minske van Wijk die onder meer ballonnen en een zilvermeeuw ontroerend door de scènes laat zweven.

DeVeerROOBJEE

Pjeroo Roobjee

Maar op het Conscienceplein laat ze ook ineens een mallemolen opduiken, in de Wolstraat César wegspringen voor een reusachtige speelgoedtram ( en in de Wijngaardstraat mensgrote mechanische poppen verschijnen.

 

De scène waarin een speelgoedmuisje een suikerklontje in César's koffietje komt gooien doet denken aan die in Jean-Pierre Jeunet's Le fabuleux destin d'Amelie Poulainwaarin op haar nachtkastje een varkentje haar lampje uitdoet. Intiem, ontroerend.

Onder meer Jan Decleir (zijn présence, al duurt die nog zo kort, op celluloid blijft verbazingwekkend) en Robbe De Hert tekenen voor opmerkelijke gastrolletjes. De encadrering is vlekkeloos, het kleurenpalet hartverwarmend en de muziek (gecomponeerd door regisseur Oscar Spierenburg in samenwerking met diens broer Tobias) charmant.

De veer van Césaris Oscar Spierenburgs debuut als cineast, en hij mag er fier op zijn. Minske van Wijk liet zich met eerder animatiefilmwerk reeds opmerken op festivals in onder meer Berlijn, Melbourne en Rome.


Naschrift

DeVeerCONSCIENCE

Conscienceplein

Toen ik vorig jaar door Michaël Vandebril van Antwerpen Boekenstad namens de makers mee werd uitgenodigd (er werden meer dichters benaderd) om te figureren in De veer van César ging ik met plezier op die invitatie in. Terwijl de meeste van mijn literaire of anderszins artistieke collegae (als Dianne Broeckhoven, Frank De Vos, Noella Elpers, Adriaan Raemdonck, Annmarie Sauer en Ingrid Vander Veken) opteerden voor een presentie later op de dag in dat sympathieke en warme cultuurminnende café Rood-Wit aan de Drubbelstraat 42 in Berchem meldde ik me op een bitterkoude oktoberochtend (het was echt om te kléumen!) op het Conscienceplein waar behalve de filmmakers alleen Pjeroo Roobjee aanwezig was. In René Frankens boekhandel Demian gingen we de krant lenen waarin ik op een bankje voor de Carolus Borromaeuskerk zit te lezen. Minske van Wijk vroeg hem en passant of hij ook even wilde opdoemen in die opname. Daaruit komt de still hierboven. Rechts kuiert Pjeroo. In de film zie je René mij passeren en goeiendag wensen, waarop ik hem beleefdheidshalve à l'improviste een goeiendag terug wens. Je hoort dat natuurlijk niet, maar éigenlijk had ik dus een sprékende rol. Het was een bijzondere ervaring Oscar, Tobias, Minske en Mustapha zo gedreven bezig te zien met het creëren van iets waarvan zíj al wisten hoe het er uit moest gaan zien. Op de plaats van de draaimolen op de foto was die morgen slechts een enorm groen laken te zien waarop later die carrousel werd gemonteerd. Het was leuk om, hoe bescheiden dan ook, eens deel uit te maken van het productieproces van een film in plaats van die louter te consumeren.

Ik ben, in een tijd dat het bezit van een televisietoestel nog geen vanzelfsprekendheid was, opgegroeid als zoon van een filmoperateur. In de Roxy aan de Grote Markt in Bergen op Zoom zag ik als jongetje al zoveel films op groot formaat dat ik televisie immer als ersatz ben blijven zien. Het was niet eens zozeer als dichter of als lid van de Vlaamse Vereniging van de Filmkritiek (VVF) dat ik het een bijzondere sensatie vond om mijn naam op de aftiteling van een op groot scherm geprojecteerde rolprent te zien, maar toch vooral als zoon van de filmoperateur....

Bert BEVERS

Zie ook:

http://mededelingen.over-blog.com/article-minske-van-wijk-en-peter-holvoet-hanssen-de-veer-van-cesar-73930840.html

Partager cet article
Repost0
16 mai 2011 1 16 /05 /mai /2011 03:05

 

De_Veer_van_Cesar_-_still_2.jpg

De première van de (kort)film De Veer van César vindt plaats op maandag 30 mei om 20u30 stipt in De Roma. De opzet is een symbiose van film, animatie en poëzie.

Pjeroo Roobjee is een eigenaar van een speelgoedwinkel die zo vergroeid is met zijn werk dat hij de greep op de realiteit verliest. Hij dwaalt door de stad en ziet zijn speelgoed tot leven komen. De basis van de twintig minuten durende poëtische film over verlies van en gevecht voor authenticiteit is 'Brief aan Jérôme', een gedicht van Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen geïnspireerd door het taaluniversum van Pjeroo Roobjee, hier eerder exclusief gepubliceerd op 13 mei.

Antwerpen fungeert als prachtdecor voor een film die de grenzen tussen beeld en poëzie verkent. In de prent duiken o.a. Jan Decleir, Robbe De Hert enAdriaan Raemdonck in een bijzondere bijrol op. Onvergetelijk zijn de beelden in het inmiddels in muziek- en literatuurminnende kringen overbekende Café Rood-wit (Drubbelstraat 42 te 2600 Berchem).

*

De première van De veer van César vindt plaats is in De Roma, maandag 30 mei om 20u30 stipt: een draaiorgel wacht u vooraf op. Toespraak van de zinderende hoofdrolspeler Pjeroo Roobjee. Na de 20'film is er een optreden van De Luna's in de foyer. De Roma, Turnhoutsebaan 286, 2140 Borgerhout Inkom: 4 €. Geraakt u er niet? 6 juni te Gent, reserv. Zebrastraat: zie http://productie.picoux.be - incl.nabespreking met de crew.

Met steun van de stad Antwerpen, het VAF, het Vlaams Fonds voor de Letteren. Meer info over de kortfilm – met de trailer – is terug te vinden op http://productie.picoux.be

REGIE: OSCAR SPIERENBURG; SCENARIO: MINSKE VAN WIJK EN PETER HOLVOET-HANSSEN; MET: PJEROO ROOBJEE & ROBBE DE HERT, JAN DECLEIR e.a.; MUZIEK: OSCAR EN TOBIAS SPIERENBURG; PRODUCER: PICOUX PRODUCTIE VZW; 2011; BELGIË; 20 MIN; NED. GESPR.

 

Partager cet article
Repost0
12 janvier 2011 3 12 /01 /janvier /2011 07:22

 

JohanVanhecke1-copie-1.jpg

Johan Vanhecke

Woensdag 5 januari vond de eerste lezing van het nieuwe jaar van ExLibris plaats. Voor een geïnteresseerd pubkiek introduceerde Johan Vanhecke het thema “Johan Daisne en de film”.

Wat een powerpoint voorstelling moest worden was na enkele pogingen tot mislukken gedoemd. Beamer en laptop waren niet compatibel. Dit deed echter niets af aan het belang van de lezing. Op een heldere en boeiende manier vertelde de spreker over de wijze waarop Johan Daisne film in zijn boeken verwerkt heeft. Zijn fascinatie voor de film ontstond reeds op 5-jarige leeftijd en leidde tot het verzamelen van vele memorabilia zoals affiches en bioscoopprogramma’s . Dit gedeelte van zijn archief bevindt zich te Gent, handschriften, correspondentie enz. zijn in het AMVC Letterenhuis, waar ze bestudeerd worden door Johan Vanhecke die werkt aan een biografie van Johan Daisne.

Ook na de lezing werd de spreker nog met vragen bestookt.

De lezingen vinden plaats elke eerste woensdag van de maand in Café Rochus in de Rochusstraat te Deurne. Op 2 februari stelt René Broens zijn Reinaertboek (gemaakt in samenwerking met tekenaar Marc Legendre). Info: gert.vingeroets@scarlet.be

JohanVanheckeJohan Vanhecke, Jan Vaes en Manu van der Aa

Partager cet article
Repost0
27 juin 2010 7 27 /06 /juin /2010 11:16

Denkbeelden is een verzamelbundel van een vijftiental essays van diverse auteurs over het verband tussen filosofie en film. Eén van de mede-auteurs is Gregory De Vleeschouwer: hij is reeds geruime tijd handelsingenieur (2003) en doctoreerde op 11 januari 2010 aan de KULeuven in de Wijsbegeerte met het proefschrift Getekend door het lichaam. De rol van het lichaam bij de totstandkoming van persoonsidentiteit.

Dat het verband tussen wijsbegeerte en film inderdaad méér dan ‘denkbaar’ is – net zoals je een gelijkaardig raakvlak zou kunnen veronderstellen ten aanzien van b.v. de literatuur – zal wellicht door velen intuïtief worden aangevoeld. Wanneer ik tijdens/na een film spontaan uitroep “Walgelijk!”, dan ventileer ik, denk ik toch, een morele appreciatie waarbij serieuze ethische overwegingen in het spel kunnen zijn; de beoordeling “Wat is dat onzeggelijk mooi!” roept mogelijk het thema op van de esthetische ervaring; en dan hebben we het nog niet over de ‘blik’ van de camera, over de tijd-ruimte-implicaties van de montage, over de relatie tussen waarheid/werkelijkheid en fictie, of over filosofische thema’s in een film zelf.

Het ‘Voorwoord’ maakt alvast duidelijk waar het dit boek om te doen is: de globale invalshoek, het doel, de structuur en de methode van deze reader, waarna een uitstekend (want erg helder en synthetisch) overzicht van de diverse hoofdstukken wordt geboden.

Misschien is het nuttig om hier uitdrukkelijk het gekozen uitgangspunt te vermelden: je kan immers films gaan bespreken aan de hand van filosofie zodat op de film zélf gefocust wordt en de filosofie fungeert als verklaring of illustratie. Het kan echter ook omgekeerd, nl. wanneer de ‘geschiedenis’ van de filosofie (of thema’s daaruit) verteld wordt (worden) aan de hand van analyses van films die “daarbij als leidraad of illustratie fungeren” (p. 11). Precies dat laatste is het geval in deze essaybundel.

Vandaar ook de thematische structuur ervan: “Uitgangspunt is steeds een filosofisch thema, dat wordt voorgesteld met verwijzingen naar personages, beelden, situaties of verhaallijnen uit films.” (p.11).

Zoals het (althans helder denkende) filosofen past, beantwoordt de schikking van de essays op allervoorbeeldigste wijze aan een dwingende logica. Het openingsessay handelt namelijk over de verwondering als ‘motor’ van elke filosofische reflectie en over het verschil tussen ‘zijn’ en ‘schijn’, waarbij Plato en zijn beroemde allegorie van de grot (toujours lui… wie zei ook weer dat de hele filosofie door de eeuwen heen niks meer is dan een voetnoot bij Plato?) ‘gekoppeld’ worden aan Bertolucci’s Il conformistaen The Matrix.

Daarna volgen deze filosofische ‘problemen’:

thema één: ‘zelfkennis’, ‘bewustzijn’ en ‘identiteit’ of: ‘wie ben ik?’ (met in de hoofdrollen Freud en Hitchcock, bijvoorbeeld);

thema twee: wat is mijn relatie tot de andere?en dus: fundamentele vragen rond ethiek, politieke filosofie, vrijheid en determinisme (A clockwork orange, Minority report, Dogville, Metropolis…);

thema drie: het ‘ik’ tegenover de wereld: in hoeverre kan ik die wereld kennen of is die kennis betrouwbaar, vandaar: de epistemologische problematiek geïllustreerd met o.a. Rashômonen The Matrix, taal- en cultuurfilosofie (Babel) en de esthetische ervaring (Pantserkruiser Potemkin);

thema 4: inzicht in het leven en betekenis en zin van leven en dood (existentiële problematiek), vandaar: het verband tussen kennis en geluk (Goodbye Lenin; Big Fish), de dood (Ingmar Bergmans Het zevende zegel is hier haast onontkoombaar) en de functie van symbolen en rituelen (Dood van een theemeester).

Tot slot wordt de relatie tussen film en filosofie meer algemeen-theoretisch en samenvattend behandeld. Welke raakpunten bestaan tussen beide, welke benaderingswijzen zijn mogelijk, wat is de filosofische relevantie van films, is film überhaupt een kunstvorm, waar situeert deze reader zich ten opzichte van gelijkaardige studies rond dit onderwerp?… dat soort vragen. Ook hier komt het reeds gesignaleerde verschil in perspectief naar voren: je kan filosoferen over film maar ook aan de hand vanfilm; ook wordt het verschil tussen ‘logos’ (argument, filosofie) en ‘mythos’ (verhaal, film) – universaliteit versus het ‘particuliere’ – behandeld, om maar iets te noemen.

De eindconclusies van dit hoofdstuk, en dus meteen van het hele boek, zijn ondubbelzinnig positief: het heeft wel degelijk zin om te spreken van ‘filmkunst’; en ten tweede: films kunnen wel degelijk filosofisch interessant en relevant zijn. Twee conclusies die ik, als geïnteresseerde leek en amateur (van ‘amare’!), misschien wel al lang intuïtief en vaag als ‘waarheid’ koesterde, maar die nu door de lectuur van enkele van deze uitstekende en boeiende analyses rationeel gefundeerd en overtuigend bevestigd werden.

Het boek bevat ten slotte nog: per hoofdstuk/thema een literatuurlijst.(‘Literatuursuggesties’), een film- en een filosofenregister en een heel summiere (professioneel-academische) bio-bibliografie van de auteurs.

*

Het komt mij voor dat de literatuursuggesties ietwat eenzijdig op de Angelsaksische wereld gericht zijn. Zo mis ik, tenminste als ik goed gekeken heb, verwijzingen naar b.v. het tweedelige werk van Gilles Deleuze of naar de omvangrijke bibliografie van Joost Raessens, evenals een vermelding van het boek van Johan Swinnen, Reflecties. Film als filosofie (2007; een interviewbundel met – precies – vooraanstaande Vlaamse filosofen rond het thema film, b.v.beschouwingen van Etienne Vermeersch over de dood en… Ingmar Bergman). Maar wellicht behoren die werken meer tot de “philosopy offilm” dan tot de “philosophy throughfilm”?

Ten tweede. Denkbeeldenbevat een kapittel ‘Mens en maatschappij’ (deel II) met daarin als hoofdstuk 8: ‘Hoe moeten we samenleven? Over vrijheid, gelijkheid en broederschap’ (door Thomas Nys). Hierin komen filosofen als Aristoteles, Hobbes, Berlin en Marx aan bod, en films als Equilibrium, The Truman showof The big Lebowsky. Nergens wordt echter expliciet gewag gemaakt van (de ‘linkse’, ‘materialistische’ of ‘marxistische’) ‘ideologie-’ of ‘cultuurkritiek’ zoals we die b.v. vinden bij een Walter Benjamin (Het kunstwerk in het tijdperk van zijn techniese reproduceerbaarheid) of in een essaybundel als De zucht van de zombie. Opstellen over verontrustende films (1985) van Luk De Vos en Mark Holthof (waarin o.m. erg kritische beschouwingen over het werk van Hitchcock, de Nouvelle Vague of het thema ‘Kind en film’).

Dit laatste maar even terzijde en louter informatief, want mogelijk valt deze benaderingswijze nu eenmaal buiten “de grote verscheidenheid aan stijlen en disciplines die de filosofie vandaag de dagkenmerkt” of buiten het “min of meer representatief staal […] van het filosofische onderzoek van vandaag” (p. 11); en bovendien is, begrijpelijkerwijze, “elke aanspraak op exhaustiviteit uiteraarduit den boze” (p. 11 – cursivering telkens van mij).

*

Bijna alle auteurs zijn op één of andere wijze verbonden aan het HIW (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte) van de KULeuven, hetzij als docent, hoogleraar, assistent of onderzoeker. Namen als Arnold Burms, Paul Cortois of Herman De Dijn zullen bij velen, al dan niet ‘alumni Lovanienses’, wel een belletje doen rinkelen.

In de auteurssignalementen helemaal achterin het boek lees ik dat Gregory De Vleeschouwer een proefschrift voorbereidt aan het HIW (dat is dus ondertussen ingediend en verdedigd) en dat zijn filosofische interesse o.m. uitgaat naar de relatie tussen filosofie en literatuur en naar het probleem van de persoonsidenteit. Precies op dat laatste terrein situeert zich zijn omvangrijke bijdrage: ‘Wanneer ben ik mezelf?Over bewustzijn, authenticiteit en existentiefilosofie’ (pp. 68-86).

Sartre ging ervan uit dat er niet zoiets bestaat als een vooraf gegeven ‘essentie’ of een ‘ware’ kern van onze identiteit. Integendeel, zo becommentarieert de auteur: “Volgens Sartre is de mens zichzelf een vraag”; “de mens treft zichzelf immer in medias res aan, en nooit als afgerond geheel. Existentie behoudt de voorrang op essentie: het bestaan laat zich niet vatten in definities.” Of nog: “Afstand – dat is de prijs die we volgens Sartre moeten betalen voor ons zelfbewustzijn.” (alle citaten p. 71).

Wij proberen wanhopig onszelf te zijn, dus ‘authentiek’, maar slagen daar niet in. In hoeverre zijn we ‘imitatoren’: hier rijst het probleem van de verregaande identificatie of, integendeel, de extreme ontkenning ervan. In hoeverre valt het subject nog met zichzelf samen, of is het zo dat we onszelf tot object maken zodat er een heuse (en gevaarlijke) barst ontstaat tussen subject en object; en wat bepaalt eigenlijk werkelijke ‘authenticiteit’?

Deze vragen worden verduidelijkt aan de hand van films als C’est arrivé près de chez vous, Podium en Play it again, Sam (oorspronkelijk een toneelstuk van Woody Allen uit 1968/69, in 1972 verfilmd door H. Ross). Daarnaast worden nog andere films of bepaalde auteurs uit de wereldliteratuur (Shakespeare, Cervantes, Dostojevski, Philip Roth…) in deze beschouwingen betrokken.

De allerlaatste woorden van zijn bijdrage luiden: “As time goes by” – een ‘citaat’ dat mij niet zonder enige weemoed herinnert aan die onvergetelijke film Casablanca(1942) en aan die al even onverwoestbaar-mooie song daaruit, zoals hij gezongen en op de piano begeleid wordt door Dooley Wilson.

Inderdaad, “Tempus fugit” ofte “Time goes by”, helaas en onherroepelijk. En toch kan de flux van de tijd, toch kunnen de spoelen van de grote film die Levenheet gestopt of ten minste in slow motion afgespeeld worden, al was het maar af en toe en slechts tijdelijk: (o.m.) door enkele ‘stills’ die ons resten; door tijdloze literatuur en films; of dankzij boeiende en ‘authentieke’ essays, diepgravende “denkbeelden” – zoals bijvoorbeeld het besproken opstel uit deze belangwekkende bundel opstellen over film & filosofie.

Luc PAY

 

Pieter D'HOINE en Bart ENGELEN [red.], Denkbeelden. Van film naar filosofie. Kapellen / Kampen, Pelckmans / Klement, 2009, 287 p., 22,50 €.

 

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche