Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
7 décembre 2012 5 07 /12 /décembre /2012 23:00

 

Poster.jpg

How!” The Silent Enemy is een stomme film uit 1930, de enige die H.P. Carver ooit regisseerde. Maar die begint met een sprekende proloog, een toespraak van opperhoofd Chetoga van de Ojibways (gespeeld door Chief Yellow Robe) over zijn stam. Hoewel talloze strips en westerns ook mijn generatie leerden dat indianen How zeggen, was het toch merkwaardig om een échte indiaan het woord werkelijk te horen bezigen.

Carver draaide The Silent Enemy met heuse Ojibways (die wonen in Canada in het gebied tussen de Atlantische Oceaan en de Hudson Baai), amateuracteurs dus. De film houdt het midden tussen drama en documentaire, en oogt uitermate authentiek. Er zitten – zeker voor die tijd – beeldschone natuuropnamen in van beren, bevers, poema’s, veelvraten en wolven. De rolprent verhaalt van de zware tocht die de door hongersnood getroffen Ojibways ondernemen naar het barre noorden, waar ontelbare kariboes de voedselvoorraad aan kunnen vullen. De hoofdrollen worden behalve door Chief Yellow Robe vervuld door Chief Akawanush (die de snode medicijnman Dagwan speelt), Spotted Elk (Chetoga’s dochter), Cheeka (Chetoga’s zoon, hij speelt zichzelf) en Chief Buffalo Child Long Lance (de jager Baluk).

Reclame.jpg

Wat een fantástische naam: Chief Buffalo Child Long Lance! Of hij écht een amateur was waag ik te betwijfelen want de man stond behalve als acteur te boek als journalist, schrijver en voorvechter voor indianenrechten. Long Lance (1890-1932) zou de zoon van een Blackfoot-opperhoofd geweest zijn (maar sommigen beweerden dat hij een neger was), bleek een briljant student en vocht in de Grote Oorlog in Frankrijk (waar hij twee keer gewond raakte). Hoe dan ook: voor een amateuracteur genoot hij grote bekendheid. Hij werd, in 1931, zelfs ingehuurd om reclame te maken voor sportschoenen…. Een jaar later werd hij in Los Angeles levenloos aangetroffen. Hij zou zichzelf dood hebben geschoten.

Ik zag The Silent Enemy op Arte, in de volledig gerestaureerde versie met de originele tussenteksten. De oorspronkelijke muziek van Massard Kur Zhene was wel vervangen door nieuwe (uit 2012) van Siegfried Friedrich, met opvallend fraaie klanken van violist Serkan Gürkan. Voor wie nieuwsgierig is geraakt: je kunt The Silent Enemy (in delen) vinden op YouTube. Je moet dan wel voor lief nemen dat daar de verbindende teksten verwijderd zijn. Omdat veel Amerikanen ongeletterd zijn, werden de tussentitels verwijderd en vervangen door een bassende uitleggersstem, maar de beelden zijn hetzelfde:

http://www.youtube.com/watch?v=7Sh4UlOrwd4

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
25 novembre 2012 7 25 /11 /novembre /2012 15:16

 

De-hoofdrolspelers-van--Last-Tango-In-Halifax---foto-BBC-.jpg

De hoofdrolspelers van 'Last Tango in Halifax' (foto BBC)

Het is en blijft een apart slag volk daar over Het Kanaal (hoe eerder het zichzelf de EU uit zwiert, hoe beter), maar tv-drama maken kúnnen ze in het Verenigd Koninkrijk. De eerste aflevering gekeken van Last Tango In Halifax, opnieuw een BBC-serie van de bovenste plank.

De hoofdrollen worden gespeeld door Anne Reid en Derek Jacobi. Die laatste maakte zich wat mij betreft onsterfelijk in de nog immer impressionante reeks I, Claudius  waarin hij het titelpersonage vormgaf. Ik ben door hem zo vertrouwd geraakt met de bejaarde keizer, dat het me werkelijk ‘verbaasde’ dat Derek Jacobi er anno nu pas echt uitziet zoals hij reeds in 1976, zwaar geschminkt, oogde. Destijds was hij pas 38. Ondertussen is hij 74. Last Tango In Halifax is echt een aanrader (een van de positieve kritieken op de eerste aflevering op onderstaande link). De tweede aflevering (in totaal zijn er zes) gaat deze dinsdag de lucht in (BBC1, 22.00 uur).

http://www.telegraph.co.uk/culture/tvandradio/9691630/Last-Tango-in-Halifax-BBC-One-review.html

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
21 novembre 2012 3 21 /11 /novembre /2012 10:00

 

Val.jpg

De film The Fall of the Roman Empire  van Anthony Mann, uit 1964, weer eens bestudeerd. Een bijzonder mooie verbeelding van de periode waarin Marcus Aurelius’ einde nadert, en die waarin zijn zoon Commodus de boel naar de Filistijnen helpt (het kassucces Gladiator  haalde hier de mosterd). Goeie rolprent. Vooral de evocatie van de begrafenis van Marcus Aurelius is bijzonder knap. Het geluid van de treurende legioenen grijpt je werkelijk naar de keel. Alec Guinness is sterk als Marcus Aurelius, Sophia Loren beeldschoon als altijd en Christopher Plummer laat zien dat hij een veel betere acteur is dan men van hem denkt. Overigens kon de hele val natuurlijk moeilijk worden verfilmd, zoals de introductie al duidelijk maakt: The fall of the Roman Empire wasn’t an event, but a process. It lasted over three hundred years. Some empires didn’t last as long as Rome fell.

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
6 novembre 2012 2 06 /11 /novembre /2012 14:05

 

Niet-nadenken.jpg

Niet nadenken, maar gewoon doen wat ik zeg. Dat was zo’n beetje de houding die Alfred Hitchcock er op na hield ten opzichte van zijn acteurs. Van zijn hoofdrolspeelsters verwachtte hij vooral dat ze mooi en blond waren. Ze lijken ook allemaal wat op elkaar: Madeleine Carroll, Grace Kelly, Tipi Hedren, Kim Novak….Die laatste benaderde haar vak misschien iets te intellectueel. Zo herinnerde James Stewart zich: “When I was doing Vertigo, poor Kim Novak, bless her heart, said ‘Mr Hitchcock, what is my character feeling in relation to her surroundings?’ There was silence on the set and Hitch said, ‘It’s only a movie, for God’s sakes.’ She never asked another question.” Maar mooi was ze wel….

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
5 novembre 2012 1 05 /11 /novembre /2012 09:02

 

FugitivePoetryPDV.jpg

Over de rol van Paul de Vree (1909-1982) als producer van Fugitive Cinema is mij uit persoonlijke ervaring niets bekend.

Wel herinner ik mij nog levendig dat ik, vroeg in de tweede helft van de jaren zestig, op zijn appartement aan de Kolonielaan (thans tot Cam. Huysmanslaan gedekoloniseerd) waar de borrel steeds gul ingeschonken werd, Robbe de Hert voor de eerste keer héél even ontmoette. Hij vertrok net toen ik aankwam. Robbe was nog niet in de hijsbak gelijkvloers beland, of Paul zong mij reeds met klem de lof van de jonge meester, die hem in 1964 was voorgesteld geweest door Rik Kuypers, de voorzitter van Filmgroep 58 (de broedplaats waaruit Fugitive Cinema ontstond). Dat enthousiasme - dat hij aanstekelijk op anderen kon overbrengen - was uiteindelijk Pauls geheime wapen én grootste kracht (al leek het hem soms wel parten te spelen). Hij droeg zijn onvermoeibare geestelijke nieuwsgierigheid en bewogenheid ogenschijnlijk geestig en driftig uit, maar achter de (soms bittere) geestigheid ging een aanvaardbare vorm van ernst schuil, nl. een innige waardering voor en verbondenheid met de makende mens in al zijn aspecten, en de drift werd bij hem steeds gevoed door een hardnekkige intellectuele vastberadenheid.
Toen ik Paul de Vree in 1962 leerde kennen, een ontmoeting die snel oversloeg in vriendschap en medeplichtigheid voor het leven, was zijn belangstelling voor de film groot. Het door hem georganiseerde congres Forum 60 had in het teken gestaan van het toneel en van de experimentele film. In 1963, 1965 en 1967 was hij telkens de stuwende kracht achter het Benelux-filmfestival, en tijdens het Nationaal Filmfestival van 1965 nam hij aan een colloquium deel met Frits Danckaert en Rik Kuypers. In 1963 werd ik redacteur van De Tafelronde, waar spoedig informatie verscheen over de film
Essentieel  van Jos Pustjens en Jef Verheyen.

Later zouden we o.m. 'het dagboek van een filmprovo' van Ronny Vos en een beschouwing van J. P. Coenen over avant-garde film 1910-1930 publiceren. Avant-garde, experiment, een tikkeltje provoceren - daar ging het Paul de Vree in de eerste plaats om. Dat vertaalde zich in de eis van absolute vrijheid inzake filmconceptie en -realisatie. Ik neem aan dat dit ook het richtsnoer was van zijn activiteit als lid van de Commissie voor de Culturele Film bij het Ministerie. Toen hij in 1967 of 1968 Man Ray in Parijs ging opzoeken, was dit tevens een huldebetoon aan een van de pioniers van de avant-garde film (Le Retour à la raison, 1923; Emak Bakia,1926 - met Robert Desnos; L 'Etoile de mer, 1927, etc.) Dat waren ook de jaren dat Paul zich definitief bekende tot de concrete en visuele poëzie - mede onder invloed van zijn studie van Apollinaire en Van Ostaijen.

Avant-garde en experiment stonden voor Paul gelijk met maatschappij-kritisch engagement: voor hem was niet alleen de jazz bankroet. Hij was ook een realist. De sociaal gerichte wereldvisie die hij meteen onderkende in de krachtbundeling rond Fugitive Cinema had dan ook nood aan 'een dialectische instelling tegenover de dubbele moraal van het establishment'. Het kwam er uiteindelijk op aan stoutmoediger projecten te realiseren, en daarvoor was de lange marsj door de instellingen noodzakelijk - en een weloverwogen tegemoetkoming aan het publiek. “Het is te sterk uitgedrukt van programmatische engagementsfilms te spreken,” aldus Paul de Vree, “beter is: film als bewustzijnsverruiming, getuigenis en verantwoording, minder illusie en romantiek, meer werkelijkheids-betrachting met de nodige dosis humor en ironie om de kijker ergens het gelag met een mengsel van gelach en grimas te doen betalen.” Paul de Vree bleef onvermoeibaar achter het ideologische streven van de groep staan - en met protagonisten van dat kaliber was dat niet altijd even gemakkelijk. In plaats van de echo's te vertolken die ik geregeld van Paul opving, laat ik hem liever zélf aan het woord, hierbij citerend uit een tekst die hij tien jaar geleden schreef:

Na een hoopvol begin, knaagden vrij spoedig de financiële moeilijkheden aan de samenhang, die meteen door botsende temperamenten werd bemoeilijkt. Moet daaraan toegevoegd dat de provocatieve uitspraken van de kineasten de officialiteit en de pers tegenover hen in het harnas joegen. De Fugitive Cinema werd subversiviteit in de schoenen geschoven en belaagd als een groep van incompetente filmers, m.a.w. de alternatieve film kende zijn barensweeën. Maar in de realiteit werden de bestuurvergaderingen van Fugitive Cinema steeds moeilijker en steeg de spanning er tot kookpunten. Die breekpunten tot gevolgen hadden. Uit angst dat de groep - waarin leden gingen en kwamen en weer gingen en weer kwamen - moest ik soms harder schreeuwen dan de controversanten om ze tot de orde te roepen. De toestand was in de tweede helft van de jaren '70 zo benard, dat we constant verhuisden, administratieve kosten maakten en achterstallige facturen ophoopten, dermate dat de ene deurwaarder na de andere aan de bel hing. Met telkens op het nippertje bijeen geschraapte gelden konden we ramp na ramp vermijden.

Maar de reputatie van Fugitive was aangetast. Door schuldenlast werden we op het matje geroepen voor gerechtelijk onderzoek. Jaren achtereen heb ik met de moed der wanhoop onze solvabiliteit dienen te bewijzen met een utopische balans tussen inkomsten en uitgaven.'

Paul hield er echter van de utopie tot werkelijkheid om te buigen, en hij was sterk genoeg om de tijden van nood er bij te nemen. En hij kon met vreugde vaststellen dat na vijftien jaar vaak tumultueuze samenwerking, en “ondanks al die zwarigheden en misverstanden”, “de gehechtheid in Fugitive Cinema gered (is) kunnen worden.” En hij besloot met

een eresaluut aan Robbe De Hert, die al die jaren publiekelijk wel omstreden en bijwijlen verguisd, de onvermoeibare bezieler is geweest (...). Ik heb zelden een jonge man ontmoet, die, ondanks de zware verantwoordelijkheden en depressies waaronder hij dikwijls gebukt liep, zich bewust van zijn filmische zending, zo integer heeft opgesteld.’

Ivo Michiels schreef ooit dat Paul de Vree, die altijd in de bres stond voor anderen, vaak bedacht werd met stank en zelden met dank. Dat is het lot van de meeste animatoren die zich alert inzetten voor meningen en niet voor belangen. Hij was een ontdekker van talenten, en op velerlei vlak - net als Paul-Gustave van Hecke, die in 1946 het eerste Internationaal Filmfestival te Brussel organiseerde.

Een uitbundige erkenning heeft hij niet gekend, maar voor velen heeft hij veel betekend. Ook voor de groep rond Fugitive Cinema, daar twijfel ik niet aan.

Henri-Floris JESPERS

 

Zie ook:

http://mededelingen.over-blog.com/article-colloquium-paul-de-vree-1909-1982-111875994.html

Partager cet article
Repost0
27 octobre 2012 6 27 /10 /octobre /2012 15:46

Page.jpg

Wat hebben Sunshine Superman van Donovan, As Tears Go By van Marianne Faithful, Here Comes The Night  van Them, The Crying Game van Dave Berry, Downtown van Petula Clark, Out Of Time  van Chris Farlowe en True Story  van Twice As Much gemeen behalve het feit dat het in de zestiger jaren stevige hits waren? Dat Jimmy Page (later bekend van The Yardbirds maar vooral van Led Zeppelin) er gitaar op speelt! Prima gitarist! Wat doet zo’n mededeling in een rubriek als Cinema Trivia? Welnu: ik bekeek Death Wish II  van Michael Winner (1981), en stoorde me aan de bij die tijd horende (nu immens gedateerde) muziek. Vroeg me af wie die teringherrie bij elkaar had verzonnen, en tot mijn verbazing stond er music composed and played by Jimmy Page op de aftiteling. Het is zijn enige soundtrack gebleven, en dat lijkt me een goede zaak….

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
20 octobre 2012 6 20 /10 /octobre /2012 13:00

 

Spartaco.jpg

Even een hoekje uit de filmgeschiedenis afstoffen, omdat het me ineens weer eens irriteert hoe vaak de Amerikanen goeie sier maken met andermans ideeën, daar vaak iets platters van maken maar er dikwijls ook veel succesvoller mee zijn. Massimo Girotti. Ooit van gehoord? Waarschijnlijk niet. Maar de naam Kirk Douglas doet waarschijnlijk bij iedereen een belletje rinkelen. De meesten krijgen er een beeld bij voor ogen van een man met een kuiltje in zijn kin, en denken er ook maar gelijk zijn vertolking van Spartacus bij. Mag. Absoluut geen onaardige film, en hoe dan ook stevig in de markt en het collectief geheugen gezet. Maar Stanley Kubrick blikte Spartacus wel pas in 1960 in. Reeds in 1952 (acht jaar eerder dus) echter, en dat wil ik gewoon maar even kwijt, draaide Riccardo Freda al een versie van Spartacus (Spartaco in het Italiaans, Sins of Rome bij de Angelsaksen). Met Massimo Girotti, die een uitstekend acteur was, in de titelrol. Italianen waren goed in ‘sandalenfilms’, de peplums.

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
19 octobre 2012 5 19 /10 /octobre /2012 16:00

 

BoontjeFILM.jpg

Bij herhaling heb ik (in eerdere publicaties in de Mededelingen van het CDR en het Bulletin de la Fondation ça ira) gewezen op de doorslaggevende invloed van de film op de historische avant-garde (Paul Joostens, Paul van Ostaijen en de Franse surrealisten in het algemeen). Het literaire oeuvre van Patrick Conrad (zowel zijn gedichten als zijn romans) dient uiteraard ook in dat perspectief gesitueerd te worden.

De geboorte van Boontje, een essay in drie delen, tot stand gekomen in een hecht samenwerkingsverband tussen drie literatuurwetenschappers / filmdeskundigen, biedt een heroriëntatie van de film op de avant-garde in de literatuur. Ten zeerste aanbevolen, al wordt de invloed van Louis Paul Boon schromelijk overschat.

Meer in een volgende aflevering van de Mededelingen van het CDR en online (info: mededelingen@lebacq.com/

HFJ

Annie VAN DEN OEVER, Bart NUYENS, Ernst BRUINSMA, De geboorte van Boontje. Louis Paul Boon, de avant-garde en de komst van de film, Rimburg, Huis Clos, 2012, 79 p., 15 €. ISBN 978 90 79020 16 4.

Partager cet article
Repost0
15 octobre 2012 1 15 /10 /octobre /2012 06:26

 

TheBrokenCircle.jpg

De openingsfilm van het 39steFilmfestival Gent was een verfilmd toneelstuk. Althans wat er nog van overschoot. Of liever: het basisgegeven bleef, maar een andere invulling kwam in de plaats. Het resultaat is een totale verminking van een idee, een gedrocht dat de kassa moest doen rinkelen. En de media zijn er bewust en gewetenloos ingetrapt, want je spuwt niet in de hand die je voedt. In al de recensies proef ik hielengelik en schoudergeklop. Liberaal gewin met katholieke wortels.

 

De originele theatervoorstelling stelt een optreden voor van een bandje, gespecialiseerd in country music / bluegrass, kies maar uit, ’t is toch een pot nat. Eeuwige trouw, passionele liefde, een diep verlangen naar een rustig leven, een hutje op de hei met in de wei een schaap, kippen, een paar kinderen, op het terras een hakende moeder en meer uit die melopot worden door een paar zangers en bandleden met tokkelinstrumenten bezongen. Tussen de liedjes door komt een ander verhaal piepen. Van een koppel [de zangers] dat totaal uitgekeken is op elkaar door een al te passionele verhouding en de dood van een kind. Nu eens focust het verhaal zich op de ongeneeslijke ziekte, om plots over te schakelen op de lijdensweg van het finaal afgelopen liefdesavontuur. Als toeschouwer word je heen en weer geslingerd, en het pakt je, werkelijk. Zo is het leven, denk je. De hemel aan de oppervlakte, de hel er net onder. Tussen beide is er maar een velletje dundrukpapier.

 

In de film is de nadruk verschoven van de hemelse hel en de helse hemel naar het lijdensverhaal van het kind. De liefdesverhouding is bijkomstig geworden. De liedjes zijn verworden tot tussenvoegsels, want het kan niet altijd kommer en kwel zijn. Pak daarbij nog eens een montage waarin tijd, plaats en historie door elkaar gehusseld werden, en je krijgt een film waar alle menselijke gaten gaan van lekken.

 

De Belgische film is volwassen geworden klinkt het uit volle borst en van alle kanten. De waarheid is dat de Belgische film, en The Broken Circle Breakdown  staat daar model voor, zich helemaal geschikt heeft naar het hedendaagse Hollywood-model. Een scheutje road, een sneetje Disney, een brokje folk, een plakje rauw realisme. Halverwege de film begreep ik waarom Eric Van Looy en co naar LA geroepen zijn. Niks spanning, alles ontspanning. Felix Van Groeningen heeft een film gemaakt waarin de toeschouwer niet meer moet nadenken. Hij kan zich volledig wijden aan zijn emmer popcorn en zijn blikje prik. Een plasvluggertje kan zelfs, de lijn van het verhaal heeft geen lussen of knopen. Een dutje? Geen probleem, het is een stilstaand verhaal.

 

Dat soort films blijkt aan te slaan. Het verbaast mij niet. In crisistijden, artificiële mijns inziens, wil het volk de zon zien zakken achter de groene heuvels, de moeder zien koken met een kookboek bij de hand, de zoon de auto op de oprit te zien schrobben, de dochter zien mokken op haar kamer [want overal is wat], de vader een maandloon bij elkaar te zien zwoegen [zonder zweet], om twee uur later de zon te zien opduiken tussen witte wolken op een lichtgolvende zee. Niet het werkelijk arme volk. Dat gaat sowieso niet naar een theater, een filmhuis, een museum. Nee, het arme volk uit de wijken met villaatjes aan de rand van de stad, dat met moeite zijn hypotheek kan afbetalen, maar wel de schijn ophoudt een hogere status te hebben bereikt dan deze van de ouders.

 

De nieuwe Vlaamse filmmakers hebben geen verbeelding, geen durf, geen lef. Bandwerk, draken, ingezakte puddingen geboren uit het plakboek van clichés. Daar zijn ze sterk in. The Broken Circle Breakdown  is een typisch film om na een rondreis van drie maanden op de televisie te verschijnen en verzekerd te zijn van een jaarlijkse vertoning, door een rotzomer en de onverwoestbare komkommertijd. De tijd van de betere Italiaanse, Franse en Engelse film is verleden tijd. Bracht alleen wat zakgeld op, op termijn. En een vermelding in een naslagwerk. En wat is een naslagwerk waard, in vergelijking met het rinkelend, klinkkelend kasboek?

De toneelversie zou ik nog eens graag willen zien, voor de film sla ik op de vlucht naar mijn grot, van zodra ik hem geprogrammeerd zie.

Guido LAUWAERT

Partager cet article
Repost0
7 octobre 2012 7 07 /10 /octobre /2012 18:30

 

Casablanca.jpg

Renault: I have often speculated on why you don’t return to America. Did you abscond with the church funds? Did you run off with a Senator’s wife? I like to think you killed a man.

Rick [sardonically]: It was a combination of all three.

 

Deze mooie zinnen komen uit de beroemde film  Casablanca. De Franse politiecommissaris Renault vraagt aan nachtclubuitbater Rick, gespeeld door Humphrey Bogart, waarom hij mordicus in een stad wil blijven die stinkt naar leugen en verraad. Op zowat alle gebieden die je maar kan bedenken. De drievoudige vraag is prachtig maar werkelijk uitmuntend is, zoals zo vaak het geval is, het antwoord.

 

Het antwoord vat samen wat misdaad inhoudt. In deze film. Maar misdaad vat nog veel meer samen. Al wat het leven maakt is samengesteld uit misdadige elementen. De mens probeert er zich van te ontdoen, door een zekere positie in de maatschappij te bereiken en zijn beschavingspeil op te krikken. Helaas merkt hij vanaf zijn eerste stappen in het bewustzijn dat dit niet zonder verraad kan en wat later moet hij inzien dat elke stap op de ladder naar boven niet zonder leugen gaat. Echt rijk wordt men niet door hard te werken. Wereldberoemd wordt men maar op de rug of via het bed van iemand anders. De liefde is een kwestie van schone woorden in een valse schijn.

 

Misdaad is de rode draad door het programma…’ schrijft artistiek directeur Patrick Duynslaegher in de persmap van het 39ste Filmfestival van Gent. Dat klopt. Hoe romantisch, moreel verantwoord, informatief [documentair], muzikaal het basisgegeven van een film ook is, telkens zit er onderhuids een misdadig element in het script en dus in het verhaal. Zeker als men het woord misdaad  naar zijn werkelijke betekenis bekijkt. Misdaad is kwaad, maar heeft ook zijn goede kanten, want een mis-daad is een daad die anders uitdraait dan men oorspronkelijk voor ogen had. Zelfs de moord met voorbedachte rade heeft zijn verrassingen. Is het niet vóór dan is het ná de daad.

 

Hoe vaak wordt niet een huurmoordenaar vermoordt door een huurmoordenaar die vermoord wordt door een derde huurmoordenaar. En achter de hoek staat een vierde te wachten. Hoe vaak gaat men niet vreemd om te ontdekken wat er scheelt aan de verhouding, om de verhouding te redden, want de vreemdganger houdt in wezen nog steeds van zijn vaste partner, en weet dat hij dat tot over de dood zal doen. Hij wil zijn vaste verhouding een nieuwe [laatste?] kans geven. En diefstal is vaak het bestelen van de oplichter en een rochel in de soep, is die niet bedacht door de kelner die vernederd is door de klant? Stelen van een collega heeft ook zijn goede kanten, zoals William Shakespeare bewees. Hij maakte van een slecht toneelstuk, met een sterk gegeven, een beter, zodat het gegeven en het stuk de tijd versloeg, tot vrucht en nut van ons allen.

 

In al onze daden schuilt een misdadig element. Om dat te begrijpen grijpen we even terug naar een korte dialoog uit de al eerder genoemde film.

Renault: And what in heaven’s name brought you to Casablanca?

Rick: My health. I came tot Casablanca for the waters.

Renault: Waters? What waters? We’re are in the dessert.

Rick: I was misinformed.

 

Foutieve en verkeerd begrepen woorden of daden liggen aan de basis van het menselijk gedoe. Alles wat er gebeurt heeft een kromme lijn, met harde knopen.

Misdaad zien als iets dat zuiver het slechte in de mens omvat, is een foute beschouwing. In al mijn literaire activiteiten heb ik met opzettelijk zaken uitgespookt die tegen de wet en de moraal waren. Had ik ze echter niet aan mijn laars gelapt waren een aantal gebeurtenissen waar veel mensen héél wat plezier aan hebben beleefd niet gebeurd. Een misdaad wordt vaak geboren vanuit een goede daad. Eva plukte de appel van de boom niet om God te ergeren maar om wijzer te worden. Dat God dat kwalijk nam is hem zeer kwalijk te nemen. Hij is de misdadiger. Hij gunde zijn eigen schepsel niet het voordeel van de kennis van goed en kwaad.

 

Misdaad loont. Vriendschappen worden evengoed geboren uit haat dan uit liefde. En dat is, meen ik, de code van de openingszin van het voorwoord van de persmap. Achter die zin schuilt een wereld groter dan de aarde is. Heb ik gelijk of heb ik gelijk? om een oneliner van Dennis Potter uit The Singing Detective  te gebruiken. Als ik in de kerk sta te vloeken, Patrick, trek aan de bel.

 

Toneel is mijn dada, maar is en blijft een elitaire kunst. Film heeft het elitaire van zijn kunstvorm geschraapt. Film is goedkoper dan een sessie bij een psycholoog. En nog leuker ook. Een bioscoopzaal is geen wachtzaal. In een wachtzaal zit je te loeren naar de andere patiënten die voor of na jou komen, en van dat loeren krijg je jeuk en van jeuk ga je scharten. In een cinemazaal zitten alle patiënten samen en dat ontspant, tot tranens toe. Daardoor komt de mens tot betere daden die de ene keer goed zijn voor hemzelf en de rest van de wereld en de andere keer omgekeerd. Et alors? Who cares? Hoe dan ook, een misdaad kan, moet, zal, mag beloond worden. En dat gebeurt ook. Kijk maar naar de politieke wereld. Daar brengt oorlog meer stemmen op dan vrede.

 

En dat vriendschap geboren wordt uit een misdaad zit ook al – nauwelijks verborgen – in de laatste claus van Casablanca. Hij wordt gezegd door Rick tegen de politiecommissaris en hij spreekt hem aan met de voornaam.

Rick: Louis, I think, this is the beginning of a beautiful friendship.

Hij wordt gezegd kort nadat de Franse politiecommissaris de Duitse SS-officier neergeschoten heeft. Was dat een misdaad? De straatwet gaat nu eenmaal boven paleizen van wet en orde en kathedralen van moraal en geloof.

Met dat voor ogen ga ik naar het Filmfestival Gent.

Guido LAUWAERT

www.filmfestival.be

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche