Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
29 septembre 2012 6 29 /09 /septembre /2012 10:00

 

2-seconden-geschiedenis.jpg

Dit is Louis Aimé Augustin Le Prince. De man werd geboren in Metz, op 28 augustus 1842 en werd vermist sinds 16 september 1890. Op 14 oktober 1888 (dat is bijna 124 jaar geleden) filmde Louis Le Prince in de tuin van Joseph en Sarah Whitley in Oakwood Grange (in Roundhay, Leeds, West Riding of Yorkshire) de heer en dame des huizes en Adolphe Le Prince en Harriet Hartley terwijl die een soort van rondedansje lijken te maken. Deze scène (ontdekt op de prachtige site Retronaut) duurt dan weliswaar amper 2 seconden, maar is onmiskenbaar van historisch belang: het is de oudste nog bestaande filmopname

http://www.retronaut.co/2010/10/the-first-motion-picture-1888/

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
1 septembre 2012 6 01 /09 /septembre /2012 10:00

 

Desmond-Morris--foto-Bert-Bevers-.JPG

Desmond Morris

(Foto:Bert Bevers)

In 1981 zag ik La guerre du feu van Jean-Jacques Annaud (die later nog parels als L'Ours  en Deux Frères zou draaien) in de bioscoop. Die weer eens bekeken. Zelden zo'n geloofwaardige verbeelding van de oertijd gezien. Het verhaal speelt zich niet minder dan 80.000 jaar geleden af, een tijd waarin onze verre voorvaderen nog moesten leren om vuur te maken. Everett McGill, Ron Perlman, Rae Dawn Chong en Numeer El-Kadi zetten hun personages op een onvergetelijke manier neer. Het is uiteraard een film met weinig tekst. Althans, weinig tekst zoals wij die kennen. Annaud riep voor zijn werk de hulp in van beroemde deskundigen. Zo bedacht Anthony Burgess de klanken waarmee de oermensen communiceren, en dat leverde een overtuigende 'taal' op.

Voorts adviseerde bioloog en schrijver Desmond Morris Annaud inzake de gebaren die de holbewoners gemaakt zouden hebben. Veel aapachtige, maar toch ook voor onze soort herkenbare. Een beklijvende productie!

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
6 août 2012 1 06 /08 /août /2012 09:00

 

Filmposter.jpg

Ach, wat weende ik bittere tranen bij de slotscène van The Sullivans. Treinmachinist Thomas Mitchell wuift daarin, terwijl hij een militaire groet brengt, naar de watertoren waarop hij zijn zoons ooit naar hem zag zwaaien. Ze waren vlak daarvoor gesneuveld in de oorlog, en wel álle vijf….

Om zoiets moet je niet huilen jongen,” zei mijn vader, terwijl hij normaliter de eerste was om me te troosten. “Da’s een pure propagandafilm!” Terwijl ik de tranen nog van mijn wangen aan het vegen was, bedacht ik me welk een fraai woord propaganda was, en vroeg ik me af wat het betekende. Ik was nog jong, maar ik herinner me toch scherp dat hier de kiem van mijn politieke bewustzijn lag.

Wat later was het 1966, en o wat was ik onder de indruk van wat er op muzikaal gebied allemaal aan het gebeuren was. Nog steeds ben ik blij dat ik auditief getuige heb mogen zijn van de nieuwe geluiden die Beatles, Kinks, Move en Small Faces (zonder wie de huidige popmuziek er geen zou zijn) via de radio op de wereld los lieten.

Ter zake: een van de singles die ik toentertijd gewéldig vond was Hi Lili Hilo van The Alan Price Set. Ik weet nog goed hoe het me verwonderde dat pa (die van al die muzikale nieuwlichterij niets moest hebben) daar vrolijk bij mee floot. Of hij dat een leuk nummer vond? “Leuk liedje jongen, dat floot ik al mee toen jij er nog niet was.” Toen ik er nog niet was? Wat kregen we nou toch helemaal? Alan Price was nota bene toetsenspeler geweest bij The Animals, en wereldberoemd door dat superlullige maar wereldwijd gesmaakte orgelriedeltje in The House Of The Rising Sun. Hoe kon het dat mijn vader diens jongste single al lang kende?

Wel: al in 1953 toverde mijn vader als filmoperateur zijn bezoekers Lili (en die rolprent zag ik nu pas voor het eerst) voor ogen. Een film van Charles Walters, die daar mijns inziens volkomen verdiend een Oscarnominatie voor kreeg. En het wil iets zeggen dat ik dat terecht vind, want ik krijg altijd de zenuwen van musicals of operettes (waarin mensen slag om slinger op de belachelijkste momenten van conversatie op liedjes overschakelen). Welk een hartveroverend, schitterend in Technicolor weergegeven, sprookje is me dat. Werkelijk álles in Lili is juist gedoseerd. Het zegt iets wanneer je als volwassen man tranen op voelt wellen bij het aanschouwen van een gesprek tussen een meisje van vlees en bloed en póppenkastpersonages. Hoed af! Ik kan me zo voorstellen dat in 1953 half Europa verliefd was op Leslie Caron (die Lili gestalte gaf), zoals dat in het begin van deze eeuw het geval was met Audrey Tautou (die Amélie wás in Le fabuleux destin d’Amélie Poulain van Jean-Pierre Jeunet).

En om nóg eens ter zake te komen: het liedje waarop Lili is gebouwd (een compositie van Bronislau Kaper en Helen Deutsch) is….Hi Lili Hilo! Tot zover deze bijdrage van uwen

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
30 juillet 2012 1 30 /07 /juillet /2012 08:00

 

Electrola.jpg

Een van mijn lievelingsfilms is Menschen am Sonntag, uit 1930. In 1929 gedraaid door jonge cineasten die later het Derde Rijk zouden ontvluchtten en het allemaal op eigen naam zouden maken. De regie was in handen van Curt en Robert Siodmak (die later voor spektakels als The Crimson Parate tekende – hij werkte vaak met Burt Lancaster), Edgar G. Ulmer en Fred Zinnemann (denk aan klassiekers als From Here To Eternity, A Man For All Seasons  en The Day Of The Jackal). Voeg daarbij dat het scenario mee werd geschreven door niemand minder dan Billy (Double Indemnity, Sunset Boulevard, Some Like It Hot) Wilder en je weet dat hier talent in het kwadraat bezig was. In Menschen am Sonntag spelen alleen maar amateurs. Het meest fascinerend vind ik de documentaire aanpak, de beelden van het alledaagse Berlijn uit de Weimarrepubliek, uit de laatste zomer van voor de grote beurskrach. De NSDAP bestond al, en mijn vader was ergens in Vlissingen aan het kanoën. Toen ik de film bij de slotscène op stop zette viel me voor het eerst de reclame op achter het blonde meisje dat een van de hoofdrollen speelt. Ze werkt in Electrola, een grammofoonplatenwinkel. In de etalage achter haar een vrolijk lachend gezicht dat een Schallplatte met een Neue Schlager  aankondigt: I Lift Up My Finger And Say Tweet! Tweet!  Geen idéé hebbend of dat echt bestaan heeft (Menschen am Sonntag  is een van de laatste stomme films) even een bezoekje aan YouTube gebracht en wéér overdonderd geraakt door de onbeschrijflijke rijkdom van het internet: YouTube hééft I Lift Up My Finger And Say Tweet! Tweet!  (om platen met dergelijke titels te vinden schuimden de mannen van The Bonzo Dog Doo Dah Band vlooienmarkten af!) in de aanbieding! Het is van Herman Darewski & His Famous Melody Band:

http://www.youtube.com/watch?v=3FGq4KEh3Ik

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
27 juillet 2012 5 27 /07 /juillet /2012 20:25

 

Cinema-Trivia-1.jpg

De piepjonge Brigitte Fossey

Jean-Paul Belmondo, Charles Boyer, Leslie Caron, Jean-Pierre Cassel, George Chakiris, Alain Delon, Kirk Douglas, Glenn Ford, Gert Fröbe, Yves Montand, Anthony Perkins, Simone Signoret, Robert Stack….Een heel pak steracteurs. Dat in 1965 dan ook nog eens gezámenlijk in bedwang moest worden gehouden door regisseur René Clément. Dat ging hem niet helemaal goed af naar mijn mening. Paris, brûle-t-il? werd immers niet echt een coherente cinematografische evocatie van de bevrijding van Parijs. En dat terwijl er behalve de genoemde acteurs nog andere toppers aan deze productie meewerkten. Wat niet veel mensen weten is dat Larry Collins’ en Dominique Lapierre’s boek Paris, brûle-t-il? voor deze in 1965 als superproductie geafficheerde film voor het zilveren scherm werd bewerkt door niemand minder dan Francis Ford Coppola en Gore Vidal!

René Clément (1913-1996) heeft nooit de verwachting kunnen waarmaken die hij met eerdere films aanwakkerde. Dat bedacht ik bij het herbekijken van zijn Jeux Interdits  uit 1952. Dat was indertijd een kraker van jewelste. Even op een rijtje: een Oscar voor de beste buitenlandse film, een Oscarnominatie voor het beste script (van François Boyer), de beste film van dat jaar volgens The British Academy of Film and Television Arts (BAFTA) alsmede een Gouden Leeuw op het Filmfestival van Venetië.

Het was waarschijnlijk een kwestie van de juiste film op het juiste moment. De Tweede Wereldoorlog lag iedereen nog vers in het geheugen. Iedere niet-Duitser kon dan ook voluit meeleven met de oorlogsellende die deze wereldstrijd had voortgebracht. De geschiedenis wordt door de overwinnaars geschreven, dat weten we al lang. Clément houdt zich nog behoorlijk in naar mijn mening (al kun je je natuurlijk afvragen of Frankrijk zich zonder de hulp van de geallieerden een overwinnaar had mogen noemen) maar tóch. Het hoofdpersonage van Jeux Interdits  is de 5-jarige Paulette. Op de vlucht voor het oorlogsgeweld ziet ze haar ouders gemitrailleerd worden door de Duitsers. Een aangrijpende scène. Hoe het meisje haar kersversdode moeder streelt is onvergetelijk. Bemerk hoe haar jurkje uit dezelfde stof is gemaakt als het kleedje van haar mama. Waar ik met mijn verstand niet bij kan is hoe Jock, haar hondje, zo ligt te trekkepoten. Hebben ze dat diertje wérkelijk om zeep gebracht voor deze film? Op zeker moment is het namelijk dóód, en ik ken vele filmtrucs maar bij de scène waarin Paulette haar Jock in de armen neemt als ze haar gesneefde ouders achterlaat lijkt het beestje me toch écht de pijp uit. Honden kunnen niet acteren, hè. En: hebben Messerschmitts wérkelijk in aanvalsformatie vluchtende búrgers aangevallen? Ik durf daar toch mijn vraagtekens bij te stellen. Maar, in 1952 ging iedereen er waarschijnlijk mee akkoord dat les Prussiens  zulks gedaan hadden.

Ergerlijk is voorts het slag om slinger opduikende gitaardeuntje al heeft dat zich door deze film (als Jeux interdits, ook wel gekend als Romanza  maar vooral als Romance Anonyme) wel wereldberoemd gemaakt. Legioenen beginnende gitaristen waarvan velen later hun heil hebben gezocht in andere bezigheden hebben deze melodie uit hun instrument gepeuterd.

Jeux Interdits is in retrospectief een aardig drama, sterk in zwart-wit weggezet met als innemende hoofdrolspelers de toen piepjonge Brigitte Fossey (ze is van 1945, dus ten tijde van de realisatie 6) en Georges Poujouly (1940-2000, hij mocht ook nog meedoen aan Paris, brûle-t-il?).

Cinema-Trivia-2.jpg

De twee zetten een kerkhofje op voor Paulette’s Jock en andere dieren, en stelen daarvoor kruizen. Een regiefout is in mijn ogen dat Fossey gedurende heel het verhaal, over een langere periode – en dat in een niet al te hygiënische boerderij -, dezelfde kleren (inclusief duidelijk zichtbaar proper onderbroekje) draagt.

Maar toch, toch is Jeux Interdits  een bijzondere film. Er zitten prachtige momenten in.

Als Michel bijvoorbeeld een ketting in bewaring geeft aan een….uil en daartegen zegt “Bewaar dit honderd jaar”. En als Paulette Michel’s naam hoort als ze in een weeshuis is geplaatst, door een mensenzee naar hem op zoek rent en onmiddellijk daarop FIN  staat snap ik waarom deze film destijds zoveel lof werd toegezwaaid. Met een krop in de keel zelfs….

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
22 juillet 2012 7 22 /07 /juillet /2012 20:22

 

97--Deo-volente.jpg

Eli Wallach

Kwam een een fascinerend lijstje tegen: Kampioenen doodgaan. Een filmkenner had uitgevlooid welke filmsterren het vaakst overleden in hun rolprenten. Koploper is Robert De Niro, die niet minder dan veertien sterfscènes op zijn palmares heeft staan. De Top Vijf wordt vervolledigd door (tussen haakjes het aantal doden dat ze op het witte doek stierven) Bruce Willis (11), Johnny Depp (9,5), Brad Pitt (9) en Al Pacino (9). Depp krijgt voor Pirates Of The Caribbean: Dead Man's Chest maar een half punt omdat hij in de volgende film van de reeks levend terugkeert. Het zou ook aardig zijn een omgekeerde hitparade te maken, met acteurs die zo weinig mogelijk sneefden voor de camera. Daar horen volgens mij beslist mannen bij als Arnold Schwarzenegger, Steven Seagall, Sylvester Stallone en John Wayne. Wayne (die - dat weten weinig mensen - eigenlijk Marion Michael Morrison heette) gaat bij mijn weten alleen dood in The Shootist uit 1976. Een symbolische dood omdat hij wist dat hij in werkelijkheid niet lang meer te gaan had. Het is dan ook zijn laatste film.

Clint Eastwood is er nog zo een die weigert te sterven. Dat gaat zo ver dat hij er rollen voor weigert. Eastwood maakte na zijn periode als Rowdy Yates in de televisieserie Rawhide naam als filmster in Sergio Leone's Italiaanse westerns For A Fistful Of Dollars, For A Few Dollars More  en The Good, The Bad And The Ugly. Voor de openingsscène (de langste uit de filmgeschiedenis!) van zijn meesterwerk Once Upon A Time In The West (die de gezichten van Al Mulock, Jack Elam en Woody Strode in het collectieve geheugen kraste) had Leone een briljant idee: daarvoor wilde hij Clint Eastwood, Lee Van Cleef en Eli Wallach. Dat waren respectievelijk The Good, The Bad en The Ugly. Van Cleef en Wallach vonden het een leuk plan, maar Eastwood stuurde zijn kat omdat hij weigerde door Charles Bronson overhoop te worden geschoten. Clint Eastwood schiet zélf mensen overhoop....

Overigens: Once Upon A Time In The West was de laatste film van Al Mulock. In mei 1968 pleegde hij, nog tijdens de opnames, zelfmoord op 42-jarige leeftijd. En: Eli Wallach wordt later dit jaar, Deo volente, 97….

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
11 juillet 2012 3 11 /07 /juillet /2012 18:45

 

 

Lex Barker, Buster Crabbe, Herman Brix, Ron Ely, Mike Henry, Christopher Lambert, Jock Mahoney, Frank Merrill, Denny Miller, Glenn Morris, Miles O’Keeffe, Gene Pollar, Gordon Scott en Casper Van Dien. Ziehier in alfabetische volgorde acteurs die ooit Tarzan vertolkten.

De allerbekendste, en in veler ogen ook de enige echte, was natuurlijk echter Johnny Weissmuller. Tarzan The Ape Man uit 1932 is wat mij betreft nog steeds dé Tarzanfilm. Toen mijn vader beatae memoriae de jeugd van Bergen op Zoom, waarvan ik als jongetje deel uitmaakte, in het Roxy Theater hun wekelijkse dosis avontuur projecteerde was Gordon Scott de heer van de jungle van dienst. Naar hem keek ik ook graag. Sean Connery, dat weten niet veel mensen, speelde een van zijn eerste rollen in een Scott-Tarzan, als boef in Tarzan’s Greatest Adventure (1959). Scott speelde Tarzan voor het laatst in 1960, in Tarzan The Magnificent. De boef in die film was verwarrenderwijze Jock Mahoney, die Scott even later opvolgde als Tarzan.

Maar dit alles geheel terzijde. Wat ik in dit stukje recht wil zetten is dit: de meeste naslagwerken vermelden Elmo Lincoln (1889-1952, geboren als Otto Elmo Linkenhelt) als de allereerste Tarzan. Inderdaad droeg hij het grootste deel van Tarzan Of The Apes, de vroegste filmadaptatie van het gelijknamige succesvolle boek van Edgar Rice Burroughs (1875-1950). De twee hebben elkaar gekend overigens.

Acteur en auteur

Op bovenstaande foto zijn Lincoln en Burroughs te zien tijdens de opnames voor de rolprent, in 1918.

De állereerste Tarzan was echter Gordon Griffith (1907-1958), die in het eerste deel van de film de jonge Tarzan gestalte geeft. Er is vrij weinig fotomateriaal van hem bekend, maar in mijn boekenkast trof ik in A Pictorial History Of The Silent Screen van Daniel Blum (een boek dat ik me, blijkens de gegevens voorin, op 15 juni 1976 aanschafte te Antwerpen) op bladzijde 199 toch (zie hieronder) een foto van Gordon Griffith, uit Huckleberry Finn (1920).  

Gordon Griffith

Tarzan Of The Apes werd voor The National Film Corporation geregisseerd door Scott Sydney (1872-1928) En weet u wat? De film is, mét de zo te horen originele geluidsband, gewoon volledig te bekijken als u klikt op:

http://www.youtube.com/watch?v=WXZ0kb5PxU4&feature=fvsr


Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
9 juillet 2012 1 09 /07 /juillet /2012 23:06

 

Zo-slecht-1.jpg

Je kunt wel gans de dag met je neus in dagbladen, naslagwerken en poëzie zitten, maar het is ook aangeraden af en toe eens te ontspannen. Dat kan ik prima met oude films. Soms zelfs met werkelijk slechte oude films. En nu héb ik me toch een slechte gezien!

Virgil W. Vogel (1919-1996) onderscheidde zich later in zijn carrière met het regisseren van afleveringen van televisiefeulletons als Bonanza, Mission Impossible, The Six Million Dollar Man, The Streets of San Francisco, Magnum, Miami Vice  en Knight Rider. Maar in de vijftiger jaren draaide hij ook een aantal films. Ware B-films. The Mole People  (1956) was wellicht zelfs eerder een C- of een D-film. Halliwell’s Moviegoers Companion is er kort over: 'Thoroughly boring nonsense which would insult a Saturday matinée.' Dat zou een te zwaar oordeel zijn over The Land Unknown, de rolprent die Vogel in 1957 inblikte. Die is iets beter, maar toch ook nog bespottelijk slecht. Ik keek hem in elk geval helemaal uit, hetgeen iéts zegt.

Het is het verhaal van een helikopter die strandt in een vreemde vallei in Antarctica waar nog dinosaurussen blijken te leven. Een echt bewegend jongensboek, dat hier en daar herinneringen oproept aan strips als De geheimzinnige ster  van Hergé en De valstrik van Edgar P. Jacobs. De bordkartonnen acteurs met dienst zijn Jock Mahoney (die na deze film drie keer de rol van Tarzan vertolkte), Shawn Smith en Henry Brandon.

Zo-slecht-2.jpg

Dat de eerste dinosaurussen in beeld uitvergrote komodovaranen zijn (zie op onderstaande link vanaf 0:31:05) is evident, maar het wordt even later pas écht hilarisch als een Tyrannosaurus Rex zijn intrede doet: dat is zó overduidelijk een man in een rubberen pak dat het bijna gênant is. The Land Unknown  is zo krakkemikkig, dat het weer leuk wordt. Dit soort films vind je niet meer in de bioscoop, maar dankzij de wondere wegen van het wereldwijde web is deze productie volledig te bekijken op YouTube:

http://www.youtube.com/watch?v=ecIFc6vtX8E&feature=related

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
15 avril 2012 7 15 /04 /avril /2012 21:37

 

Ballon-rouge2.jpg

Uit goede bron is geweten dat Willem Elsschot, telkens hij de mooiste kinderfilm aller tijden, Le Ballon rouge, kon zien dat ook deed, hoewel hij wist dat hij er elke keer een natte zakdoek aan overhield. En ook Rudy Kousbroek is een grote fan, net zoals Maarten ’t Hart. Op een regendag in 1957 nam zijn vader hem mee naar Rotterdam. Het was zijn eerste bezoek aan de bioscoop. ‘De Cineac had een doorlopende voorstelling,’ vertelde hij in gesprek met Jelle Brandt Corstius, in het programma Zomergasten van 1 augustus 2010. ‘We hebben daar gewoon de hele dag gezeten – het programma werd elk uur herhaald, dus ik heb Le Ballon rouge toen geloof ik acht keer gezien. Daardoor zie ik al de beelden uit de film nu nog haarscherp voor me.’

Ballon-rouge3.jpg

Aan deze literaire kinderfilm is Furore [zomer 2012] geheel gewijd. Het is een Nederlands fonkelend magazine, typografisch uitermate verzorgd, opgericht in 1975 door Piet Schreuders [VPRO Gids, Poezenkrant]. Het verschijnt onregelmatig. 21 nummers op 37 jaar, dat zegt veel, maar die grilligheid vormt nu net de intens warme ziel van het blad. En dat elk nummer een werk van jaren is, blijkt uit een mail van de bezieler:

Het project rond Le Ballon rouge begon als onschuldige hobby in 1989 maar groeide uit tot een serieus project met vele onvermoede aspecten. Ik heb pas in een laat stadium [circa 2009] besloten om er een speciaal nummer van Furore van te maken, en toen viel alles op zijn plaats. Door het de vorm van een tijdschrift te geven, kon ik vele hoofd- en bijzaken een plaats geven, in de vorm van korte nieuwtjes of advertenties of brieven of grote features. Het geheel is ingebed in een herkenbare vorm, inclusief vaste rubrieken waardoor het niet een onoverzichtelijke kluwen van ontelbare feitjes is geworden, maar een aantrekkelijk en feestelijk geheel waarin het heerlijk grasduinen is. Voor de vormgeving ben ik te rade gegaan bij het Franse damesblad Elle, waarvan ik de jaargang 1955 grondig heb bestudeerd en sommige pagina-ontwerpen exact heb gekopieerd. Dit soort dingen kan je namelijk niet verzinnen, en als je het wel zou proberen zou het namaak-kitsch worden.”

Over ruim tachtig pagina’s wordt in het nieuwste nummer minutieus ingespeeld op de realisatie en de locaties van de legendarische film. Heel wat illustraties, functioneel bij volwaardige informatieve artikels. Advertenties uit de jaren vijftig, zoals voor Gitanes en de DS19, bevorderen le temps retrouvé.

Hoewel de opnamen in Belleville hebben plaatsgevonden, is er ook heel wat gefilmd in de eigen buurt van de auteur en regisseur, Albert Lamorisse, bij het Parc Montsouris. Een van de straten waar de opnamen gebeurde is de rue Villin, ook bekend als de straat waar de moeder van Georges Perec woonde. De eerste vijf jaar van zijn leven woonde de beroemde schrijver in nummer 24, waar zijn moeder een kapsalon had.

Ballon-rouge-1.jpg

De film uit 1956 gaat over een jongetje, Pascal, dat op een regenachtige dag een rode ballon ziet hangen. Zijn koordje is verstrikt geraakt in een ornament van een lantaarnpaal. Hij bevrijdt de ballon en neemt hem mee naar de school. Maar hij komt te laat en de poort is al dicht. Eenmaal weer thuis pakt zijn moeder hem af en laat hem vliegen. Maar de ballon blijft aan het raam hangen. Ballon en Pascal worden vrienden. Overal waar hij gaat en staat volgt de ballon hem. Andere kinderen worden jaloers en dreigen met een pak slaag. Hij slaat op de vlucht, samen met de rode ballon. Uiteindelijk staat Pascal op een braakliggend terrein op een heuvel. De jongens beginnen met stenen te gooien. Hij laat de ballon los, maar hij wordt getroffen door een steen. De ballon loopt langzaam leeg en sterft. Dan schieten alle ballons van Parijs te hulp, zich losrukkend uit kinderhanden. Opstand van honderden ballonnen. Allemaal komen ze samen op de heuvel. Pascal ziet ze naderen en grijpt de koordjes. De tros ballonen en Pascal vliegen weg, steeds hoger de lucht in, naar ‘het paradijs van de ballonnen, simpele zielen en pure harten’, zoals staat aan het eind van het script.

*

De film is grotendeels in z/w, veel grijze tinten, afgewisseld met een fel zonlicht. De ballon springt van het doek door zijn felrode glans. Een van de weinige stukjes dialoog is ‘Ballon! Ballon!’. Volgens Pascal, het hoofdpersonage en de zoon van de regisseur, werden gedurende de opnamen 25.000 ballons opgeblazen door een tiental vrijwilligers. De film werd datzelfde jaar bekroond in Cannes met de Gouden Palm voor de beste korte film. Niet alleen de hoger genoemde auteurs [en uw verslaggever] waren vanaf de eerste visie in hun puberjaren fan van de film. In 2008 werd de Amerikaanse filmmaakster Sofia Coppola gevraagd een tv-commercial te regisseren voor het geurtje Miss Dior Chérie. Coppola nam de gelegenheid te baat om terloops naar Le Ballon rouge te verwijzen. Aan het eind van het filmpje staat het fotomodel Maryna Linchuk op een dak, bungelend aan een bonte tros ballonnen, en lijkt langzaam op te stijgen [zie YouTube].

*

Naar verluidt is een Franse televisiezender van plan de film uit te zenden, zodra de restauratie voltooid is. Gemikt wordt op dit najaar. Hopelijk is Canvas er snel bij. Maar misschien wint kameraad Patrick Duynslaegher de sprint en versiert hij de vertoning voor het volgende Filmfestival Gent.

Guido LAUWAERT

 

FURORE[15,€] is te bestellen via www.furoremagazine.com

Furoreis een sinds 1975 onregelmatig verschijnend blad, samengesteld en ontworpen door Piet Schreuders (VPRO Gids, De Poezenkrant)

Lees Furore . . . verrukkelijke moedwilligheid’ –Willem Frederik Hermans
‘Hier ontmoeten kunst en entertainment elkaar’ –Wim Noordhoek

Partager cet article
Repost0
16 février 2012 4 16 /02 /février /2012 00:35

 

son-of_kong-aff.jpg

Even videopauze. Geamuseerd naar Son of Kong staan, en wat later zitten kijken. Alleen geldzucht is de reden voor het ontstaan van deze opvolger van King Kong geweest. Nog in hetzelfde jaar, 1933, gedraaid met in de hoofdrol wéér Robert Armstrong. Een lachwekkend rommeltje. De BBC zond deze film vreemd genoeg uit vóór King Kong zelf. Regisseur Merian C. Cooper wist heel wat beter hoe je kijkers moet boeien dan zijn assistant Ernest B. Schoedsack die het vervolg mocht maken. De eerste King Kong, een ouderwetsche avonturenfilm,steekt met kop en schouders boven vroege vervolgen en latere remakes uit (hoewel Jessica Lange zeer charmant is in de versie van John Guillermin, en zeker ook de versie van Peter Jackson het bekijken meer dan waard is), en blijft een ware cinemaklassieker. Al mag best worden aangetekend dat filmcriticus James Agate reeds in 1933 toch ook wel gelijk had: Just amusing nonsense punctuated by such reflections as why, if the natives wanted to keep the monster on the other side of the wall, they should have built a door big enough to let him through….

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche