Overblog
Suivre ce blog Administration + Créer mon blog
22 février 2014 6 22 /02 /février /2014 12:00

 

Eigenlijk-Palanuik.jpg

Jack Palance eigenlijk Walter Palanuik

Bij sommige namen van filmsterren denk je dat men met man en macht heeft zitten piekeren om een suffige naam in een hippe te veranderen. Dat dacht ik altijd bij Rudolf Valentino. Maar weet u hoe die écht heette? Hou u vast: Rodolfo Alfonzo Raffaele Pietro Philiberto Guglielmi! Rodolfo Alfonzo zou naar mijn smaak toch ook best een mooie artiestennaam zijn geweest….

Maar er zijn ook gevallen waarvan je onmiddellijk snapt dat er ingegrepen werd. Vrijwel altijd gebeurde dat in Hollywood overigens. Door agenten, managers en producers. Dat soort lieden. Ooit gehoord van Frederick Austerlitz? Wellicht kent u hem beter onder zijn ‘nieuwe’ naam Fred Astaire. Heb eens zitten bladeren in mijn exemplaar van Halliwell’s Who’s Who In The Movies?  en noteerde nog wat namen waarvan ik begrijp dat ze gewijzigd werden. Maurice Micklewhite bijvoorbeeld. Dat klinkt toch heel wat minder stoer dan Michael Caine? Of Marion Morrison? Je zou denken dat het een meisjesnaam betreft, maar zo heette John Wayne toch echt op zijn geboorteregister.

Verder werd John Carter Charlton Heston, Bernard Schwartz Tony Curtis, Dino Crocetti Dean Martin, Roy Scherer Rock Hudson, Michel Shalhouz Omar Sharif, Richard Jenkins Richard Burton, Spangler Brugh Robert Taylor, Archibald Leish Cary Grant, Claus Naksynski Klaus Kinski, Laszlo Loewenstein Peter Lorre, Issur Demsky Kirk Douglas en Walter Palanuik Jack Palance.

Je kunt je afvragen of ze onder hun eigen naam ook carrière gemaakt zouden hebben. Die twijfel is er beslist niet bij Mladen Sekulovich. Karl Malden klinkt toch een stuk beter. En dan heb ik het nog maar niet over Walter Matasschanskayaski, de ware naam van Walter Matthau.

Overigens zijn er ook heel wat filmsterren die beroemd werden onder hun oorspronkelijke naam. Een bescheiden rijtje voorbeelden: Humphrey Bogart, Marlon Brando, Henry Fonda, Clark Gable, Tom Hanks, Burt Lancaster, Victor Mature, Paul Newman, Robert Redford, Keanu Reeves, Sylvester Stallone, John Travolta en Bruce Willis.

Voor het evenwicht in deze bijdrage natuurlijk ook op zoek gegaan naar wat actrices die faam verwierven onder een andere naam dan hun oorspronkelijke.

Virginia-eigenlijk-Jones.jpgVirginia eigenlijk Jones

Lauren Bacall bijvoorbeeld heette eigenlijk Betty Joan Perske, Ellen Burstyn Edna Gilhooley, Joan Crawford Lucillle le Sueur, Doris Day Doris Kappelhoff, Marlene Dietrich Maria Magdalena von Losch, Hedy Lamarr Hedwig Kiesler, Sophia Loren Sofia Scicolone, Marilyn Monroe Norma Jean Baker, Virginia Mayo Virginia Jones, Ginger Rogers Virginia McMath en Barbara Stanwyck Ruby Stevens.

Ook onder de damessterren zijn er echter heel wat die beroemd werden onder de naam waaronder ook hun klasgenootjes op de lagere school hen al kenden: Brigitte Bardot, Claudia Cardinale (eigenlijk dacht ik altijd dat dít een schuilnaam was), Julie Christie, Faye Dunaway, Jodie Foster, Ava Gardner, Daryl Hannah, Audrey Hepburn, Gina Lollobrigida (zie Cardinale), Meg Ryan, Eva Marie Saint, Jean Simmons en Uma Thurman bijvoorbeeld.

Zomaar het resultaat van een half uurtje bladeren. Geen enkele pretentie tot volledigheid. Geheel de uwe,

Bert BEVERS (géén pseudoniem!)

Partager cet article
Repost0
9 février 2014 7 09 /02 /février /2014 12:42

 

Cinema-Trivia---Erich-Maria-Remarque.png

Erich Maria Remarque

Een meesterwerk is beslist Im Westen nichts Neues (1929) van Erich Maria Remarque (1898-1970), meermaals verfilmd als All Quiet On The Western Front. Remarque vocht zelf in de Eerste Wereldoorlog, en werd meerdere keren gewond. Hij wist waarover hij schreef dus.

Minder bekend is dat hij ook een roman schreef die zich in de Tweede Wereldoorlog afspeelt: Zeit zu Leben und Zeit zu Sterben (1954). Die werd in 1958 verfilmd als A Time to Live and a Time to Die, door Douglas Sirk (1900-1987).

Over deze rolprent zijn heel wat trivia te melden. Dat Douglas Sirk eigenlijk een Deen was bijvoorbeeld, die oorspronkelijk Detlef Sierck heette.

Dat hoofdrolspeler John Gavin (82), die Ernst Gräber vertolkt, onder Ronald Reagan van 1981 tot 1986 Amerikaans ambassadeur in Mexico was en momenteel een gefortuneerd zakenman is.

Dat Keenan Wynn (die de sheriff speelde in Sergio Leone’s Once Upon a Time in the West) er in meespeelt, en Jock Mahoney (die later, toen hij nota bene reeds 41 was, in de huid van Tarzan kroop). Ook aardig te melden dat deze film de eerste is waarin de naam Klaus Kinski (hij speelt een naamloze Gestapo-officier) op een titelrol verscheen.

Cinema-Trivia---Erich-Maria-Remarque-en-John-Gavin.png

Erich Maria Remarque en John Gavin

Maar het meest bijzondere is toch wel dat Erich Maria Remarque (die trouwde met Paulette Goddard (bekend uit onder meer Modern Times en The Great Dictator, en eerder gehuwd geweest met Charles Chaplin en Burgess Meredith) zélf in deze productie als acteur opduikt. Hij speelt de rol van Professor Pohlmann. Het is de enige film waarin hij ooit speelde.

Zeit zu Leben und Zeit zu Sterben is niet zo’n meesterwerk als Im Westen nichts Neues maar een redelijk goeie film. En (in de Duitse versie) volledig te bekijken dankzij YouTube:

http://www.youtube.com/watch?v=LQxN3yEExZ8

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
29 janvier 2014 3 29 /01 /janvier /2014 10:11

 

Cinema-Trivia.jpg

Geen bijzondere film is Cry of Battle, uit 1963. Ik heb hem nooit gezien, en heb hem online ook nog niet kunnen vinden. Hij werd geregisseerd door Irving Lerner. Diens major claim to fame  is eigenlijk dat Martin Scorsese New York, New York uit 1977 aan hem opdroeg. Lerner werkte aan de montage van die film toen hij stierf. De hoofdrollen in Cry of Battle werden gespeeld door Van Heflin en Rita Moreno. Namen die bij de goegemeente niet onmiddellijk een belletje doen rinkelen. Desalniettemin wonnen ze allebei ooit een Oscar. Heflin in 1942 voor zijn rol in Johnny Eager, Moreno in 1961 voor de hare in West Side Story.

Toch vind ik Cry of Battle een bijzondere rolprent. Waarom? Omdat hij werd vertoond in het Texas Theatre in Dallas op 22 november 1963. Lee Harvey Oswald had er een kaartje voor gekocht, en werd tijdens de voorstelling ervan gearresteerd omdat hij John Fitzgerald Kennedy (tot die dag president van de Verenigde Staten van Noord-Amerika) en J.D. Tippit (een politieman) zou hebben vermoord.

Daar schreef ik een gedicht over:

http://fleursdumal.nl/mag/bert-bevers-gedicht-van-heflin-maait-het-gras

 

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
9 janvier 2014 4 09 /01 /janvier /2014 05:54

 

Een-been-van-25-dollar.jpg

Hé, wat een aardig weetje waar ik tegenaan loop: het beroemde been op het affiche van The Graduate, een van de iconische rolprenten van de late jaren zestig, is helemaal niet van hoofdrolspeelster Anne Bancroft.

Het betreft het rechterbeen van de actrice Linda Gray (73 ondertussen), die het dan weliswaar als filmster niet heeft weten te maken maar wis en waarachtig wél als televisiester: van 1978 tot 1989 en ook nog in 1991 speelde ze in niet minder dan 308 episodes Sue Ellen Ewing, de drankzuchtige echtgenote van J.R. Ewing, in de wereldwijd veelbekeken serie Dallas.

In 1967 nam ze allerhande klusjes aan om in Hollywood aan de kost te komen. Waaronder het uitlenen van haar been aan Miss Bancroft. Ze kreeg daarvoor destijds welgeteld….$ 25! Een habbekrats voor een van de beroemdste benen uit de filmgeschiedenis….

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
23 décembre 2013 1 23 /12 /décembre /2013 20:20

 

Raf-Vallone.jpg

Raf Vallone (1916-2002) acteerde in heel wat respectabele rolprenten. Zo speelde hij een van de hoofdrollen (naast Silvana Mangano en Vittorio Gassman) in Riso amaro van Giuseppe De Santis uit 1949. Ook had hij de hoofdrol in La venganza van Juan Antonio Bardem (1958). Voorts was hij, met Charlton Heston en Sophia Loren, te zien in El Cid van Anthony Mann (1961), in Harlow van Joseph Levine (waarin ook Carroll Baker en Angela Lansbury speelden) uit 1965, in The Cardinal van Otto Preminger uit 1963 (naast onder meer John Huston en Romy Schneider) en in The Godfather Part III van Francis Ford Coppola uit 1990 (met Andy Garcia, George Hamilton, Eli Wallach en nog heel wat sterren). Voorwaar grote acteurs en regisseurs om mee samen te werken!

Maar toen Raf, eigenlijk Raffaele, Vallone begon te acteren had hij er reeds een carrière op zitten. Eerder was hij namelijk voetballer! En niet zomaar een amateurtje in een onderafdeling, neen: hij kwam uit voor Torino waarmee hij speelde in de Serie A. In het seizoen 1935/1936 won hij met de Turijnse ploeg zelfs de Coppa d’Italia! Ik vraag me af waarop hij op zijn oude dag met de meeste trots terug heeft gekeken….

http://www.youtube.com/watch?v=NpeFef_tvA0

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
4 décembre 2013 3 04 /12 /décembre /2013 21:19

 

Fameuze missers

Al bladerend in Halliwell’s Who’s Who in the Movies lees ik dat Robert Redford nog heel wat beroemder had kunnen zijn dan hij al geworden is omdat hij de hoofdrol afwees in niet minder dan vijf films die klassiekers bleken te worden: Who’s Afraid of Virginia Woolf?, The Graduate, Rosemary’s Baby, Love Story en The Day of the Jackal, rollen waarmee vervolgens Richard Burton, Dustin Hoffman, John Cassavetes, Ryan O’Neal en Edward Fox goede sier maakten. Redford vertolkte dan wel weer Johnny Hooker in The Sting, een rol waarvoor oorspronkelijk Warren Beatty was benaderd.

Er zijn nogal wat sterren die de plank ooit ferm missloegen. Zo had Tom Magnum Selleck geen tijd toen Steven Spielberg hem benaderde voor de rol van….Indiana Jones!

Ook Mel Gibson was niet altijd bij de les. Hij weigerde de rollen van Maximus in Gladiator (waarmee Russel Crowe zich vereeuwigde), Robin Hood in Robin Hood: Prince of Thieves (daar ging Kevin Costner mee aan de haal) en The Terminator in de gelijknamige film (die uiteindelijk werd gespeeld door Arnold Schwarzenegger).

Tom Hanks maakte indruk als en in Forrest Gump, maar hij was daarvoor geen eerste keus: John Travolta en Bill Murray zagen dat project niet zitten.

Net zo iconisch als Gump werd de rol van Catherine die Sharon Stone neerzette in Basic Instinct. Eigenlijk waren daarvoor Julia Roberts en vervolgens Michelle Pfeiffer gevraagd.

Julia Roberts schitterde dan weer wel in Pretty Woman, maar eigenlijk wilde men voor het karakter van Vivian Meg Ryan hebben. Richard Gere, die in dezelfde film Edward vertolkte, was zelfs viérde keuze vermits Sylvester Stallone (ik kan me hem amper voorstellen in die rol), Al Pacino en Christopher Reeve geen interesse hadden.

Andere ‘missers’: Mickey Rourke zag Dead Poets Society niet zitten, waardoor Robin Williams zijn kans greep. Dat deed ook Patrick Swayze in Ghost, waarvoor oorspronkelijk Bruce Willis was benaderd.

Johnny Depp tenslotte dankt zijn fameuze karakter van Jack Sparrow in de Pirates of the Caribbean-cyclus aan het afhaken van Jim Carrey en Christopher Walken.

Om maar te zeggen dat je je plaatsje in de filmgeschiedenis kunt veroveren door desinteresse van collegae…

Bert BEVERS.

Partager cet article
Repost0
20 octobre 2013 7 20 /10 /octobre /2013 18:00

 

AllesMoetWegfilm.jpg

Praten kan dus toch nog in de Vlaamse film. Maar niet in het Hoognederlands. Dat heeft de bruine zeepreeks Albert II ten overvloede aangetoond. In minimale mineur zelfs. Getuige de Coburgerlijke korporaal die zich in dit aeoon tooit als verlicht opperhoofd. Hij schoffeert Nobelprijswinnaar Englert met de onbetamelijke woorden: “Excellent talent. Groot eer voor ons land”. Sic. De hofmaarschalk zaliger had overschot van gelijk.

De man met de lelijkste “a” van het Vlaamse halfrond, Tom Lanoye, heeft zowel het een als het ander begrepen. Zijn eigen, toen verguisd homoromanneke, Alles moet Weg – toen is 1988 – drijft op geklets. Uit de broek en uit de nek. Vrolijk en cynisch gesnater, vaak in de vorm van innerlijke alleenspraken, of van dialogen die geen wederwoord toestaan. Zo leven ook de personages in Alles moet Weg, de film. Naast elkaar, onneembare zelfvoldane vestingen met als enig doel zelfbevrediging, altijd stekelig opgerold tegen de pletwals van de maatschappij. Veranderen kun je die samenleving niet. Jezelf evenmin.

Het blijkt uit de statische, maar taalkrachtige verfilming van Alles moet Weg, die ik op een moede avond herbekeken heb. Jantje Verheyen, in dagen van olim mijn kaartenbakbeheerder in het Antwerpse Filmhuis, vandaag kleine goeroe met gouden vingertoppen, heeft zijn schlemielige halbstarkenpraat van eerdere, dwaze films weggelaten. Boys en The Little Death waren om te lachen. Of juist niet. Het was de bekende verkoperstruc: als het maar blinkt, verkoopt het, als ze me laten ratelen, hangen ze. Dát moet hem toen bij Lanoye bevallen zijn.

Het gaat in Alles moet Weg om een driegdraaddun verhaal. Een gesjeesd rijkeluiszoontje zal het gaan maken door de mensen gebakken lucht aan te smeren. Tot zover het autobiografische. Al wat zijn gezwets meebrengt is ontluistering. Vader-en-moeder-op-wereldreis blijken er een even verborgen als krampachtig SM-speeltjesgedoe op na te houden. Vriend Soo kiest eieren voor zijn geld en wordt burgerman – overigens een schabouwelijke vertolking van Bart De Pauw, zelfs niet bij nader inzien. Hoofdroller Tony Hansen, ongelijk gebracht door Stany Crets, die duidelijk het hele register niet aankon van de emoties waartussen zijn personages schommelt, bevestigt alleen zijn zelfgezochte afgang.

Dé ontdekking en knaller van de film, nu meer dan ooit, is de vriend-voor-enkele-dagen Andreeke, een meesterlijke rol van Peter Van den Begin. Mislukkeling en pispaal van de wereld, slachtoffer van zijn goede goedgelovigheid, zijn branie en zijn opvliegendheid, Andreeke is de lul van het spel. Twaalf ambachten, dertien ongelukken. Andreeke wordt in een onwaarschijnlijke en dus geloofwaardige reeks bedrogen door zijn vrouw, verkracht door medegevangenen, een loer gedraaid door schuldeisers, gefopt door huisjesmelkers, een vaste klant van deurwaarders. Andreeke wil ten allen prijze uit het cachot blijven. En voorspelbaar trekt hij zo de strik steeds nauwer dicht rond zijn nek, tot verstikking erop volgt. Zo zal hij vinden wat hij zoekt: de genadige dood, na een mislukte bankoverval. Tony dan ? Tony rijdt doelloos op een Harley Davidson de vermaledijde einder tegemoet, op weg naar – wij weten het – verderf en verveling.

Regisseur Jan Verheyen is redelijk op de achtergrond gebleven. Dat redt de film. Geen grote statements, de voice-off draagt het verhaal, de scènes zijn fijngeslepen tot kleine zinspreuken. Zo lees je in het boek nog een boeiende ontluistering bij enkele harteloze veeboeren. Dat hoofdstuk heeft Verheyen deskundig weggesneden. Anders had het het trouwfeest teveel afgezwakt. Is er iets Vlaamser ? Ja. Daar toont Vlaanderen zich op zijn benependst, een vergeten uithoek van het platteland, het had Stekene of Klein-Sinaai wel kunnen zijn, in zaal Concordia, of Vrij Polen, of de Sint-Antoniuskring. Als de discobar het laat afweten op een trouwfeest, dreigt er een open huwelijksoorlog en een heus familiedrama. Tony, die op het punt staat zijn verkoperscarrière te beëindigen met een fiks pak slaag, rijdt zijn gammele bestelwagen met muziekboxen de trouwzaal in, en redt zich én de avond. Niet het huwelijk, dat is al afgevoerd nog voor het voltrokken is. Tijd voor een uniek stukje Vlaamse zelfkritiek. Jaak Van Assche buit zijn gastrol als gedegouteerde vader van de bruidegom ten volle uit. Oudkoloniaal en rijkswachter zoals alle weldenkende uniformfetichisten – in het boek is hij politiecommissaris, maar dat is perfect onwisselbaar – geeft hij onversneden uiting aan zijn racisme. Pleinvrees eigenlijk. Niet moeten denken. Angst voor zijn schaduw en de kannuniken. Geen Vlaams cliché blijft overeind. De sterkste woorden uit de film zijn dan ook als Van Assche uitroept: De leeuw ! en daar gaan zinderen de bangelijke echo’s van bedremmeld rechts.

Het moet trouwens gezegd dat behalve deze valselijke versie van het leeuwenlied de muziek een stevig verband legt waar de camera het laat afweten. Noordkaap leverde een onparmantige, maar stevig ondersteunende score af, en helpt zo de kijker over dode momenten en melige crossings heen. Er zijn nogal wat afzakkende kousen. Het fletse begin. De badscène tussen beide heren in vol ornaat, schuim bekkend van drift en vernietigingsdrang. Andreeke op zijn dreefst, Tony best te pruimen, zolang hij geen woede of verontwaardiging moet uitbeelden. Het dieptepunt is de scheldpartij die hij bij het bed van een stervende vrouw houdt tegen de onwaardige zoon. Snij dat weg. Hou alleen de rondrit door de polders van Doel over, en de film wordt dubbel zo krachtig. Niet alles moet weg, maar toch flink wat dooie blaren: de proclamatie van de rechtsstudenten, het examen, de dubbele kreet van de verre moeder.

Een dulle kenner in een Vlaamse Qualiteitscourant schreef: “Alles moet Weg is een film vol dialogen”. Tja. Voor een stille is hij zestig jaar te laat gemaakt. En die dialogen ? Die bestaan nauwelijks.

Alles moet Weg is één lange monoloog vol leestekens die anderen plaatsen. Maar ieder personage zit gevangen in zijn eigen verhaal, zijn eigen mythe, zijn eigen lotsbestemming. Alles moet Weg is een hopeloze film. Maar wel om te lachen. Goed dat er nog dooien en lanoyen zijn, zo blijft de wereld draaien. Het gebrek aan pretentie bij Jan Verheyen – en vooral zijn krap budget van 40 miljoen – is uiteindelijk de rijkdom van de film geworden. Geen dikdoenerij, zolang de theatermensen weer niet in hun bühnerol vervallen. Geen gezeik, iedereen rijk. Schone idealen, lelijke mensen. De moeite dus om jezelf even in de spiegel te bekijken. De schok der verkenning.

Lukas DE VOS

Partager cet article
Repost0
14 octobre 2013 1 14 /10 /octobre /2013 16:24

 

Affiche-Krakatoa.jpg

Amuseerde me met een ouderwetsche avonturenfilm, Krakatoa, East Of Java uit 1968. Daar heb ik een speciale herinnering aan. Vermits mijn vader in de Roxy werkte hoefde ik daar nooit te betalen voor een kaartje. Sterker: er werd altijd een zetel vrijgehouden voor 'de zoon van Jaap'. In 1969, ik was bijna 15, had pa echter een nieuwe job. Ik had zin om naar de film te gaan, en zo kwam ik (in de Roxy draaide niets van mijn gading) voor het eerst van mijn leven in die andere bioscoop in de stad, de Luxor in de Lievevrouwestraat. Daar betaalde ik voor het eerst voor een filmticket, en wel voor Krakatoa, East Of Java. Vakkundig gemaakt spektakel over de in augustus 1883 over de ganse wereld voelbare uitbarsting van de vulkaan op het eiland Krakatau in wat toen nog Nederlandsch-Oost-Indië heette. Maximilian Schell is voorspelbaar heldhaftig, Diane Baker wonderschoon en de fraaie pakketboot Batavia Queen de eigenlijke heldin van dienst. Was aardig om de rolprent eens terug te zien. À propos (in Hollywood weten ze niet zo goed hoe de wereld ineen steekt): Krakatau ligt ten wésten van Java....

 

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
19 septembre 2013 4 19 /09 /septembre /2013 16:32

 

Debuut-Leone.jpg

Als ik aan Rory Calhoun (echte naam Francis Timothy Durgin, 1922-1999) denk zie ik hem in een lederen gilet, onder een zwarte hoed, te paard, de revolver grijpklaar op de heup bungelend. Dan denk ik aan heerlijke avonturenwesterns als The Treasure of Pancho Villa (1955, met Gilbert Roland). Vandaag kwam ik al zappend terecht op Action, de Franse filmzender die wel eens iets aardigs heeft (bij Belgacom is dat post 200). En daar bleef ik hangen bij Il Colosso di Rodi uit 1960, met in de hoofdrol van Dario…. Rory Calhoun. Een bekijkenswaardig spektakel, een ouderwetsche ‘sandalenfilm’. Vreemd om Cowboy Calhoun ineens in een tuniekje en blote benen rond te zien lopen. Net zo raar als wanneer je Johnny Weissmuller, Steve Reeves of Gordon Scott in driedelig kostuum rond zou zien kuieren.

Il Colosso di Rodi is overigens niet zó maar een peplum. Neen: het is het debuut van regisseur Sergio Leone, die later – en passant Clint Eastwood tot een ster makend –

school zou maken met spaghettiwesterns als A Fistful Of Dollars, For A Few Dollars More, The Good, The Bad And The Ugly en (vooral!) Once Upon A Time In The West. Films waarin je Rory Calhoun eerder zou verwacht hebben eigenlijk. Deze rolprent oogt indrukwekkend, maar het scenario rommelt wel een beetje. Niet zo verwonderlijk: Sergio Leone mocht het klaarblijkelijk destijds nog niet alleen beheren. De optiteling vermeldt niet minder dan zéven namen: Soggetto e Sceneggiatura: Ennio Roncini, Sergio Leone, Cesare Seccia, Luciano Martino, Ageo Savioli, Luciano Chitarrini en Carlo Gualtiere.

Even nagezocht of de film op het wereldwijde web te vinden is, en jawel hoor:

http://www.youtube.com/watch?v=MpBooNDieMY

Bert BEVERS

Partager cet article
Repost0
17 septembre 2013 2 17 /09 /septembre /2013 08:00

TampopoZW.jpg

Ochtendmensen zijn vreemde mensen. De eetlust is hen gewoonlijk vergaan, een snelle hap of een kop koffie is hen nader dan de regalia van keukenvernuft. Om die reden moeten ze reizen. In den vreemde, in gastenkamers waar ze verpleegd en bepamperd worden, daar ontdekken zij, hérontdekken zij de op één na verscheurendste aller kunsten : de kookkunst. Want laat het u gezegd zijn. Alle kunsten zijn afgeleid van de maquillage. En het is maar omdat vrouwen verouderen, en erger nog mannen de enige kunst niet kunnen beoefenen vanwege te lomp, te lelijk, te onhandig of te grof, dat zij zich van lieverlede tot de gastronomie begeven. De maag vergoedt wat schoonheid moet ontberen. Daarom zijn de beste koks ter wereld mannen. En gaan de beste films over eten, ze zijn trouwens door mannen gemaakt, Who’ s killing the great Chefs of Europe ? door Ted Kotcheff (1978), The Cook, The Thief, His Wife and Her Lover van Peter Greenaway (1990), en natuurlijk het ongeëvenaarde Tampopo van Juzo Itami (1986).

TampopoAffiche

Geen lofzang op de ultieme verfijning van de eetkunst is zo goddelijk als deze Japanse hymne aan de ramen, de noedelsoep. Geen filmmaker legde zo’n vergeefse Parsifalqueeste af naar het eeuwig smeltpunt van genot en eenvoud als Itami, in een vorig leven (en voor zijn zelfmoord, toen hij acht verdiepingen naar beneden sprong, na bedreigingen door de yacuzza en valse aantijgingen van overspel in de kranten) een weltergewicht boksen, een impressario, een commercieel ontwerper, een tijdschriftenuitgever, een vertaler, een verslaggever, een talkshow-entertainer, een schrijver en een gelauwerd filmacteur. Het waren even zovele pogingen om de perfectie van de dagelijkse Japanse keuken te doorgronden. Het is hem niet gelukt, maar de Japanners hebben het icoon herkend. In een land waar je ongestoord eten en sake de filmzaal mag binnenbrengen, waar je voor de smaak moet slurpen van je kom soep, waar je nooit ofte nimmer je neus snuit, waar je ’s morgens wél eet, is dat geen kleine verdienste.

tampopoEI.jpg

De weldadigste scène uit deze noedelwestern, Tampopo, grenst aan de gewelddadigste. De naamloze gangster in het witte pak (Koji Yakusho) vrijt in een hotelkamer met zijn naamloze snolletje (Fukumi Kuroda). Tergend lang, tergend breekbaar, laten zij zachtjes de dooier van een rauw ei in elkaars mond overglijden, tot het uiteindelijk barst en over hun witte kleren stroomt. De gangster wordt wat later doodgeschoten, zijn laatste gedachte gaat uit naar eten. Ultiem orgasme, eros en thanatos volledig in elkaar opgegaan. Sterker dan de oester die hij tevoren uit een meisjeshand heeft geslurpt. Tampopo is het ultieme embleem van de ontrafeling van onbereikbaar genot, het spiegelbeeld van wat de Japanse keuken uitpuurt. Daar moet de mens ontzaglijke hindernissen voor overwinnen. Eén daarvan, ik heb het in Oman meegemaakt, is de natto. Des morgens in alle vroegte ontbijten met het slijm van sterk ruikende, gegiste pasta van sojabonen, is een beproeving, te vergelijken met de ziekmakende bolusgeur van stinkende tofoe op Taiwan. Gemarineerde tofoe (tatsuta tofu) en opgerolde omelet (tamago dashi-maki) horen onafscheidelijk bij de natto, net als de zuur ingelegde rabi en stukjes radijs (tsukemono). Het is haast een opluchting dat zerpe goedje door te spoelen met misosoep en groene thee. Maar dat is de eerste statie. Wie het niveau haalt van de soemoworstelaar zal een snelle chanko-nabe moeten opschrokken, overdadige hoeveelheden zeewier, shabu-shabu  of gesmoorde rundplakjes, lotuswortel, mierikswortel, mizutaki of kip met groenten, dote-nabe (oesters en broccoli in sojapasta), udon-suki of dikke noedels met vispuree, en nog wat ebi (garnalen) toe. Op de nuchtere maag. Het vult. Maar vult het ook goed, zoals de rauwe vis of de sukiyaki-fondue, of nog de suppon-nabe (schildpaddenstoemp) ? Het is zeer de vraag, want veelheid is geen extase, pleegt de Japanner te zeggen. De Japanner is altijd weer op zoek naar reductie, naar ontbinding tot de naakte essentie – daarom is zijn seks zo rauw en ongedesemd, daarom keert hij zich tot het Zenboeddisme, daarom is de legertucht zo onverdraaglijk, daarom kweekt hij bonsais of maakt hij papieren miniatuurvogeltjes (ikebana), daarom richt hij zijn huis ordelijk, proper en kaal in. In de overdaad herkent hij het uitgepuurde, het oneindige en de nul naderen elkaar. Het dichtst bij dat vliedende punt naar de eeuwigheid staat de ramen. Tampopo (de naam van het hoofdpersonage) beschrijft op hilarische wijze de leertocht van de simpele houdster van een verlepte eettent (niet toevallig in het echt de vrouw van Itami) naar het geheim van de ultieme ramen.Ze valt daarvoor terug op de hulp van haar witte ridder, de vrachtwagenchauffeur Goro, die meteen de Clint Eastwood uit Pale Riderof High Plains Drifter wordt, de Ahasverus van de ronin of rondtrekkende krijger. (Tampopo is een productie van de Toho Studios, die Godzilla bedachten en de meest spraakmakende samoeraifilms maakten). Goro schuwt geen enkel list of laag om het allesoverstijgende ramenrecept te bemachtigen, Itami doet alle staties van de kruisweg af, met zijn gangsters, met een stervende moeder die in een ultieme krachtinspanning een laatste avondmaal klaarstoomt en glimlachend neerzijgt, met een Meester die bij nachtelijke inbraak voor Tampopo’s zoontje het nec plus ultra bakt, omelet met rijst – maar nooit de graal kan vinden van het ware hiernamaals : de ramen. De eredienst van het gastronomisch genie krijgt zoals het hoort een breekbaar, venijnig slot : een zogende baby. Eten, zoals de Meester uitlegt, is geen drang of geen verplichting, het is abstracte kunst. Elk ingrediënt heeft zijn plaats in het heiligdom van de ramen, elk stukje dient behandeld zoals het hoort, versneden, gekookt, gelardeerd en versierd. Het dient op een welbepaalde wijze bekeken, gevoeld, besnoven, geproefd, herinnerd en met stokjes opgevist te worden. Kunst is een onwrikbaar ritueel dat juist door zijn absoluutheid het dagdagelijkse ontstijgt. Eten krijgt zo meer dan een verheffende betekenis : het wordt de diepere betekenis van elke mens afzonderlijk. De Japanse voetbalploeg, het is onmiskenbaar, is van dit rechte pad afgeweken. Ze eten nu hamburger en frieten. Maar de resultaten zijn er naar. Drie-nul verloren tegen de Noren, die nochtans vrij primitief met kabeljauw en stokvis omspringen, maar toch. Er is dus nog hoop voor de Rode Duivels. Eet zoals het hoort, en de perfectie is u nader dan de kok. En vergeet nooit de bezweringsformules, of je nu bij een geisjadan wel in het stadion zit : zeg vooraf itadaki-masu, boer na het eten, buig eerbiedig en fluister gotsjisoöe-sama. Dank voor deze spijzen. Zeg dat in de ruimte. Want het is geen gebed. Het is de wijsheid ramengeworden.

Lukas DE VOS

Partager cet article
Repost0

Présentation

  • : Le blog de CDR-Mededelingen
  • : Nederlandse en Franse literatuurgeschiedenis, onuitgegeven teksten, politieke en culturele actualiteit
  • Contact

Recherche